28 880
Jaarverslagen over het jaar 2002

nr. 46
JAARVERSLAG VAN HET DIERGEZONDHEIDSFONDS (F)

Aangeboden 21 mei 2003

INHOUDSOPGAVE blz.

AAlgemeen4
1.Voorwoord4
2.Dechargeverlening5
3.Leeswijzer8
   
BBeleidsverslag9
4.Beleidsprioriteiten9
5.Beleidsartikelen13
6.Mededeling over de bedrijfsvoering18
   
CJaarrekening19
7.Verantwoordingsstaat19
8.Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaat20
9.Saldibalans21
Bijlage 1:Verdiepingsbijlage24
Bijlage 2:Aanbevelingen AR25
Bijlage 3:Lijst met gebruikte afkortingen26

A ALGEMEEN

1. Voorwoord

Hierbij bied ik u het jaarverslag 2002 aan van het Diergezondheidsfonds.

Het jaar 2002 heeft in het teken gestaan van de afwikkeling MKZ 2001. Daarnaast zijn er bewakingsmaatregelen uitgevoerd om de EU-erkenning «dierziektevrij» te behouden. Bij de bewakingsonderzoeken zijn in 2002 geen besmettingen vastgesteld. Tevens is er onderzoek verricht naar verdenkingen van wettelijk te bestrijden dierziekten. Dit heeft in 2002 gelukkig niet geresulteerd in veterinaire crises. Helaas is Nederland in 2003 niet gevrijwaard gebleven van een veterinaire crisis.

Tot slot is een bijdrage vanuit het DGF naar de LNV-begroting gestort voor de vernietiging van diermeel.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Dr. C.P. Veerman

2. Dechargeverlening

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij decharge te verlenen over het in het jaar 2002 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het Diergezondheidsfonds.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

1. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

2. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

3. de financiële informatie in de jaarverslagen;

4. de departementale saldibalansen;

5. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

6. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering; van het Diergezondheidsfonds. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden.

2. de slotwet van het Diergezondheidsfonds over het jaar 2002;de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd; het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen.

3. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2002 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden.

4. De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2002 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2002 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001); het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

Ten behoeve van het politieke oordeel dat door middel van een besluit tot dechargeverlening wordt uitgesproken, is het van belang mee te wegen dat de ondergetekende samen met staatssecretaris Odink vanaf 22 juli 2002 de zorg voor het financieel beheer van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op zich heeft genomen.

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

C.P. Veerman

mede namens

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

B. J. Odink

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van (datum): De Voorzitter van Tweede Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van:(datum) De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Eerste Kamer, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. Leeswijzer

De verantwoording over het jaar 2002 van het Diergezondheidsfonds is de eerste die volgens de principes van VBTB «Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording» is opgesteld. De verantwoording is daarmee een «spiegel» van de eerste VBTB-begroting 2002.

Het jaarverslag bestaat uit de volgende onderdelen:

– Voorwoord

– Dechargeverlening

– Leeswijzer

– Beleidsprioriteiten

– Beleidsartikelen

– Mededeling over de bedrijfsvoering

– Verantwoordingstaat en de financiële toelichting daarop

– Saldibalans

Daarnaast maken drie bijlagen onderdeel uit van het jaarverslag, bestaande uit de verdiepingsbijlage, een toelichting op de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer bij de financiële verantwoording van voorgaande jaren en een bijlage met een lijst van afkortingen. Hieronder wordt in deze leeswijzer ingegaan op een aantal specifieke invullingen van het jaarverslag.

De geringe verschillen tussen de totalen van de saldibalans en de verantwoordingsstaat betreft afrondingsverschillen.

In de toelichting bij de verantwoordingstaat is conform de voorschriften dezelfde tabel budgettaire gevolgen van beleid opgenomen, als onder het beleidsartikel. Een zekere overlap was hierdoor niet te vermijden.

B BELEIDSVERSLAG

4. Beleidsprioriteiten

1. Algemeen

Het Diergezondheidsfonds (DGF) is een begrotingsfonds dat op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren is ingesteld. In dit fonds worden de uitgaven en ontvangsten verantwoord die samenhangen met maatregelen ter bestrijding van besmettelijke dierziekten. De belangrijkste categorieën van uitgaven bij de bestrijding betreffen de schadeloosstellingen aan veehouders voor geruimde dieren en de uitvoeringskosten die samenhangen met de bestrijding van besmettelijke dierziekten zoals tracering, screening, noodvaccinatie, ruiming, reiniging en ontsmetting en destructie van geruimde dieren. Daarnaast komen de kosten van opkoopregelingen om welzijnsproblemen op te lossen ten laste van het Diergezondheidsfonds. Het gaat hierbij om welzijnsproblemen die het gevolg zijn van ingestelde vervoersverboden om verspreiding van de besmettelijke dierziekte tegen te gaan. Kosten voor handhaving komen niet ten laste van het Diergezondheidsfonds, maar worden verantwoord op de LNV-begroting.

De middelen ter financiering van de uitgaven zijn afkomstig van de EU, de productschappen (PZ, PVV en PPE) en het Rijk. De bijdrage van het Rijk loopt over de LNV-begroting (u06.11 Bewaking en verhoging van diergezondheidsniveau en effectieve bestrijding van dierziekten). Voor de bijdrage van het bedrijfsleven is het Convenant «financiering bestrijding besmettelijke dierziekten» van toepassing dat in 2000 gesloten is tussen een aantal productschappen (PZ,PVV en PPE) en de Staat en dat aan de Kamer is aangeboden (Tweede Kamer, vergaderjaar 1999–2000 26 800 F, nr. 3). De essentie van deze afspraken is dat de overheid, in geval zich uitbraken voordoen, onvoorwaardelijk kan beschikken over de noodzakelijke financiële middelen, met name voor de bestrijding van besmettelijke dierziekten tot vooraf afgesproken maxima (voor het grootste deel via een systeem van bankgaranties). De productschappen stellen zich voor de periode 13 juli 2000 t/m 31 december 2004 garant voor de kosten van dierziekte-uitbraken tot de volgende maxima:

• runderen € 227 mln., waarvan € 182 mln. in de vorm van een bankgarantie en € 45 mln. in de vorm van liquide middelen die worden aangehouden bij het betrokken productschap;

• varkens € 227 mln., waarvan € 204 mln. in de vorm van een bankgarantie en € 23 mln. in de vorm van liquide middelen die worden aangehouden bij het betrokken productschap;

• pluimvee € 11 mln. in de vorm van liquide middelen welke worden aangehouden bij het betrokken productschap;

• schapen en geiten € 2 mln. in de vorm van liquide middelen.

Indien LNV voor de financiering van een uitbraak van een besmettelijke dierziekte gebruik maakt van de bankgarantie, wordt door het betrokken productschap, op grond van de wet op de bedrijfsorganisatie, aan de sector een heffing opgelegd om de schuld aan de banken af te lossen.

Het jaar 2002 heeft vooral in het teken van de afwikkeling van de MKZ-crisis gestaan. Dit betekent enerzijds dat er nog uitgaven zijn verricht (o.a. destructiekosten) en anderzijds dat er overleg is geweest met het bedrijfsleven en de EU over hun bijdrage in de kosten. De administratieve afwikkeling, de verantwoording van de uitgaven, de bepaling van de doorberekening aan de productschappen en opstelling van het verzoek om vergoeding aan de EU hebben in 2002 veel capaciteit en inspanningen gevergd. De eindafrekening zal in 2003 op basis van het convenant en de EU-richtlijn worden opgesteld. Daarnaast is in 2002 vanuit het DGF in het kader van BSE een bijdrage geleverd aan de LNV-begroting voor de uitgaven voor het vernietigen van diermeel, die worden verantwoord op de LNV-begroting.

2. Afwikkeling MKZ 2001

De bestrijding van de MKZ-uitbraak in het voorjaar van 2001, is met de herbevolking van de getroffen bedrijven in het najaar van 2001 feitelijk beëindigd. In totaal zijn op ruim 2 900 bedrijven ca. 270 000 dieren gedood en afgevoerd. Hiervan waren ongeveer 200 000 dieren voorafgaand aan de afvoer gevaccineerd. Op basis van de meest recente gegevens bedragen de totale uitgaven voor de bestrijding van de MKZ-uitbraak € 226,5 mln. (exclusief kosten handhaving).

Naast de maatregelen ter bestrijding van de MKZ-uitbraak zijn ook maatregelen getroffen ten behoeve van het welzijn van de dieren middels een opkoopregeling. In dat kader zijn ca. 69 000 dieren (varkens, biggen, kalveren) opgekocht. Op basis van de meest recente gegevens bedragen de totale uitgaven voor welzijnsmaatregelen in het kader van de MKZ-uitbraak € 28,9 mln.

