nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende
wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie
en beroepsonderwijs in verband met de huisvesting van verticale scholengemeenschappen
alsmede wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs teneinde nevenvestigingen
aan categoriale scholen mogelijk te maken.
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
11 augustus 2003
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regelgeving
aan te passen ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor en de bekostiging
van de huisvesting van scholengemeenschappen waarin zijn verenigd een regionaal
opleidingencentrum als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs en één
of meer scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel I van de Wet
op het voortgezet onderwijs, dan wel een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld
in de Wet educatie en beroepsonderwijs en een school voor middelbaar algemeen
voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het voortgezet
onderwijs;
dat het tevens wenselijk is in de Wet op het voortgezet onderwijs de mogelijkheid
vast te leggen tot het verbinden van nevenvestigingen aan categoriale scholen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING WVO
De Wet op het voortgezet onderwijs wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 19, tweede lid, komt te luiden:
2. Aan een school of aan een scholengemeenschap kan een nevenvestiging
zijn verbonden indien de nevenvestiging is tot stand gebracht op de wijze
en voldoet aan de voorwaarden bepaald krachtens artikel 75, vijfde lid. Aan
een scholengemeenschap kan eveneens een nevenvestiging zijn verbonden indien
de nevenvestiging is tot stand gebracht op de wijze en voldoet aan de voorwaarden,
bedoeld in artikel 75a.
B
Na artikel 76v wordt ingevoegd een artikel 76v.1, luidend:
Artikel 76v.1. Huisvesting scholengemeenschap school voor
voortgezet onderwijs met ROC of school voor m.a.v.o. met AOC
1. In afwijking van het bepaalde in dit hoofdstuk en onverminderd het
tweede lid zijn de bepalingen inzake de huisvesting bij of krachtens de Wet
educatie en beroepsonderwijs van toepassing op scholen voor voortgezet onderwijs
die deel uitmaken van een scholengemeenschap waarin tot één
school zijn verenigd:
a. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in de Wet educatie en
beroepsonderwijs en een school voor voortgezet onderwijs, dan wel
b. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs
en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs.
2. Artikel 76u is van overeenkomstige toepassing op de gebouwen en terreinen
waarvan het bevoegd gezag van een andere dan een gemeentelijke school eigenaar
is op het moment dat op of na 1 januari 1997 een scholengemeenschap als bedoeld
in het eerste lid tot stand komt dan wel wordt uitgebreid met een school voor
voortgezet onderwijs.
3. De gemeenteraad kan in overeenstemming met het bevoegd gezag besluiten:
a. dat het tweede lid niet van toepassing is,
b. dat daarvoor het bevoegd gezag of de gemeenteraad aan de andere partij
een vergoeding is verschuldigd, alsmede
c. in voorkomende gevallen, hoe hoog die vergoeding is.
4. Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, vindt inschrijving
van dat feit plaats in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel
1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
ARTIKEL II. WIJZIGING WEB
Aan artikel 2.6, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs worden
twee volzinnen toegevoegd, luidend: Ten aanzien van een school voor voortgezet
onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in de eerste
volzin, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting,
waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze
wordt vastgesteld. Hoofdstuk 2, titel 8, is van overeenkomstige toepassing
ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in de eerste volzin.
ARTIKEL III. WIJZIGING WET VAN 29 MEI 1997, STB. 229
Artikel IV van de Wet van 29 mei 1997 tot wijziging van de Wet educatie
en beroepsonderwijs in verband met decentralisatie van huisvestings- en bestedingsbeslissingen
en vervallen van het economisch claimrecht (Stb. 229) vervalt.
ARTIKEL IV. OVERGANGSBEPALING AANHANGIGE BEZWAREN EN BEROEPEN
Op geschillen die in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn of
binnen de bezwaar- dan wel beroepstermijn dan wel verschoonbaar daarbuiten
aanhangig worden gemaakt tegen besluiten van de gemeente die zijn genomen
voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van bepalingen bij of krachtens
titel III, afdeling IA, hoofdstuk I, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
zoals luidend op de dag voor inwerkingtreding van deze wet, blijven de op
die datum geldende regelingen van toepassing. De eerste volzin is hangende
het bezwaar, beroep of hoger beroep van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid
tot het intrekken en vervangen van besluiten die tot de aldaar bedoelde geschillen
hebben geleid.
ARTIKEL V. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,