29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr. 274 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2021

Op dinsdag 26 oktober (Handelingen II 2021/22, nr. 13, Regeling van Werkzaamheden) heeft het lid Van der Lee (GroenLinks) tijdens de regeling van werkzaamheden gevraagd om een reactie van het kabinet op de berekeningen van RTL nieuws van 21 oktober 2021 over hoeveel mensen in Nederland last hebben van hogere energieprijs omdat hun energiecontract eindigt of omdat zij een contract met flexibele tarieven hebben1. In deze brief geef ik invulling aan dit verzoek. Daarbij wil ik graag opmerken dat het type contract één van de aspecten is die van invloed is op het aantal consumenten dat en de mate waarin zij nadelige effecten ervaren als gevolg van de hoge energieprijzen. Andere relevante aspecten zijn onder andere de staat van de woning, het energiegebruik, het inkomen, enz.

De berekening van RTL

RTL geeft allereerst aan dat het exacte aantal huishoudens dat met de stijgende energieprijzen te maken krijgt niet bekend is en dat energiemaatschappijen hierover niet of slechts zeer mondjesmaat openheid geven.

RTL doet daarom een berekening die bestaat uit twee delen.

  • 1. Ten eerste gebruikt RTL de openbare gegevens van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) over hoeveel huishoudens een contract hebben voor onbepaalde tijd, vaak met variabele prijzen en hoeveel huishoudens een contract hebben van 1,2,3,5 of meer jaar.

  • 2. Ten tweede doet RTL de aanname dat de helft van de tweejaarscontracten, een derde van de driejaarscontracten en een vijfde van de vijfjaarscontracten per jaar afloopt.

Conclusie van RTL is dat 5,9 miljoen huishoudens komend jaar te maken kunnen krijgen met een hoger energietarief en dat 2,1 miljoen huishoudens komend jaar niet te maken krijgen met een hoger energietarief.

Reactie kabinet op de eerste component

Elke energieleverancier heeft gegevens over de contracten van zijn eigen klanten, waaronder de gegevens over wanneer welk contract afloopt en tegen welke prijs de energie geleverd wordt. Deze informatie is een belangrijk deel van de concurrentiepositie van het bedrijf en is daarom strikt bedrijfsvertrouwelijk.

Wel publiceert de ACM elk jaar de Energiemonitor over de ontwikkelingen op de energiemarkt voor consumenten, waarin staat hoeveel kleinverbruikers (huishoudens en kleinzakelijke afnemers) een contract hebben voor onbepaalde tijd, vaak met variabele prijzen en hoeveel kleinverbruikers een contract hebben van 1,2,3,5 of meer jaar.2 Informatie uit deze monitor is afkomstig van energieleveranciers en het consumentenonderzoek dat de ACM laat uitvoeren in april van elk jaar onder een groep consumenten die representatief is voor de gemiddelde Nederlandse energieconsument en van derde partijen. Hieronder zijn de meest actuele cijfers opgenomen, van 30 juni 2021, iets actueler dan in de openbare Energiemonitor. In het tweede kwartaal van 2022 maakt de ACM de nieuwe cijfers openbaar.

Deze cijfers verschillen beperkt van de gegevens uit de energiemonitor die RTL nieuws waarschijnlijk heeft gebruikt, zo is het aandeel huishoudens met een contract voor onbepaalde tijd met meestal variabele tarieven 1,66% hoger dan in de oudere cijfers uit de energiemonitor.

Hieruit volgt onder andere dat ruim 45 procent van de huishoudens een contract heeft voor onbepaalde tijd. Vaak zijn dit contracten met variabele prijszetting. Meestal stellen de energieleveranciers de tarieven voor 1 januari en 1 juli vast, hierop zijn uitzonderingen. Het merendeel van deze groep zal dus per 1 januari 2022 te maken krijgen met hogere prijzen.

Conclusie is dat het kabinet deze component van de berekening van RTL Nieuws goed kan volgen. Met gebruik van de meest actuele cijfers is er een iets hoger aandeel van huishoudens die op korte termijn te maken krijgen met een hogere energierekening omdat ze een contract voor onbepaalde tijd met meestal variabele tarieven hebben. Belangrijke kanttekening is wel dat deze gegevens inmiddels enkele maanden oud zijn en dateren van voor de recente forse stijging van de gasprijs. Het is aannemelijk dat er in de afgelopen maanden veranderingen zijn geweest omdat consumenten zijn overgestapt, ook naar aanleiding van berichten in de media. Dit is aannemelijk maar het precieze aantal is niet bekend. Met de publicatie van de Energiemonitor in het tweede kwartaal van 2022 worden door de ACM de nieuwe cijfers openbaar gemaakt.

