A
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 21 mei
2003 en het nader rapport d.d. 22 mei 2003, aangeboden aan de Koningin door
de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het advies van
de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 14 mei 2003, no.03.002074, heeft Uwe Majesteit,
op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet
met memorie van toelichting houdende wijziging van de Infectieziektenwet ter
incorporatie van het severe acute respiratory syndrome.
In verband met de verspreiding van een nieuwe besmettelijke vorm van atypische
pneumonie, bekend als «severe acute respiratory syndrome» (SARS)
heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 1 april
2003 besloten tot het van toepassing verklaren van de Infectieziektenwet op
SARS.2 Deze wijziging vond plaats door middel
van een ministeriële regeling op basis van artikel 3, eerste lid, van
de Infectieziektenwet. Ingevolge artikel 3, derde lid, van de Infectieziektenwet
dient binnen acht weken na het totstandkomen van een dergelijke ministeriële
regeling een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden
te worden.
De staatssecretaris heeft ingevolge het besluit van de ministerraad van
17 april 2003 over dit wetsvoorstel de Raad van State op 7 mei 2003 om spoedbehandeling
ervan gevraagd. De Raad merkt op dat het tijdsverloop tussen de plaatsing
van het besluit in de Staatscourant, de behandeling in de ministerraad en
het daadwerkelijk aanhangig maken van het wetsvoorstel bij de Raad moeilijk
te rijmen zijn met het op zichzelf begrijpelijke spoedverzoek, hetgeen ertoe
leidt dat thans nog maar weinig tijd beschikbaar is tot de uiterste datum
van indiening.
Het wetsvoorstel geeft de Raad aanleiding enkele opmerkingen te maken
met betrekking tot een eerdere wijziging van de Infectieziektenwet, de relevantie
van de Quarantainewet en de verhouding tot besluitvorming in Europees verband.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 14 mei 2003,
nr. 03.002074, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 21 mei 2003, no. W13.03.0174/III, bied ik U hierbij
aan.
De Raad van State onderschrijft het wetsvoorstel, maar plaatst een enkele
kanttekening waarop hieronder puntsgewijs wordt ingegaan.
1. De Raad heeft op 1 april spoedadvies uitgebracht over het voorstel
van wet tot wijziging van de Infectieziektenwet en de Quarantainewet ter bestrijding
van de gevaren van pokken (no.W12.03.0101/III). Dit wetsvoorstel is nog niet
ingediend. Evenals het onderhavige wetsvoorstel voorziet het in wijziging
van artikel 2, onderdeel a, van de Infectieziektenwet. Hierdoor is sprake
van samenloop tussen de wetsvoorstellen.
De Raad adviseert een bepaling in het wetsvoorstel op te nemen die voorziet
in het geval dat het onderhavige wetsvoorstel eerder tot wet is verheven en
in werking treedt of is getreden, dan wel dat het andere wetsvoorstel eerder
in werking treedt.
1. Overeenkomstig het advies van de Raad is in het wetsvoorstel rekening
gehouden met de mogelijkheid van samenloop met het voorstel van wet tot wijziging
van de Infectieziekten en de Quarantainewet ter bestrijding van de gevaren
van pokken. De gekozen oplossing is die van de invoeging van de ziekte sars
in de alfabetische rangschikking van artikel 2, onder a, van de Infectieziektenwet.
Eenzelfde constructie zal bij nota van wijziging worden ingebracht in het
eerderbedoelde wetsvoorstel tot wijziging van de Infectieziektenwet met betrekking
tot pokken. Op deze wijze is de uiteindelijke wettekst altijd correct, ongeacht
welke wetswijziging het eerste haar beslag krijgt.
2. Bij de bestrijding van het verspreiden van SARS is in verschillende
landen gebruikgemaakt van quarantainemaatregelen. Onderdeel 5 van de conclusies
van het Netwerkcomité voor besmettelijke ziekten vraagt ook om het
treffen van de nodige (wettelijke) voorzieningen daartoe.1 Anders dan het onder punt 1 vermelde wetsvoorstel voorziet het voorliggende
wetsvoorstel niet in een aanvulling van de Quarantainewet. Deze wet biedt
de mogelijkheid schepen, vliegtuigen, treinen en andere vervoersmiddelen in
quarantaine te plaatsen en personen, die met deze vervoersmiddelen hebben
gereisd, af te zonderen en te ontsmetten. De Raad adviseert in de toelichting
duidelijk te maken of zo'n aanvulling als gevolg van de besluitvorming in
de Wereld Gezondheidsorganisatie niet nodig is, nu de Quarantainewet naar
de Internationale Gezondheidsregeling verwijst, dan wel alsnog in het voorliggende
wetsvoorstel in een aanvulling van de Quarantainewet te voorzien.
2. De toelichting is aangevuld met een passage over het pleidooi van het
Netwerkcomité voor besmettelijke ziekten van de Europese Unie.
3. De Raad van de Europese Unie heeft op 6 mei 2003 als raad van ministers
van volksgezondheid vergaderd over de verspreiding van SARS. De Raad adviseert
in de toelichting uiteen te zetten hoe het voorliggende wetsvoorstel zich
verhoudt tot de besluitvorming in de Raad van de Europese Unie.
3. Overeenkomstig het advies van de Raad is de toelichting aangevuld met
een passage over de besluitvorming van de EU-gezondheidsraad.
De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden
aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening
zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de memorie
van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C. I. J. M. Ross-van Dorp