28 880
Jaarverslagen over het jaar 2002

nr. 12
JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN JUSTITIE (VI)

Aangeboden 21 mei 2003

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein (bedragen in €)kst-28880-12-1.gif

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (bedragen in €)kst-28880-12-2.gif

INHOUDSOPGAVE

 Voorwoord6
   
 Dechargeverlening7
   
 Leeswijzer9
   
Deel ABeleidsverslag12
   
1Beleidsprioriteiten12
   
2Beleidsartikelen33
   
1.1Strategie33
2.1Wetgeving36
2.2Wetgevingskwaliteitsbeleid43
3.1Criminaliteitspreventie50
3.2Slachtofferzorg61
3.3Rechtshandhaving65
3.4Jeugdbescherming82
4.1Rechtspleging92
4.2Rechtsbijstand99
4.3Schuldsanering natuurlijke personen103
4.4Juridische dienstverlening105
5.1Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties109
5.2Ontvangsten uit Boeten en Transacties129
6.1Toelating asiel en regulier132
6.2Asielopvang138
6.3Toezicht en terugkeer vreemdelingen143
   
3Niet-beleidsartikelen151
   
7.1Algemeen151
7.2Nominaal en onvoorzien151
7.3Geheime uitgaven152
   
4Mededeling over de bedrijfsvoering153
   
5Toezichtsrelaties155
   
Deel BJaarrekening157
   
6Verantwoordingsstaten157
6.1Ministerie158
6.2Baten-lasten diensten160
   
7Financiële toelichting beleidsartikelen161
   
8Financiële toelichting niet-beleidsartikelen221
   
9Saldibalans225
   
10Baten-lasten diensten235
   
 Bijlagen 
1Aanbevelingen Algemene Rekenkamer303
 Overzichtsconstructie Asiel en Migratie309
 Afkortingen310
 Trefwoordenregister316

VOORWOORD

Het jaar 2002 was in velerlei opzichten een bewogen jaar. Dit geldt niet in de laatste plaats voor de beleidsterreinen die behoren tot het ministerie van Justitie. In deze beleidsverantwoording over het jaar 2002 wordt ingegaan op de vele aspecten waaraan in het jaar 2002 aandacht is geschonken. Dit is de eerste verantwoording in VBTB-stijl. Hierdoor is de vormgeving ingrijpend gewijzigd. In deze verantwoording in VBTB-stijl ligt voorts een grotere nadruk op de beleidsmatige resultaten. Vanzelfsprekend is ook de financiële verantwoording over het jaar 2002 in de vorm van een jaarrekening in dit departementale jaarverslag opgenomen.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

H. P. A. Nawijn

DECHARGEVERLENING

Verzoek tot dechargeverlening van de Minister van Justitie aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Justitie decharge te verlenen over het in het jaar 2002 gevoerde financiële beheer met betrekking tot de uitvoering van de begroting van het ministerie van Justitie.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld van haar bevindingen en haar oordeel met betrekking tot:

A. het gevoerde financieel en materieelbeheer;

B. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

C. de financiële informatie in de jaarverslagen;

D. de departementale saldibalansen;

E. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

F. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

van het ministerie van Justitie. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen, naast het onderhavige jaarverslag en het hierboven genoemde rapport van de Algemene Rekenkamer, de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

A. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002; dit jaarverslag wordt separaat aangeboden.

B. de slotwet van het ministerie van Justitie over het jaar 2002; de slotwet is als afzonderlijk kamerstuk gepubliceerd.Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen.

C. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2002 met betrekking tot de onderzoeken, bedoeld in artikel 83 van de Comptabiliteitswet 2001. Dit rapport, dat betrekking heeft op het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk, wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aangeboden.

D. De verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2002 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2002 alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2002 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001);Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

Ten behoeve van het politieke oordeel dat door middel van een besluit tot dechargeverlening wordt uitgesproken, is het van belang mee te wegen dat de ondergetekenden vanaf 22 juli 2002 de zorg voor het financieel beheer van het ministerie van Justitie en het ministerie voor Vreemdelingenzaken en Integratie op zich heeft genomen.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

H. P. A. Nawijn

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van (datum):

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Tweede Kamer, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van:

(datum)

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Naam:

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen aantekening door de voorzitter van de Eerste Kamer, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

LEESWIJZER

Algemeen

Dit departementaal jaarverslag vervangt de «financiële verantwoording» zoals deze tot op heden jaarlijks als afsluiting van het begrotingsjaar werd gepubliceerd. Met de introductie van de VBTB (Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording) is niet alleen de (ontwerp)begroting gewijzigd maar ook de verantwoording. Met ingang van 2002 wordt gesproken over het (departementale) jaarverslag.

