29 020
Intrekking van de Remigratiewet (Wet intrekking Remigratiewet)

nr. 8
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2004

Naar aanleiding van de publicatie van het aanvullende Regioplan-onderzoek naar kosten en baten van de Remigratiewet, dat op 21 januari jl. in het Perscentrum Nieuwspoort is gepresenteerd, heeft Uw Kamer de Parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Intrekking Remigratiewet opgeschort. De vaste commissie voor Justitie heeft bij brief van 5 februari 2004 gevraagd om een reactie op dit rapport. Deze reactie is als volgt, waarbij als conclusie geldt, dat het Kabinet vasthoudt aan het wetsvoorstel Intrekking Remigratiewet, zoals dat bij uw Kamer is ingediend.

Principiële reden voor intrekking van de Remigratiewet

In de bijlage Financieel kader 2004–2007 bij het Hoofdlijnenakkoord heeft het Kabinet de beëindiging van de remigratieregeling opgenomen. De belangrijkste inhoudelijke reden hiervoor is, dat het Kabinet de remigratie ziet als een persoonlijke keuze en een eigen verantwoordelijkheid van het individu. Daarbij ziet het Kabinet geen reden voor overheidsbemoeienis. Het Kabinet wil investeren in de integratie en niet in het remigreren naar het buitenland. Het hoofddoel is de eigen verantwoordelijkheid van de burger te benadrukken.

Daarom waren ook de uitkomsten van het eerdere Regioplanrapport geen aanleiding om het streven tot intrekking van de Remigratiewet te staken.

Weerlegging belangrijk deel van de uitkomsten van het Regioplanrapport

Regioplan spreekt van netto-baten van de Remigratiewet van circa € 392 miljoen in tien jaar (op pag. 8). Nadere bestudering van het Regioplanrapport leert, dat op deze conclusie het nodige is af te dingen. De belangrijkste kritiekpunten op het rapport zijn in dit verband:

A. Bestaande en nieuwe gevallen worden onterecht bij elkaar opgeteld.

B. De onderbouwing van de grootste kostenpost is onduidelijk.

C. De veronderstelling dat niemand meer remigreert bij stopzetting van uitkeringen is betwistbaar.

D. Er wordt geen rekening gehouden met gedragseffecten van nieuw beleid.

Deze kritiekpunten worden in belangrijke mate gedeeld door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), dat om commentaar op dit rapport is verzocht. Onderstaand wordt ieder kritiekpunt nader toegelicht.

Ad A. Bestaande en nieuwe gevallen onterecht bij elkaar opgeteld.

In de berekeningen gaat Regioplan uit van alle remigranten, die in het verleden een recht op een uitkering hebben opgebouwd en de verwachte remigranten voor de periode 2003–2011. Voor het beoordelen van de (indirecte) kosten van de intrekking van de Remigratiewet is dit echter niet het goede uitgangspunt: het Kabinet heeft al aangegeven bij stopzetting van het remigratiebeleid de bestaande gevallen te ontzien. Wanneer alleen gerekend wordt met nieuwe gevallen, dan leidt dit tot een totaal aantal (verwachte) remigranten dat gebruik maakt van de regeling dat 75% lager ligt voor de periode 2002–2011. Uitgaande van de Regioplancijfers ziet de gecorrigeerde reeks van aantallen remigranten eruit als in tabel 1. In dit voorbeeld zijn de gevolgen zichtbaar gemaakt voor de remigranten met een (periodieke) remigratie-uitkering. Dezelfde conclusies kunnen echter worden doorvertaald naar andere groepen (meeremigrerende partners en remigranten met een nihil-uitkering).

Tabel 1 Gecorrigeerde reeks remigranten

 2002200320042005200620072008200920102011
Reeks Regioplan4 6704 9125 1545 3965 6385 8806 1226 3646 60 66 848
Alleen nieuwe gevallen2424847269681 2101 4521 6941 9362 1782 420

Het aantal remigranten met een remigratie-uitkering waar Regioplan van uitgaat is 4670 voor 2002, oplopend per jaar met 242 personen tot 6848 gerechtigden in 2011 (zie voetnoot 5 op blz. 7 van het Regioplanrapport). De 242 personen zijn dus de (verwachte) nieuwe gevallen, die in de gecorrigeerde reeks zijn opgeteld, beginnend vanaf 0 in 2002. Dit leidt ertoe, dat in de berekeningen van Regioplan de (netto-)kosten van intrekking substantieel worden overschat1.

Ad B. Onduidelijke onderbouwing van de grootste kostenpost

De grootste besparing die volgens Regioplan volgt uit instandhouding van de Remigratiewet – en dus de kosten van de intrekking – is te vinden bij meeremigrerende partners: € 248 mln van het totaal van € 392 mln, d.w.z. ongeveer 2/3 deel (zie blz. 8/9). De onderbouwing van dit bedrag is onduidelijk; alleen het totaalbedrag wordt genoemd op blz.8. Het gaat daarbij alleen om de veronderstelde kosten van gezondheidszorg van hen die niet remigreren, nadat de Remigratiewet is ingetrokken. Onduidelijk is waarom bij meeremigrerende partners alleen rekening is gehouden met de besparing op de kosten van de gezondheidszorg. Waarom niet dezelfde baten- en kosten-posten als voor de overige categorieën remigranten? Er is inhoudelijk moeilijk in te zien waarom ook de meeremigrerende partners niet zouden kunnen werken en consumeren. Geconcludeerd kan worden, dat de kosten van intrekking onduidelijk worden toegelicht op dit punt, terwijl er geen aandacht is voor de te verwachten baten.

Ad C. Betwistbare veronderstelling dat niemand meer remigreert bij stopzetting uitkeringen.

Regioplan gaat er vanuit dat bij de intrekking van de Remigratiewet niemand meer remigreert. Dat is – zoals ook het SCP opmerkt – uiterst dubieus. Het SCP merkt op dat dit zeker geldt voor de groep remigranten die met een zogenaamde nihil-uitkering vertrekt naar het land van herkomst (wel een recht maar geen uitkering omdat men al een andere uitkering mag exporteren).

Daarnaast zijn er ook voor de overige groepen een aantal argumenten waarom verwacht mag worden dat mensen naar hun land van herkomst blijven terugkeren, ook al wordt de Remigratiewet ingetrokken:

• Uit Europese landen, waar géén remigratieregelingen bestaan, remigreren ook mensen.

• Uit een onderzoek (van Foquz Etnomarketing, september 2003) blijkt dat Turken en Marokkanen jaarlijks bijna een vijfde deel van hun besteedbaar inkomen, ongeveer € 500 miljoen, naar de landen van herkomst sturen. Dit geld wordt in veel gevallen besteed aan zaken als «een huis voor later». Verwacht mag worden dat personen zich door het wegvallen van een remigratie-uitkering alleen niet laten weerhouden terug te gaan naar het land van herkomst.

Als er wordt uitgegaan van een situatie, waarin remigranten met een andere uitkering (op grond waarvan zij nu in het kader van de Remigratiewet in aanmerking komen voor nihil-uitkering) blijven remigreren na intrekking van de Remigratiewet en van de overige remigranten de helft, dan blijft van de totale groep waarmee Regioplan heeft gerekend minder dan 40% over. (Remigranten met een nihil-uitkering vormen in aantal ongeveer een kwart van het totale aantal remigranten). Dit leidt tot een evenredige afname van de veronderstelde kosten van intrekking.

Ad D. Geen rekening gehouden met gedragseffecten van nieuw beleid.

In de becijfering houdt Regioplan geen rekening met belangrijke wijzigingen op terreinen zoals sociale zekerheid en gezondheidszorg, die invloed zullen hebben op de kosten en baten van migratie en remigratie. Door beleids-wijzigingen die recent zijn of binnenkort worden doorgevoerd (bijvoorbeeld via de Wet Werk en Bijstand) zullen de kosten van migranten die in Nederland blijven relatief dalen. Dit beïnvloedt de kosten van intrekking van de Remigratiewet in neerwaartse zin.

Conclusie

Het SCP merkte in zijn conclusie op, dat indien economische motieven de doorslag zouden moeten geven, het niet wenselijk is om de bestaande remigratieregeling af te schaffen. Gelet op de principiële reden voor intrekking van de Remigratiewet en de weerlegging van de uitkomsten van het Regioplan Vervolgonderzoek, die dus leidt tot een neerwaartse correctie van de uitkomsten van dit onderzoek, houd ik vast aan het wetsvoorstel Intrekking Remigratiewet, zoals ik dat bij uw Kamer heb ingediend.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

M. C. F. Verdonk


XNoot
1

Overigens wijken deze ramingen van de nieuwe gevallen door Regioplan af van de ramingen van de uitvoerder van de Remigratiewet, de Sociale Verzekeringsbank (SVB), waarop de Justitiebegroting is gebaseerd. De SVB verwacht de komende periode een jaarlijkse instroom variërend van 850 in 2004 tot 600 in 2008. Zelfs als hiermee rekening wordt gehouden, overschatten de berekeningen – indien bestaande gevallen worden meegenomen – substantieel de kosten (en baten).

Naar boven