De financiering van de uitgaven MKZ in 2002 is als volgt.

Rijk

Voor rekening van het Rijk zijn gekomen:

– de uitgaven van toezicht en handhaving (AID, politie en douane),

– de uitgaven van de bestrijding i.h.k.v. MKZ bij hobbydierhouders en particulieren. Aan de productschappen worden de kosten in rekening gebracht die gerelateerd zijn aan de bedrijfsmatige veehouderij. Om een onderscheid te kunnen maken is in overleg met de productschappen de grens van een hobbyveehouder vastgelegd op 1,25 Standaard Bedrijfseenheid (SBE). Voor zover een houder niet meer dieren houdt dan het equivalent van 1,25 SBE, wordt deze houder aangemerkt als hobbyveehouder en komen de uitgaven van de bestrijding ten laste van het Rijk.

– de uitgaven die aan de schapensector zijn toegerekend voorzover deze de maximumbijdrage uit het convenant van de sector hebben overschreden.

Door het ministerie van LNV zijn bij de EU aanvragen ingediend voor een bijdrage in de kosten van schadeloosstellingen en uitvoeringskosten m.b.t. MKZ.

Productschappen

De productschappen hebben op basis van voorlopige ramingen voorschotten verstrekt op basis van tussentijdse declaraties in 2002. In 2003 zullen op basis van de definitieve cijfers en het verslag van de uitvoering van de bestrijding, definitieve afspraken met de productschappen over de doorberekening van de kosten worden gemaakt.

EU

De EU vergoedt een deel van de kosten van de bestrijding ingevolge richtlijn 90/424/EEG. Concreet voor MKZ betreft het 60% van de kosten van de schadeloosstellingen van veehouders voor het slachten en destructie van dieren, destructie van melk, besmet voer en materiaal voor zover het niet kan worden ontsmet, reiniging en ontsmetting, vervoer geslachte dieren en andere maatregelen die nodig zijn om de ziekte in de haard te bestrijden.

In het overleg met de vertegenwoordigers van de Cie van de EU is gebleken dat de EU de bepalingen van de richtlijn zeer terughoudend toepast en slechts kosten voor vergoeding in aanmerking wil laten komen die direct ten laste van de veehouder (zouden zijn ge)komen respectievelijk toerekenbaar zijn naar UBN-nummer (Uniek Bedrijfsregistratie Nummer). Om deze reden is besloten o.a. de kosten van het traceren en screenen niet bij de EU voor vergoeding in te dienen.

In 2002 zijn twee verzoeken om een voorlopige vergoeding bij de EU ingediend. Het eerste verzoek heeft betrekking op de vergoeding voor de uitgekeerde schadeloosstellingen aan de veehouders; de gevraagde EU-bijdrage bedraagt circa € 54,0 miljoen. Het tweede verzoek betreft de vergoeding voor de uitvoeringskosten; de gevraagde EU-bijdrage daarvoor bedraagt € 54,8 miljoen.

3. BSE maatregelen

De Europese TSE Verordening1 bepaalt welke maatregelen moeten worden genomen zodra een geval van BSE is vastgesteld. Dieren waarvan – op grond van een relatie met het besmette dier – wordt verondersteld dat zij een verhoogd risico dragen zelf ook besmet te zijn, de zogeheten risicogroepen, moeten worden geruimd. Voor de andere runderen op het bedrijf van de besmetting die niet tot een risicogroep behoren, kan de lidstaat kiezen deze runderen te ruimen dan wel in leven te laten.

In Nederland wordt de keuze om de hierboven genoemde niet-risicodieren te ruimen c.q. in leven te laten aan de veehouder overgelaten. Indien de veehouder besluit, zoals zij in 2002 omwille van de bedrijfsvoering steeds deden, de dieren niet aan te houden, worden ook deze dieren net als de risicodieren overgenomen, gedood en vernietigd.

Zowel kosten verbonden aan de tegemoetkoming in de schadevergoeding voor de verplicht te ruimen risicodieren als de kosten van de overname van de niet-risicodieren, worden uit het DGF vergoed. Vergoeding van risicodieren vloeit voort uit de GWWD, vergoeding van niet-riscodieren daarentegen niet. In 2001 is met de productschappen afgesproken dat ook de niet-risicodieren worden vergoed. Dit betekent dat het bedrijfsleven ook de kosten van het vergoeden van de niet-risicodieren draagt tot het plafond van de maximale bijdrage van het bedrijfsleven is bereikt.

In totaal werden in 2002 24 gevallen van BSE vastgesteld. Daarbij werden in totaal ruim 3 000 dieren afgevoerd om te worden gedood en vernietigd, waarvan 25% risicodieren en 75% dieren die geen risicodier zijn, maar op moment van vaststelling van het geval van BSE op hetzelfde bedrijf als het besmette dier verbleven.

4. Bewakingsprogramma's

Nederland is door de EU officieel vrij verklaard van diverse dierziekten. Voor Brucellose bij rundvee, Leukose bij rundvee, Brucellose bij schapen en geiten is aan het behoud van deze erkenning de verplichting verbonden jaarlijks een bewakingsonderzoek uit te voeren. Het onderzoek Brucellose en Leukose bij rundvee wordt in de winterperiode uitgevoerd (runderen staan op stal waardoor de uitvoeringskosten van de bewaking het laagst zijn) en Brucellose bij schapen en geiten in de loop van het verslagjaar. Daarnaast vindt bewakingsonderzoek plaats bij runderen die gedurende het laatste deel van de dracht de vrucht hebben verworpen.

5. Overige activiteiten

Het is noodzakelijk een dierziekte in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Elke vertraging doet m.n. bij de zeer besmettelijke dierziekten de gevolgen en daarmee de noodzakelijke maatregelen ter bestrijding toenemen. Bij verschijnselen die duiden op een aangifteplichtige dierziekte is melding verplicht en wordt onderzoek ingesteld. Dergelijke meldingen en daarna ingesteld onderzoek zijn frequent aan de orde aangezien op dat gebied geen risico kan worden genomen.

5. Beleidsartikelen

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Algemene doelstelling

Nederland is door de EU officieel vrij verklaard van bepaalde dierziekten. Om deze status te handhaven worden regelmatig monitorings- c.q. bewakingsprogramma's uitgevoerd. De uitgaven en ontvangsten van deze verplichte bewakingsprogramma's worden in het DGF verantwoord (operationele doelstelling 01.11).

Indien zich desondanks uitbraken van besmettelijke dierziekten voordoen is het beleid erop gericht deze – binnen de kaders van de EU-regelgeving – zo effectief mogelijk te bestrijden. Het bestrijdingsbeleid is er in de eerste plaats op gericht om de risico's op de verspreiding van besmettelijke dierziekten zoveel mogelijk te beperken. Essentiële voorwaarde hiertoe is het tijdig signaleren van symptomen van besmettingen door onderzoek te doen naar verdachte gevallen. De uitgaven en ontvangsten die samenhangen met de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden in het DGF verantwoord (operationele doelstelling 01.12).

Afgezien van de uitgaven voor bewaking en bestrijding worden in het DGF ook de uitgaven en ontvangsten verantwoord voor welzijnsmaatregelen als gevolg van een uitbraak (operationele doelstelling 01.13).

Bij de diverse (bovengenoemde) operationele doelstellingen wordt ingegaan op de realisatie 2002 in beleid en geld.

Operationele doelstelling

0111 Bewaking van dierziekten

Ten laste van deze operationele doelstelling komen uitgaven die samenhangen met de uitvoering van een aantal bewakingsmaatregelen om de EU-erkenning «dierziektevrij» te behouden

Streefwaarde

Het streven is erop gericht om voor een aantal dierziekten de EU-status «vrij van dierziekten» te handhaven (zoals bijvoorbeeld voor klassieke varkenspest en brucellose). Deze streefwaarde is voor 2002 gerealiseerd. Bij de hiertoe uitgevoerde bewakingsonderzoeken zijn geen besmettingen vastgesteld.

Instrumenten

In 2002 zijn bewakingsprogramma's uitgevoerd en is aan de Europese Commissie gerapporteerd over de resultaten van deze onderzoeken. In onderstaande tabel is opgenomen het aantal bezochte bedrijven en het aantal genomen monsters.

Bij de bewakingsonderzoeken werden geen besmettingen vastgesteld. Aan de rapportages over de uitvoering*) gedurende de periode 1-1-2002 tot 1-10-2002 zijn de volgende gegevens ontleend.

Prestatiegegevens:

Aard onderzoek
 Bezochte bedrijvenAantal genomen monsters
Brucellose rundvee bewaking10 70145 058
Brucellose verwerpen4 8457 718
Leukose rundvee bewaking3 73315 755
Brucellose schaap/geit bewaking1 46413 894

* Bron verslag Gezondheidsdienst voor Dieren

De hierboven bedoelde bewakingsprogramma's worden in opdracht van LNV uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren. Kosten van bewakingsmaatregelen worden in het kader van het convenant op 50/50 basis gefinancierd door het bedrijfsleven en de overheid.

Financieel overzicht:

Uitgaven (bedragen x € 1 mln)
Brucellose bij runderen, schapen en geiten3,3
Leukose bij runderen0,7
Klassieke Varkenspest bij wilde zwijnen0,1
BSE-monitoring bij kadavers2,2
Totaal6,3
  
Ontvangsten 
Bijdrage Productschappen (PZ en PVV)2,4
Bijdrage LNV3,2
Totaal5,6

0112 Bestrijding van dierziekten

Indien een verdenking of een uitbraak van een wettelijk te bestrijden dierziekte zich voordoet, komen de kosten van het onderzoek naar de verdenkingen en de bestrijdingsmaatregelen ten laste van deze operationele doelstelling.

Streefwaarden

Een dierziekte moet zo snel en effectief mogelijk worden bestreden. Deze streefwaarde is voor 2002 gerealiseerd. Naar aanleiding van 282 meldingen van dierziekten zijn evenveel onderzoeken uitgevoerd, waarbij in 30 gevallen een dierziekte is geconstateerd. Bij deze «positieve» gevallen is direct tot ruiming van de gehele veestapel dan wel de individuele dieren overgegaan om verspreiding te voorkomen.

Instrumenten

In 2002 zijn de volgende instrumenten ingezet:

• de verplichting voor de houders van dieren om een verdenking van een wettelijk te bestrijden dierziekte te melden.

• screening en tracering: ten aanzien van BSE is onderzoek gedaan naar het voeren het geboortecohort van de besmette dieren.

• ruimen van besmette bedrijven: in 2002 zijn alle dieren van de 24 bedrijven waar BSE is geconstateerd geruimd; hiervoor zijn de ondernemers schadeloos gesteld.

Prestatiegegevens:
Aard van de meldingAantal meldingenResultaat onderzoek*
  positiefnegatief
AI303
BSE772453
Brucellose (rund)54054
KVP24024
Leukose909
Miltvuur202
MKZ42042
NCD404
Psittacose110
Tuberculose (rund)**56353
Rabies404
Overige624
TOTAAL28230252

* Bron RVV

** Inclusief tracering a.g.v. besmetting

Financieel overzicht:
Uitgaven(bedragen x € 1 mln.)
Financiële afwikkeling MKZ 200122,5
BSE4,3
Onderzoek verdenkingen0,5
Totaal27,3
  
Ontvangsten 
Bijdrage Productschappen (PVV en PZ)16,8
Totaal16,8

0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Bij uitbraken van wettelijk te bestrijden dierziekten treden – op basis van het betreffende crisis draaiboek – diverse veterinaire maatregelen in werking. Een van de maatregelen is het instellen van een vervoersverbod waardoor in bepaalde gebieden het vervoer van bepaalde diercategorieën niet meer is toegestaan dan wel aan stringente voorwaarden is gebonden. Als gevolg van het vervoersverbod kunnen in deze gebieden welzijns- en huisvestingsproblemen ontstaan. Ter vermindering van de meest urgente welzijnsproblemen kan worden besloten om dieren op te kopen.

Streefwaarden

Het beperken van de welzijnsproblematiek in geval van dierziekten-uitbraken. Er zijn in 2002 geen besmettelijke dierziekten uitgebroken die een vervoersverbod noodzakelijk maakten. Derhalve hebben zich ook geen welzijnsproblemen als gevolg van een vervoersverbod voorgedaan.

Beleidsinstrumenten

De gerealiseerde uitgaven (€ 1,9 mln.) bij deze operationele doelstelling betreffen uitgaven uit hoofde van de afwikkeling MKZ 2001.

0114 Overig

Deze operationele doelstelling is bestemd voor de financiering van overige uitgaven. Voor 2002 betreft het met name uitgaven voor BSE/destructie van diermeel die ten laste van de LNV-begroting 2002 zijn verantwoord (€ 30,1 mln.).

Daarnaast heeft uit hoofde van de afwikkeling MKZ 2001 een terugbetaling aan het Productschap Zuivel plaatsgevonden (€ 10,3 mln.) in verband met teveel ontvangen voorschotten in 2001.

Budgettaire gevolgen van beleid DGF (bedragen x € 1 000)
 RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
Verplichtingen75 948pm75 948
Uitgaven75 948pm75 948
Programma-uitgaven75 948pm75 948
U0111 Bewaking van dierziekten6 321pm6 321
U0112 Bestrijding van dierziekten27 330pm27 330
U0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen1 887pm1 887
U0114 Overig40 410pm40 410
    
Ontvangsten38 3682 48435 884

Toelichting

In 2002 is voor een bedrag van € 75,9 mln. aan uitgaven ten laste van het DGF verricht. Dit betreft met name uitgaven voor de afwikkeling MKZ van € 24,4 mln. en uitgaven voor BSE (ruimingen en destructie van diermeel) ad € 34,4 mln. Daarnaast is in 2002 € 6,3 mln. aan bewaking c.q. monitoring van dierziekten besteed.

In 2002 is in totaal € 38,4 mln. ontvangen. In verband met de financiële afwikkeling MKZ 2001 heeft het Productschap PVE € 11,3 mln. en LNV € 13,1 mln. bijgedragen. Daarnaast is van LNV en bedrijfsleven een bedrag ontvangen van € 5,6 mln. voor bewakingsprogramma's. Tot slot is van het bedrijfsleven € 4,8 mln. ontvangen voor de ruiming van BSE-besmette bedrijven en € 2,5 mln. van Bureau Heffingen als terugstorting voor het niet doorgaan van de invoering van de varkensheffing.

Uit hoofde van de realisatie 2001 DGF bedroeg het voordelig beginsaldo DGF 2002 € 43,7 mln. Gegeven de gerealiseerde uitgaven (€ 75,9 mln.) en ontvangsten (€ 38,4 mln.) in 2002 komt het voordelig eindsaldo DGF 2002 uit op € 6,2 mln.

Evaluatie

Met betrekking tot MKZ hebben diverse evaluaties plaatsgevonden, waaronder het rapport «MKZ 2001; de evaluatie van een crisis», opgesteld door de B&A-groep te Den Haag.

6. Mededeling over de bedrijfsvoering

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij verklaart hierbij als volgt:

In het verslagjaar 2002 is op een gestructureerde wijze aandacht besteed aan het financieel, het materieel beheer en de daartoe bijgehouden administraties bij het Diergezondheidsfonds (DGF).

Eén en ander heeft in het verslagjaar 2002 geresulteerd in beheerste bedrijfsprocessen. Daarbij is een aantal punten van aandacht naar voren gekomen ten aanzien waarvan verbeteracties zijn of worden gestart:

1. Het blijkt dat bij een aantal van de bij het DGF betrokken directies en diensten de onderhoudsorganisatie van de administratieve organisatie nog niet naar wens functioneert. De beschrijving van en de onderhoudsorganisatie van de administratieve organisatie van het departement zal ook in 2003 nog de nodige aandacht vragen.

2. De kwaliteit van de financiële verantwoordingsinformatie blijft ook in 2003 een punt van aandacht. Dit wil zeggen dat bij de oplevering van de verantwoordingsinformatie over 2002 nog veel interventies nodig waren om aan de vereiste kwaliteit te voldoen.

Vanuit de departementsleiding zal in 2003 worden toegezien op het realiseren van verbeteringen.

C JAARREKENING

7. Verantwoordingsstaat

7.1 De verantwoordingsstaat van het Diergezondheidsfonds

Verantwoordingsstaat 2002 van het DiergezondheidsfondsBedragen in EUR1000
  (1)(2)(3)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie*Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  verplich-tingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-sten
01Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemenMemorieMemorie2 48475 94875 94838 36875 94875 94835 884
           
 Sub-totaal  2 484 75 94838 368 75 94835 884
           
07Voordelig eindsaldo 2001  43 750  43 750  0
           
 Sub-totaal Pm46 234 75 94882 118 75 94835 884
           
08Voordelig eindsaldo 2002 46 234  6 170  – 40 064 
           
 Totaal 46 23446 234 82 11882 118 35 88435 884

* De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (EUR 1000).

Mij bekend,

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

C.P. Veerman

8. Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaat

Budgettaire gevolgen van beleid DGF (bedragen x € 1 000)
 RealisatieVastgestelde begrotingVerschil
Verplichtingen75 948pm75 948
Uitgaven75 948pm75 948
Programma-uitgaven75 948pm75 948
U0111 Bewaking van dierziekten6 321pm6 321
U0112 Bestrijding van dierziekten27 330pm27 330
U0113 Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen1 887pm1 887
U0114 Overig40 410pm40 410
    
Ontvangsten38 3682 48435 884

Toelichting

In 2002 is voor een bedrag van € 75,9 mln. aan uitgaven ten laste van het DGF verricht. Dit betreft met name uitgaven voor de afwikkeling MKZ (inclusief terugbetaling aan produktschap Zuivel) ad € 34,8 mln. en uitgaven voor BSE (ruimingen en destructie van diermeel) ad € 34,4 mln. Daarnaast is in 2002 € 6,3 mln. aan bewaking c.q. monitoring van dierziekten besteed.

In 2002 is in totaal € 38,4 mln. ontvangen. In verband met de financiële afwikkeling MKZ 2001 heeft het Productschap PVE € 11,3 mln. en LNV € 13,1 mln. bijgedragen. Daarnaast is van LNV en bedrijfsleven een bedrag ontvangen van € 5,6 mln. voor bewakingsprogramma's. Tot slot is van het bedrijfsleven € 4,8 mln. ontvangen voor de ruiming van BSE-besmette bedrijven en € 2,5 mln. van Bureau Heffingen als terugstorting voor het niet doorgaan van de invoering van de varkensheffing.

Het voordelig beginsaldo DGF 2002 bedroeg € 43,7 mln. Gegeven de gerealiseerde uitgaven (€ 75,9 mln.) en ontvangsten (€ 38,4 mln.) in 2002 komt het voordelig eindsaldo DGF 2002 uit op € 6,2 mln.

Evaluatie

Met betrekking tot MKZ hebben diverse evaluaties plaatsgevonden, waaronder het rapport «MKZ 2001; de evaluatie van een crisis», opgesteld door de B&A-groep te Den Haag.

9. Saldibalans

Saldibalans per 31 december 2002
 OmschrijvingEUR1000  OmschrijvingEUR1000
1Uitgaven ten laste van de begro- ting 200275 943 2aOntvangsten ten gunste van de begroting 200282 118
4Rekening Courant Financiën5 792    
5Uitgaven buiten begrotings ver- band1 321 6Ontvangsten buiten begrotingsverband938
8Extra-comptabele vorderin- gen310 591 8aTegenrekening extra-comptabele vorderingen310 591
10Voorschotten180 573 10aTegenrekening voorschotten180 573
 Totaal574 220  Totaal574 220

De toelichting op de saldibalans (bedragen in 1 000)

De balansposten zijn bepaald en gewaardeerd overeenkomstig de geldende voorschriften van de Comptabiliteitswet.

Balanspost 1. Uitgaven ten laste van de begroting 200275 943
De op deze post verantwoorde uitgaven komen overeen met de uitgaven opgenomen in de verantwoordingsstaat, onderdeel uitgaven en verplichtingen, over het jaar 2002. 
  
Balanspost 2a. Ontvangsten ten gunste van de begroting 200282 118
De op deze post verantwoorde ontvangsten komen overeen met de ontvangsten opgenomen in de verantwoordingsstaat, onderdeel ontvangsten, over het jaar 2002 en het voordelig beginsaldo 2002. 
  
Balanspost 4. Rekening-Courant Financiën5 792
Deze post geeft het tegoed weer dat het Diergezondheidsfonds heeft bij het Ministerie van Financiën. 
  
Balanspost 5. Uitgaven buiten begrotingsverband1 321
Onder de uitgaven buiten begrotingsverband zijn met derden te verrekenen posten opgenomen in het kader van de dierziektenbestrijding. Deze posten zullen in 2003 worden verrekend. 
  
Balanspost 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband938
Onder de ontvangsten buiten begrotingsverband zijn met derden te verrekenen posten opgenomen in het kader van de dierziektenbestrijding. Deze posten zullen in 2003 worden verrekend 
  
Balanspost 8. Extra-comptabele vorderingen310 591
Onder de extra-comptabele vorderingen zijn vorderingen op derden opgenomen, alsmede de garantiestelling van het bedrijfsleven voor de dekking van de uitgaven in het kader van de dierziektebestrijding. 

Toelichting

 Bedrag
Te vorderen bedragen in het kader van de afwikkeling van de MKZ crisis6 647
Garantiestelling van het bedrijfsleven303 944
Totaal310 591

In juli 2000 is het convenant van kracht tussen het bedrijfsleven en het Ministerie van LNV. In dit convenant is onder meer de financiering van de uitgaven in het kader van de dierziektebestrijding geregeld. Het bedrijfsleven, vertegenwoordigd door het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren, het Productschap voor Zuivel, heeft voor runderen een bankgarantie van € 181,5 mln. en voor varkens een bankgarantie van € 204,2 mln. afgegeven.

In 2001 zijn de bankgaranties, in verband met de uitbraak van de MKZ crisis, aangesproken voor in totaal € 72,6 mln. In 2002 zijn de bankgaranties voor € 9,2 mln. aangesproken.

Toelichting

 Bedrag
Garantiestelling per 31-12-2000385 713
Onttrekkingen in 2001–/– 72 605
Onttrekkingen in 2002–/– 9 165
Garantiestelling per 31-12-2002303 944
Balanspost 10. Voorschotten180 573
In het kader van de bestrijding van de MKZ crisis zijn aan de diverse bedrijven opdrachten verstrekt voor de uitvoering van taken in het kader van de dierziekten bestrijding. Deze bedrijven hebben, overeenkomstig de afspraken, op voorschotbasis de verrichte diensten gefactureerd. De facturen zijn gerelateerd aan de verrichte prestaties.\ 
Na afloop van de MKZ crisis zal op basis van een einddeclaratie definitief worden gefactureerd.\ 
In 2002 zijn de MKZ uitgaven voor een deel vastgesteld. In 2003 zal de definitieve afwikkeling plaatsvinden. 

In de verklarende tabel wordt per begrotingsartikel toegelicht wat de openstaande voorschotten zijn. Deze voorschotten zijn voornamelijk in 2001 ontstaan en worden, naar verwachting alle in 2003 afgerekend.

Toelichting

Artikel 01
Operationele doelstellingBedrag
11 Bewaking dierziekten2 223
12 Bestrijding dierziekten73 537
14 Overige maatregelen104 813
  
Totaal180 573

Afwikkeling voorschotten

Bedrag
Openstaande voorschotten op 1/1/2002 168 456
Opgeboekte voorschotten42 679 
Afgeboekte voorschotten–/– 30 562 
  12 117
   
Totaal 180 573

BIJLAGE 1 Verdiepingsbijlage

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen
 VerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (28 000 F, nr. 1)p.m.p.m.2 484
1. Vastgestelde begroting (Stb. 2002, 105)p.m.p.m.2 484
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppl. begroting (kmst. 2001–2002 28 309, nr. 1)79 00079 00038 686
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2002, 278)79 00079 00038 686
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppl. begroting (kmst. 2002–2003, 28 716, nr. 1)5 0005 0002 300
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2003, 77)5 0005 0002 300
    
Mutaties slotwet– 8 052– 8 052– 5 102
Ontwerp-slotwet75 94875 94838 368
4. Vast te stellen mutatie slotwet– 8 052– 8 052– 5 102
Totaal geraamd tevens realisatie 2002 (1+2+3+4)75 94875 94838 368

BIJLAGE 2 Aanbevelingen AR

Na de MKZ crisis is door het crisiscoördinatiepunt van LNV een uitgebreid verbeterplan opgesteld om alle geleerde lessen uit de MKZ-crisis in de praktijk te brengen. In dit kader is voorzien in aanpassingen en updates van de meeste handboeken voor dierziektenbestrijding en crisismanagement.

BIJLAGE 3 Lijst met gebruikte afkortingen

AIAviare Influenza
BSEBovine Spongiform Encephalopathy
DGFDiergezondheidsfonds
GWWDGezondheids- en welzijnswet voor dieren
KVPKlassieke Varkenspest
MKZMond- en Klauwzeer
RVVRijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees
TSETransmissible Spongiform Encephalopathies

XNoot
1

Verordening (EG) Nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën.

Naar boven