28 973 Toekomst veehouderij

Nr. 292 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS

Voorgesteld 17 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat beëindigingsregelingen in de veehouderij kunnen leiden tot veranderingen in landgebruik en mogelijk tot een afname van het areaal blijvend grasland;

constaterende dat blijvend grasland een belangrijke bijdrage levert aan onder andere bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit;

overwegende dat agrariërs in verschillende regio's werken met rotatieteelten waarbij grasland en andere gewassen elkaar afwisselen;

overwegende dat het beperken van de mogelijkheid om grasland te scheuren of om te zetten deze teeltrotaties kan bemoeilijken en daarmee ook gevolgen kan hebben voor de waarde en het gebruik van landbouwgrond;

overwegende dat het onwenselijk is wanneer boeren eerst worden gestimuleerd of gedwongen hun veehouderij te beëindigen en vervolgens geconfronteerd worden met nieuwe beperkingen op het gebruik van hun landbouwgrond;

verzoekt de regering bij eventuele afname van het areaal blijvend grasland in te zetten op stimulering en beloning van het behoud van blijvend grasland, en daarbij te voorkomen dat dwingende beperkingen op het scheuren of omzetten van grasland worden opgelegd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Plas

Naar boven