28 880
Jaarverslagen over het jaar 2002

nr. 44
JAARVERSLAG VAN HET SPAARFONDS AOW (E)

Aangeboden 21 mei 2003

Dit jaarverslag bestaat uit:

• De dechargeverlening;

• de jaarrekening 2002, bestaande uit de rekening van uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit de bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting (inclusief vermogenspositie per 1 januari 2002 en 31 december 2002).

Den Haag, 21 mei 2003

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

De Minister van Financiën,

J. F. Hoogervorst

Dechargeverlening

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid decharge te verlenen over het in het jaar 2002 gevoerde financiële beheer van de begroting van het Spaarfonds AOW.

Dit verzoek heeft betrekking op het financieel beheer dat samenhangt met de uitvoering van de begroting van het Spaarfonds AOW.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administratie;

b. de financiële informatie in het jaarverslag;

van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

c. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden;

d. de slotwet van het Spaarfonds AOW; de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen;

e. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2002 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden;

f. De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2002 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2002 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Mede namens

de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

M. Rutte

K. L. Phoa

De Minister van Financiën,

J. F. Hoogervorst

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Verantwoordingsstaat 2002 van het Spaarfonds AOW (Bedragen in EUR1000)

   (1)(2)(3)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
   UitgavenOntvangstenUitgavenOntvangstenUitgavenOntvangsten
  TOTAAL02 943 26402 941 6670–1 597
         
0101Bijdrage van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)02 405 03502 405 03500
0102Rente-ontvangsten Spaarfonds AOW0538 2290536 6320–1 597
         
  Subtotaal02 943 26402 941 6670–1 597
         
  Voordelig eindsaldo (cumulatief) 200109 730 40909 730 4030–6
         
  Subtotaal09 730 40909 730 4030–6
         
  Voordelig eindsaldo (cumulatief) 2002012 673 673012 672 0700–1 603
         
  Totaal012 673 673012 672 0700–1 603

Ons bekend,

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Minister van Financiën,

Toelichting bij de rekening van uitgaven en ontvangsten Spaarfonds AOW 2002

1.1 Algemene beleidsdoelstelling

Het waarborgen dat de AOW vanaf 2020 ondanks de vergrijzing betaalbaar blijft, in die zin dat de AOW-premie ten hoogste 18,25% bedraagt.

Door de voortschrijdende vergrijzing van de Nederlandse bevolking neemt de druk op de AOW in de toekomst toe. Het Spaarfonds AOW is in 1998 ingesteld om de financierbaarheid van de AOW-uitgaven op langere termijn door deze vergrijzing zeker te stellen. Door de instelling van het spaarfonds kan de te innen AOW-premie worden beperkt tot maximaal 18,25% waardoor de koopkrachtontwikkeling niet te zeer onder druk komt te staan. Vanaf 2020 kan het Ouderdomsfonds een beroep doen op middelen uit het spaarfonds om de toegenomen uitgaven aan AOW-uitkeringen zonder extra premieverhogingen te kunnen financieren.

1.2 Operationele doelstellingen

Voor een toelichting op de operationele doelstellingen wordt verwezen naar de toelichting onder 16.2 «Operationele doelstellingen» van beleidsartikel 16 «Rijksbijdragen Spaarfonds AOW» van hoofdstuk XV «Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid» van de rijksbegroting 2002.

1.3 Budgettaire gevolgen van beleid

Bedragen in EUR 1 mln Realisatie OntwerpBegrotingVerschil
 20002001200220022002
Verplichtingen00000
Uitgaven00000
      
Ontvangsten2 449,12 695,12 941,62 943,21,6
Rijksbijdrage Ministerie SZW2 178,12 291,62 405,02 405,00
Rente-baten271,0403,5536,6538,21,6

Toelichting

Uitgaven

Er zijn in 2002 geen uitgaven gedaan ten laste van het fonds. Op grond van artikel 33 van de Wet financiering volksverzekeringen kunnen uitnames uit het fonds eerst vanaf het jaar 2020 plaatsvinden.

Ontvangsten

Bijdrage van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

Op dit artikel zijn de ontvangen bijdragen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoord. In 2002 is € 2 405 035 bijgeschreven op de bij het Ministerie van Financiën aangehouden rekening-courant.

Op grond van de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv) neemt de rijksbijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan het Spaarfonds, ieder jaar met € 113,4 miljoen toe. De Wfv staat wel hogere maar geen lagere bijdragen aan het Spaarfonds toe. Vermindering van de jaarlijkse verhoging van de rijksbijdrage vergt wetswijziging.

Rente-ontvangsten

De Minister van Financiën stelt jaarlijks de rente vast die over het saldo van het Spaarfonds AOW wordt vergoed. In 2002 is € 536 632 aan rente bijgeschreven. In de oorspronkelijke raming werd uitgegaan van iets hogere rente-ontvangsten op basis van het rentepercentage van 5%. Het verschil ad € 1,6 miljoen is veroorzaakt door een aanpassing van het rentepercentage tot 4,94%.

Vermogenspositie

Door toevoeging van de bijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2002 en de rente-ontvangsten 2002 bedraagt het saldo van het spaarfonds eind 2002 € 12 672 miljoen. Dit is lager dan het begrote eindsaldo. Het verschil ten opzichte van het begrote eindsaldo 2002 wordt veroorzaakt door een lagere rentebijschrijving als gevolg van een lager rente-percentage.

Vermogenspositie Spaarfonds AOW(bedragen x € 1 mln)Realisatie2002Begroting 2002
Saldo eind 20019 730,49 730,4
   
Mutaties 2002:  
Bijdrage van het Ministerie van SZW 2002+ 2 405,0+ 2 405,0
Rente-ontvangsten 2002+ 536,6+ 538,2
   
Saldo eind 200212 672,012 673,6

SPAARFONDS AOW

Saldibalans per 31 december 2002

  31 december 2002  31 december 2002
  EURO 1000  EURO 1000
1)Uitgaven ten laste van de begroting 2002 2).Ontvangsten ten gunste van de begroting 200212 672 070
      
4)Rekening-courant RHB12 672 070   
 Subtotaal12 672 070 Subtotaal12 672 070
 Totaal12 672 070 Totaal12 672 070

TOELICHTING BIJ DE SALDIBALANS

Uitgaven 2002

De overboeking van het saldo naar 2003 zal na publicatie in het Staatsblad van de begroting 2003 geschieden.

Ontvangsten 2002

Het saldo uit 2001 € 9 730 402 890,94 is in 2002 vermeerderd met € 2 941 666 880,87, bestaande uit een bijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van € 2 405 035 000,– en van het Ministerie van Financiën vanwege ontvangsten uit rente € 536 631 880,87.

Rekening-Courant Rijkshoofdboekhouding

Dit is de rekening-courant van het AOW-Spaarfonds ten opzichte van het Ministerie van Financiën.

Het saldo stemt overeen met het dagafschrift van 31 december 2002.

Van deze overeenstemming is een saldobevestiging afgegeven aan de Departementale Accountantsdienst van het Ministerie van Financiën.

Naar boven