Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200428995 nr. 6

28 995
Aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden)

nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Ontvangen 21 april 2004

ALGEMEEN DEEL

Hoofdstuk 1 Inleiding

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van de Kamer bij het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden. Ik ben verheugd dat de meeste fracties de noodzaak van de aanpassing van de gemeentelijke medebewindsbevoegdheden in hun inbreng benadrukken. Met de invoering van het onderhavige wetsvoorstel wordt de laatste stap gezet in het dualiseringstraject.

Nota van wijziging

Mede naar aanleiding van de in het verslag gemaakte opmerkingen wordt tegelijkertijd met dit verslag een nota van wijziging aangeboden. De nota van wijziging bevat naast redactionele wijzigingen of het herstel van technische onvolkomenheden ook enkele inhoudelijke aanpassingen. Deze aanpassingen worden in de nota van wijziging en de nota naar aanleiding van het verslag toegelicht. Voorts is een herziene overzichtslijst bijgevoegd van bevoegdheden die zullen worden overgeheveld. In deze lijst is de nota van wijziging verwerkt.

1.1 Ervaring en effecten van de dualisering

Ervaring met dualisering

De leden van de CDA-fractie informeerden of het kabinet eenzelfde beeld heeft met betrekking tot de invoering van dualisme in gemeenten als het geschetste beeld in de eerste voortgangsrapportage van de begeleidingscommissie van de Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie. De bevindingen in de rapportage tonen aan dat veel gemeenten voortvarend zijn gestart met het vormgeven van een meer dualistische werkwijze. Tegelijkertijd laten de ervaringen tot nu toe zien dat dualisering voor raadsleden en voor leden van het college van burgemeester en wethouders nog een zoektocht is en dat de doelstellingen van de invoering van het dualisme nog niet zijn gerealiseerd.

Ik onderschrijf de bevindingen van de begeleidingscommissie van de Vernieuwingsimpuls. Uit resultaten van het evaluatieonderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de eerste periode van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur komt een positief beeld naar voren van de mate waarin gemeenten invulling geven aan de verschillende onderdelen van de Wet dualisering gemeentebestuur. In dit rapport getiteld «De eerste klap is een daalder waard» wordt geconcludeerd dat in het algemeen veel gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de wet biedt. Daarnaast proberen veel gemeenten, los van de wettelijke verplichtingen, over te gaan op een meer dualistische werkwijze. Ik ga kort in op een aantal bevindingen.

– Een ruime meerderheid van de gemeenten heeft na de raadsverkiezingen 2002 voor het eerst een raadspresidium ingesteld. Gezien dit grote aantal en het feit dat het raadspresidium niet verplicht is, kan worden geconcludeerd dat gemeenten een raadspresidium een noodzakelijk instrument vinden om vorm te geven aan het gedualiseerde stelsel. In vier van de vijf gemeenten heeft de raad voor zichzelf een agenderend raadsprogramma of een lange termijn agenda opgesteld of was de raad dit van plan. Vanuit dualistisch oogpunt is dit positief te noemen, omdat dit instrument de raad ook materieel zeggenschap geeft over de eigen agenda. Een lange termijn agenda of agenderend raadsprogramma ondersteunt de zelfstandige positie van de raad ten opzichte van het college.

– Eén op de zes gemeenten heeft een collegeprogramma dat uitsluitend is ondertekend door de collegeleden en heeft daarmee gekozen voor een duidelijke breuk met de voorgaande, overwegend monistische raadsperiode. Ondertekening van het collegeprogramma door alleen collegeleden is een typisch voorbeeld van een dualistische werkwijze. Het benadrukt de zelfstandige positie van het college ten opzichte van de raad.

– Het commissiestelsel is in veel gemeenten flink op de schop gegaan. Waar in voorgaande periodes de raadscommissies de portefeuilles van de wethouders volgden, is dit met de invoering van het dualistisch stelsel in zeer veel gemeenten afgeschaft. Ook dit is een goed voorbeeld van ontvlechting van de posities van raad en college.

Ik ben eveneens van mening dat het werk, en dan doel ik met name op de cultuurveranderingen, nog niet is voltooid. De wettelijke aspecten van de dualisering zijn altijd beschouwd als een hefboom voor de cultuuromslag. Nu gemeenten de wettelijke verplichtingen hebben doorgevoerd, is er meer ruimte voor het maken van de cultuuromslag. Het is bekend dat cultuurveranderingen veel tijd vergen. Gemeenten moet die tijd en ruimte worden geboden om de gewenste cultuuromslag te bewerkstelligen. Dit gegeven is in een vroeg stadium onderkend. De Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie, die tot doel heeft de cultuuromslag te ondersteunen en te bevorderen, is gezien de aard en omvang van de wijziging van het wettelijk stelsel en de beoogde cultuuromslag opgezet als een langdurig traject gedurende zes jaar in de periode 2000 tot en met 2006.

Naar het oordeel van de leden van de CDA-fractie pleitte de VNG terecht voor continuering van de activiteiten van de Vernieuwingsimpuls. De leden van de CDA-fractie vroegen wat de inzet van het kabinet is met betrekking tot de Vernieuwingsimpuls.

Evenals de VNG hecht ik belang aan een continuering van de activiteiten van de Vernieuwingsimpuls. Er is voor de periode 2000–2006 jaarlijks een bedrag van € 900 000,– voor gereserveerd. Bij brief van 12 november 2003 heb ik u geïnformeerd over de activiteiten van de Vernieuwingsimpuls in de afgelopen periode en medeegedeeld dat de uitvoering van de werkzaamheden per 1 september 2003 is ondergebracht bij de VNG. Deze wijziging is praktisch van aard. Het belang dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hecht aan de werkzaamheden van de Vernieuwingsimpuls is ongewijzigd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijft met de VNG gezamenlijk verantwoordelijk voor de activiteiten van de Vernieuwingsimpuls.

Effecten dualisering

De leden van de GroenLinks-fractie informeerden hoe het kabinet de niet-aflatende stroom van kritische geluiden in de (vak)pers over de negatieve effecten van de dualisering op de betrokkenheid van de burgers, de verhouding tussen raad en college en de verzwakte positie van de gemeenteraad beoordeelt in het licht van dit wetsvoorstel dat een onverdroten voortgang op de weg van dualisering beoogt.

De kritische geluiden over de dualisering zijn mij bekend. Ik zie de huidige zittingstermijn van de raad uitdrukkelijk als een overgangsfase. Alle begin is moeilijk. De diverse organen in de gemeente moeten wennen aan hun nieuwe rol. Aan de hand van de evaluatie van de dualisering, dit jaar wordt gehouden, zal worden bezien of maatregelen nodig zijn. Ik denk daarbij met name aan gerichte activiteiten in het kader van de Vernieuwingsimpuls. Dit wetsvoorstel acht ik echter van essentieel belang voor het welslagen van de dualiseringsoperatie. De institutionele veranderingen die met de Wet dualisering gemeentebestuur zijn doorgevoerd krijgen een volwaardig effect na invoering van onderhavig wetsvoorstel. Concentratie van de bestuursbevoegdheden bij het college is onontbeerlijk voor de breed gewenste duidelijker rolverdeling tussen raad en college: een rolverdeling die van cruciaal belang is om de raad in staat te stellen zijn vertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende functies beter te vervullen.

Het is van essentieel belang dat gemeenteraden worden ontlast van bestuurstaken die door een volksvertegenwoordigend lichaam niet goed vervulbaar zijn en bovendien niet goed te verenigen zijn met de controlerende taak van de raad. Doordat de raad op grond van onderhavig wetsvoorstel niet langer een substantiële bestuurstaak blijft behouden, kan de met dualisering beoogde rolverduidelijking tussen raad en college in feite pas echt tot stand komen. Vindt deze overdracht niet plaats, dan bestaat het risico dat de vermenging van functies én verantwoordelijkheden tussen raad en college blijft bestaan, hetgeen afbreuk doet aan de slagvaardigheid en herkenbaarheid van het gemeentebestuur.

Het college en openbaarheid

De leden van de GroenLinks-fractie meenden dat het overhevelen van bestuursbevoegdheden van de raad naar het college op zichzelf een negatief effect kan hebben op de legitimatie, transparantie en beïnvloedbaarheid van de besluitvorming, omdat het college van burgemeester en wethouders in de beslotenheid vergadert en een minder politiekpluriforme samenstelling kent dan de gemeenteraad. Deze leden vroegen of de regering de opvatting deelt dat dit op zich al een reden voor uiterste terughoudendheid met betrekking tot deze overheveling. Tevens stelden deze leden de vraag of dit geen reden zou kunnen zijn om wettelijk vast te leggen dat het college van burgemeester en wethouders in de openbaarheid moet vergaderen. Ten slotte vroegen de leden van de GroenLinks-fractie of de regering bereid is om een dergelijke wijziging van de Gemeentewet aan de Tweede Kamer voor te leggen.

Ik ben niet voornemens om een wijziging van de Gemeentewet voor te bereiden die er toe strekt te bepalen dat colleges van burgemeester en wethouders in beginsel in de openbaarheid vergaderen. Als colleges verplicht worden in het openbaar te vergaderen, is de kans groot dat de daadwerkelijke discussie en besluitvorming buiten de collegevergadering om plaats zal vinden. Bepaalde besluitvormingsprocessen lenen zich nu eenmaal niet voor vergadering in de openbaarheid. Na de overdracht van de in dit wetsvoorstel opgenomen bevoegdheden van de raad naar het college zal er naar mijn oordeel bij gemeenten per saldo ook geen sprake zijn van een verminderde openbaarheid van de besluitvorming. De bevoegdheden die het betreft worden namelijk vaak momenteel al in delegatie door het college uitgeoefend, dan wel wordt de besluitvorming terzake volledig door het college voorbereid. In het laatste geval wordt het ontwerpbesluit veelal zonder hoofdelijke stemming door de raad aanvaard. Voorts wijs ik er op dat het college ook over de uitoefening van de overgedragen bevoegdheden verantwoording verschuldigd zal zijn aan de raad. Deze verantwoording vindt in de openbare raads- dan wel raadscommissievergadering plaats. Ten slotte merk ik op dat het college verplicht is een besluitenlijst van al zijn vergaderingen te maken en deze besluitenlijst te publiceren. Hiermee wordt ook een vorm van transparantie bereikt.

1.2 Aanpassing onvolkomenheden in de dualiseringswetgeving

De leden van de CDA-fractie konden zich voorstellen dat in het wetsvoorstel ook één of enkele voorstellen worden opgenomen die tegemoet komen aan eventuele geconstateerde onvolkomenheden in de dualiseringswetgeving. Zo zou volgens deze leden bij sommige gemeenten de wens bestaan om de wettelijke regeling ten aanzien van de omvang van het college te verruimen. Als voorbeeld noemden deze leden de vervanging van de wethouder die langdurig ziek is. Zij wezen er op dat de wet vervanging niet toestaat als de gemeente al het wettelijke maximumaantal wethouders heeft aangesteld en vroegen of de regering het voor een dergelijke situatie wenselijk acht de wet op dit punt te verruimen.

Ook ik heb geconstateerd dat de schrapping van artikel 51 van de Gemeentewet in enkele gemeenten tot problemen heeft geleid. Op grond van dit artikel kon de gemeenteraad er voor kiezen bij verhindering, ontstentenis of ontslag van een wethouder, een raadslid met de waarneming van het wethouderschap te belasten. Het artikel is in het kader van de dualisering komen te vervallen met de argumentatie dat in gedualiseerde verhoudingen het wethouderschap waargenomen dient te worden door een collega-wethouder en niet door een raadslid. Het raadslid zal namelijk zijn raadslidmaatschap op moeten geven. Het destijds ingenomen standpunt dat, als het maximumaantal wethouders is bereikt, de andere wethouders de portefeuille van de zieke wethouder onderling moeten verdelen acht ik niet in alle situaties reëel. Vooral in kleine gemeenten met drie wethouders zou een dergelijke verdeling op problemen kunnen stuiten. Momenteel bereid ik een vervangingsregeling voor van gekozen volksvertegenwoordigers bij ziekte of zwangerschap. Indien de benodigde Grondwetsherziening geëffectueerd zal zijn, zal er een uitvoeringswet worden voorbereid, waarin de uitwerking plaatsvindt van de feitelijke regeling en de daarmee verbandhoudende consequenties. Ik ben voornemens om bij deze uitvoeringswet een regeling te treffen voor de de vervanging van de wethouder die langdurig ziek is.

Opneming van een zodanige regeling in het onderhavige wetsvoorstel acht ik minder passend, aangezien dit wetsvoorstel uitsluitend betrekking heeft op een wijziging van bevoegdheden in medebewind. Andere geconstateerde onvolkomenheden of fouten in de dualiseringswetgeving worden in het voorstel voor een tweede Aanpassingswet meegenomen.

1.3 Evaluatie Wet dualisering van gemeentelijke medebewindsbevoegdheden en evaluatie wet dualisering gemeentebestuur

De leden van de VVD-fractie informeerden of het kabinet voornemens is om na een aantal jaar deze wijzigingen te evalueren. De aan het woord zijnde leden dachten dat het wellicht verstandig is nu reeds te bepalen dat na één bestuursperiode de VNG nog eens gevraagd zal worden hoe de ervaringen zijn en of er uit de praktijk nog opmerkingen en wensen naar voren zijn gekomen. De leden van de GroenLinks-fractie vroegen zich af of het niet toch zinvol zou zijn, juist tegen de achtergrond van al die kritische geluiden, eerst de evaluatie van de Wet dualisering gemeentebestuur af te wachten, alvorens door te gaan met het overhevelen van bestuursbevoegdheden van raad naar college.

Ik acht het wenselijk dat deze wijziging van de medebewindswetgeving geëvalueerd zal worden. Wel vind ik het van belang dat de evaluatie op een zodanig moment plaatsvindt, dat gemeenteraden en colleges al gedurende ruimere tijd volgens de nieuwe bevoegdheidsverdeling te werk zijn gegaan. Ik denk daarbij aan een periode van tenminste vier jaar.

In dit verband merk ik voorts op dat in 2004 de evaluatie van de Wet dualisering gemeentebestuur zal plaatsvinden. Deze evaluatie komt op een relatief vroeg tijdstip. Genoemde wet is immers in maart 2002 in werking getreden. Omdat cultuurveranderingen over het algemeen langere tijd vergen, is naar verwachting bij de evaluatie nog geen uitgekristalliseerd beeld te krijgen van de consequenties van de Wet dualisering gemeentebestuur. Daar komt bij dat de wijziging in de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college in de medebewindswetgeving eerst met onderhavig wetsvoorstel tot stand wordt gebracht. Deze overdracht van de bevoegdheidsverdeling vormt mijns inziens een essentieel onderdeel voor het welslagen van de dualisering. De voltooide dualisering van de Gemeentewet is weliswaar een belangrijke stap geweest in de vernieuwing van de organisatie van het lokale bestuur, maar door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt een tweede mijns inziens noodzakelijke stap gezet om in het lokale bestuur de bevoegdheidsverdeling aan te passen aan het dualistische model. Gezien het wederkerige verband lijkt het mij dan ook weinig zinvol om het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden pas in behandeling te nemen na ommekomst van de evaluatie van de Wet dualisering gemeentebestuur.

Hoofdstuk 2 Toetsingskader

Door de leden van de CDA-fractie werd een vraag gesteld met betrekking tot een onderdeel van het toetsingskader. Meer in het bijzonder werd door de leden van de CDA-fractie de vraag opgeworpen wie uiteindelijk bepaalt of er sprake is van een bevoegdheid met een groot belang waarvoor een sterke legitimatie voor de uitvoering van een bevoegdheid noodzakelijk is.

Het betreft hier medebewindswetgeving. Dat wil zeggen dat de formele wetgever bepaalt of een bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders dan wel aan de gemeenteraad wordt toebedeeld. Het bij het wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden uiteengezette toetsingskader biedt dan ook een handvat voor de formele wetgever om te bepalen aan welk gemeentelijk orgaan in een gedualiseerd stelsel een bevoegdheid moet worden toebedeeld. Overigens merk ik op dat het toetsingskader opgevat moet worden als een hulpmiddel om tot een eerste gedachtebepaling te komen met betrekking tot de vraag of een bevoegdheid ofwel aan de gemeenteraad of aan het college van burgemeester en wethouders wordt toebedeeld.

De leden van de PvdA-fractie vroegen zich af waarom is overgegaan tot een wijziging van de terminologie waardoor bestuursbevoegdheden op hoofdlijnen bij de gemeenteraad geconcentreerd blijven.

Bestuursbevoegdheden op hoofdlijnen kunnen als een onderdeel worden gezien van het begrip kaderstelling. In die zin is er geen wijziging met de aanvankelijk gekozen terminologie. Als voorbeeld van bestuursbevoegdheden op hoofdlijnen als onderdeel van het stellen van kaders is door mijn voorganger reeds gewezen op de gemeentelijke planbevoegdheden die bij de gemeenteraad gesitueerd blijven.

De leden van de fractie van GroenLinks vroegen of de regering kan aangeven waar de exacte scheidslijn ligt, en of niet de beslissingen inzake alle onderwerpen die beroering onder de bevolking kunnen veroorzaken en derhalve een sterke democratische legitimatie verdienen, beter bij de gemeenteraad kunnen blijven. Een exacte scheidslijn kan niet worden gegeven. Indien echter gekozen zou worden om alle bestuursbevoegdheden die beroering onder de bevolking kunnen veroorzaken bij de gemeenteraad te laten, wordt geen recht gedaan aan de gedachte van dualisering. Het kan niet zo zijn dat het college van burgemeester en wethouders geen besluiten zou mogen nemen die in een individueel geval beroering kunnen veroorzaken bij de bevolking. Dit laat onverlet dat ervoor gekozen is om enkele bestuursbevoegdheden bij de gemeenteraad geconcentreerd te laten. Zoals eerder gezegd is ten aanzien van deze bestuursbevoegdheden een democratische legitimatie op voorhand van dermate groot belang dat het wenselijk is om ten aanzien van deze bestuursbevoegdheden de gemeenteraad bevoegd te laten. Het oordeel of er sprake is van een dergelijke bestuursbevoegdheid is aan de formele wetgever. De door de GroenLinks-fractie aangevoerde voorbeelden zoals de bevoegdheid tot het ter beschikking stellen van ruimte op gemeentelijke begraafplaatsen aan kerkelijke genootschappen en de vergunningverlening ten aanzien van een bijzonder crematorium, zijn mijns inziens niet zodanige bevoegdheden waarbij op voorhand kan worden gesteld dat in het overgrote deel van de gemeenten beroering zal ontstaan. Mocht in een gemeente hierover beroering ontstaan, dan staat het de raad vrij om ten aanzien van deze twee genoemde voorbeelden kaders te stellen waaraan het college materieel gebonden is.

De leden van de SGP-fractie stelden voorts de vraag of de regering nader inzicht kan geven in de aanpassingen van het toetsingskader die naar aanleiding van door externen aangedragen overwegingen in het voorliggende wetsvoorstel zijn aangebracht. De aanpassing van het toetsingskader betreft het uitgangspunt dat de gemeenteraad bevoegd blijft indien het belang van een sterke democratische legitimatie groot is. In de memorie van toelichting is reeds opgemerkt dat daarvan veelal sprake is voorzover het bevoegdheden betreft met een principieel of levensbeschouwelijk karakter. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State bij dit wetsvoorstel en de toezegging van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdens de behandeling van de Wet dualisering provinciebestuur heeft de regering besloten om dergelijke bestuursbevoegdheden bij de gemeenteraad geconcentreerd te laten. Daardoor kunnen op voorhand de veelal uiteenlopende diverse politieke standpunten die zich ten aanzien van deze besluiten voordoen raadsbreed worden besproken. Het draagvlak voor deze principiële of levensbeschouwelijke besluiten is van zodanig gewicht dat de regering er aan hecht, dergelijke bestuursbevoegdheden bij de gemeenteraad te laten.

Terminologie

De leden van de SGP-fractie vroegen een reactie op de vraag in welke gevallen het niet nodig is om de term «gemeentebestuur» in het wetsvoorstel aan te passen. Ik ben het met deze leden eens dat de helderheid ermee is gediend dat bij toekomstige wetgeving wordt gekozen voor «het college» of «de gemeenteraad» dan wel beide termen als er sprake is van een gedeelde bevoegdheid. Ook in het onderhavige wetsvoorstel is deze terminologische helderheid aangebracht, zoals blijkt uit de bijgevoegde nota van wijziging. Mochten er in het wetsvoorstel bevoegdheden van het gemeentebestuur niet zijn meegenomen, dan zal op grond van het nieuwe artikel 147, derde lid, Gemeentewet het college van burgemeester en wethouders het bevoegde orgaan zijn.

3. Reacties op het wetsvoorstel

De leden van de PvdA-fractie vroegen waarom de Wet voorkeursrecht gemeenten niet in het wetsvoorstel is opgenomen.

De Wet voorkeursrecht gemeenten is geëvalueerd. Deze evaluatie zal tot aanpassingen van de wet leiden. Daarbij zal de wet ook worden aangepast aan de Algemene wet bestuursrecht. Indien in het onderhavige wetsvoorstel de Wet voorkeursrecht gemeenten zou worden opgenomen, dan zou het afzonderlijke wetgevingsproces van de Wet voorkeursrecht gemeenten nodeloos ingewikkeld worden. Tijdens de aanpassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten zullen uiteraard ook de gevolgen van de dualisering van het gemeentebestuur worden meegenomen.

4. Overgangsbepalingen en inwerkingtreding

De leden van de CDA-fractie waren met het kabinet van mening, dat het goed mogelijk is om de overheveling van een groot aantal bestuursbevoegdheden in medebewind plaats te laten vinden in een lopende raadsperiode. De leden van de PvdA-fractie wezen er op dat de Raad van State pleit voor een redelijke overgangstermijn om op lokaal niveau de verordeningen aan te passen. Zij meenden dat de regering dit advies niet heeft overgenomen vanwege het feit dat een wettelijke fictie «ver weg is van de realiteit». In dit verband vroegen deze leden of bij dit besluit ook rekening is gehouden met de dagelijkse realiteit van gemeenten dat aanpassingen tijd kosten en dat het voor het proces van dualisering ook goed is dat zulks stapsgewijs kan plaatsvinden. Ook de leden van de GroenLinks-fractie en de SGP-fractie vroegen in verschillende bewoordingen naar de mogelijkheden om een overgangsregeling voor verordeningen vast te stellen. Ten slotte vroegen de leden van de SGP-fractie in hoeverre de inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel aan een bepaalde datum is gebonden.

Dit wetsvoorstel voorziet in een inwerkingtreding bij koninklijk besluit (artikel LXXV). Zoals in de memorie van toelichting is aangegeven wordt gestreefd naar een inwerkingtreding na zes maanden na de plaatsing van deze wet in het Staatsblad. Met de termijn van zes maanden is een balans gevonden tussen enerzijds het belang dat onderhavige wet zo spoedig mogelijk in werking treedt, en anderzijds het belang dat gemeenten voldoende tijd hebben om hun verordeningen en interne werkwijze aan te passen. Het feit dat het wetsvoorstel voorziet in een behoefte van veel gemeenten om bij medebewindstaken helderheid te hebben over de toedeling van verantwoordelijkheden, maakt tevens dat het goed mogelijk is om het wetsvoorstel een half jaar na de plaatsing in het Staatsblad in werking te laten treden. Overigens is de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel niet aan een bepaalde datum of termijn gebonden, zo antwoord ik de leden van de SGP-fractie. Wel acht ik het voor het succes van de gehele dualiseringsoperatie van grote betekenis als de overheveling van bevoegdheden in medebewind binnen afzienbare termijn plaatsvindt. Voor het realiseren van een volwaardige dualistische werkwijze binnen gemeenten is het immers van belang dat de gemeenteraad niet langer belast is met een aanzienlijke bestuurstaak. Een aanzienlijke bestuurstaak valt niet goed te combineren met de controlerende taak van de raad. Bovendien zijn de bestuurstaken die in dit wetsvoorstel van de raad aan het college worden overgedragen niet goed te vervullen door een vertegenwoordigend orgaan. Besluiten die verband houden met deze taken zijn thans veelal als hamerstuk op de agenda van de raadsvergadering opgenomen, dan wel zijn zij aan het college gedelegeerd.

Het voorgaande betekent dat de gemeenten ruim zes maanden de tijd hebben om hun verordeningen aan te passen. Het wetsvoorstel voorziet namelijk niet in een overgangsregeling voor verordeningen. Een overgangsregeling voor verordeningen acht ik ook niet goed mogelijk. Dit wetsvoorstel wijzigt immers de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college op verschillende terreinen. Indien een bepaalde bevoegdheid op grond van een formele wet naar het college wordt overgedragen, terwijl een verordening ervan uit gaat dat de bevoegdheid bij de raad berust, dan zullen de desbetreffende bepalingen uit de verordening onverbindend zijn.

De leden van de CDA-fractie ontvingen graag een overzicht van de stand van zaken van de aanpassing van de modelverordeningen. In dit verband vroegen zij of de implementatie van dit voorstel conform de planning verloopt. In het verlengde hiervan vroegen de leden van de SGP of de VNG in staat is om de modelverordeningen op een zodanig moment voor de gemeenten beschikbaar te hebben dat er voor de gemeenten voldoende tijd resteert om aan de hand van de aangereikte modellen zelfstandig via een normale procedure tot wijziging van de medebewindsverordeningen te komen. De leden van de SGP-fractie wezen er daarbij op dat de aanpassing van de gemeentelijke medebewindsverordeningen met het oog op de noodzakelijke zorgvuldigheid niet onder tijdsdruk tot stand mag komen.

De VNG heeft inmiddels de modelverordeningen die in verband met onderhavig wetsvoorstel aangepast moeten worden geïnventariseerd. Het gaat om ongeveer dertig modelverordeningen. Momenteel wordt er bij de VNG hard aan gewerkt om deze modelverordeningen aan te passen. Er wordt naar gestreefd om de modelverordeningen in ieder geval voor de plaatsing van de wet in het Staatsblad gereed te hebben. Op deze manier hebben gemeenten de volle zes maanden om de modellen toe te passen en te gebruiken om hun eigen verordeningen aan te passen. Bij ledenbrief van 11 juni 2003 heeft de VNG overigens een Handleiding dualisering gemeentelijke verordeningen naar de gemeenten gestuurd met daarin algemene aanwijzingen voor de aanpassing van de verordeningen in verband met dualisering, derhalve ook voor aanpassing van verordeningen waarvoor de VNG geen model heeft of die geen betrekking hebben op de uitoefening van een bevoegdheid in medebewind. Door de VNG was namelijk geconstateerd dat veel gemeenten al aan de slag wilden met hun verordeningen. Uiteraard zal bij gemeenten enige tijd nodig zijn om de wijzigingen in de modelverordeningen van de VNG die een relatie hebben met dit wetsvoorstel te implementeren. Het is moeilijk te zeggen hoeveel tijd de aanpassingen zullen kosten. Ik merk echter wel op dat de wijzigingen niet van inhoudelijke aard zijn. Een politieke discussie over de wijzigingen ligt daarom niet in de rede. Overigens heb ik er wel oog voor dat een kleine wijziging mogelijk aangegrepen wordt om ook andere wijzigingen in de verordeningen door te voeren. In bepaalde gevallen zullen deze extra wijzigingen mogelijk een politieke discussie opleveren. Gemeenten zullen hier zelf alert moeten zijn dat de toevoegingen er niet toe leiden dat de termijn van zes maanden niet gehaald zal worden. Al met al ben ik gelet op het voorgaande van oordeel dat een termijn van zes maanden toereikend zal zijn om de verordeningen aan te passen.

5. Financiële gevolgen

De leden van de CDA-fractie vroegen of er sprake kan zijn van incidentele kosten in verband met onder andere het aanpassen van raadsverordeningen. Deze leden vroegen tevens of het correct is dat deze kosten niet gebracht kunnen worden onder de kosten die in het kader van de Vernieuwingsimpuls worden gemaakt. De leden van de CDA-fractie wezen er voorts op dat in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2004 wordt voorgesteld 50 miljoen euro ter beschikking te stellen voor een aantal knelpunten, waaronder de kosten van dualisering op gemeentelijk niveau. Deze leden vroegen de regering aan te geven welk deel van het bedrag van 50 miljoen euro zal worden bestemd voor de dualisering op lokaal niveau. De leden van de GroenLinks-fractie wilden weten of de extra kosten die als gevolg van het aanpassen van verordeningen voor gemeenten ontstaan, door het rijk zullen worden (mee-) gefinancierd.

Het is juist, zoals de leden van de CDA-fractie veronderstelden, dat gemeenten door dit wetsvoorstel incidentele kosten zullen moeten maken voor de aanpassing van gemeentelijke verordeningen. Deze incidentele kosten bestaan hoofdzakelijk uit de arbeidskosten van de ambtenaren die de aanpassingen van de gemeentelijke verordeningen moeten voorbereiden.

Die kosten kunnen, zo beantwoord ik de leden van de CDA-fractie, niet gebracht worden onder de kosten die in het kader van de Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie worden gemaakt. De Vernieuwingsimpuls heeft immers ten doel een cultuurverandering onder gemeenten te stimuleren. De gelden van de Vernieuwingsimpuls worden uitsluitend voor dit doel ingezet en komen niet ten goede van het gemeentefonds. Gemeenten kunnen dus de gelden van de Vernieuwingsimpuls niet aanwenden ter compensatie van de kosten van dualisering. Het bedrag van 50 miljoen euro betreft een structurele toevoeging aan het Gemeente- en Provinciefonds. Op dit moment is nog niet bekend welk deel van genoemd bedrag beschikbaar wordt gesteld ter compensatie van de kosten van dualisering voor gemeenten en provincies. Hierover zal nog bestuurlijk overleg plaatsvinden met het Interprovinciaal Overleg en de VNG. Het is echter de bedoeling dat zodanig gedeelte van het bedrag zal dienen ter compensatie van de kosten in verband met dualisering, dat daarmee de discussies over die compensatie volledig worden opgelost. Overigens ga ik er van uit dat de kosten die door gemeenten gemaakt moeten worden in verband met de aanpassing van de verordeningen slechts gering zullen zijn en uit het bedrag dat nog zal worden toegevoegd aan het gemeentefonds in verband met dualisering kunnen worden begrepen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Hoofdstuk 2 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel VIII: Wet rampen en zware ongevallen

De leden van de PvdA-fractie waren van mening dat de bevoegdheid tot het vaststellen van het gemeentelijke rampenplan toebehoort aan de gemeenteraad. Dit is namelijk in lijn met de gemaakte afspraken in het kader van de rolversterking van de gemeenteraden bij de rampenbestrijding. Wat zijn de overwegingen van de regering geweest om deze bevoegdheid toch bij het college van burgemeester en wethouders neer te leggen, zo vroegen deze leden. Ten aanzien van de Wet rampen en zware ongevallen vroegen ook de leden van de GroenLinks-fractie de regering nogmaals uiteen te zetten waarom ervoor gekozen wordt deze bevoegdheid bij het college van burgemeester en wethouders neer te leggen. Met de VNG meenden deze leden dat de rampenplannen door de gemeenteraad dienen te worden goedgekeurd, waardoor deze (mede-)verantwoordelijkheid draagt bij rampzalige gebeurtenissen als in Enschede en Volendam.

In het kader van de parlementaire behandeling van het Wetsvoorstel kwaliteitsbevordering rampenbestrijding (Kamerstukken II, 2002–2003, 28 644) is de rol van de gemeenteraad ten aanzien van het gemeentelijke rampenplan uitgebreid aan de orde geweest. Op verzoek van de leden van de PvdA-fractie en de GroenLinks-fractie besteed ik daar ook in dit verband aandacht aan. Overigens wijs ik erop dat de betreffende aanpassingen reeds bij genoemd wetsvoorstel, dat inmiddels door de Tweede Kamer is aanvaard, zijn aangebracht en daarom in het onderhavige wetsvoorstel zullen komen te vervallen (zie nota van wijziging).

In het kabinetsstandpunt Vuurwerkramp is aangegeven dat gemeenten zullen worden verplicht om risico-inventarisaties te maken voor het opstellen van rampbestrijdingsplannen. Tevens is aangegeven dat de rol van de gemeenteraad bij de voorbereiding van de rampenbestrijding moet worden versterkt. Het rampenplan, dat op dit moment door de gemeenteraad wordt vastgesteld, zal na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel kwaliteitsbevordering rampenbestrijding door het college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld. Deze wijziging vloeit voort uit de dualisering van het gemeentebestuur en past binnen de wens de raad een sterkere positie ten aanzien van de voorbereiding van de rampenbestrijding te geven.

Het college zal ten minste eenmaal per vier jaar een rampenplan moeten vaststellen, waarin de in de gemeente aanwezige risico's worden geïnventariseerd en geanalyseerd. Op basis van die analyse wordt aangegeven voor welke risico's de burgemeester ten minste een rampbestrijdingsplan moet opstellen en op welke termijn (beide aspecten worden nieuw geïntroduceerd met het wetsvoorstel Kwaliteitsbevordering rampenbestrijding). Beide plannen worden bij vaststelling of actualisatie aan de raad voorgelegd. Door de gekozen actualiseringstermijn wordt de gemeenteraad ten minste één maal in haar zittingsperiode met deze plannen geconfronteerd. Het voorgaande betekent in veel gemeenten al een belangrijke stap voorwaarts.

Op basis van de in het rampenplan opgenomen risico-inventarisatie kan de gemeenteraad zich een oordeel vormen over de in het rampenplan aangegeven keuze met betrekking tot de vaststelling van rampbestrijdingsplannen. Zodoende wordt de gemeenteraad nadrukkelijker bij het veiligheidsbeleid betrokken en wordt uitvoering gegeven aan het voornemen om de rol van de gemeenteraad bij de voorbereiding van de rampenbestrijding te versterken.1

Indien de gemeenteraad van oordeel is dat het door het college (of de burgemeester) vastgestelde plan niet voldoet, kan de raad hen verzoeken het betreffende plan aan te passen. Het college en de burgemeester leggen daarmee dus verantwoording af over het door hen gevoerde beleid, hetgeen past in het duale bestel. Een goedkeuringsvereiste zoals door de leden van de GroenLinks-fractie voorgesteld past mijns inziens minder goed in dat systeem.

Hoofdstuk 3 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Artikel XI: Monumentenwet 1988

De leden van de PvdA-fractie vroegen waarom artikel 15 van de Monumentenwet niet is meegenomen omdat dit naar hun oordeel tot tegenstrijdigheden in de wetgeving leidt.

Met de leden van de PvdA-fractie ben ik van mening dat de bevoegdheid tot het instellen van een gemeentelijke adviescommissie ten behoeve van de uitvoering van beleid (vergunningverlening) volgens het duale denken behoort tot de competentie van burgemeester en wethouders. Artikel 15 van de Monumentenwet 1988 wijkt niet van dit denken af, daar dit artikel het alleen heeft over de inschakeling van de monumentencommissie door de gemeenteraad en niet over de instelling van deze commissie. Omdat artikel 15 van de Monumentenwet 1988 de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om een dergelijke commissie in te stellen onverlet laat, behoeft dit artikel geen aanpassing.

De leden van de GroenLinks-fractie vroegen waarom de bevoegdheid tot het uitbrengen van een advies aan de minister met betrekking tot de aanwijzing van een beschermd monument van de gemeenteraad naar het college overgaat, met het oog op beslissingen die een sterke democratische legitimatie verdienen.

In de memorie van toelichting bij het onderhavige wetsvoorstel staat dat de gemeenteraad het aangewezen orgaan is als het belang van een sterke democratische legitimatie van de uitoefening van een bepaalde bevoegdheid groot is. In deze memorie van toelichting staat ook dat hiervan vooral sprake zal zijn bij bevoegdheden met een levensbeschouwelijk of principieel karakter. Het advies aan de minister over de aanwijzing van een monument heeft geen levensbeschouwelijk of principieel karakter. De gemeente adviseert immers over de vraag in hoeverre, naar hun oordeel, een pand van monumentale waarde is in de zin van de Monumentenwet 1988. Daarbij kan de gemeente andere belangen naar voren brengen die de minister moet betrekken bij de uiteindelijke beslissing. Hierbij kan gedacht worden aan belangen die veelal zullen liggen op het terrein van de ruimtelijke ordening en dergelijke.

Artikel XII: Wet educatie beroepsonderwijs; Artikel XV: Wet op het Primair Onderwijs; Artikel XVII: Wet op het voortgezet onderwijs

De vragen van de leden van de GroenLinks-fractie en van de leden van de PvdA-fractie die een tegenstrijdigheid signaleren t.a.v. het gemeentelijk beleid bij verzelfstandiging van het openbaar onderwijs, zijn aanleiding geweest om onderdeel W van artikel XV (WPO) en onderdeel P van artikel XVII (WVO) bij nota van wijziging te schrappen.

Artikel XII: Wet educatie en beroepsonderwijs B en C Artikel 2.3.3. en 2.3.4.

De leden van de CDA-fractie vroegen om een nadere motivering van het standpunt dat toewijzing aan het college van de bevoegdheid om de rijksbijdrage ten behoeve van educatie, te verdelen over de instellingen die daarvoor in aanmerking komen wenselijk is en niet in strijd met het budgettaire primaat van de raad omdat er een beperkte beleidsvrijheid bij de besteding bestaat. Deze leden vroegen of, juist omdat er een mate van bestedingsvrijheid is, het niet meer in overeenstemming met de criteria van het toetsingskader is, deze verantwoordelijkheid bij de raad te leggen.

Naar het oordeel van ondergetekende is in deze situatie in de eerste plaats uitvoering aan de orde; de verdeling vraagt beleidsinhoudelijke afwegingen die, in lijn met de doelstelling van de dualisering, tot de taak van het college behoren. Ik zie daarom geen aanleiding in het voorstel de toedeling te wijzigen.

Artikel XII: Wet educatie en beroepsonderwijs E Artikel 8.3.2

De leden van de CDA-fractie oordeelden dat het vaststellen van streefcijfers met betrekking tot het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, een onderwerp betreft dat politiek veel aandacht heeft en past binnen de kaderstellende bevoegdheid van de gemeenteraad en zij vroegen of deze bevoegdheid niet beter daar kan worden neergelegd.

