29 020
Intrekking van de Remigratiewet (Wet intrekking Remigratiewet)

nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 september 2004

In het debat over het rapport van de Commissie Blok en de kabinetsreactie daarop van 2 september jl. heb ik toegezegd U nader te zullen berichten over de financiële implicaties van het wetsvoorstel tot intrekking van de Remigratiewet.

Ter toelichting op de financiële implicaties van het wetsvoorstel vermeld ik het volgende. Bij de besprekingen over het Hoofdlijnenakkoord werd ervan uitgegaan dat intrekking van de Remigratiewet een besparing zou opleveren van € 30 mln. structureel vanaf 2006. In het kabinet is vervolgens afgesproken de bestaande aanspraken te respecteren, zodat slechts € 15 mln. structureel vanaf 2006 zou worden bezuinigd op de begroting van het Ministerie van Justitie. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State – waarin op onderzoek van Regioplan van juni 2003 werd gewezen – is in het nader rapport erkend dat de rijksbrede kosten van het intrekken van de Remigratiewet per saldo € 10 mln. per jaar bedragen, en dat de directe besparing op de Justitiebegroting zou worden gerealiseerd. In de nota naar aanleiding van het verslag van 27 oktober 2003 zijn deze cijfers nogmaals bevestigd.

In december 2003 publiceerde Regioplan een vervolgonderzoek, waarin de conclusie was dat de kosten van de intrekking geen € 10 mln. maar € 40 mln. zouden zijn. Op verzoek van Uw Kamer is de parlementaire behandeling opgeschort, in afwachting van een reactie van de regering op dit onderzoek. Bij brief van 24 mei 2004 heb ik gereageerd op deze berekeningen. Voorts heb ik de contra-expertise door het Sociaal en Cultureel Planbureau aan uw Kamer gezonden.

Samengevat zijn de financiële consequenties van het wetsvoorstel als volgt. Intrekking van de Remigratiewet betekent een lastenverzwaring voor de Rijksbegroting als geheel doordat er minder belastinginkomsten, hogere sociale uitkeringen, uitgaven voor huursubsidie en gezondheidszorg zijn. Voor de Justitiebegroting is het een besparing doordat er geen remigratiewet- uitkeringen en geen uitvoeringskosten zijn. Het niet-intrekken van de Remigratiewet heeft het spiegelbeeldige gevolg: lastenverlichting voor de Rijksbegroting en een uitgavenverhoging voor de Justitiebegroting. De conclusie kan zijn, dat door het niet-intrekken van de Remigratiewet een reeds doorgevoerde bezuiniging op de Justitiebegroting niet wordt gerealiseerd.

Mede in het licht van het debat vorige week in uw Kamer over de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Blok, waarin ruime aandacht is gevraagd voor het feit dat intrekking geen bezuiniging op de rijksbegroting als geheel oplevert, deel ik u mee nog nader te zullen terugkomen op het wetsvoorstel tot intrekking van de Remigratiewet.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

M. C. F. Verdonk

Naar boven