28 973 Toekomst van de intensieve veehouderij

Nr. 124 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID WIEGMAN-VAN MEPPELEN SCHEPPINK C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 120

Voorgesteld 19 juni 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gesproken wordt over een wettelijk te treffen voorziening waarmee bij AMvB een norm kan worden gesteld voor het maximaal aantal dieren dat op een veehouderijlocatie kan worden gehouden;

constaterende dat de onderbouwing van de bandbreedtes voor de omvang van veehouderijlocaties gebaseerd is op economische en ethische factoren en niet op argumenten in relatie tot ruimtelijke inpassing, volksgezondheid, dierenwelzijn en milieu;

overwegende dat het onderzoek van de Gezondheidsraad naar de gezondheidsrisico's voor de bevolking van de blootstelling aan schadelijke micro-organismen uit de veehouderij nog niet is afgerond en dus ook niet is meegenomen bij het vaststellen van de bandbreedtes;

overwegende dat provincies zelf voldoende ruimtelijke mogelijkheden en bevoegdheden hebben om ongewenste ontwikkelingen in de intensieve veehouderij tegen te gaan en dit in de praktijk ook doen;

verzoekt de regering, om nu af te zien van landelijke bandbreedtes voor de omvang van veehouderijlocaties;

verzoekt de regering voorts, om de resultaten van het onderzoek van de Gezondheidsraad af te wachten, en als het onderzoek hier aanleiding toe geeft pas nadere stappen te bepalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Wiegman-van Meppelen Scheppink

Koopmans

Snijder-Hazelhoff

Naar boven