Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2002-200329011 nr. A

29 011
Wijziging van een aantal wetten op het terrein van scheepvaart in verband met de reorganisatie van de inspectiefunctie binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD

Voorstel van wet

Artikel III luidde:

Artikel III

In artikel 24, eerste lid, van de Kadasterwet wordt «de ambtenaar van de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: de ambtenaar van de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Aan artikel VII, onderdeel B, is de aanhef van het tweede lid van artikel 10 (van de Wet havenstaatcontrole) toegevoegd.

Aan artikel XII, onderdeel C, is artikel 34 (van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen) toegevoegd.

Artikel XII, onderdeel F luidde:

F

In artikel 34 vervalt de aanduiding «1.» voor de tekst en wordt «het Hoofd van de Scheepvaartinspectie» vervangen door: de inspecteur-generaal.

Aan artikel XIII, onderdeel C, is het derde lid van artikel 451e (van het Wetboek van Koophandel) toegevoegd.

Aan artikel XV, onderdeel B, zijn artikel 30, negende lid, en het eerste lid van artikel 67 (van de Zeevaartbemanningswet) toegevoegd.

Artikel XVI luidde:

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Memorie van toelichting

De laatste twee zinnen van de tweede alinea paragraaf 1 van het algemeen deel van de memorie van toelichting luidden:

Zie hiervoor tevens het Instellingsbesluit Inspectie Verkeer en Waterstaat (besluit van de Mininster van Verkeer en Waterstaat van 8 juni 2001 (Stcrt. 115)). Ten aanzien van het opnemen van onderdelen van Rijkswaterstat (belast met uitvoering en het toezicht op de naleving van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en aanverwante wetgeving op het gebied van het waterbeheer) in de IVW – waarover inmiddels principebesluitvorming heeft plaatsgevonden, zoals uiteengezet in de brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 9 juli 2001 (Kamerstukken II 2000/2001, 27 400 XII, nr. 81) – en van de positionering van toezichttaken op het gebied van de spoorwegveiligheid vindt nog nadere uitwerking plaats.

De laatste zin van de derde alinea van paragraaf 2 van het algemeen deel van de memorie van toelichting luidde:

Ten behoeve van deze operatie zal allereerst in het vierde kwartaal van 2002 een onderzoek naar de te hanteren uitgangspunten worden uitgevoerd.

In de artikelsgewijze toelichting was geen toelichting op artikel III opgenomen.

De toelichting op artikel XV onderdeel C, luidde:

In onderdeel C wordt ook voorgesteld artikel 20, derde lid, te wijzigen. Dat artikellid wordt ingevoegd bij het bij de Tweede Kamer aanhangige voorstel van wet tot wijziging van de Zeevaartbemanningswet (versoepeling nationaliteitseis kapitein op Nederlandse zeeschepen) (Kamerstukken II 2001/02, 28 415, nr. 1 e.v.).

In de artikelsgewijze toelichting is het nieuwe artikel XVI toegelicht.

De laatste zin van de toelichting op (het nieuwe) artikel XVII is toegevoegd in verband met de wijziging van de inwerkingtredingsbepaling.