In het zevende lid van de huidige tekst van het betreffende artikel wordt de formulering «het gemeentebestuur» gehanteerd. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat het aan de afzonderlijke gemeenten wordt overgelaten, te kiezen bij welk gemeentelijk orgaan het vaststellen van streefcijfers tot terugdringing van voortijdig schoolverlaten worden belegd. In de nota van wijziging heb ik dit uitgesplitst in «gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders». Gelet op het feit dat het om streefcijfers gaat, is naar mijn oordeel van een kaderstellende taak slechts zijdelings sprake en is deze niet van een zodanig zwaarwegend belang dat er bezwaar tegen zou moeten bestaan dat, in lijn met de doelstelling van de dualisering, thans de keuze wordt gemaakt deze taak op het niveau van het college te beleggen.

XIII, B, artikel 67; XV, B, artikel 65

De leden van de fractie van GroenLinks vroegen waarom de bevoegdheid tot het indelen van het grondgebied van de gemeente in schoolwijken van de gemeenteraad naar het college overgaat terwijl voor die beslissing toch een sterke legitimatie gewenst is; de leden van de CDA-fractie suggereerden een heroverweging van dat voorstel. Heroverweging heeft er toe geleid dit voorstel aan te passen en de onderdelen B van artikel XIII (WEC) en B van artikel XV (WPO) bij nota van wijziging te schrappen.

XIII, T en W, artikelen 153 en 157; XV, DD en GG, artikelen 166 en 171

De leden van de fractie van GroenLinks vroegen naar de reden om de bevoegdheid tot het vaststellen en evalueren van OALT- en GOA-plannen bij het college te leggen.

Met de leden van deze fractie ben ik van oordeel dat de legitimatie van beslissingen op dit terrein het sterkst is indien deze beslissingen bij de raad blijven berusten; daarom zijn bij nota van wijziging alsnog de onderdelen T en W van artikel XIII (WEC), de onderdelen DD en GG van artikel XV (WPO) en onderdeel S van artikel XVII (WVO) geschrapt.

Artikel XV: Wet op het primair onderwijs

De leden van de SGP-fractie constateerden dat in een aantal wetten aanpassingen achterwege blijven omdat binnenkort om andere reden een wijziging is voorzien en zij vroegen in dat verband naar de redenen van wijziging van de artikelen 171 tot en met 175 van de WPO.

In het wetsvoorstel met Kamerstuknummer 29 019 wordt inderdaad voorgesteld de afdelingen 11 (artikelen 171 tot en met 176) van de WPO en 10 (artikelen 157 tot en met 162) van de WEC die betrekking hebben op onderwijs in allochtone levende talen (OALT), te laten vervallen. Er is echter samenhang met de wijzigingsvoorstellen die betrekking hebben op GOA. Daarom zijn de vergelijkbare wijzigingen op deze beide terreinen in het onderhavige wetsvoorstel opgenomen.

Artikel XVI: Wet op het specifiek cultuurbeleid

De leden van de fractie van GroenLinks vroegen waarom de bevoegdheid tot het instellen van een contributie voor jongeren onder 18 voor openbare bibliotheken, van de gemeenteraad naar het college overgaat.

Een voor iedereen toegankelijk stelsel van openbare bibliotheken is essentieel voor onze samenleving. Mede daarom worden in de Wet op het specifiek cultuurbeleid grenzen gesteld aan de hoogte van de contributie van jongeren tot 18 jaar. De contributie bedraagt ten hoogste de helft van de contributie die wordt geheven van personen die 18 jaar of ouder zijn. In de praktijk verlenen de meeste gemeenten aan een groot deel van deze groep contributievrijdom. De beslissing of er een contributie wordt geheven, ligt op dit moment bij het gemeentebestuur. In het kader van de dualisering van gemeentebesturen wordt de bevoegdheid om binnen de grenzen van de regels van deze wet contributie te heffen, gezien als uitvoering van beleid en wordt daarom voorgesteld deze bevoegdheid te laten toevallen aan het college.

Hoofdstuk 4 Ministerie van Financiën

Artikel XIX: Wet op het consumentenkrediet

De leden van de GroenLinksfractie vroegen, met het oog op beslissingen over onderwerpen die beroering onder de bevolking kunnen veroorzaken en daarom een sterke democratische legitimatie verdienen, waarom de bevoegdheid tot het instellen en opheffen van een gemeentelijke bank van lening dan wel kredietbank, van de gemeenteraad naar het college overgaat. Ik ben tot het inzicht gekomen dat deze bevoegdheid een eenmalige beslissing betreft waarmee veel geld gemoeid kan zijn. Gelet op deze gedachte ben ik van mening dat het hier een bevoegdheid betreft waarvoor een sterke democratische controle wenselijk is. Om die reden wordt deze bevoegdheid bij de raad gelaten.

Hoofdstuk 6 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel XXIII: Onteigeningswet

De leden van de GroenLinks-fractie vroegen naar de reden van het wijzigen van de Onteigeningswet. Zij meenden dat zolang het Onteigeningsbesluit een bevoegdheid van de raad blijft, de voorbereiding en de uitvoering daarvan naar het college van burgemeester en wethouders kan worden overgedragen. Bij nader inzien ben ik het met deze opvatting eens. Voorbereidings- en uitvoeringsbesluiten zijn bevoegdheden die bij het college van burgemeester en wethouders worden geconcentreerd. In de nota van wijziging heb ik deze zienswijze vastgelegd.

Artikel XXVI: Wet geluidhinder

De leden van de fractie van GroenLinks meenden dat beslissingen die beroering onder de bevolking kunnen veroorzaken een sterke democratische legitimatie verdienen. Het is de vraag of deze omstandigheid zich voordoet bij de bevoegdheid waar het hier om gaat: het vaststellen van de gemeentelijke geluidsniveaukaart. In de memorie van toelichting is al aangegeven dat het hier bij uitstek om een uitvoerende handeling gaat. Daaraan kan worden toegevoegd dat in de praktijk van de hier bedoelde bevoegdheid nauwelijks gebruik wordt gemaakt. In de enkele gevallen waarin dat wel het geval was, is in elk geval niet gebleken van beroering.

Artikel XXVII: Wet Milieubeheer

De leden van de CDA-fractie merkten op dat gemeenten niet verplicht zijn tot het opstellen van een milieubeleidsplan, terwijl het opstellen van het milieuprogramma wel verplicht is, en vroegen zich met het oog hierop af op welke wijze de raad de kaderstellende verantwoordelijkheid voor het milieubeleid van de gemeente zou moeten invullen indien de raad niet kiest voor het opstellen van een milieubeleidsplan. De leden van de fractie van GroenLinks meenden dat beslissingen over onderwerpen die beroering onder de bevolking kunnen veroorzaken een sterke democratische legitimatie verdienen en vroegen zich daarom af waarom de bevoegdheid tot het vaststellen van het gemeentelijke milieuprogramma, alsmede het beleid ten aanzien van de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (frequentie, inzamelplekken en bedrijfsafval) van de gemeenteraad naar het college van B&W overgaat.

Voornoemde vragen hebben betrekking op artikelen in het wetsvoorstel, die bij nota van wijziging worden gewijzigd. Onderdeel A, onder 2, van de nota van wijziging behelst een wijziging van onderdeel C van artikel XXVII van het wetsvoorstel. De in dit onderdeel opgenomen wijzigingen van het eerste en het derde lid van artikel 4.20 van de Wet milieubeheer komen te vervallen. Daardoor blijft de gemeenteraad in voornoemde bepalingen het bevoegde orgaan. Onderdeel A, onder 4 tot en met 8, van de nota van wijziging betreffen wijzigingen van de onderdelen H tot en met M van artikel XXVII van het wetsvoorstel. Het resultaat van deze wijzigingen is dat in de in deze onderdelen opgenomen artikelen uit de titels 10.4 en 10.5 van de Wet milieubeheer, zowel de gemeenteraad als het college burgemeester en wethouders aangewezen worden als bevoegd orgaan. In de toelichting bij de nota van wijziging zijn de achtergronden bij voornoemde wijzigingen in het wetsvoorstel nader uitgewerkt.

Artikel XXVIII: Wet op de stads- en dorpsvernieuwing

De leden van de fractie van GroenLinks meenden dat beslissingen over onderwerpen die beroering onder de bevolking kunnen veroorzaken een sterke democratische legitimatie verdienen en vroegen zich daarom af waarom de bevoegdheid tot het betrekken van de bewoners bij het beleid inzake stadsvernieuwing van de gemeenteraad naar het college van B&W overgaat.

In artikel 8 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing is voorgeschreven dat bij de voorbereiding van beleid inzake de stadsvernieuwing de bevolking wordt betrokken. Dit moet gebeurenop basis van een door de gemeenteraad vastgestelde verordening overeenkomstig artikel 150 Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. Het gaat hier om het betrekken van de bevolking in de fase voorafgaande aan de formulering van dat stadsvernieuwingsbeleid en het vastleggen ervan in een ontwerp – stadsvernieuwingsplan of een ontwerp-leefmilieuverordening. Dit is dus de voorfase waarin wordt geïnventariseerd wat er onder de bevolking aan ideeën en wensen leeft over stadsvernieuwing in een bepaald gebied. Het ligt in de rede burgemeester en wethouders deze inventarisatie te laten uitvoeren. Na deze inventarisatie, en na het voorgeschreven onderzoek en vooroverleg wordt vervolgens een ontwerp-plan of verordening opgesteld en ter inzage gelegd. Daarmee begint de officiële totstandkomingsprocedure van een stadsvernieuwingsplan of een leefmilieuverordening. Op deze stadsvernieuwingsmaatregelen is vervolgens na de terinzagelegging van het ontwerp de inspraak ingevolge de Awb voorgeschreven. De gemeenteraad stelt dan vervolgens de stadsvernieuwingsmaatregel vast en geeft daarbij een reactie op ingekomen zienswijzen.

Hoofdstuk 8 Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Artikel XXXIX: Wegenverkeerswet 1994

De leden van de GroenLinks-fractie stelden een aantal vragen met betrekking tot de over te hevelen bevoegdheden van verkeersbesluiten in de Wegenverkeerswet. De bevoegdheden tot het nemen van verkeersbesluiten die in het wetsvoorstel worden overgeheveld van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders, hebben veelal een uitvoerend karakter. Uiteraard kan de gemeenteraad door middel van kaderstelling en het controleren van het verkeersbeleid van het college aangeven hoe dit beleid moet worden beoordeeld.

Artikel XXXVI: Verenwet

De leden van de GroenLinks-fractie vroegen waarom de bevoegdheid tot het vaststellen van veergelden van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders overgaat.

Het vaststellen van de hoogte van de veergelden is in normale gevallen een exclusieve aangelegenheid van de veerexploitant. Alleen in het bijzondere geval dat een veer wordt ondernomen op basis van een veerrecht, zijnde een voor de Napoleontische tijd verkregen recht om met uitsluiting van anderen een veer te exploiteren, kent de Verenwet een situatie waarin de overheid zich met de tarieven bemoeit. Het gaat daarbij om het geval dat bij de verlening van het veerrecht (dus eeuwen geleden) is bepaald welke prijzen er zouden gelden. Daarbij is dan veelal geen rekening gehouden met allerlei maatschappelijk ontwikkelingen, zoals de inflatie, de veranderingen in het geldstelsel en de veranderingen in het voertuigenpark. Om in deze tijd rechtens verantwoord veergelden te innen, is in de Verenwet de mogelijkheid gecreëerd voor een soort bijzondere vorm van ontheffing. In het kader van de dualiseringsgedachte waarbij uitvoeringsbevoegdheden, zoals het verlenen van een ontheffing, aan het dagelijks bestuur van een gemeente wordt toebedeeld, wordt daarom het college aangewezen als bevoegde bestuursorgaan daartoe.

Hoofdstuk 10 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Artikel LVI: Algemene bijstandswet

De leden van de CDA-fractie gaven aan dat zij ervan uitgaan dat het voorliggende wetsvoorstel nog wordt aangepast als gevolg van de vaststelling van de Wet werk en bijstand. Bedoelde aanpassing is – dit in antwoord op de vraag van deze leden wanneer zij een nota van wijziging op dit punt tegemoet kunnen zien – in bijgaande nota van wijziging vervat.

De leden van de GroenLinks-fractie vroegen waarom het vaststellen van een plan en beleidsverslag ter uitvoering van de Algemene Bijstandswet van het gemeentebestuur naar het college van burgemeester en wethouders overgaat. De onderhavige wijziging van artikel 118, eerste lid, van de Algemene bijstandswet komt, zoals uit bijgaande nota van wijziging blijkt, te vervallen. In het kader van de Wet werk en bijstand is erin voorzien dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt. Kortheidshalve attendeer ik in dit verband op de artikelen 8, 8a, 30 en 47 van de Wet werk en bijstand.

