Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2002-2003
Kamerstuk 28880 nr. 22

Gepubliceerd op 21 mei 2003



28 880
Jaarverslagen over het jaar 2002

nr. 22
JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X)

Aangeboden 21 mei 2003

Gerealiseerde ontvangsten 2002kst-28880-22-1.gif

Gerealiseerde uitgaven 2002kst-28880-22-2.gif

INHOUDSOPGAVE blz.

A.Algemeen6
1.Voorwoord6
2.Dechargeverlening8
3.Leeswijzer11
   
B.Beleidsverslag15
4.Beleidsprioriteiten15
5.Beleidsartikelen32
6.Niet-beleidsartikelen151
7.Bedrijfsvoering158
8.Toezichtsrelaties165
   
C.Jaarrekening166
9.Verantwoordingsstaten166
 9.1. De verantwoordingsstaat van het Ministerie van Defensie166
 9.2. De samenvattende verantwoordingsstaat van de baten-lastendiensten167
10.Financiële toelichting bij de verantwoordingsstaten168
 10.1. Toelichting bij de beleidsartikelen168
 10.2. Toelichting bij de niet-beleidsartikelen205
 10.3. Toelichting bij de baten-lastendiensten210
11.Bijlage 1: Verdiepingsbijlage238
12.Bijlage 2: Aanbevelingen Algemene Rekenkamer246
13.Bijlage 3: Ramingskengetallen248
14.Bijlage 4: Saldibalans266
15.Bijlage 5: Lijst van afkortingen282

A. ALGEMEEN

1. VOORWOORD

Hierbij bied ik u het departementale jaarverslag over 2002 aan. In dit jaarverslag maakt Defensie, volgens de regels van de beleidsverantwoording, inzichtelijk in hoeverre eerder aangekondigde doelen zijn bereikt en welke financiële gevolgen daaraan verbonden waren.

De werkzaamheden van Defensie zijn te herleiden tot haar drie hoofdtaken, te weten verdediging van het bondgenootschappelijk grondgebied, inzet ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties en verlening van bijstand aan civiele instanties. De werving van personeel, de aanschaf van materieel, de opleiding van nieuwe rekruten en de oefening van operationele eenheden – kortom de gehele bedrijfsvoering van Defensie – zijn erop gericht de krijgsmacht gereed te houden voor al deze hoofdtaken.

De meest zichtbare activiteit van de krijgsmacht is de inzet van militairen in een crisisgebied of tijdens een gewapend conflict. In het jaar 2002 zijn duizenden Nederlandse militairen uitgezonden. Niet alleen op de Balkan, maar ook in Afghanistan en in het kader van de internationale strijd tegen het terrorisme namen Nederlandse militairen deel aan diverse operaties. Zij vormden daarmee een onmisbare bouwsteen voor het vredes- en wederopbouwproces in verschillende landen en leverden een noodzakelijke bijdrage aan de bestrijding van het internationaal terrorisme. Het hoge inzetniveau van het afgelopen jaar onderstreept de blijvende behoefte aan een goed getrainde en goed uitgeruste krijgsmacht. Gelet op de actuele internationale ontwikkelingen, waarin het onderscheid tussen interne en externe veiligheid verder vervaagt, zal deze behoefte in de toekomst niet minder worden.

Het departementale jaarverslag is als volgt ingedeeld. Allereerst wordt ingegaan op de beleidsprioriteiten. Het gaat daarbij om een overzicht van de speerpunten van het defensiebeleid en de wijze waarop daaraan uitvoering is gegeven. Vervolgens wordt per beleidsartikel van de begroting meer in detail verantwoording afgelegd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van doelstellingenmatrices. Volgens de regels van het VBTB betreft dit document een zogenaamd «uitzonderingsverslag». Dit betekent dat per beleidsartikel slechts wordt toegelicht wat afwijkt van de voornemens.

De operationele gereedheid van de eenheden was over het algemeen voldoende. In dit jaarverslag wordt echter bij sommige onderdelen vermeld dat de operationele gereedheid onder druk stond. Voor een deel is dat een gevolg van het reeds vermelde hoge inzetniveau van de krijgsmacht. Daardoor konden sommige onderdelen hun reguliere oefen- en trainingsprogramma's niet geheel doorlopen. Daarnaast zijn er ook financiële redenen aanwijsbaar. De kosten voor de materiële en de personele exploitatie zijn namelijk gestegen, wat de investeringen onder druk heeft gezet. Hierdoor moesten delen van de oefenprogramma's worden versoberd.

Tot slot wil ik vermelden dat de beleidsvoering van de defensieorganisatie verder werd verbeterd. De interne processen werden verder aangepast aan de eisen van VBTB.

De Minister van Defensie,

H. G. J. Kamp

2. DECHARGEVERLENING

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Defensie aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2002 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het Ministerie van Defensie.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

a. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

c. de financiële informatie in de jaarverslagen;

d. de departementale saldibalansen;

e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

van het Ministerie van Defensie. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

a. het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2002; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden.

b. de slotwet van het Ministerie van Defensie over het jaar 2002; deze slotwet is als afzonderlijk kamerstuk aangeboden,

het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen;

c. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2002 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel Jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden.

d. De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2002 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2002 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2002 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 84, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001);

het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

Ten behoeve van het politieke oordeel dat door middel van een besluit tot dechargeverlening wordt uitgesproken, is het van belang mee te wegen dat de ondergetekende samen met staatssecretaris C. van der Knaap vanaf 13 december 2002 de zorg voor het financieel beheer van het Ministerie van Defensie op zich heeft genomen.

De Minister van Defensie,

H. G. J. Kamp

mede namens

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van (datum):

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van:

(datum) ...................................................................

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Eerste Kamer, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. LEESWIJZER

Opzet jaarverslag

Met ingang van het begrotingsjaar 2002 wordt, in lijn met het project Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording (VBTB), beleidsmatig verantwoord. Dat wil zeggen dat antwoord wordt gegeven op de vragen «Hebben we bereikt wat we ons hadden voorgenomen?», «Hebben we daarvoor gedaan wat we dachten te moeten doen?» en «Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?». In mei 2003 wordt daarom in aansluiting op de beleidsbegroting 2002 de beleidsverantwoording over dat jaar ingediend, het «Departementaal jaarverslag».

Het departementaal jaarverslag 2002 sluit aan bij de geformuleerde uitgangspunten in de regeringsnota VBTB, de Comptabiliteitswet 2001 en de in de VBTB begroting 2002 gehanteerde begrotingsindeling. De uitgangspunten van de begroting 2002 op het gebied van doelstellingen, activiteiten en middelen vormen tevens de uitgangspositie voor de inrichting van dit jaarverslag nieuwe stijl.

Het jaarverslag bestaat naast deze leeswijzer, uit het voorwoord van de minister, de dechargeverlening, het beleidsverslag en de jaarrekening. De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag. Hierin wordt met name aandacht besteed aan de drie algemene beleidsdoelstellingen van Defensie, de aansluiting met de beleidsartikelen en de beleidsprioriteiten zoals deze voor 2002 zijn geformuleerd, inclusief de beleidsprioriteit «terrorismebestrijding», die naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001 op de agenda is gezet. De gehanteerde begrotingsindeling in dit jaarverslag is gebaseerd op de begroting voor 2002 en bevat 12 beleidsartikelen en 3 niet-beleidsartikelen. Deze indeling is naderhand geëvalueerd en aangepast. De artikelen 06 «Militaire Inlichtingen Dienst», 07 «Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel», 08 «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden» en 12 «Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling» worden alleen in dit jaarverslag nog als separaat beleidsartikel verantwoord, waarbij zoveel mogelijk invulling is gegeven aan de hieraan gestelde eisen.

Ook wordt in het beleidsverslag aandacht besteed aan de bedrijfsvoering. De «Mededeling Bedrijfsvoering» verschaft inzicht in de kwaliteit van de bedrijfsvoering en doet een uitspraak over de mate waarin de bedrijfsprocessen van Defensie worden beheerst. Zoals aangegeven in de begroting 2003 is het streven om in 2004 te kunnen beschikken over kwaliteitseisen voor de gehele bedrijfsvoering (sturing en beheersing, primaire en ondersteunende processen). De in dit jaarverslag 2002 opgenomen mededeling beperkt zich nog tot een aantal ondersteunende processen. De mededeling over de bedrijfsvoering is ingebed in de plannings- en controlcyclus en gebaseerd op deelmededelingen van de bevelhebbers, de commandant-Dico, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de Chef defensiestaf. Verder verstrekt de bedrijfsvoeringsparagraaf informatie over een aantal specifieke bedrijfsvoeringsthema's zoals de implementatie van VBTB, financieel- en materieelbeheer, de informatievoorziening, competitieve dienstverlening, de invoering van het eigentijds begrotingsstelsel, uitbesteding DTO/oprichting DICTU en ruimtelijke ordening en milieu.

In de jaarrekening worden de verantwoordingsstaten, de artikelsgewijze toelichtingen en de verantwoordingen van de baten-lastendiensten DTO en DGW&T gepresenteerd.

Groeiparagraaf jaarverslag

Het opgestelde jaarverslag 2002 is gebaseerd op de in de begroting 2002 geformuleerde uitgangspunten (doelstellingen, activiteiten en middelen). In de begroting 2002 was een aantal zaken niet volledig uitgewerkt omdat ontwikkeling hiervan nog niet was afgerond. Deze ontwikkelingen zijn benoemd in de VBTB-groeiparagrafen bij de begroting 2002. Invulling van de VBTB-groeiparagrafen leidt tot verdere verbetering van het inzicht van de relatie tussen doelstellingen, activiteiten en middelen. In de bedrijfsvoeringsparagraaf is aangegeven welke activiteiten zijn uitgevoerd en welke resultaten met VBTB zijn bereikt in 2002.

In de Comptabiliteitswet 2001 zijn slechts ten dele eisen geformuleerd voor de betrouwbaarheid van de in het jaarverslag opgenomen gegevens. De betrouwbaarheidseisen voor de financiële gegevens in het jaarverslag zijn ten opzichte van de Comptabiliteitswet 1976 niet gewijzigd. De niet-financiële informatie zoals deze in het beleidsverslag is opgenomen moet, conform de Comptabiliteitswet 2001, op een deugdelijke wijze totstandkomen en aan daaraan te stellen kwaliteitsnormen voldoen. De verdere invulling van deze eis is afhankelijk van de ontwikkeling van een kwalitatief normenkader voor de niet-financiële informatie. Om de betrouwbaarheid van de in het jaarverslag opgenomen niet-financiële informatie te kunnen waarborgen wordt bij Defensie zoveel mogelijk gebruik gemaakt van een standaard begrippenlijst, van een standaard procesmodel, van systemen van reguliere prestatiegegevens en van het toepassen van audits naar de kwaliteit van de informatievoorziening.

Wijze van toelichten

Het jaarverslag 2002 heeft ten dele het karakter van een uitzonderingsrapportage. Dit houdt in dat slechts aanvullende informatie is opgenomen als sprake is van substantiële afwijkingen ten opzichte van de in de begroting geformuleerde te bereiken doelstellingen, de te verrichten activiteiten en de hiervoor aan te wenden financiële middelen.

Indien zich gedurende 2002 bijzonderheden hebben voorgedaan ten aanzien van de realisatie van de doelstellingen dan wel dat doelstellingen niet volledig zijn gerealiseerd, dan wordt dit expliciet in het jaarverslag weergegeven met behulp van het ▵ symbool, gevolgd door een toelichting. Hiermee wordt inzicht gegeven in de realisatie van de doelstellingen, de oorzaken van eventuele afwijkingen en de als gevolg hiervan te treffen maatregelen. Indien sprake is van beleidsmatige afwijkingen in de activiteiten of in de uitgaven, dan wordt dit in het jaarverslag toegelicht, met aandacht voor de oorzaken, de consequenties voor de realisatie van de doelstellingen en de eventueel te treffen maatregelen. De afwijkingen tussen begroting en realisatie bij de financiële middelen worden onderverdeeld in technische en beleidsmatige afwijkingen. De technische afwijkingen betreffen bijvoorbeeld mutaties als gevolg van loon- en prijsbijstelling en verschuivingen tussen artikelonderdelen en hebben geen direct verband met de realisatie van de geformuleerde doelstellingen. Deze relatie bestaat wel bij de beleidsmatige afwijkingen die het gevolg zijn van tussentijds opgekomen beleidsprioriteiten, zoals bijvoorbeeld terrorismebestrijding.

Budgettaire gevolgen van het beleid

In deze eerste beleidsverantwoording is bij de overzichten «Budgettaire gevolgen van het beleid», niet gekozen voor het door Financiën toegestane groeimodel. Dit betekent dat de realisatiegegevens zich niet beperken tot de jaren 2001 en 2002, maar dat ook de realisatiegegevens over de jaren 1998, 1999 en 2000 zijn opgenomen. Hierbij is getracht om de consistentie in de cijfers over de jaren zoveel mogelijk in stand te houden. Zo zijn hiertoe bij de drie grootste krijgsmachtdelen de uitgaven en ontvangsten met betrekking tot de civiele taken (Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba, Kustwacht Nederland, Explosievenopruiming en Hulp aan civiele overheden) geëlimineerd en onder het beleidsartikel «Civiele taken» opgenomen. Voor wat betreft de uitgaven is, gezien de verwevenheid van een deel van deze uitgaven (met name de Kustwacht Nederland en de Explosievenopruiming), een «extrapolatie» toegepast op basis van de realisatiecijfers over het begrotingsjaar 2000.

Toelichting verschillen

Bij de toelichting van de realisatieverschillen wordt onderscheid gemaakt tussen technische en beleidsmatige verschillen. Onder technische verschillen worden onder meer verstaan:

– uitdeling loonbijstelling: de ontwerpbegroting is voor wat betreft de bezoldiging geraamd op loonpeil 2001, de realisatie heeft plaatsgevonden in het lopende loonpeil hetgeen onvermijdelijk tot meeruitgaven heeft geleid, die zijn gecompenseerd via de uitdeling van de loonbijstelling door Financiën;

– uitdeling prijsbijstelling: de ontwerpbegroting is voor wat betreft de materiële uitgaven geraamd op prijspeil 2001, de realisatie heeft plaatsgevonden in het lopende prijspeil hetgeen onvermijdelijk tot meeruitgaven heeft geleid, welke gedeeltelijk zijn gecompenseerd via de uitdeling van prijsbijstelling door Financiën;

– bijdragen door defensieonderdelen in gezamenlijk te financieren projecten: een aantal projecten is van belang voor meer dan één defensieonderdeel; dit leidt er toe dat de uitgaven voor dergelijke projecten in zijn totaliteit ten laste van het artikel van het uitvoerende defensieonderdeel worden verantwoord, hetgeen daar onvermijdelijke meeruitgaven tot gevolg heeft en bij het bijdragende defensieonderdeel minderuitgaven.

Bij de toelichting op de realisatieverschillen is een grensbedrag gehanteerd van € 5 miljoen. Verschillen met een kleinere omvang worden niet toegelicht, tenzij de aard van het verschil het noodzakelijk maakt om toch een korte toelichting te verstrekken.

Voortgang materieelprojecten

Zoals in de Kamerbrief van 14 maart 2002 over de inrichting van de VBTB-begroting Defensie is uiteengezet, is de informatie uit het Materieelprojecten Overzicht (MPO) verwerkt in de investeringsoverzichten bij de respectieve beleidsartikelen in het jaarverslag. Daar wordt inhoudelijk ingegaan op de in het jaar 2002 bereikte voortgang ten aanzien van projecten uit het MPO. Een aparte bijlage is derhalve overbodig. Conform de Kamerbrief van 11 mei 2001 over de resultaten van de evaluatie van het Defensie Materieelkeuze Proces, zal de informatie over de grote materieelprojecten in de artikelsgewijze toelichting bij de begroting halfjaarlijks worden geactualiseerd in de eerste suppletore begroting. Ook de op de website geplaatste informatie over grote materieelprojecten zal halfjaarlijks worden geactualiseerd.

B. BELEIDSVERSLAG

4. BELEIDSPRIORITEITEN IN 2002

In de veiligheidsanalyse die in de begroting voor 2002 was opgenomen, werd terrorisme nog gerekend tot de dreigingen met lage intensiteit. De terroristische aanslagen op de Verenigde Staten van 11 september 2001 maakten echter duidelijk dat terrorisme ook de vorm van buitensporige geweldsuitbarstingen kan aannemen. Deze gebeurtenissen hadden ook grote gevolgen voor het veiligheidsbeleid van Nederland. Op 5 oktober 2001 presenteerde de regering het «Actieplan terrorismebestrijding en veiligheid», waarin op tal van terreinen conclusies werden verbonden aan de terroristische dreiging. Defensie stelde een ambtelijke taakgroep «Defensie en terrorisme» in. Het eindrapport van deze taakgroep, dat op 18 januari 2002 naar de Tweede Kamer werd gezonden, concludeerde dat er een belangrijke rol is weggelegd voor de krijgsmacht bij het voorkomen en bestrijden van het terrorisme. Deze rol bestaat onder meer uit deelneming aan de militaire campagne tegen het internationale terrorisme en de ondersteuning van andere overheidsdiensten, als vangnet en, in bijzondere omstandigheden, als sterke arm van de civiele autoriteiten. Op die manier werd terrorismebestrijding bij de uitvoering van de Defensiebegroting voor 2002 een beleidsprioriteit.

De terroristische aanslagen in de Verenigde Staten van 11 september 2001 werden door de internationale gemeenschap beschouwd als een gewapende aanval waartegen de Verenigde Staten zichzelf mochten verdedigen. De Navo achtte het artikel 5 van het Navo-Verdrag van toepassing en stemde in met acht maatregelen ter operationalisering van dit artikel 5. Daarnaast nam Nederland op verzoek van de Verenigde Staten in 2002 deel aan «Enduring Freedom» met de inzet van fregatten, een onderzeeboot, maritieme patrouillevliegtuigen, een transportvliegtuig, tankervliegtuigen en gevechtsvliegtuigen. Voorts waren één fregat en twee maritieme patrouillevliegtuigen actief in het Caribisch gebied, ter aflossing van Amerikaanse eenheden die elders werden ingezet. De uitgaven voor deze operatie werden geboekt op de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

De bestrijding van terrorisme was ook een belangrijke grond voor deelneming aan de International Security Assistance Force (ISAF) in Kaboel en directe omgeving. Deze troepenmacht ondersteunt de Afghaanse autoriteiten bij het creëren en handhaven van een veilige omgeving in de Afghaanse hoofdstad. De stationering van een dergelijke troepenmacht maakte deel uit van het inter-Afghaanse Akkoord van Bonn van december 2001. Na de val van het Taliban-regime bood dit akkoord de Afghaanse bevolking weer perspectief op een betere toekomst. In het najaar van 2002 nam de regering het besluit om samen met Duitsland de leiding te nemen over deze door een coalitie van bereidwillige landen uitgevoerde operatie. In dit kader werd het gezamenlijke hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse Legerkorps gereedgesteld voor uitzending. De Navo leverde de benodigde ondersteuning op planningsgebied.

A. DE UITVOERING VAN DE BELEIDSPRIORITEITEN

Speerpunt 1: versterking van de Europese militaire capaciteiten

De versterking van de Europese militaire capaciteiten is al enkele jaren prioritair en kreeg in de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 nieuwe nadruk. In EU-(Headline Goal) en Navo-kader (DCI en zijn opvolger PCC) werden projecten geïdentificeerd die gericht zijn op het opheffen van de vastgestelde Europese militaire tekorten. De initiatieven van de Navo en de EU liggen in elkaars verlengde: het gaat immers grotendeels om dezelfde tekortkomingen.

«European Capability Action Plan» (ECAP): in de EU werd concreet gewerkt aan de vergroting van de doelmatigheid van de Europese defensie-inspanningen. Dat gebeurde gecoördineerd en door twee of meer bondgenoten, onder meer in het kader van het ECAP van de EU. Daarbij kon het gaan om co-financiering en/of samenvoeging («pooling») van soortgelijke militaire middelen, gezamenlijke inspanningen en taakspecialisatie. Nederland ontplooide in dat kader diverse initiatieven, die resulteerden in overeenkomsten met onder andere Duitsland en Frankrijk (zie hieronder). Voor de verschillende aandachtsgebieden werden negentien ECAP-panels opgericht, die in maart 2003 hun werkzaamheden zullen voltooien. Nederland is vertegenwoordigd in zeventien panels, waarvan in drie in de rol van (co-)voorzitter.

«Prague Capabilities Commitment» (PCC): ook in Navo-verband werden in 2002 initiatieven genomen ter versterking van de Europese defensiecapaciteiten. Tijdens de Navo-top in Praag bekrachtigden de Navo-staatshoofden en regeringsleiders het PCC. Het PCC bestrijkt vier capaciteitsterreinen:

• de verdediging tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) aanvallen;

• het verzekeren van veilige verbindingen, commandovoering en «information superiority»;

• de verbetering van de interoperabiliteit en de gevechtskracht van ontplooide eenheden;

• de verzekering van de snelle ontplooiing en het voortzettingsvermogen van strijdkrachten.

Tevens werd besloten tot oprichting van een NATO Response Force (NRF), een snel inzetbare reactiemacht van 5 000 tot 20 000 militairen.

De Navo-lidstaten stelden een «capability package» samen dat de vier bovengenoemde terreinen omvat. Dat leidde tot multinationale en collectieve oplossingen op diverse terreinen, zoals grondwaarneming, NBC-bescherming en detectie, en de ondersteuning van te ontplooien eenheden. De Nederlandse bijdrage aan het PCC werd in de zomer uitgewerkt en zal worden gefinancierd uit de EVDB-intensivering in het Strategisch Akkoord. Tijdens de Navo-top in Praag committeerde Nederland zich aan de volgende projecten:

De verdediging tegen CBRN-aanvallen:

• NBC-detectiecapaciteit: de ombouw van zes Fuchs-pantservoertuigen tot NBC-verkenningsvoertuigen, ondergebracht in één multinationale «pool» met Duitsland en het Verenigd Koninkrijk;

• invulling van de «Bronson proposals»: het versterken van de huidige capaciteiten om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van eenheden in operaties te vergroten;

• «Deployable NBC Analytical Laboratory»: de ontwikkeling van een mobiele laboratoriumcapaciteit die in operaties NBC-analyses kan uitvoeren. Met Duitsland worden de mogelijkheden voor een gemeenschappelijke aanpak bezien;

• «NBC Event Response Team»: het ontwikkelen, in Navo-verband, van een «NBC Event Response Team». Dit team kan tijdens operaties bij een eventuele besmetting adviseren;

• «Disease Surveillance System»: het in multinationaal verband onderzoeken welke medische informatiesystemen bruikbaar zijn om «near realtime» informatie te verkrijgen over wijzigingen in het gezondheidsbeeld van het personeel in het operatiegebied;

• «Collective Protection»: het voorzien van installaties, onder andere in de geneeskundige afvoerketen, van NBC-beschermingsmiddelen;

• «Point Detection»: de verwerving van chemische detectiemiddelen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van eenheden in Navo- of EU-geleide operaties te vergroten, waarbij Nederland multinationale verwerving als uitgangspunt hanteert.

In de bestaande plannen was de versterking van de TMD («Theatre Missile Defence»)-capaciteit vastgelegd. Door de voorgenomen overname van Duitse Patriotsystemen kan Nederland al in 2003 beginnen met de vervanging van de HAWK en het daardoor verbeteren van zijn TMD-capaciteit.

Veilige verbindingen, commandovoering en «information superiority»: in de bestaande plannen werd geïnvesteerd in

• de verwerving van TITAAN, een geïntegreerd informatiesysteem voor operaties waarbij de land- en de luchtstrijdkrachten betrokken worden, ten behoeve van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps;

• de commandofaciliteiten van het tweede amfibisch transportschip;

• «Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance» (Istar): in het Istar-bataljon in oprichting worden alle inlichtingenvergaringsmiddelen van de Koninklijke landmacht bijeen gebracht. Dit vergroot de mogelijkheden om doelmatig inlichtingen te verzamelen. In het kader van ECAP wordt onderzocht of in Istar-verband met Noorwegen en Tsjechië kan worden samengewerkt;

• MALE UAV: zowel in het ECAP als in het PCC richt een panel zich op de versterking van de capaciteit aan onbemande vliegtuigen. Frankrijk en Nederland hebben, voortvloeiend uit de bilaterale overeenkomst ter zake (zie hieronder), in beide fora de leiding;

• Sostar-X: Nederland neemt ter voorbereiding op de verwezenlijking van een bruikbare grondwaarnemingscapaciteit deel aan de ontwikkeling van het «technology concept demonstrator»-programma Sostar-X.

Interoperabiliteit en gevechtskracht van ingezette eenheden: in de bestaande plannen ging het om

• «Precision Guided Munitions»: Nederland onderzoekt met een aantal andere landen of multinationale verwerving en beheer van precisiemunities kan leiden tot verlaging van de stuksprijs, zodat binnen de bestaande budgetten extra munitie kan worden verworven;

• Command and Control: als onderdeel van de intensivering van de Duits-Nederlandse samenwerking wordt het BMC4I-systeem ingevoerd, dat bijdraagt aan de versterking van de Europese luchtverdedigingscapaciteit. Het betreft een «command and control»-systeem, inclusief sensoren, dat voorwaarden schept voor het contact met andere luchtverdedigingseenheden van de Navo;

• Transporthelikopters: 181,5 miljoen euro was gereserveerd voor de investering in middelzware transporthelikopters. Vanwege de taakstellingen uit het Strategisch Akkoord wordt thans voorrang gegeven aan de verhoging van de inzetbaarheid van de huidige vloot, waarmee de versterking van de snel inzetbare Europese militaire capaciteiten beter is gediend. Deze herfasering laat de behoefte aan middelzware transporthelikopters in Europa onverlet. Wanneer de nieuwe toestellen zullen instromen, wordt in het Integraal Defensieplan onderzocht. Duitsland, Nederland, Polen en Spanje onderzoeken de mogelijkheden tot samenwerking (onder andere op het gebied van verwerving en logistiek).

Snelle ontplooiing en voortzettingsvermogen van strijdkrachten: in de bestaande plannen ging het om «tracking and tracing». In 2001 is een begin gemaakt met de invoering van dit operationeel-logistieke systeem, dat inzicht moet geven in de goederenstroom naar en van het operatiegebied. Het systeem draagt bij aan de «rapid deployment»-capaciteit van de Nederlandse krijgsmacht en paste in de doelstellingen om de mobiliteit en de inzetbaarheid van de Europese krijgsmachten te verhogen zoals die is omschreven in de HLG en het PCC.

De maatregelen uit de beleidsagenda van 2002

• De omvorming en versterking van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps (GE/NL HQ): het hoofdkwartier van het Duits-Nederlande legerkorps werd door de ministers van Defensie van Duitsland en Nederland operationeel verklaard. Het werd in november de «High Readiness Forces Headquarters»-status toegekend. Het samen met Duitsland ontwikkelde concept voor de legerkorpstroepen werd verder uitgewerkt. Nederland heeft hierin een leidende rol bij de geniecapaciteiten, bij Istar («Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance») en bij de logistieke capaciteiten. Duitsland neemt op zijn beurt een leidende rol bij artillerie, NBC en bij de geneeskundige verzorging. Een apart punt vormt de luchtverdediging, waar Duitsland voorlopig de voortrekkersrol vervult.

• Deelneming aan het multinationale ontwikkelingsprogramma van Sostar: Nederland neemt in EVDB-kader deel aan de ontwikkeling van het «technology capability demonstrator»-programma Sostar-X. Dit programma loopt tot 2006.

• Versterking van de Duitse luchttransport- en tankercapaciteit in ruil voor Nederlandse aanspraken daarop: in het kader van het Duits-Nederlandse luchttransportinitiatief heeft Nederland geïnvesteerd in het Duitse programma tot uitbreiding van de luchttransportvloot, in ruil voor trekkingsrechten. In november 2002 was daar voor een equivalent van 9,4 miljoen euro gebruik van gemaakt.

• Commandofaciliteiten van het tweede amfibisch transportschip: met de installatie van commandofaciliteiten op het LPD II kan Nederland met een internationale commandostaf (vredes)operaties leiden of ondersteunen. Met dit EVDB-project draagt Nederland bij aan het opheffen van het tekort aan Europese commandovoeringscapaciteiten.

• Role-3 veldhospitaal in samenwerking met het Verenigd Koninkrijk: het project voor dit bilaterale veldhospitaal loopt voorspoedig. De eerste oefening op basis van dit samenwerkingsverband is succesvol afgerond. Verdere uitwerking van dit project vindt plaats onder toezicht van een stuurgroep die onder wisselende leiding van het Verenigd Koninkrijk en Nederland staat.

• De oprichting van de «Air Transport Coordination Cell» (EATCC): het EATCC is volledig operationeel sinds februari 2002. Naar analogie van het EATCC is door een aantal Navo-landen (Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Nederland) besloten een «Sealift Coordination Cell» (SCC) op te richten. De SCC is ondergebracht bij de EATCC op de vliegbasis Eindhoven. Na een proefperiode van een jaar (aanvang september 2002) zal het SCC op zijn merites en doelmatigheid worden beoordeeld.

• Verwerving van een defensiebreed «tracking and tracing»-systeem: door de EVDB-voorziening kon een begin worden gemaakt met de versnelde invoering van een defensiebreed «tracking and tracing»-systeem. Tegen die achtergrond werd «tracking and tracing» ook ingebracht in het PCC.

• Personele versterking van de Koninklijke marechaussee ter versterking van de Europese capaciteit voor politiemissies: de Koninklijke marechaussee moest door de intensivering van haar activiteiten als gevolg van de maatregelen uit het «Actieplan terrorismebestrijding en veiligheid» alle opleidingscapaciteit voor dit doel inzetten. De opleidingen van extra marechaussees voor de inzet in civiele politiemissies zijn daarom uitgesteld.

De bilaterale militaire samenwerkingsprojecten

De in gang gezette intensivering van de bilaterale samenwerkingsverbanden heeft in 2002 zijn vruchten afgeworpen.

• Met Duitsland: de bilaterale samenwerking met Duitsland is inmiddels vastgelegd in een op 19 juni 2002 getekende «Declaration of Intent» van de Duitse en Nederlandse ministers van Defensie. Hierin is in principe overeengekomen dat Nederland overtollige Duitse «Patriot» luchtverdedigingssystemen overneemt. De grondgedachte is via samenwerking een doelmatiger organisatie van een flexibele, modulaire luchtverdedigingcomponent te bereiken. Daarbij vervangt Nederland zijn HAWK-systemen door Duitse Patriots. Een deel van de verrekening geschiedt door het verlenen van zogenaamde «Sachleistungen», materiële tegenprestaties, die juridisch aan dit project gekoppeld zijn. Deze spitsen zich toe op de totstandkoming van verdere verdiepte samenwerking op het gebied van grondgebonden luchtverdediging: «Extended Air Defence Units» en «Short Range Air Defence» (Shorad) en voorts de samenwerking tussen landmachteenheden, de verdediging tegen de NBC-dreiging, alsmede het gebruik van Nederlandse zeetransportcapaciteit en van de commandofaciliteiten van het tweede amfibisch transportschip. Al deze voornemens worden verder concreet gemaakt in bijna voltooide bilaterale overeenkomsten.

• Met België: de Nederlandse en Belgische marines opereren gezamenlijk en de operationele staven en de operationele en logistieke opleidingen zijn zelfs volledig geïntegreerd. Tevens is er een samenwerkingsverband met de Belgische luchtmacht, de «Deployable Air Task Force» (DATF), waarin F-16 gevechtsvliegtuigen van beide landen gezamenlijk kunnen worden uitgezonden. Denemarken en Noorwegen tonen interesse in deelneming in de DATF.

• Met het Verenigd Koninkrijk: zie de mededelingen over het Role-3 veldhospitaal bij de maatregelen uit de beleidsagenda 2002, hierboven. Voorts is invulling gegeven aan het gemeenschappelijk Europees amfibisch initiatief.

• Met Frankrijk: om het in EU- en Navo-verband vastgestelde tekort aan «Medium Altitude Long Endurance» (MALE) onbemande vliegtuigen (UAV's) op te heffen, sloten Frankrijk en Nederland in mei 2002 een overeenkomst inzake de ontwikkeling van een binationale MALE UAV capaciteit (gericht op een operationele binationale eenheid vanaf 2009). Italië, Spanje en Zweden tonen interesse in deelneming aan dit initiatief. Het Nederlandse aandeel hierin bedraagt zo'n 15 procent, vergelijkbaar met één systeem met vier «airframes». Hiermee kan extra worden bijgedragen aan het opheffen van deze Europese tekortkoming. Tevens richt zich in EU-verband een ECAP-panel op dit onderwerp. Frankrijk en Nederland hebben in dit forum de leiding.

• Met Noorwegen: is de verdere uitwerking van de «Letter of Intent» (eind 2002) ter hand genomen. De verschillende krijgsmachtdelen in Noorwegen en Nederland is opgedragen samenwerkingsmogelijkheden te onderzoeken, aangestuurd door een binationale stuurgroep met vertegenwoordigers uit beide hoofdsteden. Het streven is op zeer korte termijn dit samenwerkingsinitiatief te consolideren in een meer verbindend document.

Speerpunt 2: uitvoering van het veranderingsproces

De commissie Opperbevelhebberschap, die werd ingesteld om advies uit te brengen over de vraag of het wenselijk dan wel noodzakelijk is een opperbevelhebber aan het hoofd van de commandostructuur te plaatsen en hoe een dergelijke functie zou kunnen worden vormgegeven, presenteerde haar rapport in april 2002. Hierin werden concrete aanbevelingen gedaan. Daar bovenop kwamen de maatregelen die Defensie moest nemen om de taakstellingen uit het Strategisch Akkoord te verwerken.

Versterken van de rol van de Chef defensiestaf

Door de Chef defensiestaf voor de operationele inzet en voor het planproces hiërarchisch boven de bevelhebbers te plaatsen, wordt de bestuurlijke daadkracht van het kerndepartement vergroot. Om inhoud te geven aan de extra bevoegdheden van de Chef defensiestaf worden functies uit de krijgsmachtdelen overgeheveld naar zijn staf. Er werd één projectgroep ingesteld, die de secretaris-generaal en de Chef defensiestaf ondersteunt bij de coördinatie en die toeziet op de uitvoering van alle maatregelen. Hierdoor wordt in de komende vier jaar een onomkeerbaar ontschottingsproces doorgevoerd.

Operaties: het gehele planningsproces van de Chef defensiestaf voor (vredes)operaties werd beschreven. Het planningsteam van het Defensie Crisisbeheersingscentrum (DCBC) kreeg een nieuwe structuur, in tegenstelling tot de gelegenheidssamenstellingen uit het verleden. Voorts beschikt het in zijn nieuwe basissamenstelling over een controller. In de laatste maanden van 2002 werd in deze nieuwe samenstelling zowel de planning van het Nederlandse commando van operatie Amber Fox in Macedonië, als de huidige planning van de Nederlandse bijdragen aan Enduring Freedom en ISAF uitgevoerd. Een «Joint operatiecentrum» (JOC) is in oprichting.

Plannen en investeren: de Chef defensiestaf werd verantwoordelijk voor de toedeling van het investeringsbudget voor groot materieel met inbegrip van de hieraan gekoppelde exploitatielasten. Er komt één, integraal Defensieplan, in plaats van de door de staven van de verschillende bevelhebbers opgestelde krijgsmachtdeelplannen. Dit zogenaamde «Integraal Defensieplan» (IDP) levert de programma's en budgetreeksen, die mede de basis vormen voor de defensiebegroting.

Samenwerken van de krijgsmachtdelen

Oefenen en trainen:

• een interservice werkgroep onderzoekt het oefenplanningsproces van de krijgsmachtdelen en kijkt waar middelen doelmatiger kunnen worden ingezet en de samenwerking kan worden geoptimaliseerd;

• krijgsmachtdelen oefenden in zowel nationaal als internationaal verband (bijvoorbeeld de Luchtmobiele brigade van de landmacht en de Tactische helikoptergroep van de luchtmacht, alsmede de gezamenlijke oefeningen van het Korps mariniers en het Korps commandotroepen);

• andere voorbeelden van gezamenlijke oefeningen zijn de defensiebrede calamiteitenoefening «Purple Tulip» (april 2002), de «Crisis Management Exercise 2002» (CMX02 – in februari), een oefening in politiek-militaire besluitvormingsprocedures, alsmede de oefening«Strong Resolve 2002» in maart: de grootste Navo-oefening «in het veld», waaraan elke vier jaar door alle krijgsmachtdelen wordt deelgenomen.

Het «joint» optreden:

• in 2002 was vooral de Task Force Fox (TFF) in Macedonië, waarover Nederland gedurende zes maanden de leiding had, een aansprekend voorbeeld van een «joint» operatie. Ook de overige uitzendingen hebben «joint» elementen in zowel de voorbereiding als de uitvoering van de missie;

• na de verhoogde dreiging ten gevolge van de aanslagen in de Verenigde Staten werd het Navo waarschuwingssysteem («NATO Precautionary System») in werking gesteld. Dit betreft de nationale implementatie van eventueel te nemen maatregelen als door de Navo een bepaalde dreiging wordt onderkend. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken. Als daar aanleiding voor is kunnen de krijgsmachtdelen in onderlinge samenwerking en onder leiding van de Chef defensiestaf beschermende maatregelen nemen;

• op het gebied van de civiel-militaire samenwerking (CIMIC) werd intensief samengewerkt tussen de krijgsmachtdelen, maar ook met de krijgsmachtdelen van verschillende landen. De «CIMIC Group North» van de Navo is medio 2002 operationeel geworden.

Ondersteuning:

• besloten werd tot het samenvoegen van de voeding- en kantineorganisaties van de krijgsmachtdelen binnen het Dico in een Defensie horeca organisatie (DHO) met ingang van april 2004;

• het samenvoegen van de krijgsmachtbrede inspanning op het gebied van de informatievoorziening kreeg onder meer gestalte door de oprichting van de Defensie ICT uitvoeringsorganisatie (DICTU);

• in het licht van de bezuinigingen wordt onderzocht welke ondersteunende beheersdiensten voorts kunnen worden ondergebracht bij het Dico.

Opleiden:

• het KIM, de KMA en het IDL werden ondergebracht in één nieuwe bestuurlijke organisatie. Er wordt één Faculteit voor Militaire Wetenschappen opgericht. Hierin worden de wetenschappelijke delen van de hogere officiersopleidingen geïntegreerd en bij de aanvang van het academisch jaar 2003–2004 ingepast in de «bachelor/master»-structuur. De mogelijkheid de verschillende opleidingen te laten fuseren, wordt onderzocht in het kader van het IDP;

• de hogere militaire vorming werd voor belangrijke delen geïntegreerd en alle militaire rijopleidingen kwamen samen in het «Opleidings- en trainingscentrum rijden» (OTCR);

• de infrastructurele voorbereidingen voor de gezamenlijke opleidingsfaciliteiten ten behoeve van de grondgebonden luchtverdedigingseenheden van de landmacht en de luchtmacht in De Peel gingen volgens plan van start.

Samenwerken met de private sector in het Platform Defensie Bedrijfsleven:

In het kader van het samenwerkingsverband tussen het VNO-NCW en het ministerie van Defensie werd in 2002:

• een proefproject uitgevoerd op het gebied van civiel-militaire samenwerking (CIMIC), waarbij Nederlandse accountants, bankiers en organisatieadviseurs Bosnische ondernemers in het Nederlandse operatiegebied ondersteunen;

• een keuzevak vrede en veiligheid opgezet aan de KMA, waaraan 26 studenten van verschillende universiteiten en kadetten van de KMA deelnamen;

• de samenwerking met de brancheverenigingen voor transport en logistiek en voor metaal- en elektrobedrijven uitgewerkt, zodat BBT-militairen beter kunnen doorstromen naar de civiele arbeidsmarkt;

• in drie regio's van VNO-NCW een defensievertegenwoordiger aangesteld, die zorgt voor verdere intensivering van de contacten;

• plannen voor het oprichten van een gezamenlijke school en kenniscentrum op het gebied van explosievenopruiming, dat wordt ondergebracht in het «Joint EOD-centrum».

Terrorismebestrijding:

In het licht van de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het rapport van de taakgroep Defensie en terrorisme zijn ook gezamenlijke, niet in de beleidsagenda voor 2002 aangekondigde, intensiveringen doorgevoerd op het gebied van opleidingen. Het betreft onder meer:

• de intensivering van de samenwerking tussen de speciale eenheden van de verschillende krijgsmachtdelen inclusief hun ondersteunende component;

• het opzetten van een gezamenlijk NBC-school en -kenniscentrum;

Communicatie:

• de Koninklijke landmacht, het Dico en de MIVD gebruiken thans het correspondentiesysteem in de huisstijl. Naar verwachting werkt heel Defensie medio 2003 met het vernieuwde gestandaardiseerde correspondentiesysteem;

• de defensie-internetsite is uitgebreid met een evenementenkalender en is beter toegankelijk gemaakt voor bezoekers;

• onderzocht wordt hoe de contacten tussen de departementsleiding en de organisatie met moderne communicatiemiddelen kunnen worden versterkt;

• de veelheid aan defensieperiodieken werd, mede in het licht van de bezuinigingen, gerationaliseerd.

Standaardisering informatievoorzieningsprogramma's:

De standaardisatie loopt achter bij de verwachtingen die hierover bestonden in 2001 op de terreinen van Financiën en Control, van Materieel en die van de ICT-infrastructuur. Om de IV procesgang te bewaken werd een «IV-verandermanager» aangesteld. De defensiebrede IV-infrastructuur zal gebruik gaan maken van een geïntegreerde IV-voorziening (ERP). Er werd een procedure gestart om een (ERP)-pakket te kiezen. Het toekomstige defensiebrede P&O-beheer, ondergebracht in het project P&O2000+, loopt wel op schema. Het tracht de verschillende personeelsbeheerprocessen van de defensieorganisatie te standaardiseren. Hiervoor werd een softwarepakket geselecteerd. Als voorbereiding op de invoering hiervan wordt thans een defensiebrede procesharmonisatie uitgevoerd. De uitvoering van defensiebrede informatievoorzieningsprojecten werd opgedragen aan de nieuw geformeerde Defensie ICT uitvoeringsorgansatie (DICTU). De DICTU voert voor de defensiebrede systemen het functioneel beheer uit.

Speerpunt 3: de versterking van het personeelbeleid

In de loop van 2002 bleek dat het pakket aan maatregelen dat in de afgelopen jaren werd getroffen om de personele vulling van de krijgsmacht te verbeteren, vruchten heeft afgeworpen. De aanstellingsresultaten vertonen thans een stijgende lijn, terwijl de niet-reguliere uitstroom afneemt. Overigens draagt ook de gewijzigde arbeidsmarktsituatie hieraan het nodige bij. In de Integrale monitor personeelsvoorziening Defensie (IMPD), die in het kader van de verantwoording over 2002 separaat aan het parlement wordt aangeboden, wordt in detail op deze ontwikkelingen ingegaan. Als gevolg van de genoemde ontwikkelingen is in 2002 de begrotingssterkte overschreden. Desondanks vertoont de vulling van de in de Defensienota 2000 voorziene eenheden tekorten. De discrepantie tussen de omvang van de krijgsmacht enerzijds en de financiële ruimte voor personele uitgaven anderzijds dient in het kader van het Integraal Defensieplan te worden opgelost.

Personeelsvoorziening en bezetting

De kosten van de personele exploitatie stegen. Het beheer van het personeelsbestand was in 2002 niet vrij van problemen, die overigens een sterk conjuncturele aard hadden. Het was bijvoorbeeld moeilijk het benodigde technische personeel te werven. Met het verslechteren van de economische vooruitzichten oversteeg daarnaast in de loop van het jaar de werving van personeel voor de reguliere gevechtseenheden de begrote sterkte, waardoor de kosten voor het personeel sterk opliepen.

Over de maatregelen die in 2002 werden genomen om de personele vulling te verbeteren werd de Kamer in de voortgangsrapportage van 11 januari 2002 (Kamerstuk 26 900 nr. 46) geïnformeerd. Zo zijn de keuringseisen van de krijgsmachtdelen beter op elkaar afgestemd en is begin februari 2002 het Instituut Keuring en Selectie (IKS) geopend. Deze en andere maatregelen hebben ertoe geleid dat een hoger rendement wordt behaald.

De door de krijgsmachtdelen eind 2001 benoemde ketenregisseurs hebben bijgedragen aan een verbetering van de integrale sturing en beheersing van het gehele proces van personeelsvoorziening voor het krijgsmachtdeel. Het aantal jongeren dat door de instroomopleidingen op de Regionale opleidingscentra (ROC) kennismaakte met Defensie steeg in 2002 substantieel. Het opleidingsverloop is verder gedaald.

Verbetering loopbaanbeleid

Opheffen onderscheid BOT-BBT: in 2002 werd het voorgenomen besluit al het militair personeel in de toekomst dezelfde aanstelling te geven verder voorbereid. Hierdoor vervalt het onderscheid tussen militairen met een contract voor onbepaalde tijd (BOT) en militairen met een contract voor bepaalde tijd (BBT). In de toekomst kan daardoor niet iedereen meer een volledige carrière binnen de krijgsmacht doorlopen. Op relevante momenten in de loopbaan van een individuele defensiemedewerker moeten door deze persoon en de organisatie keuzes worden gemaakt tussen voortzetting van het werk bij Defensie of daarbuiten. Dat vergt een zorgvuldige loopbaanbegeleiding en toereikende opleidingsfaciliteiten. In 2002 werd een notitie voorbereid die alle gevolgen van een dergelijke wijziging in kaart brengt. Op basis van deze notitie kunnen in 2003 besluiten ter zake worden genomen.

Verbetering arbeidsvoorwaarden

Stimulering nadienen: het vrijwillig nadienen door militairen werd verder gestimuleerd. Hiermee werd vooruit gelopen op de verplichte verhoging van de ontslagleeftijden van militairen vanaf 2006. Het is de bedoeling dat 30% van het personeel dat hiervoor in aanmerking komt gaat nadienen, gedurende een periode van gemiddeld drie jaar. Deze doelstelling werd niet gehaald, maar in 2002 werd in toenemende mate gebruik gemaakt van deze regeling (27%). Gemiddeld tekenden deze personeelsleden voor een nadienperiode van anderhalf jaar.

Toepassing flexibilisering arbeidsduur 2002: het BOT- en burgerpersoneel dat gemiddeld 38 uur per week werkt, kreeg de mogelijkheid om ieder jaar de arbeidsduur per week met twee uur te verlengen of te verkorten. Ongeveer de helft van deze defensiemedewerkers maakte in 2002 gebruik van de regeling, waarvan ongeveer 20% koos voor verlenging en 30% voor verkorting. De overige medewerkers hebben geen wijziging aangebracht in hun arbeidsduur. Deze resultaten komen overeen met de voor de totstandkoming van deze maatregel gehanteerde uitgangspunten.

Keuzemogelijkheden bij arbeidsvoorwaarden: het defensiepersoneel moet de vrijheid krijgen bepaalde keuzes te maken binnen het arbeidsvoorwaardenpakket van Defensie. In het rapport «Keuzemogelijkheden arbeidsvoorwaarden» werd een aantal mogelijkheden op het gebied van financiën en werktijden geïdentificeerd, waarmee medewerkers invloed op hun eigen arbeidsvoorwaardenpakket kunnen uitoefenen. Met de centrales van overheidspersoneel werd overeengekomen één en ander te betrekken bij de onderhandelingen over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord, die in het najaar van 2003 gevoerd zullen worden.

Versterking van het verband tussen beloning en prestatie: de inventariserende studie naar de knelpunten in het functioneren van het militair bezoldigingssysteem kwam in 2002 vrijwel gereed. De resultaten worden met de centrales van overheidspersoneel besproken. In dit kader werden ook voorbereidingen getroffen voor de aangekondigde studie naar de relatie tussen rang, functie en bezoldiging. De resultaten van deze studie komen in de loop van 2003 beschikbaar.

Vergelijking arbeidsvoorwaarden: de primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden van Defensie zijn voldoende concurrerend. Uit een onderzoek van het periodiek «Intermediair» bleek dat Defensie in 2002 tot de beste werkgevers van Nederland behoorde. Defensie eindigde op de tweede plaats van de beste overheidswerkgevers en op de achtste plaats van de beste werkgevers in Nederland.

Verbetering communicatie van arbeidsvoorwaarden: in 2002 werd de communicatie met het defensiepersoneel over de arbeidsvoorwaarden geïntensiveerd. Het personeel werd thuis geïnformeerd over arbeidsvoorwaardelijke thema's als werk- en rusttijden, arbeid en zorg, flexibel belonen, rechtspositie bij uitzending, integriteit en spaarloon en premiesparen. Daarnaast werden specifieke doelgroepen benaderd over vrijwillig nadienen en over de afkoop van de Turkse dienstplicht. De bewaarexemplaren van het Algemeen militair ambtenarenreglement en het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie werden vernieuwd. Op een website kwam medio 2002 actuele arbeidsvoorwaardelijke informatie beschikbaar. Uit het aantal bezoekers van de site kan worden afgeleid dat deze in een behoefte aan informatie bij het defensiepersoneel voorziet.

Wettelijke verankering bijzondere eisen en verplichtingen van de militair: met de centrales van overheidspersoneel is gesproken over het in de Militaire ambtenarenwet vastleggen van de diverse aspecten en elementen van de «bijzondere positie van de militair». Een wijzigingsvoorstel van de Militaire ambtenarenwet werd ontworpen, waarin de verplichtingen verbonden aan het beroep van militair expliciet zijn geregeld.

Overige aspecten van het personeelsbeleid

«Family support»: vooruitgang werd geboekt bij de uitwerking van de aanbevelingen uit het beleidskader «Family support». Het gaat om de ondersteuning van het thuisfront tijdens uitzendingen van militairen, alsmede van in het buitenland geplaatst defensiepersoneel en hun gezinnen. Deze regelgeving wordt voltooid in het kader van de onderhandelingen over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord in het najaar van 2003.

Ethiek en krijgsmacht: het bureau Ethiek en krijgsmacht richtte zich vooral op de ontwikkeling van het ethiekonderwijs aan militairen en meer in het bijzonder op de verzorging van modules in diverse opleidingstrajecten voor instructeurs en leidinggevenden. In dat kader werd in 2002 het eerste deel gepubliceerd van het basishandboek «Morele dilemma's van militairen in theorie en praktijk».

Arbo: in april 2002 werd het convenant Fysieke belasting sector Defensie gesloten. De daarin opgenomen maatregelen moeten leiden tot de vermindering van ziekteverzuim door fysieke (over-)belasting. De voorziene Arbomonitor en het registratiesysteem ziekteverzuim worden betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe integrale personeelsinformatiesysteem voor Defensie P&O2000+.

Speerpunt 4: de uitvoering van de Defensienota 2000

De gemiddelde investeringsquote was in het afgelopen jaar 17,9%. Dit percentage staat onder druk, onder meer ten gevolge van een gestage stijging van de materiële exploitatie-uitgaven. De kosten van de materiële exploitatie van de krijgsmacht namen in 2002 verder toe doordat, onder andere, «oud» materieel onderhouden moest worden, reservedelen niet altijd voorhanden waren, de aanschaf van nieuw materieel werd vertraagd en de onderbezetting bij het technisch onderhoudspersoneel niet verbeterde. Voor de beheersing van deze uitgaven wordt samen met de krijgsmachtdelen een betere uitgavenregistratie ingevoerd. Daardoor zal een goed inzicht ontstaan in de factoren die verantwoordelijk zijn voor de stijging van deze uitgaven. Dat is een eerste voorwaarde voor een betere uitgavenbeheersing. Deze operatie zal nog enkele jaren in beslag nemen en leverde in 2002 nog geen echte resultaten op.

Milieubeleid

De intensivering op het gebied van milieubeleid ondervindt grote hinder van de lange vergunningentrajecten en de investeringsstop die ten gevolge van de bezuinigingen werd afgekondigd. Juist de relatief omvangrijke projecten met direct meetbare en substantiële bijdragen aan de milieudoelstellingen werden hierdoor niet uitgevoerd. De kansrijkste milieubesparingsprojecten, bijvoorbeeld de opwekking van eigen windenergie, liepen vertraging op.

In 2002 werd de Defensie milieubeleidsnota 2000 geëvalueerd en begonnen met het opstellen van een nieuwe. In dit kader zijn ook de criteria aangepast op basis waarvan financiering wordt toegekend. Voorts werden in het kader van het inventarisatie- en monitoringsprogramma van de natuurwaarden op defensieterreinen rapportages uitgebracht. De bedrijfsvoeringsparagraaf gaat hier dieper op in.

De uitvoering van de Defensienota in 2002 en de plannen van de krijgsmachtdelen

De krijgsmachtdelen hebben in 2002 de projecten die waren voorgenomen goeddeels uitgevoerd. Hieronder volgt een overzicht.

De Koninklijke marine (zie ook het beleidsartikel 01)

• Het tweede amfibisch transportschip (LPD-II) werd aanbesteed. Hiervoor werd in mei 2002 een contract getekend. De overdracht is voorzien in 2006.

• De Bijzondere bijstandseenheid van het Korps mariniers werd uitgebreid met één peloton en ook het Amfibisch verkenningspeloton werd uitgebreid als gevolg van de maatregelen uit het actieplan Terrorisme en Veiligheid van de regering.

• Als bezuinigingsmaatregel werd besloten de paraatstelling van het derde mariniersbataljon met drie jaar uit te stellen. De activiteiten werden stilgelegd. Deze maatregel zal betrokken worden bij het Integraal Defensieplan.

• Drie mijnenjagers werden uit de vaart genomen. Naar een koper wordt nog gezocht.

• Besloten werd drie P-3C maritieme patrouillevliegtuigen uit dienst te nemen. Naar een koper wordt nog gezocht.

• De twee geleidewapen fregatten zijn afgestoten. Twee S-fregatten werden verkocht, het derde wordt afgestoten in 2003 en het vierde in 2004.

• Het eerste luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) werd in april 2002 in dienst gesteld. De proeftocht van het tweede schip is inmiddels geweest.

• De studie naar de mogelijkheden de LCF-fregatten uit te rusten met maritieme «Theatre Missile Defence»-capaciteit wordt uitgevoerd. Resultaten worden in 2003 verwacht.

• De modernisering van het jaaggedeelte van de mijnenbestrijdingsvaartuigen werd ter hand genomen. Het project zal zijn uitgevoerd in 2008.

• De bouw van twee hydrografische opnemingsvaartuigen werd ter hand genomen. Deze zullen naar verwachting worden opgeleverd in 2003 respectievelijk begin 2004.

• De modernisering van tien P-3C maritieme patrouillevliegtuigen werd in augustus 2002 gestart. Dit project wordt naar verwachting in 2006 voltooid.

• De activiteiten ter vervanging van de Lynx-helikopters door maritieme NH-90 helikopters betroffen ondersteuning bij de ontwikkeling en productie. De instroom is voorzien vanaf 2007.

• In mei 2002 tekende de Koninklijke marine, mede ten behoeve van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht, een contract voor de verwerving van mobiele tactische terminals ten behoeve van de militaire satellietcommunicatie (Milsatcom). Een grondstation in de Lauwersmeer werd opgeleverd. In november 2002 werd een MOU getekend met de Verenigde Staten voor verdere satellietcapaciteit door het gebruik van het Amerikaanse «Advanced EHF»-systeem op langere termijn, waarschijnlijk in 2009.

• Het Maritiem hoofdkwartier Nederland werd in Den Helder in gebruik genomen. Het Kustwachtcentrum in Den Helder werd operationeel.

De Koninklijke landmacht (zie ook het beleidsartikel 02)

• Twee extra pantserinfanteriecompagnieën werden paraatgesteld, zodat alle pantserinfanteriebataljons thans beschikken over drie parate compagnieën. Als bezuinigingsmaatregel werd besloten de paraatstelling van de vierde compagnieën van de pantserinfanteriebataljons met drie jaar uit te stellen. Deze maatregel zal betrokken worden bij het Integraal Defensieplan.

• Er werd extra capaciteit gerealiseerd voor de eenheid voor elektronische oorlogsvoering (EOV-compagnie) en voor de mortieropsporingsradarbatterij. De paraatstelling van het derde peloton van de eenheid voor onbemande vliegtuigen (RPV-batterij) is vertraagd.

• De «CIMIC Group North» werd operationeel gesteld.

• De reorganisatie bij het Nationaal commando (Natco) werd voltooid.

• Op luchtmachtbasis De Peel zijn de infrastructurele aanpassingen begonnen voor de concentratie van de objectluchtverdedigingseenheden.

• Het hoofdkwartier van het Duitse-Nederlandse legerkorps werd omgevormd tot een «High Readiness Forces (Land) Headquarters» (HRF(L)HQ).

• Het opwerktraject van «Air Manoeuvre Brigade» naar de operationele gereedheidstatus werd volgens schema voortgezet.

• De materieelprojecten voor het optreden van een samengestelde eenheid van brigadegrootte in het hogere deel van het geweldspectrum werden voortgezet:

– de gevechtswaardeverbetering van de Leopard-2 verliep volgens plan. De eerste voertuigen zijn inmiddels ingestroomd;

– het contract voor het «Medium and Short Range Anti-Tank» (MRAT) wapen werd getekend, het wapen wordt in 2003 ingevoerd;

– vervanging van de pantservoertuigen, inclusief het infanteriegevechtsvoertuig

• het contract voor het klein pantserwielvoertuig werd getekend. De instroom zal vanaf 2003 plaatshebben;

• het eerste prototype van het groot pantserwielvoertuig is gereed. Het Europese consortium OCCAR meldde echter een vertraging van acht maanden;

• de verwerving van het infanteriegevechtsvoertuig bevindt zich in de voorstudiefase. In 2004 zal deze zijn voltooid;

– de verwerving van de wissellaadsystemen werd voortgezet. De verwervingsbrief volgt in 2003;

• de verwerving van de trekker-oplegger combinatie werd goedgekeurd;

• het project ter vervanging van straalzenders werd opgenomen in het project TITAAN;

• het verwervingscontract voor de vervanging van de vuurmonden M-114/39 en de vervanging van de M-109A2/90 werd getekend.

De Koninklijke luchtmacht (zie ook het beleidsartikel 03)

• De invulling van de behoefte aan transporthelikoptercapaciteit werd herzien.

• De uitbreiding van de Tactische helikopter groep (THG) met 300 functies en de opwerking van de THG naar de operationele gereedheidstatus van de «Air Manoeuvre Brigade» verloopt volgens plan.

• Er werd een studie uitgevoerd naar de mogelijke capaciteitsverbeteringen bij de Apache gevechtshelikopter voor elektronische zelfbescherming, MTADS en de longbowradar. Een werkgroep onderzoekt thans de mogelijkheden, waarna een nadere afweging zal worden gemaakt bij het Integraal Defensieplan.

• De uitrusting van de transporthelikopters met elektronische zelfbeschermingsmiddelen werd ter hand genomen. De softwareontwikkeling liep vertraging op, maar dit heeft geen effect op de voorgenomen termijn voltooiing ervan in 2004.

• Het plan om drie vliegbases voor gevechtsvliegtuigen uit te rusten naar «High Readiness Forces» (HRF-)standaarden van de Navo, werd uitgevoerd. Het opleidingssquadron werd van Twenthe naar Volkel verplaatst en iedere «Main Operating Base» beschikt over een HRF-squadron.

• Besloten werd deel te nemen aan het ontwikkelingsprogramma van de Joint Strike Fighter (JSF). Hiervoor werden in juni 2002 met de Verenigde Staten contracten getekend.

• Het squadron maritieme patrouillevliegtuigen in de West werd opgeheven en twee F-27M toestellen afgestoten.

• De vergroting van de doelmatigheid Groep geleide wapens (GGW) werd afgerond. Het opleidingssquadron is geïntegreerd met een operationeel squadron.

De Koninklijke marechaussee (zie ook het beleidsartikel 04)

• De stafcapaciteit van de Koninklijke marechaussee is met vijftig personen versterkt.

• Het langer aanhouden van extra opleidingscapaciteit is gedeeltelijk gefinancierd uit het actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid.

• Het aanpassen van de infrastructuur van het Opleidingscentrum van de marechaussee is gestart.

• De reorganisatie van de staven en het personeelsbeleid is in overeenstemming met de aanbevelingen uit het «Beleidsplan Koninklijke marechaussee 2000» in 2002 ter hand genomen.

B. Budgettaire en financiële consequenties van de beleidsprioriteiten

De in de beleidsagenda genoemde beleidsprioriteiten zouden, net als de gedurende het begrotingsjaar nieuw geformuleerde beleidsprioriteiten, in een financieel overzicht moeten worden weergegeven. De door Defensie in haar beleidsagenda van 2002 geformuleerde beleidsprioriteiten laten zich evenwel niet zo eenvoudig weergeven. Vooral de speerpunten «Uitvoering van het veranderingsproces» en «Uitvoering van de Defensienota 2000» kennen geen toegewezen budgetten. Voor het beleidsspeerpunt «Versterking van het personeelsbeleid» is een budgettaire reeks weergegeven in de Defensiebegroting 2002. De uitgaven voor de hieruit voortvloeiende maatregelen worden in de praktijk echter vermengd met de reguliere personeelsuitgaven van de krijgsmachtdelen. Een uitzondering kan worden gemaakt voor het speerpunt «Versterking van de Europese militaire capaciteiten» voorzover de hiermee gepaard gaande budgetten worden verantwoord ten laste van het artikelondeel «Europese Veiligheids- en Defensiebeleid» van het artikel 11 «Internationale samenwerking».

Voor de nieuwe beleidsprioriteit Terrorismebestrijding werd bij Nota van wijziging een bedrag van 16,835 miljoen euro toegevoegd aan de beleidsartikelen 01 «Koninklijke marine» (5,265 miljoen euro), 04 «Koninklijke marechaussee» (9,710 miljoen euro) en 06 «Militaire Inlichtingen Dienst» (1,860 miljoen euro).

Bedragen x € 1 000
BeleidsprioriteitArtikelOntwerpbegroting 2002Nadere mutaties 2002Realisatie 2002
Versterking van de Europese militaire capaciteiten1140816 342116 750
Versterking van het personeelsbeleid0112 847 12 8472
 0234 825 34 8252
 0310 601 10 6012
 044 699 4 6992
     
Nieuwe prioriteiten    
Terrorismebestrijding01 5 26535 265
 04 9 71038 200
 06 1 86031 400

1Betreft een saldo van inkomende en uitgaande eindejaarsmarge en uitdeling prijsbijstelling.

2De budgetten voor deze prioriteit zijn in de praktijk sterk vermengd met de reguliere personeelsbudgetten. De financiële realisatie van de met het speerpunt gemoeide maatregelen kunnen slechts met grote moeite worden getraceerd. Aangenomen wordt dat de hiermee gemoeide bedragen volledig werden gerealiseerd. Dit is aannemelijk vanwege de inspanningen op personeelsgebied in 2002 en omdat er meer is uitgegeven voor de personeelsbudgetten dan begroot.

3Betreft de bij Nota van wijziging aan het defensiebudget toegevoegde bedragen.

C. Beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten

Terrorismebestrijding

De maatregelen die worden genomen in het kader van de terrorismebestrijding worden gedekt uit een intensivering van 90 miljoen euro tot en met 2006 en uit herschikkingen in de Defensiebegroting. De versterking van de crisisbeheersingscapaciteiten van de Nederlandse krijgsmacht bleek ook in het verband van de terrorismebestrijding van groot belang. Het beleid ter zake zal in 2003 dan ook worden voortgezet. Vooral het precisieoptreden verdient aandacht. Dit optreden is juist tegen niet-statelijke actoren, die niet over staande legers beschikken, van groot belang. Het gaat dan niet alleen om de versterking van en samenwerking tussen speciale eenheden, maar ook om precisiewapens, NBC-beschermende middelen en inlichtingenverwervingscapaciteiten zoals onbemande vliegtuigen (UAV) en militaire satellietwaarneming. Deze projecten komen in dit jaarverslag bij de behandeling van het beleidsspeerpunt gericht op de versterking van de Europese militaire capaciteiten aan de orde.

Speerpunt 1: versterking van de Europese militaire capaciteiten

Deze projecten waren vooral gericht op het opheffen van de tekorten die zijn vastgesteld in EU- (Headline Goal) en Navo-kader (PCC). De initiatieven van de Navo en de EU ter zake zijn complementair en kregen in 2002, in de aanloop naar de Navo-top in Praag, een extra impuls. Hierdoor was het aantal projecten in dit kader groter dan voorzien in de beleidsagenda van 2002. Het beleid gericht op de versterking van de Europese militaire capaciteiten zal mede met behulp van de EVDB-intensivering uit het Strategisch Akkoord in 2003 verder worden versterkt. Besloten werd de onderstaande projecten uit te gaan voeren.

In het kader van het verzekeren van veilige verbindingen en commandovoering en «information superiority»:

• «Alliance Ground Surveillance» (AGS): AGS moet voorzien in de door de Navo uiteindelijk gewenste grondwaarnemingscapaciteit in 2010. Nederland neemt proportioneel deel aan dit multinationale programma.

• Interim verbetering grondwaarnemingscapaciteit: vooruitlopend en in aanvulling op het verkrijgen van onder andere de AGS-capaciteit, is Nederland voornemens om de grondwaarnemingscapaciteit van de maritieme patrouillevliegtuigen (P-3C Orion) te vergroten. Hiertoe zullen drie vliegtuigen van een digitale datalink worden voorzien.

• Waarnemingssatellieten: Nederland kiest voor een stapsgewijze aanpak, waarbij in eerste instantie het gebruik van reeds beschikbare (commerciële) satellietbeelden zal worden geïntensiveerd. Als tweede stap wordt onderzocht deel te nemen aan het Franse Helios 2 satellietprogramma, eventueel in een samenwerkingsverband met België. Ook andere landen hebben hiervoor interesse getoond.

• Het verder uitbreiden van het aantal TITAAN-systemen voor het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps om in een aanvullende Navo-behoefte te voorzien.

In het kader van de snelle ontplooiing en het voortzettingsvermogen van strijdkrachten krijgt «Reception, Staging and Onward Movement» (RSOM) de aandacht: samen met het Verenigd Koninkrijk, Polen, Denemarken, Noorwegen en België wordt een RSOM-capaciteit opgezet. Projecten als «tracking and tracing», wissellaadsystemen, fysieke distributie en het tweede amfibisch transportschip passen in dit RSOM-concept.

Speerpunt 2: veranderingsproces

Deze beleidsprioriteit wordt voortgezet in 2003. De maatregelen die voortvloeiden uit het Strategisch Akkoord hebben dermate grote personele en financiële gevolgen, dat ingrijpende maatregelen onontkoombaar waren. Door de doelmatigheids- en volumetaakstellingen gingen deze maatregelen verder dan de aanbevelingen van de commissie Opperbevelhebberschap. De herstructurering van de bestuursstructuren bij Defensie krijgt de volgende kenmerken:

• de beleidsvorming en planning wordt op het kerndepartement gecentraliseerd en geïntegreerd;

• de (uitvoerende) beheerstaken in organisatiedelen die op afstand staan van het beleid en de uitvoering (het «primaire proces), op de terreinen personeel, materieel, financiën, informatievoorziening en infrastructuur», worden samengevoegd en gereduceerd;

• de uitvoerende operationele taken van het beleid en het beheer worden gescheiden. De verantwoordelijkheid voor de gereedstelling van operationele eenheden wordt gescheiden van de verantwoordelijkheid voor de aansturing bij operationele inzet. De Chef defensiestaf krijgt daartoe de beschikking over een joint operatiecentrum Defensie onder gelijktijdige opheffing van de situatiecentra bij de krijgsmachtdelen;

• de verbreding van de toezichtrol, niet alleen in financieel opzicht, maar ook in termen van management en (uitvoering van) beleid.

Speerpunt 3: personeelsbeleid

De personeelsparagraaf van de beleidsagenda kwam medio 2001 tot stand, toen de personele vulling van de krijgsmacht onder druk stond en de werving en behoud van personeel de hoogste prioriteit hadden. In dat kader dienen de beleidsinitiatieven te worden gezien die in de beleidsagenda werden gepresenteerd.

Als gevolg van de bezuinigingsmaatregelen uit het Strategisch Akkoord moeten aanzienlijke financiële en personele reducties worden doorgevoerd. Zoals in de Najaarsbrief werd aangekondigd zal het personeelsbestand in de periode 2003–2006 met ongeveer 4 800 vte'n moeten afnemen. Met het defensiepersoneel moet juist in deze onzekere tijden een zorgvuldige, open en eerlijke relatie worden onderhouden. De flankerende maatregelen die de afgelopen jaren door Defensie werden genomen en de besluiten die met hetzelfde doel voor ogen nog genomen worden zijn hierbij van belang. Het ligt derhalve in de rede dat het personeelsbeleid een beleidsprioriteit blijft.

Speerpunt 4: uitvoering van de Defensienota 2000

Versterking van het expeditionaire vermogen blijft ook in de komende jaren een prioriteit voor de krijgsmacht, hoewel het financiële keurslijf van de Defensienota 2000 in toenemende mate begint te knellen. Deze druk nam verder toe door de bezuinigingen uit het Strategisch Akkoord. Het is niet uit te sluiten dat het noodzakelijk wordt maatregelen te nemen die verdergaan dan de maatregelen die in de Najaarsbrief werden aangekondigd. Dit zal consequenties hebben voor het uitvoeren van de Defensienota 2000.

5. BELEIDSARTIKELEN

BELEIDSARTIKEL 01 KONINKLIJKE MARINE

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor de Koninklijke marine geoperationaliseerd in een gereedheidsmatrix van inzetbare eenheden en in veranderdoelstellingen Defensienota 2000. Uit de in de begroting 2002 opgenomen matrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zouden moeten zijn. Uitgangspunt daarbij is dat binnen de aangegeven reactietijd steeds de gereedheid wordt geleverd, benodigd voor het gehele geweldsspectrum (kwaliteit). Een operationele eenheid is inzetbaar wanneer deze voldoet aan de minimumeisen op het gebied van personeel, materieel en de mate van geoefendheid.

Begroting 2002
  HRFFLR/LTBF*
Gereedheidstermijn Type eenheidTotaalDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp lange termijn inzetbaar
CZMNED    
▵ Fregatten12362+1**
▵ Maritieme helikopters20***785
Bevoorradingsschepen2 2 
Amfibische schepen (LPD)1 1 
▵ Onderzeeboten4121
▵ Mijnenbestrijdingsvaartuigen12282
Hydrografische vaartuigen2 2 
▵ Maritieme patrouillevliegtuigen7232
CZMCARIB    
Fregatten11  
▵ Maritieme helikopters11  
Ondersteuningsvaartuig1 1 
Maritieme patrouillevliegtuigen33  
Marinierspelotons met gevechtssteun624 
Pelotons Antilliaanse militie2 2 
Pelotons Arubaanse militie1 1 
CKMARNS    
▵ Mariniersbataljons met gevechts- en logistieke ondersteuning4121
Ondersteunenende mariniersbataljons3 3 
Bijzondere bijstandseenheid (BBE)11  

* HRF= High Readiness Forces, FLR= Forces of Lower Readiness, LTBF= Long Term Build-up Forces.

** Het derde op lange termijn inzetbare fregat betreft een LCF in proeftochtstatus.

*** De aantallen maritieme helikopters betreffen zowel de geëmbarkeerde helikopters als de aan de wal gestationeerde helikopters.

Resultaat 2002

De inzet voor diverse vredesoperaties heeft in algemene zin duidelijk invloed gehad op de realisatie van de gereedheidsmatrix. Naast de daadwerkelijke inzet voor vredesoperaties hebben ook het personeelstekort en een aantal materiële tegenvallers de realisatie beïnvloed. Hierna wordt per type eenheid ingegaan op de oorzaken en de getroffen maatregelen.

Fregatten CZMNED

De operationele gereedheid van de fregatten heeft gedurende het gehele jaar onder druk gestaan door de inzet voor Enduring Freedom waardoor aan het vereiste oefenprogramma niet geheel kon worden voldaan. Ook waren er personele tekorten in de categorieën officieren en onderofficieren technische dienst en wapentechnische dienst en manschappen operationele, technische en logistieke dienst. Het uiteindelijke resultaat is dat voor twee van de zes op korte termijn inzetbare fregatten beperkingen in de gereedheid zijn opgetreden.

Maritieme Helikopters CZMNED

Vier van de acht op korte termijn inzetbare helikoptereenheden hebben gedurende het gehele jaar niet aan alle eisen van inzetbaarheid kunnen voldoen. Oorzaken waren de toenemende reparatielast door veroudering van de Lynx, problemen met de staart-rotor-aandrijving in de periode juni-augustus en personeelstekorten bij zowel het vliegend als het onderhoudspersoneel.

Onderzeeboten CZMNED

In het laatste kwartaal zijn technische problemen opgetreden. Hierdoor voldeed één op korte termijn inzetbare eenheid in de tweede helft van het verslagjaar niet aan alle gereedheidseisen.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen CZMNED

Als gevolg van de maatregelen uit het Strategisch Akkoord zijn eind 2002 twee extra mijnenjagers op non-actief gesteld. Hierdoor zijn er zes van de oorspronkelijk acht mijnenjagers op korte termijn beschikbaar en komt het totaal aantal mijnenjagers daardoor op tien in plaats van twaalf.

Maritieme patrouillevliegtuigen CZMNED

De operationele gereedheid van zowel de direct inzetbare P-3C Orion maritiem patrouillevliegtuigen als van de drie op korte termijn inzetbare eenheden is niet volledig gerealiseerd. Het uitlopen van regulier (groot) onderhoud aan de vliegtuigen, de schaarste aan onderdelen en de personele tekorten bij het onderhoudspersoneel samen met de omvangrijke inzet van de P-3C Orion maritieme patrouillevliegtuigen, onder de gelijktijdige aanloop van de Capability Upkeep (CUP-Orion) van het eerste vliegtuig in de Verenigde Staten, liggen hieraan ten grondslag.

Maritieme Helikopters CZMCARIB

Door de reeds genoemde problemen met de staart-rotor-aandrijving en een onvoorziene motorwisseling, waarvoor een motor uit Nederland moest worden ingevlogen, is niet gedurende het gehele jaar aan alle eisen van inzetbaarheid voldaan.

Mariniersbataljons met gevechts- en logistieke ondersteuning

Omdat de oprichting van het 3e mariniersbataljon op basis van het Strategisch Akkoord drie jaar is uitgesteld wordt niet volledig voldaan aan de gereedstelling van één op korte termijn inzetbaar bataljon.

Veranderdoelstellingen

De veranderdoelstellingen van de Koninklijke marine uit de Defensienota 2000 hebben vooral betrekking op de instandhouding en verbetering van het expeditionair vermogen. De doelstellingen betreffende materieelprojecten worden toegelicht bij de paragraaf investeringen. De overige doelstellingen worden hierna toegelicht.

   
Veranderdoelstellingen Resultaten 2002
De paraatstelling in de periode 2001–2004 van een derde mariniersbataljon door een uitbreiding van het Korps Mariniers met 300 vte'n. In Den Helder worden hiervoor infrastructurele voorzieningen getroffen Tijdens de uitwerking van de maatregelen van het Strategisch Akkoord zijn de bouwactiviteiten van de Marinierskazerne Buitenveld getemporiseerd. Tevens is het vullen van de bemanning van het 3e mariniersbataljon stilgezet.
   
De afstoting van drie mijnenjagers in de periode 2000 tot 2002 De mijnenjagers Hr. Ms. Alkmaar, Hr. Ms. Delfzijl en Hr. Ms. Dordrecht zijn uit dienst gesteld. Tot op heden is geen koper voor deze schepen gevonden. In het kader van het Strategisch Akkoord zijn tevens de mijnenjagers Hr.Ms. Harlingen en Hr.Ms. Scheveningen afgevoerd van de operationele sterkte.
   
Afstoting beide geleide wapenfregatten van de Trompklasse alsmede de afstoting van vier Standaardfregatten. De oorspronkelijke veranderdoelstelling is in 2002 afgerond.
   
De afstoting van drie P-3C Orions in de periode 2001–2003 Voor de drie in 2001 voor de verkoop geïdentificeerde P-3C Orions zijn tot op heden geen kopers gevonden. Twee van de drie vliegtuigen waren begin 2002 al op non-actief gesteld. Het derde vliegtuig is non-actief gesteld eind 2002.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002:

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen1 412 4011 223 1241 990 2531 359 0091 468 1721 541 995– 73 823
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Commandant der Zeemacht in Nederland313 839334 435320 167334 561336 969318 57418 395
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied49 09854 75361 24666 00371 42865 7385 690
Commandant van het Korps Mariniers91 18894 89699 706115 084121 870106 51915 351
Ondersteunende eenheden250 944252 603257 299288 072293 378263 73329 645
Admiraliteit245 260226 929224 936213 910220 492194 90925 583
Wachtgelden13 43614 80113 26016 95317 081 17 081
Totaal Apparaatsuitgaven963 765978 417976 6141 034 5831 061 218949 473111 745
Subsidies en bijdragen240240219217149149 
Investeringen       
Schepen187 061267 132248 126238 345216 263200 18716 076
Vliegtuigen4 5987 33220 41838 76430 97632 157– 1 181
Electronisch materieel9 60117 77719 66421 36328 77033 582– 4 812
Munitie1 9027 82721 52724 24537 32324 72512 598
Overig materieel51 33064 30653 23642 81528 54347 276– 18 733
Infrastructuur38 00738 11047 85242 69038 43350 527– 12 094
Totaal Investeringen292 499402 484410 823408 222380 308388 454– 8 146
Totaal uitgaven1 256 5041 381 1411 387 6561 443 0221 441 6751 338 076103 599
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten72 06561 21845 97945 28057 07850 3586 720

Toelichting verschillen

De in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de navolgende technische en beleidsmatige afwijkingen (afwijkingen kleiner dan € 5 miljoen zijn onder «Overige verschillen» samengenomen):

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne– 4 400
Loonbijstelling42 994
Prijsbijstelling6 427
Ontvlechting wachtgelden15 505
MILSATCOM aandeel defensieonderdelen30 416
Beleidsmatige verschillen 
Trekkingsrechten DVVO– 4 085
Ramingsbijstelling personeel15 713
Ontvlechten wervingsbudgetten5 731
Lening KSG– 20 241
PAM– 155 458
Claim opschorten bouw mijnenveegdrones– 5 200
Terrorismebestrijding5 265
Activiteitenreductie– 2 206
Overige verschillen– 4 284
Totaal verschillen– 73 823
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaatsuitgavenSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische verschillen    
Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne  – 4 400– 4 400
Loonbijstelling42 994  42 994
MILSATCOM aandeel defensieonderdelen  929929
Prijsbijstelling6 427  6 427
Ontvlechting wachtgelden15 505  15 505
Beleidsmatige verschillen    
Trekkingsrechten DVVO– 4 085  – 4 085
Ramingsbijstelling personeel15 713  15 713
Ontvlechting wervingsbudgetten5 731  5 731
Lening KSG  – 20 241– 20 241
PAM  12 77312 773
Claim opschorten bouw mijnenveegdrones  – 5 200– 5 200
Verkoopgereedmaken fregatten4 000  4 000
Terrorismebestrijding1 702 3 5635 265
Activiteitenreductie– 2 400  – 2 400
Overige verschillen26 158 4 43030 588
Totaal verschillen111 745 – 8 146103 599

Toelichting technische verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne

De Koninklijke landmacht voert het project nieuwbouw Alexenderkazerne uit, ook voor de Koninklijke marine. De hiermee gemoeide uitgaven worden niet, zoals bij de opstelling van de begroting nog verondersteld, ten laste van dit artikel verantwoord, doch ten laste van het artikel 02 «Koninklijke landmacht».

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

Prijsbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in prijspeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de prijsbijstelling worden gecompenseerd.

Ontvlechting wachtgelden

In de voorbereiding van de begroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om al dan niet aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

MILSATCOM aandeel defensieonderdelen

Het project MILSATCOM wordt door de Koninklijke marine eveneens uitgevoerd ten behoeve van andere defensieonderdelen. Dit betekent dat deze uitgaven die voor deze onderdelen in dit kader moeten worden verricht, en welke geraamd waren bij deze onderdelen, alsnog ten laste van de Koninklijke marine worden verantwoord.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Trekkingrechten DVVO

Het budget voor transport dat door de krijgsmachtdelen bij de opstelling van de ontwerpbegroting is overgeheveld naar het artikelonderdeel «Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie» van het artikel 05 «Defensie Interservice Commando» is gebaseerd op historische gegevens. Als gevolg van toename van de transportbehoefte, met name goederentransport over water en door de lucht, is het marineaandeel in het door DVVO in te huren transport toegenomen.

Ramingsbijstelling personeel

De realisatie van de reductietaakstellingen burgerpersoneel verloopt langzamer dan voorzien. Tevens neemt het aantal vacatures van hoger ingeschaald personeel sneller af waardoor bijstelling van het budget noodzakelijk is.

Ontvlechting wervingsbudgetten

Met ingang van 2002 zijn de diverse defensieorganisaties weer volledig verantwoordelijk voor het proces van personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie). Daarom zijn de wervingsbudgetten vanuit Dico/DWS weer aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Lening KSG

Het contract met betrekking tot de lening is nog niet getekend in 2002 waardoor dit budget in de verplichtingen en de uitgaven niet tot realisatie is gekomen.

PAM (Project aanpassing mijnenbestrijdingscapaciteit)

Omdat het gezamenlijke contract reeds in december 2001 is afgesloten zijn de verplichtingen lager. Door een aanpassing van de fasering in de contracten voor de Sonar- en C2-apparatuur zijn de uitgaven voor 2002 hoger dan begroot.

Claim opschorten bouw mijnenveegdrones

Met betrekking tot de drones voor de mijnenveegcomponent van het project is overeenstemming bereikt met de werf over de afkoop van de verplichting om drones op korte termijn af te nemen.

Verkoopgereedmaken fregatten

Om de verkoop van de overtollige fregatten Hr. Ms. Jan van Brakel en Hr. Ms. Pieter Florisz mogelijk te maken, zijn nog de nodige reparaties en aanvullende wensen van de kopers uitgevoerd. De contract onderhandelingen met Griekenland over de verkoop van Hr.Ms. Philips van Almonde zijn in 2002 afgerond. Het contract was echter aan Griekse zijde nog niet getekend.

Terrorismebestrijding

De realisatie is hoger door implementatie van maatregelen in het kader van de terrorismebestrijding. Dit betreft met name de uitbreiding van de BBE Mariniers, waarvan het extra peloton per 1 juni 2002 is gereedgesteld, en het Amfibisch Verkenningspeloton, waarvan de uitbreiding per 1 augustus is gerealiseerd.

Activiteitenreductie

Als gevolg van het slechts voor 25% uitkeren van de benodigde prijsbijstelling heeft, waar dit verantwoord was, een neerwaartse bijstelling plaatsgevonden van het activiteitenniveau.

Ramingsbijstelling overige investeringsprojecten

Om uiteenlopende redenen (hetgeen bij de projectinformatie nader wordt toegelicht) is een aantal investeringsprojecten, voor wat betreft verplichtingen en kasuitgaven, anders gefaseerd in de tijd.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Extra leveringen brandstof Navo partners3 269
Terugvordering steun aan KSG4 409
Overige verschillen– 958
Totaal verschillen6 720

Toelichting verschillen

De meerontvangsten ten opzichte van de ontwerpstand zijn een gevolg van extra leveringen van brandstof aan derden, de terugvordering inzake de verleende steun aan de Koninklijke Schelde Groep (KSG) en een aantal kleine meer/minderontvangsten.

Activiteiten

De Koninklijke marine beschikt voor het realiseren van de geoperationaliseerde doelstellingen over de volgende organisatiestructuur:kst-28880-22-3.gif

Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)

 
Prestatiegegevens CZMNEDMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
Fregatten/bevoorradingsschepen/LPDVaardagen1 3681  343**1 216127
Standing Naval Forces Atlantic & Mediterranean 431170  
UK/NL Amphibious Force & NATO Striking Fleet 17847  
Overige oefeningen 759477  
Maritieme helikoptersVlieguren4 6803 442**3 745– 303
Standing Naval Forces Atlantic & Mediterranean 2000  
Overige oefeningen 4 4802 580  
OnderzeebotenVaardagen465499**48019
MijnenbestrijdingsvaartuigenVaardagen744730760– 30
MCM Forces North & South 171225  
Overige oefeningen 573505  
Hydrografische vaartuigenVaardagen270324330– 6
Maritieme patrouillevliegtuigenVlieguren2 5522 964**1 9501 014
Stationering Keflavik 34777  
Overige oefeningen 2 2051 316  

* In de begroting 2002 is alleen een totaal geraamd zonder opdeling in deelactiviteiten opgenomen waardoor de opsplitsing per activiteit niet beschikbaar is.

** Hiervan zijn ten behoeve van de uitvoering vredesoperaties in 2002 649 vaardagen fregatten, 862 vlieguren maritieme helikopters, 229 vaardagen onderzeeboten en 1 571 vlieguren maritieme patrouillevliegtuigen gerealiseerd (zie ook beleidsartikel 09).

De exploitatie uitgaven in verband met de vaardagen en vlieguren voor vredesoperaties zijn, voor zover deze binnen het vastgestelde activiteitenplan zijn gerealiseerd, ten laste gebracht van het beleidsartikel 01 «Koninklijke marine». De additionele uitgaven, als gevolg van de overschrijding van het activiteitenplan door vredesoperaties, zijn ten laste gebracht van beleidsartikel 09 «Vredesoperaties».

De vlieguren van de maritieme patrouillevliegtuigen en helikopters zijn achtergebleven door de personele tekorten bij het onderhoudspersoneel. De vliegoperaties van de helikopters zijn tijdens de zomer wegens technische problemen in de staart-rotor-aandrijving tijdelijk opgeschort waardoor het aantal vlieguren lager is dan begroot.

Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied

 
Prestatiegegevens CZMCARIBMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
FregatVaardagen7253530
Presentie, surveillance en interdictie 5643  
Bestrijding illegale handel verdovende middelen 103  
Oefeningen 67  
OndersteuningsvaartuigVaardagen858490– 6
Presentie, surveillance en interdictie 7069  
Oefeningen 1515  
Maritieme helikoptersVlieguren164102135– 33
Presentie, surveillance en interdictie 12383  
Bestrijding illegale handel verdovende middelen 285,5  
Oefeningen 1313,5  
Maritieme patrouillevliegtuigenVlieguren1071021002
Presentie, surveillance en interdictie 7588  
Oefeningen 3214  
MarinierspelotonsMensoefendagen8 74712 54714 500– 1 953
Presentie, surveillance en interdictie 747825  
Oefeningen 8 00011 722  
Antilliaanse en Arubaanse MilitieMensoefendagen6601 3773 685– 2 308
Presentie, surveillance en interdictie 20214  
Oefeningen 6401 163  

* In de begroting 2002 is alleen een totaal geraamd zonder opdeling in deelactiviteiten opgenomen waardoor de opsplitsing per deelactiviteit niet beschikbaar is.

In het kader van de bijdrage aan het bestrijden van de illegale handel in verdovende middelen, heeft CZMCARIB, als Commander Task Group 4.4. (CTG 4.4) in de «Joint Inter Agency Task Force East» (JIATF), 1 261 kg drugs gevangen.

De onderrealisatie bij de Maritieme helikopters wordt veroorzaakt door de tijdelijke opschorting van de vliegoperaties wegens de eerder genoemde technische problemen in de staart-rotor-aandrijving en de onvoorziene motorwisseling waarvoor een motor uit Nederland moest worden ingevlogen.

Omdat het uitwisselingsprogramma met het United States Marine Corps uit Camp Lejeune niet doorging is een groot deel van de mensoefendagen marinierspelotons niet gerealiseerd.

De Antilliaanse en Arubaanse militie heeft in 2002 minder mensoefendagen gerealiseerd dan begroot als gevolg van de gewijzigde taakstelling, de niet volledig gevulde personele bezetting en de vervallen gezamenlijke oefeningen met de mariniers.

Commandant Korps Mariniers

 
Prestatiegegevens Korps MariniersMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
MariniersbataljonsMensoefendagen69 261139 523  
UK/NL Landing Force and ACE Mobile Force (Land) 5 69014 667  
Beschikbaar houden noodhulpverkenningseenheid 2416  
Gereedstelling bataljonsgroep als strategische reserve SFOR 01 305  
Training (nationaal en internationaal) 46 112103 539  
Opleidingen 17 43519 996  
Bijzondere Bijstandseenheid (BBE)Mensoefendagen4 8606 228  
Gereedstelling 4 8606 228  
Totaal 74 121145 751147 542– 1 791

* In de begroting 2002 is alleen een totaal geraamd zonder opdeling in deelactiviteiten opgenomen waardoor de opsplitsing per deelactiviteit niet beschikbaar is.

De realisatie BBE is ten oprichte van de realisatie 2001 hoger door implementatie van maatregelen in het kader van de terrorismebestrijding. Dit betreft met name het extra peloton dat per 1 juni 2002 is gereedgesteld.

Ondersteunende Eenheden

Materieel Logistiek

 
Prestatiegegevens Materieel Logistiek (Marinebedrijf en CAMS)MeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Benoemd onderhoudAantal    
Meerjarig onderhoud (MJO's) 235– 2
TussentijdsOnderhoud (TTO's) 7761
Incidenteel onderhoudAantal    
Reparatieorders 10 0819 06610 900– 1 834
Engineering     
Modificatie-opdrachten en projectenUren208 111317 383127 000190 383

Naar aanleiding van de in 2001 met positief resultaat uitgevoerde proef «optimalisering van het onderhoudsproces multipurposefregatten (M-fregatten)» is de planning van Meerjarige en Tussentijdse Onderhoudsperioden (MJO's en TTO's) meerjarig geactualiseerd waardoor de realisatie voor MJO's en TTO's in 2002 konden worden bijgesteld. De hierdoor vrijgekomen capaciteit is onder meer ingezet voor het gereedmaken van fregatten voor de verkoop aan de Griekse marine. Hierdoor is er een duidelijke overrealisatie van het aantal uren voor engineering.

Opleidingen

 
Prestatiegegevens Opleidingseenheden van de KM (OKM) en Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM)MeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Opleidingen(Geslaagde) cursisten    
Initiële opleidingen OKM 8541 202870332
Initiële opleidingen KIM 24128722067
Bijscholings- en functie-opleidingen 15 08210 54417 000– 6 456
KIM publicatiesAantal793644– 8

Het veranderde economische klimaat heeft de werving positief beïnvloed waardoor een toename van de instroom voor de initiële opleidingen OKM kon worden gerealiseerd. Ook voor het KIM heeft dit geleid tot een grotere jaarlijkse opkomst in augustus waardoor het aantal initiële opleiding genietende militairen hoger is dan begroot. Omdat de personeelscapaciteit voor het realiseren van publicaties kleiner was dan begroot is het aantal publicaties achter gebleven bij de prognose.

In de begroting 2002 is bij de raming van OKM voor het gewenste aantal bijscholings- en functieopleidingen uitgegaan van maximale vulling van de opleidingen. Door overplaatsingen en operationele inzet van eenheden alsmede het aantal vacatures in de organisatie is niet altijd voldoende personeel beschikbaar om een opleiding volledig te vullen. Hierdoor blijft de realisatie achter bij de begroting. De vrijgekomen capaciteit wordt onder andere ingezet voor het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.

Investeringen

Schepen

Project fregatten van De Zeven Provinciën-klasse (LCF)

 
DoelstellingInstandhouding van capaciteiten op het vlak van maritieme commandovoering, maritieme oorlogsvoering en luchtverdediging voor de lange afstand door het in gebruik nemen van vier luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF) 
Projectomvang€ 1 588 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
ActiviteitenD-brief (APAR) Contract  Bouw en indienststelling LCF-1Bouw en proeftocht LCF-2
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)328 73960 48983 48539 40050 417
Uitgaven (x € 1 000)157 262246 039237 394233 133166 257

De doelen voor 2002 zijn met de indienststelling van het eerste fregat en de proefvaart van het tweede fregat grotendeels gerealiseerd. Het aanbieden van de D-brief met betrekking tot het deelproject Sirius is uitgesteld tot na 2002.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)

 
DoelstellingInstandhouding van de mijnenbestrijdingscapaciteit door modernisering van de jaagcomponent (sonar/C2-deel) en herintroductie van de veegcomponent (drone-deel) 
Projectomvang€ 176 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten   Contract D1-brief (jagen)Realisatie-fase is gestart
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)3 039182199103 6009 412
Uitgaven (x € 1 000)2 0393 0633 28746626 274

Na de ondertekening van het contract in december 2001 is het project in uitvoering genomen. Tevens is, met betrekking tot de drones voor de mijnenveegcomponent van het project, overeenstemming bereikt met de werf over de afkoop van de verplichting om drones aan te besteden. De verwachting is dat de eerste gemoderniseerde mijnenjager in 2004 zal worden opgeleverd. In het PAM-project wordt samengewerkt met de Belgische marine.

Project Tweede Landing Platform Dock (LPD-2)

 
DoelstellingZekerstellen van het voortzettingsvermogen van LPD-1 alsmede de uitbreiding van de amfibische liftcapaciteit en strategische zeetransportcapaciteit door de verwerving van een tweede amfibisch transportschip. In het kader van EVDB wordt het schip voorzien van commandofaciliteiten waarbij wordt gestreefd naar internationale cofinanciering. 
Projectomvang€ 202,6 miljoen, exclusief € 34,9 miljoen voor commandofaciliteiten ten laste van beleidsartikel 11 «Internationale samenwerking» 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten  A-briefB/C-briefD-briefContract met KSG
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   2 200152 703
Uitgaven (x € 1 000)   2 0254 389

In mei 2002 is het contract met de Koninklijke Schelde Groep (KSG) getekend.

Hydrografische opnemeningsvaartuigen (HOV)

 
DoelstellingInstandhouding van militaire hydrografische capaciteit door vervanging van de twee verouderde Noordzee-opnemers door twee opnemingsvaartuigen en de afstoting van de Hr.Ms. Tydeman. 
Projectomvang€ 53,0 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten  B/C-brief D-brief Contract en start bouw
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000) 24649 48 060
Uitgaven (x € 1 000)  295 14 781

Het contract met betrekking tot de bouw van de HOV-en is na behandeling van de D-brief getekend in februari 2002. De oplevering van het eerste HOV is gepland voor 2003.

Vliegtuigen

Project NH-90

 
DoelstellingInstandhouding van de algemene maritieme militaire capaciteiten op het vlak van tactisch maritiem luchttransport en opsporing en redding door de vervanging van de Lynx-helikopter door 20 NH-90 helikopters. De combinatie van 14 full mission capable en 6 provisions for levert een doelmatige en doeltreffende mix ten behoeve van het takenpakket. 
Projectomvang€ 843,2 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten  D-briefContract  
Financiële gevolgen     
Verplichtingen (x € 1 000)1 174908509 19726 7003 483
Uitgaven (x € 1 000)4 4625 1969 56718 24113 787

In 2002 is door de industrie het ontwerp van de helikopter verder verfijnd en zijn beproevingen met de prototypes uitgevoerd. Ook is de productie in gang gezet. De instroom van de NH-90 bij de marine start in 2007.

Project Capability Upkeep Program van de Maritieme patrouillevliegtuigen (CUP Orion)

 
DoelstellingInstandhouding van de algemene maritiem-militaire capaciteiten alsmede capaciteiten op het gebied van surveillance boven land en opsporing en redding door modernisering van tien Orion-vliegtuigen naar eenzelfde, op oppervlakte surveillance gerichte basisconfiguratie en de aanvullende multifunctionele uitrusting van zeven van de tien Orions. 
Projectomvang€ 202,3 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten B/C-briefD-briefContractIn uitvoering
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)  184 1793 30049
Uitgaven (x € 1 000)  6 05812 7919 419

Naar aanleiding van het «disbursementoverzicht van de US Navy» van het laatste kwartaal 2001 heeft eind 2001 een betaling van € 3,7 miljoen plaatsgevonden die oorspronkelijk voor 2002 was gepland. Tevens is de modificatie van het eerste P-3C Orion maritieme patrouillevliegtuig in augustus aangevangen.

Elektronisch materieel

Project MaritimeTheatre Missile Defence System (MTMD)

 
DoelstellingVerwerving van een «lower tier» maritieme MTMD-capaciteit. Daartoe vindt momenteel de «concept Validation Phase (CVP)» plaats. De uitkomst dient als basis voor besluitvorming over implementatie aan boord van het LCF. 
Projectomvang€ 148,6 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    Concept validation phase (CVP)
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)  5 26350025
Uitgaven (x € 1 000)  2972 7481 039

Ontwikkelingen in de VS hebben ertoe geleid dat aansluitend op de «concept validation phase», die medio 2003 wordt afgerond, een vervolgstudie noodzakelijk is met betrekking tot het optimaliseren van de performance van de thans door de VS voorziene TBM-interceptor. Ook wordt de integratie van de interceptor in het NL/GE Anti Air Warfare-systeem onderzocht. Deze studie wordt naar verwachting eind 2005 afgerond.

Vervanging verbindingsapparatuur Mariniers (NIMCIS)

 
Situational awarenessVerbetering van de capaciteiten op het vlak van informatieuitwisseling en «situational awareness» van de operationele marinierseenheden door de vervanging van communicatie- en data-apparatuur. 
Projectomvang€ 86 miljoen Inclusief € 12,3 miljoen voor het 3e MARNSBAT 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    A-brief aangeboden
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)     
Uitgaven (x € 1 000)     

De DMP-A brief is in 2002 aangeboden aan de Kamer. Het document is nog niet geaccordeerd.

Interservice project Satelliet communicatie voor militair gebruik (MILSATCOM)

 
DoelstellingDe verbetering van «command en control» en informatieverwerking door introductie van lange-afstand-verbindingsapparatuur op basis van satelietcommunicatie 
Projectomvang€ 242,1 miljoen (waarvan € 179,1 miljoen onderdeel is van de begroting van de KM) 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten Korte termijn: C1-brief Korte termijn: D1-brief Lange termijn: C2-brief Contract (korte termijn): Grondstation bouwkundig opgeleverd MOU-AEHF
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)564272333 00082 577
Uitgaven (x € 1 000)1062453841 62621 403

In 2002 is het contract getekend voor de verwerving van het korte termijn deel van het project en is de Memorandum of Understanding (MoU) met de Verenigde Staten getekend. De MoU betreft de verwerving van de AEHF-capaciteit, uit het lange termijn deel van het project. De ondertekening en de verplichtingen, van contract en MoU, was in de begroting 2002 voorzien voor respectievelijk 2001 en 2003. De Kamer is hierover geïnformeerd.

Munitie

 
DoelstellingIn dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor de aanschaf van kapitale munitie alsmede de conventionele klein kaliber munitie voor zover deze als aanvulling op de oorlogsvoorraden wordt verworven. Tevens is het project MRAT hierin ondergebracht. Als basis voor de raming voor kapitale munitie wordt de NATO Maritime Stockpile Policy Guidance gehanteerd op basis waarvan, totdat de Bi-SC Stockpile Guidance (Bi-SC SPG) door Nederland is goedgekeurd, de normen voor de Koninklijke marine worden bepaald. 
 Realisatie 19981999200020012002
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)3 82437 37616 49151 10018 318
Uitgaven (x € 1 000)1 9027 82721 52724 24537 323

De realisatie van de munitie is hoger uitgekomen dan begroot door verschuivingen van betalingen uit 2003 en hogere realisatie van met name de «Standard Missile 2», Evolved Sea.

Sparrow Missile en CHAFF-D. De verplichtingen zijn achtergebleven doordat er met name voor de aanschaf van SM-2 geen meerjarig, doch een éénjarig contract is aangegaan.

Overig groot materieel

 
DoelstellingDe post overig groot materieel betreft projecten die naar hun aard niet in één van de andere artikelonderdelen van investeringen kunnen worden ondergebracht alsmede de bestuurlijke informatievoorziening en de projecten die niet groter zijn dan € 2,5 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)44 09177 32244 93330 23728 404
Uitgaven (x € 1 000)51 33064 30653 23642 81523 403

Infrastructuur

 
DoelstellingDe post infrastructuur betreft projecten voor het vervangen of nieuwbouwen van infrastructurele voorzieningen. 
 Realisatie 19981999200020012002
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)30 81053 32043 98439 87153 338
Uitgaven (x € 1 000)38 00738 11047 85242 69138 435

In samenhang met de in de Novemberbrief aangekondigde vertraging in het gereedstellen van het 3e Mariniersbataljon ondervindt het project «Marinierskazerne Buitenveld» vertraging. Verder is het uitgavenbudget met de tweede suppletore begroting 2002 verlaagd als gevolg van het overhevelen van budget voor het project Legering Nieuwbouw Alexanderkazerne naar de Koninklijke landmacht.

Groeiparagraaf VBTB

Met de concretisering in de begroting 2003 van de prestatiegegevens voor de ondersteunende eenheden «Materieel Logistiek», met separaat de aantallen projecten voor nieuwbouw en afstoting alsmede het aantal modificatieopdrachten en reparatieorders, is invulling gegeven aan het eerste onderdeel van de groeiparagraaf. Bij het bepalen van de kengetallen die moesten worden opgenomen in de begroting 2003 zijn eerst de bestaande kengetallen beoordeeld op functionaliteit en volledigheid om te kunnen bepalen welke veranderingen nodig waren. Hiermee is invulling gegeven aan het tweede onderdeel van de groeiparagraaf.

BELEIDSARTIKEL 02 KONINKLIJKE LANDMACHT

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor de Koninklijke landmacht geoperationaliseerd in een gereedheidsmatrix van inzetbare eenheden en in veranderdoelstellingen Defensienota 2000. Uit de in de begroting 2002 opgenomen matrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zouden moeten zijn. Uitgangspunt daarbij is binnen de aangegeven reactietijd steeds de gereedheid te leveren benodigd voor het gehele geweldsspectrum (kwaliteit). Een operationele eenheid is inzetbaar wanneer aan de minimumeisen voor personeel, materieel en mate van geoefendheid wordt voldaan.

Begroting 2002
   HRFFLR/LTBF1
GereedheidstermijnTotaalDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp lange termijn inzetbaar
Legerkorpsstaf11  
Staf Luchtmobiele brigade11  
▵ Luchtmobiel infanteriebataljon312 
Staf Gemechaniseerde brigade312 
Pantserinfanteriebataljon6123
Tankbataljon312 

1HRF= High Readiness Forces, FLR= Forces of Lower Readiness, LTBF= Long Term Build-up Forces.

Ondanks het feit dat in bovenstaande matrix slechts voor één eenheid wordt gemeld dat de beoogde gereedheid niet is behaald, wil dit niet zeggen dat de resterende eenheden moeiteloos aan de beoogde gereedheid hebben voldaan. Op het gebied van personeel heeft de Koninklijke landmacht nog steeds te maken met een minimale vullingsgraad waarmee eenheden nog net inzetgereed kunnen worden gehouden. Mede gelet op het uitstel van de paraatstelling van de vierde compagnie van de pantserinfanteriebataljons verhoogt dit de druk op het voortzettingsvermogen van de brigades om hun taken blijvend te kunnen vervullen. Daarnaast is het oefenprogramma noodgedwongen versoberd tot het niveau waarmee minimaal wordt voldaan aan de gestelde operationele gereedheidseisen. Achterstallig onderhoud van uitrustingsstukken is beperkt gebleven, echter ten koste van het opgelegd materieel. Noodzakelijke en geaccordeerde behoeftestellingen en investeringsprojecten zijn echter in een zeer laat stadium stopgezet en naar achteren in de planperiode geschoven. Projecten als Wissellaadsysteem (WLS), het Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV) en de vervanging van de brugleggende tank kunnen niet zonder meer in het noodzakelijke tijdschema worden gerealiseerd. Om de operationele risico's te beperken zijn dergelijke investeringen echter wel degelijk noodzakelijk.

Resultaat 2002

Luchtmobiel infanteriebataljon

In 2002 is een versterkte compagnie luchtmobiel ingezet in Afghanistan. De twee op korte termijn inzetbare luchtmobiele infanteriebataljons zijn door de voorbereiding op en recuperatie na ISAF en personele ondervulling niet tot en met niveau V (bataljonsniveau) geoefend.

Veranderdoelstellingen

 
Veranderdoelstellingen Resultaten 2002
▵ Vergroting parate capaciteit van de pantserin- fanterie-eenheden met 1000 functies door uitbreiding met zes parate compagnieën in de periode 2001–2004. De paraatstelling van de in totaal zes pantserinfanteriecompagnieën verloopt volgens planning. De eerste is in 2001 gerealiseerd. In 2002 zijn de tweede en derde compagnie paraat gesteld. Vanwege de bezuinigingsmaatregelen als gevolg van het Strategisch Akkoord is de paraatstelling van de resterende drie compagnieën tot 2006 uitgesteld.
   
▵ Vergroting parate capaciteit van de inlichtingen- opsporings-eenheden met ongeveer 150 functies in de periode 2001–2004. De extra capaciteit voor de RPV-batterij, de EOV-compagnie en de mortieropsporingsradarbatterij is gerealiseerd. Gezien technische problematiek omtrent de Sperwer is besloten het paraatstellen van het 3e peloton UAV vertraagd. Nadat de technische problemen zijn opgelost zal het paraatstellen van dit peloton weer worden voortgezet.
   
Oprichting van een, door Nederland en Duitsland, geleide, internationale interservice CIMIC-frame- workgroup in de periode 2000–2001 met een Nederlandse inbreng van ongeveer 20 functies in de kernstaf. De CIMIC-group North is operationeel.
   
Reorganisatie Nationaal Commando (met inbegrip van Natres) dat in de periode 2000–2002 met ongeveer 800 functies wordt verkleind. De huidige staf-NATCO en de NATCO-ondersteuningsgroep zijn 1 juni 2002 operationeel geworden. Conform de reorganisatieprocedure zal medio 2003 de oprichting van deze beide organisatie-elementen worden geëvalueerd. De organisaties van de onderliggende Regionaal Militaire Commando's en de Lokaal Facilitaire Diensten worden jaarlijks geëvalueerd waarbij telkens wordt getoetst of de daadwerkelijke werklast overeenkomt met de geprognosticeerde cijfers. Afwijkingen hierin zijn veelal toe te schrijven aan reorganisatieprojecten, vertraging van geplande verhuizingen en uitstel van sluiting van kazernes.
   
▵ Concentratie van de objectluchtverdediging van de Koninklijke luchtmacht en de grondgebonden luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke landmacht tot een gezamenlijke luchtverdedigingseenheid binnen de Landmacht, die op de vliegbasis De Peel wordt gestationeerd. In 2004 worden een Joint Air Defence Centre en een Joint Air Defence School ingericht. In 2002 is de behoeftestelling goedgekeurd en is de opdracht verstrekt voor de voorbereidende bouwwerkzaamheden. De verwachting is dat de grote verhuizing van de KL luchtverdediging in 2004/2005 zal plaatsvinden, waarmee de fysieke samenvoeging met de Grondgebonden Luchtverdediging van de Koninklijke luchtmacht wordt gerealiseerd.
   
Omvorming 1(GE/NL)Corps Hoofdkwartier in een High Readiness Force (Land)HeadQuarter De omvorming van het 1(GE/NL)Corps Hoofdkwartier is gerealiseerd. Inmiddels is Full Operational Capability-status verkregen.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002:

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen1 880 4182000 7911 962 4313 130 2972 507 6272 917 392– 409 765
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
1 Divisie «7 December» (tot 2001: 1(GE/NL)Corps)481 335449 016443 537547 312559 915539 10320 812
Nationaal Commando, exclusief Civiele Taken528 055638 782663 869623 713624 518587 06337 455
Opleidings- en trainingscommando KL147 692191 635190 240214 055241 201210 64930 552
Overige Eenheden BLS382 214247 559267 941287 494310 113241 30468 809
Landmachtstaf40 78082 65192 425107 464147 065105 52941 536
Wachtgelden en inactiviteitswedden48 74343 78139 47448 96944 162 44 162
Totaal Apparaatsuitgaven1 628 8191 653 4241 697 4861 829 0071 926 9741 683 648243 326
Subsidies en bijdragen83283286687891387736
Investeringen       
Automatisering30 49976 47563 77049 05324 11339 733– 15 620
Logistiek22 55248 76455 56418 98626 09640 132– 14 036
Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen71 23967 08744 17756 95833 79559 902– 26 107
Elektronisch materieel9 12810 5332 9596 88310 0519 793258
Nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC) 3394631 4495 34810 995– 5 647
Luchtverdediging29 59138 87631 80519 7486 9124 7652 147
Manoeuvre71 660135 62581 960136 896159 254176 882– 17 628
Vuursteun19 07612 0899 8045 6414 03310 097– 6 064
Gevechtssteun5 1367 9017 1298 1983 9198 064– 4 145
Infrastructuur64 28794 067113 985134 797128 21297 53030 682
Totaal Investeringen323 168491 756411 616438 609401 733457 893– 56 160
Totale uitgaven1 952 8192 146 0122 109 9682 268 4942 329 6202 142 418187 202
Ontvangsten       
Totale ontvangsten53 36571 24969 02582 46273 91358 15315 760

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige afwijkingen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Bijdrage KM in de nieuwbouw Alexanderkazerne4 400
Bijdrage KLu in project «Strijpse Kampen».3 600
Bijdrage in project MILSATCOM– 21 291
Implementatie P&O 2000– 7 700
Loonbijstelling91 960
Prijsbijstelling9 580
Overheveling wachtgelden44 102
  
Beleidsmatige verschillen 
Overheveling wervingsbudgetten20 886
Overheveling Marechaussee-eenheden– 4 953
Ramingsbijstelling apparaatsuitgaven60 439
Project «De Peel»– 34 700
Project «Wissellaadsysteem»– 266 200
Project «Tactis»– 70 600
Project «Vervanging M109»– 54 400
Aanpassing bestelmoment– 201 315
Overige verschillen16 427
Totaal verschillen– 409 765
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische verschillen    
Bijdrage KM-aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne  4 4004 400
Bijdrage KLu in project «Strijpse Kampen»  3 6003 600
Implementatie P&O 2000  – 4 100– 4 100
Loonbijstelling91 960  91 960
Prijsbijstelling9 580  9 580
Overheveling wachtgelden44 102  44 102
     
Beleidsmatige verschillen    
Overheveling wervingsbudgetten20 886  20 886
Overheveling Marechaussee-eenheden– 4 953 – 1 218– 6 171
Ramingsbijstelling apparaatsuitgaven60 654  60 654
Aanpassing kasritme investeringsprojecten  – 32 784– 32 784
Overige verschillen21 09736– 26 058– 4 925
Totaal verschillen243 32636– 56 160187 202

Toelichting technische verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Bijdrage Koninklijke marine in de nieuwbouw Alexanderkazerne

De Koninklijke landmacht voert het project nieuwbouw Alexenderkazerne uit, ook voor de Koninklijke marine. De door de Koninklijke marine voor dit project geraamde bedragen worden niet ten laste van het artikel 01 «Koninklijke marine» verantwoord, doch ten laste van dit artikel.

Bijdrage Koninklijke luchtmacht in project «Strijpse Kampen»

De Koninklijke landmacht voert het project «Strijpse Kampen» uit, waarbij ook de Koninklijke luchtmacht is betrokken. De door de Koninklijke luchtmacht op het eigen artikel geraamde uitgaven worden echter ten laste van dit artikel verantwoord.

Bijdrage in project MILSATCOM

Het project MILSATCOM wordt door de Koninklijke marine ook uitgevoerd ten behoeve van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht. Dit betekent dat de uitgaven die voor deze krijgsmachtdelen in dit kader moeten worden verricht, en welke geraamd waren bij deze krijgsmachtdelen, alsnog ten laste van het artikel «Koninklijke marine» worden verantwoord.

Implementatie P&O 2000

Door de Centrale organisatie wordt het defensiebrede project P&O 2000 uitgevoerd. De bedragen die de defensieonderdelen voor hun bijdrage in dit project hadden geraamd, worden ten laste van het artikel 90 «Algemeen» verantwoord.

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

Prijsbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in prijspeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de prijsbijstelling worden gecompenseerd.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de begroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om al dan niet aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Overheveling wervingsbudgetten

Met ingang van 2002 zijn de diverse defensieonderdelen weer volledig verantwoordelijk voor het proces van personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie). Daarom zijn de wervingsbudgetten vanuit Dico/DWS weer aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Overheveling Marechaussee-eenheden

Het 103 Eskadron van de Koninklijke landmacht is in het begrotingsjaar 2002 overgeheveld naar de Koninklijke marechaussee.

Ramingsbijstelling apparaatsuitgaven

Uit een uitgebreide analyse van de bedrijfsplannen voor 2002 bleek dat de uitgaven voor de lopende materiële exploitatie-uitgaven niet op korte termijn konden worden teruggedrongen zonder ernstige consequenties voor de bedrijfsvoering van de Koninklijke landmacht. Derhalve kon tijdens de begrotingsuitvoering 2002 niet anders worden besloten dan een herverdeling tussen de investeringen en exploitatie-uitgaven door te voeren. De hiermee opgeloste knelpunten in de materiële exploitatie hebben zich met name voorgedaan op het gebied van informatiesystemen en data- en telecommunicatie en voor onderhoud aan en reservedelen voor voertuigen en manoeuvre.

Als gevolg van het afsluiten van het centrale contract voor elektriciteit en gas, is NATCO in januari 2002 hiermee samenhangende betalingen gaan verrichten. Begin 2002 hebben echter ook nog betalingen over november en december 2001 plaatsgevonden. Een andere oorzaak voor de toename van huisvestingskosten betreft de gestegen kosten voor schoonmaakcontracten.

De ramingsbijstelling bij personeel is het gevolg van stagnatie in de afbouw van het personeelsbestand voor het burgerpersoneel. Dit is minder snel verlopen doordat vacatures in het BOT-bestand worden gevuld met burgers. Het verloop bij BOT-personeel is daarentegen hoger dan verwacht. De werving van beroepspersoneel voor bepaalde tijd is boven verwachting gerealiseerd. Deze veranderingen zijn van invloed op de samenstelling van het personeelsbestand hetgeen ook financiële consequenties heeft gehad.

Project De Peel

De verplichtingen voor dit bouwproject zijn in 2002 niet aangegaan vanwege vertraging in het verkrijgen van noodzakelijke externe vergunningen (kapvergunning e.d.). Het project zal in 2003 pas kunnen aanvangen met de realisatie van het deelproject Bouwvoorbereiding.

Project Wissellaadsystemen 165kN

De verplichting van € 266,2 miljoen voor dit project stond gepland in 2002. In het kader van de prioriteitsstelling als gevolg van het ontbreken van budgettaire ruimte is dit project verschoven naar 2005. De instroom wordt hierdoor niet eerder voorzien dan vanaf 2005.

Project Tactische Indoor Simulatie (TACTIS)

Vanwege een langer durende onderhandelingsfase is er in de verwervingsfase vertraging opgetreden. Hierdoor is het aangaan van de verplichting verschoven naar 2003. Als gevolg hiervan kan de instroom van het materieel ook pas in een later stadium plaatsvinden.

Project Vervanging M109

De behandeling van het DMP-D document heeft in het eerste kwartaal van 2002 plaatsgevonden. De verwerving van de hoofduitrustingsstukken van dit project is volgens de planning van de begroting 2002 verlopen. De aanvang van de levering van de systemen is voorzien in 2004. De verwerving van de aanvullende voorzieningen en het munitiepakket is door vertraging bij de vaststelling van deze behoeften doorgeschoven naar latere jaren. Hierdoor is de in de begroting geplande verplichtingenbedrag € 54,4 miljoen lager uitgevallen.

Aanpassing bestelmoment/Aanpassing kasritme (investerings)projecten

Om problemen in de bedrijfsvoering en andere redenen (die bij de projectinformatie nader worden toegelicht) heeft ten aanzien van het aangaan van verplichtingen en het doen van kasuitgaven een herfasering in de tijd plaatsgevonden.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
BTW4 800
POMS3 700
UNIVE4 500
Overige verschillen2 760
Totaal verschillen15 760

Toelichting op de verschillen

De bijstelling van de ontvangsten betreft met name de afwikkeling van achterstallige afrekeningen met betrekking tot terug te vorderen BTW, de afwikkeling van een claim op de Verenigde Staten voor het POMS-personeel en declaraties bij Univé inzake psychotherapeutische verrichtingen. Dit laatste betreft met name betaling van declaraties over de periode 1994–2001.

Activiteiten

De Koninklijke landmacht beschikt voor het realiseren van bovenstaande doelstellingen over de volgende organisatiestructuur:kst-28880-22-4.gif

1 Divisie «7 December»

In verband met de vorming van de HRF(L)HQ heeft de 1 Divisie «7 December» de taken in het kader van de vredesbedrijfsvoering van het 1(GE/NL)Corps overgenomen. De 1 Divisie «7 December» is binnen de Koninklijke landmacht daarmee nu de belangrijkste leverancier van operationeel gerede eenheden geworden.

 
Prestatiegegevens 1 Divisie «7 December» (in mensoefendagen)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Totaal540 000495 000580 000– 85 000

In 2002 is besloten om een aantal oefeningen die in het buitenland gepland stond in Nederland te realiseren. Daarnaast zijn grensverleggende activiteiten geheel niet doorgegaan. De inzetbaarheid van de 43 Gemechaniseerde Brigade bleek na uitzending lager dan het gewenste oefenniveau. Hierdoor zijn oefeningen op compagniesniveau vervangen door oefeningen op pelotonsniveau. Deze oefeningen zijn korter van duur en minder omvangrijk in aantal.

Nationaal Commando (NATCO)

 
Prestatiegegevens NATCOMeeteenheid (x 1 000)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
Operationele dienstenMensuren17320762145
Logistieke dienstenMensuren1 4361 3181 600– 282
Facilitaire dienstenMensuren4 3394 5884 250338
Specifieke dienstenMensuren145284140144
TotaalMensuren6 0936 3976 052345

Door de staf van het NATCO is in 2002 veel aandacht besteed aan verdere verbetering en verdieping van producten en diensten en de informatievoorziening hierover. Als gevolg van deze ontwikkelingen en de jaarlijkse evaluatie van de reorganisatie van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL is er een aantal verschuivingen doorgevoerd tussen de verschillende categorieën diensten.

Als gevolg van de oprichting van de NATCO Ondersteuningsgroep is medio 2002 de capaciteit aan facilitaire diensten uitgebreid. Het betreft hier met name de toevoeging van activiteiten door het BetaalServiceCenter, Documentaire Informatie Voorziening KL, Facilitair Audit Service Center en de Militaire Postorganisatie. Tijdens het opstellen van de begroting 2002 waren deze ontwikkelingen nog niet bekend, waardoor de realisatie in 2002 aanzienlijk hoger is. De toename van de gerealiseerde uren facilitaire dienstverlening wordt daarnaast verklaard door het hanteren van te lage normuren voor integrale veiligheidszorg in de plangegevens en een toename van gerealiseerde uren op het gebied van infrastructuur en milieu.

De toename van de operationele dienstverlening wordt verklaard door extra bewaking als gevolg van 11 september en de bijdrage bij de bijzetting van ZKH Prins Claus.

Commando Opleidingen KL (COKL)

 
Prestatiegegevens COKLMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
Primaire producten     
Initiële opleidingsproductenOpleidingsplaats8 12512 77213 600– 828
VervolgopleidingsproductenOpleidingsplaats34 59029 23835 800– 6 562
TrainingsproductenMensdagen18 50023 52218 4805 042
LO/S Opleidingen en trainingMensdagen123 45524 42126 490– 2 069
Secundaire producten     
KennisproductenMensdagen14 75021 73818 4403 298
SteunverleningMensdagen4 9425 9443 7802 164
Maatschappelijke meerwaardeAantal opleidingen1 6271 0813 0251 944

1Het aantal mensuren uit de financiële verantwoording 2001 (187 642) is omgerekend naar mensdagen (8 uur per dag)

In de periode tot 2006 wordt het COKL omgevormd tot een Opleidings- en TrainingsCommando (OTC), waarmee de ondersteuning van de trainingsactiviteiten van de 1 Divisie «7 December» meer wordt benadrukt. Gedurende 2002 zijn de opleidingscentra Manoeuvre, Vuursteun, Genie en Rijden tot opleidings- en trainingscentra getransformeerd.

In de begroting 2002 waren 13 600 opleidingsplaatsen voor initiële opleidingen gepland. Omdat een initieel opleidingstraject uit meerdere deelopleidingen bestaat kunnen de opgenomen opleidingsplaatsen niet direct aan het aantal opgeleide leerlingen worden gerelateerd. Het gepland aantal opleidingsplaatsen kwam, rekening houdend met het opkomst- en opleidingsverloop, overeen met 2 475 opgeleide leerlingen. In 2002 zijn uiteindelijk 2 061 opgeleide leerlingen afgeleverd. Deze onderrealisatie is veroorzaakt door het hoge opleidingsverloop bij met name de Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel en doordat op de momenten dat de initiële opleidingen startten, de opkomsten laag waren.

De onderrealisatie bij vervolgopleidingsproducten is veroorzaakt door een te lage bezettingsgraad bij sommige opleidingen. Hierdoor moesten gehele opleidingen worden geannuleerd. Daarnaast komt het voor dat cursisten niet op komen dagen en er door (tijdelijke) tekorten aan instructeurs en munitie minder opleidingsplaatsen konden worden gerealiseerd dan was gepland.

Door de omvorming van COKL naar OTC komt in de organisatie de nadruk steeds meer te liggen bij trainingsondersteuning. Door intensievere afstemming van het OTC Manoeuvre, OTC Vuursteun, OC Ede met de eenheden van 1 Divisie «7 December» is de realisatie in 2002 verbeterd.

In 2002 is een inhaalslag doorgevoerd om verouderde handboeken, syllabi en voorschriften te vervangen en daardoor meer en kwalitatief betere ondersteuning te kunnen bieden. Het aantal mensdagen kennisproductie is daardoor hoger dan gepland.

Op basis van een nauwkeuriger planning is begin 2002 het plancijfer voor steunverlening naar boven bijgesteld tot 6 150 mensdagen. Uiteindelijk is de realisatie licht achtergebleven bij de aangepaste planning doordat een klein aantal evenementen niet is doorgegaan.

De beroepsmilitairen met een contract voor bepaald tijd (BBT) hebben de mogelijkheid door middel van opleidingen hun maatschappelijke meerwaarde te verhogen. Het aantal BBT'ers dat de studie niet afrondde was in 2002 veel hoger dan voorzien. Het aantal drop-outs volgt een grillig patroon en is moeilijk te beïnvloeden.

Investeringen

Logistiek

Project Wissellaadsystemen 165kN

 
DoelstellingVergroting van de logistieke mobiliteit 
Projectomvang€ 270 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)218  3 058100
Uitgaven (x € 1 000)218  1 2931 583

De verplichting van € 266,2 miljoen voor dit project stond gepland in 2002. In het kader van de prioriteitsstelling als gevolg van het ontbreken van budgettaire ruimte is dit project verschoven naar 2005. De instroom wordt hierdoor niet eerder voorzien dan vanaf 2005. De in 2002 gerealiseerde uitgaven hebben betrekking op de verwerving en beproeving van prototypen.

Project Vervanging trekkeropleggercombinatie 400/650kN

 
DoelstellingVervoeren van het toekomstige infanterievoertuig en de zwaardere tank 
Projectomvang€ 56,1 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)    56 093
Uitgaven (x € 1 000)     

Dit project is conform de begroting 2002 gerealiseerd waarbij een deel van het project waarvan de verplichting in 2004 werd voorzien, tegelijkertijd met de serie is besteld. De instroom wordt verwacht vanaf 2004 en is voltooid in 2005.

Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen

Programma Theater Independent Tactical Army and Airforce Network (TITAAN)

 
DoelstellingVerbeteren van de C3I-ondersteuning op de niveaus legerkorps, divisie, brigade en bataljon 
Projectomvang€ 128,7 miljoen (waarvan € 11,5 miljoen voor de Klu-behoefte en € 24,1 miljoen EVDB) 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   8781 104
Uitgaven (x € 1 000)    1 138

In 2002 is door de Koninklijke landmacht € 1,1 miljoen uitgegeven, terwijl was uitgegaan van € 5,9 miljoen. Medio 2002 heeft er een herijking van het project plaatsgevonden, waardoor twee deelprojecten (mobiel telefoonsysteem fase 1 en draadloos netwerk fase 2) niet zijn gerealiseerd en er een vertraging is ontstaan doordat prioriteit is gegeven aan het opwerken van het HRF(L)HQ en het minimaliseren van ontwerprisico's in latere fasen van het project.

Project Remotely Piloted Vehicle (RPV)

 
DoelstellingVoorzien in gevechtsinlichtingen op de middelbare afstand per 2001 
Projectomvang€ 91,8 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)5451 08916 6541561 848
Uitgaven (x € 1 000)2 34218 56010 06025 8507 538

Door vertragingen in de leveringen van een deel van het project RPV in 2001 zijn de uitgaven gerealiseerd in 2002. Dit veroorzaakt in 2002 een stijging van de uitgaven met € 7,5 miljoen ten opzichte de begroting 2002.

Project Battlefield Management System

 
DoelstellingOndersteuning van de Command en Control op het niveau bataljon en lager 
Projectomvang€ 30,7 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    DMP-B
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)7261 5431 452859518
Uitgaven (x € 1 000)6861 0531 3891 8021 601

Ten opzichte van de begroting 2002 is de omvang van dit project in het kader van de eerder genoemde prioriteitsstelling aangepast. Dit heeft geleid tot een verlaging van de verplichtingenomvang met € 11,8 miljoen en van de uitgaven met € 7,8 miljoen. Het Battlefield Management System wordt in eerste instantie alleen ingevoerd bij 13 Gemechaniseerde brigade.

Elektronisch materieel

Project Elektronische Oorlogsvoering (EOV) fase 1

 
DoelstellingMiddelen om vijandelijke eenheden te lokaliseren en identificeren op basis van uitgezonden signalen 
Projectomvang€ 194,9 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)9 1211 1803 9034 9012 964
Uitgaven (x € 1 000)9 12810 5301 9566 2856 578

Dit project bevindt zich in de realisatiefase en is nagenoeg voltooid. De realisatie verloopt overwegend conform de begroting 2002. Een deel van dit project is echter in het kader van de prioriteitsstelling in 2001 uitgesteld en daardoor gedeeltelijk in 2002 tot verplichting gekomen.

Luchtverdediging

Project Gevechtswaarde Instandhouding Pantserrups Tegen Luchtdoelen (GWI PRTL)

 
DoelstellingBasisonderhoud en een beperkt aantal systeemaanpassingen voor het operationeel inzetbaar houden van de PRTL tot 2015 
Projectomvang€ 184,9 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)7717262 995 2 128
Uitgaven (x € 1 000)20 46730 61030 00019 4701 276

Project Future Ground Based Air Defence (FGBAD)

 
DoelstellingVerbeteren van de informatievoorziening in de grond-luchtverdediging 
Projectomvang€ 52,2 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    DMP-B/C
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)222   6 360
Uitgaven (x € 1 000)1 202567 2413 078

De benaming van dit interserviceproject «Project Netherlands Short Range Air Defence Systems (NESRADS)» is na de begroting 2002 gewijzigd. Het project FGBAD bestaat uit twee delen, BMC4I (Battlefield Management Command, Control, Communication, Computerisation en Intelligence) en het uitgestelde SHORAD (Short Range Air Defence) en wordt gefaseerd uitgevoerd. Verhoging van de verplichtingenomvang (€ 6,4 miljoen) en van de uitgaven (€ 3,1 miljoen), beide ten opzichte van de begroting 2002, zijn vooral veroorzaakt doordat een deel van dit project eerder is gerealiseerd dan werd voorzien. Dit betreft de Proof of concept Pilot Air Defence.

Manoeuvre

Project Vervanging Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig

 
DoelstellingVervanging van de verouderde verkenningsvoertuigen M113 en Landrover en een deel van de pantservoertuigen 
Projectomvang€ 223,6 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten   DMP-B/C/DContract 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   210 5092 205
Uitgaven (x € 1 000)  22714135 344

Bij het opstellen van de begroting 2002 is er van uitgegaan dat de verplichting en een deel van de betaling nog in 2001 zouden plaatsvinden. Doordat de verplichting echter ultimo 2001 is aangegaan zijn de bijbehorende uitgaven in 2002 verricht. Hierdoor zijn de kasuitgaven in 2002 met € 35,3 miljoen toegenomen. De aanvang van de instroom van de voertuigen is voorzien in 2003.

Project Vervanging pantservoertuigen (Licht pantserwielvoertuig)

 
DoelstellingVerwerving van pantserwielvoertuig voor algemene dienst en anti tankversie 
Projectomvang€ 169,8 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten   DMP-B/C/DContract 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   169 850 
Uitgaven (x € 1 000)    21 230

Doordat de verplichting ultimo 2001 is aangegaan zijn de uitgaven gedaan in 2002 in plaats van 2001 zoals aangegeven in de begroting 2002. Hierdoor zijn de kasuitgaven met € 21,2 miljoen toegenomen. De aanvang van de instroom van de voertuigen is voorzien in 2004.

Project Vervanging pantservoertuigen (Gepantzertes Transport Kraftfahrzeug (GTK))

 
DoelstellingVervanging van verouderde pantserrupsvoertuigen 
Projectomvang€ 547 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten   DMP-B/C 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   95 312272
Uitgaven (x € 1 000) 22768138 07018 224

Vertragingen in het ontwikkelingstraject van het project Vervanging Pantservoertuigen (GTK) hebben tot minder leveringen en daardoor tot minder betalingen geleid. De uitgavenrealisatie is hierdoor € 15,8 miljoen lager dan in de begroting 2002 werd voorzien. De uitgaven zijn gedaan voor de deelname aan de ontwikkeling in een Engels-Duits-Nederlands samenwerkingsverband.

Project Vervanging pantservoertuigen (Infanterie gevechtsvoertuig)

 
DoelstellingVervanging van pantserinfanteriegevechtsvoertuig 
Projectomvang€ 828 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    DMP-B
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   166 
Uitgaven (x € 1 000)   10442

Project Verbetering Leopard 2

 
DoelstellingVersterken van de personele bescherming en vuurkracht van de Leopard 2 gevechtstank 
Projectomvang€ 358,2 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)544 8 849101 248379
Uitgaven (x € 1 000)46 68058 59041 6301 82039 134

Project Short Range Antitank (SRAT)

 
DoelstellingVervanging anti-tankwapen korte dracht 
Projectomvang€ 54 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   473 
Uitgaven (x € 1 000)30968 41743

Dit project is in het kader van de eerder genoemde prioriteitsstelling uitgesteld. In de begroting 2002 was de verwerving van dit project reeds voorzien in 2001. Dit heeft geleid tot een verlaging van de uitgaven met € 18,1 miljoen.

Project Medium Range Antitank (MRAT)

 
DoelstellingVerbeteren van de antitankcapaciteit met een dracht tot 2000 meter 
Projectomvang€ 218,1 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten   DMP-DContract 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)1 951681544177 1451 149
Uitgaven (x € 1 000)9941 8881 86541 630286

De voortgang van het project verloopt niet geheel volgens planning vanwege enige problemen met de typeclassificatie. De levering van de eerste systemen wordt pas voorzien in het tweede kwartaal van 2003.

Project Soldier Modernisation Program (SMP)

 
DoelstellingVerbeteren van de persoonlijke bescherming van de soldaat en het vergroten van zijn bijdrage aan het gevecht. 
Projectomvang€ 109 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)453 2227246461 085
Uitgaven (x € 1 000) 3093 6484671 434

Dit project is in het kader van de genoemde prioriteitsstelling uitgesteld. Zowel de verplichtingen (€ 8,9 miljoen) en de uitgaven (€ 8,6 miljoen) zijn hierdoor in 2002 verlaagd.

Project Tactische Indoor Simulatie (TACTIS)

 
DoelstellingVoorzien in een simulatiesysteem voor verschillende eenheden en in verschillende oefenterreinen. 
Projectomvang€ 80,1 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)915998363  
Uitgaven (x € 1 000)8581 91061730419

Vanwege een langer durende onderhandelingsfase is er in de verwervingsfase vertraging opgetreden. Hierdoor is het aangaan van de verplichting verschoven naar 2003. Als gevolg hiervan kan de instroom van het materieel ook pas in een later stadium plaatsvinden.

Project Gevechtsveldcontroleradar

 
DoelstellingDetectie en classificatie van personen, voertuigen, helikopters en granaatinslagen 
Projectomvang€ 20,7 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    Contract
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000) 353 6817 904
Uitgaven (x € 1 000) 73452717

Op basis van de in medio 2002 afgesloten contract zijn het afleverschema en het betaalschema aangepast. De omvang van het project is, als gevolg van herziene prijsstelling, verlaagd. De aanvang van de instroom van de systemen wordt voorzien in 2004.

Project Duelsimulatoren en geïnstrumenteerd oefenterrein (DS-IOT)

 
DoelstellingVoorzien in een aantal duelsimulatoren en (mobiele) instrumentatie voor oefenterreinen van de Koninklijke landmacht 
Projectomvang€ 42,9 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten  Contract  
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)  40 25487827
Uitgaven (x € 1 000)27 6 0944 89215 006

Bij dit project hebben in 2002 minder leveringen plaatsgevonden. Hierdoor is de uitgavenstand lager dan was geprognosticeerd. Deze leveringen zullen in 2003 plaatsvinden, waarna het project in zijn totaliteit is gerealiseerd.

Vuursteun

Project Vervanging M109

 
DoelstellingVervanging van de technische en operationeel verouderde vuurmonden M-114 en M-109 door een nieuwe vuurmond met verbeterde vuursnelheid, langere dracht, verbeterde bescherming en grotere nauwkeurigheid 
Projectomvang€ 426,5 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    DMP-DContract
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)    367 644
Uitgaven (x € 1 000)     

De behandeling van het DMP-D document heeft in het eerste kwartaal van 2002 plaatsgevonden. De verwerving van de hoofduitrustingsstukken van dit project is volgens de planning van de begroting 2002 verlopen. De aanvang van de levering van de systemen is voorzien in 2004. De verwerving van de aanvullende voorzieningen en het munitiepakket is door vertraging bij de vaststelling van deze behoeften doorgeschoven naar latere jaren. Hierdoor is de in de begroting geplande verplichtingenstand € 54,4 miljoen lager uitgevallen.

Project Waarnemingsopbouw

 
DoelstellingAdequate waarneming en leiding van artillerie- en mortiervuur 
Projectomvang€ 14,55 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    Contract
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)    13 600
Uitgaven (x € 1 000)     

De omvang van het project is, als gevolg van herziene prijsstelling, verlaagd. De aanvang van de instroom van de systemen wordt voorzien in 2004. Gelet op de nauwe relatie van dit project met het project Licht Verkenning- en Bewakingsvoertuig is dit project hierbij ondergebracht. De verplichting welke in 2002 is aangegaan maakt onderdeel uit van het hoofdcontract. Als gevolg hiervan zal het project waarnemingsopbouw vanaf 2003 als separaat project komen te vervallen.

Gevechtssteun

Project Vervanging brugleggende tank

 
DoelstellingVoorzien in een brugsysteem dat bestand is tegen hogere belastingen 
Projectomvang€ 105,1 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000) 11 2081 960  
Uitgaven (x € 1 000) 1 9155 2963 476767

De ontwikkeling van dit project wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. De verwerving van dit project is – eveneens in het kader van genoemde prioriteitsstelling – uitgesteld.

Infrastructuur

Project De Peel

 
DoelstellingSamenvoeging van grondgebonden luchtverdediging van KL en Klu per 2004 door nieuwbouw voor de op te richten Joint Air Defence School en Joint Air Defence Center 
Projectomvang€ 59,5 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    DMP-A
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)     
Uitgaven (x € 1 000)     

De verplichtingen voor dit bouwproject zijn in 2002 niet aangegaan vanwege vertraging in het verkrijgen van noodzakelijke externe vergunningen (kapvergunning e.d.). Het project zal in 2003 pas kunnen aanvangen met de realisatie van het deelproject Bouwvoorbereiding.

Project Strijpse Kampen

 
DoelstellingNieuwbouw voor het Opleidingscentrum Rijden 
Projectomvang€ 68,8 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   40 8509 880
Uitgaven (x € 1 000)   6 14038 310

De oplevering van Strijpse Kampen is vertraagd. Met de betrokken gemeentelijke partijen is in goed overleg een latere ontruiming (uiterlijk 1 mei 2003) van het Prinses Irenekamp overeengekomen.

Project Integrale Veiligheidszorg (IVZ)

 
DoelstellingVerhoging van de bewakingskwaliteit en reductie van bewakingspersoneel 
Projectomvang€ 118 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)10 90029 30031 10025 90012 600
Uitgaven (x € 1 000)8 90021 90023 50025 30034 000

Het project verkeert in een afrondende fase. Doordat het project in het verleden vertraging had opgelopen was een deel van het kasgeld in 2003 gepland. Aan het eind van 2002 bleek dat het project alsnog tot afwikkeling kon komen waardoor de uitgaven eerder zijn gerealiseerd. Het Military Peacetime Security System is ultimo februari 2003 aan de Koninklijke landmacht overgedragen.

Groeiparagraaf VBTB

Het jaar 2002 heeft in het teken gestaan van het zoeken en benoemen van meetbare, stuurbare en realistische beleidsdoelstellingen in relatie tot de ontwikkeling naar een Eigentijds Begrotingsstelsel (EBS). De aandacht van 1 Divisie «7 December» is uitgegaan naar verbetering van het inzicht in de inzetbaarheid van eenheden van de Koninklijke landmacht. De opleidings- en trainingsactiviteiten van de inzetgerede eenheden zijn door 1 Divisie «7 December» gekwantificeerd voor de diverse oefenniveaus. De eerste stap is in de begroting 2003 reeds gezet. Verder zullen de opleidings- en trainingsactiviteiten van de bataljons worden gekwantificeerd voor niveau IV-, V- en VI-oefeningen en voor de niveau I t/m III oefeningen in totalen. De capaciteit die voor deze oefeningen wordt ingezet zal hierbij worden gerelateerd aan budgetten.

Voor het NATCO blijkt het lastig om prestatiegegevens te ontwikkelen als gevolg van de heterogeniteit van de diensten en de vele veranderingen in de organisatie door diverse reorganisaties. Het inzicht in het hoger onderhoud is verbeterd door een onderverdeling te maken naar onderhoud van elektronisch, mechanisch en overig materieel. De bevoorrading van de klasse I t/m V goederen (voeding, kleding en uitrusting, brandstof, munitie en overige goederen) zijn inzichtelijk gemaakt. Omdat het hier een veelheid aan artikelsoorten binnen de desbetreffende klassen betreft, kunnen deze leveringen vooralsnog uitsluitend in mensuren en de hieraan gerelateerde uitgaven worden gepresenteerd.

Bij het COKL zijn de producten en diensten heroverwogen. Voor wat betreft de initiële opleiding is het aantal opgeleide leerlingen inzichtelijk gemaakt. Voor de vervolgopleidingen is het begrip opleidingsplaats vooralsnog gehandhaafd in verband met de grote verschillen in opleidingsduur. De vertaling van opleidingsplaats (capaciteitsgegeven) naar opgeleide leerlingen (outputgegeven) wordt nader onderzocht. Met het uitsplitsen van 1 Divisie «7 December» en overige afnemers in de begroting 2003 is een eerste stap gezet in de ontwikkeling van het inzicht in de relatie tussen opleidingen en trainingen en de operationele eenheden.

BELEIDSARTIKEL 03 KONINKLIJKE LUCHTMACHT

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor de Koninklijke luchtmacht geoperationaliseerd in een gereedheidsmatrix van inzetbare eenheden en in veranderdoelstellingen. Uit de in de begroting 2002 opgenomen matrix blijkt hoeveel eenheden (kwantiteit) binnen welke termijn (reactietijd) beschikbaar zouden moeten zijn. Uitgangspunt daarbij is binnen de aangegeven reactietijd steeds de gereedheid te leveren benodigd voor het gehele geweldsspectrum (kwaliteit). Een operationele eenheid is inzetbaar wanneer aan een aantal minimumeisen op het gebied van personeel, materieel en mate van geoefendheid wordt voldaan.

Begroting 2002
  HRFFLR/LTBF*
Gereedheidstermijn Type eenheidTotaalDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp lange termijn inzetbaar
▵ Squadron Jachtvliegtuigen633 
▵ Squadron Gevechtshelikopters2 2 
▵ Squadron Transporthelikopters2 2 
▵ Squadron Light Utility Helikopters1  1
▵ Squadron Lutra tankervliegtuigen11  
▵ Triad squadron4211
▵ Air Operations Control Station11  

* HRF= High Readiness Forces, FLR= Forces of Lower Readiness, LTBF= Long Term Build-up Forces

Resultaten 2002

Algemeen

De inzet voor vredesoperaties, de beperkte materiële gereedheid en de als gevolg hiervan beperkte realisatie van het oefenprogramma hebben duidelijk invloed gehad op de realisatie van de gereedheidsmatrix. Hierna wordt per type eenheid ingegaan op de oorzaken van de beperkte inzetbaarheid en de getroffen maatregelen.

Squadron Jachtvliegtuigen

Twee van de drie «direct inzetbare» eenheden waren met name door een tekort aan precisiewapens en een tekort aan geoefende vliegers beperkt inzetbaar. Het tekort aan precisiewapens is in 2001 ontstaan tijdens de operatie Allied Force en zal naar verwachting begin 2004 worden weggewerkt. Het tekort aan geoefende vliegers is gedurende 2002 weliswaar afgenomen maar zal naar verwachting ook in 2003 wegens inzet en het soort uit te voeren missies niet geheel kunnen worden weggewerkt. De «op korte termijn inzetbare» eenheden waren door problemen in de materiële gereedheid (tekort aan reservedelen) beschikbaar met beperkingen. Inmiddels zijn activiteiten ingezet om de materiële gereedheid voor het noodzakelijke trainingsprogramma te verhogen.

Squadron Gevechtshelikopters

De twee squadrons gevechtshelikopters waren met uitzondering van een deel van één squadron (2 van de 3 vluchten) volledig inzetbaar. De beperkte inzetbaarheid werd veroorzaakt door de beperkte materiële gereedheid en het als gevolg daarvan niet realiseren van het oefenprogramma. Door aanpassingen in de logistieke keten (onderhoudsproces) is verbetering van de materiële gereedheid inmiddels zichtbaar. Naar verwachting zijn beide squadrons eind 2003 volledig inzetbaar.

Squadron Transporthelikopters

De inzetbaarheid van de squadrons transporthelikopters is beperkt vanwege de lage materiële gereedheid, de operationele inzet en de negatieve invloed hiervan op de realisatie van het reguliere oefenprogramma met onder andere de Koninklijke landmacht. De geoefendheid is hierdoor gedurende het jaar afgenomen. Tevens is er gedurende het grootste deel van het jaar een tekort aan vliegers geweest, dat nu overigens nagenoeg is opgelost. Inmiddels is een aantal maatregelen genomen zoals de aankoop van extra reservedelen en uitbesteding van fase-inspecties om de materiële inzetbaarheid te verbeteren.

Squadron Light Utility Helicopters

De inzetbaarheid van de Bölkow was gedurende 2002 ernstig beperkt vanwege problemen op het gebied van materiële gereedheid (tekorten aan reservedelen, scheurvorming). Het squadron was daarom in het vierde kwartaal niet meer inzetbaar voor haar operationele taak.

Als uitvoeringsmaatregel van het Strategisch Akkoord is de Bölkow vervroegd buiten dienst gesteld. Inmiddels is op 13 januari 2003 het 299 Squadron opgeheven.

Squadron Lutra en tankervliegtuigen

Mede als gevolg van de uitzendingen en het feit dat één KDC-10 een omvangrijke onderhoudsbeurt heeft ondergaan, is het in 2002 regelmatig noodzakelijk gebleken om LUTRA-capaciteit van MOU-partners aan te spreken, dan wel vluchten via Air Transport and Air Refuelling Exchange of Service (ATARES) uit te laten voeren. Hierdoor is met name de aanspraak op ATARES hoger dan wenselijk. Om de balans te herstellen zal de Koninklijke luchtmacht in 2003 minimaal 300 uur voor ATARES partners moeten vliegen.

Triad Squadron

Vanwege de realisatie van een modificatieprogramma zijn de op korte en lange termijn inzetbare squadrons gedurende 2002 niet inzetbaar geweest. Daarnaast was een van de direct inzetbare squadrons met name door het grote aantal vacatures beperkt inzetbaar. Inmiddels voldoen de squadrons weer aan de eisen van inzetbaarheid.

Air Operations Control Station

Het operationele personeel voor de gevechtsleiding is beperkt gekwalificeerd doordat het interim onderkomen beperkingen oplegt aan een aantal noodzakelijke trainingen. Het personeelstekort bij de luchtverkeersbeveiliging blijft groot. Desondanks zijn de bewaking van de integriteit van het Nederlands luchtruim en de uitvoering van de primaire verkeersleidingstaken gegarandeerd. Naar verwachting zal het personeelstekort ook in 2003 door de aanzuigende werking vanuit de civiele verkeersleidingsinstanties niet geheel kunnen worden weggewerkt.

Veranderdoelstellingen

De veranderdoelstellingen van de Koninklijke luchtmacht leiden tot een versterking van het vermogen haar taken uit te voeren in samenwerking met andere krijgsmachtdelen en in samenwerking met andere luchtmachten. De doelstellingen met betrekking tot materieelprojecten worden toegelicht bij de investeringen.

 
Veranderdoelstellingen Resultaten 2002
Verbetering van de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van Reaction Force (RF)-squadrons. Het 313 squadron is omgevormd tot een Main Defence Force squadron en eind 2002 operationeel aangeboden aan de Navo. Hiermee is de veranderdoelstelling gerealiseerd.
   
Versterking van de inzetbaarheid en voortzettingsvermogen Tactische Helikopter Groep (THG). Met het vaststellen van het voorlopig plan THGKlu krijgt de geplande uitbreiding van de THG met 300 functies tussen 2001–2003 inmiddels gestalte. Hoewel realisatie van de OGS door de uitzending van helikopters wordt bemoeilijkt zal naar verwachting na afronding van de oefening Gainfull Sword 2003 de Operationele Gereedheidsstatus (OGS) in 2003 worden bereikt.
   
Vergroting van de doelmatigheid door integratie van opleidingen in een operationeel squadron De integratie van het opleidingssquadron van de Groep Geleide Wapens in één van de vier operationele squadrons is gerealiseerd.
   
Concentratie van de grondgebonden luchtverdediging op luchtmachtbasis De Peel De werkgroep Joint Air Defence School (JADS) ontwikkelt een bedrijfsvoeringsmodel aan de hand waarvan een organisatievoorstel (voor de JADS) wordt gedaan. Vanaf 1 juni 2002 is de voorbereiding en implementatie van de Kernstaf JADC (Joint Air Defence Center) in gang gezet. De landmachteenheden gaan vanaf 2005 verhuizen naar De Peel.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen970 8131 139 7471 093 6351 608 1652 014 2591 539 212475 047
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Tactische luchtmacht322 906331 586407 533431 516447 681410 01937 662
Decentrale Ondersteunende Eenheden157 635164 592169 055    
Logistiek Centrum Klu   104 362139 026115 61823 408
Koninklijke Militaire School Luchtmacht   73 33487 14973 21913 930
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten382 680375 356353 023380 050351 796342 7019 095
Wachtgelden en inactiviteitswedden12 49712 18411 24413 05011 949011 949
Totaal Apparaatsuitgaven875 718883 718940 8551 002 3121 037 601941 55796 044
Investeringen       
Vliegtuigmaterieel (incl. F-16)239 045162 38151 66762 172171 82537 721134 104
Vervoermiddelen16 5606 5965 86618 0209 17320 760– 11 587
Elektrisch en elektronisch materieel54 05273 89157 97951 89344 12067 695– 23 575
Bewapeningsmaterieel19 39813 98719 78814 1967 21611 198– 3 982
Springstoffen en munitie18 22313 7412 9405431 4873 217– 1 730
Overig materieel11 390– 2 6516 46212 1469 06313 015– 3 952
Infrastructuur93 80769 56471 03375 00961 21970 971– 9 752
Luchtmobiele brigade150 873154 089156 599138 02294 404149 855– 55 451
Totaal Investeringen603 348491 598372 334372001398 507374 43224 075
Totaal uitgaven1 479 0661 375 3161 313 1891 374 3131 436 1081 315 989120 119
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten34 85149 68572 91637 68339 23538 0971 138

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Loonbijstelling38 716
SDD-bijdrage EZ/Industrie48 000
Prijsbijstelling8 603
Bijdrage project MILSATCOM– 4 258
Overheveling wachtgelden11 949
Beleidsmatige verschillen 
Aanpassing burgerpersoneel5 844
Aanpassing militair personeel2 159
Inhuur personeel boven-formatief10 682
Ontvlechting wervingsbudgetten7 503
Opleidingen helikoptervliegers8 088
Onderhoud wapensystemen11 842
Aanpassing infrastructuur– 8 148
Vrijval restant NAFIN– 15 990
Bijdrage NLR2 000
Actieve en passieve grondverdediging– 21 207
F-16 MLU– 9 847
Vervanging F-16697 027
Herfasering Luchtmobiele Brigade– 22 651
Link 16– 29 473
Patriot Pac III– 127 830
F-16 luchtverkenning– 29 557
F-16 verbetering lucht-grond bewapening– 80 138
Nachtzicht en laserdoelaanstralingsapparatuur– 14 080
Aanpassing bestelmomenten overige investeringen– 14 187
Totaal verschillen475 047
Bedragen x € 1 000
Verschillen in uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Technische verschillen   
Loonbijstelling38 716 38 716
SDD-bijdrage EZ/Industrie 48 00048 000
Prijsbijstelling3 6035 0008 603
Overheveling wachtgelden11 949 11 949
Beleidsmatige verschillen   
Aanpassen burgerpersoneel5 764 5 764
Aanpassen militair personeel2 159 2 159
Inhuur personeel boven-formatief10 682 10 682
Ontvlechting wervingsbudgetten7 503 7 503
Onderhoud wapensystemen14 823 14 823
Vliegtuigbrandstoffen– 12 564 – 12 564
Onderhoud infra9 999 9 999
Aanpassing infrastructuur – 11 683– 11 683
Vrijval restant NAFIN – 15 990– 15 990
F-16 MLU 3 0973 097
Vervanging F-16 50 19650 196
Tranpsorthelikopters zelfbescherming 9 3029 302
Herfasering Luchtmobiele Brigade – 55 451– 55 451
Link 16 4 0004 000
Patriot Pac III – 4 855– 4 855
Bijdrage NLR 20002000
Aanpassing kasritme overige exploitatie3 410 3 410
Aanpassing kasritme overige investeringen – 9 541– 9 541
Totaal verschillen96 04424 075120 119

Toelichting technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

SDD-bijdrage EZ/industrie

Teneinde de financiering van de SDD-fase JSF mogelijk te maken is een deel van de hiermee gemoeid gaande uitgaven, welke niet in de begroting waren opgenomen, gefinancierd door het ministerie van Economische Zaken en de Nederlandse industrie.

Prijsbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in prijspeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de prijsbijstelling worden gecompenseerd.

Bijdrage in MILSATCOM

Het project MILSATCOM wordt door de Koninklijke marine ook uitgevoerd ten behoeve van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht. Dit betekent dat de uitgaven die voor deze krijgsmachtdelen in dit kader moeten worden verricht, en welke geraamd waren bij deze krijgsmachtdelen, alsnog ten laste van het artikel «Koninklijke marine» worden verantwoord.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de diverse defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Aanpassen burger- en militair personeel

Rekeninghoudend met de verwerking van de algemene salarismaatregelen is daarnaast de raming beïnvloedt door de aangepaste (hogere) begrotingssterkte.

Inhuur personeel boven-formatief

Om de diverse knelpunten binnen de bedrijfsvoering op te vangen is extra personeel ingehuurd. Het betreft hier met name de inhuur van technisch personeel.

Ontvlechting wervingsbudgetten

Met ingang van 2002 zijn de diverse defensieorganisaties weer volledig verantwoordelijk voor het proces van personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie). Daarom zijn de wervingsbudgetten vanuit Dico/DWS weer aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Opleidingen helikoptervliegers

Op grond van de planning van de helikopteropleidingen is het aangaan van contracten in de tijd bijgesteld.

Onderhoud wapensystemen

Dit betreft onderhoud voor alle wapensystemen. Voor de jachtvliegtuigen, luchttransport en geleide wapens zijn de contracten zowel in volume als tijd bijgesteld. Daarnaast zijn reparaties, die in de VS worden uitgevoerd, duurder geworden.

Vliegtuigbrandstoffen

Het verbruik van vliegtuigbrandstof is gebaseerd op het aantal geplande vlieguren. Aangezien de realisatie van de vlieguren, mede als gevolg van de problemen in de materiële gereedheid, achter zijn gebleven bij de geraamde aantallen is minder brandstof nodig geweest.

Onderhoud en aanpassing infrastructuur

De budgetten voor de investeringen zijn neerwaarts aangepast aan de verwervingscapaciteit en de bijgestelde behoefte. Daarnaast is als gevolg van het nog niet beschikbaar zijn van de uitkomsten van de studie «Motorenonderhoud» en de Strategische toekomstvisie van het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht deze behoeftestelling uitgesteld. Mede als gevolg hiervan zijn wel de uitgaven voor het uitvoeren van het noodzakelijke onderhoud gestegen.

Vrijval restant Nafin

Dit defensieproject is door de Koninklijke luchtmacht uitgevoerd. Na afronding van het project is het resterende budget terugbetaald aan de defensieonderdelen.

Project F-16 MLU

Het project F-16 MLU wordt conform planning in april 2003 afgerond. De uitkomsten van de aansluitend uit te voeren projectevaluatie worden eind 2003 met een DMP-E document aangeboden. De afwijkingen in de realisatie van de verplichtingen (– € 9,8 miljoen) en uitgaven hangen samen met de afronding van het project.

Vervanging F-16

Door de onzekerheid met betrekking tot het afsluiten van het contract inzake de SDD-fase van de JSF zijn in de begroting 2002 geen bedragen voor verplichtingen en uitgaven opgenomen. Dit geldt specifiek voor de SDD-fase. Na het afsluiten van de MoU in juni 2002 zijn de verplichtingen vastgelegd en is voor de uitgaven een betaalschema overeengekomen. De gerealiseerde budgetten voor zowel de verplichtingen als de uitgaven zijn dan ook conform de businesscase en de in 2002 afgesloten MoU inzake de SDD-fase van de JSF.

Transporthelikopters zelfbescherming

Door vertragingen in de betalingen in 2001 is het uitgavenbudget in 2002 toegenomen.

Herfasering Luchtmobiele Brigade

De minderuitgaven zijn een gevolg van het feit dat er een aantal gevechtshelikopters nog niet in Nederland is afgeleverd, maar voor opleidingsdoeleinden in de VS gestationeerd blijft. Hierdoor verschuiven de voor 2002 geplande betalingen voor invoerrechten en BTW naar een later moment. Daarnaast is een positief koersverschil geboekt als gevolg van aanwending van termijndollars.

Project LINK 16

Na de A-fase is dit project gesplitst in twee deelprojecten: verwerving modificatiepakketten (verkeert momenteel in de realisatiefase) en verwerving terminals (verkeert momenteel in de B/C/D-fase). De inbouw van de modificatiepakketten wordt gecombineerd met het Pacer Amstel instandhoudingsprogramma. Door vertragingen in de betalingen in 2001 zijn de uitgaven in 2002 hoger dan gepland. Doordat het traject voor de verwerving van de terminals nog niet is afgerond, zijn de verplichtingen lager dan geraamd (€ 29,5 miljoen).

Project Patriot PAC-III

Er was voorzien om de Patriot-systemen aan te vullen met PAC-III raketten en extra lanceerinrichtingen om de bescherming tegen tactisch ballistische raketten, kruisraketten en laagvliegende doelen te verbeteren. In afwachting van definitieve besluitvorming in het project «Vervanging HAWK» is het project Patriot PAC-III tijdelijk aangehouden. Hierdoor zijn de voorziene verplichtingen van € 127,8 miljoen en de uitgaven van € 4,9 miljoen niet gerealiseerd.

F-16 Luchtverkenning

De projectfases B en C zijn nog niet afgerond waardoor de voorziene verplichting in 2002 niet is gerealiseerd (– € 29,5 miljoen).

Project verbetering Lucht-grond Bewapening

Dit betreft een deelproject (fase 1) van het aanschaffen van GPS- en lasergeleide wapens alsmede 20 mm patronen. De brief over de afronding van de behoeftestellingsfase is op 25 februari 2003 aan de Kamer aangeboden. De in 2002 voorziene verplichting van € 80,1 miljoen is hierdoor niet gerealiseerd.

Nachtzicht- en Laserdoelaanstralingsapparatuur

De levering van de laserdoelaanstralingsapparatuur is inmiddels voltooid. Nog één van de 20 nachtzichtpods dient te worden gemodificeerd. De lagere realisatie van de verplichtingen (€ 14,1 miljoen) is veroorzaakt door opname van onjuiste getallen in de ontwerpbegroting.

Bijdrage Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR)

Door diverse (financiële) oorzaken is de continuïteit van het NLR in gevaar gekomen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft als penvoerend ministerie in overleg met de ministeries van Defensie, Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, besloten om het NLR een éénmalige overheidssteun te geven. In dit overleg is bepaald dat het ministerie van Defensie een bedrag van € 2 miljoen voor haar rekening neemt dat vervolgens geheel ten laste van de Koninklijke luchtmacht (als meest belanghebbende beleidsterrein) is gebracht.

Actieve en passieve grondverdediging

Het betreft hier enkele (deel)projecten die neerwaarts zijn bijgesteld als gevolg van vertraging in het wervingstraject. Hierdoor zijn de geplande fondsen in de tijd verschoven naar een later bestelmoment.

Overige aanpassingen exploitatie

Dit hogere bedrag wordt met name veroorzaakt doordat de werving boven verwachting is gerealiseerd waardoor de uitgaven hoger zijn uitgevallen. Daarnaast zijn (rechtspositionele) uitgaven die persoonsgebonden zijn enigszins hoger uitgevallen. Hiertegenover staat dat de jachtvliegopleidingen nu voor een deel in Nederland wordt verzorgd in plaats van de (duurdere) opleidingen in de Verenigde Staten.

Overige aanpassingen investeringen

Als gevolg van diverse omstandigheden zijn er wijzigingen in de fasering van diverse projecten opgetreden, waardoor de bestelmomenten en het kasritme zijn aangepast. Het betreft hier een aantal kleinere projecten waarvan de uitgaven zijn bijgesteld. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de volgende projecten:

Vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen

Vertraging in het project van enkele maanden heeft geleid tot een lagere realisatie van de uitgaven. De vertraging heeft geen operationele consequenties.

Landingsapparatuur (ILS)

Sinds februari 2002 bevindt dit project zich in de realisatiefase. Door onder andere bouwvergunningsprocedures heeft het project enige vertraging opgelopen. Hierdoor is de in eerste aanleg voor 2001 geraamde verplichting gerealiseerd in 2002 en zijn betalingen niet geheel gerealiseerd. De opgelopen vertraging heeft geen gevolgen voor de oplevering.

Koninklijke Luchtmacht Implementatie Middenlaag (KLuIM)

Het project is afgerond; op 1 april 2002 is het projectteam KLuIM opgeheven. De afwijking in de realisatie van de verplichtingen en uitgaven betreft de vrijval in verband met de voltooiing van het project.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse verschillen1 138
Totaal verschillen1 138

De per saldo hogere ontvangsten ten opzichte van de ontwerpbegroting is met name het gevolg van extra ontvangsten die via het WWRS (World Wide Warehouse) zijn gerealiseerd.

Activiteiten

De Koninklijke luchtmacht beschikt voor het realiseren van bovenstaande doelstellingen over de volgende organisatiestructuur:kst-28880-22-5.gif

Tactische Luchtmacht (TL)

Het ressort TL levert de operationele prestatie van de Koninklijke luchtmacht in de vorm van operationeel inzetbare eenheden. De exploitatie-uitgaven in verband met de vlieguren voor vredesoperaties zijn, voor zover deze binnen het vastgestelde activiteitenplan zijn gerealiseerd, ten laste gebracht van het beleidsartikel 03 «Koninklijke luchtmacht». De additionele uitgaven, als gevolg van de overschrijding van het activiteitenplan door vredesoperaties zijn ten laste gebracht van beleidsartikel 09 «Vredesoperaties».

Jachtvliegtuigen

Prestatiegegevens jachtvliegtuigen
 Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Vlieguren19 15520 660122 0002– 1 340

1Hiervan zijn ten behoeve van uitvoering vredesoperaties in 2002 1 363 vlieguren gerealiseerd (zie ook beleidsartikel 09). De Koninklijke luchtmacht heeft € 4 miljoen exploitatie-uitgaven in verband met de uitvoering vredesoperaties doorbelast. Deze doorbelasting heeft plaatsgevonden op basis van de tussentijds aangepaste geplande uren van 20 000 (activiteitenplan) en niet de oorspronkelijk geplande uren zoals opgenomen in de oorspronkelijke begroting.

2Het activiteitenniveau in 2002 was tijdelijk verlaagd naar 20 000 uur om de personele en materiële inzetbaarheid te kunnen verbeteren.

Het trainingsprogramma kon vanwege beperkingen in de materiële gereedheid nog niet geheel worden gerealiseerd. Ingezette activiteiten om de materiële gereedheid voor het noodzakelijke trainingsprogramma te verhogen werpen hun vruchten nog niet voldoende af. De inspanningen die worden gedaan om de hoge materiële gereedheid voor de operatie Enduring Freedom te leveren zijn hier mede debet aan.

Het aantal geoefende vliegers is in 2002 geëindigd op 101 vliegers, 19 lager dan de norm van 120. Door deelname aan hoog gekwalificeerde oefeningen is het aantal geoefende vliegers in 2002 wel gestegen van 75 naar 101. Door deelname aan Operatie Enduring Freedom, waar vanwege het soort uit te voeren missies niet de vereiste getraindheid kan worden onderhouden, zullen naar alle waarschijnlijkheid ook eind 2003 onvoldoende geoefende vliegers ter beschikking zijn om de gewenste inzetbaarheid te kunnen behalen.

Helikopters

 
Prestatiegegevens helikoptersMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
GevechtshelikoptersVlieguren1 9133 29614 600– 1 304
TransporthelikoptersVlieguren4 7354 69226 850– 2 158
LUH-helikopters (Bölkow+Alouette)Vlieguren2 9412 8013 400599
SAR-helikoptersVlieguren8917021 050– 348

1Inclusief 483 uur (van de geplande 500 uur) voor opleiding en training te Fort Hood/V.S.

2Hiervan zijn ten behoeve van uitvoering vredesoperaties in 2002 1 446 vlieguren gerealiseerd (zie ook beleidsartikel 09).

Het oefenprogramma van de gevechtshelikopters is vanwege problemen met materiële gereedheid niet geheel gerealiseerd. In de laatste maanden van 2002 zijn de eerste vervolgopleidingen en trainingen in Fort Hood, VS gegeven. Daartoe zijn acht Nederlandse Apaches in Fort Hood gestationeerd. Dit zal de komende jaren worden gecontinueerd waardoor de geoefendheid van de Apache-squadrons op een efficiënte wijze wordt ondersteund.

Bij de transporthelikopters heeft de lage materiële gereedheid, als gevolg van onder meer de reservedelenproblematiek, in combinatie met de operationele inzet, een negatieve invloed op de vliegurenrealisatie ten behoeve van het reguliere oefenprogramma met onder andere de Koninklijke landmacht. Inmiddels is een aantal maatregelen genomen om de situatie te verbeteren (verwerving extra reservedelen en uitbesteding van enkele fase-inspecties).

De in oktober 2002 in Nederland gehouden 11 Air Manoeuvre Brigade oefening Dutch Falcon heeft, net als de oefening Falcon Spring in april 2002, opnieuw geleid tot een grote vooruitgang op weg naar het vereiste niveau voor operationele gereedheidsstatus (OGS) 2003. Aan deze oefening werd met transport- en gevechtshelikopters van de Koninklijke luchtmacht deelgenomen. Met name zijn enkele missies met meerdere helikopters tegelijk en met verschillende typen helikopters succesvol uitgevoerd.

De beperkingen in de materiële gereedheid van de Bölkow-helikopters hebben geleid tot een onderrealisatie in de vlieguren. Vanaf oktober 2002 waren, door scheurvorming, operaties met de Bölkow opgeschort. Ten gevolge van het Strategisch Akkoord werd besloten de Bölkow vervroegd uit te faseren. Inmiddels is het 299 squadron op 13 januari 2003 formeel opgeheven. Op verzoek en ter ondersteuning van de Koninklijke landmacht, in het kader van het opwerken naar OGS 2003, zullen vijf inmiddels gerepareerde Bölkow-helikopters tot en met OGS 2003 (oktober 2003) in de lucht worden gehouden. De verwachting is dat er in 2003 ten behoeve van OGS 2003 nog ongeveer 800 vlieguren gemaakt worden door deze Bölkows.

De inzet van de SAR-helikopters is minder dan geraamd vanwege technische problemen bij de uitvoering van het groot onderhoud.

Luchttransport

Prestatiegegevens Luchttransport
 Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Vlieguren5 9606 95118 000– 1 049

1Ten behoeve van uitvoering vredesoperaties in 2002 zijn 3 208 vlieguren gerealiseerd (zie ook beleidsartikel 09).

In de begroting wordt het maximaal aantal vlieguren opgenomen op basis van het aantal beschikbare vliegtuigen en bemanningen. De afwijking ten opzichte van de begroting 2002 is met name te wijten aan de lagere inzet van de Fokker 60, de Fokker 50 en de Gulfstream.

In 2002 zijn diverse uitzendingen succesvol ondersteund. In de periode eind maart tot en met eind september 2002 is een C-130 detachement in Deens, Nederlands en Noors verband uitgezonden naar Manas. Vanaf eind september 2002 is een KDC-10 detachement uitgezonden ter ondersteuning van het F-16 detachement. Laatstgenoemde uitzending loopt op dit moment nog steeds (tot 1 april 2003). Deze twee uitzendingen werden tegelijkertijd succesvol gerealiseerd en inmiddels wordt een derde uitzending uitgevoerd. Mede als gevolg van de drie uitzendingen en het feit dat één KDC-10 een omvangrijke onderhoudsbeurt heeft ondergaan, is het in 2002 regelmatig noodzakelijk gebleken om LUTRA-capaciteit van MoU-partners aan te spreken, dan wel vluchten via ATARES (Air Transport and Air Refuelling Exchange of Service) uit te laten voeren.

Groep Geleide Wapens (GGW)

De GGW heeft het geplande oefenprogramma met goede resultaten kunnen realiseren. Het oefenprogramma omvatte deelname aan Dynamic Mix in Spanje, een (internationaal geëvalueerde) Tactical Firing Evaluation te Kreta en een internationale missile defense oefening. In november is de succesvolle alarmeringsoefening Desert Arrow gehouden, waarbij daadwerkelijk werd opgewerkt naar een Ready To Move configuratie.

Air Operations Control Station (AOCS) Nieuw Milligen

Naar aanleiding van de aanslagen op 11 september 2001 is een nieuwe bevelstructuur opgesteld voor het gebruik van geweld tegen een niet-militaire dreiging. De extra werklast die hierdoor is ontstaan, kan met het huidige personeelsbestand tijdelijk worden opgevangen. De definitieve oplossing moet echter komen uit een permanente personeelsuitbreiding van het AOCS. De centralisatie van de naderingsverkeersleiding op het AOCS is inmiddels in gang gezet. Afronding van dit project vindt in 2004 plaats. Desondanks blijft het personeelstekort bij de verkeersleiding groot en kunnen slechts de primaire taken worden uitgevoerd.

Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht (LCKLu)

 
Prestatiegegevens LCKLuMeeteenheidAfnemerRealisatie 20011Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
Projecten en fase onderhoud      
Pacer WindmillAantalF-16 844
FACE stand aloneAantalF-16 532
LTF Pacer AmstelAantalF-16  1– 1
LTF M3AantalF-16  1– 1
Pacer AmstelAantalF-16  4– 4
F-100 Motormodule onderhoudAantalF-16 181181 
Fase inspectiesAantalPC-7 2127– 6
AHRS en mode SAantalPC-7  13– 13
Fase inspectiesAantalChinook 44 
EZBAantalChinook 34– 1
HF-radioAantalChinook  1– 1
Thomson-radioAantalChinook  4– 4
HUMSAantalChinook  6– 6
Fase inspectiesAantalCougar 35– 2
EZBAantalCougar  2– 2
HF-radioAantalCougar  2– 2
Fase-inspectiesAantalBO-105 57– 2
LMK launcherAantalHAWK 18171
       
Groothandel      
Kringloop artikelenServicegraadF-16 66%75%– 9%
Kringloop artikelenServicegraadHeli's 54%60%– 6%
Kringloop artikelen overige systemenServicegraad  63%60%3%
HerbevoorradingServicegraadF-16 89%85%4%
HerbevoorradingServicegraadHeli's 81%75%6%
Herbevoorrading overige systemenServicegraad  88%75%13%

1De realisatiegegevens 2001 zijn niet beschikbaar vanwege een andere wijze van registreren

Projecten en faseonderhoud

F-16

De afwijkingen bij de projecten worden met name veroorzaakt door onjuiste ramingen over 2002. Bij het project Pacer Amstel is een aantal proefmodificaties uitgevoerd, waarbij scheurvorming is geconstateerd. Hierdoor heeft het project vertraging opgelopen.

PC-7

In 2002 was, vanwege een onderrealisatie in de vlieguren, het aanbod voor inspecties lager dan verwacht. De eerste PC-7 modificatie AHRS en Mode S is vertraagd en wordt in april 2003 door de fabrikant gerealiseerd. De overige modificaties staan vanaf augustus 2003 gepland om te worden uitgevoerd door het LCKLu.

Chinook

Door problemen met de leverancier hebben de modificatieprojecten HUMS en HF-radio 2 vertraging opgelopen en heeft een verschuiving plaatsgevonden naar 2003. De problemen zijn inmiddels opgelost en de modificatie wordt uiterlijk 2004 afgerond.

Vanwege het later starten van de proefmodificatie zijn bij het EZB-project drie in plaats van vier stuks gerealiseerd.

Cougar

De onderrealisatie van de fase-inspecties wordt veroorzaakt door een tekort aan reservedelen waardoor langere doorlooptijden zijn ontstaan voor de inspecties.

Bölkow

Onderrealisatie bij de fase-inspecties Bölkow heeft plaatsgevonden door een tekort aan reservedelen en onverwacht correctief onderhoud.

Servicegraad kringloopartikelen/herbevoorrading

F-16

Met name door de stijging van de aanvragen vanwege de inzet in Manas en de Operationele Evaluatie van Vliegbasis Twenthe is de servicegraad niet gehaald. Om verbeteringen te realiseren is een speciale werkgroep ingesteld.

Helikopters

De lage servicegraad wordt verklaard doordat voor een aantal items nog geen contracten zijn gesloten (Chinook) respectievelijk door een aantal onverwachte nieuwe logistieke knelpunten (Cougar). Naar verwachting worden contracten in 2003 afgesloten. De logistieke knelpunten vormen onderwerp van onderzoek door de werkgroep.

De servicegraad voor repairables (Bölkow) vertoont vanaf oktober 2002 een dalende tendens vanwege het stopzetten van de uitbestedingsactiviteiten begin oktober in verband met het Strategisch Akkoord.

Koninklijke Militaire School Luchtmacht

 
Prestatiegegevens opleidingenMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
Initiële opleidingenLLCW11 25011 19912 000– 801
Initiële vliegopleidingLLVU3 6053 1954 500– 1 305
Overige opleidingLLCW11 3562 753*13 000– 3 247*

LLCW = leerling cursus weken, LLVU = leerling vlieguren

* In deze aantallen zijn de door andere cursus verzorgende instanties dan de KMSL verzorgde LLCW niet meegenomen.

De realisatie van de initiële opleidingen ligt lager dan geraamd doordat de daadwerkelijke instroom achter is gebleven bij de planning.

In de begroting 2002 zijn in de begrote uren voor initiële vliegopleiding (4500) tevens de uren van de instructeurs verwerkt die nodig zijn om hun eigen vaardigheid op peil te houden. Deze uren voor instructeurs zijn volledig gerealiseerd. Van de begrote opleidingsuren (3251) zijn er 3195 gerealiseerd.

Voor de overige opleidingen geldt dat voor de KMSL 6000 leerlingcursusweken was begroot. De realisatie hiervan is met 3250 leerlingcursusweken achtergebleven. Dit werd voor een deel veroorzaakt door een lager cursistenaanbod ten opzichte van de initiële vraag. Inmiddels zijn maatregelen genomen om de vraag naar en het aanbod van cursussen beter te reguleren om zodoende te komen tot een beter realisatiepercentage. Een groot aantal (7000) leerlingcursusweken wordt door andere instanties dan het KMSL verzorgd. De informatiesystemen zijn echter nog niet zodanig ingericht dat éénduidig over de realisatie van deze leerlingcursusweken kan worden gerapporteerd. Inmiddels worden de systemen zodanig ingericht dat deze informatie in 2003 wel kan worden aangeleverd.

Investeringen

Project F-16 MLU (Mid Life Update)-ontwikkeling, productie en inbouw

 
DoelstellingVerlenging operationele levensduur F-16 tot 2010 op het gebied van avionica en gebruik van moderne wapens 
Projectomvang€ 824 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
ActiviteitenDMP-D    
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)– 80 84748 64817 567 182
Uitgaven (x € 1000)183 215114 32717 56711 77911 099

Het project F-16 MLU wordt conform planning in april 2003 afgerond. De uitkomsten van de aansluitend uit te voeren projectevaluatie worden eind 2003 met een DMP-E document aangeboden. De afwijkingen in de realisatie van de verplichtingen (– € 9,8 miljoen) en van de uitgaven hangen samen met de beëindiging van het project.

Project F-16 Nachtzicht- en laserdoelaanstralingsapparatuur

 
DoelstellingVerbetering inzetbaarheid F-16 vliegtuigen in aanvulling op MLU-programma door aanschaf nachtzichtapparatuur en laserdoelaanstralingsapparatuur. 
Projectomvang€ 121,1 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten DMP-D2   
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)99418 14916 921592220
Uitgaven (x € 1000)32 59637 22116 92114 80214 054

De levering van de laserdoelaanstralingsapparatuur is inmiddels voltooid. Nog één van de 20 nachtzichtpods dient te worden gemodificeerd. De lagere realisatie van de verplichtingen (€ 14,1 miljoen) is veroorzaakt door het abusievelijk opnemen van dit bedrag in de ontwerpbegroting.

Project Transporthelikopters zelfbescherming

 
DoelstellingOm inzet van transporthelikopters in het gehele gewelds- en dreigingspectrum mogelijk te maken worden deze voorzien van elektronische zelfbescherming 
Projectomvang€ 42,0 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten   DMP-AAfrondingsfase
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)1 2556 02870330 242470
Uitgaven (x € 1000) 7 2846 11711 30718 779

Conform de Defensienota 2000 dient het project in 2004 te zijn afgerond. De eerder gerapporteerde problemen met Eurocopter op het gebied van het testen en certificeren, worden momenteel in onderling overleg opgelost; de laatste helikopter (Cougar) zal medio 2004 gemodificeerd zijn. De afwijking in de realisatie van de uitgaven (€ 9,8 miljoen) wordt veroorzaakt door de vertraging in de betalingen 2001.

Project Vervanging F-16

 
DoelstellingTijdig voorzien in adequate vervanging van de F-16 vliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht 
Projectomvang€ 745,0 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    DMP-B/C
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)    745 027
Uitgaven (x € 1000)    98 196

Dit project betreft de vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen vanaf 2010. Op 4 juni 2002 heeft een Kamermeerderheid ingestemd met deelname aan de System Development and Demonstration fase (level 2) van het Joint Strike Fighter project. Vervolgens zijn op 5 juni de Medefinancieringsovereenkomst met de Nederlandse industrie en het Memorandum Of Understanding met de Amerikaanse overheid getekend.

Project Apache 64 D generieke capaciteitsverbeteringen

Met de Defensienota 2000 is het besluit genomen om de operationele capaciteiten van de gevechtshelikopters te verbeteren. De verbetering betreft zelfbescherming, Second Generation Forward Looking Infra Red Systemen en de Longbow-radar. Momenteel wordt de behoefte aan Pilot Night Vision System (PNVS) en een Target Acquisition and Designation System (TADS) nader beschouwd. Afronding van de behoeftestellingsfase van dit project is nu voorzien in 2003.

Project Unmanned Reconnaissance Aerial Vehicles (URAV's)

Dit project betreft de verwerving van URAV's voor met name tactische luchtverkenning. Door Nederland wordt in samenwerking met Frankrijk via twee sporen invulling gegeven aan het UAV-project. Enerzijds is Defensie voornemens deel te nemen aan een interim MALE UAV-eenheid in Frankrijk voor de duur van drie jaar. Anderzijds is er het traject dat opwerkt naar een binationale URAV-eenheid in 2009, waarvoor het DMP-traject moet worden doorlopen. Naar verwachting wordt de behoeftestellingsfase van dit project in 2003 afgerond.

Project F-16 Missile Approach Warnings System (MAWS)

Voor de bescherming van F-16's tegen infraroodraketten was de aanschaf van MAWS voorzien. Vanwege gewijzigde prioriteiten is dit project stopgezet.

Project F-16 Aanvulling bewapening

Tijdens de operatie «Allied Force» zijn lucht-grondwapens ingezet. De voorraad wapens dient te worden aangevuld. De verwervingsvoorbereiding is afgerond. De wapens worden via de Amerikaanse overheid (FMS-systematiek) aangeschaft.

Project Vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen

 
DoelstellingVervanging van de KLu en KM vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen voor de vliegbases, vliegkampen en de KMSL 
Projectomvang€ 27,2 miljoen (Klu deel € 26 miljoen) 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten DMP-A Contract 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)   20 09778
Uitgaven (x € 1000)   5 43678

Vertraging in het project van enkele maanden, door diverse opstart en technische problemen, heeft geleid tot een lagere realisatie van de uitgaven (€ 5,8 miljoen).

Project F-16 Luchtverkenning (LVS)

 
DoelstellingVervanging huidige technisch en operationeel verouderde luchtverkenningssystemen om aan de operationele (inter)nationale luchtverkenningstaken te kunnen blijven voldoen 
Projectomvang€ 29,7 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)26   75
Uitgaven (x € 1000)14665 3539

De projectfases B en C (voorstudie en studie) vergen meer tijd dan in eerste aanleg was voorzien. Hierdoor is de verplichting in 2002 niet gerealiseerd (– € 29,5 miljoen).

Project LINK 16

 
DoelstellingUitrusting van de F-16 met de Navo-standaard Link-16 datalink-apparatuur ten behoeve van verbetering van de informatie-uitwisseling bij het uitvoeren van operaties 
Projectomvang€ 128 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten  DMP-ADMP B/C/DContract 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)   51 90015 905
Uitgaven (x € 1000)   7 69112003

Na de A-fase is dit project gesplitst in twee deelprojecten: verwerving modificatiepakketten (verkeert momenteel in de realisatiefase) en verwerving terminals (verkeert momenteel in de B/C/D-fase). De inbouw van de modificatiepakketten wordt gecombineerd met het Pacer Amstel instandhoudingsprogramma.

Door vertragingen in de betalingen in 2001 zijn de uitgaven in 2002 hoger dan gepland (€ 4 miljoen). Doordat het traject voor de verwerving van de terminals nog niet is afgerond, zijn de verplichtingen lager dan geraamd (€ 29,5 miljoen).

Project Naderingsapparatuur (MASS)

 
DoelstellingBlijvend zorgdragen voor adequate luchtverkeersleidingscapaciteit door vervanging van de huidige verouderde naderingsapparatuur 
Projectomvang€ 47,2 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
ActiviteitenDMP-A  Contract 
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)  10843 3413 073
Uitgaven (x € 1000)  1082 6217 261

Project Landingsapparatuur (ILS)

 
DoelstellingDe veiligheid tijdens de landing van vliegtuigen onder alle weersomstandigheden kunnen blijven waarborgen door vervanging van de huidige sterk verouderde landingsapparatuur 
Projectomvang€ 12,8 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten DMP-A  Contract
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)    10 217
Uitgaven (x € 1000)    1 127

Sinds februari 2002 bevindt dit project zich in de realisatiefase. Door onder andere bouwvergunningsprocedures heeft het project enige vertraging opgelopen. Hierdoor is de in eerste aanleg voor 2001 geraamde verplichting gerealiseerd in 2002 (€ 6,1 miljoen) en zijn betalingen niet geheel gerealiseerd (– € 7,6 miljoen). De opgelopen vertraging heeft geen gevolgen voor de oplevering.

Project NAFIN

 
DoelstellingRealisatie geïntegreerd telecommunicatienetwerk Defensie 
Projectomvang€ 130,5 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    Afgerond
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)6522 8322 3452 55039
Uitgaven (x € 1000)3 1175 9382 3452 3851 027

Het project «Netherlands Armed Forces Integrated Network» (Nafin) voorziet in een geïntegreerd communicatienetwerk voor de defensieorganisatie. De Koninklijke luchtmacht trad op als «Single Service Manager». Het project is per 1 april 2002 voltooid. De afwijking in de realisatie van de uitgaven (– € 16 miljoen) betreft de vrijval bij voltooiing van het project.

Project Air Command and Control Systems (ACCS)

 
DoelstellingModernisering van de verouderde command- and control- plus meldings- en gevechtsleidingsystemen 
Projectomvang€ 9 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)    81
Uitgaven (x € 1000)    42

Onderdeel van dit project is de realisatie van zowel een statische als een mobiele gevechtsleiding component. Als gevolg van diverse discussies binnen de Navo is een beslissing over de Navo-plannen en de behandeling van de fondsaanvragen uitgesteld en is er vertraging van tenminste zes maanden opgetreden in het project.

Project Koninklijke Luchtmacht Implementatie Middenlaag (KluIM)

 
DoelstellingHerstructurering van de informatievoorziening binnen de Koninklijke luchtmacht 
Projectomvang€ 61,5 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    Afgerond
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)6 63117 56713 4657 276 
Uitgaven (x € 1000)6 95518 37713 46518 378 

Het project is afgerond; op 1 april 2002 is het projectteam KLuIM opgeheven. De afwijking in de realisatie van de verplichtingen (– € 8,5 miljoen) en uitgaven (– € 9,2 miljoen) betreft de vrijval bij voltooiing van het project.

Project F 16 ALQ 131 update

Het project betreft verbetering van de zelfbeschermingscapaciteit van de F-16 door modernisering van de ALQ-131. Het beleid inzake elektronische oorlogsvoering is nog niet definitief vastgesteld. De fase van operationele behoeftestelling wordt naar verwachting in 2003 afgerond.

Project PATRIOT PDB-5/SD-5

 
DoelstellingPatriot modificeren op «configuratie 3» zodat deze geschikt is voor PAC-3 raketten 
Projectomvang€ 64,5 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten    Afgerond
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)11 5434774 2321 734 
Uitgaven (x € 1000)11 3009 17712 9505 3705 150

Dit betreft de modificatie van de Patriot Radar Set om te kunnen opereren met PAC-3 missiles. De modificatie bestaat uit een hardware deel en een software deel. De modificatie alsmede de technische integratie van de systemen in Nederland zijn voltooid.

Project Vervanging HAWK PIP III

De Hawk-systemen van de Koninklijke luchtmacht bereiken vanaf 2005 het einde van hun operationele en technische levensduur. Ter vervanging zullen drie Duitse PATRIOT-systemen worden overgenomen. De overname is evenwel opgeschort in afwachting van een nieuw regeerakkoord. Na aanbieding van de DMP-A/B/C brief in november 2002 bevindt het project (€ 227 miljoen) zich momenteel in de D-fase.

Project Patriot PAC III

Er was voorzien om de Patriot-systemen aan te vullen met PAC-III raketten en extra lanceerinrichtingen teneinde de bescherming tegen tactisch ballistische raketten, kruisraketten en laagvliegende doelen te verbeteren. In afwachting van definitieve besluitvorming in het project «Vervanging HAWK» is het project Patriot PAC-III tijdelijk aangehouden. Hierdoor zijn de voorziene verplichtingen van € 127,8 miljoen en de uitgaven van € 4,9 miljoen niet gerealiseerd.

Project verbetering Lucht-grond bewapening

Dit betreft een deelproject (fase 1) van het aanschaffen van GPS- en lasergeleide wapens alsmede 20 mm patronen. De brief over de afronding van de behoeftestellingsfase is op 25 februari 2003 aan de Kamer aangeboden. De in 2002 voorziene verplichting van € 80,1 miljoen is hierdoor niet gerealiseerd.

Project infrastructuur LCKLu

Dit project betreft het voorzien in vervangende infrastructuur van enkele productie-eenheden van het LCKLu die (ARBO-) technisch zijn afgekeurd.

De fase van behoeftestelling is nog niet afgerond in afwachting van de uitkomsten van de studie «motorenonderhoud» en de Strategische toekomstvisie LCKLu. Hierdoor zijn de in 2002 voorziene verplichtingen en uitgaven (beide € 34,5 miljoen) niet gerealiseerd.

Project Luchtmobiele brigade

 
DoelstellingVorming van een luchtmobiele brigade 
Projectomvang€ 1 488 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1000)53 17857 18820 70032 1965 318
Uitgaven (x € 1000)146 335171 734156 599138 02294 284

De minderuitgaven zijn een gevolg van het feit dat een aantal gevechtshelikopters nog niet in Nederland is afgeleverd, maar voor opleidingsdoeleinden in de VS gestationeerd blijft. Hierdoor verschuiven de voor 2002 geplande betalingen voor invoerrechten en BTW naar een later moment. Daarnaast is een positief koersverschil geboekt als gevolg van aanwending van termijndollars. Hierdoor zijn in totaal verplichtingen voor een bedrag van € 16,6 miljoen en uitgaven voor een bedrag van € 55,6 miljoen niet gerealiseerd.

Groeiparagraaf VBTB

In de groeiparagraaf VBTB was opgenomen dat vooral aandacht zou worden besteed aan een verdere verbetering van de relatie tussen doelstellingen, activiteiten en middelen. Hiertoe is, voor het eerst zichtbaar in de begroting 2003, een verdere uitwerking naar wapensystemen doorgevoerd. Naast de al deels aanwezige opsplitsing bij het ressort Tactische Luchtmacht zijn ook eerste aanzetten gedaan deze toebedeling door te voeren binnen de ressorts Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Militaire School Luchtmacht.

Daarnaast is in 2002 een studie uitgevoerd om de financiële administratie zodanig aan te passen dat het meer dan voorheen mogelijk wordt uitgaven toe te kennen aan een wapensysteem. De uitvoering van de aanbevelingen uit deze studie staat voor 2003 op het programma.

Tot slot is in 2002 door middel van audits en door een studie naar een beter managementinformatiesysteem een stap gezet naar verdere verbetering van de betrouwbaarheid van beleidsinformatie.

BELEIDSARTIKEL 04 KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor de Koninklijke marechaussee vertaald in een aantal operationele beleidsdoelstellingen die zijn onderverdeeld in vijf taakvelden en in veranderdoelstellingen. De beleidskaders van de verschillende gezagsdragers bepalen voor een groot deel de operationele doelstellingen. De doelstellingen vormen daarbij de basis voor de hierna genoemde toelichting per taakveld en de hieraan gerelateerde activiteiten en budgetten.

 
Taakveld Doelstelling
01 Beveiliging «Het handhaven van het veiligheidsniveau overeenkomstig de geldende beveiligingsconcepten, zoals deze zijn bekrachtigd door het bevoegd gezag.»
   
▵ 02 Handhaving vreemdelingenwet «Het uitvoeren van haar wettelijke taken, in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en binnen de met het gezag overeengekomen, of nog overeen te komen, normafspraken.»
   
03 Politietaken Defensie «Het handhaven van de openbare orde op en rondom militaire terreinen, het handhaven van de strafrechtelijke rechtsorde binnen de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen, zowel in Nederland als in internationaal verband, alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.»
   
04 Politietaken Burgerluchtvaartterreinen «Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen nationale luchthavens in overeenstemming met de met het bevoegd gezag gemaakte afspraken, alsmede het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven.»
   
▵ 05 Assistentieverlening, samenwerking en bijstand «Het zorgdragen voor het gereedhouden van het bijstandreservoir alsmede het op verzoek van het bevoegd gezag leveren van personeel, eenheden en materieel voor de samenwerking, bijstand- en assistentieverlening aan de politie.»

Resultaten 2002

Algemeen

De vraag naar door de Koninklijke marechaussee te leveren producten is het afgelopen jaar sterk toegenomen. Dit betrof zowel beveiliging van objecten en personen, de militaire politiedienst in binnen- en buitenland, grensbewaking, het opsporen en verwijderen van illegale immigranten als het vinden van drugskoeriers. Onderstaand wordt toegelicht welke resultaten hierbij zijn gehaald in relatie tot de in de begroting 2002 gepresenteerde doelstellingen.

Beveiliging

Aan de doelstellingen is voldaan, hoewel als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 en van de moord op dhr. Fortuyn de vraag naar persoonsbeveiliging door de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) in 2002 zeer sterk is toegenomen. Het betreft de vraag naar persoonsbeveiliging en beveiligingsmanagement door het ministerie van Buitenlandse Zaken en de vraag naar bijstand op het gebied van persoonsbeveiliging door de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) van de politie. Teneinde hieraan te kunnen voldoen, is een aantal maatregelen genomen. Ten eerste wordt er binnen de Koninklijke marechaussee extra mankracht ingezet voor de BSB door middel van detacheringen. Daarnaast is door het ministerie van Justitie prioriteit gelegd bij persoonsbeveiliging ten laste van de ondersteuning van rechercheonderzoeken, waarmee de BSB eveneens belast is. Tot slot is er ten aanzien van de persoonsbeveiliging door de BSB bepaald dat de uitzonderingsituatie met betrekking tot de werk- en rusttijden in de zin van het AMAR van toepassing is.

Handhaving vreemdelingenwet

De Koninklijke marechaussee was in 2002 door het gezag belast met de taak 10% meer verwijderingen te realiseren dan in 2001. Doordat het, gezien de realisatie in de eerste acht maanden van 2002, leek dat deze doelstelling niet gehaald zou worden, zijn de laatste drie maanden van het jaar 30 marechaussees bij het District Schiphol gedetacheerd. Dit personeel is grotendeels ontrokken aan het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV). Uiteindelijk is de doelstelling voor verwijderingen gerealiseerd. Verder is in 2002 vanuit het MTV personeel gedetacheerd naar het District Schiphol voor de realisatie van de bekorting van de wachttijden in de grensbewaking en voor de aanpak van de problematiek van de drugskoeriers. Hiervoor zijn in totaal maximaal 67 marechaussees naar Schiphol gedetacheerd, waarbij tegelijkertijd het aantal «dagelijkse» controles in het MTV van 365 per brigade per jaar naar 150 teruggebracht is. Dit neemt niet weg dat de intensiteit van de controles in het MTV, zoals deze tot uitdrukking komt in tijdsduur en omvang, niet alleen voor de «dagelijkse» controle, maar ook op andere onderdelen minder geworden is. Niet alle doelstellingen in het kader van MTV zijn daardoor volledig gerealiseerd. Zo is onder meer de samenwerking met de Douane, de Bundesgrenzschutz en de Belgische Federale Politie afgenomen.

Politietaken burgerluchtvaartterreinen

De problematiek van de drugskoeriers was de voornaamste bijzonderheid voor het taakveld Politietaken Burgerluchtvaartterreinen. De controle en opsporing door de Koninklijke marechaussee op dit terrein zijn geïntensiveerd als gevolg van het «Plan van Aanpak Drugskoeriers Schiphol» van de Minister van Justitie. Door de Koninklijke marechaussee is verder uitvoering gegeven aan de bewaking, verzorging en justitiële behandeling van de zogeheten «bolletjesslikkers» en de bediening van een daarvoor beschikbaar gesteld cellencomplex. Om dit te realiseren is het MTV belast, in afwachting van het realiseren van formatie-uitbreidingen.

Assistentie, samenwerking en bijstand

De operationele inzetbaarheid van het bijstandspotentieel van de Koninklijke marechaussee is gedaald tot 4½ peloton mobiele eenheid. De drie eskadronscommandogroepen zijn niet operationeel inzetbaar. Oefeningen in eskadronsverband bleken niet mogelijk, door een gebrek aan opleidings- en trainingscapaciteit op het opleidingscentrum. De beschikbare capaciteit is ingezet voor de opleidingen «crowd and riot control» (CRC) ten behoeve van de overige krijgsmachtdelen. Daarnaast hebben de veelvuldige detacheringen naar het district Schiphol het afgelopen jaar hiertoe bijgedragen. De aanhoudingseenheid en de Bijzondere Bijstandseenheid Krijgsmacht (BBEK) waren operationeel volledig inzetbaar.

Veranderdoelstellingen

 
Veranderdoelstellingen Resultaten 2002
Verbetering van de interne en externe sturing De in 2000 geïntroduceerde planning en controlcyclus Koninklijke marechaussee is in 2002 verder beproefd. Tevens is een managementinformatiemodel opgeleverd. Aandachtspunten op het gebied van interne sturing zijn het uitvoeren van een risicoanalyse, het verbeteren van de betrouwbaarheid van de gegevens, het opstellen van een communicatie-, informatiebeleids- en informatievoorzieningplan en het verder uitwerken (beschrijven) van de processen, inclusief het ontwikkelen van procesindicatoren.
   
Voortgang beleidsplan Koninklijke marechaussee 2000 Het overgrote deel van het beleidsplan is gerealiseerd. Nog niet gerealiseerde deelopdrachten zijn het onderzoek naar de consequenties van de Koninklijke marechaussee als zelfstandig krijgsmachtdeel en het onderzoek naar IT-ondersteuning voor de interne sturing.
   
Uitbreiding opleidingscapaciteit van het Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee Door intensivering van de taakstelling van de Koninklijke marechaussee is de opleidingsbehoefte zo sterk gestegen, dat het niet meer mogelijk is de huisvestingsbehoefte voor langere termijn te realiseren op het huidige complex. Derhalve is het plan om het OCKMar te verplaatsen van de Koning Willem III Kazerne te Apeldoorn naar het Kamp Nieuw Milligen.
   
Overnemen van de eenheden Koninklijke marechaussee van de Koninklijke landmacht Per 1 januari 2002 is ook het administratief beheer overgegaan op de Koninklijke marechaussee. In 2003 zal een gezamenlijke evaluatie worden gestart.
   
Verbetering financieel beheer Alle activiteiten van het verbeterplan Financieel- en Materieelbeheer zijn gerealiseerd. Dit heeft geleid tot een betere procesgang intern de Koninklijke marechaussee. Door de DEFAC en de Algemene Rekenkamer is deze ontwikkeling ook positief gewaardeerd.
   
Actieplan Terrorismebestrijding en Veiligheid In dit actieplan zijn de volgende hoofdpijlers te onderscheiden: preventie, beveiliging van personen en opsporing van terroristische activiteiten. De voor 2002 te implementeren acties (personele uitbreidingen/kwaliteitsverbetering) zijn gerealiseerd. De realisatie in het kader van de beveiliging burgerluchtvaart zijn verschoven naar 1 april 2003 in verband met de vertraging van de invoering van de nieuwe Luchtvaartwet. De inspanningen zijn met name gericht geweest op de versterking van de beveiliging van de burgerluchtvaart en de BSB in het kader van de persoonsbeveiliging.

Budgettaire gevolgen van beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen208 086242 148254 965300 633322 098296 11925 979
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven193 652212 172     
Operationele taakvelden       
– Beveiliging  39 20537 61047 69345 6742 020
– Handhaven vreemdelingenwet  78 41082 63688 35591 348– 2 993
– Politietaken Defensie (exclusief internationale en vredesoperaties)  48 43047 41055 03156 421– 1 390
– Politietaken burgerluchtvaartterreinen  6 9197 15110 0898 0602 029
– Assistentieverlening, samenwerking en bijstand  6 9194 2385 5038 060– 2 557
Ondersteunende eenheden       
– Staf Koninklijke Marechaussee  11 53133 37238 21613 43424 782
– Opleidingscentrum Koninklijke Marechaussee  39 20552 44260 84045 67415 166
Wachtgelden en inactiviteitswedden423482529973985 985
Totaal programma-uitgaven194 075212 654231 148265 833306 712268 67038 042
Investeringen2200620 43719 14020 13719 97534 715– 14 740
Totaal uitgaven216 081233 091250 288285 970326 687303 38523 302
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten4 5944 5165 2425 3628 2664 8083 458

N.B. Doordat het niet mogelijk is om de uitgaven direct te relateren aan de onderkende taakvelden, worden de uitgaven van dit artikel op basis van gerealiseerde begrotingssterkte van de taakvelden over de taakvelden verdeeld. Dit is in lijn met de methode die is gekozen om de geraamde bedragen over de taakvelden te verdelen, namelijk de geraamde begrotingssterkte van de taakvelden.

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige afwijkingen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Loonbijstelling12 156
Overheveling wachtgelden985
Beleidsmatige verschillen 
Terrorismebestrijding1 400
Overname 103 ESK van de KL6 170
Ontvlechting wervingsbudgetten1 849
Grensbewaking Schiphol1 000
Overige verschillen2 419
Totaal verschillen25 979
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Technische verschillen   
Loonbijstelling12 156 12 156
Overheveling wachtgelden985 985
Beleidsmatige verschillen   
Terrorismebestrijding1 400 1 400
Overname 103 ESK van de KL5 0891 0816 170
Ontvlechting wervingsbudgetten1 849 1 849
Grensbewaking Schiphol1 000 1 000
Uitbreiding Schipholteam (drugskoeriers)69159750
Bewaking Koninklijk huis700 700
Vertraging infrastructuur – 15 880– 15 880
Extra inhuur5 933 5 933
Huisvestingskosten5 049 5 049
Overige verschillen3 190 3 190
Totaal verschillen38 042– 14 74023 302

Toelichting op technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling wordt gecompenseerd.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de krijgsmachtdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om al dan niet aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting op beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Terrorismebestrijding

In het kader van terrorismebestrijding zijn extra activiteiten verricht op het gebied van beveiliging burgerluchtvaart en de BSB in het kader van persoonsbeveiliging.

Overname 103 ESK van de KL

Besloten is om alle eenheden van de Koninklijke marechaussee onder te brengen bij de Koninklijke marechaussee. Dientengevolge is het 103 ESK van de Koninklijke landmacht overgenomen door de Koninklijke marechaussee.

Ontvlechting wervingsbudgetten

Als gevolg van het besluit dat de krijgsmachtdelen weer zelf verantwoordelijk worden voor het gehele wervingsproces heeft er toe geleid dat de uitgaven, die in de ontwerpbegroting nog stonden geraamd bij het Defensie Interservice Commando, nu ten laste van dit beleidsartikel zijn verantwoord.

Grensbewaking Schiphol

Deze mutatie betreft de aanloopkosten om tot het jaar 2005 toe te groeien naar een uitbreiding met 76 vte'n. Hoofddoel van deze uitbreiding, gecombineerd met een aangepaste werkwijze, is het verkorten van de wachttijden bij de balies.

Uitbreiding Schiphol (drugskoeriers)

Op verzoek van de minister van Justitie zijn in verband met de toename van het aantal drugkoeriers de activiteiten op Schiphol uitgebreid.

Bewaking Koninklijk huis

Het besluit van ZKH Prins Willem Alexander om zijn intrek te nemen in de De Eijkenhorst heeft tot personele uitbreiding geleid ten behoeve van de bewaking en beveiliging.

Vertraging infrastructuur

Als gevolg van het ontbreken van voldoende stafcapaciteit is een groot aantal infrastructuurprojecten, waaronder het Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee (OCKMar, € 6,6 miljoen) en het infrastructuurproject Noord-Holland/Utrecht (€ 3,4 miljoen) vertraagd. Daarnaast is door de vele ontwikkelingen rond de BSB het Project Highschool Soesterberg komen te vervallen.

Extra inhuur

Deze uitgaven hebben betrekking op niet in de organisatie aanwezig zijnde ICT-personeel en op extra horeca-personeel dat ten behoeve van de dependance van het OCKMar in Vught moest worden ingehuurd.

Huisvestingskosten

De belangrijkste oorzaak van dit verschil is de vertraging in de oplevering van de accommodatie Badhoevedorp waardoor personeel van de Koninklijke marechaussee, werkzaam op Schiphol, ondergebracht is in hotels in de omgeving van Schiphol.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Intensivering steunverlening Kmar1 200
Overige verschillen2 258
Totaal verschillen3 458

Toelichting verschillen

In toenemende mate wordt een beroep gedaan op steunverlening door de Koninklijke marechaussee. Daar waar mogelijk worden deze extra inspanningen in rekening gebracht bij de opdrachtgevers. Daarnaast zijn extra ontvangsten gerealiseerd, doordat elementen uit de Wet Vermindering Afdracht, die in voorgaande jaren nog ten gunste van de Koninklijke landmacht werden verantwoord, nu terecht ten gunste van de Koninklijke marechaussee worden gebracht.

Activiteiten

Onderstaand is het organogram van de Koninklijke marechaussee weergegeven. Het tactisch niveau wordt gevormd door zes districten. Onder de districten ressorteren de brigades van de Koninklijke marechaussee.kst-28880-22-6.gif

Het is nog niet goed mogelijk een toelichting op de prestaties per taakveld te geven aan de hand van de in de begroting 2002 vastgestelde indicatoren. Dit komt doordat in de begroting 2002 geen normen of streefwaarden zijn opgenomen. Het ontbreekt veelal ook aan realisatiecijfers over 2001. Daarom zijn alleen de realisatiecijfers voor 2002 gepresenteerd. Verwacht wordt dat dit in het groeitraject van VBTB verbetert door de verdere ontwikkeling van indicatoren en systemen van dataverzameling.

Taakveld Beveiliging

 
Prestatiegegevens taakveld BeveiligingPrestatie-indicatorRealisatie 2002
Het beveiligen van objecten in binnen- en buitenland, het adviseren en ondersteunen ten aanzien van het beveiligen van objecten en optreden in geval van incidenten bij het beveiligen van objectenAantal gerealiseerde mensuren objectbeveiliging Servicegraad objectbeveiliging439 000 100%
Het beveiligen en begeleiden van personen in binnen- en buitenlandAantal gerealiseerde mensuren persoonsbeveiliging per opdrachtgever – Defensie – Justitie – Buitenlandse Zaken Servicegraad persoonsbeveiliging per opdrachtgever – Defensie – Justitie – Buitenlandse Zaken 6 00051 00030 000 74%197%–
Het beveiligen van de burgerluchtvaart, waaronder high-risk vluchten.Aantal gerealiseerde mensuren beveiliging Bezettingsgraad per beveiligingscluster/vlucht.348 00096%
Het beveiligen van waardetransporten, hoofdzakelijk van De Nederlandsche BankAantal gerealiseerde mensuren transportbeveiliging Servicegraad transportbeveiliging10 000100%
Het uitvoeren van ceremoniële dienstenServicegraad ceremoniële diensten100%

1Exclusief januari t/m april 2002.

Voor objectbeveiliging, beveiliging van de waardetransporten van «De Nederlandsche Bank» en uitvoering van ceremoniële diensten is het servicepercentage 100%, hetgeen wil zeggen dat aan alle aanvragen hiervoor voldaan is. De realisatie van het servicepercentage voor persoonsbeveiliging is lager, doordat niet aan alle verzoeken voldaan kon worden als gevolg van de zware belasting van de BSB. De servicegraad voor Buitenlandse Zaken kon niet worden ingevuld, omdat op basis van een convenant werkzaamheden worden verricht op het gebied van zowel beveiligingsmanagement als persoonsbeveiliging.

Taakveld Handhaving Vreemdelingenwet

 
Prestatiegegevens taakveld Handhaving VreemdelingenwetPrestatie-indicatorRealisatie 2002
Het uitvoeren van de grensbewaking, waaronder het uitvoeren van persoonscontroles, het verwijderen van ongewenste vreemdelingen en het verstrekken van nooddocumentenAantal vreemdelingen dat de toegang tot Nederland is ontzegd c.q. is geweigerd Aantal vreemdelingen dat Nederland is uitgezet/verwijderd Aantal verstrekte visa Aantal verstrekte nooddocumenten5 504 14 669 17 329 27 133
   
Het uitvoeren van het mobiel toezicht vreemdelingen (MTV), waaronder het houden van controlesAantal illegalen dat is aangetroffen in het grensgebied6 890
   
Het geven van ondersteuning bij de asielprocedure op de AC'a Schiphol, Zevenaar, Rijsbergen en Ter ApelAantal identiteitsvaststellingen in het AC-proces7 497

Het aantal opgedragen verwijderingen is met 10% toegenomen ten opzichte van 2001. De doelstelling voor 2002 bedroeg 13 200 verwijderingen. Ook het aantal afgegeven nooddocumenten is gestegen ten opzichte van 2001. Dit verschijnsel doet zich ook voor bij andere bevoegde autoriteiten en wordt onder meer veroorzaakt door invoering van een wachttijd van vijf dagen voor documenten die grenspassage mogelijk maken bij gemeenten. Bij de ondersteuning van de asielprocedure stelt de Koninklijke marechaussee formeel geen identiteit vast. Wel zijn er werkzaamheden met betrekking tot identiteitsvaststelling na het proces, als de vreemdeling in bewaring is gesteld ter fine van zijn verwijdering uit Nederland. Tijdens de asielprocedure verricht de Koninklijke marechaussee wel een controle op de echtheid van documenten. Onder de betreffende indicator wordt over deze controle (aantallen) gerapporteerd.

Taakveld Politietaken Defensie

 
Prestatiegegevens taakveld Politietaken DefensiePrestatie-indicatorRealisatie 2002
De zogenaamde beschikbaarheid- of bereikbaarheidfunctie ofwel de beschikbare capaciteit om binnen de afgesproken tijd te reageren op calamiteiten. Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsordeAantal mensuren bezetting Aantal mensuren beschikbaarheid Aantal misdrijfverbalen Aantal procesverbalen «lik-op-stuk» Aantal uitgevoerde middelgrote/grote rechercheonderzoeken189 000 91 000 1 320 568 (43%) 49

In 2002 zijn door de Koninklijke marechaussee 1 320 misdrijfverbalen aan het Openbaar Ministerie Arnhem gezonden. 43% van de strafbare feiten (misdrijven) is conform het lik-op-stuk beleid afgedaan. Op beide indicatoren is door de Koninklijke marechaussee niet zelfstandig te sturen. In het jaar 2002 is voor het eerst gewerkt met een definiëring van kleine, middelgrote en grote (recherche-)onderzoeken. In de begroting 2002 is opgenomen het «aantal mensuren surveillance». In dit jaarverslag is de indicator gewijzigd in het «aantal mensuren beschikbaarheid», omdat het begrip surveillance onvoldoende éénduidig is. Bij de beschikbaarheid gaat het om die capaciteit die in de planning is vastgelegd om te kunnen reageren op incidenten en in voorkomend geval noodhulp te kunnen verlenen. Het realisatiecijfer betreft alleen de beschikbaarheidsuren tijdens welke geen noodhulp of andere activiteiten zijn verricht.

Taakveld Politietaken Burgerluchtvaartterreinen

 
Prestatiegegevens taakveld Politietaken BurgerluchtvaartterreinenPrestatie-indicatorRealisatie 2002
De zogenaamde beschikbaarheid- of bereikbaarheidfunctie ofwel de beschikbare capaciteit om binnen de afgesproken tijd te reageren op calamiteiten. Het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke rechtsordeAantal mensuren bezetting Aantal mensuren beschikbaarheid Servicegraad noodhulpfunctie prioriteit 1 (aantal meldingen prioriteit 1 met reactietijd binnen de norm versus totaal aantal meldingen met prioriteit 1) Servicegraad noodhulpfunctie prioriteit 2 (aantal meldingen prioriteit 2 met reactietijd binnen de norm versus totaal aantal meldingen met prioriteit220 300 4 200 88% 90%

De indicatoren servicegraad noodhulpfunctie prioriteit 1 en prioriteit 2 worden alleen gehanteerd en geregistreerd op de Luchthaven Schiphol. Het niet geheel realiseren van de gewenste servicegraad voor de Politiedienst op de Luchthaven Schiphol komt door de stijging in het aantal prioriteit 1 meldingen. Deze stijging wordt veroorzaakt door een toename van het aantal onwel geworden personen op het aan landzijde gelegen gedeelte van de terminal, de uitbreiding van het luchthaventerrein waardoor grotere afstanden en langere rijtijden ontstaan en de onervarenheid van het personeel. Inmiddels wordt de bereikbaarheid en de instructie aan het personeel verbeterd.

Taakveld Assistentie, Samenwerking en Bijstand

 
Prestatiegegevens taakveld Assistentie, Samenwerking en BijstandPrestatie-indicatorRealisatie 2002
Het instandhouden, leveren en inzetten van ME-eenheden, pantserwagenpelotons en de BBE-K Het leveren/inzetten van recherchecapaciteit Het leveren/inzetten van teams voor de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit (GOC), Unit Synthetische Drugs (USD) en Unit Mensensmokkel (UMS).Aantal inzetbare bijstandseenheden: – BBE-Krijgsmacht – Eskadronsgroepen – ME-pelotons – Aanhoudingseenheid Aantal mensuren geleverde bijstand Aantal mensuren geleverde recherchecapaciteit Aantal geleverde functies voor assistentie en samenwerking: – GOC – USD – UMS 104,51 41 000 – 94 8068

Het aantal geleverde mensuren bijstand wordt met name verklaard door de inzet van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) als bijstand aan de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) en in mindere mate door de inzet bij het huwelijk van de Prins van Oranje. Alle GOC-teams zijn operationeel. Het aantal vacatures is het afgelopen jaar toegenomen, doordat er onvoldoende rechercheopleidingen gerealiseerd konden worden. Verwacht wordt dat dit opgelost wordt door de samenwerking met het Landelijk Selectie en Opleidingscentrum Politie (LSOP). Van de tien functies bij de Unit Synthetische Drugs zijn vier functies bij de BSB op afroep beschikbaar. Door de hoge druk op de BSB kan echter thans niet aan deze beschikbaarheid worden voldaan.

Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee (OCKMar)

Het opleidingsverloop van beroepsmilitairen met een contract voor bepaalde tijd (BBT) was 15,9%. Maatregelen worden getroffen om dit terug te brengen tot 10% met ingang van 2004.

Investeringen

Project C2000

 
DoelstellingInvoering van een digitaal, landelijk dekkend portofoonnetwerk voor alle openbare orde en veiligheidsdiensten 
Projectomvang€ 16,8 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)   2 2521 969
Uitgaven (x € 1 000)   1 6311 971

Het Project C2000 bestaat uit de deelname van het District Schiphol in de «startregio» en de op basis van de bevindingen in de startregio uit te voeren Landelijke Roll Out (LRO). In 2002 was een afronding van de startregio voorzien. De afronding van de startregio is echter vertraagd door:

– een vertraagde gezamenlijke aanbesteding van de radiobediensystemen;

– problemen met de op te leveren systemen en randapparatuur;

– problemen met de capaciteit en functionaliteiten van het netwerk.

Naar verwachting zullen deze problemen medio 2003 zijn opgelost.

Project Infrastructuur Noord-Holland/Utrecht

 
DoelstellingHuisvesting staf District Noord-Holland/Utrecht 
Projectomvang€ 6,2 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)  48 990
Uitgaven (x € 1 000)  121713

Medio 2002 is duidelijk geworden dat de plannen voor de nieuwbouw ten behoeve van het District Noord-Holland/Utrecht te ambitieus zijn gesteld. Daarnaast heeft de contractvorming tussen de externe architect en DGW&T geleid tot vertraging waardoor het honorarium voor delen van de ontwerpfase in 2002 niet tot betaling is gekomen. Het totale niveau van de begroting voor het project is met € 1,8 miljoen toegenomen ten opzichte van de voorgaande defensiebegroting. Het overgrote deel (€ 1,0 miljoen) hiervan wordt veroorzaakt door de gebruikelijke loon- en prijspeilaanpassing in de bouw. Daarnaast zijn de kosten voor de engineering van het project sterk toegenomen. De oplevering van het complex is op dit moment in 2005 voorzien. De verplichtings- en betalingsmomenten zijn op deze herziene planning afgestemd.

Project infrastructuur OCKMar

 
DoelstellingRealiseren van de infrastructurele voorzieningen op het OCKMar voor het toegenomen aantal cursisten door groei van het personeelsbestand KMar vanwege recente taakuitbreidingen 
Projectomvang€ 35,9 miljoen 
 Realisatie 19981999200020012002
Activiteiten     
Financiële resultaten     
Verplichtingen (x € 1 000)  25431388
Uitgaven (x € 1 000)  63123459

Door diverse intensiveringen van taakstelling van de Koninklijke marechaussee is de opleidingsbehoefte zo sterk gestegen, dat het niet meer mogelijk is de huisvestingsbehoefte voor langere termijn te realiseren op het huidige complex. Derhalve is het plan om het OCKMar te verplaatsen van de Koning Willem III Kazerne te Apeldoorn naar het Kamp Nieuw Milligen. De werkzaamheden, die betrekking hebben op het oude project, zijn geannuleerd. Het stopzetten van het project, dat zich deels in de definitiefase en deels in de ontwerpfase bevond, heeft ertoe geleid dat in 2002 ten opzichte van de vorige Defensiebegroting € 6,5 miljoen niet tot besteding is gekomen. Het project is administratief grotendeels afgerond en het totaal aan uitgaven dat ten laste van het project komt bedraagt € 0,7 miljoen. Voor de realisatie van het OCKMar op Kamp Nieuw Milligen wordt in 2003 een nieuwe DMP-A aangeboden.

Groeiparagraaf VBTB

De volgende resultaten zijn bereikt ten opzichte van de groeiparagraaf in de begroting 2002:

1. In overleg met het gezag zijn voor de prestatie-indicatoren normen/streefwaarden benoemd, waardoor beter zicht wordt verkregen op de geleverde prestaties per taakveld. Nog niet voor iedere prestatie-indicator is in de begroting 2003 een norm/streefwaarde bepaald, dit zal in 2003 alsnog gebeuren.

2. Door een betere productdefiniëring en aandacht voor outputsturing is meer inzicht verkregen in de prestaties en daaraan gerelateerde kosten. Een kostprijsmodel is nog in ontwikkeling.

3. Het onderzoek naar het vaststellen van een integrale middensom is afgerond daarmee is inzicht verkregen in de gemiddelde kosten per personeelslid.

BELEIDSARTIKEL 05 DEFENSIE INTERSERVICE COMMANDO

Nader geoperationaliseerde doelstelling

Het Defensie Interservice Commando (Dico) levert ondersteuning van velerlei aard aan met name de krijgsmachtdelen. Deze kunnen zich hierdoor beter op hun primaire taken toeleggen. Door de concentratie van gelijksoortige activiteiten bij interservice dienstverlenende organisaties is een doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht mogelijk.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen224 149232 409241 125269 318252 801256 502– 3 701
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie48 87049 28055 35456 44369 08559 2179 868
Instituut Keuring en Selectie Defensie (tot 2002 Defensie Werving en Selectie)48 32051 51853 32068 14018 97251 773– 32 801
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf55 32556 44655 64955 42358 49452 8805 614
Instituut Defensie Leergangen8 5688 8088 52310 30910 9459 7061 239
Overige Interservice Diensten35 90135 71933 70340 27047 66641 4766 190
Staf Defensie Interservice Commando3 39311 71215 51817 58117 30018 493– 1 193
Wachtgelden en inactiviteitswedden5 0504 8164 2745 0765 229 5 229
Totaal apparaatsuitgaven205 427218 299226 341253 242227 691233 545– 5 854
Programmauitgaven       
Investeringen16 0317 88113 76416 48618 47522 023– 3 548
Totaal programmauitgaven16 0317 88113 76416 48618 47522 023– 3 548
Totaal uitgaven221 458226 180240 105269 728246 166255 568– 9 402
Ontvangsten       
Totale ontvangsten24 79620 19624 42626 87524 20321 5612 642

Toelichting verschillen

De in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige afwijkingen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Loonbijstelling8 017
Overheveling wachtgelden5 229
Beleidsmatige verschillen 
Trekkingsrechten DVVO5 704
Overheveling wervingsbudgetten– 36 912
Overdracht CBMS6 992
Verbetering bedrijfsvoering IKS2 474
Overige verschillen4 795
Totaal verschillen– 3 701
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaatsuitgavenInvesteringenTotaal
Technische verschillen   
Loonbijstelling8 017 8 017
Overheveling wachtgelden5 229 5 229
Beleidsmatige verschillen   
Trekkingsrechten DVVO5 704 5 704
Ontvlechting wervingsbudgetten– 36 912 – 36 912
Overdracht CBMS6 992 6 992
Verbetering bedrijfsvoering IKS2 474 2 474
Bedrijfsrestaurant IDL – 3 948– 3 948
Overige verschillen2 6424003 042
Totaal verschillen– 5 854– 3 548– 9 402

Toelichting op de technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling wordt gecompenseerd.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de krijgsmachtdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om al dan niet aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel voor verplichtingen als uitgaven)

Trekkingsrechten DVVO

Het budget transport dat door de krijgsmachtdelen bij de opstelling van de ontwerpbegroting is overgeheveld naar het artikelonderdeel «Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie» van het artikel 05 «Defensie Interservice Commando» is gebaseerd op historische gegevens. Als gevolg van toename van de transportbehoefte, met name goederentransport over water en door de lucht) is het marineaandeel in door DVVO in te huren transport toegenomen.

Overheveling wervingsbudgetten

Als gevolg van het besluit om de krijgsmachtdelen weer zelf verantwoordelijk te maken voor het integrale wervingstraject, zijn de hiermee gemoeide budgetten welke geraamd waren bij het Defensie Interservice Commando overgedragen aan de krijgsmachtdelen. Dientengevolge zijn de uitgaven inzake de werving ook bij de krijgsmachtdelen verantwoord.

Overdracht CBMS

Als gevolg van het besluit om het Centraal Bureau Militaire Salarissen (CBMS) bij het Defensie Interservice Commando onder te brengen zijn de uitgaven, die initieel bij het niet-beleidsartikel 90 «Algemeen» waren geraamd, nu ten laste van dit beleidsartikel gebracht.

Verbetering bedrijfsvoering IKS

De reorganisatie van DWS heeft niet alleen gevolgen gehad voor de wervingsorganisatie, doch ook voor de keurings- en selectie-organisatie. Extra impulsen zijn gegeven om de noodzakelijk beoogde kwaliteitsverbetering voor een adequate bedrijfsvoering bij het IKS tot stand te brengen

Bedrijfsrestaurant IDL

Als gevolg van vertraging in de aanbesteding van de bouw van het bedrijfsrestaurant zijn de hiermee gemoeide uitgaven niet tot realisatie gekomen.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse kleine verschillen2 642
Totaal verschillen2 642

Activiteiten

Het Dico bestaat uit twee baten-lastendiensten, twaalf resultaatverantwoordelijke eenheden en een staf. De organisatie ziet er als volgt uit:kst-28880-22-7.gif

Verkeers- en vervoersdiensten

 
Prestatiegegevens Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)MeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Wegvervoer     
DiepladervervoerDagen4 5125 0876 350– 1 263
LijndienstvervoerPallets209 535247 058207 89939 159
MunitievervoerDagen2 3325 0683 1221 946
ContainervervoerDagen4 2655 0412 9542 087
Overig goederenvervoerPallets99 159130 86083 51647 344
Personenvervoer met chauffeurUren105 351133 433117 32716 106
Personenauto zonder chauffeurDagen209 927124 134101 09123 043
Vrachtvoertuigen zonder chauffeurDagen4 2897833 506
BusvervoerDagen15 61016 28816 835– 547
Steunverlening viertonnersDagen1221 518– 1 396
Luchtvervoer     
GoederenvervoerTon-vlieguren3 8937 2033 1734 030
PersonenvervoerPersonen-vlieguren58 48971 076106 028– 34 952
Spoorvervoer     
GoederenvervoerTonkilometers48 514 74715 669 82367 391 372– 51 721 549
Zeevervoer     
GoederenvervoerLanemetervaardagen92 410281 298124 199157 099
FerryvervoerPersonenovertochten4 0814 0821 8962 186
FerryvervoerVoertuigovertochten1 2781 2241 527– 303

Het vervoersproductieplan wordt bij het begin van het productiejaar definitief vastgesteld en is gebaseerd op historische realisatiecijfers. Derhalve ondergaat de planning van de ontwerpbegroting ultimo ieder jaar voorafgaand aan de uitvoering van het gepland transport nog significante bijstellingen. De vraag naar vervoersdiensten is voorts voor een groot deel afhankelijk van de deelname door de krijgsmachtdelen aan grootschalige buitenlandse oefeningen en vredesoperaties. Hierdoor kan, binnen het beschikbare budget, en ten opzichte van de begroting, een geheel andere mix aan transportmodaliteiten nodig blijken.

De per saldo hogere apparaatsuitgaven (zie budgettaire gevolgen van het beleid) zijn met name het gevolg van de stijging van de vervoersbehoefte (productie) van de klanten van DVVO en de daarmee samenhangende stijging van de inhuur van transport. De overschrijdingen zijn vooral veroorzaakt door goederenvervoer ten behoeve van de Koninklijke marine en de Koninklijke luchtmacht (luchtvervoer en zeevervoer). Oorzaak hiervan zijn voornamelijk de oefening Dynamic Mix en de Winterdeployment Noorwegen. De overschrijding door de Koninklijke marechaussee wordt met name veroorzaakt door meer inhuur van personenauto's zonder chauffeur.

 
Doelmatigheidsindicatoren Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)Begroting 2002Realisatie 2002Verschil 2002
Bezettingsgraad eigen chauffeurs90%93%3%
Bezettingsgraad eigen voertuigen75%61%– 14%
Inzetgraad eigen voertuigen75%74%– 1%
Beladingsgraad eigen voertuigen50%45%– 5%
Inzet eigen middelen (%)*n.v.t.n.v.t.n.v.t.
Inzet middelen krijgsmachtdelen (%)*n.v.t.n.v.t.n.v.t.
Inzet inhuur (%)*)n.v.t.n.v.t.n.v.t.

* M.i.v. de ontwerpbegroting 2003 worden deze percentages verder uitgewerkt.

Door de spreiding van de voertuigen op de locaties van de grootste klanten is er sprake van een verkorting van de opdrachtduur, waardoor de bezettingsgraad van de eigen voertuigen lager is uitgekomen. Daarnaast wordt het percentage verlaagd door het relatief lage gebruik van enkele «specialistische» voertuigen. Door het gewenningsproces bij het gebruik van de boordcomputers is de beladingsgraad eigen voertuigen niet voor 100 procent nauwkeurig te bepalen. Op basis van deelwaarnemingen wordt verondersteld dat de beladingsgraad minimaal 45 procent bedraagt.

Keuring en selectie

Defensie Werving en Selectie is per 12 november 2001 omgevormd tot de werkorganisatie Instituut voor Keuring en Selectie (IKS) Defensie, onder gelijktijdige terugbrenging van de wervingsonderdelen naar de krijgsmachtdelen. Deze organisatie is per 28 februari 2002 officieel opgericht. De ontvlechting van budgetten heeft in 2002 plaatsgevonden. In dit kader is de rol van DWS veranderd in die van een facilitair keurings- en selectiecentrum.

 
Doelmatigheidsindicatoren Instituut voor Keuring en Selectie Defensie (IKS)MeeteenheidBegroting 2002Realisatie 2002Verschil2002
Kostprijs initiële selectiex € 1,001 132563– 569
Kostprijs bijzondere selectiex € 1,00530783253
Kostprijs scholings- en beroepskeuze adviesx € 1,001 4261 426
Watervallen*%4n.v.t.n.v.t.
Doorlooptijd selectieWeken42–40

* bij het ontvlechten van de wervingsbudgetten naar de krijgsmachtdelen is deze doelmatigheidsindicator niet meer van toepassing.

Met ingang van 2002 wordt de doorlooptijd gemeten van moment van verschijnen bij het keuringscentrum voor psychologisch onderzoek tot het moment van het uiteindelijke advies van de keuringsarts dat wordt overgedragen aan de uitslaggevend arts van het defensieonderdeel. De doorlooptijd van het selectieproces is voor ruim 64 procent van alle (reguliere) kandidaten voltooid binnen vier weken en voor bijna 33 procent van alle kandidaten binnen 2 weken. Het streven van het IKS blijft echter gericht op een doorlooptijd van twee weken voor het merendeel van de kandidaten.

De respectievelijke kostprijzen worden berekend door de salarisuitgaven, de overige uitgaven voor overige personele exploitatie en een deel van de materiële exploitatie te delen door het aantal te keuren kandidaten. Doordat het aanbod van kandidaten voor de drie te onderscheiden selectietypes afweek van de vraag (het aantal aangenomen personen) zijn bovengenoemde verschillen in de kostprijs ontstaan. De totale kostprijs laat wel een verhoging zien doordat ten behoeve van de kwalitatieve verbetering van de keuring en selectie een uitbreiding heeft plaatsgevonden van personeel en materieel. Deze uitbreiding, met een totaal financieel beslag van ongeveer € 3 miljoen, is door de defensieonderdelen gefinancierd.

De per saldo lagere apparaatsuitgaven ten opzichte van de raming zijn met name het gevolg van het ontvlechten van het wervingsdeel waarbij het overeenkomstige budget van € 36,9 miljoen naar de diverse defensie-onderdelen is overgeheveld.

Geneeskundige verzorging

 
Prestatiegegevens Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)MeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Centraal Militair Hospitaal     
BedcapaciteitAantal4545450
Bedcapaciteit calamiteitenhospitaal (max.)Aantal3003003000
Eerste consulten polikliniekAantal14 97615 44515 606– 161
VerplegingDagen9 5279 0019 307– 306
Verrichtingen polikliniekAantal15 03015 56016 212– 652
Verrichtingen OKAantal3 4293 4613 123338
Functie-onderzoekenAantal14 64916 90314 5882 315
Militair Revalidatie Centrum     
BedcapaciteitAantal8080800
RevalidatieBehandeluren40 98945 30543 0002 305
VerplegingDagen21 73324 26124 500– 239
Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten     
Algemeen militair artsCursistdagen8 7027 8624 0003 862
Algemeen militair verpleegkundigeCursistdagen52 84647 95835 00012 958
Management en specialistenCursistdagen8 797015 500– 15 500
Geneeskundige neventakenCursistdagen16 992031 500– 31 500
Geneeskundig hulppersoneelCursistdagen11 800036 000– 36 000
Militaire Geneeskundige opleidingenCursistdagen27 100027 100
Militair Geneeskundig Logistiek Centrum     
Orderregels bevoorradingAantal62 72161 29770 000– 8 703
Receptregels apotheekAantal52 99755 03155 00031
Assemblages optiekAantal8 6638 54210 500– 1 958
Aanmaak diepvriesbloedZakken*1 1400500– 500
BloedverstrekkingenAantal 650750– 100

* Realisatie 2001 is het totaal van aanmaak diepvriesbloed én bloedverstrekkingen.

Geneeskundige opleidingen

Per 1 september 2002 beschikt het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD) over drie vakgroepen in plaats van over vijf opleidingsrichtingen. Om die reden is de vergelijking met de planning moeilijk te maken en vertoont de realisatie (voor een aantal opleidingen tot en met september) grote verschillen.

Levering geneeskundig materieel

Hoewel het gerealiseerd aantal orderregels lager is dan oorspronkelijk was gepland, is de productie uitgekomen op nagenoeg hetzelfde niveau als vorig jaar. De afwijking is onder andere te verklaren door het einde van het horizontaal plan van de Koninklijke landmacht, dat het grootschalig integraal vervangen van verouderd medisch materiaal inhield. Over de afdeling optiek kan worden gemeld dat in 2002 is gestart met het uitvoeren van het beleid met betrekking tot multifocale glazen. Ten gevolge van een nieuwe wettelijke eis voor de grondstof van diepvriesbloed is in 2002 door de Militaire Bloedbank geen diepvriesbloed geproduceerd. De discussie rond de grondstof is inmiddels afgerond. In 2003 wordt de productie weer hervat.

 
Doelmatigheidsindicatoren Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)Begroting 2002Realisatie 2002Verschil 2002
Inzetbaarheid Chirurgische Teams70%75%5%
Cursusbezettingsgraad OCMGD67%72%5%
Bezettingsgraad lokalen OCMGD34%35%1%
Slagingspercentage OCMGD85%83%– 2%
Kostprijs per cursist OCMGD (x € 1,00)6 5805 110– 1 470

Door het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) worden chirurgische teams geleverd ten behoeve van vredesoperaties. Uitgaande van het ambitieniveau van vredesoperaties, kan het MGFB zelf niet geheel voorzien in de daartoe benodigde capaciteit. Om die reden wordt met het project Implementatie Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen getracht met 15 relatieziekenhuizen een contract te tekenen, dat voorziet in de beschikbaarheid per relatieziekenhuis van één team voor drie maanden en twee teams voor elk één maand per anderhalf jaar. Door deze teams regulier werkzaam te laten zijn in een Nederlands ziekenhuis, houden de leden de vereiste medische vaardigheden op peil. In 2002 is met 2 ziekenhuizen een contract getekend waardoor het aantal ziekenhuizen waarmee Defensie nu een relatie onderhoudt is gestegen tot 13. Momenteel wordt bezien of deze dertien contracten samen met de binnen Defensie beschikbare capaciteit de behoefte van 15 teams kunnen afdekken. In het voorjaar van 2003 zal een afsluitende rapportage worden opgesteld waarin ook de financiële consequenties zullen worden uiteengezet. In deze afsluitende rapportage zullen de eventuele consequenties voor het bijgestelde ambitieniveau naar drie vredesoperaties worden verdisconteerd.

De hogere uitgaven van het MGFB zijn met name het gevolg van het uitvoeren van meer verrichtingen bij het CMH en het MRC. Hiervan is een gedeelte gecompenseerd door meerontvangsten in 2002 en zal het restant via ontvangsten van de zorgverzekeraars eerst in 2003 binnenkomen.

Managementopleidingen

 
Prestatiegegevens Instituut Defensie Leergangen (IDL)MeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
Koninklijke marineCursistweken1 0558711 359– 488
Koninklijke landmachtCursistweken2 2622 3682 800– 432
Koninklijke luchtmachtCursistweken1 6331 7151 950– 235
Leergang Topmanagement Defensie (LTD)Cursistweken324180576– 396
International Stafofficers Course (ISOOC)Cursistweken7876491 144– 495
NATO Defence Orientation Course (NDOC)     
en NATO Orientation Course (NOC)Cursistweken223236254– 18
Overige interservice opleidingenCursistweken4819410094
Totaal 6 3326 2138 183– 1 970

Het aanbod van cursisten is door het IDL niet te beïnvloeden. Het krijgsmachtdeel bepaalt zelf het aantal instromende cursisten, waarop verschillende factoren van invloed zijn, zoals eigen prioriteitsstelling, uitzending en vullingsgraad. Dit heeft weinig tot geen gevolgen voor het uitgavenniveau, omdat ook bij een gering aantal cursisten eenzelfde aantal lokalen en leraren benodigd is. Met de krijgsmachtdelen vindt voortdurend overleg plaats teneinde de capaciteit van het IDL zo optimaal mogelijk te benutten.

 
Doelmatigheidsindicatoren Instituut Defensie Leergangen (IDL)Begroting 2002Realisatie 2002Verschil 2002
Cursusbezettingsgraad87%80%– 7%
Bezettingsgraad lokalen74%77%3%
Bezettingsgraad lokalen congresservice80%25%– 55%
Bezettingsgraad hotel89%70%– 19%
Slagingspercentage100%100%0%
Kostprijs per cursist (x € 1,00)14 52121 5467 025

Doordat de belangstelling voor congresservices nagenoeg samenviel met de perioden waarin ook de lokalen voor loopbaanopleidingen benodigd waren is de bezettingsgraad lokalen congresservice lager dan geraamd.

Overige Interservice Diensten

De Overige Interservice Diensten omvatten naast de hieronder toegelichte eenheden ook de Geestelijke Verzorging, de Maatschappelijke Dienst Defensie en de Centrale Beheerorganisatie Militair Salarissysteem (sinds 2002). Van deze laatste drie onderdelen zijn geen prestatiegegevens opgenomen in de begroting.

Materieelcodificatie

 
Prestatiegegevens Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Codificatie-aanvragen2 2511 8482000– 152
Artikelen in onderhoud43 23547 02440 5006 524

De afwijking in de artikelen in onderhoud is met name te wijten aan een Navo-opdracht ten behoeve van Turkije die ongeveer 6 000 artikelen betreft. Deze opdracht zal binnen een termijn van een aantal jaren worden afgedaan. Deze afwijking valt binnen de bandbreedte en heeft hierdoor geen financiële consequenties.

Archivering

 
Prestatiegegevens Dienst Archieven-, Registratie en Informatiecentrum (DARIC)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Aantal strekkende meters in beheer35 72338 03138 600– 569
Handelingen701 857641 239625 00016 239

Personeels- en salarisadministratie

 
Prestatiegegevens Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Individuele arbeidsrelaties23 54624 31724 500– 183
Deelnemers spaarloonregeling (militairen)33 53033 84633 500346
Deelnemers spaarloonregeling (burgers)13 80011 72113 500– 1 779

De vermindering van het aantal deelnemers aan de spaarloonregeling (burgers) is met name te wijten aan de berichtgeving in de media dat deze regeling zou komen te vervallen. Hierdoor hebben de meeste nieuwe medewerkers geen gebruik meer gemaakt van deze regeling.

Internationale Militaire Sport

 
Prestatiegegevens Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Organisatie sporttoernooien Nederland5871
Deelname internationale wedstrijden4640400
Deelname wereldkampioenschappen151316– 3

Verzorging oud-militairen en museum

 
Prestatiegegevens Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek (KTOMM)Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
Verzorgingscapaciteit oud-militairen4350– 7
Aantal museumbezoekers17 17025 000– 7 830

Het dalend aantal museumbezoekers wordt mede bepaald door een terughoudend tentoonstellingsbeleid van het KTOMM. De nadruk wordt gelegd op conserveringswerkzaamheden van de huidige collectie.

Groeiparagraaf

In het kader van VBTB zijn voor een aantal eenheden de prestatiegegevens nader geconcretiseerd. De weerslag daarvan is te vinden in de begroting 2003. Zo geeft de tabel prestatiegegevens van DVVO nu ook inzicht in de verhouding tussen de inzet van eigen middelen, virtuele middelen (rationele overcapaciteit van de defensieonderdelen) en de inhuur van transportcapaciteit. Na de herinrichting van het Instituut Keuring en Selectie zijn ook voor deze eenheid weer prestatiegegevens opgenomen.

Van een aantal doelmatigheidskengetallen is geconstateerd dat deze niet de gewenste informatie leveren. In de nieuwe begroting zijn deze kengetallen niet meer opgenomen.

BELEIDSARTIKEL 06 MILITAIRE INLICHTINGENDIENST

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

De Militaire Inlichtingendienst (MID) heeft twee hoofdtaken: een inlichtingentaak en een veiligheidstaak. De MID voert deze taken uit binnen een strak wettelijk kader, neergelegd in onder andere de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV 2002). Deze wet is geheel vernieuwd en sinds 29 mei 2002 van kracht. Met deze wetswijziging is de Militaire Inlichtingendienst (MID) omgedoopt tot Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor de MIVD geoperationaliseerd in het leveren van een specifieke bijdrage en het realiseren van veranderdoelstellingen.

 
DoelstellingResultaat
Het voldoen aan de behoefte van de departementsleiding en de krijgsmachtdelen aan informatie over inlichtingen- en veiligheidsaangelegenhedenOp basis van de vastgestelde «Inlichtingen – en Veiligheidsbehoefte Defensie 2002» en ad hoc verzoeken van de defensiestaf en de krijgsmachtdelen heeft de MIVD het afgelopen jaar aandacht geschonken aan diverse regio's en thematische aandachtsgebieden.Met name de activiteiten gericht op Afghanistan, Kirgizië, Perzische Golf, Irak, de Balkan en Macedonië hebben centraal gestaan in het productieproces van de MIVD in 2002.
  
Het voldoen aan de behoefte van de krijgsmachtdelen aan inlichtingen- en veiligheidsproductenIn 2002 is zowel voldaan aan de in het IVD 2002 vastgestelde behoefte aan producten als aan de gedurende 2002 ontstane behoefte in het kader van terrorismebestrijding en vredesoperaties.
  
Het uitvoeren van 23 000 veiligheidsonderzoeken per jaarIn 2002 zijn 30 488 veiligheidsonderzoeken in behandeling genomen en hiervan zijn 24 595 veiligheidsonderzoeken afgerond.

Resultaten 2002

Om de doelstellingen te kunnen realiseren is, vanwege de onderbezetting van de MIVD, meer capaciteit ingehuurd dan was voorzien. Deze extra inhuur heeft echter wel tot meer uitgaven geleid.

Veranderdoelstellingen

 
VeranderdoelstellingenResultaten 2002
Reorganisatie MIVD 
– het komen tot één integrale inlichtingen en veiligheidsdienstMedio 2000 is de nieuwe organisatie van de MIVD vastgesteld. De realisatie van de reorganisatie krijgt zijn beslag gedurende de periode 2002–2006.In dit kader zijn in 2002 onder andere enkele bureau's Strategisch Verbindingsinlichtingen Centrum verplaatst vanuit Amsterdam naar Den Haag en is een Verwervingscentrum in Eibergen opgericht.
  
– het verbeteren en stroomlijnen van het proces van behoeftestelling, verwerving en verwerking van informatieIn 2002 is het project afgerond waarmee de primaire en ondersteunende processen in kaart zijn gebracht, beschreven en vastgelegd. Dit is van belang met het oog op de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) die in de loop van 2002 van kracht is geworden.In het kader van de verbetering van de werkprocessen is ondermeer het teamwerken in het professionaliseringsprogramma van de hoofdafdeling Productie geïmplementeerd en is een aantal adaptieprogramma's gerealiseerd om de bestaande technologie op peil te houden.
  
– versterken van de bestuurbaarheid en de bedrijfsvoering van de dienstMet behulp van de in 2001 en 2002 beschreven primaire en ondersteunende processen is de bedrijfsvoering van de MIVD transparant geworden. In 2002 is een vervolg gemaakt met het opleiden van projectleiders. Daarnaast is gestart met het meten van processen, het kwantificeerbaar maken van processen door middel van kengetallen en vastleggen in een dashboard. Daarnaast is een auditafdeling opgericht en een auditplan ontwikkeld.
  
▵ Investeringen in apparatuur en infrastructuur van de Afdeling VerbindingsinlichtingenVoor de beleidsintensivering Afdeling Verbindingsinlichtingen (AVI) is, mede naar aanleiding van de gebeurtenissen op 11 september 2001, een aantal projecten uitgesteld in afwachting van de uitkomst van de discussie omtrent de intensivering van de nationale behoefte aan satellietinterceptie. Het kapitaalintensieve project INMARSAT is derhalve naar 2003 doorgeschoven.
  
Herbezinning op de Human Intelligence functieDe strategische visie van de Afdeling HUMINT uit 2001 is nog van kracht. De verantwoording is vastgelegd in het niet-beleidsartikel 70 Geheime Uitgaven.
  
Herbezinning contra-inlichtingen en veiligheidIn 2002 is een opzet gemaakt voor een strategische visie voor de afdeling Contra-Inlichtingen en Veiligheid.
  
▵ Informatiemanagement en archiefproblematiekEen aantal projecten is in de tijd getemporiseerd en daardoor niet in 2002 gerealiseerd. Uitvoering van het Beveiligingsplan is in 2002 gestart. De verwervingstrajecten en infrastructurele aanpassingen verlopen traag wat invloed heeft op de totale doorlooptijd van het project.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen39 23035 59245 75854 92959 46054 3365 124
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven45 88743 31044 20047 29852 43748 3004 137
Investeringen    5 2395 582– 343
Totaal uitgaven45 88743 31044 20047 29857 67653 8823 794
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten   299363 363

Toelichting afwijkingen

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Diverse kleine verschillen5 124
Totaal verschillen5 124
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Diverse kleine verschillen4 137– 3433 794
Totaal verschillen4 137– 3433 794

Toelichting op de verschillen

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd. Daarnaast zijn extra aanschaffingen verricht in het kader van terrorismebestrijding waarvoor bij Nota van Wijziging extra gelden zijn vrijgemaakt alsmede de inbouw van een groot aantal, wettelijke verplichte, carkits.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse kleine verschillen363
Totaal verschillen363

Activiteiten

De MIVD heeft in 2002 de volgende activiteiten uitgevoerd:

• Verzamelen en verwerken van gegevens uit telecommunicatie-emissies in de ether;

• Verzamelen van gegevens met de hulp van natuurlijke personen;

• Verzamelen en verwerken van gegevens op het gebied van contra-inlichtingen en veiligheid, in het bijzonder gegevens over bedreigingen, in verband met spionage, subversie, sabotage en terrorisme;

• Evalueren, analyseren en verwerken van de verzamelde gegevens tot inlichtingen- en veiligheidsproducten;

• Uitvoeren van veiligheidsonderzoeken naar aspirant-defensiepersoneel.

Hoewel terrorisme, in relatie tot de taken van de krijgsmacht, op zichzelf één van de vaste aandachtsgebieden van de MIVD was, heeft de situatie die is ontstaan sinds 11 september 2001, tot een onvoorziene en substantiële extra informatiebehoefte geleid. Hierin is voorzien door uitbreiding van:

• Analysecapaciteit via oprichting van het bureau Transnationale Aangelegenheden en structurele invulling van de ondersteuning van defensieonderdelen op het gebied van contra-inlichtingen en veiligheid door middel van vaste CIV-teams. Dit houdt verband met de toegenomen kans op terroristische aanslagen tegen Nederlandse en Navo-eenheden;

• Human intelligence capaciteit. Dit is ook bereikt door intensievere samenwerking met buitenlandse diensten in verband met de sterk toegenomen vraag om steun bij bondgenootschappelijke inlichtingenoperaties;

• De inlichtingencapaciteit voor intensivering van onderzoek naar het potentieel van terroristische organisaties ten behoeve van een adequate structuur en de doeltreffende inzet van de Nederlandse krijgsmacht;

• De capaciteit om geautomatiseerde netwerken van terroristische organisaties binnen te dringen.

• Formeren van National Intelligence Cells en National Intelligence Points of Contact bij uitgezonden eenheden

In totaal zijn met de intensivering van terrorismebestrijding 24 functies gemoeid, waarvoor gelden zijn toegevoegd aan de begroting. Functiebeschrijvingen zijn opgesteld, functies zijn organisatorisch ingebed, gepubliceerd en grotendeels gevuld (€ 1,4 miljoen).

Groeiparagraaf VBTB

Op basis van de evaluatie van de beleidsbegroting 2002 en het hierover gevoerde overleg met de Kamer is de indeling van de beleidsbegroting 2003 gewijzigd. Deze aanpassingen leiden tot een beter onderscheid tussen de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen. Het beleidsartikel 06 «Militaire Inlichtingen Dienst» is om die reden in de begrotingsindeling 2003 opgenomen in het niet-beleidsartikel 90«Algemeen». Hierdoor zijn de eerste twee nader geoperationaliseerde doelstellingen (het voldoen aan de behoefte van de departementsleiding en de krijgsmachtdelen aan informatie over inlichtingen- en veiligheidsaangelegenheden en aan inlichtingen- en veiligheidsproducten) in de begroting 2003 niet verder geconcretiseerd.

In de «Inlichtingen- en Veiligheidsbehoefte Defensie (IVD)», worden de gevraagde producten van de MIVD concreet omschreven. De IVD wordt jaarlijks in het Politiek Beraad vastgesteld door de Minister. Op basis van de in de IVD vastgelegde behoefte en in het kader van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten zijn de bedrijfsprocessen van de MIVD in kaart gebracht. Daarnaast is gestart met het meten van processen, het kwantificeerbaar maken van processen door middel van kengetallen en het vastleggen in een dashboard.

BELEIDSARTIKEL 07 PENSIOENEN, UITKERINGEN EN WACHTGELDEN

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Het voorzien in betalingen van ouderdomspensioen, wachtgeld- en overige uitkeringen aan voormalig militair personeel en daarvoor in aanmerking komend (voormalig) burgerpersoneel.

De pensioenvoorziening en uitkeringen voor militair personeel waren voorheen grotendeels in eigen beheer bij Defensie. Overeenkomstig een in december 1998 met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) afgesloten overeenkomst is het beheer en de uitvoering van pensioenen voor personen ouder dan 65 jaar en van de militaire nabestaandenpensioenen die verband houden met overlijden als gevolg van het uitoefenen van de militaire dienst per 1 juni 2001 overgegaan naar het ABP. Voor de militaire nabestaandenpensioenen is sprake van volledige kapitaaldekking. Voor diensttijd vanaf 1 juni 2001 wordt ten behoeve van de militaire ouderdomspensioenen op het kapitaaldekkingsstelsel overgegaan. Ouderdomspensioenen die betrekking hebben op tot 1 juni 2001 opgebouwde diensttijd en (aanvullende) nabestaandenpensioenen worden op declaratiebasis met het ABP verrekend.

Voor de overgang op kapitaaldekking ten behoeve van het ouderdomspensioen is een financieringsarrangement getroffen. Daarnaast is de uitvoering van de UKW en de militaire invaliditeitspensioenen en de daarmee verband houdende voorzieningen en verstrekkingen eveneens in handen van het ABP.

De uitvoering van de sociale zekerheid (wachtgelden, WW en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen, WAO en bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) is in handen van de Uitvoeringsinstelling Werknemersverzekeringen (UWV). De in dit kader op dit artikel verantwoorde uitgaven hebben betrekking op de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor militairen in de zogenoemde niet-eigen risicoperiode. De werkloosheidsuitkeringen en de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de eigen risicoperiode (eerste vijf WAO-jaren) worden verantwoord bij de defensieonderdelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen767 022821 101816 062860 894939 401909 68629 715
Uitgaven       
Militaire nabestaanden pensioenen28 06228 27028 54030 27234 23327 2816 952
Militaire diensttijdpensioenen275 839288 184299 007312 460335 598300 30335 295
Kapitaaldekking ouderdomspensioen nominale bijdrage 36 23426 36535 62264 52935 74228 787
Militaire invaliditeitspensioenen83 93885 43888 64382 34980 32187 547– 7 226
Uitkeringswet gewezen militairen320 107345 940351 252378 963401 840364 62237 218
Sociale zorg5 6885 7545 4295 9785 8515 429422
Overige uitkeringen7 7957 1927 0436 0996 1855 899286
Reserve-overdracht7 4144 5246 8238 77810 3937 6242 769
Veteranenbeleid38 17919 5652 960373449539– 90
Uitvoeringskosten     16 286– 16 286
Wachtgelden en inactiviteitswedden     58 414– 58 414
Totaal uitgaven767 022821 101816 062860 894939 399909 68629 713
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten1 4091 5116 2992 0694121 559– 1 147

Toelichting afwijkingen

De in 2002 geconstateerde afwijkingen worden onderverdeeld in de volgende verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Overheveling wachtgelden– 74 700
Loonbijstelling43 951
Aanvulling nominale bijdrage kapitaaldekking21 600
UKW uitgaven29 300
Overige verschillen9 564
Totaal verschillen29 715
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenTotaal
Overheveling wachtgelden– 74 700
Loonbijstelling43 951
Aanvulling nominale bijdrage kapitaaldekking21 600
UKW uitgaven29 300
Overige verschillen9 562
Totaal verschillen29 713

Toelichting uitgaven- en verplichtingenverschillen

Overheveling wachtgelden

Bij de opstelling van de begroting 2002 was het de bedoeling om de uitgaven met betrekking tot de wachtgelden en de daarbij behorende uitvoeringskosten ten laste van dit artikel te verantwoorden. Tijdens de begrotingsuitvoering is echter alsnog besloten om deze uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de verantwoordelijkheid berust over het toekennen van aanspraken op wachtgelden.

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

Aanvulling nominale bijdrage kapitaaldekking

Aan het ABP is, op verzoek, in 2002 een bedrag van € 21,6 miljoen betaald als voorschot op de bijdrage in 2003.

UKW uitgaven

De meeruitgaven vinden hun oorzaak in:

– de doorwerking van de verhoogde instroom in de UKW uit de jaren 1999 en 2000;

– het afwijken van de 30%-norm voor het nadienen in het kader van de afspraken gemaakt in de arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie 2000–2001;

– de ten gunste van de defensieonderdelen komende korting op de SZVK-premie betrekking hebbend op de meerlasten voor compensatie MOOZ/WTZ-bijdrage bij de UKW'ers en

– additionele instroom in de UKW als gevolg van het gebruik van de maatregel «50 jaar niet ten volle geschikt».

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse kleine verschillen– 1 147
Totaal verschillen– 1 147

Groeiparagraaf VBTB

Op basis van de evaluatie van de beleidsbegroting 2002 en het hierover gevoerde overleg met de Kamer is de indeling van de beleidsbegroting 2003 gewijzigd. Deze aanpassingen leiden tot een beter onderscheid tussen de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen. Het beleidsartikel 07 «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden» is om die reden in de begrotingsindeling 2003 opgenomen in het niet-beleidsartikel 90 «Algemeen».

BELEIDSARTIKEL 08 ZIEKTEKOSTENVOORZIENING DEFENSIEPERSONEEL

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Het voorzien in een ziektekostenvoorziening voor het defensiepersoneel.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel31 49227 19027 97128 26329 46724 1725 295
Totaal uitgaven31 49227 19027 97128 26329 46724 1725 295

Toelichting afwijkingen

Bedragen * € 1 000
Verschillen in de verplichtingen en uitgavenTotaal
Diverse kleine verschillen5 295
Totaal verschillen5 295

Toelichting uitgaven- en verplichtingenverschillen

De hogere realisatie bij de Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel wordt grotendeels veroorzaakt doordat een groter aantal werknemers gebruik heeft gemaakt van deze regeling en de stijging van het gemiddelde aanspraakbedrag als gevolg van de autonoom stijgende ziektekosten. Tevens is in 2002 sprake geweest van een inhaaloperatie bij de uitvoeringsorganisatie.

Groeiparagraaf VBTB

Op basis van de evaluatie van de beleidsbegroting 2002 en het hierover gevoerde overleg met de Kamer is de indeling van de beleidsbegroting 2003 gewijzigd. Deze aanpassingen leiden tot een beter onderscheid tussen de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen. Het beleidsartikel 08 «Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel» is om die reden in de begrotingsindeling 2003 opgenomen in het niet-beleidsartikel 90 «Algemeen».

Vanaf de sectoralisering van de voormalige ZVO-regeling in 1998 worden in de sector Defensie stappen gezet om de toegang tot de voor deze sector tot stand gebrachte ZVD-regeling te beperken en daarmee – gezien het open-einde karakter van de ZVD-regeling tot een betere kostenbeheersing te komen. Dit heeft in 1999 geleid tot uitsluiting van de toegang tot de ZVD voor actief dienende militairen en personen met een uitkering in het kader van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UKW) en opname van deze personen in het ziektekostenverzekeringsstelsel voor militairen (SZVK). Voor gewezen militairen van 65 jaar en ouder, die vanuit de UKW in het ouderdomspensioen instromen, wordt thans eveneens de haalbaarheid onderzocht van opname in de SZVK met uitsluiting van de ZVD-aanspraak. Verder zal de introductie van een nieuw nationaal zorgstelsel leiden tot heroverweging van de ZVD.

BELEIDSARTIKEL 09 VREDESOPERATIES

Nader geoperationaliseerde doelstelling

Het Nederlandse ambitieniveau voor bijdragen aan internationale crisisbeheersings- en humanitaire operaties is vastgesteld op:

• deelneming aan een vredesafdwingende operatie met een brigade of het equivalent daarvan (een maritieme taakgroep, drie squadrons jachtvliegtuigen of een combinatie daarvan);

• deelneming gedurende langere tijd aan maximaal vier vredesoperaties met bijdragen van bataljonsgrootte of equivalenten daarvan, zoals een squadron jachtvliegtuigen of twee fregatten.

Bij het verwerken van de afspraken uit het Strategisch Akkoord is het ambitieniveau voor deelneming aan vredesoperaties aangepast van maximaal vier naar maximaal drie.

Resultaten

De opgenomen resultaten betreffen vredesoperaties die in 2002 zijn beëindigd. De lopende vredesoperaties worden toegelicht in de paragraaf activiteiten.

Task Force Fox (TFF)

Doel van de Navo-troepenmacht Task Force Fox was het ondersteunen van de lokale autoriteiten in Macedonië bij de beveiliging van de waarnemers van de Europese Unie Monitoring Mission (EUMM) en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Macedonië.

Op de Navo-Top te Praag heeft het bondgenootschap de voltooiing van de operatie Amber Fox in Macedonië verwelkomd. Dit succes is mede op het conto te schrijven van de Nederlandse leiding over TFF sinds juni 2002. Onder Nederlands commando heeft TFF bijgedragen aan het succesvolle verloop van de algemene verkiezingen op 15 september en van de volkstelling gedurende de eerste twee weken van november. De Macedonische president heeft zijn erkentelijkheid voor de Nederlandse rol in TFF tegenover minister-president Balkenende uitgesproken. Tijdens het bezoek aan Macedonië hadden de Macedonische minister van Buitenlandse Zaken en de Macedonische premier reeds hetzelfde gedaan. De uitstekende samenwerking tussen TFF en andere onderdelen van de internationale gemeenschap heeft ertoe bijgedragen dat TFF effectief zijn taak heeft kunnen vervullen. Ook bij de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap bestaat veel lof voor de Nederlandse leiding over TFF.

United Nations Police Task Force (UNIPTF)

Op 30 juni 2002 besloot de VN-Veiligheidsraad het mandaat van UNIPTF voor de laatste keer te verlengen, en wel tot 31 december 2002. De UNIPTF heeft de afgelopen jaren de nodige voortgang geboekt bij de hervorming van de Bosnische politie vooral op het lagere, uitvoerende niveau.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen103 343219 932183 511199 158166 597170 177– 3 580
Uitgaven       
VN-contributies13 77212 61333 42053 77344 63048 554– 3 924
SFOR76 17760 86569 83487 11870 10683 042– 12 936
KFOR 50 29051 8204 0001 043908135
UNFICYP 2 9933 0321 34753 53
UNMEE  15 87547 3252 433 2 433
F-16's Amendola 46 22412 4304 000   
Task Force Fox    8 705 8 705
ISAF    14 264 14 264
Enduring Freedom    27 753 27 753
Voorziening vredesoperaties/overige operaties10 96634 1015 5267273 66837 673– 34 005
Totale uitgaven100 915207 086191 937198 290172 655170 1772 478
Ontvangsten       
Totale ontvangsten6 6944 77015 25154 9538 6111 4077 204

Toelichting afwijkingen

De in 2002 geconstateerde afwijkingen worden onderverdeeld in de volgende verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
VN-contributies– 3 924
UNMEE2 433
Voorziening vredesoperaties/Overige operaties– 34 005
SFOR– 12 936
ISAF14 264
Enduring Freedom27 753
Task Force FOX8 705
Overige verschillen– 5 870
Totaal verschillen– 3 580
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
VN-contributies– 3 924
UNMEE2 433
Voorziening vredesoperaties/Overige operaties– 34 005
SFOR– 12 936
ISAF14 264
Enduring Freedom27 753
Task Force FOX8 705
Overige verschillen188
Totaal verschillen2 478

Toelichting op de verschillen (zowel voor verplichtingen als uitgaven)

VN-contributies

Het verplichte aandeel van Nederland in VN-contributies bedraagt 1,751%. Het aantal VN-operaties alsmede de omvang daarvan kunnen jaarlijks aanzienlijke verschillen vertonen. Met name de omvang van VN-operaties is in 2002 lager uitgekomen dan geraamd.

UNMEE

In het begrotingsjaar zijn nog additionele uitgaven verricht die voortvloeiden uit de inzet van Nederlandse militaire middelen in de operatie UNMEE. Deze Nederlandse inzet is medio 2001 beëindigd.

Voorziening vredesoperaties/Overige operaties

Voor additionele uitgaven vredesoperaties is binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) een structureel budget voor vredesoperaties opgenomen. De hoogte van dit budget bedroeg in 2002 € 170,2 miljoen. Hieruit zijn de operaties in het kader van Enduring Freedom, Task Force Fox en ISAF gefinancierd. De realisatie van € 3,7 miljoen in 2002, onder de noemer «Voorziening vredesoperaties/Overige operaties» heeft betrekking op de overige kleine operaties en de contributiebijdrage voor Peace Support Operations (PSO).

SFOR

In de loop van 2002 is de personele omvang van SFOR teruggebracht, inbegrepen de inhuur van personeel, evenals de Nederlandse helikopterbijdrage. Deze laatste inzet is verminderd tot twee Cougars. Tevens zijn meer luchttransporten met eigen middelen uitgevoerd in plaats van dat civiel luchttransport werd ingehuurd. Daarnaast zijn de uitgaven voor onderhoud van materieel achtergebleven bij de oorspronkelijke raming.

Tevens zijn de uitgaven voor telecommunicatie lager uitgevallen door gebruik te gaan maken van locale providers voor mobiele telefonie en e-mail voorzieningen.

ISAF, Enduring Freedom en Task Force Fox

Dit betreft operaties waartoe eind 2001 is besloten om als Nederlandse krijgsmacht een bijdrage te leveren.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Bijdragen van VN7 204
Totaal verschillen7 204

Toelichting op de verschillen

Bijdragen van de VN

Door de VN worden gedeeltelijk de kosten vergoed van operaties waaraan door lidstaten wordt deelgenomen. Het moment van betaalbaarstellen van door de VN gecertificeerde claims is voor een deel afhankelijk van het betaalgedrag van de lidstaten. Dit is moeilijk voorspelbaar. Uit dit oogpunt is er sprake van behoedzaam ramen van de VN-ontvangsten. Dit jaar is mede hierdoor € 7,2 miljoen meer ontvangen dan initieel geraamd.

Activiteiten

Stabilisation Force (SFOR)

De presentie van SFOR is een belangrijke stabiliserende factor in Bosnië-Herzegovina. Vooral in gebieden waar vluchtelingen en ontheemden nog terugkeren is de vertrouwenwekkende aanwezigheid van SFOR van belang.

In juni 2002 besloot de Navo SFOR te reduceren. Ook Nederland bracht zijn bijdrage aan het helikopterdetachement terug. Mede in het licht van deze reducties is het Nederlands verantwoordelijkheidsgebied in Bosnië-Herzegovina vergroot met de gebieden rond Kupres, Livno, en Tomislavgrad. Nederland heeft hier een forward operating base ingericht.

Nederland heeft gedurende een jaar het commando gevoerd over de Multi National Division South West. Op 13 september 2002 is dit commando overgedragen aan de Britten.

Op 5 oktober 2002 hebben de parlementsverkiezingen in Bosnië plaatsgevonden, waarbij de nationalistische partijen terrein hebben gewonnen. Niettemin is de situatie in Bosnië onveranderd rustig hoewel nog steeds het risico van oplaaiende conflicten blijft bestaan.

Het 1(NL)Marnsbat heeft in het kader van de Strategic Reserve Force deelgenomen aan de oefening Dynamic Response. Per 1 december 2002 is de Nederlandse bijdrage van dit bataljon Mariniers aan de strategische reserve beëindigd.

 
MissiePeriodeBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie1 2002Realisatie2 2002
SFORVanaf 1995Gemiddelde bezettingAantal personeel1 388963963
  HQ SFORMensinzetdagen8 0309 1259 125
  HQ MND (SW)Mensinzetdagen16 79015 33015 330
  Division Support GroupMensinzetdagen4 3803 6503 650
  ContingentscommandoMensinzetdagen9 4908 7608 760
  Gemechaniseerd tank/pantserinfanteriebataljonMensinzetdagen178 850193 450193 450
  Mortierpeloton en stafwachtpelotonMensinzetdagen1 8009 6009 600
  Point of Debarkation-pelotonMensinzetdagen7 3008 0308 030
  National Support ElementMensinzetdagen63 87560 22560 225
  EOV-detachementMensinzetdagen1 4601 4601 460
  VerbindingscompagnieMensinzetdagen35 77031 75531 755
  Geneeskundig detachementMensinzetdagen7 6655 8405 840
  Supportsquadron detachementMensinzetdagen5 1105 1105 110
  TransporthelikoptersVlieguren1 9731 446
  TransportvliegtuigenVlieguren 890

1Betreft de realisatie van inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor vredesoperaties.

2Betreft de inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor zover deze als additioneel ten opzichte van het activiteitenplan zijn gerealiseerd. De uitgaven voor de niet-additionele activiteiten zijn ten laste van de beleidsartikelen 01 Koninklijke marine, 02 Koninklijke landmacht, 03 Koninklijke luchtmacht of 04 Koninklijke marechaussee verantwoord.

Kosovo Force (KFOR)

Hoewel Nederland geen volledige militaire eenheden meer levert ten behoeve van KFOR, zijn in 2002 gemiddeld 6 Nederlandse militairen werkzaam geweest op het KFOR-hoofdkwartier in Kosovo.

 
MissiePeriodeBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie1 2002Realisatie2 2002
KFORTot juli 2000Gemiddelde bezettingAantal personeel766

1Betreft de realisatie van inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor vredesoperaties.

2Betreft de inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor zover deze als additioneel ten opzichte van het activiteitenplan zijn gerealiseerd. De uitgaven voor de niet-additionele activiteiten zijn ten laste van de beleidsartikelen 01 Koninklijke marine, 02 Koninklijke landmacht, 03 Koninklijke luchtmacht of 04 Koninklijke marechaussee verantwoord.

Enduring Freedom (EF)

In het kader van de door de Verenigde Staten geleide coalitie tegen het internationale terrorisme (de operatie Enduring Freedom) heeft Nederland gedurende 2002 verschillende militaire middelen ingezet.

Het ingezette Nederlandse fregat richt zich op het voorkomen van verplaatsingen van verdachte personen en/of goederen uit Afghanistan en het beveiligen van de waterwegen rondom het Arabische schiereiland. Op 10 november 2002 is Hr.Ms. Van Galen afgelost door Hr.Ms. Van Nes.

Sinds 29 juni 2002 opereert een Nederlands maritiem patrouillevliegtuig (MPA) vanuit de Verenigde Arabische Emiraten. Het voert intelligence-, surveillance- and reconaissancetaken uit. Na een Amerikaans verzoek kan het Nederlandse MPA vanaf 24 december 2002 ook worden ingezet voor uitvoering van deze taken boven het Afghaans grondgebied.

Een onderzeeboot heeft in de verslagperiode een aantal geheime operaties uitgevoerd.

Ten behoeve van de luchtsteun aan grondtroepen in Afghanistan zijn met ingang van 1 oktober 2002 voor een half jaar zes F-16 jachtvliegtuigen ingezet. De F-16's voeren patrouilles uit boven Afghanistan en kunnen eenheden op de grond van luchtsteun voorzien. Daarnaast is ter ondersteuning van deze operatie een KDC-10 tankervliegtuig aanwezig voor algemene air-to-air refueling taken en voor de noodzakelijke onderhoudsvluchten van de jachtvliegtuigen van en naar Nederland. Tot begin 2003 trad Nederland leidend op in een samenwerkingsverband tussen Noorwegen, Denemarken en Nederland, genaamd European Participating Air Forces (EPAF). Dit samenwerkingsverband opereert vanuit Manas te Kirgizië. De Nederlandse politieke doelkeuzerestricties worden bewaakt door twee liaisonofficieren die zijn geplaatst op het Amerikaanse hoofdkwartier te Bagram nabij Kabul.

In 2002 is een fregat ingezet dat ter vervanging diende van Amerikaanse eenheden die elders zijn ingezet. Het fregat, dat onder operationele controle van US Southern Command voor inzet in het Caribisch gebied was gesteld, is met ingang van 15 december naar Nederland teruggekeerd. Per ultimo 2002 is ook de bijdrage met het maritieme patrouillevliegtuig in deze regio beëindigd.

 
MissiePeriodeBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie1 2002Realisatie2 2002
EFVanaf Dec 01Totale cumulatieve inzetAantal personeel483  
  FregattenVaardagen110649280
  OnderzeebootVaardagen 229
  Maritieme helikoptersVlieguren 862
  MPA (Orion)Vlieguren 1 407902
  Medical Team (Oman)Mensinzetdagen 640640
  TransportvliegtuigenVlieguren 1 450
  JachtvliegtuigenVlieguren 1 363660

1Betreft de realisatie van inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor vredesoperaties.

2Betreft de inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor zover deze als additioneel ten opzichte van het activiteitenplan zijn gerealiseerd. De uitgaven voor de niet-additionele activiteiten zijn ten laste van de beleidsartikelen 01 Koninklijke marine, 02 Koninklijke landmacht, 03 Koninklijke luchtmacht of 04 Koninklijke marechaussee verantwoord.

International Security and Assistance Force (ISAF)

Het mandaat voor ISAF is vastgelegd in de Veiligheidsresolutie 1386 en 1413. De militaire opdracht van ISAF is de Afghaanse interim-regering en de huidige overgangsregering te ondersteunen bij het handhaven van de veiligheid in Kabul en omstreken. Het is nog niet nodig geweest gebruik te maken van de bevoegdheid om de militaire opdracht af te dwingen, Het mandaat van de VN biedt deze mogelijkheden overigens wel. Turkije bemande in 2002 het strategische (divisie)hoofdkwartier van ISAF.

Het Nederlandse contingent was onderdeel van een multinationale brigade die onder Duitse leiding stond (Kabul MultiNational Brigade). De elementen van dit contingent (compagniegrootte) zijn vooral afkomstig van eenheden van de luchtmobiele brigade van de Koninklijke landmacht. Het contingent bestaat onder andere uit een infanteriepeloton, een verkenningspeloton en enkele ploegen van het Korps Commandotroepen (KCT). De bijdrage van het KCT is met de rotatie van eind juli 2002 teruggebracht van drie naar twee ploegen. Vanaf 29 september zijn op verzoek van Duitsland twaalf Nederlandse militairen aan het Duitse veldhospitaal toegevoegd.

Het Nederlandse contingent beschikte over zes Patria-pantserwielvoertuigen.

 
MissiePeriodeBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie1 2002Realisatie2 2002
ISAFVanaf jan 02Gemiddelde bezettingAantal personeel 250250
  HQ ISAFMensinzetdagen 21 90021 900
  InfanteriecompagnieMensinzetdagen 58 40058 400
  Logistiek pelotonMensinzetdagen 10 95010 950
  TransportvliegtuigenVlieguren 528

1Betreft de realisatie van inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor vredesoperaties.

2Betreft de inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor zover deze als additioneel ten opzichte van het activiteitenplan zijn gerealiseerd. De uitgaven voor de niet-additionele activiteiten zijn ten laste van de beleidsartikelen 01 Koninklijke marine, 02 Koninklijke landmacht, 03 Koninklijke luchtmacht of 04 Koninklijke marechaussee verantwoord.

Task Force Fox (TFF)

Op 26 juni 2002 nam Nederland de leiding over Task Force Fox over van Duitsland. Het was de eerste keer dat Nederland als Lead Nation heeft opgetreden in Navo-verband. In verband met de verkiezingen op 15 september 2002 is TFF tijdelijk versterkt. Nadat de verkiezingen in relatieve rust waren afgerond zijn deze extra eenheden weer teruggekeerd. De missie Task Force Fox is op 15 december beëindigd. Het Nederlandse personeel is voor de Kerst teruggekeerd naar Nederland, het materieel in januari 2003.

 
MissiePeriodeBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie1 2002Realisatie2 2002
TFFJuni-dec 2002Gemiddelde bezettingAantal personeel 236236
  Brigade HQMensinzetdagen 30 26030 260
  InfanteriecompagnieMensinzetdagen 7 2807 280
  SupportcompagnieMensinzetdagen 15 30015 300
  TransportvliegtuigenVlieguren 339

1Betreft de realisatie van inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor vredesoperaties.

2Betreft de inzet van personeel vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor zover deze als additioneel ten opzichte van het activiteitenplan zijn gerealiseerd. De uitgaven voor de niet-additionele activiteiten zijn ten laste van de beleidsartikelen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee verantwoord.

Overige, kleine operaties

United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea Mine Action Coordination Centre (UNMEE-MACC)

Twee mijnruiminstructeurs die vanaf 1 februari 2002 deelnamen aan het UNMEE Mine Action Coordination Centre te Asmara (Eritrea) zijn op 3 oktober teruggekeerd naar Nederland, nadat de Eritrese autoriteiten de samenwerking met de UNMEE-MACC om hen moverende redenen hadden verbroken.

Ook de twee mijnruiminstructeurs die Nederland sinds 9 augustus jl. gedurende vier maanden beschikbaar had gesteld voor het VN-mijnenruimprogramma in Ethiopië zijn sinds 8 december 2002 terug in Nederland. Het programma had als doel de Ethiopische capaciteit op het gebied van mijnenruiming te vergroten. De instructeurs hebben in Addis Abeba en in het noorden van het land een groep van ongeveer 300 gedemobiliseerde militairen opgeleid.

Nederland heeft sinds 8 augustus 2002 voor zes maanden één officier ter beschikking gesteld als Mine Action Liaison Officer in het VN-mijnenruimprogramma in Ethiopië/Eritrea.

Bosnia Kosovo Air Component (BKAC)

In 2002 is een maritiem patrouillevliegtuig totaal 164 uur ingezet voor verkenningsvluchten boven Bosnië-Herzegovina en Kosovo in het kader van de Bosnia Kosovo Air Component (BKAC).

United Nations Police Task Force (UNIPTF)

Het mandaat van UNMBiH is op 31 december 2002 beëindigd. Daarmee is tevens een eind gekomen aan de politiemissie United Nations International Police Task-Force.

EC Police Assistance Project in Albania (ECPA)/Multinational Advisory Police Element (MAPE)

De ECPA verzekerde vanaf 31 mei 2001 de noodzakelijke continuïteit in de werkzaamheden van de MAPE gedurende de overgangsfase naar de Police Assistance Mission of the European Community to Albania (PAMECA). De Nederlandse bijdrage aan ECPA, die bestond uit één officier van de Koninklijke marechaussee en één inspecteur van de politie, is op 25 november 2002 beëindigd.

FEDMAC (Federation Mine Action Center)

In september 2002 is als gevolg van een interne reorganisatie het FEDMAC opgegaan in het Bosnia Herzogovina Mine Action Centre (BHMAC). Nederland blijft vertegenwoordigd in deze organisatie met één militair adviseur.

EUMM (European Union Monitor Mission)

De EUMM heeft tot doel het terugkeerproces van multi-etnische politie-eenheden in Macedonië te begeleiden. In 2002 heeft Nederland hieraan met drie militairen bijgedragen.

European Union Police Mission (EUPM)

Voortbordurend op de activiteiten van de UNIPTF is op 1 januari 2003 de EUPM van start gegaan. Doel van de EUPM is het coachen van het midden- en hogere Bosnische politiekader in het uitoefenen van politietaken naar Europees model. De EUPM heeft geen executieve taken en verricht haar taken ongewapend. Vooruitlopend op de Nederlandse bijdrage aan deze missie maakt er één militair deel uit van het voordetachement. De Nederlandse bijdrage bestaat in 2003 uit 20 militairen van de Koninklijke marechaussee en acht civiele politieagenten.

OVSE Albanië

De taak van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)-missie in Albanië is het adviseren van de Albanese autoriteiten op het gebied van humanitaire, economische en politieke zaken en veiligheidsaangelegenheden. Daarnaast zien OVSE-waarnemers toe op de ontwikkelingen in het grensgebied met Kosovo. Eind september 2002 vertrok de laatste van de twee officieren die sinds mei 1998 deelnamen aan deze OVSE-missie. Voorshands is door de OVSE geen verzoek gedaan om een bijdrage te blijven leveren aan deze missie.

OVSE Moldavië

Het doel van de OVSE-missie in Moldavië is assisteren bij het totstandkomen van een allesomvattende politieke oplossing voor het conflict tussen Moldavië en Rusland over het terugtrekken van het materiaal van 14e Russische Leger uit Moldavië en het geschil over de speciale status van het gebied Transdjnestrië. Sinds 1993 neemt Nederland deel aan de missie met één officier.

OVSE Macedonië

Op 22 maart 2001 heeft de Permanent Council van de OVSE met het besluit nr. 405 toestemming gegeven om de OSCE Spillover Monitor Mission to Macedonia te starten. De missie heeft tot doel het monitoren van de ontwikkelingen langs de grens tussen Macedonië en Servië (Kosovo) en de ontwikkelingen in andere gebieden die risico lopen betrokken te raken bij het conflict in voormalig Joegoslavië (Kosovo). Dit wordt bewerkstelligd door: het bewaken van de territoriale integriteit van Macedonië, het ondersteunen en uitbouwen van stabiliteit, vrede en veiligheid en het voorkomen van mogelijke conflicten in de regio. Onderdeel van de Spillover Monitor Mission is de OSCE Police Development Unit. Doel van deze multinationaal samengestelde eenheid is het trainen van 1000 nieuwe politieagenten. In eerste aanleg loopt het mandaat tot december 2003. Nederland neemt deel met één kolonel van de Koninklijke marechaussee. De taak van deze functionaris behelst het aansturen van de Field Training Coordinators en de Community Police Liaison Officers. Tevens is hij op voornoemde deelgebieden verantwoordelijk voor de contacten met de verschillende internationale organisaties en de Macedonische autoriteiten.

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

In de UNTSO houden militaire waarnemers toezicht op de bestandslijnen tussen Israël en zijn buurlanden. Aan UNTSO nemen momenteel twaalf Nederlandse militairen deel. Eén boven het vaste aantal van elf waarnemers, omdat Nederland vanaf augustus 2002 voor de periode van twee jaar ook de seniorfunctie Chief Operation Officer in de UNTSO-hoofdkwartier in Jeruzalem vervult.

 
MissiePeriodeBijdrageMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie1 2002Realisatie2 2002
UNMEE MACC Gemiddelde bezettingAantal personeel 33
BKAC Gemiddelde bezetting HQAantal personeel8 
  MPA (Orion)Vlieguren24540
UNIPTFVanaf 1995 tot 2002Gemiddelde bezettingAantal personeel555555
ECPAVanaf okt 2001 tot nov 2002Gemiddelde bezettingAantal personeel 11
MAPE1997 tot juli 2001Gemiddelde bezettingAantal personeel9 
FEDMACVanaf juni 1998Gemiddelde bezettingAantal personeel111
EUMMVanaf 1996Gemiddelde bezettingAantal personeel333
EUPM Gemiddelde bezettingAantal personeel 11
OVSE-AlbaniëVanaf 1997 tot sept 2002Gemiddelde bezettingAantal personeel211
OVSE-MoldaviëVanaf 1993Gemiddelde bezettingAantal personeel111
OVSE-MacedoniëVanaf okt 2001Gemiddelde bezettingAantal personeel111
UNTSOVanaf 1956Gemiddelde bezettingAantal personeel111212

1Betreft de realisatie van inzet van personeel, vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor vredesoperaties.

2Betreft de inzet van personeel vaardagen, mensinzetdagen en vlieguren voor zover deze als additioneel ten opzichte van het activiteitenplan zijn gerealiseerd. De uitgaven voor de niet-additionele activiteiten zijn ten laste van de beleidsartikelen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht of Koninklijke marechaussee verantwoord.

Groeiparagraaf VBTB

De grote operaties zoals SFOR, ISAF en Enduring Freedom worden tussentijds geëvalueerd. Hierover ontvangt de Tweede Kamer jaarlijks in mei de rapportage. De kleine en kortlopende missies worden na afloop geëvalueerd.

BELEIDSARTIKEL 10 CIVIELE TAKEN

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

De doelstellingen van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (KWNA&A) betreffen de steunverlening aan de gemeenschap en leden der gemeenschap bij (dreigende) noodsituaties als gevolg van ongevallen en rampen en de bescherming tegen aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen voor de veiligheid en voor de persoonlijke levenssfeer.

Kustwacht Nederland

De doelstellingen van de Kustwacht Nederland (KWNED) betreffen de steunverlening op zee-, kust- en aangewezen binnenwateren, bij (dreigende) noodsituaties als gevolg van ongevallen en rampen en de bescherming tegen aantasting van de rechtsorde en de daaruit voortvloeiende gevaren en bedreigingen voor de veiligheid en voor de persoonlijke levenssfeer.

Explosievenopruiming

De doelstelling van de explosievenopruimingsdiensten van Defensie is het voorzien in de capaciteit voor het opsporen, identificeren en ruimen van conventionele explosieven, vermoede explosieven en geïmproviseerde explosieven in Nederland, zowel op land als in het water, op zee, als ook overal elders ter wereld in het kader van een bondgenootschap, verdragsorganisatie of een bilaterale overeenkomst.

Hulp aan civiele overheden

Doel is het als vangnet optreden indien de civiele hulpverlening moet worden afgelost of aangevuld of indien bijzondere defensie-expertise nodig is die civiel niet voorhanden is in het geval zich een ramp of een zwaar ongeval voordoet.

Resultaten

Voor zover mogelijk zijn de uitgevoerde civiele taken in concrete resultaten uitgedrukt. Voorafgaand aan deze resultaten, worden de diverse verantwoordelijkheden kort toegelicht.

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

 
OmschrijvingMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002
In beslag genomen drugsIn kilo's4 6457 989
Bijdrage aan onderzoekenAantal4079
Assistentie schepenAantal6054
Gered of in veiligheid gebrachtPersonen243271
Controle scheepvaartProcessen verbaal5436
MilieuverontreinigingProcessen verbaal96
Illegale visserijProcessen verbaal1729
Illegale immigratieProcessen verbaal10174

Overeenkomstig de besluitvorming in de kustwachtcommissie, heeft de nadruk gelegen bij de drugbestrijding. Van de geleverde bijdragen aan onderzoeken verdovende middelen zijn er 22 met succes afgerond.

Kustwacht Nederland

 
OmschrijvingRealisatie 2001Realisatie 2002
Aantal opgevolgde alarmeringenca. 3 1003 046
Aantal maritieme reddingsacties1 3481 411
Aantal aeronautische reddingsacties4173

Van de 3 046 opgevolgde alarmeringen was ongeveer 26 procent onbedoeld.

Explosievenopruiming

 
Omschrijving activiteitenRealisatie 2001Realisatie 2002
Ruimingen2 4242 436
Zoekacties/opsporingen63*)71
Justitiële bijstand150125

* Gecorrigeerd ten opzichte van de begroting 2003 (bevat een dubbeltelling).

Hulp aan civiele overheden

De uiteenlopende hulp aan civiele overheden wordt uitgevoerd door diverse onderdelen van de krijgsmacht onder (eind-)verantwoordelijkheid van de Chef defensiestaf. In de verslagperiode heeft geen bijzondere militaire bijstand of bijstand in het kader van de Wet Rampen en Zware Ongevallen plaatsgevonden.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen16 52533 97638 42223 55035 89432 3993 495
Uitgaven       
Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba16 57722 74024 62721 89422 64718 7663 881
Kustwacht Nederland5 4215 4215 4215 4214 9454 9369
Explosievenopruiming8 2608 2608 2608 3367 0478 697– 1 650
Hulp aan civiele overheden    1 362 1 362
Totale uitgaven30 25836 42138 30835 65136 00132 3993 602
Ontvangsten       
Totale ontvangsten1 6994 7945 4427 7947 9595 3372 622

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde verschillen zijn beleidsmatig van aard.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Invulling burgervacatures door militairen2 731
Investeringen1 472
Diverse kleine verschillen– 708
Totaal verschillen3 495
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenTotaal
Invulling burgervacatures door militairen2 731
Investeringen1 472
Diverse kleine verschillen– 601
Totaal verschillen3 602

Toelichting op de beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Invulling burgervacatures door militairen

Bij de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba is gedurende het gehele jaar een aantal vacatures lokaal burgerpersoneel tijdelijk vervuld door duurdere militairen.

Investeringen

Deze meeruitgaven zijn veroorzaakt doordat een bijdrage is geleverd in de verbetering van de accommodatie voor marineluchtvaart personeel en de voorbereiding op de aanleg van het kustwacht steunpunt St. Maarten.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Bijdrage BZK1 060
Diverse kleine verschillen1 562
Totaal verschillen2 622

Toelichting op de verschillen

Bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De oplopende kosten van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba zijn na overleg in de Ministerraad gedeeltelijk gefinancierd door de ministeries van Justitie, Verkeer en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze laatste heeft de bijdrage niet via de uitgavenbegroting laten lopen, doch via de ontvangstenbegroting.

Activiteiten

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

De activiteiten die de Koninklijke marine ten behoeve van de doelstellingen van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba heeft verricht zijn:

 
Omschrijving activiteitenMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil 2002
StationsschipVaardagen927892– 14
Maritieme patrouillevliegtuigenVlieguren1 8971 8661 900– 34
Geëmbarkeerde helikopterVlieguren390264390– 126
AS355 helikopterVlieguren5025005000
Inshore vaartuigenVaaruren2 8183 0244 200– 1 176
CuttersVaardagen3613683608
PatrouillebotenVaaruren1 2151 2022 800– 1 598

De vaardagen van het stationsschip zijn vanwege problemen met de gasturbines en dieselgeneratoren iets achtergebleven bij de begroting. De onderrealisatie vlieguren van de geëmbarkeerde helikopter wordt veroorzaakt door de tijdelijke technische problemen in de staart-rotor-aandrijving en als gevolg van een onvoorziene motorwisseling. De onderrealisatie bij de patrouilleboten en inshore vaartuigen is het gevolg van de slechte materiële toestand. Het merendeel van de vaartuigen is aan het eind van de levensduur en er ontstaan steeds vaker grote defecten. Op grond hiervan is de planning van vaardagen gedurende het verslagjaar neerwaarts bijgesteld.

Kustwacht Nederland

De activiteiten die de Koninklijke marine ten behoeve van de doelstellingen van de Kustwacht Nederland heeft verricht zijn:

 
Omschrijving activiteitenMeeteenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002*Verschil 2002
MijnenbestrijdingsvaartuigenVaardagen13980140– 60
Maritieme patrouillevliegtuigenVlieguren167322550– 228
HelikoptersVlieguren370122230– 108

De onderrealisatie vaardagen van mijnenbestrijdingsvaartuigen is ontstaan doordat de KWNED vaardagen heeft geschrapt wegens niet-beschikbaarheid van inspecteurs, personeelstekorten en slechte weersomstandigheden. De onderrealisatie vlieguren is ontstaan doordat de benodigde vluchtduur voor het uitvoeren van de door de KWNED uitgegeven opdracht gemiddeld korter was dan oorspronkelijk begroot. Voorts is een aantal vluchten uitgevallen als gevolg van de materiële problemen met de P3-C Orion welke mede veroorzaakt worden door de tekorten aan onderhoudspersoneel, de uitloop van het groot onderhoud en de aanvang van de CUP-Orion. De onderrealisatie vlieguren helikopters wordt ondermeer veroorzaakt doordat minder Search-and-Rescue acties en andere ad-hoc-missies noodzakelijk zijn geweest.

Hulp aan civiele overheden

In 2002 heeft ondermeer de navolgende hulpverlening en militaire bijstand plaatsgevonden:

• inzet van Apachehelikopters naar een vermist Duits kind, op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

• kazernefaciliteiten aan de politie naar aanleiding van verwachte rellen met veehouders;

• platformfaciliteiten ten behoeve van Eurotransporten aan het ministerie van Financiën en een C-130 Hercules transportvliegtuig dat voor het vervoer van Eurobiljetten is ingezet.

Groeiparagraaf VBTB

De nadere afbakening van de verantwoordelijkheden is uitgevoerd en opgenomen in de begroting 2003. De opstelling van door de Koninklijke marine ingebrachte middelen bij de KWNA&A en KWNED is meegenomen in de opstelling van de begroting 2003.

Mede in het licht van de doelstellingen en activiteiten van de KWNA&A is in 2002, op verzoek van de Kustwachtcommissie, door Deloitte & Touche en de Koninklijke marine, een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit en efficiency. Dit onderzoek is gebruikt bij de besluitvorming van de Kustwachtcommissie en de advisering aan de betrokken bewindslieden met betrekking tot het lange termijnplan. Naar aanleiding van het rapport is door de Kustwachtcommissie besloten maatregelen te ontwikkelen ter verbetering van het interne sturende vermogen van de organisatie, gekoppeld aan het ontwikkelen van doelstellingen met meetbare producten. Hierbij is met name de verhouding tussen het ambitieniveau en de beschikbare middelen een belangrijk punt van aandacht.

BELEIDSARTIKEL 11 INTERNATIONALE SAMENWERKING

Nader geoperationaliseerde doelstellingen

Bijdragen aan de gemeenschappelijke Navo-begroting

De Navo is de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Het Navo-lidmaatschap is het primaire instrument om de integriteit van het eigen grondgebied te verzekeren. Het vergroot tevens de mogelijkheden tot handhaving van de internationale rechtsorde en veiligheid. Door bij te dragen aan de financiering van de internationale staven, de gezamenlijke middelen voor bevelvoering en communicatie en bondgenootschappelijke programma's draagt Nederland bij aan de instandhouding van de geïntegreerde militaire structuur van de Navo.

Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van het DCI en de Headline Goal (EVDB-voorziening)

Nederland vergroot het Europese crisisbeheersingsvermogen (in EU- en Navo-verband) door in het kader van het Defence Capabilities Initiative (DCI) en de Headline Goal bij te dragen aan de versterking van de Europese militaire capaciteiten. De investeringen zijn met name gericht op de versterking van de strategische Europese capaciteiten: bevelvoering, inlichtingenverzameling en strategisch transport. Ook tekortkomingen op het terrein van logistiek, medische voorzieningen en mobiliteit (snelle ontplooiing) worden aangepakt. Verder wordt de capaciteit voor internationale politiemissies vergroot.

Attachés

Militaire attachés dragen bij aan de informatievoorziening van het ministerie van Defensie en het informeren van bondgenoten en partners over het Nederlands veiligheids- en defensiebeleid.

Overige internationale samenwerking

Doel is samenwerking met de Midden- en Oost-Europese (MOE) landen. Deze samenwerking beoogt bij te dragen aan het verbeteren van de interoperabiliteit van deze landen bij deelneming aan Navo- dan wel EU-geleide crisisbeheersingsoperaties en aan de inbedding van de krijgsmachten van MOE-landen in een democratische samenleving. Tegelijkertijd kan het leiden tot een verbetering van de operationele effectiviteit van de Nederlandse krijgsmacht en tot doelmatigheidsopbrengsten

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2001.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen52 61294 59585 059140 771137 02988 42548 604
Uitgaven       
Bijdrage aan de Navo47 53868 97969 58362 44277 92170 6407 281
EVDB   45 37916 75040816 342
Attachés18 59421 42220 09721 85220 52720 387140
Overige internationale samenwerking2 0312 5722 3701 7161 5611 389172
Totale uitgaven68 16392 97392 050131 389116 75992 82423 935
Ontvangsten       
Totale ontvangsten5 8663 81616 9864 9527 71114 430– 6 719

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde verschillen betreffen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
Bijdrage aan de Navo12 676
EVDB35 969
Diverse kleine verschillen– 41
Totaal verschillen48 604
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenBijdrage NavoEVDBAttachésOverige ISTotaal
Beleidsmatige verschillen     
Bijdrage aan de Navo4 169   4 169
EVDB 16 342  16 342
Diverse kleine verschillen3 112 1401723 424
Totaal verschillen7 28116 34214017223 935

Toelichting op de verschillen (zowel voor verplichtingen als uitgaven)

Bijdrage aan de Navo

Het aandeel dat Nederland verschuldigd is aan de Navo voor de financiering van de militaire begroting wordt door de Senior Resource Board vastgesteld. Een recente herziening van de verdeling over de leden heeft geresulteerd in een hogere bijdrage door Nederland. Het aandeel dat Nederland bijdraagt aan de exploitatie en investeringen voor de AWACS-vliegtuigen is als gevolg van het duurder uitvallen van het door de Navo uitgevoerde modificatieprogramma alsmede hogere exploitatie-uitgaven (met name brandstof) toegenomen.

EVDB

De voorziening EVDB is gefinancierd door Kabinetsbijdragen welke bij Najaarsnota 2001, de initiële voorziening, en Voorjaarsnota 2002, de intensivering, zijn toegekend. Voor deze intensivering waren nog geen projecten opgenomen in de ontwerpbegroting. De voorgenomen projecten ter vermindering van de Europese militaire tekorten worden planmatig uitgevoerd.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Technische verschillen 
Navo infra verrekeningen– 6 719
Totaal verschillen– 6 719

Toelichting verschillen

Door de NATO Board of Auditors zijn niet alle uitgaven welke in principe voor verrekening met de Navo in aanmerking komen geaccepteerd doordat deze uitgaven niet aan de daarvoor gelden Navo-criteria voldeden.

Activiteiten

Bijdragen aan de gemeenschappelijke Navo-begroting

Nederland draagt evenredig bij aan diverse met de bondgenoten onderling overeengekomen gemeenschappelijk gefinancierde Navo-programma's. Dit betreft het Navo Veiligheids- en Investeringsprogramma (NVIP), het AWACS investeringsprogramma, het AWACS exploitatiebudget, het militaire budget van de Navo en administratieve kosten van de hoofdkwartieren en agentschappen van de Navo.

Binnen het NVIP is in 2002, mede door Nederland, het standpunt verdedigd dat het gehanteerde budgetplafond van ongeveer € 640 miljoen moest worden gehandhaafd, ondanks het feit dat de kosten van diverse bestaande en nieuwe projecten tot een verhoging aanleiding gaven. Als motief hiervoor gold dat de Navo binnen het budget duidelijker prioriteiten diende te stellen. Dit heeft voor 2002 succes gehad, zodat het NVIP-deel geen bijstelling behoefde. Deze situatie zal naar verwachting eveneens voor 2003 en 2004 blijven gelden.

Voor het AWACS-investeringsbudget geldt dat Nederland naar rato bijdraagt aan het «Mid Term Modernisation Program» van de AWACS-vliegtuigen. Door tegenvallers in de ontwikkelfase worden vertragingen en hogere kosten voorzien. Eind 2002 is door de bondgenoten overeengekomen het programma «Global Solution» onder duidelijke randvoorwaarden voort te zetten. De hogere kosten zijn in 2002 niet in rekening gebracht. In de periode 2003 tot 2008 zal de Nederlandse bijdrage echter wel toenemen.

Voor het exploitatiebudget geldt eveneens dat Nederland naar rato bijdraagt aan de kosten van de inzet van de AWACS-vliegtuigen in Navo-verband. Door de hogere brandstofkosten, wisselkoersverschillen en hogere kosten van met name het motoronderhoud, steeg de Nederlandse bijdrage. Dit zal zich naar verwachting doorzetten in 2003 en verder.

Het militaire budget is gericht op het geheel aan exploitatiekosten van de Navo en staat al enige tijd onder druk. Doordat voor dit budget geen expliciet begrotingsplafond geldt en de gemaakte kosten op de bondgenoten worden verhaald leiden kostenstijgingen eenvoudig tot overschrijding van de Nederlandse bijdrage. Vanaf 2003 zal voorts het bijdragepercentage van Nederland in opwaartse zin worden bijgesteld.

Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van het DCI en de Headline Goal (EVDB-voorziening)

Versterking van de Europese militaire capaciteiten ten behoeve van het Defense Capabilities Initiative (DCI) van de Navo en de Headline Goal (HLG) van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) is een van de speerpunten van het Nederlandse defensiebeleid. Gestreefd wordt naar multinationale invulling van de tekorten, door gemeenschappelijke projecten, «pooling of forces» en taakspecialisatie. Doordat het DCI-initiatief niet het gewenste resultaat opleverde, is tijdens de Navotop van Praag het DCI omgezet in een nieuw initiatief, het Prague Capabilities Commitment (PCC). De bondgenoten hebben zich daadwerkelijk gecommitteerd aan specifieke bijdragen om militaire tekortkomingen op vier gebieden op te heffen, waardoor het PCC minder vrijblijvend is dan het DCI.

Door Nederland zijn specifieke projecten geïdentificeerd gericht op het opheffen van tekorten die zowel in het kader van de HLG als van het PCC zijn vastgesteld en die vanaf 2003 ten uitvoer zullen worden gebracht. Voor de financiering zal de EVDB-intensivering worden benut die in het regeerakkoord is opgenomen (€ 130 miljoen tot en met 2006, daarna € 50 miljoen structureel).

In november 2000 is al een aantal Europese projecten vastgesteld die uit de initiële EVDB-voorziening worden gefinancierd:

Duits-Nederlands luchttransport

Doelstelling: Versterking van de Europese luchttransportcapaciteiten. Dit gebeurt door de bestaande Duitse Airbus A310 vliegtuigen aan te passen tot multipurpose en air-to-air refueling vliegtuigen en tevens tot het aanschaffen van medische evacuatie (Medevac) en verladingsapparatuur.

In 2001 hebben Nederland en Duitsland een overeenkomst gesloten inzake luchttransport. Nederland heeft € 45 miljoen bijgedragen aan de modificatie van transportvliegtuigen tot tankervliegtuigen in ruil voor aanspraken op Duitse transportcapaciteit. In 2002 heeft Nederland hiertoe ongeveer 500 uur Duitse luchttransportcapaciteit afgenomen.

Oprichting HRF(L)HQ 1(GE/NL)Corps

Doelstelling: De Koninklijke landmacht werkt aan de versterking van het hoofdkwartier van het 1(GE/NL)Corps, dat vanaf medio 2002 volledig inzetbaar is als Navo «High Readiness (land) Headquarters. De oprichting van dit hoofdkwartier wordt ondersteund met de verzekering van veilige verbindingen, commandovoering en van informatiesuperioriteit. Hiervoor is het programma Theater Independent Tactical Army and Airforce Network (TITAAN) gestart voor een totale omvang van € 128,7 miljoen, waarvan € 24,1 miljoen ten laste komt van het EVDB-budget. In 2002 heeft het hoofdkwartier van het 1(GE/NL)Corps de High Readiness status behaald. Het Titaanprogramma in het kader van EVDB is voor 55 procent gerealiseerd. De verwachting is dat het programma TITAAN, voor zover dit betrekking heeft op het EVDB-gedeelte, in 2003 tot afronding komt.

Stand Off Surveillance, Target Acquistition Radar-Experimental (SOSTAR-X)

Doelstelling: het verrichten van een haalbaarheidstudie en de bouw van een demonstratiemodel van de ontwikkeling van een Europees grondwaarnemingsradar SOSTAR-X. Nederland werkt hierin samen met Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje.

Met de deelnemende landen zijn begin 2002 de contracten gesloten. De Nederlandse bijdrage bedraagt € 4,6 miljoen en de prestaties worden geleverd in de periode 2002–2006. In 2002 is bijna 1/3 deel van de totale prestatie geleverd zowel voor het onderzoeksdeel door TNO als voor de bouw door Fokker Space.

Commandofaciliteiten Landing Platform Dock-2 (LPD-2)

Doelstelling: uitbreiding van de amfibische liftcapaciteit en strategische zeetransportcapaciteit door de verwerving van een tweede amfibisch transportschip. In het kader van EVDB wordt het schip voorzien van commandofaciliteiten.

In mei 2002 heeft de Koninklijke marine met de Koninklijke Schelde Groep (KSG) een contract getekend voor de bouw van het tweede amfibische transportschip. Tevens zijn hierbij de werkzaamheden voor de installatie van commandofaciliteiten op het LPD-2 aangevangen, waarvoor reeds € 1,9 miljoen is uitgegeven. De overige EVDB-gelden van dit project staan gepland voor de jaren 2003 en 2004.

Role-3 veldhospitaal

Doelstelling: Verdergaande samenwerking met het Verenigd Koninkrijk op militair geneeskundig gebied.

De overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk over het role-3 veldhospitaal is ondertekend. Het project is in 2002 van start gegaan. De oplevering van dit project staat gepland voor de jaren 2003 en 2004 en kent een financiële omvang van € 4,5 miljoen. Voor dit bedrag worden de uitgaven verricht voor opleiding en training, materieel en geneeskundige gebruiksgoederen.

100 functies Koninklijke marechaussee

Omdat als gevolg van genomen maatregelen uit het Actieplan «Terrorisme en Veiligheid» de opleidingscapaciteit van het OCKMAR volledig gevuld was, zijn de opleidingen voor extra marechaussees ten behoeve van de inzet in civiele politiemissies uitgesteld tot 2004.

Tracking and Tracing

Doelstelling: invoering van een defensiebreed tracking and tracingsysteem. Met dit operationeel-logistieke systeem kan inzicht worden verkregen in de goederenstroom van en naar het operatiegebied. In 2005 dient Defensie te beschikken over een gestandaardiseerd en werkend systeem dat in staat is afzonderlijke zendingen door de gehele logistieke keten te volgen.

Het project kent een totale omvang van € 17,22 miljoen, waarvan € 8,62 miljoen ten laste komt van het EVDB. Het overige gedeelte wordt betaald uit de begroting van de Koninklijke landmacht. In 2002 is een overeenkomst aangegaan met de Defensie Telematica Organisatie voor ondersteuning gericht op het verder specificeren van het systeem.

Transporthelikopters

Doelstelling: Het bezien van de mogelijkheid om met (middel) zware transporthelikopters bij te dragen aan de versterking van de Europese helikoptertransportcapaciteit.

In verband met de taakstelling van het Strategisch Akkoord wordt thans voorrang gegeven aan de verhoging van de inzetbaarheid van de huidige vloot. Hiermee wordt de versterking van de snelle inzetbaarheid van de huidige vloot beter gediend.

European Airtransport Coordination Cell (EACC)

De EACC heeft op 6 juni 2002 de Full Operational Capability-status bereikt. Inmiddels is aangetoond dat de EACC tot daadwerkelijke besparingen leidt, zowel qua kosten als qua vlieguren. Thans wordt onderzocht in hoeverre de EACC in een vroeger stadium bij de vluchtplanning van de lidstaten kan worden betrokken teneinde de coördinatiefunctie verder te verbeteren om nog meer besparingen te kunnen bereiken.

Verder is op 19 november jl. door de minister van Defensie van Nederland de EACC aan de Helsinki Force Catalogue aangeboden. Aanbieding aan de Navo wordt thans nader bestudeerd en ligt in de lijn der verwachtingen. De definitieve infrastructuur van de EACC is medio april 2003 gereed; tot die tijd wordt vanuit een tijdelijk onderkomen in een legeringsgebouw op de vliegbasis Eindhoven geopereerd.

Attachés

In de landen waar Nederland een belang van vertegenwoordiging ziet, zijn militaire attachés geplaatst. Financiering vindt plaats uit het budget van de Homogene Groep Internationale Samenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De uitgaven voor dit deel van het beleidsartikel overschreden vanaf het begin van de HGIS in 1997 het beschikbare budget. Deze overschrijdingen ontstonden door het ontbreken van centrale sturing van de financiële stromen en van controle op het beheer van het budget. Met de Nota «HGIS» van oktober 2002 is bepaald dat het tekort op het budget voor attachés bij HGIS wordt opgevangen door de functionarissen van het Nederlandse Administratiekorps, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, de functionarissen van de Koninklijke marechaussee alsmede de vlag- en opperofficieren op internationale staven niet meer ten laste van HGIS te brengen maar ten laste van het uitzendende krijgsmachtdeel. De attachés en de militair adviseurs bij Permanente (Militaire) Vertegenwoordiging bij de Navo, de Verenigde Naties en de OVSE blijven wel ten laste komen van het budget HGIS. Verder is in het kader van de financiële en personele taakstellingen uit het Strategisch Akkoord in het eindrapport Evaluatie attachés een korting van 10 procent vastgelegd. Over de invulling van deze reductie is nauw overleg geweest met alle betrokken partijen. Uitgangspunt van het eindrapport was een soberder verdeling binnen de posten en een adequate mondiale spreiding op basis van politiek-militaire actualiteit.

Daarnaast is besloten tot formalisering van het bureau Financiële Aanspraken en Beheer Buitenland (FABB) per 01 januari 2003, waarmee het attachébeheer volledig wordt geconcentreerd. Om het beheer en de controle van de post attachés binnen beleidsartikel 11 te kunnen verbeteren, is 2003 als proefjaar aangemerkt waarin de posten in het buitenland hun begroting hebben opgesteld op basis van de taakopdracht.

Gedurende 2002 waren er ongeveer 148 functionarissen die ten laste van HGIS werden gebracht.

Overige militaire samenwerking

In 2002 was hiervoor € 1,39 miljoen begroot. Ondanks een onderschrijding van het (deel)budget voor MOE-samenwerking, laat het totale budget echter een overschrijding zien van € 0,172 miljoen ten gevolge van de meeruitgaven voor het project WEU-Satellietwaarneming (€ 0,657 miljoen).

Groeiparagraaf VBTB

Het Beleidskader Internationale Militaire Samenwerking geeft richting aan de internationale militaire samenwerking zowel op het niveau van Defensie als bij de defensieonderdelen. Het beleidskader dient als toetsingskader voor het wijzigen van bestaande of het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden en overige activiteiten op dit terrein.

BELEIDSARTIKEL 12 WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

Nader geoperationaliseerde doelstellingen en activiteiten

De in de beleidsagenda uiteengezette hoofddoelstellingen van de krijgsmacht zijn voor het WOO geoperationaliseerd in het beschikbaar houden en ontwikkelen van de noodzakelijke kennis voor de verschillende militaire functies.

1. Ondersteunen van de omgevingsbeeldopbouw

Het opbouwen van statische en dynamische informatie over het operatietoneel ten behoeve van de betrokken politieke en militaire instanties en het creëren van omgevingsbewustzijn bij eigen eenheden in het operatiegebied.

Activiteiten

Technologieontwikkeling heeft plaatsgevonden op het gebied van detectie van kleine zeedoelen met een polarimetrische radar en op het gebied van infra-rood search and track sensoren. Daarnaast zijn snelle algoritmen ontwikkeld waarmee verschillende vliegende doelen in kaart gebracht kunnen worden met behoud van stabiliteit en betrouwbaarheid.

2. Ondersteunen van de commandovoering

Het leiden en besturen van (delen van) de militaire organisatie om haar doelen te realiseren.

Activiteiten

Verschillende «demonstrators» zijn ontwikkeld waarmee aangetoond is hoe aangeboden informatie in commandocentrales effectiever en efficiënter verwerkt kan worden, resulterend in een betere «situational awareness», snellere besluitvorming en een hogere handelingssnelheid. Daarnaast zijn de mogelijkheden van toepassing van moderne telecommunicatie-ontwikkelingen in de command en control omgeving in kaart gebracht.

3. Ondersteunen van verplaatsingen

Het verplaatsen van personeel en wapensystemen tussen operatiegebieden of binnen het operatiegebied met behulp van rijdende, varende of vliegende platformen.

Ten behoeve van certificering van wapenconfiguraties zijn rekenmodellen verder ontwikkeld waarmee de stroming van lucht om gevechtsvliegtuigen kan worden beschreven. Modellering van veranderende antennepatronen als gevolg van trillingen heeft geleid tot inzicht in de (on)mogelijkheden van conforme antenne-arrays (verzamelingen van antennes verwerkt in de huid van platformen).

Daarnaast is een maritiem regelsysteem ontwikkeld voor het gecombineerd gebruik van het roer als stuur en als anti-slingervin.

Ontwikkeling van door veren ondersteunde scheepsvloeren verminderen de schokbelasting, waardoor gebruik van apparatuur van de plank mogelijk wordt.

Het gedrag van vol laminaat materialen is bestudeerd teneinde toepassing in scheepsconstructies te realiseren.

4. Ondersteunen van wapeninzet

Wapeninzet omvat het fysiek bestrijden of afschrikken van objecten of doelen. De verschillende soorten doelen die bestreden kunnen worden zijn statische (strategische) objecten, personen, gepantserde systemen of voertuigen, schepen, onderzeeboten, mijnen en luchtdoelen.

Activiteiten

In relatie met het Future Groundbased Air Defence Systeem, is een studie verricht naar (de man machine interface van) hybride vuurleidingssystemen, die zowel kanonnen als raketten aansturen.

5. Bieden van afdoende bescherming

Het uitvoeren van fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het behoud van het eigen militair vermogen in het operatietoneel.

Activiteiten

Een in Australië gehouden grote detonatieproef heeft kennis opgeleverd over de mechanismen en effecten van explosies en dient als validatie voor computermodellen, waarmee de veiligheid van munitiebunkers beter kan worden voorspeld. Daarnaast is kennis ontwikkeld op het gebied van (materialen ten behoeve van) «insensitive munitions».

Kennis is opgebouwd over de verblindingseffecten en -mechanismen van (goedkope) lasers, die een dreiging kunnen vormen voor vliegers van jachtvliegtuigen en helikopters. Daarbij is ook de effectiviteit en de tegenmaatregelen bestudeerd teneinde de vliegers optimaal te kunnen beschermen.

Verder zijn persoonlijke filters tegen biologische dreigingen ontwikkeld.

6. Ondersteuning van de instandhouding/vergroting van het militair vermogen

Het langdurig kunnen blijven uitvoeren van militaire taken in het operatietoneel. Het betreft het opbouwen van kennis op het gebied van onderhoud en bevoorrading, de inrichting van logistieke ketens en de toepassing van ICT.

Activiteiten

Ten behoeve van de inrichting van de Tactische Helikopter Groep is kennis opgebouwd met betrekking tot de planning en logistiek van helikopteroperaties.

7. Ondersteunen van de opbouw en het functioneren van de defensieorganisatie

Binnen het militaire functiegebied opbouw en ondersteuning van de defensieorganisatie wordt kennis opgebouwd op het gebied van systeemkeuze en inzet, opleiding en training, personele inzet en welzijn. Het betreft met name kennis ten aanzien van behoeftestelling, verwervingondersteuning, beleids- en doctrineontwikkeling, trainingssimulatoren, leertechnieken, arbeidsomstandigheden en stress/trauma-effecten.

Activiteiten

Studies zijn onder andere verricht naar de consequenties voor de defensieorganisatie van het «Optreden in Verstedelijkt Gebied» en van technologische ontwikkelingen zoals Network Centric Warfare.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen69 09065 62457 98657 020224 94257 795167 147
Uitgaven       
Doelfinanciering TNO45 42046 43447 70650 28352 17749 5222 655
Onderzoek en technologie14 50813 40713 43413 52113 87811 9731 905
NLR V&W4544544544544574543
Totaal uitgaven60 38260 29561 59464 25866 51261 9494 563
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten   52309318– 9

Toelichting afwijkingen

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Meerjarige overeenkomst167 147
Totaal verschillen167 147

Toelichting bij de verschillen

Met het oog op de door TNO opgestelde «Strategie Nota» voor de periode 2003–2006 is in 2002 in de verplichtingen een meerjarenovereenkomst opgenomen die de periode tot 2006 financieel afdekt.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenDoelfinan-ciering TNOOnderzoek en technologieBijdrage aan het NLRTotaal
Diverse kleine verschillen2 6551 90534 563
Totaal verschillen2 6551 90534 563

Toelichting bij de verschillen

Het verschil in realisatie van de «Doelfinanciering TNO» wordt voornamelijk veroorzaakt door een technische aanpassing aan de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gehanteerde reeks en door de aanpassingen aan het loon- en prijsniveau 2002.

Het verschil bij «Onderzoek en technologie» wordt veroorzaakt door verschuivingen van projecten binnen Defensie.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse kleine veschillen– 9
Totaal verschillen– 9

Groeiparagraaf VBTB

In 2002 is een audit uitgevoerd naar de beheersing van het procesmatige deel van het WEAG Research & Technology-instrument. De beleidsmatige aspecten van het WEAG instrument zullen in 2003 nader worden bekeken en opgenomen in de herijking Wetenschappelijk Onderzoek en Ontwikkeling.

Eind 2002 is een door de Raad voor het Defensieonderzoek TNO (RDO) gevraagde evaluatie van de programmatische aansturing van het defensieonderzoek bij TNO (PADT) gestart. De evaluatiecommissie zal begin 2003 haar eindrapportage opleveren, zodat deze kan worden aangeboden aan de raad.

Op basis van de evaluatie van de beleidsbegroting 2002 en het hierover gevoerde overleg met de Kamer is de indeling van de beleidsbegroting 2003 gewijzigd. Deze aanpassingen leiden tot een beter onderscheid tussen de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen. Het beleidsartikel 12 Wetenschappelijk Onderzoek en Ontwikkeling is om die reden in de begrotingsindeling 2003 opgenomen in het niet-beleidsartikel 90 Algemeen.

6. NIET-BELEIDSARTIKELEN

NIET-BELEIDSARTIKEL 70 GEHEIME UITGAVEN

Grondslag van het artikel

Overeenkomstig artikel 6 van de Comptabiliteitswet 2001 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is dit artikel bij het ministerie van Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven worden verantwoord.

Budgettaire gevolgen

Onderstaande tabel bevat de raming en realisatie van de financiële middelen.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Geheime uitgaven590467499908910499411
Totaal uitgaven590467499908910499411
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingen en uitgavenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
Intensivering en uitbreiding taken411
Totaal verschillen411

Toelichting op de beleidsmatige verschillen

Intensivering en uitbreiding taken

De hogere realisatie van verplichtingen en uitgaven betreft een intensivering en uitbreiding van taken voortvloeiend uit de invoering van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).

De geheime uitgaven, die worden verantwoord door de MIVD, worden gecontroleerd door de President van de Algemene Rekenkamer en een daartoe aangewezen accountant van de departementale accountantsdienst. Het beleid is erop gericht de onder dit artikel verantwoorde uitgaven tot het strikt noodzakelijke te beperken.

NIET-BELEIDSARTIKEL 80 NOMINAAL EN ONVOORZIEN

Grondslag van het artikel

In dit artikel worden primair de door het ministerie van Financiën toegekende bedragen voor zowel de loonbijstelling en de incidentele looncomponent als voor de prijsbijstelling, als nieuwe mutaties ondergebracht. Vervolgens worden deze bedragen over de (niet-) beleidsartikelen verdeeld.

Loonbijstelling

Via dit artikelonderdeel worden de ontvangen bedragen voor de loonbijstelling over de artikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Loonbijstelling     159 274– 159 274
Totaal uitgaven/verplichtingen     159 274– 159 274

De ontvangen loonbijstelling is als volgt over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld:

Bedragen x € 1 000
(Niet-)BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine48 247
02Koninklijke landmacht95 031
03Koninklijke luchtmacht38 717
04Koninklijke marechaussee16 955
05Defensie Interservice Commando9 069
06Militaire Inlichtingendienst2 646
07Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden47 335
10Civiele taken669
11Internationale samenwerking813
12Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling1 560
80Nominaal en onvoorzien (Prijsbijstelling)21 478
90Algemeen5 297
 Totaal287 817

Bovenvermelde uitdeling van de loonbijstelling betreft niet alleen de bij Voorjaarsnota 2002 toegekende en aan de begroting 2002 toegevoegde loonbijstelling 2002 maar ook de verdeling van de in de eerste suppletore begroting 2002 vermelde toedeling van de gelden van de eerste tranche van de CAO 2001–2003. Die waren bij Voorjaarsnota 2001 aan de onderhavige begroting toegewezen maar konden nog niet worden aangewend omdat er nog geen overeenstemming bestond over een arbeidsvoorwaardencontract.

Prijsbijstelling

Via dit artikelonderdeel worden de ontvangen bedragen voor de prijsbijstelling over de artikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Prijsbijstelling0000027 753– 27 753
Totaal uitgaven/verplichtingen0000027 753– 27 753

De verdeling over de (niet-)beleidsartikelen van de prijsbijstelling 2002 is als volgt:

Bedragen x € 1 000
(Niet-)BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine33 558
02Koninklijke landmacht29 486
03Koninklijke luchtmacht31 686
04Koninklijke marechaussee2 261
05Defensie Interservice Commando3 463
06Militaire Inlichtingendienst416
07Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden13
10Civiele taken414
11Internationale samenwerking3 037
12Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling674
70Geheime uitgaven12
90Algemeen2 485
 Totaal107 505

Bij eerste suppletore begroting 2002 is de nog te ontvangen prijsbijstelling 2002 reeds uitgedeeld over de daartoe in aanmerking komende artikelen om de bedrijfsvoering niet in gevaar te brengen. Dat gold ook voor de nog te ontvangen compensatie voor de excessieve stijging van de US-dollar. Nadien is in de tweede suppletore begroting 2002 van deze uitdeling echter weer 75 procent ten gunste van dit artikel teruggedraaid. Dit hangt samen met, zoals is vastgelegd in het Strategisch Akkoord, het slechts voor 25 procent toekennen van de betrokken bedragen voor prijsbijstelling en dollarcompensatie.

NIET-BELEIDSARTIKEL 90 ALGEMEEN

Grondslag van het artikel

Op dit niet-beleidsartikel worden de uitgaven van het kerndepartement verantwoord voor zover deze niet zijn toe te rekenen aan de beleidsartikelen.

De doelstellingen van het kerndepartement betreffen:

– ondersteuning van de bewindslieden in hun contacten met het parlement, hun rol als lid van het Kabinet en bij het onderhouden van interdepartementale en internationale relaties;

– integrale sturing van de krijgsmachtdelen en het Dico op hoofdlijnen namens de minister;

– controle op de uitvoering van het beleid door de krijgsmachtdelen en het Dico.

Het kerndepartement ontwikkelt richtlijnen voor het beleid, zodat de krijgsmachtdelen en Dico in personeel en materieel opzicht voldoen aan criteria om de operationele doelstellingen te bereiken.

De organisatie van het kerndepartement is weergegeven in onderstaand organogram. De Secretaris-Generaal is hierbij verantwoordelijk voor de kwaliteit en de samenhang van de advisering.kst-28880-22-8.gif

Budgettaire gevolgen

Onderstaande tabel bevat de raming en realisatie van de financiële middelen.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen139 841146 972152 175193 215190 358143 81646 542
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven93 480104 884127 082129 119107 296113 840– 6 544
Programma-uitgaven       
– Investeringen    17 337017 337
– Subsidies en bijdragen11 99717 31013 33722 85821 42416 9224 502
– Departementsbrede uitgaven16 59818 73815 63537 57640 06615 34324 723
Totaal uitgaven122 075140 932156 054189 553186 123146 10540 018
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten2 0819 580142 4286 6268 2215 9542 267
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Uitvoering project P&O2000+9 166
Lumpsum huisvesting en voeding20 703
Overheveling wachtgelden3 585
Beleidsmatige verschillen 
Dossier Spijkers/Ovaa4 110
Overdracht CBMS– 6 992
Diverse kleine verschillen15 970
Totaal verschillen46 542
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaatsuitgavenInvesteringenProgramma-uitgavenTotaal
Technische verschillen    
Overheveling P&O2000+ 9 166 9 166
Lumpsum huisvesting en voeding  20 70320 703
Overheveling wachtgelden3 585  3 585
IV-projecten– 8 1718 171  
Beleidsmatige verschillen    
Dossier Spijkers/Ovaa  4 1104 110
Overdracht CBMS– 6 992  – 6 992
Diverse kleine verschillen5 034 4 4129 446
Totaal verschillen– 6 54417 33729 22540 018

Toelichting op technische verplichtingen- en uitgavenverschillen

Uitvoering project P&O2000+

Door het kerndepartement wordt het project P&O2000+ uitgevoerd voor de gehele defensieorganisatie; dit heeft als consequentie dat de totale uitgaven van dit project ten laste van het kerndepartement worden verantwoord. De bijdragen van de andere defensieonderdelen waren initieel niet bij het kerndepartement geraamd, doch bij de defensieonderdelen zelf.

Lumpsum huisvesting en voeding

De bedragen welke zijn gemoeid met de betaling van de met de belastingsdienst overeengekomen lumpsum huisvesting en voeding defensiepersoneel worden ten laste van het artikelonderdeel «Overige departementale uitgaven» verantwoord. Het hiervoor benodigde budget was geraamd op het artikelonderdeel «Loonbijstelling» van het niet-beleidsartikel «Nominaal en onvoorzien». Tevens zijn extra naheffingen betaald naar aanleiding van een onderzoek door de belastingdienst.

Overheveling wachtgelden

Het in de voorbereiding op de begroting 2002 genomen besluit om de wachtgelden te verantwoorden ten laste van het artikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden» is tijdens de begrotingsuitvoering 2002 teruggedraaid.

IV-projecten

In de loop van het uitvoeringsjaar is besloten om de uitgaven voor investeringen, welke een defensiebreed karakter hebben, niet langer ten laste van de apparaatsuitgaven te verantwoorden, doch separaat ten laste van het artikelonderdeel «Investeringen».

Toelichting op beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Dossier Spijkers/Ovaa

Een niet voorziene betaling heeft in 2002 plaatsgevonden inzake de afwikkeling van dit dossier.

Overdracht CBMS

Het Centraal Bureau Militaire Salarissen is in de loop van het uitvoeringsjaar 2002, gezien het defensiebrede karakter, ondergebracht bij het Defensie Interservice Commando, dat de defensiebrede ondersteuning verzorgt.

Diverse kleine verschillen

Door beleidsintensiveringen in milieuonderzoeken en hogere uitgaven aan brandveiligheidsvergunningen als nasleep van de rampen in Enschede en Volendam, zijn meer milieu-uitgaven gedaan.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Technische verschillen 
Hogere ontvangsten DTO2 320
Overige verschillen– 53
Totaal verschillen2 267

Toelichting op de ontvangstenverschillen

Hogere ontvangsten DTO

Indien het vermogen van een agentschap een door het ministerie van Financiën gestelde norm overschrijdt, dient het meerdere te worden afgestort naar het moederdepartement. De bedrijfsresultaten van DTO 2000 waren dusdanig dat extra afstorting noodzakelijk bleek. Hiermee was bij het opstellen van de begroting 2002 geen rekening gehouden.

7. BEDRIJFSVOERING

7.1 Mededeling over de bedrijfsvoering

Reikwijdte

De mededeling over de bedrijfsvoering 2002 omvat met name de sturing en beheersingsaspecten van het financieel beheer en materieelbeheer en ten dele ook informatiebeveiliging en milieubeheer. Dit betekent dat de mededeling geen betrekking heeft op andere bedrijfsvoeringsaspecten zoals bijvoorbeeld personeelsbeheer of archiefbeheer. De mededeling doet op de vier genoemde aspecten een uitspraak over de situatie aan het eind van 2002. Dit betekent dat ook maatregelen die pas in de loop van 2002 zijn geëffectueerd, zijn meegenomen (het zegt dus iets over de mate waarin het management er in is geslaagd ultimo het jaar de bedrijfsvoering op orde te hebben).

Toelichting

De mededeling over de bedrijfsvoering is met name gebaseerd op de verantwoording in de toprapportage van de (P)SG, CDS, bevelhebbers en C-Dico. In elke toprapportage is een deelmededeling opgenomen inzake de kwaliteit van het financieel beheer, materieelbeheer, informatiebeveiliging en milieubeheer per ultimo 2002. De Defensie Accountantsdienst toetst de kwaliteit van de totstandkoming van de deelmededelingen.

In lijn met de wettelijke verplichting terzake, zijn bij het opstellen en onderbouwen van de mededeling defensiebreed in ieder geval de normenkaders («baselines») financieel beheer en materieelbeheer gehanteerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van ten behoeve van de defensieorganisatie ontwikkelde normenkaders voor informatiebeveiliging en milieubeheer. Deze twee laatste normenkaders zijn (nog) niet uniform toegepast.

De normenkaders betreffen, aan de hand van de bestaande wet- en regelgeving, aanwijzingen en procedures, een concrete invulling van het generiek toepasbare Analyse en Beoordelingsinstrument Interne Beheersing (ABIB).

Door deze analyse en beoordeling van de bedrijfsvoeringsaspecten is inzicht verkregen in de kwaliteit van de bedrijfsvoering en dus in de nog te realiseren verbetermaatregelen.

Naast de deelmededelingen wordt voor het opstellen van de mededeling gebruik gemaakt van de appreciaties van de beleidsverantwoordelijken en relevante resultaten van defensiebrede audits, onderzoeken van de Defensie Accountantsdienst, onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en Interdepartementale Beleidsonderzoeken.

Mededeling

In het begrotingsjaar 2002 is op een gestructureerde wijze aandacht besteed aan de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. Op basis van een risicoanalyse is een systematische afweging gemaakt inzake de in te zetten instrumenten van sturing en beheersing. Dit omvatte mede het vaststellen van de van toepassing zijnde normenkaders en de uitgangspunten voor opname van aandachtspunten in deze mededeling.

Een en ander heeft ultimo het begrotingsjaar 2002 geresulteerd in beheerste bedrijfsprocessen binnen het ministerie van Defensie. Daarbij is een aantal punten van aandacht naar voren gekomen ten aanzien waarvan verbeteracties (zie onder «Kwaliteitsverbetering bedrijfsvoering») zijn of worden genomen.

Kwaliteitsverbetering bedrijfsvoering

Op het gebied van financieel beheer en materieelbeheer is de rol van de in 2001 daarvoor ingestelde task force op 1 maart 2002 overgenomen door het Audit Comité. De Directeur FEZ voert daarbij de regie, alsmede de coördinatie en afstemming met de andere betrokken instanties binnen en buiten Defensie. Ultimo 2002 zijn alle knelpunten terzake van financieel en materieelbeheer weggewerkt met uitzondering van het financieel beheer bij de verwervingsfunctie van DTO, het materieelbeheer van het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht en het materieelbeheer bij enkele onderdelen van de Koninklijke landmacht.

Naast de verdere voortgang die langs bovenstaande lijnen is ingezet, zal in 2003 ook nadrukkelijk aandacht worden besteed aan het materieelbeheer na vredesoperaties en het proces van verwerving en voorraadbeheer van kleding en uitrusting door de Koninklijke landmacht.

Het voorgaande leidt tot onderstaand overzicht van de belangrijkste verbeteracties die op basis van het geconstateerde in gang zijn of zullen worden gezet. Dit overzicht is niet limitatief en op hoofdlijnen, waaronder op defensieonderdeel-niveau een veelheid van meer specifieke maatregelen schuil gaat:

– verbetering van het financieel beheer;

– beheersing verwervingsproces (inclusief Europese aanbestedingsregels) bij DTO,

– beheersing verwervingsproces kleding en uitrusting bij de Koninklijke landmacht,

– implementatie maatregelen belastingfaciliteiten in Duitsland door de Koninklijke landmacht in 2003.

– verbetering van het materieelbeheer;

– beheersing materieelbeheer bij het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht in 2003,

– afronding en borging van het (nieuwe) materieelbeheer bij de Koninklijke landmacht in 2003,

– beheersing voorraden kleding en uitrusting door de Koninklijke landmacht,

– het materieelbeheer na vredesoperaties.

– verbetering van de beheersing van de informatiebeveiliging;

– verbetering van de registratie van de informatiebeveiligingsobjecten en inbedding van het beheer in de bestaande organisatiedelen.

– verbetering van het milieubeheer;

– verbeteren van de kwaliteit van de meet- en registratiesystemen.

7.2 Specifieke bedrijfsvoeringsthema's

In deze paragraaf wordt ingegaan op specifieke thema's die in 2002 binnen het ministerie van Defensie van invloed zijn geweest op de bedrijfsvoering:

– invoering VBTB,

– financieel- en materieelbeheer,

– informatievoorziening,

– competitieve dienstverlening,

– invoering EBS,

– uitbesteding DTO/oprichting DICTU,

– ruimtelijke ordening en milieu.

7.2.1. Invoering VBTB

Als gevolg van VBTB is bij Defensie in toenemende mate sprake van een transparante en resultaatgerichte besturingswijze. Het verder invoeren van VBTB bij Defensie vindt plaats langs een groeitraject dat enige jaren vergt. Het langdurige traject is mede het gevolg van de samenhang met andere veranderingsprocessen, zoals de bestuursvernieuwing, de invoering van het eigentijds begrotingsstelsel en de herstructurering van de informatievoorziening. Ondertussen worden de aanpassingen als gevolg van VBTB steeds zichtbaarder. Dit betreft aanpassingen op het gebied van financieel management (toerekenen van uitgaven aan geoperationaliseerde doelstellingen), op het gebied van prestatiegegevens (vaststellen benodigde managementinformatie) en op het gebied van verantwoording. De in 2002 verschenen defensiebegroting 2003 is verbeterd ten opzichte van zijn voorganger. Ook is in 2002 ervaring opgedaan met het opstellen van een beleidsverantwoording doordat een voorbeeldjaarverslag is gemaakt over het begrotingsjaar 2001. De in de begroting 2002 aangegeven activiteiten hebben tot de volgende resultaten geleid:

– op uitdrukkelijke wens van de Tweede Kamer is de artikelindeling van de defensiebegroting op hoofdlijnen gehandhaafd en in grote mate nog steeds organisatie-geörienteerd. Hoewel de Kamer een indeling naar beleidsdoelstellingen wel onderschrijft, is de praktische uitwerking ervan naar haar mening eerst mogelijk na een drastische reorganisatie van Defensie. De indeling van de artikelen is wel gestroomlijnd en het aantal beleidsartikelen gesaneerd van twaalf tot zeven;

– richtlijnen zijn verstrekt om te komen tot het VBTB-jaarverslag over 2002. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de ervaring die is opgedaan bij de totstandkoming van het voorbeeldjaarverslag over 2001;

– de beleidsprioriteiten zijn zoveel mogelijk uitgewerkt in concrete maatregelen. De doelstellingenmatrices van de krijgsmachtdelen zijn verder verbeterd. Het streven is de budgettaire gevolgen van beleid te koppelen aan de doelstellingenmatrices. In de begroting 2003 is hiermee een begin gemaakt door de programma-uitgaven extracomptabel toe te rekenen aan de wapensystemen. In de begroting 2003 zijn de opgenomen prestatiegegevens verder uitgewerkt, door onder meer zoveel mogelijk de aard danwel afnemer van de prestatie te vermelden;

– de interne planning- en controlcyclus sluit beter aan op de begroting en de verantwoording. Het planproces is aangepast en kent een meer topdown benadering vanuit de Centrale organisatie;

– de aanpassing van de beschrijving van het bedrijfsvoeringsbeleid is gestart;

– de betrouwbaarheid van de beleidsinformatie is verder versterkt. Naast een uitgebreide begrippenlijst is een defensie-procesmodel ontwikkeld dat de basis vormt voor de informatievoorziening. Verder is een voorbeeldproject afgerond voor een eerste versie van een geautomatiseerd managementinformatiesysteem;

– de kwaliteit van de mededeling over de bedrijfsvoering is nog verder verbeterd, mede door de implementatie van het rijksbrede referentiekader. Eisen («baselines») zijn ontwikkeld voor de analyse en beoordeling van de kwaliteit van de bedrijfsvoering op de deelaspecten financieel beheer, materieelbeheer, milieu en informatiebeveiliging.

7.2.2. Financieel- en materieelbeheer

Net als in 2001 heeft Defensie in 2002 veel werk verzet om de tekortkomingen in het financieel en materieelbeheer weg te nemen. Hierbij is de volgende aanpak gevolgd:

– de nog resterende tekortkomingen in het financieel- en materieelbeheer per ultimo 2001 zijn in 2002 weggenomen: het minimumprogramma financieel- en materieelbeheer (FIMAB);

– in 2002 zijn verder normenkaders (baselines)ontwikkeld voor financieel beheer, materieelbeheer, milieu, Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid (VIR) en sturing en beheersing;

– de in 2001 geïntensiveerde monitoring van het verbeterproces is ook voor 2002 gehandhaafd. Met ingang van 1 maart 2002 zijn rol en taak van de in de defensiebegroting 2002 genoemde Task Force bij het Audit Comité ondergebracht.

In 2002 zijn aan de Algemene Rekenkamer (AR) en het ministerie van Financiën/Directie Accountancy Rijksoverheid (DAR) de periodieke interne verbeterplannen en voortgangsrapportages beschikbaar gesteld. De AR en DAR hebben daarmee voldoende inzicht in de maatregelen, verbeteracties, tijdsplanningen en afloopaudits om de knelpunten (risico's) in het financieel en materieelbeheer weg te nemen.

Uit de interne verbeterplannen en voortgangsrapportages, alsmede op basis van de tussentijdse controlerapporten (begin oktober 2002) van de Defensie Accountantsdienst en de tussentijdse rapportage van de Algemene Rekenkamer van 30 januari 2003, is op te maken dat Defensie tot op heden verdere voortgang in het financieel en materieelbeheer heeft geboekt. Ook kan worden geconstateerd dat, zoals dat ook in de ontwerpbegroting 2003 is omschreven, enkele verbeteracties in het materieelbeheer bij de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht tot in 2003 doorlopen.

7.2.3. Informatievoorziening

De uitvoering van het veranderingsproces is een speerpunt uit de beleidsagenda. Ten behoeve van dit speerpunt zijn voor 2002 drie impulsen in het vooruitzicht gesteld, waaronder één op het gebied van de interne communicatie. Verschillende concrete maatregelen moeten inhoud geven aan deze impuls. Eén van deze maatregelen betreft de standaardisering van de informatievoorziening.

In het personeelsdomein wordt feitelijk inhoud gegeven aan deze standaardisatie. Het project «P&O2000+» is gericht op defensiebrede standaardisatie van de verschillende personeelsprocessen, welke vervolgens op éénduidige wijze worden ondersteund door passende informatievoorziening.

De standaardisatie in het materieels- en financiële domein en voor de ICT-infrastructuur blijft echter achter bij de verwachting die bij aanvang van 2002 bestond. Weliswaar zijn initiatieven genomen die veelbelovend zijn voor 2003 en verder, maar ontegenzeggelijk moet worden vastgesteld dat voorziene en begrote investeringen in de ICT/IV, mede gericht op genoemde standaardisatie, in 2002 niet tot ontplooiïng zijn gekomen.

Standaardisatie van de informatievoorziening heeft niet slechts consequenties voor de kwaliteit van de interne communicatie, maar ook voor de kosten ervan. In het algemeen geldt dat naarmate deze standaardisatie verder is doorgevoerd, de kosten ervan lager worden. Hieruit kan worden afgeleid dat naarmate de defensiebrede standaardisatie in alle domeinen langer op zich laat wachten, de exploitatiekosten onnodig langer hoog blijven. In 2003 zal derhalve met voortvarendheid de standaardisatie verder worden geïmplementeerd. Dit zal meer intensief worden gemonitord.

Financieel overzicht IV-programmamanagement
Bedragen x € 1 000Begroting 2002Realisatie 2002
ProgrammaInvesteringExploitatieTotaalInvesteringExploitatieTotaal
ICT-infrastructuur51 421149 118200 53917 278132 186149 464
IV-beveiliging8 1797 39815 5773 9362 4956 431
Documentaire IV3 5718764 4478171 2272 044
Militair-medische IV5491 9292 4783011 5921 893
Opleidingen2 1498613 0105161 4831 999
Standaard IV tbv bedrijfsvoering13 6508 75822 4088 79114 92723 718
Personeel en organisatie11 59618 14229 7386 77712 80319 580
Materieel Logistieke IV5 68321 08126 7641 60423 00524 609
Financiële IV5 7263 5369 2626763 4564 132
Operationele IV27 2339 98037 2132 4572 4134 870
Overig9 57510 48420 05921755 63755 854
Totaal139 332232 163371 49543 370251 224294 594

Toelichting:

• alleen de tot het project «P&O 2000+» toe te rekenen exploitatie gedurende de looptijd van het project is in bovengenoemde tabel ten rechte geadresseerd als «investering» in plaats van als «exploitatie»; deze correctie was nog niet aangebracht in de tabel van de ontwerpbegroting 2002;

• de rechtertabel betreft activiteiten welke zijn toegerekend – door de afzonderlijke defensieonderdelen – aan genoemde programma's, alsmede de exploitatiekostensoorten «automatisering» en «tele-/datacommunicatie»;

7.2.4. Competitieve DienstVerlening (CDV)

Om een doelmatige bedrijfsvoering te garanderen heeft Defensie het programma «Competitieve Dienstverlening (CDV)». Dit programma gaat gepaard met een efficiencytaakstelling van 38,5 miljoen euro die ingevuld moet worden door dat wat CDV-projecten opleveren. Het meest veelbelovend was het onderzoek naar uitbesteding van IT-diensten, onder gelijktijdige verkoop van de DTO. Dit zou de taakstelling voor meer dan 20 miljoen euro structureel kunnen vullen. Dit is echter niet doorgegaan.

In 2002 is het onderzoek naar de uitbesteding van horecadiensten afgerond. Dit onderzoek toonde aan dat uitbesteden in de toekomst mogelijk zou zijn en ook goedkoper zou zijn dan horeca zelf blijven doen. Het onderzoek gaf ook aan dat zelfdoen, maar in een geconcentreerde vorm, vanaf 2005 structureel oplopend tot 16,7 miljoen euro besparing zou kunnen geven. Met als overweging dat de horeca nu deel uitmaakt van de diverse organisatiedelen bij de defensieonderdelen en dat verkopen alleen een succes zou zijn als dit een aparte entiteit binnen de defensieonderdelen zou worden, is besloten eerst binnen Defensie te komen tot een «meest efficiënte organisatie» en realisatie van de genoemde besparingen. Na vorming van die organisatie (onder te brengen bij Dico) en na een tijd ervaring hiermee te hebben opgedaan kan een uitbestedingstraject worden gestart, waaraan de eigen dan gevormde horeca-organisatie kan meedingen.

Voor het jaar 2002 zelf zijn geen besparingen gerealiseerd en is de taakstelling voor dat jaar verdeeld over de (niet-)beleidsartikelen. Om verdere invulling van de taakstelling te verkrijgen is er een programma van verdere onderzoeken voor de komende jaren, waarvan de belangrijkste zijn: onderzoeken naar mechanisch onderhoud, vliegtuigmotorenonderhoud en scheepsonderhoud.

7.2.5. Invoering van het Eigentijds Begrotingstelsel (EBS)

Defensie is in 2002 van start gegaan met de voorbereidingen voor de invoering van het Eigentijds Begrotingstelsel (EBS). In februari 2002 is een projectteam EBS ingesteld. In het kader van de invoering van EBS zijn door het projectteam in 2002 de volgende activiteiten uitgevoerd:

– in de eerste helft van 2002 is een defensiebrede audit uitgevoerd naar de werking van twee onderdelen uit het bedrijfsvoeringsbeleid van Defensie, te weten kostenbudgetten en trekkingsrechten;

– er is een algemeen kader ontwikkeld, waarmee kan worden beoordeeld of onderdelen van Defensie geschikt zijn om baten-lastendienst te worden;

– intern Defensie zijn de risico's geïnventariseerd die invoering van het EBS met zich meebrengen;

– er zijn voorbereidingen getroffen voor twee proefprojecten. Deze proefprojecten worden in 2003 bij de DVVO en het Marinebedrijf uitgevoerd. Beproefd wordt de toegevoegde waarde van instrumenten voor kosteninzicht (bedrijfsadministratie, kostprijsberekening, prijsafstemming).

7.2.6. Uitbesteding DTO en oprichting DICTU

Over het onderzoek naar de uitbesteding van de Defensie Telematica Organisatie (DTO), is de Kamer in 2002 verschillende malen geïnformeerd. De mogelijkheid tot doelmatigheidswinst en de sterk gewijzigde omstandigheden op de arbeidsmarkt, hebben geleid tot het besluit ook de overige activiteiten van DTO niet uit te besteden. Indien na evaluatie in 2005 blijkt, dat de maatregelen niet leiden tot de verwachte resultaten zal de uitbesteding van DTO opnieuw in beschouwing worden genomen.

Het onderzoek naar de uitbesteding van DTO maakte duidelijk dat Defensie onvoldoende was toegerust om als professionele klant te opereren op de IV- dan wel ICT-dienstverleningsmarkt. Dit heeft geleid tot de vorming per 1 januari 2003 van de Defensie ICT-Uitvoeringsorganisatie (DICTU), waarover het parlement op 8 mei 2002 per brief is geïnformeerd.

7.2.7. Ruimtelijke ordening en milieu

In januari 2002 is deel 1 (regeringsvoornemen) van het tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) voor inspraak aangeboden. Vervolgens zijn in 2002 de delen 2 (inspraakreacties) en 3 (regeringsstandpunt) opgesteld. In het SMT worden de gevolgen van het nationale ruimtelijk beleid voor Defensie uitgewerkt. Ook biedt het SMT verantwoording aan de maatschappij over het militair ruimtebeslag. Het SMT omvat de gehele ruimtelijke behoefte van Defensie: zowel het directe ruimtebeslag (bijvoorbeeld oefenterreinen, schietterreinen, vlieg- en vlootbases en logistieke complexen) als het indirecte ruimtebeslag (bijvoorbeeld laagvlieggebieden, geluidszones en veiligheidszones van schietterreinen en munitieopslag). Met het oog op de invulling van de taakstellingen en hun gevolgen voor de ruimtelijke ordening zijn beide delen van het SMT vooralsnog aangehouden.

Met de gemeente Texel is een convenant afgesloten over de overlast die de noordkop van Texel ondervindt van de oefeningen op de Vliehors.

In opdracht van het ministerie van Defensie wordt een omvangrijk programma uitgevoerd voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan woningen, scholen en medische inrichtingen binnen de geluidszones van de militaire luchtvaartterreinen. De geluidsisolatieprogramma's rondom de vliegbases Leeuwarden en Volkel zijn in 2002 afgerond. Rondom de vliegbases Woensdrecht, Volkel en De Peel zijn milieu-effectrapportages gestart. Deze rapportages gaan vooraf aan de definitieve aanwijzing en vaststelling van de geluidszones rondom deze velden.

Het overkoepelende milieudocument binnen Defensie is de Defensie Milieubeleidsnota 2000 (DMB).

Veel onderwerpen op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu kennen lange tot zeer lange doorlooptijden. Bij enkele van deze onderwerpen is in 2002 een wezenlijke vooruitgang geboekt. In het kader van het bodemsaneringsprogramma is een nieuw deelprogramma opgesteld en zijn tientallen saneringen uitgevoerd. De uitvoering van het plan van aanpak voor het aanvragen van gebruiksvergunningen, dat is opgesteld naar aanleiding van de cafébrand in Volendam, wordt voortvarend uitgevoerd. In 2002 zijn hierover twee voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer aangeboden. Ook bij het opstellen en implementeren van beheersplannen ter voorkoming van legionella is belangrijke vooruitgang geboekt. Dit geldt ook voor het actualiseren van de milieuvergunningen en het actieprogramma «Externe veiligheid en munitieopslag».

8. TOEZICHTRELATIES

De bevoegdheden van de minister ten aanzien van de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) en het gebruik dat hij daarvan in het verslagjaar heeft gemaakt:

A.Ingevolge artikel 90b van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) bestaan de volgende controlemechanismen:

a. de voorzitter en de overige leden van het bestuur worden benoemd en ontslagen door de minister (artikel 90b, tweede lid);

b. wijzigingen in de statuten van de rechtspersoon worden ter goedkeuring aan de minister voorgelegd (artikel 90b, derde lid);

c. de rechtspersoon verstrekt de minister desgevraagd informatie met betrekking tot de uitvoering van de verzekering, waaronder jaarlijks een jaarrekening (artikel 90b, vijfde lid);

d. de minister kan de aanwijzing van de rechtspersoon ter uitvoering van de verzekering intrekken, wanneer de rechtspersoon tekortschiet in de uitvoering van de verzekering dan wel de verplichtingen genoemd in artikel 90b niet nakomt (artikel 90b, zesde lid).

De minister heeft in het verslagjaar alleen (regulier) gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid onder a.

B. Opbouw van de vermogenspositie naar de stand van 31 december van het verslagjaar.

Deze informatie kan nog niet worden verstrekt omdat er door de Stichting niet eerder dan per uiterlijk 15 juni een jaarverslag wordt ingediend.

C. JAARREKENING

9. VERANTWOORDINGSSTATEN

9.1 Departementale verantwoordingsstaat 2002 van het Ministerie van Defensie (X) Bedragen in EUR1000

 
  (1)(2)(3)=(2)–(1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  verplich-tingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-stenverplich-tingenuitgavenontvang-sten
 Totaal 7 034 156201 982 7 385 758236 281 351 60234 299
           
 Beleidsartikelen         
01Koninklijke marine1 541 9951 338 07650 3581 468 1721 441 67557 078– 73 823103 5996 720
02Koninklijke landmacht2 917 3922 142 41858 1532 507 6272 329 62073 913– 409 765187 20215 760
03Koninklijke luchtmacht1 539 2121 315 98938 0972 014 2591 436 10839 235475 047120 1191 138
04Koninklijke marechaussee296 119303 3854 808322 098326 6878 26625 97923 3023 458
05Defensie Interservice Commando256 502255 56821 561252 801246 16624 203– 3 701– 9 4022 642
06Militaire Inlichtingendienst54 33653 882 59 46057 6763635 1243 794363
07Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden909 686909 6861 559939 401939 39941229 71529 713– 1 147
08Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel24 17224 172 29 46729 467 5 2955 295 
09Vredesoperaties170 177170 1771 407166 597172 6558 611– 3 5802 4787 204
10Civiele taken32 39932 3995 33735 89436 0017 9593 4953 6022 622
11Internationale samenwerking88 42592 82414 430137 029116 7597 71148 60423 935– 6 719
12Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling57 79561 949318224 94266 512309167 1474 563– 9
           
 Niet-beleidsartikelen         
70Geheime uitgaven499499 910910 411411 
80Nominaal en onvoorzien187 027187 027    – 187 027– 187 027 
90Algemeen143 816146 1055 954190 358186 1238 22146 54240 0182 267

1De gerealiseerde bedragen zijn steeds naar boven afgerond (EUR 1000).

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

9.2 Samenvattende verantwoordingsstaat inzake baten-lastendiensten van het Ministerie van Defensie (X) Bedragen in EUR1000

  123=2–1
 OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
  uitgavenuitgavenuitgaven
01Baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie   
 Totale baten258 156258 379223
 Totale lasten255 660254 474– 1 186
 Saldo van baten en lasten2 4963 9051 409
     
 Totale kapitaalontvangsten19 5135 169– 14 344
 Totaal kapitaaluitgaven34 62331 456– 3 167
     
02Baten-lastendienst Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen   
 Totale baten84 49487 8653 371
 Totale lasten83 58685 9022 316
 Saldo van baten en lasten9081 9631 055
     
 Totale kapitaalontvangsten10 11914 6804 561
 Totaal kapitaaluitgaven12 93316 1963 263

1De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (EUR 1000).

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

10. FINANCIËLE TOELICHTING BIJ DE VERANTWOORDINGSSTATEN

INLEIDING

Onderstaand worden de budgettaire gevolgen van de artikelen weergegeven. Verschillen worden nader toegelicht waarbij gekozen is voor het toelichten van verschillen groter dan € 5 miljoen. In uitzonderingsgevallen zijn van belang zijnde kleinere verschillen tevens afzonderlijke vermeld en toegelicht. De resterende kleine verschillen zijn onder «Overige verschillen» samengevoegd.

10.1 TOELICHTING BIJ DE BELEIDSARTIKELEN

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 01 «Koninklijke marine»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen1 412 4011 223 1241 990 2531 359 0091 468 1721 541 995– 73 823
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Commandant der Zeemacht in Nederland313 839334 435320 167334 561336 969318 57418 395
Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied49 09854 75361 24666 00371 42865 7385 690
Commandant van het Korps Mariniers91 18894 89699 706115 084121 870106 51915 351
Ondersteunende eenheden250 944252 603257 299288 072293 378263 73329 645
Admiraliteit245 260226 929224 936213 910220 492194 90925 583
Wachtgelden13 43614 80113 26016 95317 081 17 081
Totaal Apparaatsuitgaven963 765978 417976 6141 034 5831 061 218949 473111 745
Subsidies en bijdragen240240219217149149 
Investeringen       
Schepen187 061267 132248 126238 345216 263200 18716 076
Vliegtuigen4 5987 33220 41838 76430 97632 157– 1 181
Elektronisch materieel9 60117 77719 66421 36328 77033 582– 4 812
Munitie1 9027 82721 52724 24537 32324 72512 598
Overig materieel51 33064 30653 23642 81528 54347 276– 18 733
Infrastructuur38 00738 11047 85242 69038 43350 527– 12 094
Totaal Investeringen292 499402 484410 823408 222380 308388 454– 8 146
Totaal uitgaven1 256 5041 381 1411 387 6561 443 0221 441 6751 338 076103 599
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten72 06561 21845 97945 28057 07850 3586 720

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne– 4 400
Loonbijstelling42 994
Prijsbijstelling6 427
Ontvlechting wachtgelden15 505
MILSATCOM aandeel Defensieonderdelen30 416
Beleidsmatige verschillen 
Trekkingsrechten DVVO– 4 085
Ramingsbijstelling personeel15 713
Ontvlechten wervingsbudgetten5 731
Lening KSG– 20 241
PAM– 155 458
Claim opschorten bouw mijnenveegdrones (PAM)– 5 200
Terrorismebestrijding5 265
Activiteitenreductie– 2 206
Overige verschillen– 4 016
Totaal verschillen– 73 823
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaatsuitgavenSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische verschillen    
Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne  – 4 400– 4 400
Loonbijstelling42 994  42 994
MILSATCOM aandeel Defensieonderdelen  929929
Prijsbijstelling6 427  6 427
Ontvlechting wachtgelden15 505  15 505
Beleidsmatige verschillen    
Trekkingsrechten DVVO– 4 085  – 4 085
Ramingsbijstelling personeel15 713  15 713
Ontvlechting wervingsbudgetten5 731  5 731
Lening KSG  – 20 241– 20 241
PAM  12 77312 773
Claim opschorten bouw mijnenveegdrones (PAM)  – 5 200– 5 200
Verkoopgereedmaken fregatten4 000  4 000
Terrorismebestrijding1 702 3 5635 265
Activiteitenreductie– 2 400  – 2 400
Overige verschillen26 158 4 43030 588
Totaal verschillen111 745 – 8 146103 599

Toelichting technische verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne

De Koninklijke landmacht voert het project nieuwbouw Alexenderkazerne uit, ook voor de Koninklijke marine. De hiermee gemoeide uitgaven worden niet, zoals bij de opstelling van de begroting nog verondersteld, ten laste van dit artikel verantwoord, doch ten laste van het artikel 02 «Koninklijke landmacht».

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

Prijsbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in prijspeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de prijsbijstelling worden gecompenseerd.

Ontvlechting wachtgelden

In de voorbereiding van de begroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

MILSATCOM aandeel defensieonderdelen

Het project MILSATCOM wordt door de Koninklijke marine eveneens uitgevoerd ten behoeve van andere defensieonderdelen. Dit betekent dat deze uitgaven die voor deze onderdelen in dit kader moeten worden verricht, en welke geraamd waren bij deze onderdelen, alsnog ten laste van de Koninklijke marine worden verantwoord.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Trekkingrechten DVVO

Het budget transport dat door de krijgsmachtdelen bij de opstelling van de ontwerpbegroting is overgeheveld naar het artikelonderdeel «Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie» van het artikel 05 «Defensie Interservice Commando» is gebaseerd op historische gegevens. Als gevolg van toename van de transportbehoefte, met name goederentransport over water en door de lucht) is het marineaandeel in het door DVVO in te huren transport toegenomen.

Ramingsbijstelling personeel

De realisatie van de reductietaakstellingen burgerpersoneel verloopt langzamer dan voorzien. Tevens neemt het aantal vacatures van hoger ingeschaald personeel sneller af door een toename van sollicitanten, waardoor bijstelling van het budget noodzakelijk is.

Ontvlechting wervingsbudgetten

Met ingang van 2002 zijn de diverse defensieorganisaties weer volledig verantwoordelijk voor het proces van personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie). Daarom zijn de wervingsbudgetten vanuit Dico/DWS weer aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Lening KSG

Het contract met betrekking tot de lening is nog niet getekend in 2002 waardoor dit budget in de verplichtingen en de uitgaven niet tot realisatie is gekomen.

PAM

Omdat het gezamenlijke contract reeds in december 2001 is afgesloten zijn de verplichtingen lager. Door een aanpassing van de fasering in de contracten voor de Sonar- en C2-apparatuur zijn de uitgaven voor 2002 hoger dan begroot.

Claim opschorten bouw mijnenveegdrones (PAM)

Met betrekking tot de drones voor de mijnenveegcomponent van het project is overeenstemming bereikt met de werf over de afkoop van de verplichting om drones op korte termijn af te nemen.

Verkoopgereed maken fregatten

Om de verkoop van de overtollige fregatten Hr. Ms. Jan van Brakel en Hr. Ms. Pieter Florisz mogelijk te maken, zijn nog de nodige reparaties en aanvullende wensen van de kopers uitgevoerd.

Terrorismebestrijding

De realisatie is hoger door implementatie van maatregelen in het kader van de terrorismebestrijding. Dit betreft met name de uitbreiding van de BBE Mariniers, waarvan het extra peloton per 1 juni 2002 is gereedgesteld, en het Amfibisch Verkenningspeloton, waarvan de uitbreiding per 1 augustus is gerealiseerd.

Activiteitenreductie

Als gevolg van het slechts voor 25% uitkeren van de benodigde prijsbijstelling heeft, waar dit verantwoord was, een neerwaartse bijstelling plaatsgevonden van het activiteitenniveau.

Toelichting overige verschillen

Ramingsbijstelling overige investeringsprojecten

Om uiteenlopende redenen is een aantal investeringsprojecten, voor wat betreft verplichtingen en kasuitgaven, anders gefaseerd in de tijd. Dit betreft ondermeer de volgende projecten:

Project Capability Upkeep Program van de Maritieme patrouillevliegtuigen (CUP Orion)

Naar aanleiding van het «disbursementoverzicht van de US Navy» van het laatste kwartaal 2001 heeft eind 2001 een betaling van € 3,7 miljoen plaatsgevonden die oorspronkelijk in 2002 was gepland. Tevens is de modificatie van het eerste P3C-Orion maritieme patrouillevliegtuig in augustus aangevangen.

Project Fregatten van de Zeven Provinciën-klasse

De D-brief voor het deelproject Sirius is uitgesteld naar 2003 waardoor de verplichtingen zijn bijgesteld.

Munitie

De realisatie van de munitie is hoger uitgekomen dan begroot door verschuivingen van betalingen uit 2003 en hogere realisatie van met name de «Standard Missile 2», Evolved Sea Sparrow Missile en CHAFF-D. De verplichtingen zijn achtergebleven doordat er met name voor de aanschaf van SM-2 geen meerjarig, doch een éénjarig contract is aangegaan.

Infrastructuur

In samenhang met de in de Novemberbrief aangekondigde vertraging in het gereedstellen van het 3e Mariniersbataljon ondervindt het project «Marinierskazerne Buitenveld» vertraging.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Extra leveringen brandstof Navo-partners3 269
Terugvordering steun aan de KSG4 409
Overige verschillen– 958
Totaal verschillen6 720

Toelichting op de verschillen

De meerontvangsten ten opzichte van de ontwerpstand zijn een gevolg van extra leveringen van brandstof aan derden, de terugvordering inzake de verleende steun aan de Koninklijke Schelde Groep (KSG) en een aantal kleine meer-/minderontvangsten.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 02 «Koninklijke landmacht»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen1 880 4182000 7911 962 4313 130 2972 507 6272 917 392– 409 765
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
1 Divisie «7 December» (tot 2001: 1(GE/NL)Corps)481 335449 016443 537547 312559 915539 10320 812
Nationaal Commando, exclusief Civiele Taken528 055638 782663 869623 713624 518587 06337 455
Opleidings- en trainingscommando KL147 692191 635190 240214 055241 201210 64930 552
Overige Eenheden BLS382 214247 559267 941287 494310 113241 30468 809
Landmachtstaf40 78082 65192 425107 464147 065105 52941 536
Wachtgelden en inactiviteitswedden48 74343 78139 47448 96944 162 44 162
Totaal Apparaatsuitgaven1 628 8191 653 4241 697 4861 829 0071 926 9741 683 648243 326
Subsidies en bijdragen83283286687891387736
Investeringen       
Automatisering30 49976 47563 77049 05324 11339 733– 15 620
Logistiek22 55248 76455 56418 98626 09640 132– 14 036
Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen71 23967 08744 17756 95833 79559 902– 26 107
Elektronisch materieel9 12810 5332 9596 88310 0519 793258
Nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC) 3394631 4495 34810 995– 5 647
Luchtverdediging29 59138 87631 80519 7486 9124 7652 147
Manoeuvre71 660135 62581 960136 896159 254176 882– 17 628
Vuursteun19 07612 0899 8045 6414 03310 097– 6 064
Gevechtssteun5 1367 9017 1298 1983 9198 064– 4 145
Infrastructuur64 28794 067113 985134 797128 21297 53030 682
Totaal Investeringen323 168491 756411 616438 609401 733457 893– 56 160
Totale uitgaven1 952 8192 146 0122 109 9682 268 4942 329 6202 142 418187 202
Ontvangsten       
Totale ontvangsten53 36571 24969 02582 46273 91358 15315 760

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Bijdrage KM in de nieuwbouw Alexanderkazerne4 400
Bijdrage KLu in project «Strijpse Kampen».3 600
Bijdrage in project MILSATCOM– 21 291
Implementatie P&O 2000– 7 700
Loonbijstelling91 960
Prijsbijstelling9 580
Overheveling wachtgelden44 102
Beleidsmatige verschillen 
Overheveling wervingsbudgetten20 886
Overheveling Marechaussee-eenheden– 4 953
Ramingsbijstelling apparaatsuitgaven60 439
Project «De Peel»– 34 700
Project «Wissellaadsysteem»– 266 200
Project «Tactis»– 70 600
Project «Vervanging M109»– 54 400
Aanpassing bestelmoment– 201 315
Overige verschillen16 427
Totaal verschillen– 409 765
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenSubsidiesInvesteringenTotaal
Technische verschillen    
Bijdrage KM-aandeel nieuwbouw Alexanderkazerne  4 4004 400
Bijdrage KLu in project «Strijpse Kampen»  3 6003 600
Implementatie P&O 2000  – 4 100– 4 100
Loonbijstelling91 960  91 960
Prijsbijstelling9 580  9 580
Overheveling wachtgelden44 102  44 102
Beleidsmatige verschillen    
Overheveling wervingsbudgetten20 886  20 886
Overheveling Marechaussee-eenheden– 4 953 – 1 218– 6 171
Ramingsbijstelling apparaatsuitgaven60 654  60 654
Aanpassing kasritme investeringsprojecten  – 32 784– 32 784
Overige verschillen21 09736– 26 058– 4 925
Totaal verschillen243 32636– 56 160187 202

Toelichting technische verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Bijdrage Koninklijke marine in de nieuwbouw Alexanderkazerne

De Koninklijke landmacht voert het project nieuwbouw Alexenderkazerne uit, ook voor de Koninklijke marine. De door de Koninklijke marine voor dit project geraamde bedragen worden niet ten laste van het artikel 01 «Koninklijke marine» verantwoord, doch ten laste van dit artikel.

Bijdrage Koninklijke luchtmacht in project «Strijpse Kampen»

De Koninklijke landmacht voert het project «Strijpse Kampen» uit, waarbij ook de Koninklijke luchtmacht is betrokken. De door de Koninklijke luchtmacht op het eigen artikel geraamde uitgaven worden echter ten laste van dit artikel verantwoord.

Bijdrage in project MILSATCOM

Het project MILSATCOM wordt door de Koninklijke marine ook uitgevoerd ten behoeve van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht. Dit betekent dat de uitgaven die voor deze krijgsmachtdelen in dit kader moeten worden verricht, en welke geraamd waren bij deze krijgsmachtdelen, alsnog ten laste van het artikel «Koninklijke marine» worden verantwoord.

Implementatie P&O 2000

Door de Centrale organisatie wordt het defensiebrede project P&O 2000+ uitgevoerd. De bedragen die de betreffende defensieonderdelen voor hun bijdrage in dit project hadden geraamd, worden ten laste van het artikel 90 «Algemeen» verantwoord.

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

Prijsbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in prijspeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de prijsbijstelling worden gecompenseerd.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de begroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de diverse defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel voor de verplichtingen als de uitgaven)

Ontvlechting wervingsbudgetten

Met ingang van 2002 zijn de diverse defensieonderdelen weer volledig verantwoordelijk voor het proces van personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie). Daarom zijn de wervingsbudgetten vanuit Dico/DWS weer aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Overheveling Marechaussee-eenheden

Het 103 Eskadron van de Koninklijke landmacht is in het begrotingsjaar 2002 overgeheveld naar de Koninklijke marechaussee.

Ramingsbijstelling apparaatsuitgaven

Uit een uitgebreide analyse van de bedrijfsplannen voor 2002 bleek dat de uitgaven voor de lopende materiële exploitatie-uitgaven niet op korte termijn konden worden teruggedrongen zonder ernstige consequenties voor de bedrijfsvoering van de Koninklijke landmacht. Derhalve kon tijdens de begrotingsuitvoering 2002 niet anders worden besloten dan een herverdeling tussen de investeringen en exploitatie-uitgaven door te voeren. De hiermee opgeloste knelpunten in de materiële exploitatie hebben zich met name voorgedaan op het gebied van informatiesystemen en data- en telecommunicatie en voor onderhoud aan en reservedelen voor voertuigen en manoeuvre.

Als gevolg van het afsluiten van het centrale contract voor elektriciteit en gas, is NATCO in januari 2002 hiermee samenhangende betalingen gaan verrichten. Begin 2002 hebben echter ook nog betalingen over november en december 2001 plaatsgevonden. Een andere oorzaak voor de toename van huisvestingskosten betreft de gestegen kosten voor schoonmaakcontracten.

De ramingsbijstelling bij personeel is het gevolg van stagnatie in de afbouw van het personeelsbestand voor het burgerpersoneel. Dit is minder snel verlopen doordat vacatures in het BOT-bestand worden gevuld met burgers. Het verloop bij BOT-personeel is daarentegen hoger dan verwacht. De werving van beroepspersoneel voor bepaalde tijd is boven verwachting gerealiseerd. Deze veranderingen zijn van invloed op de samenstelling van het personeelsbestand hetgeen ook financiële consequenties heeft gehad.

Project De Peel

De verplichtingen voor dit bouwproject zijn in 2002 niet aangegaan vanwege vertraging in het verkrijgen van noodzakelijke externe vergunningen (kapvergunning e.d.). Het project zal in 2003 pas kunnen aanvangen met de realisatie van het deelproject Bouwvoorbereiding.

Project Wissellaadsystemen 165kN

De verplichting van € 266,2 miljoen voor dit project stond gepland in 2002. In het kader van de prioriteitsstelling als gevolg van het ontbreken van budgettaire ruimte is dit project verschoven naar 2005. De instroom wordt hierdoor niet eerder voorzien dan vanaf 2005.

Project Tactische Indoor Simulatie (TACTIS)

Vanwege een langer durende onderhandelingsfase is er in de verwervingsfase vertraging opgetreden. Hierdoor is het aangaan van de verplichting verschoven naar 2003. Als gevolg hiervan kan de instroom van het materieel ook pas in een later stadium plaatsvinden.

Project Vervanging M109

De behandeling van het DMP-D document heeft in het eerste kwartaal van 2002 plaatsgevonden. De verwerving van de hoofduitrustingsstukken van dit project is volgens de planning van de begroting 2002 verlopen. De aanvang van de levering van de systemen is voorzien in 2004. De verwerving van de aanvullende voorzieningen en het munitiepakket is door vertraging bij de vaststelling van deze behoeften doorgeschoven naar latere jaren. Hierdoor is de in de begroting geplande verplichtingenstand € 54,4 miljoen lager uitgevallen.

Aanpassing bestelmoment/Aanpassing kasritme (investerings)projecten

Vanwege bedrijfsvoeringsproblemen en om andere uiteenlopende redenen heeft ten aanzien van het aangaan van verplichtingen en het doen van kasuitgaven een herfasering in de tijd plaatsgevonden. Dit betreft ondermeer de navolgende projecten:

Project Vervanging trekkeropleggercombinatie 400/650kN

Dit project is conform, de begroting 2002 gerealiseerd waarbij een deel van het project, waarvan de verplichting in 2004 werd voorzien, tegelijkertijd met de serie is besteld. De instroom wordt verwacht vanaf 2004 en is voltooid in 2005.

Programma Theater Independent Tactical Army and Airforce Network (TITAAN)

In 2002 is door de Koninklijke landmacht € 1,1 miljoen uitgegeven, terwijl was uitgegaan van € 5,9 miljoen. Medio 2002 heeft er een herijking van het project plaatsgevonden, waardoor twee deelprojecten (mobiel telefoonsysteem fase 1 en draadloos netwerk fase 2) niet zijn gerealiseerd en er een vertraging is ontstaan doordat prioriteit is gegeven aan het opwerken van het HRF(L)HQ en het minimaliseren van ontwerprisico's in latere fasen van het project.

Project Remotely Piloted Vehicle (RPV)

Door vertragingen in de leveringen van een deel van het project RPV in 2001 zijn de uitgaven gerealiseerd in 2002. Dit veroorzaakt in 2002 een stijging van de uitgaven met € 7,5 miljoen ten opzichte de begroting 2002.

Project Battlefield Management System

Ten opzichte van de begroting 2002 is de omvang van dit project in het kader van de eerder genoemde prioriteitsstelling aangepast. Dit heeft geleid tot een verlaging van de verplichtingenomvang met € 11,8 miljoen en van de uitgaven met € 7,8 miljoen. Het Battlefield Management System wordt in eerste instantie alleen ingevoerd bij 13 Gemechaniseerde brigade.

Project Elektronische Oorlogsvoering (EOV) fase 1

Dit project bevindt zich in de realisatiefase en is nagenoeg afgerond. De realisatie verloopt overwegend conform de begroting 2002. Een deel van dit project is echter in het kader van de prioriteitsstelling in 2001 uitgesteld en daardoor in 2002 tot verplichting gekomen.

Project Future Ground Based Air Defence (FGBAD)

De benaming van dit project «Project Netherlands Short Range Air Defence Systems (NESRADS)» is na de begroting 2002 gewijzigd. Het project FGBAD bestaat uit twee delen: BMC4I (Battlefield Management Command, Control, Communication, Computerisation en Intelligence) en het uitgestelde SHORAD (Short Range Air Defence). Het project wordt gefaseerd uitgevoerd. Het project is een interservice project waarbij de Koninklijke marine en de Koninklijke luchtmacht betrokken zijn. Verhoging van de verplichtingenomvang (€ 6,4 miljoen) en van de uitgaven (€ 3,1 miljoen), beide ten opzichte van de begroting 2002, zijn met name veroorzaakt doordat een deel van dit project eerder is gerealiseerd dan werd voorzien. Dit betreft de Proof of concept Pilot Air Defence.

Project vervanging Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig

Bij het opstellen van de begroting 2002 is uitgegaan dat de verplichting en een deel van de betaling nog in 2001 zouden plaatsvinden. Doordat de verplichting echter ultimo 2001 is aangegaan zijn de bijbehorende uitgaven in 2002 gerealiseerd. Hierdoor zijn de kasuitgaven in 2002 met€ 35,3 miljoen toegenomen. De aanvang van de instroom van de voertuigen is voorzien in 2003.

Project vervanging pantservoertuigen (Licht pantserwielvoertuig)

Doordat de verplichting ultimo 2001 is aangegaan zijn de uitgaven gedaan in 2002 in plaats van 2001 zoals aangegeven in de begroting 2002. Hierdoor zijn de kasuitgaven met € 21,2 miljoen toegenomen. De aanvang van de instroom van de voertuigen is voorzien in 2004.

Project vervanging pantservoertuigen (Gepantzertes Transport Kraftfahrzeug (GTK))

Vertragingen in het ontwikkelingstraject van het project Vervanging Pantservoertuigen (GTK) hebben tot minder leveringen en daardoor tot minder betalingen geleid. De uitgavenrealisatie is hierdoor € 15,8 miljoen lager dan in de begroting 2002 werd voorzien. De uitgaven zijn gedaan voor de deelname aan de ontwikkeling in een Engels-Duits-Nederlands samenwerkingsverband.

Project Short Range Antitank (SRAT)

Dit project is in het kader van de eerder genoemde prioriteitsstelling uitgesteld. In de begroting 2002 was de verwerving van dit project reeds voorzien in 2001. Dit heeft geleid tot een verlaging van de uitgaven met € 18,1 miljoen.

Project Medium Range Antitank (MRAT)

De voortgang van het project verloopt niet geheel volgens planning vanwege enige problemen met de typeclassificatie. De levering van de eerste systemen wordt pas voorzien in het tweede kwartaal van 2003.

Project Soldier Modernisation Program (SMP)

Dit project is in het kader van de genoemde prioriteitsstelling uitgesteld. Zowel de verplichtingen (€ 8,9 miljoen) en de uitgaven (€ 8,6 miljoen) zijn hierdoor in 2002 verlaagd.

Project Gevechtsveldcontroleradar

Doordat de verplichting ultimo 2002 is aangegaan zijn de uitgaven nu voorzien in 2003 in plaats van 2002. De omvang van het project is, als gevolg van herziene prijsstelling, verlaagd. De aanvang van de instroom van de systemen wordt voorzien in 2004.

Project Duelsimulatoren en geïnstrumenteerd oefenterrein (DS-IOT)

Bij dit project hebben in 2002 minder leveringen plaatsgevonden. Hierdoor is de uitgavenstand lager dan was geprognosticeerd. Deze leveringen zullen in 2003 worden gerealiseerd, waarna het project in zijn totaliteit is gerealiseerd.

Project Strijpse Kampen

De oplevering van Strijpse Kampen is vertraagd. Met de betrokken gemeentelijke partijen is in goed overleg een latere ontruiming (uiterlijk 1 mei 2003) van het Prinses Irenekamp overeengekomen.

Project Integrale Veiligheidszorg (IVZ)

Het project verkeert in een afrondende fase. Doordat het project in het verleden vertraging had opgelopen was een deel van het kasgeld in 2003 gepland. Aan het eind van 2002 bleek dat het project alsnog tot afwikkeling kon komen waardoor de uitgaven eerder zijn gerealiseerd. Het Military Peacetime Security System is ultimo februari 2003 aan de Koninklijke landmacht overgedragen.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
BTW4 800
POMS3 700
UNIVE4 500
Overige verschillen2 760
Totaal verschillen15 760

Toelichting op de verschillen

De bijstelling van de ontvangsten betreft met name de afwikkeling van achterstallige afrekeningen met betrekking tot terug te vorderen BTW, de afwikkeling van een claim op de Verenigde Staten voor het POMS-personeel en declaraties bij Univé inzake psychotherapeutische verrichtingen. Dit laatste betreft met name betaling van declaraties over de periode 1994–2001.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 03 «Koninklijke luchtmacht»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen970 8131 139 7471 093 6351 608 1652 014 2591 539 212475 047
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Tactische luchtmacht322 906331 586407 533431 516447 681410 01937 662
Decentrale Ondersteunende Eenheden157 635164 592169 055    
Logistiek Centrum Klu   104 362139 026115 61823 408
Koninklijke Militaire School Luchtmacht   73 33487 14973 21913 930
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten382 680375 356353 023380 050351 796342 7019 095
Wachtgelden en inactiviteitswedden12 49712 18411 24413 05011 949011 949
Totaal Apparaatsuitgaven875 718883 718940 8551 002 3121 037 601941 55796 044
Investeringen       
Vliegtuigmaterieel (incl. F-16)239 045162 38151 66762 172171 82537 721134 104
Vervoermiddelen16 5606 5965 86618 0209 17320 760– 11 587
Elektrisch en elektronisch materieel54 05273 89157 97951 89344 12067 695– 23 575
Bewapeningsmaterieel19 39813 98719 78814 1967 21611 198– 3 982
Springstoffen en munitie18 22313 7412 9405431 4873 217– 1 730
Overig materieel11 390– 2 6516 46212 1469 06313 015– 3 952
Infrastructuur93 80769 56471 03375 00961 21970 971– 9 752
Luchtmobiele brigade150 873154 089156 599138 02294 404149 855– 55 451
Totaal Investeringen603 348491 598372 334372 001398 507374 43224 075
Totaal uitgaven1 479 0661 375 3161 313 1891 374 3131 436 1081 315 989120 119
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten34 85149 68572 91637 68339 23538 0971 138

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Loonbijstelling38 716
SDD-bijdrage EZ/Industrie48 000
Prijsbijstelling8 603
Bijdrage project MILSATCOM– 4 258
Overheveling wachtgelden11 949
Beleidsmatige verschillen 
Aanpassing burgerpersoneel5 844
Aanpassing militair personeel2 159
Inhuur personeel boven-formatief10 682
Ontvlechting wervingsbudgetten7 503
Opleidingen helikoptervliegers8 088
Onderhoud wapensystemen11 842
Aanpassing infrastructuur– 8 148
Vrijval restant NAFIN– 15 990
Bijdrage NLR2 000
Actieve en passieve grondverdediging– 21 207
F-16 MLU– 9 847
Vervanging F-16697 027
Herfasering Luchtmobiele Brigade– 22 651
Link 16– 29 473
Patriot Pac III– 127 830
F-16 luchtverkenning– 29 557
F-16 verbetering lucht-grond bewapening– 80 138
Nachtzicht en laserdoelaanstralingsapparatuur– 14 080
Aanpassing bestelmomenten overige investeringen– 14 187
Totaal verschillen475 047
Bedragen x € 1 000
Verschillen in uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Technische verschillen   
Loonbijstelling38 716 38 716
SDD-bijdrage EZ/Industrie 48 00048 000
Prijsbijstelling3 6035 0008 603
Overheveling wachtgelden11 949 11 949
Beleidsmatige verschillen   
Aanpassen burgerpersoneel5 764 5 764
Aanpassen militair personeel2 159 2 159
Inhuur personeel boven-formatief10 682 10 682
Ontvlechting wervingsbudgetten7 503 7 503
Onderhoud wapensystemen14 823 14 823
Vliegtuigbrandstoffen– 12 564 – 12 564
Onderhoud infrastructuur9 999 9 999
Aanpassing infrastructuur – 11 683– 11 683
Vrijval restant NAFIN – 15 990– 15 990
F-16 MLU 3 0973 097
Vervanging F-16 50 19650 196
Transporthelikopters zelfbescherming 9 3029 302
Herfasering Luchtmobiele Brigade – 55 451– 55 451
Link 16 4 0004 000
Patriot Pac III – 4 855– 4 855
Bijdrage NLR 20002000
Aanpassing kasritme overige exploitatie3 410 3 410
Aanpassing kasritme overige investeringen – 9 541– 9 541
Totaal verschillen96 04424 075120 119

Toelichting technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

SDD-bijdrage EZ/industrie

Teneinde de financiering van de SDD-fase JSF mogelijk te maken is een deel van de hiermee gemoeid gaande uitgaven, welke niet in de begroting waren opgenomen, gefinancierd door het ministerie van Economische Zaken en de Nederlandse industrie.

Prijsbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in prijspeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de prijsbijstelling worden gecompenseerd.

Bijdrage in MILSATCOM

Het project MILSATCOM wordt door de Koninklijke marine ook uitgevoerd ten behoeve van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht. Dit betekent dat de uitgaven die voor deze krijgsmachtdelen in dit kader moeten worden verricht, en welke geraamd waren bij deze krijgsmachtdelen, alsnog ten laste van het artikel «Koninklijke marine» worden verantwoord.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de diverse defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Aanpassen burger- en militair personeel

Rekeninghoudend met de verwerking van de algemene salarismaatregelen is daarnaast de raming beïnvloedt door de aangepaste (hogere) begrotingssterkte.

Inhuur personeel boven-formatief

Om de diverse knelpunten binnen de bedrijfsvoering op te vangen is extra personeel ingehuurd. Het betreft hier met name de inhuur van technisch personeel.

Ontvlechting wervingsbudgetten

Met ingang van 2002 zijn de diverse defensieorganisaties weer volledig verantwoordelijk voor het proces van personeelsvoorziening (met uitzondering van keuring en selectie). Daarom zijn de wervingsbudgetten vanuit Dico/DWS weer aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Opleidingen helikoptervliegers

Op grond van de planning van de helikopteropleidingen is het aangaan van contracten in de tijd bijgesteld.

Onderhoud wapensystemen

Dit betreft onderhoud voor alle wapensystemen. Voor de jachtvliegtuigen, luchttransport en geleide wapens zijn de contracten zowel in volume als tijd bijgesteld. Daarnaast zijn reparaties, die in de VS worden uitgevoerd, duurder geworden.

Vliegtuigbrandstoffen

Het verbruik van vliegtuigbrandstof is gebaseerd op het aantal geplande vlieguren. Aangezien de realisatie van de vlieguren, mede als gevolg van de problemen in de materiële gereedheid, achter zijn gebleven bij de geraamde aantallen is minder brandstof nodig geweest.

Onderhoud en aanpassing infrastructuur

De budgetten voor de investeringen zijn neerwaarts aangepast aan de verwervingscapaciteit en de bijgestelde behoefte. Daarnaast is als gevolg van het nog niet beschikbaar zijn van de uitkomsten van de studie «motorenonderhoud» en de Strategische toekomstvisie van het Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht deze behoeftestelling uitgesteld. Mede als gevolg hiervan zijn wel de uitgaven voor het uitvoeren van het noodzakelijke onderhoud gestegen.

Vrijval restant Nafin

Dit defensieproject is door de Koninklijke luchtmacht uitgevoerd. Na afronding van het project is het resterende budget terugbetaald aan de defensieonderdelen.

Project F-16 MLU

Het project F-16 MLU wordt conform planning in april 2003 afgerond. De uitkomsten van de aansluitend uit te voeren projectevaluatie worden eind 2003 met een DMP-E document aangeboden. De afwijkingen in de realisatie van de verplichtingen (– € 9,8 miljoen) en uitgaven hangen samen met de afronding van het project.

Vervanging F-16

Door de onzekerheid met betrekking tot het afsluiten van het contract inzake de SDD-fase van de JSF zijn in de begroting 2002 geen bedragen voor verplichtingen en uitgaven opgenomen. Dit geldt specifiek voor de SDD-fase. Na het afsluiten van de MOU in juni 2002 zijn de verplichtingen vastgelegd en is voor de uitgaven een betaalschema overeengekomen. De gerealiseerde budgetten voor zowel de verplichtingen als de uitgaven zijn dan ook conform de businesscase en de in 2002 afgesloten MOU inzake de SDD-fase van de JSF.

Transporthelikopters zelfbescherming

Door vertragingen in de betalingen in 2001 is het uitgavenbudget in 2002 toegenomen.

Herfasering Luchtmobiele Brigade

De minderuitgaven zijn een gevolg van het feit dat er een aantal gevechtshelikopters nog niet in Nederland is afgeleverd, maar voor opleidingsdoeleinden in de VS gestationeerd blijft. Hierdoor verschuiven de voor 2002 geplande betalingen voor invoerrechten en BTW naar een later moment. Daarnaast is een positief koersverschil geboekt als gevolg van aanwending van termijndollars.

Project LINK 16

Na de A-fase is dit project gesplitst in twee deelprojecten: verwerving modificatiepakketten (verkeert momenteel in de realisatiefase) en verwerving terminals (verkeert momenteel in de B/C/D-fase). De inbouw van de modificatiepakketten wordt gecombineerd met het Pacer Amstel instandhoudingsprogramma. Door vertragingen in de betalingen in 2001 zijn de uitgaven in 2002 hoger dan gepland. Doordat het traject voor de verwerving van de terminals nog niet is afgerond, zijn de verplichtingen lager dan geraamd (€ 29,5 miljoen).

Project Patriot PAC III

Er was voorzien om de Patriot-systemen aan te vullen met PAC-III raketten en extra lanceerinrichtingen om de bescherming tegen tactisch ballistische raketten, kruisraketten en laagvliegende doelen te verbeteren. In afwachting van definitieve besluitvorming in het project «Vervanging HAWK» is het project Patriot PAC-III tijdelijk aangehouden. Hierdoor zijn de voorziene verplichtingen van € 127,8 miljoen en de uitgaven van € 4,9 miljoen niet gerealiseerd.

F-16 Luchtverkenning

De projectfases B en C zijn nog niet afgerond waardoor de voorziene verplichting in 2002 niet is gerealiseerd (– € 29,5 miljoen).

Project verbetering Lucht-grond Bewapening

Dit betreft een deelproject (fase 1) van het aanschaffen van GPS- en lasergeleide wapens alsmede 20 mm patronen. De brief over de afronding van de behoeftestellingsfase is op 25 februari 2003 aan de Kamer aangeboden. De in 2002 voorziene verplichting van € 80,1 miljoen is hierdoor niet gerealiseerd.

Nachtzicht- en Laserdoelaanstralingsapparatuur

De levering van de laserdoelaanstralingsapparatuur is inmiddels voltooid. Nog één van de twinitg nachtzichtpods dient te worden gemodificeerd. De lagere realisatie van de verplichtingen (€ 14,1 miljoen) is veroorzaakt door opname van onjuiste getallen in de ontwerpbegroting.

Bijdrage Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR)

Door diverse (financiële) oorzaken is de continuïteit van het NLR in gevaar gekomen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft als penvoerend ministerie in overleg met de ministeries van Defensie, Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen besloten om het NLR een éénmalige overheidssteun te geven. In overleg tussen de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Defensie is bepaald dat laatstgenoemde een bedrag van € 2 miljoen voor haar rekening neemt dat vervolgens geheel ten laste van de Koninklijke luchtmacht (als meest belanghebbend defensieonderdeel) is gebracht.

Actieve en passieve grondverdediging

Het betreft hier enkele (deel)projecten die neerwaarts zijn bijgesteld als gevolg van vertraging in het wervingstraject. Hierdoor zijn de geplande fondsen in de tijd verschoven naar een later bestelmoment.

Overige aanpassingen exploitatie

Dit hogere bedrag wordt met name veroorzaakt doordat de werving boven verwachting is gerealiseerd waardoor de uitgaven hoger zijn uitgevallen. Daarnaast zijn (rechtspositionele) uitgaven die persoonsgebonden zijn enigszins hoger uitgevallen. Hiertegenover staat dat de jachtvliegopleidingen nu voor een deel in Nederland wordt verzorgd in plaats van de (duurdere) opleidingen in de VS.

Overige aanpassingen investeringen

Als gevolg van diverse omstandigheden zijn er wijzigingen in de fasering van diverse projecten opgetreden, waardoor de bestelmomenten en het kasritme zijn aangepast. Het betreft hier een aantal kleinere projecten waarvan de uitgaven zijn bijgesteld. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de volgende projecten:

Vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen

Vertraging in het project van enkele maanden heeft geleid tot een lagere realisatie van de uitgaven. De vertraging heeft geen operationele consequenties.

Landingsapparatuur (ILS)

Sinds februari 2002 bevindt dit project zich in de realisatiefase. Door onder andere bouwvergunningsprocedures heeft het project enige vertraging opgelopen. Hierdoor is de in eerste aanleg voor 2001 geraamde verplichting gerealiseerd in 2002 en zijn betalingen niet geheel gerealiseerd. De opgelopen vertraging heeft geen gevolgen voor de oplevering.

Koninklijke Luchtmacht Implementatie Middenlaag (KLuIM)

Het project is afgerond; op 1 april 2002 is het projectteam KLuIM opgeheven. De afwijking in de realisatie van de verplichtingen en uitgaven betreft de vrijval in verband met de voltooiing van het project.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse verschillen1 138
Totaal verschillen1 138

Toelichting op de verschillen

De per saldo hogere ontvangsten ten opzichte van de ontwerpbegroting is met name het gevolg van extra ontvangsten die via het WWRS (World Wide Warehouse) zijn gerealiseerd.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 04 «Koninklijke marechaussee»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen208 086242 148254 965300 633322 098296 11925 979
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven193 652212 172     
Operationele taakvelden       
– Beveiliging  39 20537 61047 69345 6742 020
– Handhaven vreemdelingenwet  78 41082 63688 35591 348– 2 993
– Politietaken Defensie (exclusief internationale en vredesoperaties)  48 43047 41055 03156 421– 1 390
– Politietaken burgerluchtvaartterreinen  6 9197 15110 0898 0602 029
– Assistentieverlening, samenwerking en bijstand  6 9194 2385 5038 060– 2 557
Ondersteunende eenheden       
– Staf Koninklijke marechaussee  11 53133 37238 21613 43424 782
– Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee  39 20552 44260 84045 67415 166
Wachtgelden en inactiviteitswedden423482529973985 985
Totaal apparaatsuitgaven194 075212 654231 148265 833306 712268 67038 042
Investeringen22 00620 43719 14020 13719 97534 715– 14 740
Totaal uitgaven216 081233 091250 288285 970326 687303 38523 302
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten4 5944 5165 2425 3628 2664 8083 458

N.B. Doordat het niet mogelijk is om de uitgaven direct te relateren aan de onderkende taakvelden, worden de uitgaven van dit artikel op basis van gerealiseerde begrotingssterkte van de taakvelden over de taakvelden verdeeld. Dit is in lijn met de methode die is gekozen om de geraamde bedragen over de taakvelden te verdelen, namelijk de geraamde begrotingssterkte van de taakvelden.

Toelichting verschillen

De hiervoor in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Loonbijstelling12 156
Overheveling wachtgelden985
Beleidsmatige verschillen 
Terrorismebestrijding1 400
Overname 103 ESK van de KL6 170
Ontvlechting wervingsbudgetten1 849
Grensbewaking Schiphol1 000
Overige verschillen2 419
Totaal verschillen25 979
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Technische verschillen   
Loonbijstelling12 156 12 156
Overheveling wachtgelden985 985
Beleidsmatige verschillen   
Terrorismebestrijding1 400 1 400
Overname 103 ESK van de KL5 0891 0816 170
Ontvlechting wervingsbudgetten1 849 1 849
Grensbewaking Schiphol1 000 1 000
Uitbreiding Schipholteam (drugskoeriers)69159750
Bewaking Koninklijk huis700 700
Vertraging infrastructuur – 15 880– 15 880
Extra inhuur5 933 5 933
Huisvestingskosten5 049 5 049
Overige verschillen3 190 3 190
Totaal verschillen38 042– 14 74023 302

Toelichting op technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling wordt gecompenseerd.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting op beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Terrorismebestrijding

In het kader van terrorismebestrijding zijn extra activiteiten verricht op het gebied van beveiliging burgerluchtvaart en de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) in het kader van persoonsbeveiliging.

Overname 103 ESK van de KL

Besloten is om alle eenheden die vallen onder de Koninklijke marechaussee onder te brengen bij de Koninklijke marechaussee. Dientengevolge is het 103 ESK van de Koninklijke landmacht overgenomen door de Koninklijke marechaussee.

Ontvlechting wervingsbudgetten

Als gevolg van het besluit dat de defensieonderdelen weer zelf verantwoordelijk worden voor het gehele wervingsproces heeft er toe geleid dat de uitgaven, die in de ontwerpbegroting nog stonden geraamd bij het Defensie Interservice Commando, nu ten laste van dit beleidsartikel zijn verantwoord.

Grensbewaking Schiphol

Deze mutatie betreft de aanloopkosten om tot het jaar 2005 toe te groeien naar een uitbreiding met 76 vte'n. Hoofddoel van deze uitbreiding, gecombineerd met een aangepaste werkwijze, is het verkorten van de wachttijden bij de balies.

Uitbreiding Schiphol (drugskoeriers)

Op verzoek van de minister van Justitie zijn in verband met de toename van het aantal drugkoeriers de activiteiten op Schiphol uitgebreid.

Bewaking Koninklijk huis

Het besluit van ZKH Prins Willem Alexander om zijn intrek te nemen in de De Eijkenhorst heeft tot personele uitbreiding geleid ten behoeve van de bewaking en beveiliging.

Vertraging infrastructuur

Als gevolg van het ontbreken van voldoende stafcapaciteit is een groot aantal infrastructuurprojecten, waaronder het OCKMar (€ 6,6 miljoen) en het infrastructuurproject Noord-Holland/Utrecht (€ 3,4 miljoen), vertraagd. Daarnaast is door de vele ontwikkelingen rond de BSB het Project Highschool Soesterberg komen te vervallen.

Extra inhuur

Deze uitgaven hebben betrekking op niet in de organisatie aanwezig zijnde ICT-personeel en op extra horeca-personeel dat ten behoeve van de dependance van het OCKMar in Vught moest worden ingehuurd.

Huisvestingskosten

De belangrijkste oorzaak van dit verschil is de vertraging in de oplevering van de accommodatie Badhoevedorp waardoor personeel van de Koninklijke marechaussee, werkzaam op Schiphol, ondergebracht is in hotels in de omgeving van Schiphol.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Intensivering steunverlening1 200
Overige verschillen2 258
Totaal verschillen3 458

Toelichting verschillen

In toenemende mate wordt een beroep gedaan op steunverlening door de Koninklijke marechaussee. Daar waar mogelijk worden deze extra inspanningen in rekening gebracht bij de opdrachtgevers. Daarnaast zijn extra ontvangsten gerealiseerd, doordat elementen uit de Wet Vermindering Afdracht, die in voorgaande jaren nog ten gunste van de Koninklijke landmacht werden verantwoord, nu terecht ten gunste van de Koninklijke marechaussee worden gebracht.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 05 «Defensie Interservice Commando»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen224 149232 409241 125269 318252 801256 502– 3 701
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven       
Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie48 87049 28055 35456 44369 08559 2179 868
Instituut Keuring en Selectie Defensie (tot 2002 Defensie Werving en Selectie)48 32051 51853 32068 14018 97251 773– 32 801
Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf55 32556 44655 64955 42358 49452 8805 614
Instituut Defensie Leergangen8 5688 8088 52310 30910 9459 7061 239
Overige Interservice Diensten35 90135 71933 70340 27047 66641 4766 190
Staf Defensie Interservice Commando3 39311 71215 51817 58117 30018 493– 1 193
Wachtgelden en inactiviteitswedden5 0504 8164 2745 0765 229 5 229
Totaal apparaatsuitgaven205 427218 299226 341253 242227 691233 545– 5 854
Programmauitgaven       
Investeringen16 0317 88113 76416 48618 47522 023– 3 548
Totaal programmauitgaven16 0317 88113 76416 48618 47522 023– 3 548
Totaal uitgaven221 458226 180240 105269 728246 166255 568– 9 402
Ontvangsten       
Totale ontvangsten24 79620 19624 42626 87524 20321 5612 642

Toelichting verschillen

De in 2002 gerealiseerde verschillen vinden hun oorzaak in de volgende technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Loonbijstelling8 017
Overheveling wachtgelden5 229
Beleidsmatige verschillen 
Trekkingsrechten DVVO5 704
Overheveling wervingsbudgetten– 36 912
Overdracht CBMS6 992
Verbetering bedrijfsvoering IKS2 474
Overige verschillen4 795
Totaal verschillen– 3 701
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Technische verschillen   
Loonbijstelling8 017 8 017
Overheveling wachtgelden5 229 5 229
Beleidsmatige verschillen   
Trekkingsrechten DVVO5 704 5 704
Ontvlechting wervingsbudgetten– 36 912 – 36 912
Overdracht CBMS6 992 6 992
Verbetering bedrijfsvoering IKS2 474 2 474
Bedrijfsrestaurant IDL – 3 948– 3 948
Overige verschillen2 6424003 042
Totaal verschillen– 5 854– 3 548– 9 402

Toelichting op de technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling wordt gecompenseerd.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

Toelichting beleidsmatige verschillen (zowel voor verplichtingen als uitgaven)

Trekkingsrechten Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)

Het budget transport dat door de krijgsmachtdelen bij de opstelling van de ontwerpbegroting is overgeheveld naar het artikelonderdeel «Defensie Verkeers- en Veroersorganisatie» van het artikel 05 «Defensie Interservice Commando» is gebaseerd op historische gegevens. Als gevolg van toename van de transportbehoefte, met name goederentransport over water en door de lucht) is het marineaandeel in door de DVVO in te huren transport toegenomen.

Overheveling wervingsbudgetten

Als gevolg van het besluit om de defensieonderdelen weer zelf verantwoordelijk te maken voor het integrale wervingstraject, zijn de hiermee gemoeide budgetten welke geraamd waren bij het Defensie Interservice Commando overgedragen aan de diverse defensieonderdelen. Dientengevolge zijn de uitgaven inzake de werving aldaar verantwoord.

Overdracht Centraal Bureau Militaire Salarissen (CBMS)

Als gevolg van het besluit om het Centraal Bureau Militaire Salarissen (CBMS) bij het Defensie Interservice Commando onder te brengen zijn de uitgaven, die initieel bij het niet-beleidsartikel 90 «Algemeen» waren geraamd, nu ten laste van dit beleidsartikel gebracht.

Verbetering bedrijfsvoering Instituut Keuring en Selectie Defensie (IKS)

De reorganisatie van DWS heeft niet alleen gevolgen gehad voor de wervingsorganisatie, doch ook voor de keurings- en selectie-organisatie. Extra impulsen zijn gegeven om de noodzakelijk beoogde kwaliteitsverbetering voor een adequate bedrijfsvoering bij het IKS tot stand te brengen.

Bedrijfsrestaurant Instituut Defensieleergangen (IDL)

Als gevolg van vertraging in de aanbesteding van de bouw van het bedrijfsrestaurant zijn de hiermee gemoeide uitgaven niet tot realisatie gekomen.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse kleine verschillen2 642
Totaal verschillen2 642

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 06 «Militaire Inlichtingen Dienst»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen39 23035 59245 75854 92959 46054 3365 124
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven45 88743 31044 20047 29852 43748 3004 137
Investeringen    5 2395 582– 343
Totaal uitgaven45 88743 31044 20047 29857 67653 8823 794
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten   299363 363

Toelichting verschillen

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Diverse kleine verschillen5 124
Totaal verschillen5 124
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaats-uitgavenInvesteringenTotaal
Diverse kleine verschillen4 137– 3433 794
Totaal verschillen4 137– 3433 794

Toelichting op de verschillen

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd. Daarnaast zijn extra aanschaffingen verricht in het kader van terrorismebestrijding waarvoor bij Nota van Wijziging extra gelden zijn vrijgemaakt alsmede de inbouw van een groot aantal, wettelijke verplichte, carkits.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in ontvangstenTotaal
Diverse kleine verschillen363
Totaal verschillen363

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 07 «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen767 022821 101816 062860 894939 401909 68629 715
Uitgaven       
Militaire nabestaanden pensioenen28 06228 27028 54030 27234 23327 2816 952
Militaire diensttijdpensioenen275 839288 184299 007312 460335 598300 30335 295
Kapitaaldekking ouderdomspensioen nominale bijdrage 36 23426 36535 62264 52935 74228 787
Militaire invaliditeitspensioenen83 93885 43888 64382 34980 32187 547– 7 226
Uitkeringswet gewezen militairen320 107345 940351 252378 963401 840364 62237 218
Sociale zorg5 6885 7545 4295 9785 8515 429422
Overige uitkeringen7 7957 1927 0436 0996 1855 899286
Reserve-overdracht7 4144 5246 8238 77810 3937 6242 769
Veteranenbeleid38 17919 5652 960373449539– 90
Uitvoeringskosten     16 286– 16 286
Wachtgelden en inactiviteitswedden     58 414– 58 414
Totaal uitgaven767 022821 101816 062860 894939 399909 68629 713
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten1 4091 5116 2992 0694121 559– 1 147

Toelichting verschillen

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Overheveling wachtgelden– 74 700
Loonbijstelling43 951
Aanvulling nominale bijdrage kapitaaldekking21 600
UKW uitgaven29 300
Overige verschillen9 564
Totaal verschillen29 715
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenTotaal
Overheveling wachtgelden– 74 700
Loonbijstelling43 951
Aanvulling nominale bijdrage kapitaaldekking21 600
UKW uitgaven29 300
Overige verschillen9 562
Totaal verschillen29 713

Toelichting uitgaven- en verplichtingenverschillen

Overheveling wachtgelden

Bij de opstelling van de begroting 2002 was het de bedoeling om de uitgaven met betrekking tot de wachtgelden en de daarbij behorende uitvoeringskosten ten laste van dit artikel te verantwoorden. Tijdens de begrotingsuitvoering is echter alsnog besloten om deze uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de verantwoordelijkheid berust over het toekennen van aanspraken op wachtgelden.

Loonbijstelling

De ontwerpbegroting is in lijn met de vigerende voorschriften opgesteld in loonpeil 2001. Dit betekent dat onvermijdelijke meeruitgaven ontstaan, welke door Financiën via de uitdeling van de loonbijstelling worden gecompenseerd.

Aanvulling nominale bijdrage kapitaaldekking

Aan het ABP is, op verzoek, in 2002 een bedrag van € 21,6 miljoen betaald als voorschot op de bijdrage in 2003.

UKW uitgaven

De meeruitgaven vinden hun oorzaak in:

– de doorwerking van de verhoogde instroom in de UKW uit de jaren 1999 en 2000;

– het afwijken van de 30%-norm voor het nadienen in het kader van de afspraken gemaakt in de arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Defensie 2000–2001;

– de ten gunste van de defensieonderdelen komende korting op de SZVK-premie betrekking hebbend op de meerlasten voor compensatie MOOZ/WTZ-bijdrage bij de UKW'ers en

– additionele instroom in de UKW als gevolg van het gebruik van de maatregel «50 jaar niet ten volle geschikt».

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Diverse kleine verschillen– 1 147
Totaal verschillen– 1 147

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 08 «Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel31 49227 19027 97128 26329 46724 1725 295
Totaal uitgaven31 49227 19027 97128 26329 46724 1725 295

Toelichting verschillen

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingen en uitgavenTotaal
Diverse kleine verschillen5 295
Totaal verschillen5 295

Toelichting uitgaven- en verplichtingenverschillen

De hogere realisatie bij de Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel wordt grotendeels veroorzaakt doordat een groter aantal werknemers gebruik gemaakt heeft van deze regeling en de stijging van het gemiddelde aanspraakbedrag als gevolg van de autonoom stijgende ziektekosten. Tevens is in 2002 sprake geweest van een inhaalactie bij de uitvoeringsorganisatie.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 09 «Vredesoperaties»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen103 343219 932183 511199 158166 597170 177– 3 580
Uitgaven       
VN-contributies13 77212 61333 42053 77344 63048 554– 3 924
SFOR76 17760 86569 83487 11870 10683 042– 12 936
KFOR 50 29051 8204 0001 043908135
UNFICYP 2 9933 0321 34753 53
UNMEE  15 87547 3252 433 2 433
F-16's Amendola 46 22412 4304 000   
Task Force Fox    8 705 8 705
ISAF    14 264 14 264
Enduring Freedom    27 753 27 753
Voorziening vredesoperaties/overige operaties10 96634 1015 5267273 66837 673– 34 005
Totale uitgaven100 915207 086191 937198 290172 655170 1772 478
Ontvangsten       
Totale ontvangsten6 6944 77015 25154 9538 6111 4077 204

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde afwijkingen betreffen beleidsmatige verschillen.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
VN-contributies– 3 924
UNMEE2 433
Voorziening vredesoperaties/Overige operaties– 34 005
SFOR– 12 936
ISAF14 264
Enduring Freedom27 753
Task Force FOX8 705
Overige verschillen– 5 870
Totaal verschillen– 3 580
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
VN-contributies– 3 924
UNMEE2 433
Voorziening vredesoperaties/Overige operaties– 34 005
SFOR– 12 936
ISAF14 264
Enduring Freedom27 753
Task Force FOX8 705
Overige verschillen188
Totaal verschillen2 478

Toelichting op de verschillen (zowel voor verplichtingen als uitgaven)

VN-contributies

Het verplichte aandeel van Nederland in VN-contributies bedraagt 1,751%. Het aantal VN-operaties alsmede de omvang daarvan kunnen jaarlijks aanzienlijke verschillen vertonen. Met name de omvang van VN-operaties is in 2002 lager uitgekomen dan geraamd.

UNMEE

In het begrotingsjaar zijn financiële verplichtingen afgedaan die voortvloeiden uit de inzet van Nederlandse militaire middelen in de operatie UNMEE. Deze Nederlandse inzet is medio 2001 beëindigd.

Voorziening vredesoperaties/Overige operaties

Voor additionele uitgaven vredesoperaties is binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) een structureel budget voor vredesoperaties opgenomen. De hoogte van dit budget bedroeg in 2002 € 170,2 miljoen. Hieruit zijn de operaties in het kader van Enduring Freedom, Task Force Fox en ISAF gefinancierd. De realisatie van € 3,7 miljoen in 2002, onder de noemer «Voorziening vredesoperaties/Overige operaties» heeft betrekking op de overige kleine operaties en de contributiebijdrage voor Peace Support Operations (PSO).

SFOR

In de loop van 2002 is de personele omvang van SFOR teruggebracht, inbegrepen de inhuur van personeel, evenals de Nederlandse helikopterbijdrage. Deze laatste is verminderd tot twee Cougars. Tevens zijn meer luchttransporten met eigen capaciteit uitgevoerd in plaats van dat civiel luchttransport werd ingehuurd.

Door gebruik te maken van locale providers ter ondersteuning van de e-mail voorzieningen zijn besparingen van ongeveer € 3,5 miljoen gerealiseerd. Daarnaast zijn nog besparingen tot een bedrag van € 2,4 miljoen bereikt bij de bouw van de derde basis in Suica.

ISAF, Enduring Freedom en Task Force Fox

Dit betreft operaties waartoe eind 2001 is besloten om als Nederlandse krijgsmacht een bijdrage te leveren.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Bijdragen van VN7 204
Totaal verschillen7 204

Toelichting op de verschillen

Bijdragen van de VN

Door de VN worden gedeeltelijk de kosten vergoed van operaties waaraan door lidstaten wordt deelgenomen. Het moment van betaalbaarstellen van door de VN gecertificeerde claims is voor een deel afhankelijk van het betaalgedrag van de lidstaten. Dit is moeilijk voorspelbaar. Uit dit oogpunt is er sprake van behoedzaam ramen van de VN-ontvangsten. Dit jaar is mede hierdoor € 7,2 miljoen meer ontvangen dan initieel geraamd.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 10 «Civiele taken»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen16 52533 97638 42223 55035 89432 3993 495
Uitgaven       
Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba16 57722 74024 62721 89422 64718 7663 881
Kustwacht Nederland5 4215 4215 4215 4214 9454 9369
Explosievenopruiming8 2608 2608 2608 3367 0478 697– 1 650
Hulp aan civiele overheden    1 362 1 362
Totale uitgaven30 25836 42138 30835 65136 00132 3993 602
Ontvangsten       
Totale ontvangsten1 6994 7945 4427 7947 9595 3372 622

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde verschillen zijn beleidsmatig van aard:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
Invulling burgervacatures door militairen2 731
Investeringen1 472
Diverse kleine verschillen– 708
Totaal verschillen3 495
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
Invulling burgervacatures door militairen2 731
Investeringen1 472
Diverse kleine verschillen– 601
Totaal verschillen3 602

Toelichting op de beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Invulling burgervacatures door militairen

Bij de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba is gedurende het gehele jaar een aantal vacatures lokaal burgerpersoneel tijdelijk vervuld door duurdere militairen.

Investeringen

Deze meeruitgaven zijn veroorzaakt doordat een bijdrage is geleverd in de verbetering van de accommodatie voor marineluchtvaart-personeel en de voorbereiding op de aanleg van het kustwacht steunpunt St. Maarten.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Bijdrage BZK1 060
Diverse kleine verschillen1 562
Totaal verschillen2 622

Toelichting op de verschillen

Bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De kosten van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba zijn na overleg in de Ministerraad gedeeltelijke gefinancierd door de ministeries van Justitie, Verkeer en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze laatste heeft de bijdrage niet via de uitgavenbegroting laten lopen doch via de ontvangstenbegroting.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 11 «Internationale samenwerking»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen52 61294 59585 059140 771137 02988 42548 604
Uitgaven       
Bijdrage aan de Navo47 53868 97969 58362 44277 92170 6407 281
EVDB   45 37916 75040816 342
Attachés18 59421 42220 09721 85220 52720 387140
Overige internationale samenwerking2 0312 5722 3701 7161 5611 389172
Totale uitgaven68 16392 97392 050131 389116 75992 82423 935
Ontvangsten       
Totale ontvangsten5 8663 81616 9864 9527 71114 430– 6 719

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde verschillen zijn van beleidsmatige aard:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Bijdrage aan de Navo12 676
EVDB35 969
Diverse kleine verschillen– 41
Totaal verschillen48 604
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenBijdrage NavoEVDBAttachésOverige ISTotaal
Bijdrage aan de Navo4 169   4 169
EVDB 16 342  16 342
Diverse kleine verschillen3 112 1401723 424
Totaal verschillen7 28116 34214017223 935

Toelichting op de verschillen (zowel voor verplichtingen als uitgaven)

Bijdrage aan de Navo

Het aandeel dat Nederland verschuldigd is aan de Navo voor de financiering van de militaire begroting wordt door de Senior Resource Board vastgesteld. Een recente herziening van de verdeling over de leden heeft geresulteerd in een hogere bijdrage door Nederland. Het aandeel dat Nederland bijdraagt in de exploitatie en investeringen voor de AWACS-vliegtuigen is als gevolg van het duurder uitvallen van het door de Navo uitgevoerde modificatieprogramma alsmede hogere exploitatie-uitgaven (met name brandstof) toegenomen.

EVDB

De voorziening EVDB is gefinancierd door Kabinetsbijdragen die bij Najaarsnota 2001 en Voorjaarsnota 2002 zijn toegekend. Dientengevolge zijn geen budgetten opgenomen in de ontwerpbegroting. De voorgenomen projecten ter vermindering van de Europese tekorten worden planmatig uitgevoerd.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Navo infra verrekeningen– 6 719
Totaal verschillen– 6 719

Toelichting verschillen

Navo infra verrekeningen

Door de NATO Board of Auditors zijn niet alle uitgaven welke in principe voor verrekening met de Navo in aanmerking komen geaccepteerd doordat deze uitgaven niet aan de daarvoor gelden Navo-criteria voldeden.

Budgettaire gevolgen van het beleid artikel 12 «Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling»

Onderstaande tabel bevat de geraamde en gerealiseerde budgettaire gevolgen van het beleid voor 2002.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen69 09065 62457 98657 020224 94257 795167 147
Uitgaven       
Doelfinanciering TNO45 42046 43447 70650 28352 17749 5222 655
Onderzoek en technologie14 50813 40713 43413 52113 87811 9731 905
NLR V&W4544544544544574543
Totaal uitgaven60 38260 29561 59464 25866 51261 9494 563
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten   52309318– 9

Toelichting verschillen

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Meerjarige overeenkomst167 147
Totaal verschillen167 147

Toelichting verschillen

Meerjarig overeenkomst

Met het oog op de door TNO opgestelde «Strategie Nota» voor de periode 2003–2006 is in 2002 in de verplichtingen een meerjarenovereenkomst opgenomen die de periode tot 2006 financieel afdekt.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenDoelfinanciering TNOOnderzoek en technologieBijdrage aan het NLRTotaal
Diverse kleine verschillen2 6551 90534 563
Totaal verschillen2 6551 90534 563

Toelichtingen verschillen

De mutatie in de «Doelfinanciering TNO» wordt voornamelijk veroorzaakt door een technische aanpassing aan de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gehanteerde reeks en door de aanpassingen aan het loon- en prijsniveau 2002.

Het verschil bij «Onderzoek en technologie» wordt veroorzaakt door verschuivingen van projecten binnen Defensie.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Overige verschillen– 9
Totaal verschillen– 9

10.2 TOELICHTING BIJ DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

Budgettaire gevolgen artikel 70 «Geheime uitgaven»

Onderstaande tabel bevat de raming en realisatie van de financiële middelen.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Geheime uitgaven590467499908910499411
Totaal uitgaven590467499908910499411

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde verschillen zijn beleidsmatig van aard:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgaven en verplichtingenTotaal
Beleidsmatige verschillen 
Intensivering en uitbreiding taken411
Totaal verschillen411

Toelichting op de beleidsmatige verschillen

Intensivering en uitbreiding taken

De hogere realisatie van verplichtingen en uitgaven betreft een intensivering en uitbreiding van taken voortvloeiend uit de invoering van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).

Budgettaire gevolgen artikel 80 «Nominaal en onvoorzien»

In dit artikel worden primair de door het ministerie van Financiën toegekende bedragen voor zowel de loonbijstelling en de incidentele looncomponent als voor de prijsbijstelling, als nieuwe verschillen ondergebracht. Vervolgens worden deze bedragen over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Uitgaven en verplichtingen       
Loonbijstelling     159 274– 159 274
Prijsbijstelling     27 753– 27 753
Totaal uitgaven/verplichtingen00000187 027– 187 027

Loonbijstelling

De ontvangen loonbijstelling is als volgt over de (niet-)beleidsartikelen verdeeld:

Bedragen x € 1 000
(Niet-)BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine48 247
02Koninklijke landmacht95 031
03Koninklijke luchtmacht38 717
04Koninklijke marechaussee16 955
05Defensie Interservice Commando9 069
06Militaire Inlichtingendienst2 646
07Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden47 335
10Civiele taken669
11Internationale samenwerking813
12Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling1 560
80Nominaal en onvoorzien21 478
90Algemeen5 297
 Totaal287 817

Prijsbijstelling

De verdeling over de (niet-)beleidsartikelen van de prijsbijstelling 2002 is als volgt:

Bedragen x € 1 000
(Niet-)BeleidsartikelOmschrijvingBedrag
01Koninklijke marine33 558
02Koninklijke landmacht29 486
03Koninklijke luchtmacht31 686
04Koninklijke marechaussee2 261
05Defensie Interservice Commando3 463
06Militaire Inlichtingendienst416
07Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden13
10Civiele taken414
11Internationale samenwerking3 037
12Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling674
70Geheime uitgaven12
90Algemeen2 485
 Totaal107 505

Budgettaire gevolgen artikel 90 «Algemeen»

Onderstaande tabel bevat de raming en realisatie van de financiële middelen.

Bedragen x € 1 000
 Realisatie 1998Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Verplichtingen139 841146 972152 175193 215190 358143 81646 542
Uitgaven       
Apparaatsuitgaven93 480104 884127 082129 119107 296113 840– 6 544
Programma-uitgaven       
– Investeringen    17 337 17 337
– Subsidies en bijdragen11 99717 31013 33722 85821 42416 9224 502
– Departementsbrede uitgaven16 59818 73815 63537 57640 06615 34324 723
Totaal uitgaven122 075140 932156 054189 553186 123146 10540 018
Ontvangsten       
Totaal ontvangsten2 0819 580142 4286 6268 2215 9542 267

Toelichting verschillen

De in 2002 geconstateerde verschillen worden onderverdeeld in technische en beleidsmatige verschillen:

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de verplichtingenTotaal
Technische verschillen 
Uitvoering project P&O2000+9 166
Lumpsum huisvesting en voeding20 703
Overheveling wachtgelden3 585
IV-projecten8 000
Beleidsmatige verschillen 
Dossier Spijkers/Ovaa4 110
Overdracht CBMS– 6 992
Diverse kleine verschillen7 970
Totaal verschillen46 542
Bedragen x € 1 000
Verschillen in de uitgavenApparaatsuitgavenInvesteringenProgramma-uitgavenTotaal
Technische verschillen    
Overheveling P&O2000+ 9 166 9 166
Lumpsum huisvesting en voeding  20 70320 703
Overheveling wachtgelden3 585  3 585
IV-projecten 8 171 8 171
Beleidsmatige verschillen    
Spijkers/Ovaa  4 1104 110
Overdracht CBMS– 6 992  – 6 992
Diverse kleine verschillen– 3 137 4 4121 275
Totaal verschillen– 6 54417 33729 22540 018

Toelichting op technische verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Uitvoering project P&O2000+

Door het kerndepartement wordt het project P&O2000+ uitgevoerd voor de gehele defensieorganisatie. Dit heeft als consequentie dat de totale uitgaven van dit project ten laste van het kerndepartement worden verantwoord. De bijdragen van de andere defensieonderdelen waren initieel niet bij het kerndepartement geraamd, doch bij de defensieonderdelen zelf.

Lumpsum huisvesting en voeding

De bedragen welke zijn gemoeid met de betaling van de met de belastingsdienst overeengekomen lumpsum huisvesting en voeding defensiepersoneel worden ten laste van het artikelonderdeel «Overige departementale uitgaven» verantwoord. Het hiervoor benodigde budget was geraamd op het artikelonderdeel «Loonbijstelling» van het niet-beleidsartikel «Nominaal en onvoorzien». Tevens zijn extra naheffingen betaald naar aanleiding van een onderzoek door de belastingdienst.

Overheveling wachtgelden

In de voorbereiding van de ontwerpbegroting 2002 was besloten om de uitgaven voor wachtgelden centraal te ramen en te verantwoorden ten laste van het beleidsartikel «Pensioenen, uitkeringen en wachtgelden». Tijdens de begrotingsuitvoering is dit besluit evenwel teruggedraaid en is besloten om de uitgaven ten laste van de artikelen van de defensieonderdelen te verantwoorden, aangezien daar de beslissing wordt genomen om aanspraak te kunnen maken op wachtgeld.

IV-projecten

In de loop van het uitvoeringsjaar is besloten om de uitgaven voor investeringen, welke een defensiebreed karakter hebben, niet langer ten laste van de apparaatsuitgaven te verantwoorden, doch separaat ten laste van het artikelonderdeel «Investeringen».

Toelichting op beleidsmatige verschillen (zowel verplichtingen als uitgaven)

Dossier Spijkers/Ovaa

Een niet voorziene betaling heeft in 2002 plaatsgevonden inzake de afwikkeling van het dossier «Spijkers/Ovaa».

Overdracht CBMS

Het Centraal Bureau Militaire Salarissen is in de loop van het uitvoeringsjaar 2002, gezien het defensiebrede karakter, ondergebracht bij het Defensie Interservice Commando, dat de defensiebrede ondersteuning verzorgt.

Diverse kleine verschillen

Door beleidsintensiveringen in milieuonderzoeken en hogere uitgaven aan brandveiligheidsvergunningen als nasleep van de rampen in Enschede en Volendam, zijn meer milieu-uitgaven gedaan.

Bedragen x € 1 000
Verschillen in de ontvangstenTotaal
Afstorting vermogen door DTO2 320
Overige verschillen– 53
Totaal verschillen2 267

Toelichting op de ontvangstenverschillen

Hogere ontvangsten DTO

Indien het vermogen van een agentschap een door het ministerie van Financiën gestelde norm overschrijdt, dient het meerdere te worden afgestort naar het moederdepartement. De bedrijfsresultaten van DTO 2000 waren dusdanig dat extra afstorting noodzakelijk bleek. Met deze extra afstorting was bij het opstellen van de begroting 2002 geen rekening gehouden.

10.3 TOELICHTING BIJ DE BATEN-LASTENDIENSTEN

1. DEFENSIE TELEMATICA ORGANISATIE

Algemene informatie

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) is het facilitaire ICT-bedrijf van het ministerie van Defensie. DTO is per 1 september 1997 opgericht en opereert vanaf 1 januari 1998 als baten-lastendienst.

De primaire markt van DTO is het ministerie van Defensie. Het is DTO door de Commandant van het Defensie Interservice Commando (Dico) ook toegestaan producten en diensten te leveren aan afnemers binnen de Rijksoverheid en de Navo (de zogenaamde «tweedenmarkt») zulks met het oog op verbreding van de economische basis van de uitermate kostbare en extra veilige informatiesystemen en -structuren die DTO beheert en produceert. DTO richt zich daarbij in eerste instantie op de sectoren openbare orde en veiligheid van de Rijksoverheid.

Begin 2002 heeft in het teken gestaan van de voorbereidingen op de uitbesteding DTO. November 2002 is besloten voorlopig af te zien van deze privatisering. Tegelijkertijd met dit voorlopige afstel zijn doelmatigheidseisen opgelegd die hun weerslag zullen vinden in de jaren 2003–2005.

Producten en diensten van de DTO

De producten en diensten die DTO sinds 2002 aanbiedt betreffen:

Consultancy en Projectmanagement/Application Services

Advies met betrekking tot specificatie, ontwikkeling, verwerving, invoering, beheer, exploitatie, mogelijkheden en toepassing van ICT-middelen, -systemen en -infrastructuren. Verder betreft dit de ontwikkeling, integratie en modificatie van ICT-infrastructuren, -systemen, -applicaties en gegevensbanken.

Exploitatie Informatiesystemen

Het uitvoeren van het technisch, functioneel en applicatiebeheer van zowel de eigen telematica- en IT-infrastructuur en systemen als die van afnemers, zulks op grond van dienstverleningsovereenkomsten en service level agreements.

Data- en Telecommunicatie

Dit omvat communicatiefaciliteiten voor spraak, data en video, alsmede de toegang tot externe netwerken.

Internet en Intranet

De diensten en applicaties voor algemeen gebruik die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden, zoals «electronic mail», internetdiensten en informatiegidsen.

Kantoorautomatisering

De producten en diensten die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden volgens de norm voor de gestandaardiseerde kantoorautomatisering van het ministerie van Defensie (LAN2000).

Standaard ICT-middelen

Handelsgoederen met betrekking tot ICT-middelen en kantoorautomatisering zoals pc's en toebehoren die rechtstreeks aan de klant kunnen worden geleverd.

Overige producten en diensten

Deze omvatten de resterende productgroepen te weten: DIS-diensten (Documentaire Informatiesystemen), E-Commerce, Enterprise Resource Systemen (ERP), ICT-beheer, Informatiebeveiliging en Opleidingen.

Organisatie

De hoofdvestiging van DTO bevindt zich in Den Haag. Daarnaast zijn er DTO-vestigingen in Soesterberg, Den Helder, Maasland, Gouda en Rijswijk (ZH). Verder bevindt zich in Woensdrecht een uitwijkcentrum. De serviceline werkplekdiensten is verdeeld in een achttal regio's in Nederland en Duitsland welke zo dicht mogelijk bij de klanten van DTO zijn gesitueerd.

DTO is met het oog om op termijn te kunnen concurreren met civiele IT-bedrijven ingericht in een business- en serviceline organisatie. Een businessline is verantwoordelijk voor een integraal verkoopresultaat (zowel omzet als kosten). De businesslines zijn per 1 januari 2002 gegroepeerd per klantgroep, welke voornamelijk bestaan uit de defensieonderdelen van het ministerie van Defensie. De indeling van de businesslines is als volgt:

– businessline Koninklijke landmacht,

– businessline Koninklijke luchtmacht en Defensie Interservice Commando,

– businessline Koninklijke marine,

– businessline Openbare orde en Veiligheid welke omvat de Centrale organisatie, de Koninklijke marechaussee en de Overige Rijksoverheid.

De businesslines betrekken producten en diensten, tegen intern tarief, van de (in beginsel niet voor de klant zichtbare) serviceslines. DTO beschikt over de volgende serviceslines:

– serviceline Advanced Environments,

– serviceline Platformservices,

– serviceline Application Services,

– serviceline Networkservices,

– serviceline Werkplekdiensten.

De introductie van servicelines heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van het zicht op de interne goederenstromen en de daaraan gerelateerde kosten.

Doelmatigheid

DTO is als baten-lastendienst van het ministerie van Defensie een omzet- en resultaatverantwoordelijke organisatie zonder winstoogmerk en moet zijn opbrengsten halen uit de verkoop van producten en diensten, waarbij de totale kosten uit de opbrengsten moeten worden gedekt. Tussen DTO en de onderdelen van het ministerie van Defensie bestaat een zakelijke relatie. Door daadwerkelijke verrekening treedt regulering op van vraag en aanbod. Tevens bestaat voor de diverse defensieonderdelen (in beperkte mate) de mogelijkheid diensten uit de vrije markt te betrekken. Deze marktwerking vormt een belangrijke prikkel voor de effectiviteit en efficiency bij DTO.

De producten en diensten die DTO levert worden verrekend op basis van tarieven. De tarieven worden jaarlijks op voordracht van de Directeur DTO vastgesteld door de Commandant Dico. Deze tarieven zijn gebaseerd op de integrale kosten van DTO.

Sturen op resultaat

Alhoewel DTO als baten-lastendienst geen winstoogmerk heeft wordt, met het oog op een gezonde bedrijfsvoering waarvan de kwaliteit kan worden vergeleken met civiele tegenhangers, gestreefd naar een beperkte risicomarge (die tot uitdrukking komt in een positief saldo van baten en lasten).

Doelstellingen 2003

In het kader van het Strategische Akkoord en het voorlopige afstel van de uitbesteding van DTO is er een Driejarenplan ontwikkeld. Dit Driejarenplan dient uit te monden in lagere tarieven voor Defensie. Voor het jaar 2003 is deze taakstelling € 20 miljoen. Het jaar 2003 zal derhalve gericht zijn enerzijds op het behalen van deze doelmatigheidsdoelstelling 2003 en anderzijds op het voorbereiden van de bezuinigingsplannen voor de komende jaren.

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Grondslagen voor de waardering

Algemeen

De activa en passiva zijn, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief BTW. Een nadere toelichting op de algemene waarderingsgrondslagen wordt hieronder gegeven.

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa bestaan uit gekochte software en licenties voor het gebruik van software. Deze activa worden geactiveerd voor zover de aanschafwaarde groter is dan € 11 500,– inclusief BTW. Waardering vindt plaats tegen aanschafwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Materiële vaste activa

Deze activa zijn gewaardeerd tegen de aanschafwaarde, verminderd met de lineaire afschrijvingen. Er geldt een activeringsgrens voor vaste activa van € 5 000,– inclusief BTW.

Voorraden

De voorraden zijn gewaardeerd tegen de kostprijs of de eventueel lagere verwachte netto opbrengstwaarde.

Onderhanden werk

Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen kostprijs, in voorkomend geval verminderd met een afwaardering voor reeds per balansdatum bekende verliezen. Bij onderhanden projecten is sprake van winstneming bij oplevering respectievelijk voltooiing van het werk.

Vorderingen

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voor het risico van oninbaarheid is gesaldeerd.

Overige activa en passiva

De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemen als baten-lastendienst verbonden is.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De resultaten zijn berekend op basis van historische kostprijzen, waarbij de baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben (matching-principle). Transacties in vreemde valuta zijn omgerekend in euro op basis van administratiekoersen. De definitieve koers wordt door de Rabobank bepaald op de dag van daadwerkelijke betaling.

Buitengewone baten en lasten

De buitengewone baten en lasten zijn baten en lasten die niet voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

Alle afschrijvingen vinden lineair plaats en worden berekend op basis van de aanschafwaarde, dan wel lagere opbrengstwaarde. Bij de afschrijving van auto's wordt gerekend met een geschatte opbrengstwaarde van 20% van de aanschafwaarde.

De afschrijvingstermijnen zijn:

 
immateriële vaste activa– software/licenties5 jaar
materiële vaste activa– terreinen10 jaar
 – gebouwen en glasvezel30 jaar
 – machines en installaties8 jaar
 – kantoorinventaris5 jaar
 – transportmiddelen4 jaar
 – PC's en printers3 jaar
 – overige computerapparatuur3–10 jaar

Onder de categorie terreinen vallen naast grond ook werken. Op grond wordt niet afgeschreven terwijl op werken wel wordt afgeschreven. Om deze reden is bij terreinen – in tegenstelling tot wat daarover is vastgelegd in de handleiding baten-lastendiensten – een afschrijvingstermijn vermeld.

REKENING VAN BATEN EN LASTEN

Baten–lasten overzicht 2002: confrontatie oorspronkelijke begroting met de realisatie
Bedragen x € 1 000(1)(2)(3)=(2)–(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement246 800248 9672 167
Opbrengst overige departementen11 4007 361– 4 039
Opbrengst derden000
Rentebaten0422422
Buitengewone baten02929
Vrijval voorzieningen01 6001 600
Exploitatiebijdrage000
Totaal baten258 200258 379179
Lasten   
Apparaatskosten   
* personele kosten150 300131 975– 18 325
* materiële kosten80 00081 1071 107
Rentelasten5 5004 937– 563
Afschrijvingskosten  0
* materieel17 20014 520– 2 680
* immaterieel2 7001 694– 1 006
dotaties voorzieningen020 24120 241
buitengewone lasten000
Totaal lasten255 700254 474– 1 226
Saldo van baten en lasten2 5003 9051 405

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

KENGETALLEN

In de begroting DTO 2002 zijn, aanvullend op de begroting van baten en lasten, onderstaand enkele kengetallen opgenomen.

Kengetallen baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie
 Ontwerp-begroting 2002Realisatie 2002
Omzet per werknemer (x € 1000)114124
Resultaatmarge7,0%10,5%

Omzet per werknemer: Onder omzet per werknemer wordt verstaan de gefactureerde omzet per medewerker (inclusief ingehuurd personeel). De omzet per medewerker is gestegen door een lager aantal medewerkers dan begroot.

Resultaatmarge: De resultaatmarge is het saldo van baten en lasten, exclusief dotaties en vrijval voorzieningen en rentebaten en -lasten, ten opzichte van de omzet. De resultaatmarge is gestegen door lagere kosten dan begroot.

BATEN

Omzet (opbrengsten Moederdepartement en Overige departementen)

De totale omzet van ongeveer € 256 miljoen is beperkt lager uitgekomen dan begroot (€ 258 miljoen). Deze omzet wordt gevormd door een opbrengst Moederdepartement van ongeveer € 249 miljoen en een opbrengst Overige departementen van ongeveer € 7 miljoen.

De daling van de omzet Overige departementen ten opzichte van de ontwerpbegroting 2002 is vooral het gevolg van een vertraging van de uitrol van het C-2000 project.

In 2002 zijn de tarieven gemiddeld genomen gestegen als gevolg van de doorwerking van de generieke loon- en prijsstijgingen van ongeveer 4%.

Buitengewone baten

Buitengewone baten betreffen het resultaat op het afstoten van vaste activa.

Vrijval voorzieningen

In 2002 is sprake van het vrijvallen van voorzieningen tot een bedrag van € 1,6 miljoen. Dat wordt nader toegelicht bij de balanspost «Voorzieningen».

LASTEN

Personeel

De realisatie van de personele lasten in 2002 bedraagt € 132,0 miljoen, hetgeen € 18 miljoen lager is dan begroot.

Het aantal burgers is licht gestegen. Het aantal militairen is daarentegen flink gedaald. Dit is veroorzaakt door het voornemen tot privatisering dat leidde tot een versnelde uitstroom van militairen.

De kosten van inhuur personeel zijn fors gedaald. In het bewust streven naar een verminderde inzet van inhuur personeel wordt DTO geholpen door de situatie op de ICT-markt. Hierdoor is het eenvoudiger om eigen personeel te werven. Verder staan de inhuurtarieven de laatste maanden onder druk.

Personeel baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie (in volledige tijdsequivalenten, vte'n)
 Ontwerpbegroting 2002Realisatiegemiddeld 2002
– Militairen246171
– Burgers1 6821 700
Totaal DTO-medewerkers1 9281 871
– Inhuur357199
Totaal aantal vte'n2 2852 070
Gemiddelde kosten per vte (x € 1 000)  
– DTO-medewerkers 50
– Inhuur 184

Materieel

Deze post omvat alle (exploitatie)lasten van DTO.

Materiële kosten
Bedragen x € 1 000Realisatie 2002
Directe kosten35 750
Huisvestingskosten7 665
Kantoorkosten3 660
Verkoopkosten389
Algemene kosten574
Kosten hard- en software33 069
Totale materiële kosten81 107

De gerealiseerde materiële kosten bedragen € 81 miljoen, ongeveer € 1,1 miljoen lager dan begroot.

Afschrijvingen

Afschrijvingen
Bedragen x € 1 000Realisatie 2002
Licenties1 694
Gebouwen en terreinen1 136
Machines en installaties1 104
Computer-, netwerkapparatuur en -infrastructuur11 367
Overige bedrijfsmiddelen913
Totale afschrijvingskosten16 214

Dotaties aan voorzieningen

De dotatie voorzieningen wordt verder toegelicht in hoofdstuk IV «Toelichting op de balans».

HET KASSTROOMOVERZICHT

Opbouw van het kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst Defensie Telematica Organisatie (DTO)
 Bedragen x € 1 000 (1)(2)(3)=(2)–(1)
 OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
1.Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)17 10831 94114 833
 2a. Saldo van baten en lasten (voor winstverdeling) 3 905 
 2b. Gecorrigeerd voor afschrijvingen 16 214 
 2c. Gecorrigeerd voor mutaties voorzieningen 16 846 
 2d. Gecorrigeerd voor mutaties in het werkkapitaal 323 
2.Totaal operationele kasstroom22 37137 28814 917
 3a. Totaal investeringen– 19 513– 14 561 
 3b. Gecorrigeerd voor desinvesteringen0169 
3.Totaal investeringskasstroom– 19 513– 14 3925 121
 4a. Eénmalige uitkering aan moederdepartement– 282– 4 044 
 4b. Eénmalige storting door het moederdepartement00 
 4c. Aflossingen op leningen– 14 830– 12 851 
 4d. Beroep op leenfaciliteit19 5135 000 
4.Totaal financieringskasstroom4 401– 11 895– 16 296
5.Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito)24 36742 94218 575

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten voor winstverdeling is ongeveer gelijk aan de raming. Het totaal exploitatieresultaat bedraagt ruim € 24 miljoen. Dit komt vooral door de fors lagere personeelskosten. Tegelijkertijd is er een dotatie aan de Reorganisatievoorziening gedaan van € 20 miljoen om de toekomstige kosten van de reorganisaties op te vangen.

Mutaties voorzieningen

Zie voor een nadere toelichting de toelichting op de balans.

Mutaties uit werkkapitaal

In de begroting waren geen mutaties voorzien. De in 2001 ingezette stroomlijning van een groot aantal besturings- en financiële processen heeft geleid tot een verdere afname van het werkkapitaal.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

De investeringsuitgaven zijn lager dan begroot. Dit lagere investeringsniveau wordt voornamelijk veroorzaakt door computerapparatuur (bijna € 5 miljoen lager). Een deel van de begrote kosten is doorgeschoven naar 2003.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

De post «Eénmalige uitkering aan moederdepartement» betreft de afdracht van de winstverdeling 2001.

De post «Aflossingen op leningen» omvat de jaarlijkse aflossing van de vermogensconversielening ten bedrage van ongeveer € 6 miljoen en de aflossing van de opgenomen investeringsleningen ten bedrage van ruim € 6 miljoen.

Het «Beroep op leenfaciliteit» betreft de investeringslening 2002 bij het ministerie van Financiën. In het verleden is er een onbalans ontstaan tussen afschrijvingen en aflossingen. Om deze onbalans op te lossen wijkt de nieuwe lening af van de investeringen 2002.

BALANS

Balans per 31 december (bedragen x € 1 000)
OmschrijvingStand 31-12-2002Stand 31-12-2001
Activa  
Immateriële activa3 8343 346
Materiële activa  
– grond en gebouwen15 75316 681
– installaties en inventarissen9 4597 993
– overige materiële vaste activa65 06967 917
Voorraden2 4687 521
Debiteuren21 07430 779
Nog te ontvangen/overlopende activa5 8687 310
Liquide middelen42 94231 942
Totaal activa166 467173 489
Passiva  
Eigen vermogen  
– exploitatiereserve11 5006 106
– verplichte reserves 
– onverdeeld resultaat3 9059 438
   
Subtotaal eigen vermogen15 40515 544
   
Leningen bij het ministerie van Financiën177 22788 057
Voorzieningen23 4416 595
Crediteuren21 23223 493
Nog te betalen/overlopende passiva129 16239 800
Totaal passiva166 467173 489

1Gecorrigeerd voor kortlopend deel lening.

IV. TOELICHTING OP DE BALANS

Immateriële activa
Bedragen x € 1 000Stand per 31-12-2002
Aanschafwaarde per 1 januari 200215 337
Investeringen 20022 182
Desinvesteringen 2002 
Aanschafwaarde t/m 31 december 200217 519
Afschrijvingen per 1 januari 200211 991
Afschrijvingen 20021 694
Afschrijvingen t/m 31 december 200213 685
Boekwaarde per 31 december 20023 834
Materiële Activa
Bedragen x € 1 000Gebouwen en terreinenMachines en installatiesComputer netwerkapparatuur en -infrastructuurOverige bedrijfsmiddelenTotaal materiële vaste activa
Aanschafwaarde per 1 januari 200225 79413 605127 7706 351173 520
Investeringen 20022082 7288 65578812 379
Desinvesteringen 2002– 137– 32– 169
Aanschafwaarde t/m 31 december 200226 00216 333136 2887 107185 730
Afschrijvingen per 1 januari 20029 1138 62759 8533 33680 929
Afschrijvingen 20021 1361 10411 36791314 520
Afschrijvingen t/m 31 december 200210 2499 73171 2204 24995 449
Boekwaarde per 31 december 200215 7536 60265 0682 85890 281

Vaste activa

De afschrijvingen op de vaste activa worden berekend op basis van de aanschafwaarde dan wel lagere opbrengstwaarde. Voor de afschrijvingspercentages zie «Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling».

In de vergelijkende cijfers per 2001 is, ten opzichte van de verantwoording 2001, een correctie opgenomen van licenties die in 2001 ten onrechte opgenomen waren onder «Machines en installaties» (boekwaarde € 0,3 miljoen).

Voorraden

De balanspost Voorraden bestaat per 31 december 2002 uit magazijnvoorraden ten bedrage van ongeveer € 1,4 miljoen en onderhanden werk van ongeveer € 1,1 miljoen (2001: € 6,5 miljoen).

Debiteuren

De afname van de debiteurenstand ten opzichte van 2001 is mede het gevolg van een defensiebrede verscherpte aandacht voor het facturerings- en betalingsproces.

Liquide middelen

Deze post betreft met name de rekening-courant bij het ministerie van Financiën.

Eigen vermogen

De samenstelling van het eigen vermogen 2001 is aangepast conform de daartoe geldende richtlijnen. De verplichte reserve is vervallen. Tevens is de presentatie van het Eigen Vermogen nu voor winstverdeling waar deze in 2001 na winstverdeling is gepresenteerd.

Overzicht vermogensontwikkeling 1998–2002
Bedragen x € 1 000Realisatie 1998Realisatie 1999Conversie 2000Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
1. Eigen vermogen per 1/1120 148122 0389 6329 6326 1069 61015 544
2. saldo van baten en lasten1 8902550– 3 5269 4382 4913 905
3a. uitkering aan moederdepartement00000– 267– 4 044
3a. bijdrage aan moederdepartement0000000
3c. directe mutaties in het EV0000000
3a. overige mutaties0000000
4. Eigen vermogen per 31/12122 038122 2939 6326 10615 54411 83415 405

Saldo baten en lasten

Vanuit het saldo baten en lasten zal een uitkering plaatsvinden aan het moederdepartement in verband met de 5% norm eigen vermogen. Het resterende saldo wordt toegevoegd aan het eigen vermogen.

Voorstel winstverdeling: (bedragen x € 1 000)
Toevoeging Eigen Vermogen500
Uit te keren aan moederdepartement3 405
Onverdeeld resultaat 20023 905

De toevoeging Eigen vermogen is conform de bestendige gedragslijn. Het Eigen vermogen komt hiermee op 5% van de gemiddelde omzet over de laatste drie jaren.

Leningen bij het ministerie van Financiën
Bedragen x € 1000Balans 31-12-2002Balans 31-12-2001
Leningen bij het ministerie van Financien  
– Vermogensconversielening58 18266 423
– Investeringslening19 04521 634
Totaal77 22788 057

Leningen bij het ministerie van Financiën (lang lopend)

Per 31 december 1999 zijn de vaste activa van de baten-lastendiensten geconverteerd naar een zogenaamde vermogensconversielening bij het ministerie van Financiën. Voorts zijn de leningen opgenomen ter financiering van investeringen. Het aflossingsschema is gebaseerd op de afschrijvingen van de daarmee gefinancierde vaste activa.

Voorzieningen

Voorziening
Bedragen x €1 000Balans 31-12-2001Dotaties 2002Vrijval 2002Onttrekkingen 2002Balans 31-12-2002
Garantie-aanspraken2 150 250 1 900
Assurantiefonds eigen risico1 350 1 350  
Reorganisatievoorziening     
– Integratie telematica-organisatie750  750 
– Om-/bijscholing ontwikkelaars600  600 
– Ontwikkelstraten1 600  4451 155
– Herstructurering Telefooncentrales 1 795  1 795
– Herstructurering Recruitment 415  415
– Herstructurering Berdix/Lotex 1 048  1 048
– Herstructurering Platformservices 4 294  4 294
– Herstructurering Werkplekken 7 049  7 049
– Wachtgeld 5 640  5 640
Overige voorzieningen     
– Verlieslatende contracten145   145
Totaal aan voorzieningen6 59520 2411 6001 79523 441

Onttrekkingen

De kosten voor het ombouwen van applicaties als gevolg van het saneren van ontwikkelstraten zijn in mindering gebracht op de voorziening. De voorziening integratie telematicagroepen is in 2002 geheel afgebouwd evenals de voorziening voor ICT-opleidingen voor ontwikkelaars.

Vrijval

De voorziening «Assurantie eigen risico» was opgenomen ter dekking van risico's die DTO loopt in situaties waarbij DTO geen verzekering heeft afgesloten. Op basis van regelgeving met betrekking tot de jaarverslaggeving, waarin de vorming van een dergelijke voorziening niet meer geoorloofd wordt geacht, is besloten deze voorziening in twee jaar af te bouwen. Per balansdatum is deze voorziening geheel afgebouwd.

De voorziening garantie-aanspraken is gesteld op 5% van de omzet «Advies en ontwikkeling». In 2002 is deze omzet lager dan de voorgaande jaren vanwege de terughoudendheid van de klanten ten aanzien van het ontwikkelen en onderhouden van systemen.

Dotaties

De belangrijkste dotatie aan de voorzieningen betreft de voorzieningen voor herstructurering. De doelmatigheidsdoelstelling die DTO opgelegd heeft gekregen zal ook gevolgen hebben voor het personeel. Belangrijke efficiencywinst zal behaald worden door het overnemen van werkplekken door DTO welke momenteel nog worden uitgevoerd binnen de afzonderlijke defensieonderdelen (met uitzondering van de Koninklijke landmacht). De kosten voor de reorganisatie van werkplekdiensten komen expliciet voor rekening van DTO. Naar schatting zullen alle herstuctureringsprojecten een verlies betekenen van 300 tot 500 arbeidsplaatsen. DTO heeft een voorziening opgenomen voor de salariskosten en bijkomende kosten voor de herplaatsingperiode en wachtgeldperiode conform het Sociaal Beleidskader Defensie.

Crediteuren

De stand crediteuren is licht gedaald ten opzichte van 2001.

Overlopende passiva

De overlopende passiva bestaat uit obligo's, termijnfacturering in de logistieke goederenstroom, vooruitgefactureerde omzet op onderhanden werken en afflossing op vreemd vermogen.

2. DIENST GEBOUWEN, WERKEN EN TERREINEN

De Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) is een baten-lastendienst van het ministerie van Defensie.

DGW&T behartigt alle vastgoedbelangen en verplichtingen voor de diverse defensieonderdelen en levert daarvoor een compleet en samenhangend producten- en dienstenpakket dat bestaat uit:

Vastgoedbeheer

• Algemeen en technisch beheer

• Milieuadvies

Ingenieursdiensten

• Nieuwbouw (voorbereiding en begeleiding van de uitvoering)

• Groot onderhoud

• Bodemsanering (begeleiding vooronderzoeken voor het bodemsaneringsprogramma en voorbereiding en begeleiding van de uitvoering)

• Onderzoek & Advies

• Geluidsisolatie (begeleiding van de uitbesteding)

Gebruikssteun

• Klein onderhoud

• Kleine aanpassingen (commandantenvoorzieningen)

• Storingsdienst

Beleidsvoorbereiding Specialistisch Onderzoek & Advies

• Beleidsvoorbereiding

• Specialistisch onderzoek & advies

• Belangenbehartiging

• Advies aan departement en politieke leiding

Out of Area optreden

• Ondersteuning

• Toezicht houden

De DGW&T bestaat uit zes directies. De Centrale Directie stuurt vier directies in Nederland en één directie in Duitsland aan.

De bedrijfsmissie van DGW&T luidt:

«Wij willen als vastgoedbeheerder voor Defensie de deskundige adviseur en intermediair zijn die de ruimtelijke belangen van de klanten zeker stelt en hun onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. Wij willen de klanten altijd en overal bijstaan in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. Wij doen dit op een wijze die voor de defensieorganisatie als geheel zo efficiënt mogelijk is en aan de klanten een zo hoog mogelijke kwaliteit biedt».

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATSBEPALING

Grondslagen voor de waardering

De algemene waarderingsgrondslagen worden hier toegelicht. De activa en passiva zijn, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief BTW.

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De activeringsgrens is door de invoering van de euro gewijzigd van f 1 000 in € 500 inclusief BTW.

Voorraden

Het karakter van de dienstverlening van de DGW&T is zodanig dat geen voorraden worden aangehouden, anders dan onderhanden werk. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd op basis van directe uren maal het uurkostprijstarief, vermeerderd met de uitbestedingskosten. Het uurkostprijstarief is gebaseerd op de directe salariskosten, uitgaande van een normale bezetting op jaarbasis.

Debiteuren

De waardering van de post «debiteuren» vindt plaats tegen nominale waarde, rekening houdend met het vermoedelijke oninbare deel.

Overige activa en passiva

De waardering van de overige activa en passiva vindt plaats tegen nominale waarde.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemerschap als baten-lastendienst is verbonden of ter egalisatie van kosten.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De resultaatsbepaling is gebaseerd op de methode van variabele kostencalculatie.

Opbrengsten

De diensten van Vastgoedbeheer worden gefactureerd op basis van aan het begin van het jaar overeengekomen vaste termijnen.

De grondslag voor de diensten van Algemeen en Technisch Beheer wordt gevormd door de waarde van het vastgoed van de diverse defensieonderdelen. Het honorarium van de DGW&T voor de genoemde diensten is een overeengekomen promillage hiervan.

De dienst Milieuadvies wordt gefactureerd op basis van een overeengekomen percentage van geraamde projectkosten.

De omzet uit Ingenieursdiensten wordt gerealiseerd na verkregen goedkeuring voor geleverde diensten van de betreffende defensieonderdelen. De omzet wordt genomen bij het afronden van projectfasen. Lopende projectfasen worden geactiveerd in de post onderhanden werk.

Met de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke landmacht is een nieuwbouwprogramma overeengekomen dat in vaste termijnen wordt gefactureerd met een eindafrekening na afloop van het jaar.

De grondslag van de diensten Groot Onderhoud, Klein Onderhoud, en Commandantenvoorzieningen wordt gevormd door het financieel volume van de in het verslagjaar aan de diverse defensieonderdelen aangeboden gecertificeerde programmafacturen. Het honorarium van DGW&T is een overeengekomen percentage hiervan. De Storingsdienst wordt verrekend op basis van het aantal beschikbare uren maal een uurtarief.

De diensten samenhangend met Beleidsvoorbereiding, Specialistisch Onderzoek en Advies worden uitgevoerd op basis van een regiecontract, doorgaans met een maximum richtprijs.

In het kader van de dienst Out of Area optreden levert de DGW&T ondersteuning en toezicht bij het optreden van de krijgsmacht in met name voormalig Joegoslavië. De bestede uren worden gefactureerd tegen een overeengekomen uurtarief.

Directe kosten

De directe kosten bestaan uitsluitend uit met de gefactureerde omzet samenhangende productieve uren maal het uurkostprijstarief, vermeerderd met de kosten van uitbestede werkzaamheden; deze vormen tezamen de variabele kosten. Het uurkostprijstarief is gebaseerd op de directe salariskosten en een normale bezetting op jaarbasis.

Indirecte kosten

Alle overige kosten worden gerekend tot de indirecte kosten.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

De DGW&T past de lineaire afschrijvingsmethode tot een bepaalde restwaarde toe.

Saldo van baten en lasten 2002: confrontatie oorspronkelijke begroting met de realisatie
Bedragen x € 1 000(1)(2)(3)=(2)–(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
BATEN   
Opbrengst moederdepartement83 30081 996– 1 304
Opbrengst overige departementen100235135
Opbrengst derden1 1002 5991 499
Netto-omzet84 50084 830330
Mutatie onderhanden werk0– 324– 324
Som der bedrijfsopbrengsten84 50084 5066
Rentebaten0212212
Bijzondere baten03 1143 114
Buitengewone baten03333
Totaal baten84 50087 8653 365
LASTEN   
Apparaatskosten:   
– Personele kosten61 30061 885585
– Materiële kosten15 90015 97474
Rentelasten3 2001 519– 1 681
Afschrijvingskosten:   
– Materieel2 7002 366– 334
Dotaties voorzieningen5001 5321 032
Bijzondere lasten02 6222 622
Buitengewone lasten044
Totaal lasten83 60085 9022 302
Saldo van baten en lasten9001 9631 063

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

ALGEMEEN

De in deze toelichting opgenomen bedragen wijken door de gehanteerde afrondingen af van de in de begrotingsstaat opgenomen bedragen.

In 2002 zijn door de DGW&T producten en diensten verleend voor vastgoedbeheer, ingenieursdiensten, gebruikssteun, beleidsvoorbereiding en specialistische onderzoeken en adviezen (BSOA) en out of area optreden.

Het saldo van baten en lasten is hoger dan de begroting door twee belangrijke oorzaken. Enerzijds zijn de rentelasten en de bijbehorende vergoeding (omzet) lager omdat in 2002 geen financiële transacties zijn geweest voor het project van huisvesting van District KMar Schiphol dat in eigendom van DGW&T wordt gerealiseerd. Anderzijds is de netto-omzet toch op peil gebleven door een aanzienlijke behoefte aan diensten op gebied van infrastructuur en zijn de lasten in verhouding als gevolg van bezuinigingsmaatregelen verminderd.

Op meerjaren termijn wordt nog steeds rekening gehouden met een omzetdaling als gevolg van verminderde behoeftestelling van de defensieonderdelen.

KENGETALLEN

In de begroting 2002 van de DGW&T zijn, in lijn met het statuut DGW&T, drie kengetallen opgenomen die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de baten en lasten. Onderstaand schema bevat de begroting en realisatiegegevens.

Kengetallen
Bedragen x € 1 000Begroting 2002Realisatie 2002Realisatie 2001
Productiviteit (som der bedrijfsopbrengsten/directe medewerkers)€ 85€ 89€ 80
Flexibiliteit (incl. uitbestedingsequivalent)23%19%23%
Verhouding indirect/totaal25%27%26%

Productiviteit

Het kengetal voor de productiviteit is het quotiënt van de som der bedrijfsopbrengsten, en het aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n. Het aantal directe medewerkers betreft de vaste directe medewerkers, inhuurkrachten, tijdelijke medewerkers en het zogenaamde uitbestedingsequivalent. De berekening is gebaseerd op de som der bedrijfsopbrengsten over het verslagjaar 2002, en het gemiddeld aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n (951) over 2002. De realisatie 2002 is hoger dan in de begroting opgenomen als gevolg van een afname van het aantal directe medewerkers.

Flexibiliteit

Het kengetal van de flexibiliteit is gedefinieerd als het quotiënt van het aantal inhuurkrachten, uitzendkrachten, tijdelijk contractanten, het uitbestedingsequivalent en het totaal aantal directe medewerkers. De lagere flexibiliteit dan begroot is het gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke dienstverbanden die vooral bij directie functies worden toegepast.

Verhouding indirect/totaal personeel

Dit kengetal geeft de verhouding weer van het aantal indirecte medewerkers ten opzichte van het totaal personeel, beide uitgedrukt in vte'n, gemiddeld over 2002. Het percentage indirect/totaal is over 2002 iets hoger dan de begroting 2002 als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten die vooral bij directie functies worden toegepast.

BATEN

Opbrengst moederdepartement

Bij het opstellen van de begroting was een meerjarige daling in de omzet voorzien als gevolg van dalende infrastructuurbudgetten van de diverse defensieonderdelen. De reorganisaties binnen de krijgsmacht en de daarmee samenhangende wijzigingen in infrastructuur hebben in het verslagjaar niet geleid tot substantiële afname in de vraag naar de diensten van de DGW&T.

De verdeling van de netto-omzet naar defensieonderdeel en belangrijkste productcategorieën:

Omzetverdeling
 VastgoedbeheerIngenieursdienstenGebruikssteunOverigeTotaal
 RealisatieBegrotingRealisatieBegrotingRealisatieBegrotingRealisatieBegrotingRealisatieBegroting
Koninklijke marine4%3%6%7%4%3%0%0%14%13%
Koninklijke landmacht14%13%10%20%12%10%1%1%37%44%
Koninklijke luchtmacht8%7%12%12%9%8%0%0%29%27%
Koninklijke marechaussee1%1%2%2%1%1%0%2%4%6%
Dico1%1%1%1%1%1%1%0%4%3%
CO1%1%1%1%0%0%6%4%8%6%
Overige0%0%4%0%0%1%0%0%4%1%
Totaal29%26%36%43%27%24%8%7%100%100%

Opbrengst derden

De opbrengst derden betreffen voornamelijk werkzaamheden die in rekening worden gebracht aan buitenlandse krijgsmachten die op basis van internationale verdragen verblijven op Nederlands grondgebied (Duitse krijgsmacht, AFCENT, POMMS). Tevens is hierin opgenomen de vergoeding die DGW&T aan aannemers in rekening brengt voor geleverde bestekken (omzet ongeveer € 0,2 miljoen).

Mutatie onderhanden werk

In de begroting is deze post op nihil gesteld. Het onderhanden werk omvat de kosten van lopende projectfasen die nog niet zijn gefactureerd. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen directe kosten tot een maximum van de te verwachten opbrengsten per fase.

Bijzondere baten

De bijzondere baten bevatten de opbrengsten, voortvloeiend uit de gewone bedrijfsuitoefening van voorgaande boekjaren, voortkomend uit de eindafrekening van ingenieursdiensten en gebruikssteun. Deze zijn, na afsluiting van het voorgaande boekjaar, in overleg met de diverse defensieonderdelen vastgesteld. Een belangrijke post in de bijzondere baten is het project «KL-Integrale Veiligheidszorg» voor € 1,5 miljoen met een bijbehorend last die opgenomen is onder de bijzondere lasten.

Buitengewone baten

Deze post bevat opbrengsten die niet voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening.

LASTEN

Personele lasten

De realisatie van de bezetting in 2002 ten opzichte van de begroting is als volgt:

Personeel
(vte'n)Begroting 2002Realisatie per 31-dec-02
Bezetting militair personeel4842
Bezetting burgerpersoneel945931
Overige categorieën:  
–  Tijdelijke ambtenaren, inhuur, uitzendkrachten261204
– Herplaatsers en BDOS516
Totaal1 2591 193
Gemiddelde loonkosten per vte (x € 1 000):  
– Ambtenaren4447
– Inhuur en uitzendkrachten7099

De personele lasten zijn licht hoger dan de begroting ondanks een afname van de personele omvang. Dit wordt veroorzaakt door de hogere loonkosten per vte dan begroot. Van de personele lasten in 2002 is ongeveer € 6,2 miljoen voor tijdelijk personeel (inhuur en uitzendkrachten).

Materiële lasten

De materiële lasten bevatten lopende exploitatielasten en uitbesteding. De uitbesteding betrof een bedrag van ongeveer € 3,8 miljoen. De overige hoofdbestanddelen zijn: huisvesting, automatisering en transport.

Rentelasten

De rente die verschuldigd is voor de lopende leningen voor de investeringen.

Afschrijvingen

Ten opzichte van de begroting hebben zich in de afschrijvingskosten geen substantiële wijzigingen voorgedaan. De afname van de afschrijvingskosten voor automatiseringsmiddelen is het gevolg van lagere investeringen in vergelijking met vorige jaren. De afschrijvingen zijn als volgt:

 
Bedragen x € 1 00020022001
Grond & gebouwen445430
Automatiseringsmiddelen1 0421 362
Transportmiddelen667632
Overige materiële vaste activa212208
Totaal afschrijvingen2 3662 632

Dotaties aan voorzieningen

De specificatie van de dotaties aan voorzieningen (saldo van dotaties, vrijval en onttrekkingen) is als volgt:

 
Bedragen x € 1 0002002
Netto dotatie voorziening dubieuze debiteuren371
Dotatie voorzieningen1 274
Af: vrijval en onttrekkingen voorzieningen– 113
Totaal1 532

Bijzondere lasten

Dit zijn lasten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening uit voorgaande boekjaren. Onder deze post zijn voornamelijk verantwoord de door de DGW&T met de diverse defensieonderdelen verrekende bedragen. Dit zijn hoofdzakelijk correcties op honoraria van in 2001 geleverde diensten en de bijzondere lasten van het project KL-IVZ die samenhangen met de bijzondere baten (zie bijzondere baten).

Buitengewone lasten

Deze post bevat lasten die niet voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening.

Bestemming saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal overeenkomstig de besluitvorming in de bestuursraad van de baten-lastendienst DGW&T worden toegevoegd aan het eigen vermogen.

Kasstroomoverzicht van de baten-lastendienst Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen
Bedragen x € 1 000(1)(2)(3)=(2)–(1)
 Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Liquide middelen 1 januari1 200950– 250
1. Kasstroom uit operationele activiteiten3 40011 6138 213
Totaal Investeringen– 10 000– 13 914– 3 914
Totaal boekwaarde desinvesteringen200486286
2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten– 9 800– 13 428– 3 628
Aflossing lening moederdepartement   
Eénmalige storting door moederdepartement   
Aflossing op leningen– 2 900– 2 282618
Beroep op leenfaciliteit9 90014 1944 294
3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten7 00011 9124 912
Liquide middelen 31 december1 80011 0479 247

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Kasstroom uit operationele activiteiten

De operationele kasstroom is hoger dan de begroting. De belangrijkste oorzaak is het hoger dan begrote bedrijfsresultaat en de afname van het werkkapitaal.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

De kasstroom uit investeringsactiviteiten is hoger door de investeringen in nieuwe huisvesting te Zwolle en Tilburg.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

De mutaties in de kasstroom uit financieringsactiviteiten zijn het gevolg van een groter beroep op de leenfaciliteit voor investeringen en de lager dan begrote aflossingen.

Balans van de baten-lastendienst Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen
Bedragen x € 1 00031 december 200231 december 2001
ACTIVA    
     
Immateriële vaste activa    
     
Materiële vaste activa    
Grond en gebouwen28 812 17 368 
Automatiseringsmiddelen1 932 2 311 
Transportmiddelen2 823 3 392 
Overige1 358 792 
     
  34 925 23 863
Vlottende activa    
Onderhanden werk6 991 7 315 
Debiteuren13 707 13 224 
Overlopende activa3 500 2 654 
Liquide middelen11 047 950 
     
  35 245 24 143
TOTAAL ACTIVA 70 170 48 006
PASSIVA    
     
Eigen vermogen    
Exploitatiereserve1 015 3 371 
Verplichte reserve    
Onverdeeld resultaat1 963 – 2 356 
     
  2 978 1 015
     
Aflossings- en rentedragend vermogen    
Leningen bij het ministerie van Financiën 36 493 24 581
     
Voorzieningen 4 610 3 449
     
Kort vreemd vermogen    
Crediteuren3 149 474 
Overlopende passiva22 940 18 487 
     
  26 089 18 961
TOTAAL PASSIVA 70 170 48 006

IV. TOELICHTING BIJ DE BALANS

Activa

Immateriële vaste activa

Niet van toepassing voor DGW&T.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De activeringsgrens is door de invoering van de euro gewijzigd van f 1 000 (€ 454) in € 500 incl. BTW.

De afschrijvingstermijnen zijn:

Gebouwen 50 jaar

Houten opslagloodsen en verhardingen 25 jaar

Inventaris 10 jaar

Transportmiddelen 4–6 jaar

Automatiseringsmiddelen en overige activa 5 jaar

Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Verloopstaat materiële vaste activa
Bedragen x € 1 000Grond en gebouwenAutomatiseringsmiddelenTransportmiddelenOverige materiële vaste activaTotaal
Boekwaarde 31-dec-0117 3682 3113 39279223 863
Investeringen12 01383128678413 914
Boekwaarde desinvesteringen1241681886486
Afschrijvingen4451 0426672122 366
Boekwaarde 31-dec-0228 8121 9322 8231 35834 925

Grond en gebouwen

Bij de start van de baten-lastendienst (1996) zijn de gebouwen en verhardingen gewaardeerd op basis van uitgevoerde taxaties door beëdigde taxateurs, waarbij de herbouwwaarde is vastgesteld. Deze (actuele) herbouwwaarde is door middel van indexering aan de hand van bouwkostenindexcijfers herleid tot waarden op basis van historische kostprijzen in het stichtingsjaar van elk van de gebouwen. De terreinen zijn gewaardeerd tegen de verkoopwaarde op 1 januari 1996, gelet op het feit dat de historische uitgaafprijzen in veel gevallen niet waren te achterhalen. De investeringen in grond en gebouwen hangen samen met de nieuwe huisvesting voor Directie Noord te Zwolle en de in aanbouw zijnde huisvesting voor Directie Zuid te Tilburg.

Automatiseringsmiddelen

De post «automatiseringsmiddelen» bestaat uit hardware inclusief de standaard bijgeleverde (besturings)software. Activering van separaat gekochte en ontwikkelde software ten behoeve van de dienstverlening van de DGW&T vindt niet plaats.

Transportmiddelen

De transportmiddelen bestaan uit dienstpersonenauto's, servicewagens en terreinwagens.

Overige materiële vaste activa

De «overige materiële vaste activa» bestaan uit communicatiemiddelen, inventaris en ondersteunende middelen.

Vlottende activa

Onderhanden werk

Het onderhanden werk omvat de lopende projecten voor voornamelijk Ingenieursdiensten. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen directe kosten met als maximum de verwachte opbrengsten van betreffende projectfase. Het onderhanden werk is in 2002 afgenomen.

Debiteuren

De post «Debiteuren» wordt gewaardeerd tegen nominale waarde, rekening houdend met het vermoedelijke oninbare deel. Voor 2002 is het vermoedelijke oninbare deel bepaald op ongeveer € 1,8 miljoen (voorziening dubieuze debiteuren) waarbij vorderingen ouder dan één jaar volledig worden voorzien en vorderingen korter dan één jaar, maar ouder dan zes maanden, voor vijftig procent worden voorzien.

Overlopende activa

De post overlopende activa omvat de volgende posten:

 
Bedragen x € 1 00031 december 200231 december 2001
Vooruitbetaalde bedragen527362
Nog te ontvangen bedragen2 5502 284
Te ontvangen goederen/diensten08
Posten in onderzoek4230
Totaal3 5002 654

Op de post «Nog te ontvangen bedragen» zijn onder andere verantwoord de nog van de diverse defensieonderdelen te ontvangen bedragen van de eindafrekeningen over de vastgoeddiensten van 2002, alsmede een bedrag (€ 0,45 miljoen) dat is betaald, onder ontvangst van een bankgarantie, in afwachting van de afwikkeling van een arbitragezaak. De posten in onderzoek hebben betrekking op disputen met leveranciers alsmede salaris- en reiskosten met PSA.

Liquide middelen

De post liquide middelen omvat de volgende posten:

 
Bedragen x € 1 00031 december 200231 december 2001
Gelden in rekening courant bij ministerie van Financiën11 1391 328
Gelden te verrekenen met departement– 98– 381
Kruisposten00
Gelden in kassen63
Totaal11 047950

Passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bedraagt per 31 december 2002 € 2 978 miljoen.

Vermogensontwikkeling baten-lastendienst DGW&T 1998–2002
Bedragen x € 1 00019981999200020012002 begroting2002 realisatie
Eigen vermogen per 1 januari24 50125 053642– 1 1671 0151 015
Saldo van baten en lasten552455– 1 809– 2 3569001 963
Directe mutaties in het eigen vermogen:      
– Uitkering aan moederdepartement      
– Exploitatiebijdrage door moederdepartement      
– Overige mutaties   4 538  
Eigen vermogen per 31 december25 05325 508– 1 1671 0151 9152 978

Aflossings- en rentedragend vermogen

Met het aflossings- en rentedragend vermogen worden de materiële vaste activa gefinancierd. De looptijden van de leningen bij het ministerie van Financiën worden afgesloten in overeenstemming met de economische levensduur van de materiële vaste activa. De lening die verband houdt met de vermogensconversie heeft een looptijd van 50 jaar met een rente van 5,00%. De overige leningen hebben een looptijd variërend tot 10 jaar en ongeveer 50 jaar tegen diverse rentepercentages variërend van 3,72% tot 5,60%.

 
Bedragen x € 1 000Vermogens conversie 2000Overige leningenTotaal
Leningen ministerie van Financiën 31 dec 200118 5336 04824 581
Leningen voor nieuwe investeringen 14 19414 194
Aflossingen– 1 316– 966– 2 282
Leningen ministerie van Financiën 31 dec 200217 21719 27636 493

Voorzieningen

De verloopstaat voor de voorzieningen:

 
Bedragen x € 1 000Stand 31-12-2001DotatieOnttrekkingVrijvalStand 31-12-2002
Groot onderhoud313274  587
Garantieverplichtingen598646  1 244
Contractrisico's47972  551
Wachtgelduitkeringen1 946282  2 228
Assurantie eigen risico113  113 
Totaal3 4491 274 1134 610

Voorziening «groot onderhoud»

Deze voorziening wordt gevormd ter egalisatie van kosten voor het planmatig onderhoud aan gebouwen in economisch eigendom. De dotaties zijn voor onderhoud aan de eigen infrastructuur (€ 0,037 miljoen) en voor beveiligingsmaatregelen (€ 0,237 miljoen) die niet zijn voorzien in het jaarplan 2003 en die in 2003 op aanwijzing van C-Dico worden gerealiseerd.

Voorziening «garantieverplichtingen»

Deze voorziening dient ter dekking van aansprakelijkheidsrisico's met inbegrip van de beroepsaansprakelijkheid. Conform de Regeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en adviserend Ingenieursbureau (RVOI) is de DGW&T in bepaalde gevallen aansprakelijk te stellen tot de hoogte van het honorarium van het betreffende project. Tot 2001 vonden dotaties plaats op basis van een bepaald percentage van de omzet.

De dotatie is gebaseerd op een percentage (0,09%) van de netto omzet, een toegewezen claim inzake verontreinigde grond (€ 0,375 miljoen) en verwachte lopende claims (€ 0,195 miljoen).

Voorziening «contractrisico's»

Deze voorziening dient voor de dekking van risico's in situaties waarbij de DGW&T contracten afsluit ten behoeve van derden. Voor deze risico's wordt geen verzekering afgesloten. Met de dotatie is 50% van twee ingediende claims voorzien. DGW&T verwacht de helft van de claims te kunnen verhalen op de Koninklijke landmacht.

Voorziening «wachtgelduitkeringen»

De voorziening dient ter dekking van de verplichtingen voortvloeiend uit wachtgeldaanspraken van voormalige medewerkers. Lasten van wachtgeld, VUT en herplaatsers die ontstaan en voortvloeien uit maatregelen genomen na de totstandkoming van de baten-lastendienst, komen in beginsel ten laste van de DGW&T maar zijn in de afgelopen jaren betaald door Dico. Met DGFC en Dico zijn afspraken gemaakt dat de wachtgelduitkeringen die in 2003 ontstaan voor rekening zijn van de DGW&T. De voorziening is gebaseerd op aan 11 medewerkers toegekende wachtgeldregelingen voor de gehele wachtgeldperioden.

Voorziening «assurantie eigen risico»

Op basis van regelgeving is de vorming van een voorziening assurantie eigen risico niet meer toegestaan en is deze voorziening in twee jaar vrijgevallen.

Kort vreemd vermogen

Overlopende passiva

De «overlopende passiva» bestaan uit:

 
Bedragen x € 1 00031 december 200231 december 2001
Met betrekking tot huidig boekjaar te betalen bedragen6 1176 241
Te betalen vakantiegelden1 9721 915
Te betalen gelden interimuitkering ziektekosten545545
Betalingen onderweg3013 420
Vooruitontvangen bedragen5286
Overlopende termijnen*13 9536 277
Verschillenrekening** 3
Totaal22 94018 487

* Door de DGW&T aan de defensieonderdelen gefactureerde voorschotten voor ingenieursdiensten waarvoor nog geen opleveringsverklaring cq. eindafrekening van de zijde van de defensieonderdelen is ontvangen.

** Voornamelijk vorderingen uit hoofde van ten onrechte doorbelaste kosten.

Onder de overlopende termijnen is een vordering van de Koninklijke landmacht op DGW&T opgenomen. In 2001 is de methodiek voor het verrekenen van ingenieursdiensten met de Koninklijke landmacht gewijzigd waarbij door DGW&T ontvangen voorschotten zijn omgezet in een permanent voorschot. De DGW&T heeft deze verplichting voor onbepaalde tijd van € 7,17 miljoen per 1 januari 2001 als schuld erkend. Deze schuld dient bij een vroegtijdige bedrijfsbeëindiging te worden vereffend.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

De DGW&T is voor een groot aantal jaren verbonden aan de nieuwbouw Schiphol ten behoeve van de Koninklijke marechaussee. De nieuwe huisvesting van de Koninklijke marechaussee wordt in economisch eigendom van DGW&T gerealiseerd waarbij DGW&T als verhuurder optreedt. DGW&T maakt hiervoor gebruik van de leenfaciliteit voor baten-lastendiensten. Dit is in lijn met de stelselwijziging Rijkshuisvesting, zoals die met betrekking tot de RGD in 2000 is doorgevoerd.

11. BIJLAGE 1

VERDIEPINGSBIJLAGE

Bedragen x € 1 000
Artikel 01 Koninklijke marineVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)1 541 9951 338 07650 358
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)1 541 9951 338 07650 358
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)– 21 62579 8122 452
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)– 21 62579 8122 452
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)65 04818 0801 698
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)65 04818 0801 698
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 117 2465 7072 570
4. Vast te stellen Slotwet– 117 2465 7072 570
Totaal geraamd tevens realisatie 20021 468 1721 441 67557 078
Bedragen x € 1 000
Artikel 02 Koninklijke landmachtVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)2 917 3922 142 41858 153
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)2 917 3922 142 41858 153
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)– 330 13733 7579 213
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)– 330 13733 7579 213
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002 – 2003, 28 705, nr 1)– 35 715122 2260
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 35 715122 2260
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 43 91331 2196 547
4. Vast te stellen Slotwet– 43 91331 2196 547
Totaal geraamd tevens realisatie 20022 507 6272 329 62073 913
Bedragen x € 1 000
Artikel 03 Koninklijke luchtmachtVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)1 539 2121 315 98938 097
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)1 539 2121 315 98938 097
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)106 499106 4991 000
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)106 499106 4991 000
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)507 8067 050– 2 600
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)507 8067 050– 2 600
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 151 1386 5702 738
4. Vast te stellen Slotwet– 139 2586 5702 738
Totaal geraamd tevens realisatie 20022 014 2591 436 10839 235
Bedragen x € 1 000
Artikel 04 Koninklijke marechausseeVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)286 408293 6744 808
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)9 7119 7110
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)296 119303 3854 808
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)33 37932 5790
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)33 37932 5790
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 6 494– 12 961392
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 6 494– 12 961392
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 9063 6843 066
4. Vast te stellen Slotwet– 9063 6843 066
Totaal geraamd tevens realisatie 2002322 098326 6878 266
Bedragen x € 1 000
Artikel 05 Defensie Interservice CommandoVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)256 502255 56821 561
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)256 502255 56821 561
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)4 8164 8120
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)4 8164 8120
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 16 527– 16 5273 647
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 16 527– 16 5273 647
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet8 0102 313– 1 005
4. Vast te stellen Slotwet8 0102 313– 1 005
Totaal geraamd tevens realisatie 2002252 801246 16624 203
Bedragen x € 1 000
Artikel 06 Militaire inlichtingendienstVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)52 47652 0220
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)1 8601 8600
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)54 33653 8820
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)4 7384 7380
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)4 7384 7380
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 1 770– 1 770200
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 1 770– 1 770200
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet2 156826163
4. Vast te stellen Slotwet2 156826163
Totaal geraamd tevens realisatie 200259 46057 676363
Bedragen x € 1 000
Artikel 07 Pensioenen, uitkeringen en wachtgeldenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)909 686909 6861 559
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)909 686909 6861 559
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)27 93127 9310
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)27 93127 9310
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 656– 656– 959
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 656– 656– 959
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet2 4402 438– 188
4. Vast te stellen Slotwet2 4402 438– 188
Totaal geraamd tevens realisatie 2002939 401939 399412
Bedragen x € 1 000
Artikel 08 Ziektekostenvoorziening DefensiepersoneelVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)24 17224 1720
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)24 17224 1720
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)2042040
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)2042040
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)5 1245 1240
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)5 1245 1240
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 33– 330
4. Vast te stellen Slotwet– 33– 330
Totaal geraamd tevens realisatie 200229 46729 4670
Bedragen x € 1 000
Artikel 09 VredesoperatiesVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)170 177170 1771 407
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)170 177170 1771 407
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)93 90093 9005 500
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)93 90093 9005 500
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 56 387– 56 3870
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 56 387– 56 3870
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 41 093– 35 0351 704
4. Vast te stellen Slotwet– 41 093– 35 0351 704
Totaal geraamd tevens realisatie 2002166 597172 6558 611
Bedragen x € 1 000
Artikel 10 Civiele takenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)32 39932 3995 337
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)32 39932 3995 337
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)5 6025 6020
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)5 6025 6020
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)4 9864 9461 060
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)4 9864 9461 060
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 7 093– 6 9461 562
4. Vast te stellen Slotwet– 7 093– 6 9461 562
Totaal geraamd tevens realisatie 200235 89436 0017 959
Bedragen x € 1 000
Artikel 11 Overige internationale samenwerkingVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)88 42592 82414 430
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)88 42592 82414 430
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)83 01383 0130
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)83 01383 0130
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 47 309– 67 490– 2 081
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 47 309– 67 490– 2 081
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet12 9008 412– 4 638
4. Vast te stellen Slotwet12 9008 412– 4 638
Totaal geraamd tevens realisatie 2002137 029116 7597 711
Bedragen x € 1 000
Artikel 12 Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkelingVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)57 79561 949318
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)57 79561 949318
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)2 6002 6000
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)2 6002 6000
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)3327990
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)3327990
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet164 2151 164– 9
4. Vast te stellen Slotwet164 2151 164– 9
Totaal geraamd tevens realisatie 2002224 94266 512309
Bedragen x € 1 000
Artikel 70 Geheime uitgavenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)4994990
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)4994990
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)4204200
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)4204200
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 9– 90
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 9– 90
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet000
4. Vast te stellen Slotwet000
Totaal geraamd tevens realisatie 20029109100
Bedragen x € 1 000
Artikel 80 Nominaal en onvoorzienVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)181 763181 7630
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)5 2645 2640
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)187 027187 0270
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)– 35 204– 35 2040
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)– 35 204– 35 2040
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)– 115 927– 115 9270
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)– 115 927– 115 9270
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet– 35 896– 35 8960
4. Vast te stellen Slotwet– 35 896– 35 8960
Totaal geraamd tevens realisatie 2002000
Bedragen x € 1 000
Artikel 90 AlgemeenVerplichtingenKasuitgavenKasontvangsten
Ontwerpbegroting 2002 (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 1)143 816146 1055 954
Nota van wijziging (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 000 X, nr 17)   
1. Vastgestelde begroting (Staatsblad 2002, 159)143 816146 1055 954
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2001–2002, 28 302, nr 1)8 8089 809227
2. Vastgestelde mutaties 1e suppletore begroting (Staatsblad 2002, 556)8 8089 809227
    
Mutaties 2e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp suppletore begroting (kamerstuk vergaderjaar 2002–2003, 28 705, nr 1)31 46931 9513 844
3. Vastgestelde mutaties 2e suppletore begroting (Staatsblad 2003, 132)31 46931 9513 844
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp Slotwet6 265– 1 742– 1 804
4. Vast te stellen Slotwet6 265– 1 742– 1 804
Totaal geraamd tevens realisatie 2002190 358186 1238 221

12. BIJLAGE 2

AANBEVELINGEN ALGEMENE REKENKAMER

Rechtmatigheidsonderzoek 2001, algemeen deel (5 juni 2002)

 
Toezegging Resultaten 2002
Naast de reeds in gang gezette verbetermaatregelen bij de KMar heeft de minister nog aanvullende verbetermaatregelen getroffen en het toezicht op de uitvoering van de verbetermaatregelen zodanig geïntensiveerd dat uiterlijk september 2002 sprake kan zijn van een goede werking van het financieel beheer bij dit defensieonderdeel. Bij de KMar is een minimumniveau van ordelijk financieel beheer gerealiseerd. Verbeteracties lopen, gegeven de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bezetting, nog door in 2003.

Rapport financiële verantwoording 2001 van het ministerie van Defensie (5 juni 2002)

 
Toezegging Resultaten 2002
De controlfunctie wordt versterkt door de beschikbare capaciteit in 2002 op een meer evenwichtige wijze tussen de controlfunctie en de controle te verdelen Eind 2002 is een studie afgerond naar de inrichting van de controlfunctie en is een directeur Beleidsevaluatie aangesteld. De uiteindelijke inrichting, die in 2003 zijn beslag krijgt, moet leiden tot een verbreding van de toezichtrol, zodat Defensie niet alleen in financieel opzicht, maar ook in termen van management en (uitvoering van) beleid «in control» is.
   
De verbeteracties in het verbeterplan KL 2002 financieel beheer en materieelbeheer zijn uiterlijk in oktober 2002 gerealiseerd, inclusief implementatie van het materieelbeheer nieuwe stijl en de toets van de werking De in het verbeterplan KL 2002 opgenomen verbeteracties financieel beheer zijn volledig gerealiseerd. De implementatie van het materieelbeheer nieuwe stijl is grotendeels gerealiseerd. Zoals al aangegeven in de ontwerpbegroting 2003 lopen de verbeteracties materieelbeheer voor enkele onderdelen van de KL nog door in 2003.
   
De Algemene Rekenkamer wordt maandelijks geïnformeerd over de projectvoortgang (verbeterplan KL 2002), o.a. bij de Eerste Divisie en het Nationaal Commando De Algemene Rekenkamer is gedurende 2002 intensief geïnformeerd over de voortgang van het verbeterplan KL 2002. In januari 2003 is een eindrapportage aan de Algemene Rekenkamer aangeboden.
   
De verbeteracties in het verbeterplan Klu nemen de door de Algemene Rekenkamer geconstateerde onvolkomenheden in 2001 weg. De in het verbeterplan Klu opgenomen verbeteracties financieel beheer zijn grotendeels gerealiseerd. De verbeteracties materieel- beheer bij het LCKLu lopen nog door in 2003.
   
De aanvullende maatregelen bij de KMar in de organisatie van het verbetertraject en de waarborgen voor de uitvoering, werken uiterlijk september 2002. Onder meer door te zorgen voor voldoende personeel voor de verbeteringen, centrale toezichtintensivering en accountantscontrole op de werking van de maatregelen. Bij de KMar is een minimum niveau van ordelijk financieel beheer gerealiseerd. Verbeteracties lopen, gegeven de beschikbare kwalitatieve en kwantitatieve bezetting, nog door in 2003.
   
In 2002 wordt een onderzoek uitgevoerd naar de redenen en achtergronden van het niet-naleven van de EU-aanbestedingsregels. Op basis van de bevindingen van de Defensie Accountantsdienst wordt geconcludeerd dat voldoende maatregelen zijn getroffen om correcte naleving van de Europese aanbestedingsregels te kunnen waarborgen. Aandachtspunt is het toezien op de stringente naleving van de specifieke regelgeving binnen de procedures van voorafgaande financiële toetsing.

Informatievoorziening grote projecten (29 oktober 2002)

 
Toezegging Resultaten 2002
De organisatie van de informatievoorziening voor de nog lopende projecten wordt op korte termijn verbeterd. In 2002 is het Defensie Materieelkeuze Proces geëvalueerd. De uitkomsten hiervan alsmede de versterking van de centrale regie en de Competitieve Dienstverlening (CDV) zijn in het vernieuwde Defensie Materieel Proces (DMP) verwerkt.
  Het DMP, waarin de meeste aanbevelingen al waren verwerkt, is naar aanleiding van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer op het vlak van de verantwoordelijkheden verder aangescherpt.

Staat van de beleidsevaluatie 2002 (7 november 2002)

 
Toezegging Resultaten 2002
De belegging van de control-, controle- en toezichtsfunctie vormt onderdeel van een studie die aan de basis zal liggen van een herinrichting van het directoraat-generaal Financiën en Control (DGFC). Hierbij zal expliciet aandacht worden besteed aan de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de DAD en de nieuwe DGFC. Bij de nadere uitwerking van de toezichtfunctie zal conform de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer aandacht zijn voor de benutting en voor het capaciteitsvraagstuk. Eind 2002 is een studie afgerond naar de inrichting van de controlfunctie en is een directeur Beleidsevaluatie aangesteld. De uiteindelijke inrichting, die in 2003 zijn beslag krijgt, moet leiden tot een verbreding van de toezichtrol, zodat Defensie niet alleen in financieel opzicht, maar ook in termen van management en (uitvoering van) beleid «in control» is.

13. BIJLAGE 3

RAMINGSKENGETALLEN

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 01 «Koninklijke marine»

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n4 3504 3744 238136
– gemiddeld salarisx € 1,–39 15041 25837 8043 454
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–170 301180 463160 21520 248
Militair personeelEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n11 81211 80511 867– 62
Waarvan:  
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n7 5847 2867 346– 60
– gemiddeld salarisx € 1,–45 69248 28443 7284 556
– totale uitgavenx € 1000,–346 526351 798321 22730 571
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n4 1234 3394 364– 25
– gemiddeld salarisx € 1,–31 23830 94629 1701 776
– totale uitgavenx € 1000,–128 796134 275127 2976 978
– ANT-/ARUMILaantal vte'n10518015723
– gemiddeld salarisx € 1,–29 33322 72222 567155
– totale uitgavenx € 1000,–3 0804 0903 543547
Totaal militair personeelx € 1000,–478 402490 163452 06738 096
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren540,0470,0397,073,0
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–33 30735 36033 9651 395
– totale uitgavenx € 1000,–17 98616 61913 4843 135
– kleding en uitrustingaantal vte'n (bp en mp)15 94915 88815 84840
– gemiddeld per vtex € 1,–818087– 7
– totale uitgavenx € 1000,–1 2941 2731 384– 111
– voedingaantal vte'n (bp en mp)15 94915 88815 84840
– gemiddeld per vtex € 1,–641655668– 13
– totale uitgavenx € 1000,–10 22510 42310 585– 162
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de Admiraliteitaantal vte'n (bp en mp)1 7351 8661 714152
– gemiddeld per vtex € 1,–1 9301 8171 681136
– totale uitgavenx € 1000,–3 3483 3902 881509
– overige persoonsgebonden personele uitgaven overige KM-ressortsaantal vte'n (bp en mp)14 21414 02214 134– 112
– gemiddeld per vtex € 1,–2 6462 9432 319624
– totale uitgavenx € 1000,–37 61241 26632 7808 486
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de gehele KMaantal vte'n (bp en mp)15 94915 88815 84840
– gemiddeld per vtex € 1,–1 12697588788
– totale uitgavenx € 1000,–17 96515 49114 0631 428
– vliegopleidingenaantal vliegers in opleiding1519154
– gemiddeld per vtex € 1,–82 13355 15897 467– 42 309
– totale uitgavenx € 1000,–1 2321 0481 462– 414
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–89 66289 51076 63912 871
Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheid1aantal mensjaren2,0 2,5– 2,5
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–128 000 121 200– 121 200
– totale uitgavenx € 1000,–256 303– 303
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)15 94915 88815 84840
– gemiddeld per vtex € 1,–6 2665 8865 175711
– totale uitgavenx € 1000,–99 92993 51582 02111 494
– brandstoffen, oliën en smeermiddelen     
– gasolie schepen1 000 m362,039,070,0– 31,0
– kerosine patrouillevliegtuigen1 000 m37,05,68,7– 3,1
– helikopterbrandstof1 000 m31,60,91,4– 0,5
– totale uitgavenx € 1000,–24 29621 88316 3885 495
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–124 481115 39898 71216 686
Andere volumegegevens:     
– overige materiële uitgavenx € 1000,–154 784168 603161 8406 763
Sub-totaalx € 1000,–154 784168 603161 8406 763
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–279 265284 001260 55223 449

1uitgaven voor inhuur O-, I- en A-deskundigen zijn met ingang van dit jaar verantwoord onder inhuur tijdelijk personeel

Kengetallen en volumegegevens Beleidsartikel 02 «Koninklijke landmacht»

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n8 8328 8508 615235
– gemiddeld salarisx € 1,–37 29939 12238 510612
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–329 426346 234331 76014 474
Militair personeelEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n21 32722 14621 942204
Waarvan:  
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n10 25410 08510 306– 221
– gemiddeld salarisx € 1,–44 80647 21743 7523 465
– totale uitgavenx € 1000,–459 437476 185450 91125 274
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n11 07312 06111 636425
– gemiddeld salarisx € 1,–25 06226 14124 1302 011
– totale uitgavenx € 1000,–277 512315 283280 77234 511
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–736 949791 468731 68659 785
Andere volumegegevens:     
– Uitgaven inzake de Nationale reservex € 1000,–8 9539 1576 8682 289
Totaal militair personeelx € 1000,–745 902800 625738 55162 074
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
– inhuur tijdelijk personeel1aantal mensjaren905,4637,0449,0188,0
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–44 33050 65050 56882
– totale uitgavenx € 1000,–40 13432 26422 7059 559
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
personele uitgaven ressorts(bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–2 2022 4672 224243
– totale uitgavenx € 1000,–66 41976 47467 9628 512
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
personele uitgaven KL-breed(bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–705328408– 80
– totale uitgavenx € 1000,–21 27110 18112 454– 2 273
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)21 32722 14621 942204
– gemiddeld per vtex € 1,–1 4231 6091 711– 102
– totale uitgaven2x € 1000,–30 35235 62437 544– 1 920
– voedingaantal vte'n (bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–1 0581 124966158
– totale uitgavenx € 1000,–31 91934 84629 5245 322
– onderwijs en opleiding t.b.v. BBT-personeelaantal vte'n11 07312 06111 636425
– gemiddeld per vtex € 1,–728618806– 188
– totale uitgavenx € 1000,–8 0627 4559 381– 1 926
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–198 157196 844179 57017 274
Andere volumegegevens:     
Overige personele uitgaven2x € 1000,–– 16 528– 14 442– 4 300– 10 132
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–181 629182 402175 2707 142

1uitgaven met betrekking tot inhuur O-, I- en A-deskundigen zijn met ingang van dit jaar verantwoord onder inhuur tijdelijk personeel

2bedragen zijn ten opzichte van de cijfers in de geautoriseerde begroting gecorrigeerd voor de geraamde ontvangsten in verband met kledingverstrekking aan andere defensieonderdelen.

Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheid1aantal mensjaren45,6 68,0– 68,0
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–132 193 52 147– 52 147
– totale uitgavenx € 1000,–6 028 3 456– 3 546
– overige persoonsgebondenaantal vte'n    
materiële uitgaven(bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–5271 2741 279– 5
– totale uitgavenx € 1000,–15 88139 47539 077398
– huisvesting KL-breedaantal vte'n (bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–1 8412 2041 770434
– totale uitgavenx € 1000,–55 51068 32254 08414 238
– inventarisgoederen en klein materieelaantal vte'n    
KL-breed(bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–72273965980
– totale uitgavenx € 1000,–21 76522 90420 1322 772
– data- en telecommuniciatie2aantal vte'n (bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–2 6342 5638781 685
– totale uitgavenx € 1000,–79 43679 45126 83052 621
– onderhoud van gebouwen en terreinenaantal vte'n (bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–1 0241 079824255
– totale uitgavenx € 1000,–30 88233 45325 1798 274
– groot onderhoud gebouwen en terreinenaantal vte'n (bp en mp)30 15930 99630 557439
– gemiddeld per vtex € 1,–963642937– 295
– totale uitgavenx € 1000,–29 05419 89428 640– 8 746
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–238 556263 499197 48866 011
Andere volumegegevens:     
– brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffenx € 1000,–22 96420 26923 409– 3 140
– overige materiële uitgavenx € 1000,–257 132269 782217 17052 612
Sub-totaalx € 1000,–280 096290 051240 57949 472
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–518 652553 550438 067115 483

1uitgaven met betrekking tot inhuur O-, I- en A-deskundigen zijn met ingang van dit jaar geraamd en verantwoord onder inhuur personeel

2door het onderbrengen van onderdelen van de Koninklijke landmacht bij de DTO heeft een substitutie plaatsgevonden van bezoldigingsuitgaven door uitgaven voor data- en telecommunicatie

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 03 «Koninklijke luchtmacht»

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n1 7861 9111 692219
– gemiddeld salarisx € 1,–35 84237 18235 1462 036
Totaal ambtelijk burgerpersoneelx € 1000,–64 01471 05559 46711 588
Militair personeelEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n10 88811 32710 686641
Waarvan:  
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n7 1606 9656 994– 29
– gemiddeld salarisx € 1,–43 84345 87443 2422 632
– totale uitgavenx € 1000,–313 916319 509302 43817 071
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n3 7284 3623 692670
– gemiddeld salarisx € 1,–29 60829 07629 483– 407
– totale uitgavenx € 1000,–110 378126 830108 85017 980
Totaal militair personeelx € 1000,–424 294446 339411 28835 051
Overige personele uitgavenEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
– inhuur tijdelijk personeel1aantal mensjaren233,0470,0591,0– 121,0
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx € 1,–79 63584 25332 90051 353
– totale uitgavenx € 1000,–18 55539 59919 44420 155
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaamtal vte'n (bp en mp)12 67413 23812 378860
– gemiddeld per vtex € 1,–4 0604 1704 235– 65
– totale uitgavenx € 1000,–51 45155 20852 4192 789
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)10 88811 32710 686641
– gemiddeld per vtex € 1,–713835677158
– totale uitgavenx € 1000,–7 7679 4587 2322 226
– kleding en uitrusting t.b.v. vliegersaantal vte'n (mp)5645705700
– gemiddeld per vtex € 1,–6 8811 5392 309– 770
– totale uitgavenx € 1000,–3 8818771 316– 439
– voeding t.b.v. militair personeelaantal vte'n (mp)10 88811 32710 686641
– gemiddeld per vtex € 1,–778879776103
– totale uitgavenx € 1000,–8 4719 9558 2941 661
– vliegopleidingen (initieel)aantal vliegers in opleiding96101947
– gemiddeld per vlieger in opleidingx € 1,–126 302140 040147 085– 7 045
– totale uitgavenx € 1000,–12 12514 14413 826318
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–102 250129 241102 53126 710
Andere volumegegevens:     
Overige personele uitgavenx € 1000,–20 95611 13410 803331
Totaal overige personele uitgavenx € 1000,–123 206140 375113 33427 041
Materiële uitgavenEenheidRealisatie 2001Realisatie 2002Begroting 2002Verschil
– uitbesteding O-, I- en A-deskundigheid1aantal mensjaren36,1 77,0– 77,0
– gemiddeld per mensjaarx € 1,–240 139 123 026– 123 026
– totale uitgavenx € 1000,–8 669 9 473– 9 473,0
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)12 67413 23812 378860
– gemiddeld per vtex € 1,–7 4126 9656 744221
– totale uitgavenx € 1000,–93 93692 20583 4838 722
– vliegtuigbrandstoffenaantal m3171 58697 029100 856– 3 827
– gemiddeld per vtex € 1,–253205322– 117
– totale uitgavenx € 1000,–43 44919 89132 455– 12 564
Totaal toegelicht bedragx € 1000,–146 054112 096125 411– 13 315
Andere volumegegevens:     
– overige materiële uitgavenx € 1000,–231 694255 787232 05723 730
Totaal materiële uitgavenx € 1000,–377 748367 883357 46810 415

1Uitgaven met betrekking tot inhuur O-, I- en A-deskundigen zijn met ingang van dit jaar verantwoord onder inhuur personeel

Kengetallen en volumegegevens beleidsartikel 04 «Koninklijke marechaussee»