Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201628973 nr. 180

28 973 Toekomst van de intensieve veehouderij

Nr. 180 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 juni 2016

Hierbij bied ik u het Actieplan vitalisering varkenshouderij aan1. Het actieplan is opgesteld door de Regiegroep vitale varkenshouderij onder leiding van de heer Uri Rosenthal. De regiegroep is ingesteld op initiatief van de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) en de Rabobank met nauwe betrokkenheid van mijn departement. In deze brief geef ik mijn visie op de ontwikkelingen in de veehouderij en geef ik mijn reactie op het actieplan.

De toekomst van de veehouderij is onderwerp van een breed maatschappelijk debat. Zowel in de samenleving als bij het bedrijfsleven zelf zijn er veel zorgen over de ontwikkelingen in de veehouderij. Het huidige overheersende business- en verdienmodel, dat gebaseerd is op basisproducten en een lage kostprijsstrategie, loopt tegen maatschappelijke grenzen aan en is vanuit een oogpunt van internationale concurrentie op termijn een doodlopende weg. De opvattingen in de samenleving over de veehouderij zijn veranderd vanwege het dierenwelzijn, effecten op het milieu (mest, ammoniak), veel zorgen over de risico’s voor de volksgezondheid (zoönosen, fijnstof, antibioticaresistentie), de schaalvergroting en over de inpassing van grote veehouderijbedrijven in de lokale omgeving. In de veerijke gebieden met grote aantallen dieren en veel stallen staat het maatschappelijk draagvlak onder druk. Net als elke andere economische sector kunnen de veehouderijsectoren niet ontkomen aan de dynamiek van de vrije markt en vindt afbouw plaats van de Europese bescherming van de markt.

De Nederlandse varkensketen is een belangrijke sector voor de Nederlandse economie en de werkgelegenheid. De huidige positie van de sector maakt een omslag noodzakelijk. De Nederlandse varkenshouderij heeft al een aanzienlijke periode te maken met een slechte marktsituatie en lage opbrengstprijzen voor varkensvlees en biggen. Het gaat om een structureel probleem. Op de Europese markt zijn vraag en aanbod niet in evenwicht door een toename van de Europese varkensvleesproductie bij een structureel afnemende vraag. Het wegvallen van de afzet naar Rusland als gevolg van de uitbraken van Afrikaanse varkenspest in Oost-Europa en vervolgens de politieke boycot heeft het probleem nog pregnanter gemaakt. De voorsprong in ondernemerschap wordt kleiner door de toenemende concurrentie uit andere Europese landen. De concurrentie- en innovatiekracht van de sector neemt af. Er moet meer oog zijn voor horizontale en verticale samenwerking in de keten, veranderingen in de markt en veranderende klantwensen die tot meerwaarde kunnen leiden. In vergelijking met andere schakels in de keten (veevoerindustrie, slachterijen, vleesverwerkers, retail) hebben primaire varkensbedrijven gemiddeld gezien een laag rendement. Tegelijkertijd heeft de Nederlandse varkenssector vanwege de grote milieudruk te maken met hoge mestafzetkosten om te kunnen voldoen aan de Europese milieurichtlijnen. Dit zet de economische positie en het rendement van de varkenshouders onder druk. Daarnaast staat de maatschappelijke waardering voor producten uit en de productiewijze in de varkensketen ter discussie vanwege zorgen over dierenwelzijn, milieueffecten en de (volks)gezondheid en is het maatschappelijk draagvlak tanende.

Hoofdlijnen actieplan

In het actieplan zijn de acties en maatregelen uitgewerkt om te komen tot structurele veranderingen die noodzakelijk zijn wil de varkensketen in Nederland in de toekomst economisch en maatschappelijk perspectief blijven houden. De aanpak in het actieplan, dat een looptijd heeft tot 2020, is gebaseerd op drie actielijnen.

Actielijn 1 Bouwen aan ketensturing

De noodzakelijke rendementsverbetering voor de varkenshouders zal in de keten moeten worden verdiend. Deelcollectieven van varkenshouders gaan produceren voor deelmarkten in samenwerking met andere partners in de keten. Dit vraagt een stelselwijziging. Voor een langere periode moeten primaire ondernemers de samenwerking aangaan op basis van contracten en privaatrechtelijke overeenkomsten waarbij gezamenlijk ondernemerschap, kennisontwikkeling, productinnovatie, marktontwikkeling, een evenwichtige risico- en opbrengstverdeling en transparantie de norm zijn. Voor een verbeterde markt- en ketenpositie zal de sector het Holland Varken gaan uitwerken als centraal kwaliteitslabel voor bestaande en nieuwe onderscheidende kwaliteitsproducten van varkensvlees met meerwaarde voor de consument en die aan verdergaande eisen voldoen dan de reguliere productie. Er is een beweging nodig: van meer van hetzelfde produceren naar meer specifieke kwaliteitsconcepten gericht op deelmarkten.

Actielijn 2 Revitalisering en innovatie

Een belangrijk onderdeel van het actieplan is het verantwoord laten stoppen van bedrijven zonder toekomstperspectief, het saneren van niet duurzame locaties en het versterken van het perspectief van de toekomstgerichte varkensbedrijven. Hiertoe richten Rabobank en POV de Vitaliseringsmaatschappij Varkenshouderij en het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij op. Onderdeel van de aanpak is het opstellen van Varkenskaarten tussen de POV en provincies waarin onder andere afspraken worden gemaakt over duurzame productielocaties en het aantal varkens. In het actieplan is aangegeven dat de verwachting is dat de komende jaren het aantal varkensbedrijven zal dalen van 5.000 naar circa 2.000 bedrijven, die op ongeveer 2.500 tot 3.000 locaties zullen produceren. Op de Varkenskaarten zal worden aangegeven waar ontwikkeling van bedrijven mogelijk is en waar gestreefd wordt naar minder varkens, minder stallen en minder bedrijfslocaties. Het Ontwikkelingsbedrijf Varkenshouderij zal duurzame bedrijfslocaties en varkensrechten uit de markt nemen. Deze locaties en varkensrechten worden weer beschikbaar gesteld aan toekomstgerichte bedrijven. In varkensrijke gebieden kan op basis van de Varkenskaarten worden gestuurd op aantallen varkens en aantallen stallen. Het aantal varkens in deze gebieden zal dalen door het grote aantal bedrijven dat de productie zal beëindigen. Het resultaat van het actieplan zal zijn dat toekomstbestendige en competitieve ondernemers in de varkenshouderij werkzaam zullen zijn. Dit zal positief uitwerken voor de realisatie van de maatschappelijke opgaven, de economische positie en het imago van de sector.

Actielijn 3 Kostenreductie en mestverwerking

Voor de concurrentiepositie van de varkenshouders is het van belang dat de mestafzetkosten worden teruggebracht door mestverwerking en mestverwaarding. De varkenshouders zullen hier nadrukkelijker de regie gaan nemen door het oprichten door de POV van zes à zeven regiobedrijven die mestafzet van varkenshouders gaan kanaliseren. Zij stellen de mest beschikbaar aan mestverwerkingsprojecten en -initiatieven die op termijn alle mest zullen gaan verwerken. Daarnaast wordt bezien wat de mogelijkheden zijn om keuringen efficiënter en effectiever in te richten binnen de kaders van de Europese wetgeving terzake.

Er zal voor de uitvoering van het actieplan de komende jaren door verschillende betrokken partijen minimaal € 200 miljoen geïnvesteerd worden onder andere via de Vitaliseringsmaatschappij Varkenshouderij.

Beleidsreactie

Ik waardeer het dat de varkenshouders via de POV het initiatief hebben genomen om in samenwerking met de Rabobank en mijn departement zelf over de toekomst na te denken en tot een gezamenlijke aanpak tot transitie te komen. Dit is uniek. De varkenshouderij staat op een kruispunt. Varkenshouders moeten zich gaan organiseren in coöperatieve samenwerkingsverbanden en deelcollectieven (ketencoöperaties en andere ketenstructuren). Een strategie is noodzakelijk die inzet op minder varkensbedrijven met als gevolg minder varkens in varkensrijke gebieden, marktgericht produceren met meer toegevoegde waarde en meer duurzaamheid. In een economisch toekomstbestendige en duurzame varkens-keten staan het welzijn en de zorg voor dieren centraal en zijn volksgezondheids-risico’s, waaronder de risico’s op antibioticaresistentie, geminimaliseerd. Nutriëntenkringlopen zijn gesloten en schadelijke milieu emissies zijn tot een minimum teruggebracht.

Dit vereist een verdergaande transitie van de Nederlandse varkensketen van meer van hetzelfde produceren naar onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige marktconcepten met meerwaarde voor de markt en de consument. Naast voedsel gaat het ook om groene energie en waardevolle meststoffen. De varkenshouderij zal moeten voldoen aan de groeiende vraag naar kwaliteit van voedsel en voedselproductie in Nederland en op de kwaliteitsmarkten in Noordwest Europa en andere landen. Tegelijkertijd zal de keten zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten beseffen dat kwaliteit een prijs heeft en dat alle ketenschakels een redelijke beloning moeten krijgen voor de extra inspanningen die zij leveren om te voldoen aan de wensen en vragen vanuit de markt. Zichtbaarheid, transparantie en verbinding zijn hierbij de kernwoorden.

Ik onderschrijf de noodzaak en de hoofdlijnen van het actieplan. Er is maar één weg naar de toekomst voor de varkensketen: meer vraaggericht produceren met onderscheidende kwaliteit, meer dierenwelzijn en meer duurzaamheid. Voor de versterking van het imago van de varkensketen is het van belang dat naast de uitvoering van het actieplan de sector met alle betrokken stakeholders tegelijkertijd scherp blijft inzetten op de verdere verduurzaming. De varkensketen heeft een breed gedragen toekomstvisie en maatschappelijke agenda Recept voor duurzaam varkensvlees opgesteld. Het actieplan en de maatschappelijke agenda worden in nauwe samenhang tot elkaar door de sector uitgevoerd.

Het actieplan is een krachtige katalysator voor het proces van de revitalisering en herstructurering, de noodzakelijke kwaliteitsverbetering en de verduurzaming en vernieuwing van de varkenshouderij. Het komt nu aan op een gezamenlijke en vastbesloten uitvoering door alle betrokken partijen om de ambities van het actieplan waar te maken. Naast de aanpak van het bedrijfsleven zal ik vanuit een faciliterende en stuwende rol de uitvoering van het actieplan ondersteunen om dit tot een succes te maken. Daar waar nodig zal ik initiatieven nemen om ketenpartijen en andere betrokken partijen te beïnvloeden en te binden aan de implementatie van het actieplan, zoals bij de opzet door POV en andere ketenpartners van een Fonds duurzaamheid en kwaliteit in navolging van het Duitse Initiative Tierwohl. Hiermee geef ik invulling aan de motie de leden Dik-Faber en Geurts (Kamerstuk 21 501-32, nr. 865).

Actielijn bouwen aan ketensturing

Om de positie van varkenshouders in deelcollectieven en samenwerkings-verbanden te versterken zet ik in op het maximaal benutten van de ruimte binnen de kaders van de Europese integrale Gemeenschappelijke Marktordening voor de totstandkoming van deelcollectieven. Het advies van de Agricultural Markets Task Force onder leiding van de heer Veerman zal hiervoor bepalend zijn. De taskforce onderzoekt hoe de positie van de Europese boer, die steeds meer te maken krijgt met grotere marktinstabiliteit en verhoogde prijsvolatiliteit, verbeterd kan worden. Daarnaast zal ik in nauw overleg met betrokken partijen de mogelijkheden onderzoeken voor een ruimere toepassing van de Verbindend Verklaring door de POV, als instrument waarmee de uitvoering van het actieplan en de verduurzaming van de sector wordt ondersteund. Verder heb ik de Europese middelen uit de nationale envelop inmiddels beschikbaar gesteld aan de POV en ZuivelNL. Van deze middelen wordt € 4,98 miljoen ingezet voor het versterken van de marktoriëntatie en marktpositie van varkenshouders en het verbeteren van de samenwerking in de keten (Kamerstuk 28 973, nr. 169).

