28 916
Nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening (Wet ruimtelijke ordening)

nr. 261
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VERDAAS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 18

Ontvangen 9 februari 2006

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Aan artikel 3.21 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

4. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder a, mede betrekking heeft op een besluit als bedoeld in artikel 3.31, wordt de procedure beschreven in de artikelen 3.22 en 3.23 in samenhang met de procedure beschreven in artikel 3.8c toegepast, met dien verstande dat hierin in plaats van «projectbesluit» telkens wordt gelezen: besluit als bedoeld in artikel 3.31.

II

In artikel 3.24 wordt na het vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:

4a. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder b, mede betrekking heeft op een besluit als bedoeld in artikel 3.32, wordt de procedure beschreven in de artikelen 3.22 en 3.23 in samenhang met de procedure beschreven in artikel 3.8c toegepast, met dien verstande dat hierin in plaats van «projectbesluit» telkens wordt gelezen: «besluit als bedoeld in artikel 3.32» en dat provinciale staten in de plaats treden van de gemeenteraad en gedeputeerde staten in de plaats van burgemeester en wethouders.

III

In artikel 3.26 wordt na het vierde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:

4a. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder b, mede betrekking heeft op een besluit als bedoeld in artikel 3.33, wordt de procedure beschreven in de artikelen 3.22 en 3.23 in samenhang met de procedure beschreven in artikel 3.8c toegepast, met dien verstande dat hierin in plaats van «projectbesluit» telkens wordt gelezen: «besluit als bedoeld in artikel 3.33» en dat Onze in de wet of het besluit, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, aangewezen Minister in de plaats treedt van burgemeester en wethouders en deze Minister en Onze Minister gezamenlijk in de plaats treden van de gemeenteraad.

IV

Na hoofdstuk 3 wordt ingevoegd een nieuw hoofdstuk, luidende: HOOFDSTUK 3A BEHEERSVERORDENING EN AFWIJKING HIERVAN TEN BEHOEVE VAN EEN PROJECT

Artikel 3.29

1. Onverminderd de gevallen waarin bij of krachtens wettelijk voorschrift een bestemmingsplan is vereist, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1 voor die delen van het grondgebied van de gemeente waar geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien, in plaats van een bestemmingsplan een beheersverordening vaststellen waarin het beheer van dat gebied overeenkomstig het bestaande gebruik wordt geregeld.

2. De verordening wordt in elk geval binnen tien jaar na de vaststelling herzien. Artikel 3.1, vierde lid, en vijfde lid, eerste en tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

3. Om overeenkomstig de verordening bestaand gebruik te handhaven en te beschermen kan bij de verordening worden bepaald dat het verboden is om binnen daartoe aangegeven gebied zonder, of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders:

a. bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;

b. bouwwerken te slopen.

4. Bij de verordening kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van bij de verordening te geven regels ontheffing kunnen verlenen van bij de verordening aan te geven regels. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen omtrent een voorgenomen ontheffing naar voren te brengen.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de vormgeving en inrichting en nadere regels omtrent de inhoud van de verordening.

6. Afdeling 3.3, met uitzondering van de artikelen 3.10 en 3.11, tweede lid, onder c, en derde lid, onder e, is op het in de verordening begrepen gebied van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «bestemmingsplan» of «bestemmingsplan, een projectbesluit daaronder begrepen,» telkens wordt gelezen: «verordening» en dat in artikel 3.11, vierde lid, in plaats van «of 3.20a» wordt gelezen: , 3.20a of 3.31.

Artikel 3.30

1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van een beheersverordening voor een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt, vervalt het bestemmingsplan voorzover het op dat gebied betrekking heeft.

2. Op het tijdstip van inwerkingtreding van een bestemmingsplan voor een gebied waarvoor een beheersverordening geldt, vervalt de beheersverordening voorzover zij op dat gebied betrekking heeft.

