Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200428986 nr. 6

28 986
Wijziging van een aantal wetten op het terrein van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terzake van de arbeidsverhoudingen en arbeidsomstandigheden (Verzamelwet SZW-wetten AV- en Arboterrein)

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 4 november 2003

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel II komt onderdeel C te luiden:

C

Artikel 5:11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, onderdeel a, wordt «in elke periode van 4 achtereenvolgende weken« vervangen door: in elke aaneengesloten periode van 28 maal 24 uren.

2. Aan het derde lid wordt toegevoegd: De in onderdeel a bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip waarop de werknemer consignatie krijgt opgelegd.

3. In het zesde lid wordt «5:3, eerste lid» vervangen door: 5:3, tweede lid.

II

Artikel V komt te luiden:

ARTIKEL V WET OP DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

De Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt «overeenkomsten tot het verrichten van enkele diensten» vervangen door: overeenkomsten van opdracht.

B

Artikel 14a, vierde lid, vervalt.

Toelichting

Onderdeel I

Nieuw aan onderdeel C van artikel II is de onder 1 voorgestelde wijziging.

Volgens artikel 5:11, derde lid, onderdeel a, van de Arbeidstijdenwet kan aan werknemers in elke periode van 4 weken gedurende 2 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren geen consignatie worden opgelegd. In het kader van de Arbeidstijdenwet wordt onder «week» verstaan een periode van 7 dagen van zondag 00.00 uur tot zaterdag 24.00 uur. Dit leidt ertoe dat consignatieroosters eigenlijk altijd op zondag moeten aanvangen, omdat anders niet voldaan wordt aan de eis dat werknemers gedurende 2 aaneengesloten blokken van 7 dagen consignatievrij kan zijn. Met deze voorgestelde wijziging wordt bereikt dat de 2 aaneengesloten periodes van 7 dagen dat men niet geconsigneerd mag zijn niet gekoppeld zijn aan een periode van 4 kalenderweken, maar aan een periode van 28 achtereenvolgende dagen. Hierdoor is het mogelijk om roosters te maken waarin de consignatieperiode midden in een kalenderweek in plaats van op zondag kan aanvangen. Hierdoor is een flexibelere inroostering van consignatie mogelijk, zonder dat de bescherming van 14 dagen dat de werknemer consignatievrij is, in gevaar komt.

Onderdeel II

In onderdeel II is in vergelijking met het oorspronkelijke artikel V toegevoegd de wijziging van artikel 1, tweede lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.

De terminologie in dit lid is in overeenstemming gebracht met die van het Burgerlijk Wetboek.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus