nr. 4
VERSLAG
Vastgesteld 12 september 2003
De vaste commissie voor Justitie1 belast met
het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag
uit van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde
vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling
van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
onderhavig wetsvoorstel tot goedkeuring van het Verdrag tot het brengen van
eenheid in enige bepalingen inzake het luchtvervoer. De leden van de CDA-fractie
vinden inzichtelijkheid in de regelgeving inzake de aansprakelijkheid in het
luchtvervoer van groot belang, omdat slachtoffers van luchtvaartproblematiek
en zelfs calamiteiten, niet daarnaast opgezadeld dienen te worden met rechtsonduidelijkheid
en rechtsonzekerheid. De leden wensen de volgende opmerkingen naar voren te
brengen.
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden menen dat met dit wetsvoorstel het
sterk verouderde en verbrokkelde Wachausysteem wordt gemoderniseerd, waardoor
een overzichtelijker geheel ontstaat. Wel zijn er nog een aantal vragen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het nieuwe verdrag niet voorziet
in verplichte opzegging van de instrumenten van het oude systeem. Momenteel
zijn nog ongeveer 130 staten partij bij het oude verdrag en veel van deze
staten hebben het nieuwe verdrag nog niet ondertekend, laat staan geratificeerd.
Volgens de memorie van toelichting is van verplichte opzegging van de oude
verdragen en protocollen afgezien, omdat gevreesd werd dat dit ten koste zou
gaan van het creëren van een mondiaal uniform regime op het gebied van
de aansprakelijkheid in het luchtvervoer. De leden van de CDA-fractie begrepen
echter uit diezelfde memorie van toelichting dat met het nieuwe verdrag juist
beoogd wordt het huidige verouderde en verbrokkelde systeem te beëindigen.
Nu partijen bij het nieuwe verdrag de vrijheid hebben om zelf het juiste moment
voor opzegging van het oude systeem te bepalen, blijft naast het nieuwe verdrag,
de oude, veeltallige regelgeving gelden.
Doordat de druk om partij te worden bij het nieuwe verdrag hierdoor niet
groot is, bestaat het risico dat deze situatie nog lange tijd blijft bestaan.
De leden van de CDA-fractie vragen de regering deze situatie te verantwoorden.
De leden van de CDA-fractie hebben voorts niet uit het onderhavige wetsvoorstel
kunnen opmaken of het nieuwe verdrag geldig is voor alle luchtvaartmaatschappijen,
of dat de waarborgen enkel gelden voor maatschappijen die aangesloten zijn
bij een organisatie zoals de International Air Transport Association (IATA)
of het Algemeen Nederlands Verbond van Reisondernemingen (ANVR). Kan de regering
opheldering geven, zo vragen deze leden.
De leden van de VVD-fractie vragen wat onbeperkte aansprakelijkheid bij
dood en lichamelijk letsel zoals genoemd op pagina 3 van de memorie van toelichting
inhoudt en wat deze aansprakelijkheid betekent voor de hoogte van de vergoedingen
die de luchtvaartmaatschappijen uit moeten keren. Hoe verhoudt die aansprakelijkheid
zich tot de recent door verzekeringsmaatschappijen ingevoerde maximale uitkeringen
bij terroristische aanslagen, zo willen deze leden weten.
Zij vragen of de aansprakelijkheidsbepalingen ook geldig zijn voor luchtvaartmaatschappijen
in landen die geen verdragpartner zijn. Indien dat het geval is willen de
leden van de VVD-fractie weten volgens welke juridische constructie deze aansprakelijkheid
tot stand wordt gebracht.
De leden van de VVD-fractie constateren dat partijen bij het verdrag hun
luchtvervoerders kunnen verplichten voorschotten uit te keren. Zij vragen
of een dergelijke verplichting ook kan worden opgelegd aan de niet-nationale
luchtvaartmaatschappijen.
Voorts willen zij weten welke regels voor aansprakelijk voor personen
en goederen gelden indien slechts één van de landen waar tussen
een maatschappij vliegt verdragspartner is en welke regels gelden indien geen
van de partijen verdragspartner is (bij zowel het verdrag van Montreal als
het verdrag van Warschau).
De leden van de VVD-fractie vragen waar de op pagina 4 van de memorie
van toelichting genoemde aansprakelijkheidslimieten voor gesteld worden en
hoe hoog deze limieten zijn. Voorts willen deze leden weten wie de hoogte
van genoemde limieten vaststelt.
De leden van de VVD-fractie constateren dat in verschillende landen verschillende
jurisprudentie ontstaat. Zo staan, volgens deze leden, de Verenigde Staten
bekend als een land waar relatief hoge vergoedingen worden uitgekeerd voor
psychisch letsel. Zij vragen of aangegeven kan worden of jurisprudentie in
andere landen gevolgen kan hebben voor de Nederlandse rechtsgang. Deze leden
vragen naar aanleiding van het gestelde op pagina 10 van de memorie van toelichting
in welke landen een passagier kan procederen. Het is deze leden bekend dat
procederen in ieder geval mogelijk is in het land waar de passagier zijn/haar
woon- of verblijfplaats heeft. Deze leden willen graag weten of procederen
ook mogelijk is, in het land waar de luchtvaartmaatschappij de thuisbasis
heeft, in het land waar een ongeval heeft plaats gevonden (bijvoorbeeld in
het land waar een vliegtuig is neergestort) en in het land van bestemming
of vertrek. Indien er meerdere landen zijn waar geprocedeerd kan worden, mag
een passagier dan vrij kiezen, zo vragen deze leden. Deze leden vragen in
dit verband ten slotte of de regering uiteen kan zetten of de mogelijkheid
bestaat om in meerdere landen te procederen; tegelijkertijd of nadat iemand
in een land is uitgeprocedeerd.
De leden van de VVD-fractie merken tot slot op dat het binnen Europa voor
een luchtvaartmaatschappij mogelijk is om een vlucht te verzorgen van en naar
een land dat niet het thuisland vormt voor de maatschappij. Zij
vragen of dat nog gevolgen voor de mogelijkheden tot procederen heeft.
De voorzitter van de commissie
Van de Camp
De adjunct-griffier voor dit verslag
Beuker
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Van de Camp (CDA), voorzitter, De Vries (PvdA), Van Heemst (PvdA),
Dittrich (D66), Vos (GL), Rouvoet (CU), Adelmund (PvdA), De Wit (SP), Albayrak
(PvdA), Van Fessem (CDA), Luchtenveld (VVD), Wilders (VVD), Weekers (VVD),
Çörüz (CDA), Verbeet (PvdA), ondervoorzitter, Lazrak (SP),
Wolfsen (PvdA), Tonkens (GL), De Vries (CDA), van Haersma Buma (CDA), Eerdmans
(LPF), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Varela (LPF), Straub (PvdA), Griffith (VVD),
Visser (VVD) en De Pater-van der Meer (CDA).
Plv. leden: Van Hijum (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Van der
Laan (D66), Halsema (GL), Van der Staaij (SGP), Kalsbeek (PvdA), Van Velzen
(SP), Tjon-A-Ten (PvdA), Ormel (CDA), Van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi
Ali (VVD), Jager (CDA), Van Heteren (PvdA), Vergeer-Mudde (SP), Arib (PvdA),
Karimi (GL), Buijs (CDA), Sterk (CDA), Nawijn (LPF), Joldersma (CDA), Hermans
(LPF), Van Dijken (PvdA), Örgü (VVD), Rijpstra (VVD) en Aasted-Madsen-van
Stiphout (CDA).