De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat aardgas de komende jaren noodzakelijk blijft voor leveringszekerheid,
elektriciteitsvoorziening en industrie;
constaterende dat het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie inzet op leveringszekerheid,
verantwoord gebruik van Nederlandse Noordzee-infrastructuur en toekomstig hergebruik
van infrastructuur;
constaterende dat de uitstoot van broeikasgassen bij winning en transport van gas
uit Nederlandse kleine velden en Noors pijpleidinggas 30% tot 50% lager ligt dan bij
geïmporteerd lng;
constaterende dat Noors pijpleidinggas kan bijdragen aan minder afhankelijkheid van
Rusland en volatiele lng-markten;
constaterende dat NOGAT bestaande Nederlandse, Duitse en Deense offshore-infrastructuur
verbindt met Den Helder, en dat EBN daarin reeds aandeelhouder is;
overwegende dat eerste projectinformatie wijst op een relatief korte interconnectie
tussen NOGAT-gerelateerde infrastructuur en Europipe l, met mogelijke voordelen voor
leveringszekerheid, redundantie, systeemkosten en toekomstig waterstoftransport op
de Noordzee;
overwegende dat tijdige voorbereiding noodzakelijk is met het oog op de verwachte
PCI/PMI-ronde in Q4 «26 en een mogelijk investeringsbesluit in «27;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe het kabinet deze typen initiatieven waar mogelijk
kan ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningen, internationale afstemming,
indien van toepassing EBN-participatie en financieringsmogelijkheden, en de Kamer
daar voor 1 oktober «26 over te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.