Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2002-2003 | 28880 nr. 38 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum indiening |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2002-2003 | 28880 nr. 38 |
Aangeboden 21 mei 2003
| A. | Algemeen | 4 |
| 1. | Voorwoord | 4 |
| 2. | Dechargeverlening | 5 |
| 3. | Leeswijzer | 8 |
| B. | Beleidsverslag | 9 |
| 4. | Beleidsprioriteiten | 9 |
| 5. | Beleidsartikelen | 13 |
| 6. | Mededeling over de bedrijfsvoering | 18 |
| C. | Jaarrekening | 19 |
| 7. | Verantwoordingsstaat | 19 |
| 8. | Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaat | 20 |
| 9. | Bijlage 1: Verdiepingsbijlage | 22 |
| 10. | Bijlage 2: Aanbevelingen Algemene Rekenkamer | 23 |
| 11. | Bijlage 3: Saldibalans | 24 |
Met dit jaarverslag 2002 is de eerste VBTB-begrotingscyclus («van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording») van het gemeentefonds afgerond. De ontwerpbegroting 2002 van het gemeentefonds bracht de start van deze eerste volledige VBTB-cyclus. In dit jaarverslag ligt het accent op de tweede «B» uit «VBTB«, namelijk de beleidsverantwoording. Dit valt terug te zien in de dechargeverlening en de beleidsmatige paragraaf getiteld «beleidsverslag». Dit beleidsverslag komt terug op de in ontwerpbegroting 2002 aangegeven beleidsprioriteiten. Bovendien maakt het de koppeling tussen beleid en budget inzichtelijk.
Het jaarverslag in het algemeen en de derde woensdag van mei in het bijzonder geven een verdere invulling aan het belang van een transparante terugkoppeling van beleid naar de Staten-Generaal.
Dit jaarverslag is onderdeel van een groeiproces waarbij in de komende jaren een concrete uitwerking zal worden gegeven aan een verdere realisatie van het VBTB-gedachtegoed zoals de verbetering van operationele doelstellingen en de prestatie-indicatoren. Met betrekking tot het gemeentefonds blijft hierbij de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders voorop staan. De fondsbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van het fonds. De verantwoordelijkheid voor de resultaten van het gevoerde beleid met de middelen uit het fonds ligt bij de gemeenten.
In dat verband kan opgemerkt worden dat ook bij de nieuwe begrotingsopzet voor de gemeenten, die 2004 ingaat, net zoals bij VBTB de drie w-vragen centraal staan bij de begroting. En als tegenpool van de w-vragen staan bij het jaarverslag de drie h-vragen centraal.
• Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?
• Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?
• Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?
In het begrotingsjaar 2002 is een belangrijke stap gezet om aan de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders een nadere invulling te geven met het verschijnen van het Financieel Overzicht Gemeenten 2002. Dit jaarlijkse overzicht dient als hulpmiddel om een oordeel te geven over de rekenkundige uitkomsten van de normeringsystematiek voor het gemeentefonds. Met andere woorden, in hoeverre sluiten we aan bij onze doelstelling van een adequate omvang van het gemeentefonds. Het Financieel Overzicht Gemeenten past hiermee goed in de VBTB-uitgangspunten van meer transparantie en meer inzichtelijkheid.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Staatssecretaris van Financiën,
De Minister van Financiën,
Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Financiën aan de Voorzitters van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.
Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Financiën decharge te verlenen over het in het jaar 2002 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het gemeentefonds.
Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:
a. het gevoerde financieel beheer;
b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
c. de financiële informatie in het jaarverslag;
d. de saldibalans;
e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;
f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering; van het gemeentefonds. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.
Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:
a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden;
b. de slotwet van het gemeentefonds over het jaar 2002;de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd.het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen;
c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2002 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden;
d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk 2002 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2002 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001);
het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.
Ten behoeve van het politieke oordeel dat door middel van een besluit tot dechargeverlening wordt uitgesproken, is het van belang mee te wegen dat de ondergetekenden vanaf 26 juli 2002 de zorg voor het financieel beheer van het gemeentefonds op zich hebben genomen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes
De Staatssecretaris van Financiën,
S. R. A. van Eijck
De Minister van Financiën,
J. F. Hoogervorst
Dechargeverlening door de Tweede Kamer
Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van ...... :
De Voorzitter van de Tweede Kamer,
Naam: drs. F.W. Weisglas
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.
Dechargeverlening door de Eerste Kamer
Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van ...... :
De Voorzitter van de Eerste Kamer,
Naam: ir. G.J.M. Braks
Handtekening:
Datum:
Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Eerste Kamer, doorgezonden aan de Minister van Financiën.
Het jaarverslag van het gemeentefonds maakt onderdeel uit van de financiële verantwoording van het Rijk maar heeft daarbinnen, evenals het jaarverslag van het provinciefonds, een eigen bijzonder karakter. Zo kent het jaarverslag van het gemeentefonds in tegenstelling tot een departementaal jaarverslag slechts één beleidsartikel: het gemeentefonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. Voorts zijn de fondsbeheerders systeemverantwoordelijk voor het gemeentefonds, en niet voor de resultaten die gemeenten met hun budget uit dit fonds realiseren. Gemeenten zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit de uitkeringen uit het gemeentefonds.
Dit jaarverslag zal de eerdere, op 2002 betrekking hebbende, begrotingen van het gemeentefonds (de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2002, de 1e en 2e suppletore begrotingen 2002) als uitgangspunt nemen. Terugkijkend op de beleidsprioriteiten zal hierbij vooral de ontwerpbegroting 2002 van het gemeentefonds van belang zijn.
Het jaarverslag is verdeeld in twee onderdelen: het beleidsverslag en de jaarrekening. Het beleidsverslag is een terugblik op het gevoerde beleid in 2002. Hierin komt de realisatie van de beleidsprioriteiten aan bod, worden de budgettaire gevolgen van het gevoerde beleid in beeld gebracht en worden er beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten getrokken.
