nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden
op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk
bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel
strekt ertoe om voor het jaar 2002 wijzigingen aan te brengen in de departementale
begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV).
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel
B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes
B. BEGROTINGSTOELICHTING
Onderstaand worden de belangrijkste verschillen tussen de realisatie 2002
en de stand 2e suppletore begroting 2002 toegelicht.
Beleidsartikel 1. Waarborgfunctie
De overschrijding op het verplichtingenbudget in 2002 is hoofdzakelijk
administratief-technisch van aard en heeft voornamelijk betrekking op de vastlegging
van de «Arubadeal» in de begrotingsadministratie. De Arubadeal
behelst een toezegging van € 222 miljoen uitgesmeerd over 10 jaar.
Dit bedrag is in 1999 in zijn geheel in de verplichtingenadministratie opgenomen.
De nadere invulling van deze verplichting in termen van concrete projecten
wordt uit oogpunt van beheersbaarheid wederom in de begrotingsadministratie
vastgelegd en leidt dus tot een dubbeltelling. Als gevolg van systeemtechnische
beperkingen kunnen deze dubbeltellingen niet in het verplichtingenbudget 2002
worden gecorrigeerd. Het gevolg is dat het verplichtingenbudget 2002 in administratieve
zin is overschreden. Juridisch gezien is er geen sprake van nieuwe verplichtingen
en heeft het ook geen consequenties voor het kasbudget.
In 2002 is de vordering van het permanente voorschot bij de Centrale Bank
van Aruba volledig afgelost. Een bedrag ad. € 1,6 mln is via de
ontvangsten verrekend.
Beleidsartikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners
De onderuitputting op dit beleidsartikel betreft met name de samenwerkingsprogramma's
van de Nederlandse Antillen: duurzame economische ontwikkeling, bestuurlijke
ontwikkeling en onderwijs. Bij bestuurlijke ontwikkeling is de onderbesteding
circa € 4 mln en kan worden verklaard uit de soms onvolledige projectvoorstellen
en vertragingen in de uitvoering van diverse projecten. Bij het programma
duurzame economische ontwikkeling is de onderuitputting à € 12,5
mln eveneens veroorzaakt door vertraging in de uitvoering van met name infrastructurele
projecten. De onderbesteding op het programma onderwijs betreft circa €13
mln en heeft vooral te maken met de vertraagde werving van coördinatoren
van deelprogramma's en ondersteunend personeel.
Daarnaast zijn door de vertraagde totstandkoming van de stichting Antilliaanse
Medefinancierings Organisatie (AMFO) als uitvoeringskanaal voor het NGO-beleid
op de Nederlandse Antillen, niet alle middelen voor dit beleid tot besteding
gekomen. Het gaat hier om circa € 5 mln.
Overeenkomstig de tussen de NIO en DGCZK afgesloten beheersovereenkomst,
int de NIO onder andere de rente en aflossingen op de begrotingsleningen.
Voor de leningovereenkomsten met als vervaldatum 31 december, vindt de
afdracht van de NIO aan DGCZK eerst in januari van het volgende jaar plaats.
Door de Nederlandse Antillen is geen aflossing afgedragen over 2002. De vervallen
aflossingen worden door de NIO op een rentedragende achterstandsrekening geboekt.
De Nederlandse Antillen betalen echter wel de rente op de achterstandsrekening.
Niet-beleidsartikel 3. Nominaal en onvoorzien
Om de koerscorrecties (apparaatskosten vertegenwoordigingen) deels te
ondervangen worden de budgetten aangepast. De budgetten zijn bij de 1e en
2e suppletore begroting 2002 hiertoe aangepast ten laste van het budget nominaal
en onvoorzien.