Artikel 3.31

1. De gemeenteraad kan binnen een in een beheersverordening begrepen gebied ten behoeve van de verwezenlijking van een project van gemeentelijk belang dat een of meer bouwwerken, werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden of het gebruik van bouwwerken of gronden kan omvatten, en afwijkt van de verordening, besluiten dat de verordening buiten toepassing blijft. De artikelen 3.8b tot en met 3.8d zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Te zijner keuze stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, onherroepelijk is geworden een met dat besluit overeenkomende wijziging van de verordening vast, dan wel geeft hij toepassing aan artikel 3.8e, met dien verstande dat hierin in plaats van «projectbesluit» telkens wordt gelezen: besluit als bedoeld in artikel 3.31.

3. Indien de gemeenteraad een verordening als bedoeld in het tweede lid vaststelt, is artikel 3.8e, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het bestemmingsplan» wordt gelezen: «de verordening» en dat de in de tweede volzin vermelde tussenzin vervalt.

Artikel 3.32

1. Provinciale staten kunnen, de gemeenteraad gehoord, ten behoeve van de verwezenlijking van een project van provinciaal belang dat een of meer bouwwerken, werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden of het gebruik van bouwwerken of gronden kan omvatten, en afwijkt van de beheersverordening, besluiten dat de verordening buiten toepassing blijft.

2. Artikel 3.31, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat provinciale staten in de plaats treden van de gemeenteraad en gedeputeerde staten in plaats van burgemeester en wethouders.

Artikel 3.33

1. Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister, kan, de gemeenteraad en provinciale staten gehoord, ten behoeve van de verwezenlijking van een project van nationaal belang dat een of meer bouwwerken, werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden of het gebruik van bouwwerken of gronden kan omvatten, en afwijkt van de beheersverordening, besluiten dat de verordening buiten toepassing blijft.

2. Artikel 3.31, tweede volzin, en tweede lid is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister, in de plaats treedt van de gemeenteraad en van burgemeester en wethouders.

V

Artikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid, eerste volzin, wordt met vervanging van de punt door een komma toegevoegd: alsmede van beheersverordeningen..

2. In het tweede lid wordt na de woorden «een bestemmingsplan» ingevoegd: of een beheersverordening.

3. In het derde lid wordt na het woord «bestemmingsplan» ingevoegd: of beheersverordening.

VI

Artikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid, eerste volzin, wordt met vervanging van de punt door een komma toegevoegd: alsmede van beheersverordeningen..

2. In het tweede lid wordt na de woorden «een bestemmingsplan» ingevoegd: of een beheersverordening.

3. In het derde lid wordt na «het woord «bestemmingsplan»ingevoegd: of beheersverordening.

VII

Artikel 6.1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a wordt vervangen door:

a.  een bepaling van een bestemmingsplan, niet zijnde een bepaling als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, of van een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.29;.

2. Na onderdeel b wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

ba. een krachtens een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.29 verleende ontheffing;.

3. In onderdeel c wordt «3.19a of 3.20a» vervangen door: 3.19a, 3.20a of 3.31.

Toelichting

Dit amendement dient ter vervanging van dat gedrukt onder nummer 18. In punt IV is in artikel 3.29, tweede lid, de termijn waarbinnen de verordening moet worden herzien verlaagd van 12 jaar naar 10 jaar.

Het amendement beoogt in het algemeen gemeenten naast het bestemmingsplan een eenvoudig instrument te bieden om gebieden met een lage dynamiek van een passende planologische bescherming te voorzien: de beheersregeling. De beheersregeling beschermt de bestaande situatie, zonder dat daarvoor een gedetailleerd en relatief duur bestemmingsplan behoeft te worden gemaakt.

Om afwijkingen van de bestaande situatie mogelijk te maken kan, voorzover de verordening die verandering niet toestaat, gebruik worden gemaakt van de projectprocedure of het bestemmingsplan.

Verdaas

Van Bochove

Lenards


XNoot
1

Herdruk in verband met wijziging van de volgorde van de onderdelen van het amendement.

Naar boven