Hoofdstuk 11 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Artikel LXVIII: Wet ambulancevervoer

De leden van de GroenLinks-fractie vroegen waarom de bevoegdheid tot de instelling en het instandhouden van een centrale ambulancepost van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders overgaat. Hiertoe is gekozen aangezien het hier een bevoegdheid betreft voor een nadere invulling van een provinciale bevoegdheid. Artikel 5, eerste lid, Wet ambulancevervoer, geeft slechts een bevoegdheid indien op provinciaal niveau op grond van artikel 4, eerste lid, Wet ambulancevervoer is besloten dat er een ambulancepost dient te zijn. Indien dit gebied het grondgebied van één gemeente betreft, dient het college te besluiten tot de instelling en de instandhouding van een ambulancepost. Voorts wil ik er op wijzen dat het hier een uitvoerende bevoegdheid betreft.

Artikel LXIX: Wet collectieve preventie volksgezondheid

De leden van de PvdA-fractie en de GroenLinks-fractie vroegen waarom de bevoegdheid van artikel 3b Wet collectieve preventie volksgezondheid, inhoudende het vaststellen van een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid, van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders wordt overgeheveld. Ik heb daartoe besloten na het advies van de Raad van State. De Raad overtuigde mij met het argument dat het college ook het bevoegde orgaan dient te zijn betreffende het opstellen van de nota waarin de uitvoering van de eigen taken wordt bepaald.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Th. C. de Graaf

BIJLAGE Wetsvoorstel dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden (overzicht na nota van wijziging)

Schematisch overzicht per wet van overgaande taken en bevoegdheden van de gemeenteraad en/of gemeentebestuur Tenzij anders aangegeven wordt het thans bevoegde orgaan vervangen door (het college van) burgemeester en wethouders

Hoofdstuk 1 Ministerie van Justitie

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Burgerlijk Wetboek (boek 1)112GemeentebesturenDoorgeven van natuurlijk persoon van wijziging van zijn woonplaats
  16d GemeentebestuurTreffen van voorzieningen t.b.v. de taakuitoefening door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
  2431GemeentebestuurInlichtingen verschaffen aan de Raad voor de Kinderbescherming
      
2Wet rechten burgerlijke stand51GemeenteBeschikbaar stellen van een lokaal in het huis der gemeente t.b.v. huwelijksvoltrekking/partnerregistratie.

Hoofdstuk 2 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Brandweerwet 198512GemeenteraadRegelen van de organisatie, etc. van de gemeentelijke brandweer.
  31GemeentebestuurOp last van GS treffen van een gemeenschappelijke regeling t.b.v. de hulpverlening bij een ongeval of ramp.
   2a,b,cGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 1, tweede lid.
  62GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
  81GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
  92GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
  135GemeentebestuurDoor aangewezen inrichting geïnformeerd worden over de sterkte van de bedrijfsbrandweer.
2Financiële-verhoudingswet121Gemeente (wordt gemeenteraad)De minister om een aanvullende uitkering verzoeken (art. 12 status).
3Wet algemene regels herindeling52GemeentebestuurTer inzage leggen van het herindelingsontwerp en het in ontvangst nemen van zienswijzen m.b.t. ter inzage gelegde herindelingsontwerp.
  211Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad en college van burgemeester en wethoudersZienswijzen ten aanzien van een herindelingsontwerp van burgers kenbaar maken aan het college van burgemeester en wethouders. Daarna stuurt het college een defintief herindelingsontwerp aan de gemeenteraad.
  302GemeentebestuurBekendmaking welke voorschriften gelden voor het toegevoegde gebied na herindeling.
  471GemeentebestuurVan GS aanwijzingen krijgen ten behoeve van het comptabel beheer in verband met de overgang van gebied.
  681GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging van de in dit artikel genoemde onderwijswetten.
  703GemeentebestuurInzage in de gemeentearchieven waartoe gebied behoorde.
  711,3GemeentebestuurBewoners die overgaan naar een nieuwe gemeente in het GBA overschrijven.
  71a GemeentebestuurGBA persoons- en archiefregister aan de nieuwe gemeente overdragen.
4Wet bevordering integriteitsbeoordelingen71, 3GemeentebestuurIntrekkings- en weigeringsbevoegdheid van een vergunning.
      
5Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens803GemeentebestuurAan verzoeker mededeling doen over bepaalde gegevens die op zijn persoonlijst zijn opgenomen.
  962GemeentebestuurOp verzoek GBA-gegevens aan het regionale politiekorps verstrekken.
      
6Wet op de lijkbezorging362Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Uitoefenen van de verordenende bevoegdheid.
  391GemeenteraadAan een kerkgenootschap een deel van de gemeentelijke begraafplaats ter beschikking stellen.
  402GemeenteraadMaatregelen voorschrijven die nodig zijn om grond geschikt te maken om als begraafplaats te kunnen dienen.
   4GemeentebestuurZorgdragen dat een kerkgenootschap grond t.b.v. een begraafplaats in eigendom kan verwerven.
  432GemeenteraadBesluiten tot sluiting van een gemeentelijke begraafplaats.
  44 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 43, tweede lid.
  53 GemeenteraadVergunning verlenen voor het vestigen etc. van een bijzonder crematorium.
  552GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 53.
      
7Wet rampen en zware ongevallen3 GemeenteraadVaststellen gemeentelijk rampenplan.
  52N.v.t. Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
  61,2,3GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
8Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen122Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders)Regeling en bestuur vordering ter verzekering van goede uitvoering van Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen

Hoofdstuk 3 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Archiefwet 199531 GemeenteraadAanwijzen gemeentelijke archiefbewaarplaats.
  323GemeenteraadBenoemen van de gemeentearchivaris.
      
2Mediawet422GemeenteBevorderen samengaan van de verschillende lokale (= gemeentelijke) omroepinstellingen.
   3Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 43, eerste lid.
   8Gemeentebestuur (wordt gemeente)Zendtijd wordt niet langer aan het gemeentebestuur maar aan de gemeente toegewezen.
  431,2Gemeente (wordt gemeenteraad)Uitbrengen advies aan het commissariaat van de Media of een lokale omroepinstelling aan de wettelijke eisen voldoet.
3Monumentenwet 198832GemeenteraadUitbrengen advies aan Minister OCenW m.b.t. aanwijzing beschermd monument.
   5,6GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, tweede lid.
  4 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, tweede lid.
  222GemeenteraadVaststellen hoogte schadevergoeding voor geleden schade a.g.v. weigeren vergunning tot afbreken, wijzigen, etc. van een beschermd monument, of a.g.v. de aan de vergunning verbonden voorschriften.
  343GemeentebestuurBetrokken worden bij het verstrekken van de subsidie van de minister van OCW voor het herstel en de instandhouding van beschermde monumenten.
      
4Wet beheersing huisvestings- Voorzieningen k.o.-l.o.52GemeentebestuurTer beschikking stellen van een lokaal aan een bijzondere school.
  85GemeentebestuurOverleg met de minister in verband met ter beschikking stellen van huisvesting.
      
5Wet educatie en beroepsonderwijs1.1.2hGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2.3.4.
  2.3.21GemeentebestuurGeïnformeerd worden door Minister OCenW over de jaarlijkse rijksbijdrage.
  2.3.3. GemeentebestuurBesluiten over de verdeling van de rijksbijdrage.
  2.3.4.1GemeentebestuurSluiten van een overeenkomst met bestuur van een onderwijsinstelling i.v.m. de uitbeta- ling van de door de gemeenten ontvangen rijksbijdrage.
   2fGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2.3.4., eerst lid.
  2.3.61GemeentebestuurZorg dragen voor een goede administratie.
  3.1.1. 1GemeentebestuurOverleg plegen met de ministers van OCenW en LNV.
  8.3.23GemeentebestuurAanwijzen contactgemeente die voor de regio coördinerende taken vervult met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
   4GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 8.3.2, derde lid.
   5GemeentebestuurTekstuele aanpassing i.v.m. congruentie met art. 8.3.2., het eerste lid (B&W ondernemen activiteiten met het oog op de bestrijding van voortijdig schoolverlaten).
   6GemeenteraadAanwijzen van personen aan wie het bevoegd gezag alle gegevens dient te verschaffen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
   7Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad of college van burgemeester en wethouders)Vaststellen streefcijfers van te behalen resultaten m.b.t. het terugdringen van voortijdig schoolverlaten.
      
6Wet op de expertisecentra281N.v.t. (raad wordt toegevoegd)Explicitering dat de besluitvorming van de zijde van de gemeente inzake het instandhouden van een openbare school d.m.v. een samenwerkingsschool plaats vindt door de gemeenteraad.
  692GemeenteraadHet college is het bevoegd gezag.
   5GemeenteToezien op naleving van de in artikel 69 genoemde voorschriften.
  891N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting t.b.v. de scholen.
  911GemeenteraadJaarlijks vaststellen van bekostigingsplafond t.b.v. huisvesting voor scholen.
  922GemeenteraadBekostiging verstrekken terzake van de kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school.
   3GemeenteraadVaststellen tijdstip en voorwaarden m.b.t. de aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school voor opname in het programma huisvestigingsvoorzieningen.
  931GemeenteraadJaarlijks vaststellen van het programma huisvestingsvoorzieningen t.b.v. het onder- wijs op het grondgebied van de gemeente.
   3,5,6,7GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 93, eerste lid
   9GemeenteraadOnderwijsraad verzoeken om advies over de vaststelling van het programma huisvestingsvoorzieningen in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.
  94 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 93, eerste lid.
  95 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 93, eerste lid.
  962GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 93, eerste lid.
  971GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 93, eerste lid.
   2Gemeente (vervalt)Tekstuele aanpassing (verduidelijking dat bij de raad de verordenende bevoegdheid als bedoeld in art. 100 (niet gewijzigd) berust.
  110 Gemeente (splitsing in raad en college)Informatieverschaffing door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school (explicitering dat inlichtingen aan de gemeenteraad of aan B&W moeten worden verschaft).
  1151GemeenteraadVaststellen aantal klokuren voor onderwijs in lichamelijke oefening per groep leerlingen (beschikbaar stellen van of bekostigen van de materiële instandhouding van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening).
   3GemeenteraadVaststellen hoogte bekostiging voor materiële instandhouding van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening.
  1346GemeenteraadBesluit om nevenvestiging van een niet in de gemeente gelegen school in aanmerking te laten komen voor een gemeentelijke vergoeding.
   6GemeenteOverleggen van een verklaring m.b.t. de uitgaven en ontvangsten voor administratie etc. door bevoegd gezag van een door een ander rechtspersoon dan de gemeente instandgehouden openbare school (verklaring wordt voortaan aan B&W overlegd).
  1362GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 137, eerste lid.
   4GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 137, eerste lid.
  1371GemeenteraadVaststellen in hoeverre er meer of minder wordt uitgegeven aan personeel en materieel van een door de gemeente in stand gehou- den school dan door het rijk wordt vergoed.
   2,3GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 137, eerste lid.
  1381GemeenteraadVaststellen totaal van de uitgaven en ontvangsten t.b.v de door de gemeente in stand gehouden scholen.
   6,7GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 138, eerste lid.
  141 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 137, eerste lid.
  1536GemeentebestuurBesluit nemen ten aanzien van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone levende talen.
   11Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Subsidieplafond vaststellen over het onderwijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone talen.
  1542GemeenteVerstrekken van de middelen t.b.v. de bestrijding van onderwijsachterstanden.
  1561Gemeentebestuur & gemeenteraadToezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren.
   2,3,5Gemeentebestuur & gemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 156, eerste lid
  1575GemeentebestuurToezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van perso- nen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren.
   9Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Subsidieplafond vaststellen over het onderwijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone talen.
  1592GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 157, vijfde lid.
  159a1GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 157, vijfde lid.
  1611Gemeentebestuur & gemeenteraadToezicht houden op onderwijs in allochtone levende talen en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren.
   2,4Gemeentebestuur & gemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 161, eerste lid.
  162b3GemeentebestuurAanwijzen contactgemeente die voor de regio coördinerende taken vervult met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
   4GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 162b, derde lid
   5GemeentebestuurTekstuele aanpassing i.v.m. congruentie met art. 162b, het eerste lid (B&W ondernemen activiteiten met het oog op de bestrijding van voortijdig schoolverlaten).
   6GemeenteraadAanwijzen van personen aan wie het bevoegd gezag alle gegevens dient te verschaffen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
   7GemeentebestuurVaststellen streefcijfers van te behalen resultaten m.b.t. het terugdringen van voortijdig schoolverlaten.
  1651GemeentebestuurInstandhouden van een schoolbegeleidingsdienst.
   6GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 165, eerste lid.
   7a,b,cGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 165, achtste lid.
   8GemeenteraadOnderwijsraad verzoeken om advies uit te brengen over de vaststelling van welk deel van de voor de schoolbegeleiding bestemde middelen besteed wordt aan door de school- begeleidingsdienst te verrichten activiteiten en de criteria waaraan scholen moeten voldoen om voor door de schoolbegeleidingsdienst te verrichten activiteiten in aanmerking te komen, in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.
  1663GemeentebestuurVerstrekken van subsidie t.b.v. schoolbegeleiding.
      
7Wet op de Onderwijsraad22Gemeentebestuur (wordt raad en college)Betrokkenheid bij een advies van de Onderwijsraad.
      
8Wet op het onderwijstoezicht32bGemeentebestuurOverleg voeren met de onderwijsinspectie i.v.m. de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs door de inspectie.
9Wet op het primair Onderwijs171N.v.t. (raad wordt toegevoegd)Explicitering dat de besluitvorming van de zijde van de gemeente inzake het instandhouden van een openbare school d.m.v. een samenwerkingsschool plaats vindt door de gemeenteraad.
  682GemeenteraadHet college is het bevoegde gezag.
   5GemeenteToezien op naleving van de in artikel 68 genoemde voorschriften.
  911N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting t.b.v. de scholen.
  931GemeenteraadJaarlijks vaststellen van bekostigingsplafond t.b.v. huisvesting voor scholen.
  942GemeenteraadBekostiging verstrekken terzake van de kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school.
   3GemeenteraadVaststellen tijdstip en voorwaarden m.b.t. aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school voor opname in het programma huisves- tingsvoorzieningen.
  951GemeenteraadJaarlijks vaststellen van het programma huisvestingsvoorzieningen t.b.v. het onderwijs op het grondgebied van de gemeente.
   3,5,6,7GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 95, eerste lid
   9GemeenteraadOnderwijsraad verzoeken om advies over de vaststelling van het programma huisvestingsvoorzieningen in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.
  96 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 95, eerste lid.
  97 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 95, eerste lid.
  982GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 95, eerste lid.
  991GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 95, eerste lid.
   2Gemeente (vervalt)Tekstuele aanpassing (verduidelijking dat bij de raad de verordenende bevoegdheid als bedoeld in art. 102 (niet gewijzigd) berust.
  112 Gemeente (splitsing in raad en college)Informatieverschaffing door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school (explicitering dat inlichtingen aan de gemeenteraad of aan B&W moeten worden verschaft).
  1171GemeenteraadVaststellen aantal klokuren voor onderwijs in lichamelijke oefening per groep leerlingen (beschikbaar stellen van of bekostigen van de materiële instandhouding van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening).
   3GemeenteraadVaststellen hoogte bekostiging voor materiële instandhouding van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening.
  1406GemeenteraadBesluit om nevenvestiging van een niet in de gemeente gelegen school in aanmerking te laten komen voor een gemeentelijke vergoeding
  1422GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 143, eerste lid
   4GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 143, eerste lid
  1431GemeenteraadVaststellen in hoeverre er meer of minder wordt uitgegeven aan personeel en materieel van een door de gemeente in stand gehou- den school dan door het rijk wordt vergoed
   2,3GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 143, eerste lid
  1441GemeenteraadVaststellen totaal van de uitgaven en ontvangsten van de door de gemeente in stand gehouden scholen
   6,7GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 144, eerste lid
  147 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 143, eerste lid
  1551GemeenteraadSplitsen van gemeente in 2 gebieden, elk met een afzonderlijke opheffingsnorm voor scholen.
   3GemeenteraadVerzoek aan Minister OCenW om gemeente te splitsen in 2 gebieden met elk een afzon- derlijke opheffingsnorm voor scholen.
   4GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 155, eerste lid.
  1562GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 155, eerste lid.
  1666GemeentebestuurBesluit nemen ten aanzien van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone levende talen.
   11Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Subsidieplafond vaststellen over het onder- wijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone talen.
  1682GemeenteVerstrekken van de middelen t.b.v. de bestrijding van onderwijsachterstanden.
  1701Gemeentebestuur & gemeenteraadToezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren.
   2,3,5Gemeentebestuur & gemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 170, eerste lid.
  1714GemeentebestuurBesluit nemen ten aanzien van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone levende talen.
   9Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Subsidieplafond vaststellen over het onder- wijsachterstandenbeleid en beleid inzake onderwijs in allochtone talen.
  1732GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 171, vijfde lid.
  173a1GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 171, vijfde lid.
  1751Gemeentebestuur & gemeenteraadToezicht houden op onderwijs in allochtone levende talen en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren.
   2,4Gemeentebestuur & gemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 175, eerste lid.
  1791GemeentebestuurInstandhouden van een schoolbegeleidingsdienst.
   6GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 179, eerste lid.
   7a,b,cGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 179, achtste lid.
   8GemeenteraadOnderwijsraad verzoeken om advies uit te brengen over de vaststelling van welk deel van de voor de schoolbegeleiding bestemde middelen besteed wordt aan door de schoolbegeleidingsdienst te verrichten activiteiten en de criteria waaraan scholen moeten voldoen om voor door de schoolbegeleidingsdienst te verrichten activiteiten in aanmerking komen, in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.
  1803GemeentebestuurVerstrekken subsidie t.b.v. schoolbegeleiding.
      
10Wet op het specifiek cultuurbeleid11a GemeentebestuurBesluiten dat voor het uitlenen van gedrukte werken in openbare bibliotheken aan personen jonger dan achttien jaar een contributie of andere geldelijke bijdrage wordt geheven.
      
11Wet op het Voortgezet Onderwijs42c4GemeenteraadAan een rechtspersoon tot instandhouding van een openbare school ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken ingeval de instandhouding van de openbare school aan een ander rechtspersoon wordt overgedragen.
  504GemeenteraadAan een rechtspersoon tot instandhouding van een bijzondere school ontheffing verlenen van de verplichting tot overdracht van rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken ingeval de instandhouding van de bijzondere school aan een ander rechtspersoon wordt overgedragen.
  53c1N.v.t. (raad wordt toegevoegd)Explicitering dat de besluitvorming van de zijde van de gemeente inzake het instandhouden van een openbare school d.m.v. een samenwerkingsschool plaats vindt door de gemeenteraad.
  65a2GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 66, vierde lid.
  753GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 66, eerste lid.
  76b1N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Zorgdragen voor voorzieningen in de huisvesting t.b.v. de scholen.
  76d1GemeenteraadJaarlijkse vaststellen van bekostigingsplafond t.b.v. huisvesting voor scholen.
  76e2GemeenteraadBekostiging verstrekken terzake van de kosten van bouwvoorbereiding van een niet door de gemeente instandgehouden school.
   3GemeenteraadVaststellen tijdstip en voorwaarden m.b.t. aanvraag door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school voor opname in het programma huisves- tingsvoorzieningen.
  76f1GemeenteraadOnderwijsraad verzoeken om advies over de vaststelling van het programma huisvestingsvoorzieningen in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.
   3,5,6,7GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 76f, eerste lid.
   9GemeenteraadVerzoek aan Onderwijsraad om advies inzake programma huisvestingsvoorzieningen.
  76g GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 76f, eerste lid.
  76h GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 76f, eerste lid.
  76i2GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 76f, eerste lid.
  76j1GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 76f, eerste lid.
  76w Gemeente (splitsing in raad en college)Informatieverschaffing door bevoegd gezag van een niet door de gemeente instandgehouden school (explicitering dat inlichtingen aan de gemeenteraad of aan B&W moeten worden verschaft).
  861gGemeenteraad (wordt gemeente)Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 76b, eerste lid.
  96i1GemeenteraadVaststellen totaal van uitgaven en ontvangsten van de door de gemeente in stand gehouden scholen.
   6,7,9GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 96i, eerste lid.
  1085GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 66, eerste lid.
  118d2GemeenteVerstrekken van de middelen t.b.v. de bestrijding van de onderwijsachterstanden.
  118f1Gemeentebestuur & gemeenteraadToezicht houden op gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en aanwijzen van personen die toezicht daadwerkelijk uitvoeren.
   2,3,5Gemeentebestuur & gemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 118f, eerste lid.
  118h3GemeentebestuurAanwijzen contactgemeente die voor de regio coördinerende taken vervult met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
   4GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 118h, eerste lid.
   5GemeentebestuurTekstuele aanpassing i.v.m. congruentie met art. 118h, het eerste lid (B&W ondernemen activiteiten met het oog op de bestrijding van voortijdig schoolverlaten).
   6GemeenteraadAanwijzen van personen aan wie het bevoegd gezag alle gegevens dient te verschaffen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
   7GemeentebestuurVaststellen streefcijfers van te behalen resultaten m.b.t. het terugdringen van voortijdig schoolverlaten.

Hoofdstuk 4 Ministerie van Financiën

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Pandhuiswet 191022GemeenteraadDoor Gedeputeerde Staten gehoord worden inzake de noodzakelijkheid van een gemeentelijke bank van lening.
  31GemeenteraadInstellen en opheffen van een gemeentelijke bank van lening.
   2GemeenteraadVaststellen van een reglement voor de gemeentelijke bank van lening.
  41GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 3, tweede lid .
  6 GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 3, tweede lid .
  371GemeenteraadVaststellen diverse voorschriften waaraan een particuliere bank van lening is gehouden.
   2N.v.t. Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 37, eerste lid.
  50 N.v.t. Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 37, eerste lid.
  512N.v.t. Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 37, eerste lid.
  562N.v.t. Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 37, eerste lid.
      
2Wet op het consumentenkrediet71GemeenteraadVaststellen van een reglement voor de bedrijfsvoering van de gemeentelijke kredietbank.

Hoofdstuk 5 Ministerie van Defensie

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Inkwartieringswet92N.v.t. Beroepsmogelijkheid op de gemeenteraad tegen een beslissing van B&W op een klacht i.v.m. een vordering van inkwartiering, etc. vervalt.
  10 N.v.t. Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging artikel 9, tweede lid.

Hoofdstuk 6 Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
2Huisvestingswet42n.v.t. Verduidelijking dat het college de commissie instelt die beoordeeld of eigenaars van woonruimten a.g.v. een woonruimteverdelingovereenkomst in hun belang worden getroffen.
  641Gemeentebestuur (wordt raad respektievelijk college)Betrokkenheid bij aanwijzing door provinciaal bestuursorgaan met betrekking tot het huisvestingsbeleid.
  66 Gemeentebestuur (wordt raad respektievelijk college)Betrokkenheid bij aanwijzing door provinciaal bestuursorgaan met betrekking tot het huisvestingsbeleid.
  70 Gemeentebestuur (wordt raad respektievelijk college)Betrokkenheid bij aanwijzing door provinciaal bestuursorgaan met betrekking tot het huisvestingsbeleid.
  79 GemeenteraadAan toegelaten instellingen en aan andere eigenaren van woningen de verplichting tot verslaglegging opleggen.
      
3Kernenergiewet41 Gemeenten (wordt college)Bevoegheid tot het nemene van voorberei- dingsmaatregelen bij bepaalde ongevallen.
  49e5Gemeenteraad (splitsing in raad en college)Regels m.b.t. schadevergoeding worden gesteld door de raad, beslissing m.b.t. schadevergoeding wordt genomen door college.
   6 Bevoegdheid college om in bepaalde wettelijk beschreven situaties besliising te nemen op een verzoek om schadevergeoeding.
      
4Onteigeningswet6 GemeentebestuurVan het betrokken departement ontvangen van een plan van een werk van algemeen nut als gevolg waarvan binnen de gemeente onteigeningen zullen plaatsvinden.
  72GemeenteraadAan de ingezetenen mededelen dat het plan van een werk van algemeen nut ter inzage ligt.
  91GemeenteraadAan de gebruikers van grond tijdig meedelen dat er werkzaamheden op hun grond t.b.v. het maken van het plan zullen plaatsvinden.
  102GemeenteraadAssistentie verlenen aan de onteigeningscommissie.
  111GemeenteraadBekend maken dat de onteigeningscommis- sie bijeen zal komen.
  121GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 11, eerste lid.
  152GemeenteraadBekend maken dat een onteigeningsbesluit ter inzage ligt.
  23 GemeenteraadAfgeven van een bewijs, dat de commissie tot aanhoring van de bezwaren der belanghebbenden zitting gehouden heeft in de gemeente.
  64a2GemeentebestuurOnteigenings KB t.b.v. waterkeringen en militaire verdedigingswerken ontvangen.
  774GemeentebestuurToepassing geven aan de artikelen 3:11, 3:12 en 3:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
  801GemeentebestuurToepassing geven aan de artikelen 3:11, 3:12 en 3:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
   2College (wordt gemeenteraad)Toepassing geven aan artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
  842Burgemeester (wordt gemeenteraad)De nederlegging van het raadsbesluit tot onteigening te voren in een of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden, en voorts op de gebruikelijke wijze bekend maken.
   3GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 80, eerste lid.
  876GemeentebestuurOnteigenings-KB t.b.v. bepaalde publiekrechtelijke lichamen en rechtspersonen ontvangen.
  89aBurgemeester (wordt burgemeester)T.b.v. de rechtbank een bewijs afgeven waarin wordt verklaard dat de gemeenteraad bij het nemen van het onteigeningsbesluit de artikelen 80 en/of 84 van de wet zijn nageleefd.
  144 GemeenteraadAan de ingezetenen bekend maken dat het onteigeningsplan t.b.v. natuurbescherming ter inzage ligt.
  1482GemeenteraadBekend maken dat een onteigeningsbesluit ter inzage ligt.
  149 GemeenteraadAfgeven van een bewijs dat het onteigeningsplan t.b.v. natuurbescherming op de secretarie der gemeente ter inzage hebben gelegen.
      
5Reconstructiewet Midden-Delfland72Hoofd van het gemeentebestuur (wordt burgemeester)Tekstuele aanpassing n.a.v. artikel 23 Onteigeningswet
      
6Waterleidingwet171Gemeenteraad(Mogelijkheid tot) bezwaar maken tegen provinciaal plan tot reorganisatie van de openbare drinkwatervoorziening.
  202GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 17, eerste lid.
      
7Wet bodembescherming691GemeentebestuurUitvoeren van bodemonderzoek.
  801GemeenteMinister VROM verzoeken om vrijstelling van een financiële verplichting.
      
8Wet geluidhinder712GemeentebestuurOverleg voeren met gedeputeerde staten voor het nemen van maatregelen na akoestisch onderzoek.
  743GemeenteraadVaststellen geluidsniveaukaart.
   5GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 74, derde lid.
  811GemeenteraadNemen van een besluit, bepalende welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die een weg na zijn aanleg binnen de geluidszone zal veroorzaken, de waarden die als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt, te boven gaan.
  991GemeenteraadBesluiten tot de reconstructie van een weg indien binnen de aanwezige of toekomstige geluidszone van die weg woningen etc. aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn.
  106a Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad en college)Overleg met minister over aanleg van een landelijke railweg.
  1111,2,3GemeenteraadTreffen van maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen woningen een bepaalde waarde niet overschrijdt.
  111a1,2,3,4,5,6GemeenteraadTreffen van maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen woningen een bepaalde waarde niet overschrijdt.
  112 GemeenteraadTreffen van maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen woningen een bepaalde waarde niet overschrijdt.
  1622GemeentebestuurGS verzoeken om geluidsmetingen te verrichten.
   3GemeenteraadZorgdragen voor een functionerende gemeentelijke meetdienst.
   4GemeenteraadRegels vaststellen betreffende de organisatie en de uitvoering m.b.t. het verrichten van geluidmetingen.
  1631GemeentebestuurUitvoeringsbevoegdheid tot het doen van geluidsmetingen.
  1671GemeentebestuurUitvoeringsbevoegdheid tot het doen van geluidsmetingen.
      
9Wet inzake de luchtverontreiniging591GemeentebestuurBevoegdheid tot het doen van metingen.
      
10Wet milieubeheer4.161Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Explicitering dat zowel raad als college gebonden zijn aan het gemeentelijk milieubeleidsplan.
   2Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 4.16, eerste lid.
  4.193,4,5Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 4.16, eerste lid.
  4.201GemeenteraadVaststellen gemeentelijk milieuprogramma.
   2aGemeentebestuur (splitsing in raad en college)Uitvoeren van de wettelijke ter bescherming van het milieu opgedragen taken.
   3GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 4.20, eerste lid.
  7.62GemeentebestuurOverleg plegen met GS i.v.m. een mogelijke aanwijzing van GS tegen een besluit van de gemeente.
  10.111GemeenteVastgesteld afvalbeheersplan door minister VROM toegezonden krijgen.
  10.191GemeenteZorgdragen dat binnen de gemeente op een daartoe ter beschikking gestelde plaats in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om bepaalde stoffen, etc. achter te laten.
   2GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 10.19 eerste lid.
  10.211Gemeente (splitsing in raad en college)Zorgdragen dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.
  10.221Gemeente (splitsing in raad en college)Zorgdragen dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.
  10.27 Gemeente (splitsing in raad en college)Zorgdragen dat binnen de gemeente op een daartoe ter beschikking gestelde plaats in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
  10.282Gemeenten (splitsing in raad en college)Zorgdragen dat binnen de gemeente in voldoende mate plaatsen beschikbaar zijn waarheen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen gebracht kunnen worden.
  10.292GemeenteMaatregelen treffen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
  10.331Gemeente (splitsing in raad en college)Zorgdragen voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater (zowel raad als college hebben taken).
  10.353GemeenteAan minister VROM gegevens verstrekken die hij nodig heeft voor het opstellen van het twee jaarlijks rapport waarin de stand van zaken wordt beschreven m.b.t. de inzameling en transport van afvalwater en afvoer van slib dat afkomstig is van de rioolwaterzuiveringsinrichtingen die door een gemeente worden beheerd
  10.403GemeenteAan een persoon aan wie bepaalde afvalstoffen worden afgegeven om gegevens m.b.t. die afvalstoffen verzoeken.
  10.472aGemeenteMaatregelen treffen voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen.
  10.621Gemeente (wordt gemeenteraad)Van de minister VROM aanwijzing krijgen m.b.t. het opnemen van bepaalde regels in de afvalstoffenverordening.
  15.331Gemeente (wordt gemeenteraad)Ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen.
  21.7 Gemeente (wordt gemeenteraad)Bevoegd tot het maken van verordeningen.
      
11Wet op de stads- en dorpsvernieuwing72N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Bevoegdheid tot het nemen van maatregelen in het belang van de stadsvernieuwing
  8 GemeentebestuurIngezetenen betrekken bij het beleid inzake de stadsvernieuwing
  24 GemeenteraadGeven van voorschriften inzake het aanvragen en overdragen van sloopvergunningen
  291GemeenteraadVoor een gebied waar een leefmilieuveror- dening geldt tijdelijk voorzieningen treffen met het oog op de verbetering van de woon- en werkomstandigheden in of het uiterlijk aanzien van dat gebied
  331,2GemeentebestuurVerscheidene uitvoerende taken, vastgelegd in een uitvoeringsschema, t.b.v. het stadsvernieuwingsplan
      
12Woningwet294GemeenteraadVaststellen plan tot geleidelijke ontruiming van onbewoonbare woningen of woonwagens.
  623GemeentebestuurVerlenen van medewerking bij woningtelling.
  631GemeentebestuurUitvoeren van een bijzonder onderzoek naar de staat van de volkshuisvesting.
  751GemeenteraadI.v.m. het naar behoren uitvoeren van de woningwet van gemeentewege treffen van voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting.
  801N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Treffen van voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting. (Aanwijzingsbevoegd- heid minister VROM wordt uitgebreid tot het college)
   4N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 80, eerste lid.
  814Gemeenteraad (splitsing in raad en college)Gemeenteraad geeft bij verordening voorschriften aan burgemeester en wethouders omtrent verstrekken van subsidies.
  981n.v.t. Tekstuele aanpassing i.v.m. overgang taken en bevoegdheden van raad naar college. 
  1001GemeentebestuurVoorzien in bouwen woningtoezicht.

Hoofdstuk 8 Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Belemmeringenwet Verordeningen5 N.v.t. (na raad wordt college toegevoegd)Opdracht geven voor een openbaar werk.
      
2Grondwaterwet202GemeentebestuurDoor GS betrokken worden bij de tot standkoming van hun beschikking op een aanvraag voor vergunning tot onttrekking aan of infiltratie in het grondwater.
      
3Luchtvaartwet283GemeentebestuurOverleg voeren met Minister V&W inzake taak en samenstelling van commissie t.b.v. overleg en voorlichting omtrent milieuhygiëne rond luchtvaartterreinen.
      
4Ontgrondingenwet1 Gemeentebestuur (splitsing in raad onderscheidenlijk college)Planolgische medewerking die zowel raad als college raken.
  7d Gemeenteraad en gemeentebestuur (laatste wordt gesplitst in raad en college)Planologische medewerking die zowel raad als college raken.
  7f Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Planolgische medewerking die zowel raad als college raken.
  103– Gemeenteraad – Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Aan bevoegd gezag meedelen of beoogde ontgronding in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, etc. en indien dit niet het geval is of het gemeentebestuur (wordt raad onderscheidenlijk college) bereid is om aan de ontgronding planologische medewerking te verlenen.
   8GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 10, derde lid.
  111Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Planolgische medewerking die zowel raad als college raken.
  21a1,2GemeenteUitvoeringsbevoegdheid die samenhangt met bestemingsplan.
      
5Planwet verkeer en vervoer22GemeentebestuurOverleg met Minister V&W i.k.v. nationaal verkeers- en vervoerplan.
  61GemeentebestuurOverleg met provincie i.k.v. provinciaal verkeers- en vervoersplan.
  8 Gemeentenbestuur (splitsing in raad en college)Zorgdragen voor het – zichtbaar – voeren van een samenhangend en uitvoeringsgericht verkeers- en vervoersbeleid
  91Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)In opdracht van de provincie een gemeentelijk verkeersen vervoersplan vaststellen.
  101Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Bij de voorbereiding van het gemeentelijk verkeers- en vervoersbeleid of het gemeentelijk verkeersen vervoersplan de meest belanghebbende bestuursorganen betrekken en hen op de hoogte stellen van het te voeren beleid.
   3Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Aangeven binnen welke termijn de daarvoor aangegeven procedures op basis van de WRO in gang gezet worden.
  111GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 9, eerste lid.
      
6Scheepvaartverkeers-wet42 Gemeenten (wordt gemeenteraad)Stellen van regels mbt de scheepvaart.
      
7Tracéwet32Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Door minister V&W betrokken worden bij opstellen trajectnota.
  123Gemeenten (wordt gemeenteraad)Consulteren van minister van betrokken bestuursorgaan bij ontwerp-tracébesluit.
  1510GemeentebestuurInzage geven in tracébesluit indien bestemmingsplan hier niet is aangepast.
  161Gemeenten (wordt gemeenteraad)Sturen van tracébesluit door de minister aan betrokken bestuursorgaan
      
8Verenwet94GemeenteraadVaststellen veergeld.
   5GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 9, vierde lid.
      
9Waterschapswet752GemeenteraadGeïnformeerd worden door waterschap over vaststelling of wijziging van een keur.
  801GemeenteraadGeïnformeerd worden door waterschap over ontwerpbesluit tot vaststelling of wijziging van een keur.
      
10Waterstaatswet 19007 GemeentebestuurAanwijzen personen die bevoegd zijn een woning zonder toestemming van de bewoner te betreden ten einde de toestand van waterstaatswerken te onderzoeken.
  121GemeentebestuurKrachtens een besluit tot verbetering of aanleg van een watergang voor de af- of aanvoer van water verandering aanbrengen in den staat van onroerende zaken etc.
   7GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 12, eerste lid.
  441GemeentebestuurAanwijzen van ambtenaren die met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde zijn belast.
      
11Wegenverkeerswet 1994181dGemeenteraadNemen verkeersbesluiten.
  191GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 18, eerste lid.
  1491dGemeenteraadIn wettelijk aangewezen gevallen ontheffing verlenen van de wettelijke regels.
  156a GemeentebestuurAanduiden van de grenzen van de bebouwde kom.
  1732cGemeentebestuurToepassen bestuursdwang.
      
12Wegenwet112GemeentebestuurUitvoeren voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4. Awb.
  201GemeenteraadOnderhoud van een binnen de gemeente liggende weg ten laste van de gemeente brengen.
   3,4GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. art. 20, eerste lid.
  211GemeenteDoor PS geïnformeerd worden over het voorstel tot het nemen van een besluit door PS om het onderhoud van een weg, welke door de provincie wordt onderhouden, ten laste van de gemeente te brengen.
  221GemeenteraadDoor GS geïnformeerd worden over het (voornemen tot) goedkeuring door GS van het besluit van een waterschapsbestuur om het onderhoud van een weg ten laste van het waterschap te brengen.
  261GemeenteraadGoedkeuren van de overeenkomst tot over- dracht van de verplichting (van een grondeigenaar) om een weg te onderhouden.
   4GemeentebestuurGeïnformeerd worden de bestuur van een waterschap dat zij een overeenkomst tot overdracht van de verplichting (van een grondeigenaar) om een weg te onderhouden hebben goedgekeurd.
  392GemeentebestuurBesluiten en verordeningen in afschrift aan GS sturen
  462GemeentebestuurDoor de CdK geïnformeerd worden dat er een rechtsvordering tegen de legger is ingesteld.
      
13Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen6 Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Eenige bemoeiing duidt op een bevoegdheid van zowel raad als college.
      
14Wet Luchtvaart8.84GemeentebestuurSamenhang met ter inzage leggen van bestemmingsplan.
      
15Wet op de waterkering27bGemeentebestuurLid van B&W maakt deel uit van commissie die Minister van V&W adviseert inzake een onteigening.
      
16Wet vervoer gevaarlijke stoffen191GemeentebestuurOverleg met minister VROM indien gemeenteraad nalaat beslissing te nemen over welke weg gevaarijke stoffen mogen worden vervoerd.

Hoofdstuk 8 Mininisterie van Economische Zaken

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Telecommunicatiewet5.21GemeenteCoördineren van werkzaamheden van aanbieders van telecommunicatie- en omroepnetwerken.

Hoofdstuk 9. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

 Titel van de wetartikelLidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Landinrichtingswet23bGemeente (wordt gemeenteraden)Indienen van een verzoek om landinrichting bij minister LNV.
  252bGemeenteDoor de Centrale landinrichtingcommissie geïnformeerd worden dat minister LNV een verzoek tot landinrichting ter advisering aan haar heeft voorgelegd.
  261bGemeenteDoor Centrale landinrichtingscommissie in kennis worden gesteld van haar zienswijze inzake het verzoek tot landinrichting.
  272bGemeenteDoor gedeputeerde staten in kennis worden gesteld van de instelling van een landinrichtingscommissie.
  371GemeenteOverleg voeren met landinrichtingscommis- sie inzake voorontwerp landinrichtingsplan.
  437dGemeenteVan de minister LNV het besluit tot vernietiging van landinrichtingsprogramma toegestuurd krijgen.
  761GemeenteOverleg voeren met landinrichtingscommis- sie inzake voorontwerp landinrichtingsplan.
   2GemeenteOverleg voeren met landinrichtingscommis- sie inzake voorontwerp landinrichtingsplan
  827dGemeenteVan de minister LNV het besluit tot vernietiging van landinrichtingsprogramma toegestuurd krijgen.
      
2Wet agrarisch grondverkeer31GemeenteraadVerklaren dat in een bepaald gebied gelegen onroerende zaken duurzaam voor andere dan landbouwkundige doeleinden worden gebruikt en die niet als natuurterrein dienen te worden aangemerkt.
   3GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
      
3Wet op de openluchtrecreatie311GemeenteraadBeslissen op een verzoek om en toekennen van schadevergoeding aan een houder van een kampeerterrein ingeval van wijziging of intrekking van een vrijstelling, vergunning etc.

Hoofdstuk 10 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Algemene nabestaandenwet571GemeenteVerzoek doen aan de Sociale Verzekeringsbank om de uitkering van een in een inrich- ting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.
      
2Algemene Ouderdomswet202GemeenteVerzoek doen aan de Sociale Verzekeringsbank om de uitkering van een in een inrich- ting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.
      
3Werkloosheidswet392GemeenteVerzoek doen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.
      
4Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen572GemeenteVerzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.
      
5Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering jonggehandicapten492GemeenteVerzoek aan het Uitvoeringsinstituut werkne- mersverzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.
      
6Wet inkomens-voorziening kunstenaars371GemeenteVerzoek aan Minister SZW om voorschot op de vergoeding.
      
7Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen11a3Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Bij verordening vaststellen welke categorieën van aanvragen bij de Centrale organisatie werk en inkomen worden ingediend.
  20f3GemeenteVerzoek doen aan andere gemeente om een aan een bijstandsontvanger opgelegde boete, die inmiddels bijstand van die andere gemeente ontvangt, te betalen.
   4GemeenteVerzoek doen aan uitkeringsinstantie om een aan een uitkeringsontvanger opgelegde boete, die van die instantie een uitkering ontvangt, te betalen.
      
8Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers11a3Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Bij verordening vaststellen welke categorieën van aanvragen bij de Centrale organisatie werk en inkomen worden ingediend.
  20f3GemeenteVerzoek doen aan andere gemeente om een aan een bijstandsontvanger opgelegde boete, die inmiddels bijstand van die andere gemeente ontvangt, te betalen.
   4GemeenteVerzoek doen aan uitkeringsinstantie om een aan een uitkeringsontvanger opgelegde boete, die van die instantie een uitkering ontvangt, te betalen.
      
9Wet op de (re) integratie arbeids-gehandicapten32,3GemeentebestuurVaststellen of een persoon i.v.m. ziekte of gebrek een belemmering heeft bij het verkrijgen of verrichten van arbeid
  121GemeenteBevorderen van de inschakeling in het arbeidsproces van (bepaalde categorieën) arbeidsgehandicapten.
   2GemeentebestuurVertrekken van instrumenten aan arbeidsgehandicapten gericht op behoud, etc. van arbeid.
      
10Wet op de arbeidsongeschikt-heidsverzekering542GemeenteVerzoek aan het Uitvoeringsinstituut werkne- mersverzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.
      
11Wet sociale werkvoorziening12GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2 e.v.
  21GemeenteDe doelgroep een dienstbetrekking aanbieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden.
   3GemeentebestuurAanwijzen rechtspersoon ter uitvoering van de wet.
  41GemeenteSamenwerken met diverse instanties om de inschakeling in het arbeidsproces te bevor- deren van een specifieke groep werknemers.
  5 GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2, eerste lid.
  63GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2, eerste lid.
  71GemeenteSubsidie verstrekken aan een werkgever die met een ingezetene die tot de doelgroep behoort, een arbeidsovereenkomst sluit.
  91cGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2, eerste lid.
  10 GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2, eerste lid.
  111GemeentebestuurVaststellen of een persoon behoort tot de doelgroep, etc.
   2GemeentebestuurVerrichten van periodieke herindicatie.
   4GemeentebestuurBeheren van een lijst van ingezetenen die tot de doelgroep behoren.
   5GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 11, eerste, tweede en vierde lid.
  121GemeentebestuurInstellen adviescommissie i.v.m. (her)indi- catie.
   5GemeentebestuurZorgdragen voor ondersteuning van de adviescommissie.
  131GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art 2 e.v.
   3GemeentebestuurKrijgen van aanwijzingen van Minister SZW.
   4GemeentebestuurJaarlijks bij Minister SZW indienen van een verslag over de uitvoering van deze wet.
   5GemeentebestuurAan de minister van SZW verstrekken van informatie en inzage verlenen in de administratie.
  141GemeentebestuurVerstrekken van inlichtingen aan de minister van SZW.
  151,2,4,5GemeentebestuurVerstrekken van inlichtingen aan anderen dan de minister van SZW.
      
13Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen9 GemeenteBevorderen dat de werkzoekende en de uitkeringsgerechtigde een klantmanager als vast aanspreekpunt wordt toegewezen.
  231GemeentenDoor samenwerking met andere gemeentebesturen de totstandkoming van regionale platforms bevorderen.
  543GemeentebestuurVerstrekken van inlichtingen aan diverse bestuursorganen en Inspectie Werk en Inkomen.
   7GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 54, eerste lid.
      
14Wet voorzieningen gehandicapten1a1Gemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Bij verordening regels vaststellen, die zijn gericht op de realisatie en de vormgeving van cliëntenparticipatie.
   2bGemeentebestuur (wordt gemeenteraad)Advies vragen aan de lokale platforms over wijziging in de verordening en uitvoeringsregeling
  21Gemeentebestuur (splitsing in raad en college)Het college draagt zorg voor verlening van diverse voorzieningen t.b.v. deelneming aan het maatschappelijke verkeer. De raad stelt daartoe bij verordening regels vast.
  3 GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2.
  61Gemeentebestuur (gemeenteraad)Bij verordening bepalen dat gehandicapte een eigen bijdrage is verschuldigd.
  7 GemeentebestuurGehandicapte oproepen in persoon te verschijnen en zich door deskundige te doen onderzoeken.
  81GemeentebestuurInwinnen advies over de noodzaak van bepaalde, dure, woonvoorzieningen
  10 GemeentebestuurVerkijgen van minister van Defensie van gegevens voor de uitvoering van Wet voorzieningen gehandicapten.
  10b1GemeentebestuurVerstrekken van gegevens aan Minister van SZW
      
15Wet werkloosheids-voorziening411,2GemeentebestuurVerstrekken van gegevens aan Minister van SZW m.b.t. ingediende declaraties voor gedane uitgaven
  421bGemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 41
  43 GemeentebestuurMededeling door werknemer aan wie een uitkering is toegekend, van bepaalde feiten en omstandigheden, i.v.m. de uitkering. (Mededeling wordt voortaan aan B&W gedaan).
  441,3GemeentebestuurInformatie verstrekking door derden (informatie wordt voortaan aan B&W verstrekt).
   2GemeentebestuurTermijn stellen waarbinnen informatie moet zijn verstrekt.
  45 GemeentebestuurInformatieverstrekking door uitvoeringsorganen (informatie wordt voortaan aan B&W verstrekt).
      
16Ziektewet402GemeenteVerzoek aan het Uitvoeringsinstituut werk- nemersverzekeringen om de uitkering van een in een inrichting voor geesteszieken of zwakzinnigen opgenomen persoon rechtstreeks aan de gemeente uit te betalen.

Hoofdstuk 11 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

 Titel van de wetartikellidthans bevoegdomschrijving taak/bevoegdheid
1Algemene wet bijzondere ziektekosten561GemeentebestuurDoor derden verstrekken van alle noodzakelijke gegevens en inlichtingen (gegevens en inlichtingen worden voortaan aan B&W verstrekt).
      
2Infectieziektenwet271Gemeentebestuur (wordt gemeente)Dragen van de kosten van de maatregelen die krachtens deze wet worden genomen.
   2GemeentebestuurVerhalen van kosten op de persoon ten aanzien van wie een maatregel is getroffen.
  282GemeentebestuurUitkeren schadeloosstelling.
      
3Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening121GemeenteraadToelaten van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening.
  151GemeenteraadTot stand brengen van een instelling voor maatschappelijke dienstverlening.
      
4Vleeskeuringwet20a1Gemeente (wordt gemeenteraad)Verzoek aan minister VWS om de keuringsdienst te regelen.
  21eGemeentebestuurIn kennis worden gesteld van het in gebruik nemen van slachterijen e.d.
      
5Welzijnswet 199410a4GemeenteZorplicht inzicht verkijgen in verstrekte subsidie
   5GemeentebestuurVerplichting tot meewerken aan onderzoeken door minister ingesteld
  11 GemeentebestuurSubsidieverstrekken voor activiteiten op het terrein van het welzijnsbeleid en zorgdragen dat subsidie-ontvanger meewerkt aan onder- zoeken die erop gericht zijn minister VWS inlichtingen te verschaffen t.b.v. de landelijk functie.
  121GemeenteOverleggen over de besteding van een uitkering o.g.v. artikel 10a van de wet (uitke- ring t.b.v. maatschappelijk en verslavingsbeleid) met de omringende gemeenten.
   2GemeenteTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 11.
  18 GemeentebestuurAan verhuurders van woningen verstrekken van subsidie in de kosten van voorzieningen die gericht zijn op het langer zelfstandig laten wonen van ouderen.
      
6Wet ambulancevervoer51GemeentebestuurInstellen en instandhouden van een centrale ambulancepost.
   2GemeentebestuurTreffen van een gemeenschappelijke regeling inzake het instellen en instandhouden van een centrale ambulancepost.
  73GemeenteStellen van regels die de leiding van een centrale ambulancepost in acht moet nemen bij het nemen van beslissingen op aanvragen voor ambulancevervoer.
  152,3,4GemeentebestuurTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 5, eerste en tweede lid.
      
7Wet collectieve preventie volksgezondheid21GemeenteraadBevorderen van de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen collectieve preventie alsmede de onderlinge afstemming tussen deze collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg.
   2GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2, eerste lid.
  31GemeenteraadZorgdragen voor de uitvoering van de infectieziektebestrijding.
   2,3GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3, eerste lid.
  3a1GemeenteraadZorgdragen voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg.
   2GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 3a, eerste lid.
  3b1GemeenteraadNota gemeentelijk gezondheidsbeleidsbeleid vaststellen.
  51GemeenteraadInstellen en instandhouden van gemeentelijke gezondheidsdiensten.
   2Gemeenteraad (vervalt)Tekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 2, eerste lid
  5a GemeenteraadTaken op het gebied van jeugdgezondheids- zorg overdragen aan instellingen voor zorg aan ouder en kind.
  61GemeenteraadTekstuele aanpassing n.a.v. wijziging art. 5, eerste lid.
  81GemeenteDoor derden verstrekken van gegevens (gegevens worden voortaan aan B&W verstrekt).
      
8Wet op de orgaandonatie101GemeentebestuurBeschikbaar stellen van donorformulieren.
      
9Wet ziekenhuis-voorzieningen18a2GemeentebestuurOpmerkingen kenbaarmaken t.a.v. der voornemens van Minister van VWS tot vermindering van ziekenhuisvoorzieningen.
      
10Ziekenfondswet73b1GemeentebestuurDoor derden verstrekken van alle noodzakelijke gegevens en inlichtingen (gegevens en inlichtingen worden voortaan aan B&W verstrekt).

XNoot
1

Kamerstukken II 2000/01, 27 157, nr. 20, blz. 46.