nr. 72
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 april 2009
Op 25 februari jl. heb ik van de Raad van Bestuur van de NMa (hierna:
de raad) zijn oordeel over het splitsingsplan van Nuon ontvangen. Op 8 april
jl. heb ik mijn beoordeling van het splitsingsplan afgerond en Nuon mijn aanwijzing
op het splitsingsplan toegezonden. Tegen dit besluit is gedurende zes weken
nog bezwaar mogelijk. In het spoeddebat over Nuon en Essent op 11 maart
jl. en in het Verzamel AO Energie op 7 april jl. heb ik u toegezegd u
te informeren omtrent mijn oordeel over het splitsingsplan van Nuon en hoe
ik daartoe ben gekomen. Met deze brief informeer ik u over mijn oordeel en
voldoe ik aan mijn toezeggingen. Ik wijs erop dat ik in deze brief geen bedrijfsvertrouwelijke
gegevens kan opnemen.
Bij de beoordeling van het splitsingsplan heb ik mij laten adviseren door
het financieel adviesbureau Orchard Finance Consultancy (hierna: Orchard).
Daarnaast heb ik mij laten adviseren door een onafhankelijke klankbordgroep,
bestaande uit de heer Kist, voormalig directeur-generaal van de NMa, de heer
Langendijk, hoogleraar accountancy aan Nyenrode en de UvA, en mevrouw Weijnen,
hoogleraar proces- en energienetwerken aan de TU Delft. De klankbordgroep
heeft tot taak te beoordelen of de beoordeling van de splitsingsplannen zorgvuldig
heeft plaatsgevonden. De klankbordgroep heeft het proces gevolgd en geen aanleiding
gevonden om ten aanzien van de zorgvuldigheid van het gevolgde proces opmerkingen
te maken.
Op basis van de verstrekte informatie en de door Nuon en haar aandeelhouders
gedane toezeggingen heb ik vastgesteld dat het splitsingsplan van Nuon voldoet
aan de wettelijke eisen met inachtneming van mijn aanwijzing. De gekozen verdeling
van vermogensbestanddelen met inachtneming van mijn aanwijzing op het splitsingsplan
zorgt ervoor dat er na splitsing twee gezonde bedrijven ontstaan. Dat betekent
een gezond netwerkbedrijf dat in staat is de vereiste investeringen te plegen
in onderhoud, vervanging en uitbreiding van zijn netwerk; en een gezond productie-
en leveringsbedrijf dat in staat is om relevante investeringen te plegen in
(duurzame) productiecapaciteit. De gekozen verdeling draagt voorts
bij aan een beheerste tariefontwikkeling. Tot slot constateer ik dat de schuldenpositie
van de netbeheerder, in lijn met de motie Samsom c.s. inzake het tegengaan
van overbelening van de netbeheerder (Kamerstukken II, 2007–2008, 30 212,
nr. 72), niet onevenredig is verhoogd ter versterking van de financiële
positie van het PLB.
De verdeling van vermogensbestanddelen is uitvoerig onderwerp van gesprek
geweest met Nuon en haar aandeelhouders. In dit verband hebben Nuon en een
aantal van haar grootaandeelhouders, verenigd in het grootaandeelhoudersoverleg
en tezamen goed voor ruim 75% van het aandelenbezit, een aantal aanvullende
toezeggingen gedaan:
• Voorafgaand aan de juridische splitsing zal vanuit het PLB een
aanzienlijke aanvullende kapitaalstorting worden gedaan in het netwerkbedrijf.
Daarmee beschikt de netbeheerder over een solvabiliteit die ruimschoots uitgaat
boven de minimumeis in het Besluit financieel beheer netbeheerder van 40%
eigen vermogen.
• Bij het vaststellen van de waardering van de netwerken gaat Nuon
uit van een conservatieve waardering die ± € 2,5 mrd lager
ligt dan de Gereguleerde Activa Waarde (GAW). De grootaandeelhouders zullen
geen initiatief ontplooien om een herwaardering te bewerkstelligen met als
doel om langs die weg een zgn. superdividend tot uitkering te laten komen.
• De aandeelhouders hebben zich met het splitsingsplan gecommitteerd
aan een restrictief dividendbeleid. Jaarlijks wordt ten minste 55%
van de winst ingehouden om de vermogenspositie van het bedrijf te versterken.
Daarmee bouwt de netbeheerder extra financiële middelen op om ook op
de lange termijn te beschikken over buffers voor extra investeringen en om
tegenvallers op te vangen.
• Het productie- en leveringsbedrijf heeft aangegeven de navolgende
investeringen in Nederland te realiseren: uitbreiding windcapaciteit tot 1400
MW in 2020, de bouw van de Magnum I centrale, de gasopslagfaciliteiten in
Epe en Zuidwending, het uitbreiden van een eigen gaspositie van 10 tot 20%
van de behoeften aan gas voor klanten en centrales.
Om te waarborgen dat de gedane toezeggingen gestand gedaan worden, heb
ik deze opgenomen in mijn aanwijzing op het splitsingsplan. Nuon dient de
splitsing met in achtneming van mijn aanwijzing uit te voeren. Mede naar aanleiding
van vragen van uw Kamer in het spoeddebat op 7 april jl. merk ik volledigheidshalve
op dat de post «vooruitontvangen opbrengsten» niet leidt tot financiële
verplichtingen. Derhalve is deze post bij de beoordeling buiten beschouwing
gelaten.
Ik acht het van belang dat de netbeheerder ook in geval van onvoorziene
omstandigheden beschikt over voldoende financiële buffers. Ik heb Orchard
derhalve als externe deskundige gevraagd de effecten op de financiële
gezondheid van de netbeheerder van een samenloop van negatieve ontwikkelingen
in kaart te brengen. Bij dit scenario is onder andere uitgegaan van tegenvallende
kostenontwikkelingen (in relatie tot de tarieven), stijgende rentetarieven
(een 3% hogere rentevoet) en volledige realisatie van de CBL-risico’s
bij een opwaardering van de dollar met 35%. Orchard komt tot het oordeel
dat, zelfs bij stapeling van negatieve factoren, de levensvatbaarheid van
de netbeheerder niet in gevaar komt. Wel constateert Orchard dat bij het realiseren
van het maximale CBL-risico een bijstorting van aandeelhouders nodig is om
binnen de ratio’s van het nieuwe Besluit te blijven. Met het oog op
een zorgvuldige splitsing heb ik aanvullende buffers op het eigen vermogen
vastgelegd in mijn aanwijzing ten behoeve van dit CBL-risico alsook voor de
splitsingskosten. Deze maken onderdeel uit van bovenvermelde kapitaalstorting.
Concluderend, met mijn aanwijzing is de beoordeling van het splitsingsplan
van Nuon naar tevredenheid afgerond. De netbeheerder beschikt na splitsing
over voldoende financiële middelen om zijn wettelijke taken uit te voeren.
Daarnaast heb ik, overeenkomstig mijn toezegging in mijn Kamerbrief in reactie
op de motie Hessels (31 510, nr. 30), harde afspraken gemaakt over
de investeringsniveaus van zowel het netwerkbedrijf als het productie- en
leveringsbedrijf na splitsing en het te voeren dividendbeleid.
De minister van Economische Zaken,
M. J. A. van der Hoeven