Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200628982 nr. 57

28 982
Liberalisering energiemarkten

nr. 57
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 september 2006

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft naar aanleiding van het algemeen overleg over het nieuwe marktmodel voor kleinverbruikers in de energiemarkt (d.d. 18 mei 2006) (kamerstuk 28 982/29 023, nr. 54) gevraagd een nadere financiële onderbouwing en een kosten-batenanalyse te geven van de verplichte uitrol van slimme meters. Voorts is gevraagd om inzicht in de gevolgen voor de consument1.

Gevolgen voor de consument

De standaard dienstverlening voor kleinverbruikers zal verbeteren. Afrekening zal voortaan gedaan worden op basis van werkelijke meterstanden en niet meer op basis van schattingen van het energiebedrijf. Dit zal onder andere resulteren in minder onduidelijkheid over de afrekeningen en minder klachten van afnemers. Daarnaast biedt de slimme meter mogelijkheden voor allerlei, al dan niet gratis aangeboden, aanvullende diensten, zoals inzicht in het energieverbruik per dag, besparingsadviezen en gedifferentieerde energietarieven.

Door de slimme meter kan een klant vaker dan voorheen informatie over zijn energieverbruik ontvangen. Deze informatie is ook preciezer dan voorheen. In combinatie met bijvoorbeeld informatie over besparingsmogelijkheden en de verwachte hoogte van de jaarlijkse eindafrekening geeft dit de klant instrumenten in handen om zijn eigen verbruik aan te passen en zo daadwerkelijk geld te besparen.

De kosten van de meter blijven voor de kleinverbruikers gelijk. Ook op dit moment betalen kleinverbruikers een bedrag voor de huur van de meters. Zoals hieronder aangegeven bieden de huidige metertarieven voldoende ruimte voor de introductie van slimme meters en gelden de huidige gemiddelde meterhuurtarieven als maximum bedrag voor de invoering van slimme meters. DTe krijgt de taak om hierop toe te zien.

Geen extra kosten voor de consument

Aan de invoering van het nieuwe metermarkt model is door mij als voorwaarde gesteld dat de huidige gemiddelde meterhuren in Nederland niet zullen stijgen. Deze voorwaarde is door de sector geaccepteerd. De huidige meterhuurtarieven komen in een vrije markt tot stand en verschillen per netbeheerder/meetbedrijf en per type meter.

De sector heeft aangegeven dat de kosten van aanschaf en installatie van de slimme meters bij een brede uitrol ongeveer € 200,– zullen bedragen bij gelijktijdige installatie van de elektriciteits- en de gasmeter. Dat komt neer op ongeveer € 100,– per meter. Daar komen nog wat kosten bij voor onderhoud, aanleg van additionele infrastructuur etc.

Voor de meest gangbare meters is de meterhuur ongeveer € 20 per meter per jaar. Uitgaande van een afschrijvingstermijn van een slimme meter van 10 tot 12 jaar ziet het er naar uit, dat de netbeheerder in die periode bij de huidige tarieven voldoende meterhuur ontvangt om zijn investering en andere kosten van de slimme meter te dekken. Overigens heeft uw Kamer al besloten dat de meterhuurtarieven zullen worden gereguleerd. De meterhuren zullen dan worden gebaseerd op het kostenniveau van een efficiënte netbeheerder.

Kosten-batenanalyse

Er zijn twee onderzoeken gedaan naar de kosten en baten van de introductie van slimme meetinfrastructuur voor gas- en elektriciteitsverbruik voor kleinverbruikers. SenterNovem heeft op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken een maatschappelijke kosten-batenanalyse gedaan. Accenture heeft vanuit de sector een business-case opgesteld. In beide onderzoeken is uitgegaan van iets andere modellen voor de metermarkt dan het model dat nu voorzien is. Ook zijn sommige parameters in de twee onderzoeken verschillend ingevuld, waardoor de berekende waarden niet volledig met elkaar te vergelijken zijn. Toch geven ze een bruikbare indicatie van de hoogte en verdeling van de kosten en baten. De belangrijkste kosten- en batenposten zijn namelijk in beide onderzoeken identiek en ook de verdeling over de verschillende partijen komt in sterke mate overeen. Accenture komt in totaal uit op een positieve netto contante waarde van € 800 miljoen (over een periode van 30 jaar), bij SenterNovem is dit bedrag € 1,2 miljard (over een periode van 50 jaar).

De meeste kosten komen voor rekening van de netbeheerders. De belangrijkste kostenpost is de aanschaf en installatie van slimme meters en de bijbehorende infrastructuur. Deze kosten variëren van ruim € 1,1 miljard in het onderzoek door Accenture tot € 1,5 miljard in het SenterNovem onderzoek. De kosten zijn voor de netbeheerders voor een deel terug te verdienen door het wegvallen van bestaande activiteiten en worden gedekt door de huidige meterhuurtarieven voor kleinverbruikers.

De meeste baten komen bij de huishoudens terecht, voornamelijk door energiebesparing. Beide onderzoeken berekenen de totale baten van zuiniger energiegebruik op ongeveer € 350 miljoen. Efficiëntere bedrijfsprocessen, met name een vermindering van klachten van klanten en wegvallende kosten, zoals voor het jaarlijks verzamelen van de meterstanden, leveren tussen de € 1 miljard (Accenture) en € 1,3 miljard (SenterNovem) op.

De uitkomsten van deze onderzoeken zijn bemoedigend. Toch moet voorzichtig met de resultaten omgegaan worden, zoals ook in de brief van 10 februari 2006 is aangegeven. In de onderzoeken is een aantal baten meegenomen waarvan niet zeker is in welke mate ze ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Als sec gekeken wordt naar de cijfers in de berekeningen waar vrijwel alle partijen het over eens zijn en waar de onzekerheidsmarges klein zijn, komen de kosten net iets hoger uit dan de baten. Van een aantal additionele batencategorieën, zoals fraudebestrijding, energiebesparing, betere beheersing van de netten, is nog onzeker hoeveel voordeel dit precies op gaat leveren, waardoor niet met zekerheid te stellen is in hoeverre de business case naar de positieve kant doorslaat. Wel blijkt in ieder geval dat de baten stijgen naarmate de uitrol grootschaliger is.

Invoering van de slimme meters is een proces dat op lange termijn bekeken moet worden. Zo spreekt de EU-richtlijn Energie Efficiency op dit punt van «potentiële besparingen op lange termijn». De onderzoeken tonen aan dat bij optimaal gebruik van de mogelijkheden en toepassingen van de slimme meter, op termijn een positief welvaartseffect zal ontstaan.

De verantwoordelijkheid voor de uitrol (uitrolplicht) ligt bij de netbeheerders. Die keuze is gemaakt vanuit het oogpunt van marktwerking. De kosten-batenanalyse onderschrijft deze keuze, omdat deze variant veruit het voordeligst is. Overigens is voor de uitrol van slimme meters een termijn voorzien van zes jaar en wordt de stand van zaken na iedere twee jaar geëvalueerd.

De Minister van Economische Zaken,

J. G. Wijn


XNoot
1

Voor de hoofdlijnen van het nieuwe marktmodel wordt u verwezen naar de brief van 10 februari 2006 (Kamerstukken TK 2005–2006, 28 982, nr. 51), waarin de nieuwe structuur van de metermarkt uiteen is gezet.