Actielijn revitalisering en innovatie

Voor de uitvoering van deze actielijn heb ik uit de Europese middelen van de nationale envelop € 5 miljoen beschikbaar gesteld aan POV voor het ondersteunen van bedrijfsverplaatsingen. Ik zal bevorderen dat instrumentarium van de Topsector Agri&Food gericht de uitvoering van het actieplan kan ondersteunen. Ik zal me inzetten om meer Europese middelen beschikbaar te krijgen voor het stimuleren van innovatie en voor de ontwikkeling van nieuwe marktconcepten, bijvoorbeeld wanneer er nieuwe steunpakketten op tafel komen dan wel door bij een eventuele midterm-review van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te pleiten voor meer middelen voor innovatie. Met de provincies zal ik overleggen in hoeverre de innovatieregelingen in het kader van het Platteland Ontwikkelings-programma (POP-3) de uitvoering van het actieplan kunnen ondersteunen. Ik zal nader bezien welke aanpassingen in de Maatlat Duurzame Veehouderij investeringen in innovaties en duurzame maatregelen verder kunnen stimuleren.

Actielijn kostenreductie en mestverwerking

Voor het ondersteunen van de mestverwerking en mestverwaarding voer ik overleg met de Europese Commissie over de mogelijkheden, bijvoorbeeld via een derogatie van de gebruiksnorm voor stikstof uit dierlijke mest in de Nitraat-richtlijn, mineralenconcentraat als kunstmestvervanger toe te passen. Ik zal in overleg met het bedrijfsleven en de betrokken overheden de mogelijkheden onderzoeken of en onder welke voorwaarden toegestaan kan worden dat gezuiverd water dat vrijkomt bij mestscheiding op bedrijfslocaties op het oppervlaktewater kan worden geloosd om mestverwerking maximaal te ondersteunen. In het Nationaal Coördinatiecentrum Mestverwerking (NCM) zullen betrokken partijen nader bezien wat binnen de bevoegdheden van provincies en gemeenten de mogelijkheden zijn om via het ruimtelijk instrumentarium knelpunten bij de vergunningverlening voor locaties voor mestverwerking op te lossen. De reguliere SDE+ regeling staat ter beschikking voor mestverwerking in combinatie met duurzame energieproductie. Uit de Europese middelen van de nationale envelop heb ik € 9,98 miljoen beschikbaar gesteld voor collectieven van varkens- en melkveehouders die investeren in hoogwaardige mestverwerking. Verder zal ik de mogelijkheden onderzoeken van een verlaging van de keuringskosten en een efficiëntere uitvoering van keuringen binnen de Europese wetgevingskaders en binnen het ketenkwaliteitssysteem Holland Varken. Het betreft hier de mogelijkheden om gegevens van private kwaliteitssystemen en private certificering te benutten bij het effectief en efficiënt inrichten van risicogebaseerd toezicht door de NVWA.

De basis voor verandering en vernieuwing in de varkenshouderij is de erkenning van de varkenshouders en alle betrokken partijen dat er sprake is van een gemeenschappelijke opgave en de overtuiging dat door samenwerking invulling moet worden gegeven aan de toekomst van de sector. Het actieplan is de komende jaren het kompas voor alle betrokken partijen om vergaande stappen te zetten richting een economisch toekomstbestendige én maatschappelijk gewaardeerde varkensketen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl