29 000
Wijziging van de Arbeidstijdenwet in verband met de invoering van bestuursrechtelijke handhaving en de daarmee samenhangende bepalingen (Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet)

nr. 8
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 11 mei 2004

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I onderdeel E wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan het eerste lid van artikel 11:3 wordt toegevoegd: «, behoudens in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen»

B

In het derde lid van artikel 11:3 vervallen de aanduidingen «4:3, eerste lid,» en «4:3, tweede tot en met vierde lid».

Toelichting

Onderdeel A

De in artikel 11:3, eerste lid, opgenomen recidivebepaling is algemeen van aard. De handhavingspraktijk binnen de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer is echter zeer divers. De directe aanleiding van de hier voorgestelde wijziging is de handhavingspraktijk in het wegvervoer daar waar het toezicht op de naleving verloopt via staande houdingen langs de openbare weg. Deze wijze van handhaving via wegcontroles kan er toe leiden, dat in een onderneming in een korte periode meerdere beboetbare feiten worden vastgesteld en dat daardoor snel sprake is van herhaalde recidive, waarop artikel 11:3, eerste lid van toepassing is. Om die reden is het noodzakelijk om de mogelijkheid te creëren om voor het wegvervoer van deze algemene recidivebepaling af te wijken.

Onderdeel B

In artikel 11:3, derde lid, is de strafbaarstelling geregeld daar waar sprake is van het ernstig in gevaar brengen van de verkeersveiligheid. Het causale verband tussen het ontbreken van een deugdelijke registratie en het ernstig in gevaar brengen van verkeersveiligheid leidt echter tot bewijsrechtelijke problemen, doordat dit verband doorgaans niet is aan te tonen. Daarom wordt voorgesteld de aanduidingen die betrekking hebben op artikel 4:3 te laten vervallen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Naar boven