Reactie kabinet op de tweede component

Ongeveer de helft van de huishoudens (kleine 55%) heeft een contract voor een bepaalde tijd met vaste prijzen. Het is niet bekend wanneer de contracten met vaste prijzen voor één of meerdere jaren aflopen, omdat deze informatie bedrijfsvertrouwelijk is. RTL Nieuws doet daarom de aanname dat de helft van de tweejaarscontracten, een derde van de driejaarscontracten en een vijfde van de vijfjaarscontracten per jaar afloopt. Het kabinet kan deze aannames niet verifiëren. Er is een aantal onzekerheden en kanttekeningen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een groter of kleiner aandeel van de langjarige contracten in 2021 afloopt. De energiemonitor van de ACM laat zien dat er lichte verschillen zijn per jaar, zo zijn er in de energiemonitor 2021 iets minder driejarige contracten afgesloten dan in energiemonitor 2020 (27 i.p.v. 28%).

Een andere kanttekening is dat niet bekend is op welk moment in het jaar de contracten aflopen. Hoewel de verwachting is dat een deel van de huishoudens de kostenstijging deze winter niet gaat merken, is de stelling van RTL Nieuws dat «2,1 miljoen huishoudens geen cent meer gaan betalen» naar lezing van het kabinet te kort door de bocht. De hoge gasprijzen leiden tot hogere prijzen voor de levering van energie aan consumenten. Om te komen tot een rendabele bedrijfsvoering zullen deze kosten op enig moment moeten worden doorberekend aan de afnemers van deze energie, oftewel burgers en bedrijven. Dit kan ook het geval zijn voor consumenten die een contract voor bepaalde tijd met vaste tarieven met hun energieleverancier zijn overeengekomen, na afloop van het contract, ook op het moment dat de gasprijzen na de winter weer dalen. Voor deze consumenten zal dit niet deze winter al het geval zijn, maar kan dit ook eind volgend jaar of eventueel nog later het geval zijn. De afwegingen die een specifieke energieleverancier hierin maakt zijn onderdeel van hun eigen bedrijfsvoering en daarmee niet bekend voor het kabinet.

Conclusie is dat het kabinet deze component van de berekening van RTL Nieuws niet kan verifiëren en ook niet kan onderschrijven.

Tot slot

Het kabinet erkent dat sommige huishoudens meer compensatie krijgen dan de stijging van hun energierekening en dat andere huishoudens minder compensatie krijgen dan de stijging van hun energierekening. Het kabinet heeft de afgelopen periode verschillende opties om de stijging van de energierekening te beperken in kaart gebracht. De inzet daarbij was een gerichte maatregel die de huishoudens steunt die dat het hardst nodig hebben. Zo’n gerichte aanpak is vanwege de grote verschillen tussen huishoudens niet mogelijk op de korte termijn. Zo is hiervoor naast informatie over het type contract, ook informatie over de staat van een woning, het energiegebruik en het inkomen van een huishouden nodig. Omdat miljoenen huishoudens wel op korte termijn worden geconfronteerd met een forse stijging van de energierekening is gekozen voor een maatregel die relatief snel doorgevoerd kan worden en direct effect heeft op de energierekening. Om tegemoet te komen aan burgers en MKB voor de stijgende energierekening op de korte termijn doet het kabinet incidenteel en alleen voor 2022 een tweetal aanpassingen in de energiebelastingen. Op deze manier is het mogelijk om op korte termijn een lastenverlichting te realiseren. De stijgende gasprijs verhoogt de energierekening, daarom verhoogt het kabinet ten eerste in 2022 incidenteel de belastingvermindering met 230 euro (inclusief btw). De stijgende gasprijs vertaalt zich eveneens in een stijgende elektriciteitsprijs. Daarom wordt ten tweede in de energiebelasting in 2022 incidenteel het tarief op de eerste schijf elektriciteit verlaagd. Dit staat voor een huishouden met een gemiddeld verbruik ongeveer gelijk aan een verlaging van ongeveer 200 euro (inclusief btw). Een huishouden met een gemiddeld verbruik ontvangt dus in totaal een tegemoetkoming van ongeveer 430 euro (inclusief btw) ten opzichte van waarvan is uitgegaan bij het Belastingplan 2022 (Kamerstuk 35 927). De aanpassingen in de energiebelastingen leiden ook tot circa 500 miljoen aan lastenverlichting voor bedrijven, door aanpassing van de het tarief van de eerste schijf mkb komt dit voornamelijk bij het kleine mkb terecht. Naast de maatregelen in de energiebelastingen stelt het kabinet 150 miljoen euro extra beschikbaar om kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening en/of een slecht geïsoleerde woning via de gemeenten te helpen met de verduurzaming van hun (huur)woning. Voor verdere toelichting verwijs ik naar brief die ik uw Kamer heb gestuurd op vrijdag 15 oktober jl. (Kamerstuk 29 023, nr. 272).

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, D. Yeşilgöz-Zegerius

Naar boven