Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201128973 nr. 44

28 973 Toekomst van de intensieve veehouderij

Nr. 44 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2011

Tijdens het AO Dierhouderij op 2 februari jl. heb ik toegezegd u uiterlijk vrijdag 11 februari te informeren over hoe ik de maatschappelijke dialoog over megastallen ga voeren. Verder heb ik toegezegd om in oktober 2011 mijn visie op megastallen aan de Kamer te sturen en daarbij in ieder geval in te gaan op volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn en ruimtelijke ordening. In deze brief kom ik tegemoet aan de eerste toezegging. Ik zal hierbij de, door uw Kamer gevraagde reactie (VC EL&I 2011Z01351/2001D03438) op het bericht van Milieudefensie van 21 januari jl. betrekken. Milieudefensie geeft aan dat het aantal megastallen voor koeien en varkens sinds 2005 meer dan verdubbeld is in Noord-Brabant, Overijssel, Limburg en Gelderland.

Tijdens het AO Duurzame Veehouderij op 11 november 2010 hebben wij over megastallen gesproken. Daarbij heb ik gemeld dat het op een grootschalige manier houden van vee mogelijk is, met inachtneming van alle bestaande regels voor milieu, dierenwelzijn en diergezondheid.

Toch leeft in de samenleving de vraag of uitbreiding van het aantal grootschalige veehouderijen zo verder kan. Voor mij is de kern van de zaak dat de veehouderijsector een maatschappelijke legitimatie nodig heeft en houdt om te kunnen produceren. Daarom wil ik vanuit mijn rol als bewindspersoon verantwoordelijkheid nemen in de maatschappelijke discussie over megastallen.

Ik wil u erop wijzen dat er voor «megastallen» verschillende definities in omloop zijn. In regelgeving is geen definitie voor megastallen vastgelegd. De voormalige Raad voor het Landelijk Gebied stelde dat een bedrijf groter dan 500 Nederlandse Grootvee Eenheden (NGE) een megabedrijf is. Dit komt neer op een bedrijf met minstens 320 melkkoeien, 12 500 vleesvarkens, 2000 fokvarkens of 160 000 leghennen. Volgens de Landbouwtelling van het LEI waren er eind 2009 36 melkveebedrijven, 39 varkensbedrijven en 22 pluimveebedrijven groter dan 500 NGE. In totaal gaat het om 97 bedrijven. Dit zijn er ruim minder dan de 375 bedrijven volgens de recentere berekening van Milieudefensie.

Ik wil graag dat de begrippen die we hanteren helder zijn. Op die manier hoop ik bij te dragen aan een constructief gesprek over wat de «menselijke maat» kan zijn bij de schaalvergroting in de veehouderij. Ik zet mij daarom in voor een goede informatievoorziening aan deelnemers in de dialoog. Het gesprek kunnen we dan voeren op basis van de feiten en begrip voor elkaars situatie en standpunten. Bij die informatievoorziening speelt beeldcommunicatie een grote rol. Bijvoorbeeld door te laten zien hoe megastallen er van binnen en buiten uitzien.

In de tijd zie ik de procedure als volgt:

Van nu tot en met april wil ik gesprekken voeren met vertegenwoordigers van provincies, de veehouderijsector, maatschappelijke organisaties en andere betrokken partijen. Het bericht van Milieudefensie zal ik daarbij betrekken. Bij het uitnodigen van partijen bij de maatschappelijke dialoog zal ik afstemmen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor de Rijksaanpak Ruimtelijke Ordening.

Daarnaast zal het ministerie van EL&I tot en met april in een aantal regio’s in Nederland gesprekken met kleine groepen burgers en ondernemers organiseren en laat ik een representatief publieksonderzoek verrichten.

Van de resultaten van de gesprekken met burgers en ondernemers en van het representatieve publieksonderzoek laat ik een rapportage maken. Die rapportage zal ik u in mei toesturen. Deze rapportage vormt samen met mijn beeld uit de oriënterende gesprekken inbreng voor de verdere invulling van de maatschappelijke dialoog. Zo wil ik in mijn gesprekken met de provincies onderzoeken welke behoefte er is om op provinciaal niveau themadebatten te organiseren.

De maanden mei en juni wil ik benutten om een voor iedereen toegankelijke discussie op internet te voeren. Ik zal daarin de dilemma’s voorleggen die op de verschillende onderwerpen maatschappelijk leven. Het gaat dan in ieder geval om schaalgrootte, volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn en ruimtelijke ordening.

De opbrengst van de maatschappelijke dialoog zal ik een plaats geven in mijn visie op megastallen, die ik u in oktober dit jaar zal toesturen.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker