28 880
Jaarverslagen over het jaar 2002

nr. 40
JAARVERSLAG VAN HET PROVINCIEFONDS (C)

Aangeboden 21 mei 2003

INHOUDSOPGAVE blz.

A.Algemeen4
1.Voorwoord4
2.Dechargeverlening5
3.Leeswijzer8
   
B.Beleidsverslag9
4.Beleidsprioriteiten9
5.Beleidsartikelen11
6.Mededeling over de bedrijfsvoering14
   
C.Jaarrekening15
7.Verantwoordingsstaat15
8.Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaat16
9.Bijlage 1: Verdiepingsbijlage18
10.Bijlage 2: Aanbevelingen Algemene Rekenkamer19
11.Bijlage 3: Saldibalans20

A. ALGEMEEN

1. VOORWOORD

Met dit jaarverslag 2002 is de eerste VBTB-begrotingscyclus («van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording») van het provinciefonds afgerond. De ontwerpbegroting 2002 van het provinciefonds bracht de start van deze eerste volledige VBTB-cyclus. In dit jaarverslag ligt het accent op de tweede «B» uit «VBTB», namelijk de beleidsverantwoording. Dit valt terug te zien in de dechargeverlening en de beleidsmatige paragraaf getiteld «beleidsverslag». Dit beleidsverslag komt terug op de in de ontwerpbegroting 2002 aangegeven beleidsprioriteiten. Bovendien maakt het de koppeling tussen beleid en budget inzichtelijk.

Het jaarverslag in het algemeen en de derde woensdag van mei in het bijzonder geven een verdere invulling aan het belang van een transparante terugkoppeling van beleid naar de Staten-Generaal.

Dit jaarverslag is onderdeel van een groeiproces waarbij in de komende jaren een concrete uitwerking zal worden gegeven aan een verdere realisatie van het VBTB-gedachtegoed zoals de verbetering van operationele doelstellingen en de prestatie-indicatoren. Met betrekking tot het provinciefonds blijft hierbij de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders voorop staan. De fondsbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van het fonds. De verantwoordelijkheid voor de resultaten van het gevoerde beleid met de middelen uit het fonds ligt bij de provincies.

In dat verband kan opgemerkt worden dat ook bij de nieuwe begrotingsopzet voor de provincies, die 2004 ingaat, net zoals bij VBTB de drie w-vragen centraal staan bij de begroting. En als tegenpool van de w-vragen staan bij het jaarverslag de drie h-vragen centraal.

• Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?

• Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?

• Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Staatssecretaris van Financiën,

De Minister van Financiën,

2. DECHARGEVERLENING

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Financiën aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Financiën decharge te verlenen over het in het jaar 2002 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het provinciefonds.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel beheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in het jaarverslag;

d. de saldibalans;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

van het provinciefonds. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden;

b. de slotwet van het provinciefonds over het jaar 2002; de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd. Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen;

c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2002 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden;

d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk 2002 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2002 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001);

het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

Ten behoeve van het politieke oordeel dat door middel van een besluit tot dechargeverlening wordt uitgesproken, is het van belang mee te wegen dat de ondergetekenden vanaf 22 juli 2002 de zorg voor het financieel beheer van het provinciefonds op zich hebben genomen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

De Staatssecretaris van Financiën,

S. R. A. van Eijck

De Minister van Financiën,

J. F. Hoogervorst

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van ................:

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Naam: drs. F.W. Weisglas

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van ................:

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Eerste Kamer, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. LEESWIJZER

Het jaarverslag van het provinciefonds maakt onderdeel uit van de financiële verantwoording van het Rijk maar heeft daarbinnen, evenals het jaarverslag van het gemeentefonds, een eigen bijzonder karakter. Zo kent het jaarverslag van het provinciefonds in tegenstelling tot een departementaal jaarverslag slechts één beleidsartikel: het provinciefonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. Voorts zijn de fondsbeheerders systeemverantwoordelijk voor het provinciefonds, en niet voor de resultaten die provincies met hun budget uit dit fonds realiseren. Provincies zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit de uitkeringen uit het provinciefonds.

Dit jaarverslag zal de eerdere, op 2002 betrekking hebbende, begrotingen van het provinciefonds (de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2002, de 1e en 2e suppletore begrotingen 2002) als uitgangspunt nemen. Terugkijkend op de beleidsprioriteiten zal hierbij vooral de ontwerpbegroting 2002 van het provinciefonds van belang zijn.

Het jaarverslag is verdeeld in twee onderdelen: het beleidsverslag en de jaarrekening. Het beleidsverslag is een terugblik op het gevoerde beleid in 2002. Hierin komt de realisatie van de beleidsprioriteiten aan bod, worden de budgettaire gevolgen van het gevoerde beleid in beeld gebracht en worden er beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten getrokken.

Bovendien wordt in de paragraaf beleidsartikelen stilgestaan bij de prestatiegegevens die betrekking hebben op de beleidsdoelstellingen van het provinciefonds. Kort wordt ook ingegaan op de mededeling over de bedrijfsvoering.

De jaarrekening geeft het financiële beeld van het begrotingsjaar 2002 wat betreft het provinciefonds. In dit onderdeel wordt de verantwoordingsstaat gepresenteerd en volgt er een toelichting op het verschil tussen de oorspronkelijk vastgestelde begroting en realisatie. Ten slotte volgen er nog drie bijlagen (verdiepingsbijlage, aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer en de saldibalans).

B. BELEIDSVERSLAG

4. BELEIDSPRIORITEITEN 2002

In de ontwerpbegroting 2002 van het provinciefonds is een aantal beleidsprioriteiten benoemd. In dezelfde rangschikking komen deze prioriteiten in dit jaarverslag opnieuw aan de orde. Dit jaarverslag geeft aan in hoeverre het afgelopen jaar invulling is gegeven aan deze beleidsprioriteiten. Sommige van de benoemde beleidsprioriteiten vergen een meerjarige aanpak en verschijnen in de toekomst wederom op de agenda. Hier worden de vorderingen gedurende het afgelopen jaar op het gebied van deze prioriteiten beschreven.

Dit hoofdstuk geeft voornamelijk een terugblik op het begrotingsjaar 2002. De voortgang van de beleidsprioriteiten, gezien naar de toekomst, komt jaarlijks in de ontwerpbegrotingen naar voren.

Onderdeel A beschrijft de realisatie van de beleidsprioriteiten in 2002. Vervolgens worden de budgettaire en financiële consequenties van deze beleidsprioriteiten weergegeven. Als laatste volgt een tabel met de beleidsmatige conclusies ten aanzien van de besproken beleidsprioriteiten.

A. Realisatie van de beleidsprioriteiten 2002

Overleg met VNG/IPO op het gebied van de aanwending accressen

In de ontwerpbegroting 2002 van het provinciefonds werd gesproken over de maatschappelijke prioriteiten onderwijs, zorg en veiligheid die bij de voorbereiding van de begroting van het Rijk een centrale rol hebben gespeeld. De intensiveringen op deze beleidsterreinen hadden een rechtstreekse doorwerking op de accressen van het gemeente- en provinciefonds. Over de aanwending daarvan was al in het bestuurlijk overleg van 11 april 2001 met de VNG en het IPO een gemeenschappelijke intentie uitgesproken. Een gezamenlijke aanpak van de maatschappelijke problematiek is hierbij de doelstelling.

Bij het bestuurlijk overleg van 8 oktober 2001 is bekeken in hoeverre hier invulling aan is gegeven. Als reactie op de ontwerpbegroting 2002 van het provinciefonds heeft het IPO aangegeven dat de provincies in 2002 met name extra middelen zouden besteden aan (jeugd-)zorg, veiligheid en handhaving, plattelandsvernieuwing en waterbeheer (zie hierover ook de brief verzonden aan de Tweede Kamer op 19 oktober 2001, Kamerstukken II 2001/02, 28 000 B en C, nr. 5).

Evaluatie van de normeringssystematiek

De evaluatie van de normeringssystematiek werd genoemd in de ontwerpbegroting 2002. Een ambtelijke werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, het ministerie van BZK, de VNG en het IPO, heeft in de zomer van 2001 het rapport Evaluatie Normeringssystematiek gemeentefonds en provinciefonds 1998–2002 opgesteld. Het rapport is geaccordeerd in het bestuurlijk overleg van 8 oktober 2001. De Tweede Kamer is bij brief van 16 oktober 2001 geïnformeerd (Kenmerk Fipuli 626/2001).

Het rapport had tot doel inzicht te verschaffen in de ontwikkeling van het gemeentefonds en het provinciefonds in de vorige kabinetsperiode. In het rapport is onder meer geconstateerd dat als gevolg van de combinatie van een netto uitgavenkader, behoedzame ramingen en strikte toepassing van de regels budgetdiscipline de accrespercentages de laatste jaren hoger zijn uitgekomen dan de groei van de rijksuitgaven. Tevens werden in het rapport vijf opties voor een normeringssystematiek geschetst voor de periode 2003–2006.

Bij het Strategisch Akkoord 2002 is er voor gekozen de normeringssystematiek te wijzigen door de afschaffing van de rentecorrectie. Per 1 januari 2003 is deze wijziging op de normeringssystematiek ingevoerd.

B. Budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten 2002

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zich voor het begrotingsjaar 2002 hebben voorgedaan.

Tabel 1: Overzichtstabel provinciefonds – prioritaire uitgaven(Bedragen in € 1 000)
Beleidsprioriteiten jaar 2002(artikelnummer 1)Ontwerpbegroting 2002Nadere mutaties 2002Realisatie 2002
Belangrijkste (mutaties in) beleidsmatige prioriteiten   
1. Nacalculatie behoedzaamheidsreserve 2001 30 15930 159
2. Accres 200227 18129 98957 170
3. Vuurwerkbesluit2 2694542 723
Nieuwe prioriteiten 2002   
4. Amendement Bakker C.S.: regionale omroepen 6 8556 855

Een uitgebreide toelichting op de bovengenoemde mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de ontwerpbegroting 2002 (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 C, nr. 2) en de memories van toelichting van de suppletore begrotingen 2002 (Kamerstukken II 2001/02, 28 311, nr. 2; Kamerstukken II 2002/03, 28 714, nr. 2) van het provinciefonds.

C. Beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten

De accressen geven aan dat het provinciefonds door de gehanteerde normeringssystematiek meegeprofiteerd heeft van de groei van de rijksuitgaven in 2001 en 2002.

5. BELEIDSARTIKELEN

1. Algemene beleidsdoelstelling

De provinciefondsbegroting kent één artikel: het beleidsartikel «provinciefonds». Dit beleidsartikel kent een samengestelde beleidsdoelstelling, te weten:

1. Het nastreven van een adequate omvang van het provinciefonds.

2. Het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de provincies.

Deze samengestelde algemene beleidsdoelstelling verwoordt de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders voor het provinciefonds. De fondsbeheerders zijn niet verantwoordelijk voor de resultaten die provincies met hun budget uit dit fonds realiseren. Provincies zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid gefinancierd uit het provinciefonds. Niet alleen in de bestedingsrichting, ook de effectiviteit van de inzet van de middelen is een provinciale verantwoordelijkheid, waarin het college van Gedeputeerde Staten wordt gecontroleerd door provinciale staten.

Dat neemt niet weg dat van tijd tot tijd vragen opkomen of de provincies als collectiviteit geen andere prioriteiten zouden moeten stellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de prioriteiten van het Rijk. In een dergelijk geval kunnen het Rijk en de provincies bestuurlijke afspraken maken over de accenten in de bestedingsrichting van de provincies. De desbetreffende vakministers spelen hier naast de fondsbeheerders een belangrijke rol. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor resultaten ligt bij de provincies.

2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De bovengenoemde algemene hoofddoelstelling is nader uitgewerkt in beide onderstaande operationele doelstellingen:

1. De provincies via het provinciefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken.

De omvang van het provinciefonds ontwikkelt zich volgens de normeringssystematiek en de toevoeging en/of onttrekking van specifieke taakmutaties. De beoogde omvang van het provinciefonds (en de overige provinciale inkomstenbronnen) is de uitkomst van politiek-bestuurlijke besluitvorming waarbij bijvoorbeeld de macro-economische factoren en het financieringstekort een rol spelen. Er is zodoende geen objectieve norm voor de omvang. De verantwoordelijkheid van het Rijk beperkt zich tot het uitvoeren van de normeringssystematiek, het voeren van (bestuurlijk) overleg ten aanzien van de uitkomst van de normeringssystematiek (bestuurlijke component) en het mede bepalen van de hoogte van de taakmutaties. De fondsbeheerders zijn derhalve systeemverantwoordelijk. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de maatschappelijke beleidstaak ligt bij provincies, waarbij ook raakvlakken met departementale beleidsdoelstellingen naar voren komen.

2. Het verdelen van de beschikbare financiële middelen over provincies zodat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren.

Het Rijk is verantwoordelijk voor het systeem van verdeelmaatstaven dat een dergelijke verdeling als resultaat heeft. De provincies kunnen zelf bepalen aan welke voorzieningen zij hun geld bij voorkeur besteden (eigen prioriteitenstelling).

Om te kunnen bepalen of bovenstaande effecten in voldoende mate worden bereikt is een aantal effectindicatoren ontwikkeld. Binnen de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders spitsen de prestatiegegevens in dit jaarverslag, eveneens als in de ontwerpbegroting, zich toe op de omvang en de verdeling van het provinciefonds. Daarbij sluiten de prestatiegegevens aan bij de onderverdeling in de operationele doelstellingen. De prestatiegegevens omtrent de omvang omvatten de werking van de normeringssystematiek (in hoeverre functioneert de systematiek). De prestatiegegevens aangaande de verdeling richten zich op het Periodiek OnderhoudsRapport.

De normeringssystematiek is ook al in de beleidsprioriteiten ter sprake gekomen. Dit geeft het belang weer dat er gehecht wordt vanuit de fondsbeheerders aan de ontwikkeling van dit prestatiegegeven.

Omvang: de werking van de normeringssystematiek

Voor de beoordeling van de werking van de normeringssystematiek kan gekeken worden naar twee indicatoren: de uitkomsten van het halfjaarlijks bestuurlijk overleg en de evaluatie van de normeringssystematiek.

In 1995 is afgesproken om eens per half jaar bestuurlijk overleg te voeren rond de (uitkomsten van) de normering. Indien een van beide partijen (Rijk of VNG/IPO) de uitkomsten van de normeringssystematiek op enig moment onredelijk vindt, kunnen deze uitkomsten in het halfjaarlijkse bestuurlijk overleg aan de orde worden gesteld. In de periode 1995–2002 hebben deze bestuurlijke overleggen niet geleid tot ingrijpende wijzigingen in de normeringssystematiek. Hieruit kan worden afgeleid dat deze heeft voldaan.

Verder vindt elke vier jaar een evaluatie van de normeringssytematiek plaats. In deze evaluatie wordt het functioneren van de normeringsystematiek in de voorgaande kabinetsperiode nader onderzocht. In het jaar 2002 is de meest recente evaluatie van de normeringsystematiek afgerond. Uit deze evaluatie zijn vijf opties voor een eventuele aanpassing van de normeringsystematiek naar voren gekomen (zie hiervoor de paragraaf beleidsprioriteiten). Bij het Strategisch Akkoord 2002 is besloten de normeringssystematiek aan te passen door de rentecorrectie te laten vervallen.

Aan het einde van de komende kabinetsperiode wordt de normeringssystematiek opnieuw geëvalueerd.

Verdeling: Periodiek OnderhoudsRapport (POR)

In het kader van meer transparantie in de financiële verhouding is bij de ontwerpbegroting 2003 opnieuw het jaarlijkse Periodiek OnderhoudsRapport provinciefonds (POR) verschenen. In deze rapportage staat de verdeling van de middelen uit het provinciefonds over de provincies centraal. Het POR verschaft een inzicht in de verdeling van de middelen uit het provinciefonds in relatie tot de ontwikkelingen in de kostenstructuur bij provincies. Het POR 2003, met een terugblik op de voortgang van de onderhoudsagenda POR 2002, heeft geen aanleiding gegeven de verdelingsystematiek aan te passen.

3. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

In onderstaande tabel worden de budgettaire gevolgen van beleid weergegeven.

Tabel 2: Budgettaire gevolgen van beleid* Bedragen in € 1 000
ProvinciefondsRealisatieOorspronkelijk vastgestelde begrotingVerschil
 1998199920002001200220022002
Verplichtingen770 412826 114945 3601 026 4371 082 2891 032 577+ 49 712
        
Uitgaven778 625825 070939 8241 012 7951 084 2441 014 426+ 69 818
Programmauitgaven       
1. Algemene uitkering703 495753 457815 171905 065976 514930 794+ 45 720
2. Integratie-uitkeringen75 13071 613124 653107 730107 73083 632+ 24 098
        
Ontvangsten778 625825 070939 8241 012 7951 084 2441 014 426+ 69 818

* In deze tabel kunnen er als gevolg van de euro-afrondingen aansluitingsverschillen ontstaan in de verschillende realisatiebedragen van eerdere jaren.

Toelichting

Het provinciefonds is in de afgelopen jaren steeds in omvang toegenomen. Een belangrijke oorzaak hiervoor zijn de relatief hoge accressen in deze jaren die samenhangen met de hoge stijging van de relevante rijksuitgaven van de afgelopen jaren.

6. MEDEDELING OVER DE BEDRIJFSVOERING

Uit hoofde van artikel 1 en 51 van de Comptabiliteitswet 2001 leggen de fondsbeheerders verantwoording af over hun bedrijfsvoering. Voor het provinciefonds zijn in een beschrijving van de administratieve organisatie vastgelegd hoe de werkprocessen verlopen en welke beheersingsmaatregelen daarbij getroffen zijn. In het rapport bij de rekening van 2001 heeft de Accountantsdienst (nu Audit dienst) aangegeven dat de beheersingsmaatregelen rond de uitvoering van het provinciefonds voldoende zijn en dat deze toereikend zijn beschreven.

De materiële en personele uitgaven, die gedaan worden in het kader van de bedrijfsvoering, zijn onderdeel van de jaarverslagen van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) en van Financiën (IXB).

C. JAARREKENING

7. VERANTWOORDINGSSTAAT VAN HET PROVINCIEFONDS 2002

Tabel 3: Verantwoordingsstaat 2002 van het provinciefonds(Bedragen in € 1 000)
  (1)(2)(3)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijke begroting
  Verplich-tingenUitgavenOntvang-stenVerplich-tingenUitgavenOntvang-stenVerplich-tingenUitgavenOntvang-sten
01Provinciefonds1 032 5771 014 4261 014 4261 082 2891 084 2441 084 244+ 49 712+ 69 818+ 69 818

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (€ 1000).

Ons bekend,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Staatssecretaris van Financiën,

De Minister van Financiën,

8. FINANCIËLE TOELICHTING BIJ DE VERANTWOORDINGSSTAAT

In onderstaande tabel worden voor zowel de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het provinciefonds voor het begrotingsjaar 2002 weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven van het beleidsartikel provinciefonds inzichtelijk gemaakt.

Tabel 4: Budgettaire gevolgen van beleidBedragen in € 1 000
ProvinciefondsRealisatieOorspronkelijk vastgestelde begrotingVerschil
 1998199920002001200220022002
Verplichtingen770 412826 114945 3601 026 4371 082 2891 032 577+ 49 712
        
Uitgaven778 625825 070939 8241 012 7951 084 2441 014 426+ 69 818
Programmauitgaven       
1. Algemene uitkering703 495753 457815 171905 065976 514930 794+ 45 720
2. Integratie-uitkeringen75 13071 613124 653107 730107 73083 632+ 24 098
        
Ontvangsten778 625825 070939 8241 012 7951 084 2441 014 426+ 69 818

Toelichting

Onderdeel Verplichtingen

Ten opzichte van de oorspronkelijke vastgestelde begroting zijn de verplichtingen met € 49 712 000 opwaarts bijgesteld. De verplichtingen zijn in de oorspronkelijke begroting vastgesteld op € 1 032 577 000. Bij slotwet worden de verplichtingen met € 10 053 000 verhoogd. Dit bedrag bestaat uit de verwerking nacalculatie accressen 2002.

Onderdeel Uitgaven

De uitgaven van de algemene uitkering van het provinciefonds worden ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting verhoogd met € 45 720 000 en komen daarmee in totaal op € 976 514 000.

De gerealiseerde uitgaven voor integratie-uitkeringen komen € 24 098 000 hoger uit dan in de ontwerpbegroting werd geraamd. Integratie-uitkeringen worden toegepast indien een toevoeging ineens aan de algemene uitkering van het provinciefonds bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De post integratie-uitkeringen bestaat in 2002 uit een drietal uitkeringen, namelijk de integratie-uitkering rivierdijkversterking/hoofdwaterkeringen, de integratie-uitkering personele middelen Verdi en de integratie-uitkering regionale omroepen. Ten opzichte van 2001 heeft zich hierin geen wijziging voorgedaan. De verhoging is bij tweede suppletore begroting aangebracht omdat in de stand ontwerp-begroting 2002 nog geen rekening is gehouden met de bevriezing per uitkeringsjaar 2002 van de integratie-uitkering afschaffing provinciale opslagen omroepbijdragen voor 2002 naar de stand van 2001. Het integratie-traject van drie jaar – de bedoeling was dat in 2001, 2002 en 2003 steeds een derde van de integratie-uitkering in de algemene uitkering zou worden geïntegreerd – is, nadat de eerste integratie-stap in 2001 was gezet, bevroren omdat inmiddels bestuurlijke overeenstemming bestaat over de overboeking per uitkeringsjaar 2004 van de middelen voor regionale omroepen op de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Voor het totaal aan middelen dat dan voor regionale omroepen aan het provinciefonds is toegevoegd wordt een nieuwe verdeling en een nieuw integratie-traject bepaald.

In totaal zijn de gerealiseerde uitgaven in 2002 ten opzichte van de raming van de uitgaven in de oorspronkelijk vastgestelde begroting met € 69 818 000 verhoogd tot € 1 084 244 000.

Onderdeel ontvangsten

Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting van het provinciefonds voor 2002 worden de ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet, analoog aan de uitgaven, met € 69 818 000 verhoogd tot € 1 084 244 000.

BIJLAGE 1 9. DE VERDIEPINGSBIJLAGE

Tabel 5: Budgettaire geschiedenis over het jaar 2002Bedragen in € 1 000
ProvinciefondsVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerp-begroting1 032 5771 014 4261 014 426
(kmst. II 2001/02, 28 000 C, nr. 1 en 2)   
 
1. Vastgestelde begroting1 032 5771 014 4261 014 426
(Stb. 2002, 97)   
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppl. begroting+ 31 350+ 61 509+ 61 509
(kmst. II 2001/02, 28 311, nr. 1 en 2)   
    
Amendement+ 6 855+ 6 855+ 6 855
(kmst. II 2001/02, 28 311, nr. 4)   
    
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting+ 38 205+ 68 364+ 68 364
(Stb. 2002, 389)   
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppl. begroting+ 1 454+ 1 454+ 1 454
(kmst. II 2002/03, 28 714, nr. 1 en 2)   
    
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting+ 1 454+ 1 454+ 1 454
(Stb. 2003, 135)   
    
Mutaties slotwet   
Ontwerp-slotwet+ 10 05300
    
4. Vast te stellen mutatie slotwet+ 10 05300
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002 (1+2+3+4)1 082 2891 084 2441 084 244

BIJLAGE 2 10. AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER

In haar rapport bij de financiële verantwoording van het provinciefonds 2001 heeft de Algemene Rekenkamer geconcludeerd dat de verantwoording aan de te stellen eisen voldeed. Zowel de rekening en de toelichting bij de rekening 2001 van het provinciefonds als de saldibalans en de toelichting bij de saldibalans van het provinciefonds voldeden aan de gestelde eisen. Met betrekking tot het oordeel over de bedrijfsvoering werd verwezen naar het rapport van de financiële verantwoording 2001 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Naar aanleiding van dit oordeel van de Algemene Rekenkamer zijn er geen nadere maatregelen genomen.

BIJLAGE 3 11. SALDIBALANS PROVINCIEFONDS PER 31 DECEMBER 2002

SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 2002

1)Uitgaven ten laste van de begroting1 084 244 0002) Ontvangsten ten gunste van begroting1 084 244 000
3)Liquide middelen0    
4)rekening-courant RHB04a) rekening-courant RHB0
5)Uitgaven buiten begrotingsverband06) Ontvangsten buiten begrotingsverband 
 (=intra-comptabele vorderingen)   (=intra-comptabele schulden)0
7)Openstaande rechten07a) Tegenrekening openstaande rechten0
8)Extra-comptabele vorderin- gen08a) Tegenrekening extra-comptabele vorderingen0
9a)Tegenrekeningextra-comptabele schulden09) Extra-comptabele schul- den0
10)Voorschotten3 025 881 05410a) Tegenrekening voorschotten3 025 881 054
11a)Tegenrekening garantieverplichtingen011) Garantieverplichtingen0
12a)Tegenrekeningopenstaande verplichtingen28 204 00012) Openstaande verplichtin- gen28 204 000
13)Deelnemingen013a) Tegenrekening deelnemingen0
 TOTAAL4 138 329 054  TOTAAL4 138 329 054

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS VAN HET PROVINCIEFONDS OVER HET JAAR 2002

Ad 1. Uitgaven ten laste van de begrotingen 2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten voor 2002 zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd (2002).

Het totaal van de uitgaven in 2002 bedraagt € 1 084 244 000 en is als volgt opgebouwd:

€   946 355 000 (algemene uitkeringen 2002),

€   107 730 000 (integratie-uitkeringen 2002),

€   30 159 000 (uitkering behoedzaamheidsreserve 2001).

€ 1 084 244 000

De ontvangsten zijn ingevolge artikel 4, tweede lid van de Financiële-verhoudingswet gelijk aan de uitgaven over ieder uitkeringsjaar.

Ad 10. Voorschottenen 10a. Tegenrekening voorschotten

Uitkeringen aan de provincies worden na afloop van het uitkeringsjaar via beschikkingen definitief vastgesteld. Op 31 december 2002 moeten de uitkeringen voor de jaren 2000, 2001 en 2002 nog via beschikkingen worden vastgesteld en zijn daarom als voorschot opgenomen.

De opbouw is als volgt:

 
Voorschotten 1 januari 2002 2 767 750 741
 
Beschikkingen gemaakt in 2002:  
– algemene uitkering 1999754 500 362 
– integratie-uitkeringen 199971 613 325 + 
  826 113 687 -/-
  1 941 637 054
   
Uitgaven 2002 (nog geen beschikkingen):  
– uitkering behoedzaamheidsreserve 200130 159 000 
– algemene uitkering 2002946 355 000 
– integratie-uitkering 2002107 730 000 + 
   
  1 084 244 000 +
Voorschotten 31 december 2002 3 025 881 054

Ad 12. Openstaande verplichtingen en 12a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

De opbouw openstaande verplichtingen is als volgt:

 
Verplichtingen 1 januari 2002 30 159 000
   
Aangegane verplichtingen in 2002:  
– algemene uitkering946 355 000 
– integratie-uitkeringen107 730 000 
– behoedzaamheidsreserve 200228 204 000 + 
  1 082 289 000 +
  1 112 448 000
Tot betaling gekomen in 20021 084 244 000 
Negatieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren0 + 
  1 084 244 000 -/-
Openstaande verplichtingen 31 december 2002 28 204 000
Naar boven