Bovendien wordt in de paragraaf beleidsartikelen stilgestaan bij de prestatiegegevens die betrekking hebben op de beleidsdoelstellingen van het gemeentefonds. Kort wordt ook ingegaan op de mededeling over de bedrijfsvoering.
De jaarrekening geeft het financiële beeld van het begrotingsjaar 2002 wat betreft het gemeentefonds. In dit onderdeel wordt de verantwoordingsstaat gepresenteerd en volgt er een toelichting op het verschil tussen de oorspronkelijk vastgestelde begroting en realisatie. Ten slotte volgen er nog drie bijlagen (verdiepingsbijlage, aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer en de saldibalans).
In de ontwerpbegroting 2002 van het gemeentefonds is een aantal beleidsprioriteiten benoemd. In dezelfde rangschikking komen deze prioriteiten in dit jaarverslag opnieuw aan de orde. Dit jaarverslag geeft aan in hoeverre het afgelopen jaar invulling is gegeven aan deze beleidsprioriteiten. Sommige van de benoemde beleidsprioriteiten vergen een meerjarige aanpak en verschijnen in de toekomst wederom op de agenda. Hier worden de vorderingen gedurende het afgelopen jaar op het gebied van deze prioriteiten beschreven.
Dit hoofdstuk geeft voornamelijk een terugblik op het begrotingsjaar 2002. De voortgang van de beleidsprioriteiten, gezien naar de toekomst, komt jaarlijks in de ontwerpbegrotingen naar voren.
Onderdeel A beschrijft de realisatie van de beleidsprioriteiten in 2002. Vervolgens worden de budgettaire en financiële consequenties van deze beleidsprioriteiten weergegeven. Als laatste volgt een tabel met de beleidsmatige conclusies ten aanzien van de besproken beleidsprioriteiten.
A. Realisatie van de beleidsprioriteiten 2002
Overleg met VNG/IPO op het gebied van de aanwending accressen
In de ontwerpbegroting 2002 van het gemeentefonds werd gesproken over de maatschappelijke prioriteiten onderwijs, zorg en veiligheid die bij de voorbereiding van de begroting van het Rijk een centrale rol hebben gespeeld. De intensiveringen op deze beleidsterreinen hadden een rechtstreekse doorwerking op de accressen van het gemeente- en provinciefonds. Over de aanwending daarvan was al in het bestuurlijk overleg van 11 april 2001 met de VNG en het IPO een gemeenschappelijke intentie uitgesproken. Een gezamenlijke aanpak van de maatschappelijke problematiek is hierbij de doelstelling.
Bij het bestuurlijk overleg van 8 oktober 2001 is bekeken in hoeverre hier invulling aan is gegeven. Als reactie op de ontwerpbegroting 2002 van het gemeentefonds heeft de VNG aangegeven dat de gemeenten in 2002 met name extra middelen zouden besteden aan legionellabestrijding, de brandweer en onderwijshuisvesting (zie hierover ook de brief verzonden aan de Tweede Kamer op 19 oktober 2001, Kamerstukken II 2001/02, 28 000 B en C, nr. 5).
Over de inzet van middelen voor onderwijshuisvesting zijn bij het bestuurlijk overleg van 3 april 2002 nadere specifieke afspraken gemaakt tussen de VNG en het Rijk. Samenhangend met de onderwijskundige vernieuwingen van de afgelopen jaren (ICT, WSNS, VMBO, studiehuis, etc.) heeft het kabinet bij Voorjaarsnota 2002 € 45 000 000 structureel beschikbaar gesteld voor de huisvestingconsequenties (Kamerstukken II 2001/02, 28 310 B, nr. 2). Daarbij is afgesproken € 68 000 000 uit het accres in te zetten voor onderwijshuisvesting en gericht via de maatstaven te verdelen.
Evaluatie van de normeringssystematiek
De evaluatie van de normeringssystematiek werd genoemd in de ontwerpbegroting 2002. Een ambtelijke werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën, het ministerie van BZK, de VNG en het IPO, heeft in de zomer van 2001 het rapport Evaluatie Normeringssystematiek gemeentefonds en provinciefonds 1998–2002 opgesteld. Het rapport is geaccordeerd in het bestuurlijk overleg van 8 oktober 2001. De Tweede Kamer is bij brief van 16 oktober 2001 geïnformeerd (Kenmerk Fipuli 626/2001).
Het rapport had tot doel inzicht te verschaffen in de ontwikkeling van het gemeentefonds en het provinciefonds in de vorige kabinetsperiode. In het rapport is onder meer geconstateerd dat als gevolg van de combinatie van een netto uitgavenkader, behoedzame ramingen en strikte toepassing van de regels budgetdiscipline de accrespercentages de laatste jaren hoger zijn uitgekomen dan de groei van de rijksuitgaven. Tevens werden in het rapport vijf opties voor een normeringssystematiek geschetst voor de periode 2003–2006.
Bij het Strategisch Akkoord 2002 is er voor gekozen de normeringssystematiek te wijzigen door de afschaffing van de rentecorrectie. Per 1 januari 2003 is deze wijziging op de normeringssystematiek ingevoerd.
Plan van aanpak transparantie (Plavat)
Er werd in de ontwerpbegroting 2002 beschreven dat er stappen ondernomen zouden worden om tot meer transparantie te komen in de financiële verhouding. Het gaat hierbij om het genereren van een periodieke stroom van statistische informatie over de ontwikkeling van de omvang van de geldstromen van alle gemeenten tezamen (macro-niveau) en voor groepen van gemeenten (meso-niveau).
Daarbij werd vermeld dat in 2002 de eerste resultaten van dit traject zouden verschijnen. Inmiddels is in het voorjaar van 2002 als eerste concrete product in het kader van Plavat het Financieel Overzicht Gemeenten (FOG) verschenen. Doel van het FOG is een beter gefundeerd oordeel mogelijk te maken over de rekenkundige uitkomsten van de normeringssystematiek voor het gemeentefonds.
De eerste resultaten zijn per brief aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 B en 28 000 C, nr. 21). In deze versie van het FOG stond de financiële ruimte op de vooruitblik nog op «pm» aangezien er nog een grote onzekerheid over de accressen bestond.
De resultaten zijn echter ook in de ontwerpbegroting 2003 van het gemeentefonds opgenomen. Daarin is het FOG meegenomen in de prestatie-indicatoren met betrekking tot de doelstelling: «Het nastreven van een adequate omvang van het gemeentefonds». Hierin heeft er naar aanleiding van het aantreden van een nieuw kabinet een update van het FOG plaatsgevonden, waarbij de financiële ruimte verder is ingevuld. Ook in dit jaarverslag wordt bij de prestatie-indicatoren dieper ingegaan op het FOG.
In het geactualiseerde FOG 2002 is geconcludeerd dat de financiële positie tussen 1997 en 2002 sterk is verbeterd en dat de vrije bestedingsruimte voor de periode 2003–2006 in totaal bijna oploopt tot € 0,4 miljard. Naar aanleiding van deze conclusies zijn er geen aanvullende maatregelen ondernomen. De conclusies staven de gedachte dat de omvang van het fonds adequaat is.
In het voorjaar van 2003 zal er opnieuw een FOG verschijnen. Dit FOG 2003 zal een terugblik bevatten naar de jaren 1998–2002 en een vooruitblik naar de jaren 2003–2007.
Inhoudelijk zal het FOG in de toekomst verder uitgebreid worden met (meer) informatie over specifieke uitkeringen, gemeentelijke vermogens, EU-gelden, gemeentelijke rekeningcijfers, prestatie-indicatoren als indicatie van maatschappelijke ontwikkelingen en eigen inkomsten van gemeenten. Dit zal er toe bijdragen dat op de vraag of de omvang van het fonds voldoet een scherper antwoord kan worden gegeven.
Op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet kunnen gemeenten een verzoek indienen voor een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds. Een eventuele aanvullende uitkering komt ten laste van de collectiviteit van gemeenten. Een artikel 12-uitkering gaat ten koste van wat de overige gemeenten samen uit het gemeentefonds ontvangen.
In de ontwerpbegroting 2002 zijn verscheidene preventieve maatregelen aangekondigd in het kader van dit artikel 12-beleid om te komen tot een beperking van het risico van een beroep op artikel 12. Zo zijn genoemd de invoering van een tussenrapportage in de procedure en het verlagen van de drempel van het feitelijke OZB-tarief bij aanvraag artikel 12 tot 120% van het rekentarief voor de OZB.
Deze preventieve maatregelen zijn nader uitgewerkt en vervolgens verwerkt in een nieuwe handleiding artikel 12 Fvw. De beleidslijn van deze handleiding is globaler van aard dan voorgaande handleidingen. Gebleken is namelijk dat de mogelijke problemen en oplossingen die in het artikel 12-proces aan de orde kunnen komen sterk worden beïnvloed door de diversiteit van gemeenten. De benadering die in de ene gemeente succesvol is gebleken, hoeft dat in een andere zeker niet te zijn. De meer globale handleiding biedt de fondsbeheerders van het gemeentefonds de mogelijkheid om per gemeente maatwerk te leveren. Dit zou in de loop van de tijd het aantal artikel 12-aanvragen moeten beperken.
In het begrotingsjaar 2002 heeft het decentrale belastinggebied en de toekomst daarvan veel aandacht gekregen. De afschaffing van de onroerende zakenbelasting (OZB) op woningen en de f 100-maatregel zijn expliciet opgenomen in het Strategisch Akkoord 2002. Hieruit voortvloeiende beleidsvoornemens zijn in de memorie van toelichting van de ontwerpbegroting 2003 verwerkt (Kamerstukken II 2002/03, 28 600 B, nr. 2).
B. Budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten 2002
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste mutaties die zich voor het begrotingsjaar 2002 hebben voorgedaan.
| Tabel 1: Overzichtstabel gemeentefonds – prioritaire uitgaven (Bedragen in € 1 000) | |||
|---|---|---|---|
| Beleidsprioriteiten jaar 2002 (Artikelnummer 1) | Ontwerpbegroting 2002 | Nadere mutaties 2002 | Realisatie 2002 |
| Belangrijkste (mutaties in) beleidsmatige prioriteiten | |||
| 1. Nacalculatie behoedzaamheidsreserve 2001 | 357 498 | 357 498 | |
| 2. Accres 2002 | 329 807 | 363 460 | 693 267 |
| 3. Elzinga / Dualisering | 11 345 | 10 667 | 22 012 |
| 4. Amendement Noorman-Den Uyl/Wilders: AOW-gat grensarbeiders | – 11 000 | – 11 000 | |
| 5. Bezoldiging wethouders | 6 807 | ||
| Amendement Luchtenveld C.S. | 4 470 | 11 277 | |
| Nieuwe prioriteiten tijdens jaar 2002 | |||
| 6. Wijziging betalingsverloop algemene uitkering | – 6 727 – 31 715 – 2 900 | – 41 342 | |
| 7. Amendement Bakker C.S.: lokale omroepen | 1 904 | 1 904 | |
| 8. Onderwijshuisvesting | 45 000 | 45 000 | |
Een uitgebreide toelichting op de bovengenoemde mutaties is te vinden in de memorie van toelichting van de ontwerpbegroting 2002 (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 B, nr. 2) en de memories van toelichting van de suppletore begrotingen 2002 (Kamerstukken II 2001/02, 28 310, nr. 2; Kamerstukken II 2002/03, 28 713, nr. 2) van het gemeentefonds.
C. Beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten
Bovenstaande tabel maakt de financiële consequenties zichtbaar van de gemaakte afspraken tussen het Rijk en de VNG/IPO (zie de beleidsprioriteiten). Het Rijk heeft € 45 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting, terwijl de gemeenten een deel van het ontvangen accres 2002 voor onderwijshuisvesting zullen inzetten.
De accressen geven verder aan dat het gemeentefonds door de gehanteerde normeringssystematiek meegeprofiteerd heeft van de groei van de rijksuitgaven in 2001 en 2002.
1. Algemene beleidsdoelstelling
De gemeentefondsbegroting kent één artikel: het beleidsartikel «gemeentefonds». Dit beleidsartikel kent een samengestelde beleidsdoelstelling, te weten:
1. Het nastreven van een adequate omvang van het gemeentefonds.
2. Het nastreven van een adequate verdeling van de middelen over de gemeenten.
Deze samengestelde algemene beleidsdoelstelling verwoordt de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders voor het gemeentefonds. De fondsbeheerders zijn niet verantwoordelijk voor de resultaten die gemeenten met hun budget uit dit fonds realiseren. Gemeenten zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het gemeentefonds. Niet alleen in de bestedingsrichting, ook de effectiviteit van de inzet van de middelen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid, waarin het college van Burgemeester en Wethouders wordt gecontroleerd door de gemeenteraad.
Dat neemt niet weg dat van tijd tot tijd vragen opkomen of de gemeenten als collectiviteit geen andere prioriteiten zouden moeten stellen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de prioriteiten van het Rijk. In een dergelijk geval kunnen het Rijk en de gemeenten bestuurlijke afspraken maken over de accenten in de bestedingsrichting van de gemeenten. De desbetreffende vakministers spelen hier naast de fondsbeheerders een belangrijke rol. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor resultaten ligt bij de gemeenten.
2. Nader geoperationaliseerde doelstellingen
De bovengenoemde algemene hoofddoelstelling is nader uitgewerkt in onderstaande operationele doelstellingen:
1. De gemeenten via het gemeentefonds voorzien van voldoende financiële middelen voor het uitvoeren van hun taken.
De omvang van het gemeentefonds ontwikkelt zich volgens de normeringssystematiek en de toevoeging en/of onttrekking van specifieke taakmutaties. De beoogde omvang van het gemeentefonds (en de overige gemeentelijke inkomstenbronnen) is de uitkomst van politiek-bestuurlijke besluitvorming waarbij bijvoorbeeld de macro-economische factoren en het financieringstekort een rol spelen. Er is zodoende geen objectieve norm voor de omvang. De verantwoordelijkheid van het Rijk beperkt zich tot het uitvoeren van de normeringssystematiek, het voeren van (bestuurlijk) overleg ten aanzien van de uitkomst van de normeringssystematiek (bestuurlijke component) en het mede bepalen van de hoogte van de taakmutaties. De fondsbeheerders zijn derhalve systeemverantwoordelijk. De verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de maatschappelijke beleidstaak ligt bij gemeenten, waarbij ook raakvlakken met departementale beleidsdoelstellingen naar voren komen.
2. Het verdelen van de beschikbare financiële middelen over gemeenten zodat zij een gelijkwaardig voorzieningenpakket tegen globaal gelijke lasten kunnen leveren.
Het Rijk is verantwoordelijk voor het systeem van verdeelmaatstaven dat een dergelijke verdeling als resultaat heeft. De gemeenten kunnen zelf bepalen aan welke voorzieningen zij hun geld bij voorkeur besteden (eigen prioriteitenstelling).
Om te kunnen bepalen of bovenstaande effecten in voldoende mate worden bereikt is een aantal effectindicatoren ontwikkeld. Binnen de systeemverantwoordelijkheid van de fondsbeheerders spitsen de prestatiegegevens in dit jaarverslag, eveneens als in de ontwerpbegroting, zich toe op de omvang en de verdeling van het gemeentefonds. Daarbij sluiten de prestatiegegevens aan bij de onderverdeling in de operationele doelstellingen. De prestatiegegevens omtrent de omvang omvatten de werking van de normeringssystematiek (in hoeverre functioneert de systematiek) en het Financieel Overzicht Gemeenten. De prestatiegegevens aangaande de verdeling richten zich op het Periodiek OnderhoudsRapport en het aantal artikel 12-aanvragen.
Een aantal van deze prestatiegegevens is ook al in de beleidsprioriteiten ter sprake gekomen. Dit geeft het belang weer dat er gehecht wordt vanuit de fondsbeheerders aan de ontwikkeling van deze prestatiegegevens.
1. De werking van de normeringssystematiek
Voor de beoordeling van de werking van de normeringssystematiek kan gekeken worden naar twee indicatoren: de uitkomsten van het halfjaarlijks bestuurlijk overleg en de evaluatie van de normeringssystematiek.
In 1995 is afgesproken om eens per half jaar bestuurlijk overleg te voeren rond de (uitkomsten van) de normering. Indien een van beide partijen (Rijk of VNG/IPO) de uitkomsten van de normeringssystematiek op enig moment onredelijk vindt, kunnen deze uitkomsten in het halfjaarlijkse bestuurlijk overleg aan de orde worden gesteld. In de periode 1995–2002 hebben deze bestuurlijke overleggen niet geleid tot ingrijpende wijzigingen in de normeringssystematiek. Hieruit kan worden afgeleid dat deze heeft voldaan.
Verder vindt elke vier jaar een evaluatie van de normeringssytematiek plaats. In deze evaluatie wordt het functioneren van de normeringsystematiek in de voorgaande kabinetsperiode nader onderzocht. In het jaar 2002 is de meest recente evaluatie van de normeringsystematiek afgerond. Uit deze evaluatie zijn vijf opties voor een eventuele aanpassing van de normeringsystematiek naar voren gekomen (zie hiervoor de paragraaf beleidsprioriteiten). Bij het Strategisch Akkoord 2002 is besloten de normeringssystematiek aan te passen door de rentecorrectie te laten vervallen.
Aan het einde van de komende kabinetsperiode wordt de normeringssystematiek opnieuw geëvalueerd.
2. Financieel Overzicht Gemeenten (FOG)
In de ontwerpbegroting 2002 stond het Financieel Overzicht Gemeenten nog niet vermeld. Wel werd in de beleidsprioriteiten onder het kopje Plavat aangekondigd dat er stappen ondernomen zouden worden om tot meer transparantie in de financiële verhouding te komen. Het Financieel Overzicht Gemeenten is hier een uitvloeisel van. Het overzicht geeft (meerjarig) zowel een terugblik als een vooruitblik op de financiële situatie van de gemeenten. Doel van het FOG is een beter gefundeerd oordeel mogelijk te maken over de rekenkundige uitkomsten van de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het overzicht ondersteunt het Rijk en de VNG bij het halfjaarlijkse overleg over de rekenkundige uitkomsten van de normering. Daarbij is het uitgangspunt dat de groei van de algemene middelen toereikend moet zijn om de voorzieningen op een voldoende niveau te handhaven, rekening houdend met prijs, volume- en taakmutaties. In april 2002 is het eerste FOG naar de Tweede Kamer verzonden (Kamerstukken II 2001/02, 28 000 B en 28 000 C, nr. 21). Dit overzicht bestaat uit een terugblik (1997–2001) en een vooruitblik (2003–2007). De terugblik geeft een inzicht in de ontwikkeling in de financiële positie van de gemeenten in de afgelopen jaren.
De vooruitblik geeft inzicht in de verwachte financiële ruimte van gemeenten. In het najaar van 2002 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de vooruitblik naar aanleiding van het aantreden van een nieuw kabinet (zie ook de ontwerpbegroting 2003 van het gemeentefonds). De resultaten van deze actualisatie zijn in onderstaande tabel weergegeven.
| Tabel 2: De financiële ruimte van de gemeenten – vooruitblik 2003–2006 (Bedragen in miljoenen €; cumulatief) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | |
| Kostenontwikkeling | 128 | 287 | 550 | 812 |
| Inkomstenontwikkeling | 293 | 553 | 885 | 1 187 |
| Financiële ruimte | 166 | 267 | 335 | 374 |
De samenvattende conclusies uit de terugblik en de vooruitblik zijn:
• De financiële positie van gemeenten is tussen 1997 en 2002 verbeterd. De financiële mogelijkheden van de gemeenten om hun verantwoordelijkheden in autonomie in te vullen zijn toegenomen. Er was ruimte voor intensiveringen op vrijwel alle taakclusters. Het eigen vermogen is in deze periode met 66% gestegen, waarbij moet worden aangetekend dat de cijfers over vermogens indicatief zijn en dat er geen harde conclusies aan verbonden kunnen worden. Al met al lijken de gemeenten financieel gezien tegen een stootje te kunnen. De terugblik in het Financieel Overzicht Gemeenten 2002 heeft geen aanleiding gegeven tot nadere besluitvorming met betrekking tot de voorziene accressen.
• De financiële ruimte van de gemeenten in de periode 2003–2006 wordt bepaald door de verwachte ontwikkelingen in de gemeentelijke inkomsten en de kosten van gemeenten; bij die kostenontwikkeling spelen zaken als inflatie, bevolkingsgroei en veranderingen in gemeentelijke taken een rol. De totale cumulatieve kostenontwikkeling voor de periode 2003 tot en met 2006 bedraagt € 812 miljoen. De kostenstijging houdt vooral verband met inflatie.
De totale gemeentelijke inkomsten geven voor de jaren 2003–2006 naar verwachting een groei van bijna € 1,2 miljard. De inkomstenstijging heeft voornamelijk haar oorzaak in de koppeling van de omvang van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven (accres). De tabel gaf aan dat hieruit naar de inzichten die op dat moment bestonden in de komende kabinetsperiode voor de gemeenten een vrije bestedingsruimte resulteert van bijna € 400 miljoen.
Jaarlijks verschijnt elk voorjaar in het kader van het «plan van aanpak transparantie» een voortgangsrapportage. In deze voortgangsrapportage wordt opnieuw een Financieel Overzicht Gemeenten gepubliceerd. Het FOG 2003 zal een terugblik op de periode 1998–2002 en een vooruitblik op de periode 2003–2007 bevatten. De uitkomsten hiervan worden bij de voortgangsrapportage Plavat aan de Tweede Kamer meegedeeld en worden ook in de ontwerpbegroting 2004 gepresenteerd.
1. Periodiek OnderhoudsRapport (POR)
In het kader van meer transparantie in de financiële verhouding is bij de ontwerpbegroting 2003 opnieuw het jaarlijkse Periodiek OnderhoudsRapport gemeentefonds (POR) verschenen. In deze rapportage staat de verdeling van de middelen uit het gemeentefonds over de gemeenten centraal. Het POR verschaft een inzicht in de verdeling van de middelen uit het gemeentefonds in relatie tot de ontwikkelingen in de kostenstructuur bij gemeenten. Het POR 2003, met een terugblik op de voortgang van de onderhoudsagenda POR 2002, heeft geen aanleiding gegeven de verdelingsystematiek aan te passen.
Het aantal artikel 12-aanvragen kan deels beschouwd worden als een indicator voor de mate waarin de verdeling van het gemeentefonds adequaat is. Als een gemeente er structureel niet in slaagt haar noodzakelijke uitgaven te bekostigen, kan zij de fondsbeheerders om een aanvullende uitkering (artikel 12-uitkering) verzoeken. Het aantal artikel 12-gemeenten en de omvang van het geraamde bedrag dat daarmee gepaard gaat is gedaald.
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van het aantal artikel 12-gemeenten en de omvang van de uitkeringen die daarmee gemoeid zijn, weergegeven.
| Tabel 3: Aantal gemeenten dat beroep doet op een aanvullende uitkering (artikel 12) en het geraamde bedrag van de verstrekte aanvullende uitkeringen(Bedragen in € 1 000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1990 | 1995 | 1999 | 20001 | 2001 | 2002 | |
| aantal gemeenten | 17* | 21* | 7 | 8 | 5 | 3 |
| artikel 12-uitkering | 55 090 | 81 060 | 29 320** | 96 660** | 17 040** | PM |
* exclusief Amsterdam.
** exclusief terugbetaling Den Haag ad € 82 504 000.
1Het hoge bedrag van dit jaar werd grotendeels veroorzaakt door de uitkering aan de gemeente Gouda.
3. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
In onderstaande tabel worden de budgettaire gevolgen van beleid weergegeven.
| Tabel 4: Budgettaire gevolgen van beleid* (Bedragen in € 1 000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemeentefonds | Realisatie | Vastgestelde begroting | Verschil | ||||
| 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2002 | 2002 | |
| Verplichtingen | 10 128 730 | 10 810 218 | 11 628 891 | 12 292 444 | 13 045 853 | 12 472 948 | + 572 905 |
| Waarvan garantieverplichtingen | |||||||
| Uitgaven | 10 154 422 | 10 876 104 | 11 543 312 | 12 159 071 | 13 032 057 | 12 264 209 | + 767 848 |
| Apparaatsuitgaven | |||||||
| 1. Kosten uitvoering Financiële-verhoudingswet | 1 435 | 1 368 | 1 278 | 1 591 | 1 517 | 2 496 | – 979 |
| 2. Kosten Waarderingskamer | 624 | 681 | 681 | 727 | 1 121 | 771 | + 350 |
| 3. Budget A&O-fonds | – | – | – | 4 439 | 4 572 | 4 572 | |
| Programmauitgaven | |||||||
| 1. Algemene uitkering c.a. en de aanvullende uitkeringen | 9 870 982 | 10 606 102 | 11 273 800 | 11 980 789 | 12 927 836 | 12 156 402 | + 771 434 |
| 2. Integratie-uitkeringen | 281 381 | 267 955 | 267 554 | 171 525 | 97 011 | 99 968 | – 2 957 |
| Ontvangsten | 10 154 422 | 10 876 102 | 11 543 311 | 12 159 067 | 13 032 057 | 12 264 209 | + 767 848 |
| Apparaatsontvangsten | |||||||
| 1. Terugontvangsten Waarderingskamer | 108 | 88 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Programma-ontvangsten | |||||||
| 1. Ontvangsten ex. Art. 4. Fvw | 10 154 313 | 10 876 014 | 11 543 311 | 12 159 067 | 13 032 057 | 12 264 209 | + 767 848 |
* In deze tabel kunnen er als gevolg van de euro-afrondingen additionele aansluitingsverschillen ontstaan in de verschillende realisatiebedragen van eerdere jaren.
De meest opmerkelijke veranderingen in de tijd die uit bovenstaande tabel naar voren komen is de afname in de hoogte van de integratie-uitkeringen en de constante stijging van de algemene uitkering met ongeveer € 700 miljoen per jaar.
De daling van de bestaande integratie-uitkeringen lis een gevolg van het overgangskarakter van deze uitkeringen. Omdat deze uitkeringen bedoeld zijn als tijdelijke opvang van bezwaarlijke herverdeeleffecten treedt er een verlaging op. Naar verloop van de tijd gaan deze uitkeringen op in de algemene uitkering. Verder zijn er de laatste jaren geen nieuwe integratie-uitkeringen ingevoerd.
De constant hoge stijging van de algemene uitkering valt grotendeels te verklaren door de relatief hoge accressen in deze jaren die samenhangen met de hoge stijging van de relevante rijksuitgaven van de afgelopen jaren.
6. MEDEDELING OVER DE BEDRIJFSVOERING
Uit hoofde van artikel 51 van de Comptabiliteitswet 2001 leggen de fondsbeheerders verantwoording af over hun bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering van het gemeentefonds vindt met name plaats bij het Ministerie van Financiën (IXB).
7. VERANTWOORDINGSSTAAT VAN HET GEMEENTEFONDS 2002
| Tabel 5: Verantwoordingsstaat 2002 van het gemeentefonds (Bedragen in € 1 000) | ||||||||||
| (1) | (2) | (3) | ||||||||
| Art | Omschrijving | Oorspronkelijk vastgestelde begroting | Realisatie | Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting | ||||||
| verplich-tingen | uitgaven | ontvang-sten | verplich-tingen | uitgaven | ontvang-sten | verplich-tingen | uitgaven | ontvang-sten | ||
| 1. Gemeentefonds | 12 472 948 | 12 264 209 | 12 264 209 | 13 045 853 | 13 032 057 | 13 032 057 | + 572 905 | + 767 848 | + 767 848 | |
Ons bekend,
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
De Staatssecretaris van Financiën,
De Minister van Financiën,
8. FINANCIËLE TOELICHTING BIJ DE VERANTWOORDINGSSTAAT
In onderstaande tabel worden voor zowel de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het gemeentefonds voor het begrotingsjaar 2002 weergegeven. Hiermee worden de integrale uitgaven van het beleidsartikel gemeentefonds inzichtelijk gemaakt.
| Tabel 6: Budgettaire gevolgen van beleid (Bedragen in € 1 000) | |||
|---|---|---|---|
| Gemeentefonds | Realisatie | Oorspronkelijk vastgestelde begroting | Verschil |
| 2002 | 2002 | 2002 | |
| Verplichtingen | 13 045 853 | 12 472 948 | + 572 905 |
| Waarvan garantieverplichtingen | |||
| Uitgaven | 13 032 057 | 12 264 209 | + 767 848 |
| Apparaatsuitgaven | |||
| 1. Kosten uitvoering Financiële-verhoudingswet | 1 517 | 2 496 | – 979 |
| 2. Kosten Waarderingskamer | 1 121 | 771 | + 350 |
| 3. Budget A&O-fonds | 4 572 | 4 572 | |
| Programmauitgaven | |||
| 1. Algemene uitkering en de aanvullende uitkeringen | 12 927 836 | 12 156 402 | + 771 434 |
| 2. Integratie-uitkeringen | 97 011 | 99 968 | – 2 957 |
| Ontvangsten | 13 032 057 | 12 264 209 | + 767 848 |
| Apparaatsontvangsten | |||
| 1. Terugontvangsten Waarderingskamer | 0 | 0 | 0 |
| Programma-ontvangsten | |||
| 1. Ontvangsten ex. Art. 4. Fvw | 13 032 057 | 12 264 209 | + 767 848 |
Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting zijn de verplichtingen met € 572 905 000 opwaarts bijgesteld. De verplichtingen zijn in de oorspronkelijke begroting vastgesteld op € 12 472 948 000. Bij slotwet worden de verplichtingen met € 120 132 000 verhoogd. Dit bedrag bestaat uit de verwerking nacalculatie accressen 2002 (€ + 121 213 000), de mutaties wachtgelden gemeentelijke herindeling (€ + 125 000), kosten uitvoering financiële-verhoudingswet (€ – 979 000) en een correctie milieuapparaatskosten (€ – 227 000).
– Kosten Uitvoering Financiële-verhoudingswet
Het gerealiseerde bedrag komt € 979 000 lager uit dan in de ontwerpbegroting 2002 werd geraamd. Dit komt doordat niet alle onderzoeken die voor 2002 gepland waren, daadwerkelijk in 2002 zijn uitgevoerd. Het bedrag voor kosten Financiële-verhoudingswet komt hiermee op€ 1 517 000.
– Kosten Waarderingskamer
Het gerealiseerde bedrag komt € 350 000 hoger uit dan in de ontwerpbegroting werd geraamd. Het bedrag voor kosten Waarderingskamer komt daarmee uit op € 1 121 000. De oorzaak van deze verhoging is onder andere een niet uitgekeerd bedrag voor 2001 dat in 2002 aan het licht is gekomen en dat in dat jaar alsnog tot uitkering is gekomen. Verder is het budget van de Waarderingskamer gestegen als gevolg van hogere kosten voor personeel, voor de ontwikkeling van een toezichtstrategie en voor de uitvoering van de Wet WOZ.
– Bijdrage Stichting A+O fonds gemeenten
Het gerealiseerde bedrag komt overeen met het bedrag dat in de ontwerpbegroting werd geraamd.
– Algemene Uitkering c.a.
De uitgaven van de algemene uitkering van het gemeentefonds worden ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting verhoogd met € 771 434 000 en komen daarmee in totaal op € 12 927 836 000.
– Integratie-uitkeringen
Het gerealiseerde bedrag komt € 2 957 000 lager uit dan in de ontwerpbegroting werd geraamd. Integratie-uitkeringen worden toegepast indien een toevoeging ineens aan de algemene uitkering van het gemeentefonds bezwaarlijk is vanwege de omvang van de herverdeeleffecten. De post integratie-uitkeringen bestaat in 2002 uit een drietal uitkeringen (WUW-middelen, Verdi en precariobelasting). De verlaging is met name veroorzaakt door het afbouwen van de integratie-uitkering precariobelasting. In een overgangstraject van zes jaar wordt deze integratie-uitkering afgebouwd. Voor het jaar 2002 (eerste tranche) is de integratie-uitkering precariobelasting met € 2 949 000 verlaagd.
– Terugontvangsten Waarderingskamer
Er waren in 2002 geen terugboekingen naar het gemeentefonds vanuit de Waarderingskamer.
– Ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet
Sinds de invoering van de Financiële-verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting van het gemeentefonds voor 2002 worden de ontvangsten ex artikel 4 van de Financiële-verhoudingswet, analoog aan de uitgaven, met € 767 848 000 verhoogd tot € 13 032 057 000.
9. BIJLAGE 1: DE VERDIEPINGSBIJLAGE
| Tabel 7: Budgettaire geschiedenis over het jaar 2002 (Bedragen in € 1 000) | |||
|---|---|---|---|
| Gemeentefonds | Verplichtingen | Kasuitgaven | Kasontvangsten |
| Ontwerp-begroting (kmst. II 2001/02, 28 000 B, nr. 1 en 2) | 12 490 478 | 12 281 739 | 12 281 739 |
| Nota van Wijziging (kmst. II 2001/02, 28 000 B, nr. 6) | – 11 000 | – 11 000 | – 11 000 |
| Amendement (kmst. II 2001/02, 28 000 B, nr. 15) | – 11 000 | – 11 000 | – 11 000 |
| Amendement (kmst. II 2001/02, 28 000 B, nr. 16) | 4 470 | 4 470 | 4 470 |
| 1. Vastgestelde begroting (Stb. 2002, 95) | 12 472 948 | 12 264 209 | 12 264 209 |
| Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota) | + 451 038 | + 801 809 | + 801 809 |
| Ontwerp-suppl. begroting (kmst. II 2001/02, 28 310, nr. 1 en 2) | 12 923 986 | 13 066 018 | 13 066 018 |
| 2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore begroting (Stb. 2002, 350) | + 451 038 | + 801 809 | + 801 809 |
| Mutaties 2e suppletore begroting (Voorjaarsnota) | + 1 735 | – 29 980 | – 29 980 |
| Ontwerp-suppl. begroting (kmst. II 2002/03, 28 713, nr. 1 en 2) | 12 925 721 | 13 036 038 | 13 036 038 |
| 3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore begroting (Stb. 2003, 97) | + 1 735 | – 29 980 | – 29 980 |
| Mutaties slotwet | + 120 132 | – 3 981 | – 3 981 |
| Ontwerp-slotwet | 13 045 853 | 13 032 057 | 13 032 057 |
| 4. Vast te stellen mutatie slotwet | + 120 132 | – 3 981 | – 3 981 |
| Totaal geraamd tevens realisatie 2002 (1+2+3+4) | 13 045 853 | 13 032 057 | 13 032 057 |
10. BIJLAGE 2: AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER
In haar rapport over de financiële verantwoording van het gemeentefonds 2001 heeft de Algemene Rekenkamer geconcludeerd dat de verantwoording aan de te stellen eisen voldeed. Zowel de rekening en de toelichting bij de rekening 2001 van het gemeentefonds als de saldibalans en de toelichting bij de saldibalans van het gemeentefonds voldeden aan de gestelde eisen. Met betrekking tot het oordeel over de bedrijfsvoering werd verwezen naar het rapport van de financiële verantwoording 2001 van het Ministerie van Financiën.
Naar aanleiding van dit oordeel van de Algemene Rekenkamer zijn er geen nadere maatregelen genomen.
11. BIJLAGE 3: SALDIBALANS GEMEENTEFONDS PER 31 DECEMBER 2002
| Saldibalans per 31 december 2002 van het gemeentefonds (bedragen in € 1 000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| DEBET CREDIT | ||||||
| OMSCHRIJVING | 31–12–2002 | 31–12–2001 | OMSCHRIJVING | 31–12–2002 | 31–12–2001 | |
| EUR1000 | EUR1000 | EUR1000 | EUR1000 | |||
| 1. Uitgaven t.l.v. de begroting 2001 | 12 159 067 | 2. Ontvangsten t.g.v. de begroting 2001 | 12 159 067 | |||
| Uitgaven t.l.v. de begroting 2002 | 13 032 054 | Ontvangsten t.g.v. de begroting 2002 | 13 032 054 | |||
| 10. Voorschotten | 28 242 881 | 24 892 859 | 10a. Tegenrekening voorschotten | 28 242 881 | 24 892 859 | |
| 12a. Tegenrekening openstaande verplichtingen | 381 097 | 367 299 | 12. Openstaande verplichtingen | 381 097 | 367 299 | |
| Totaal | 41 656 032 | 37 419 225 | Totaal | 41 656 032 | 37 419 225 | |
Toelichting behorende bij de saldibalans per 31 december 2002 van het gemeentefonds
Hierna worden de saldibalansposten toegelicht. De nummering van de toelichting komt overeen met die van de saldibalansposten.
Hieronder zijn de betaalde voorschotten opgenomen voor nog niet definitief vastgestelde uitkeringen. De gemeenten ontvangen, als gevolg van de wet, voorschotten tot het bedrag waar ze vermoedelijk recht op hebben. Het totaalbedrag van de voorschotten is in bijlage 1 gespecificeerd.
12. Openstaande verplichtingen
Onder deze post zijn de ultimo 2002 openstaande betalingsverplichtingen uit hoofde van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, inclusief de netto-uitkeringen over voorgaande jaren, en openstaande betalingsverplichtingen uit hoofde van de integratie-uitkeringen opgenomen. Zie voor een verdere toelichting op de cijfers bijlage 2.
Bijlage I bij saldibalans 31 december 2002
| Specificatie voorschotten (bedragen x € 1 000)1 | ||||
|---|---|---|---|---|
| 31–12–2002 | 31–12–2001 | |||
| Art. 1.1.2 Kosten Waarderingskamer | ||||
| 2001 voorschot kosten Waarderingskamer | 0 | 726 | ||
| 2002 voorschot kosten Waarderingskamer | 1 120 | 0 | ||
| 1 120 | 726 | |||
| Art. 1.2.1 Algemene uitkering Gemeentefonds | ||||
| 1997 2 resp. 1 gemeente | 103 644 | 10 041 | ||
| 1998 2 resp. 9 gemeenten | 646 740 | 282 681 | ||
| 1999 2 resp. 43 gemeenten | 696 356 | 1 472 331 | ||
| 2000 19 resp. 537 gemeenten | 2 106 611 | 11 330 671 | ||
| 2001 504 resp. 504 gemeenten | 12 114 341 | 11 796 409 | ||
| 2002 496 resp. 0 gemeenten | 12 574 069 | 0 | ||
| 28 241 761 | 24 892 133 | |||
| TOTAAL | 28 242 881 | 24 892 859 | ||
1 Geen specificaties zijn opgenomen bij art. 1.1.1 (geheel), art. 1.1.3 (geheel) en art. 1.2.2 (geheel). Aangezien voor deze uitkeringen ultimo 2002 reeds beschikkingen zijn opgemaakt, zijn de voorschotten gelijk aan 0.
| Mutatieoverzicht voorschotten gemeentefonds (bedragen x € 1000) | |
| voorschotten per 01–01–2002 | 24 892 859 |
| ontstaan in 2002 | + 12 892 001 |
| afgerekend in 2002 | – 9 541 979 |
| voorschotten per 31–12–2002 | 28 242 881 |
Bijlage II bij saldibalans 31 december 2002
| Verloop van de openstaande betalingsverplichtingen (bedragen x € 1 000) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Art. | Omschrijving | Openstaande verplichtingen 01–01–2002 | Aangegane verplichtingen in 2002 (exclusief positieve bijstellingen) | Tot betaling gekomen in 2002 | Positieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren | Openstaande verplichtingen 31–12–2002 |
| 1.2.1 | Algemene uitkering met inbegrip van de netto-uitkering over de vorige jaren | 367 299 | 12 941 632 | – 12 927 836 | + 2 | 381 097 |
| Totaal | 367 299 | 12 941 632 | – 12 927 836 | + 2 | 381 097 | |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28880-38.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.