Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Hierbij bied ik u het toetsingskader aan voor een garantie op de verlenging van de
drijvende LNG-terminal in de Eemshaven. EET B.V. – een gezamenlijke onderneming van
Gasunie en Vopak – heeft mij verzocht om een garantie te verlenen voor het dekken
van een deel van de risico’s in het verlengingstraject van de EET LNG-terminal. Deze
terminal speelt een cruciale rol in de Nederlandse gasleveringszekerheid. Gegeven
de uitzonderlijke situatie in de markt door de crisis in het Midden-Oosten en vanuit
het belang van leveringszekerheid, is het noodzakelijk om de EET terminal operationeel
te houden. Hieronder wordt toegelicht waarom dit verzoek speelt, wat de risico’s zijn
en hoe het kabinet hiermee omgaat.
Rol van de EET-terminal
De EET-terminal in de Eemshaven is in 2022 met spoed voor tijdelijk gebruik gebouwd
om tijdens de toenmalige energiecrisis de leveringszekerheid te borgen. De terminal
is operationeel tot september 2027. Het kabinet vindt het onder de huidige omstandigheden
noodzakelijk om de LNG-importcapaciteit op peil te houden. Behoud van EET na september
2027 is daarvoor noodzakelijk. Er wordt nu gewerkt aan verlenging tot 1 november 2036.
EET heeft momenteel een capaciteit van 8 miljard kubieke meter per jaar (BCMA), wat
overeenkomt met circa een kwart van het jaarlijkse Nederlandse gasverbruik.
Ook GTS heeft aangegeven dat verlenging van de terminal essentieel is voor de gasleveringszekerheid.
De beoogde nieuwe terminal krijgt een capaciteit van 8,6 BCMA, waarvan tot nu toe
de helft is verkocht.
Risico’s en garantieverzoek
Om de «Ready for Operation» (RfO) datum van 1 juni 2028 in beeld te houden, moet EET
uiterlijk 31 mei 2026 (de uiterlijke datum voor het conditionele investeringsbesluit) grote financiële verplichtingen aangaan bij de eigenaar van de invoer- en LNG-hervergassingsschepen.
Door recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de impact hiervan op de energiemarkten
is de onzekerheid in de markt aanzienlijk toegenomen. Daardoor zijn marktpartijen
momenteel voorzichtig in het aangaan van lange termijn verplichtingen voor het afnemen
van nieuwe importcapaciteit. Mede vanwege deze ziet EET zich geconfronteerd met teveel
extra risico’s om een tijdig conditioneel investeringsbesluit te kunnen nemen (en
daarmee de beoogde RfO datum in beeld te houden). EET vraagt daarom een garantie van
€ 90 miljoen. Met deze garantie wordt een deel van het resterende (commerciële) risico
gedekt tot aan de datum waarop de definitieve investeringsbeslissing wordt genomen
(beoogd op 15 maart 2027). EET blijft volledig verantwoordelijk voor het verkrijgen
van de vergunning en de commerciële uitrol, inclusief het actief vermarkten van de
capaciteit. EET neemt daarmee zelf het grootste deel van de projectrisico’s voor haar
rekening. Dit waarborgt doelmatigheid en voorkomt belemmering van marktwerking. De
garantie is budgettair verwerkt middels een nota van wijziging (39 615 XXIII-6) op de begroting van KGG. Deze is 22 mei naar de Tweede Kamer verstuurd.
Voorwaarden en claw-back principe
De garantie is tijdelijk en vervalt als EET vóór 15 maart 2027 de gedekte risico’s
voldoende heeft gemitigeerd. Mocht de garantie worden uitgekeerd, maar EET na 15 maart
2027 alsnog de gedekte risico’s voldoende kan mitigeren, dan wordt de garantie via
een claw-back principe verrekend. Dit betekent dat de Staat (een deel van) de uitgekeerde garantie terugkrijgt,
afhankelijk van de opbrengsten uit latere capaciteitsverkopen in de operationele periode.
Hiermee wordt voorkomen dat de Staat overcompenseert. Op basis van de reeds gecontracteerde
capaciteit, marktsignalen en actuele verwachtingen wordt ingeschat dat de door de
staat gedekte risico’s vóór 15 maart 2027 voldoende kunnen worden gemitigeerd. De
kans dat de garantie daadwerkelijk wordt ingeroepen, wordt daarom gering geacht.
Tot slot en vervolg
Het kabinet onderkent het belang van de EET-terminal voor de gasleveringszekerheid
en de uitdagingen in de huidige LNG-markt. Tegelijkertijd wordt zorgvuldig afgewogen
hoe publiek geld wordt ingezet voor het dekken van (commerciële) risico’s. Gegeven
de uitzonderlijke situatie in de markt is de voorgestelde garantie proportioneel,
tijdelijk en voorzien van waarborgen (claw-back) om overcompensatie te voorkomen.
Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom de EET-terminal en
het garantieverzoek via de reguliere voortgangsbrieven op de gasleveringszekerheid.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer