29 009
Wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met de beëindiging van het zijn van overheidswerknemer van werknemers in dienst van SLOA-instellingen

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 6 oktober 2003

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De leden van de CDA-fractie hebben kennis genomen van het voorstel tot wijziging van de Wet privatisering ABP. Het wetsvoorstel ontheft werknemers van de SLOA-instellingen van de verplichting om hun pensioen onder te brengen bij het ABP. Hoewel de sociale partners zelf om deze mogelijkheid hebben gevraagd en pensioenvoorziening in principe een zaak is van de sociale partners, hebben de leden van de CDA-fractie toch enige vragen over de wijze waarop opheffing van genoemde verplichting plaats kan en zal hebben.

Zijn er op dit moment concrete plannen om de pensioenen elders onder te brengen en dus een storting te laten plaatsvinden van het ABP naar een ander fonds?

Onder welke voorwaarden zal overdracht plaatsvinden? Kunnen de sociale partners zelf beslissen wanneer ze het ABP verlaten, zodat er in principe een recht op uittreding ontstaat zonder verdere verplichting? Is het de regering bekend of de betrokken sociale partners opteren voor een langdurig convenant met het ABP?

Als dat laatste het geval is, waarom wordt het voorliggende wetsvoorstel dan ingediend voordat de SLOA-wetgeving geëvalueerd is? Deze evaluatie dient toch dit jaar plaats te vinden en de overgangsbepalingen in de SLOA-wetgeving verwijzen nog uitdrukkelijk naar de wet privatisering ABP. Waarom wordt in dat geval niet slechts één voorstel tot wetswijziging ingediend?

De leden van de CDA-fractie hechten zeer aan een solide ABP. De val in de dekkingsgraad in de afgelopen drie jaar baart hen dan ook zorgen. Zullen de rechten van deelnemers bij uittreding uit het ABP onaangetast blijven? Gezien het relatief kleine aantal SLOA-werknemers, zal de dekkingsgraad van het ABP bij uittreding uit het ABP slechts marginaal veranderen zo veronderstellen de leden van de CDA-fractie. Zij willen in dat verband graag antwoord op de vraag of de dekkingsgraad ten opzichte van de huidige stand zal stijgen of dalen bij uittreding. (Overheids-)werkgevers en vakbonden zijn een conceptherstelplan voor het ABP overeengekomen. Volgens dit plan wordt onder andere de indexering gekoppeld aan de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Voorts vindt een overgang plaats naar een middelloonstelsel en worden de nabestaandenpensioenen (na het 65e levensjaar) op termijn gehalveerd. Zullen deze drie veranderingen, indien het conceptherstelplan wordt aangenomen, ook van toepassing zijn op SLOA-werknemers?

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met de beëindiging van het zijn van overheidswerknemer van werknemers in dienst van SLOA-instellingen. Deze leden kunnen zich vinden in het beoogde doel van de wijziging. Maar zij willen graag nog de volgende vraag voorleggen. Betekent de beëindiging van de «verplichte» deelneming in het pensioenfonds ABP dat werknemers van SLOA-instellingen nog wel vrijwillig kunnen deelnemen in het pensioenfonds van het ABP? Gaarne ontvangen zij daarop een reactie van de regering.

De voorzitter van de commissie,

Noorman-Den Uyl

De Adjunct-griffier van de commissie,

Hendrickx


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Fessem (CDA), Kalsbeek (PvdA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), voorzitter, Vos (GL), Cornielje (VVD), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Van Beek (VVD), ondervoorzitter, Van der Staaij (SGP), Luchtenveld (VVD), De Pater-van der Meer (CDA), Van As (LPF), Lazrak (SP), Wolfsen (PvdA), Tonkens (GL), Smilde (CDA), Spies (CDA), Eerdmans (LPF), Sterk (CDA), Haverkamp (CDA), Straub (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Hirsi Ali (VVD), Szabó (VVD), Van Hijum (CDA) en Vacature (D66).

Plv. leden: Van Bochove (CDA), De Vries (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Fierens (PvdA), Halsema (GL), Schippers (VVD), Dubbelboer (PvdA), Kant (SP), Rijpstra (VVD), Slob (CU), Wilders (VVD), Rambocus (CDA), Varela (LPF), Vergeer-Mudde (SP), Van Nieuwenhoven (PvdA), Van Gent (GL), Algra (CDA), Çörüz (CDA), Nawijn (LPF), Atsma (CDA), Bruls (CDA), Hamer (PvdA), Leerdam, MFA (PvdA), Griffith (VVD), Balemans (VVD), Eski (CDA) en Giskes (D66).

Naar boven