Dit jaarverslag valt in twee hoofdstukken uit een:

Deel A Het beleidsverslag;

Deel B De jaarrekening.

In deel A wordt geheel conform de VBTB-systematiek ingegaan op de beleidsmatige resultaten. Waar in de begroting de www-vragen centraal staan, staan in de verantwoording de zogenoemde hhh-vragen centraal:

Hebben we bereikt wat we hebben beoogd?;

Hebben we gedaan wat we daarvoor zouden doen?; en

Heeft het gekost wat we dachten dat het zou kosten?

Deze vragen staan centraal in het beleidsverslag. In het beleidsverslag wordt eerst ingegaan op de prioriteiten zoals verwoord in de beleidsagenda die is opgenomen in de begroting 2002. Daarbij zijn ook betrokken de nieuwe beleidsprioriteiten waartoe in de loop van het uitvoeringsjaar is besloten. In het tweede hoofdstuk van het beleidsverslag wordt per beleidsartikel ingegaan op de beleidsresultaten per operationele doelstelling. Het derde hoofdstuk bevat de niet-beleidsartikelen. In het beleidsmatige deel zijn tevens opgenomen de mededeling bedrijfsvoering (hoofdstuk 4) en een toelichting op de toezichtsrelaties (hoofdstuk 5).

De financiële gegevens zijn volledig verwerkt in deel B; de jaarrekening. De ontwerp-slotwet 2002 (separaat aangeboden) moet in nauwe samenhang met deze jaarrekening bezien worden. De jaarrekening bevat op beleidsartikelniveau een aansluiting tussen de stand vaststellingswet en de uiteindelijke realisatie 2002, inclusief de voorgestelde mutaties in de ontwerp-slotwet 2002. Voorts bevat de jaarrekening per operationele doelstelling een toelichting op uiteindelijke financiële realisatie.

Nieuw onderdeel van de jaarrekening is een overzicht van de departementale saldibalans.

Tot slot wordt ingegaan op de diverse baten-lastendiensten.

Het jaarverslag wordt afgesloten met een tweetal inhoudelijke bijlagen:

– de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer;

– de overzichtsconstructie met betrekking tot Asiel en Migratie.

Specifiek

a) Afspraken t.a.v. begroting 2002

Zoals in de begroting 2002 is vermeld heeft het ministerie van Justitie met betrekking tot een aantal punten specifieke afspraken gemaakt met het ministerie van Financiën. De afspraken die ook doorwerken in deze verantwoording worden hieronder gememoreerd.

1. Opbouw budgetstructuur van beleidsartikelen

De Rijksbegrotingvoorschriften 2001 schrijven een structuur per beleidsartikel voor. In afwijking daarop wordt in de begroting en jaarverslag 2002 van het ministerie van Justitie een beleidsdoelstelling eerst uitgewerkt naar operationele doelstellingen en vindt pas daarna een uitsplitsing plaats naar apparaats- en programma-uitgaven.

2. Programma-uitgaven

Alle uitvoerende diensten inclusief de agentschappen en de baten-lastendiensten van het ministerie van Justitie worden wat betreft de begrotingsindeling aangemerkt als programma-uitgaven.

3. Hanteren van toerekeningssleutel

Daar waar geen betere informatie voorhanden is, zijn bij de verantwoording de toerekeningssleutels gehanteerd zoals gehanteerd bij de begrotingsvoorbereiding.

4. Onderscheid «prestatiegegevens»

Het ministerie van Financiën maakt bij prestatiegegevens een onderscheid tussen reguliere en niet-reguliere gegevens. Het ministerie van Justitie heeft dit onderscheid ook aangebracht, maar hanteert daarvoor andere begrippen, begrippen die reeds binnen de organisatie bekend zijn. Reguliere gegevens worden aangeduid als «prestatiegegevens» en niet-reguliere gegevens hebben betrekking op «evaluatie-onderzoeken».

5. Interpretatie (financiële) instrumenten

Door het ministerie van Justitie wordt hieronder het volgende verstaan: «In het algemeen gaat het om middelen, die worden ingezet om de beleidsdoelstellingen te realiseren. Financiële beleidsinstrumenten zijn subsidies, leningen, garanties en deelnemingen».

b) Speciale positie Raad voor de rechtspraak

Met ingang van 1 januari 2002 is de Raad voor de rechtspraak opgericht. In verband met de instelling van de Raad voor de rechtspraak is tevens de Wet op de Rechtelijke Organisatie gewijzigd. Wezenlijk daarbij is dat in de wet RO de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering wordt geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Daarmee heeft de minister van Justitie geen directe verantwoordelijkheid meer voor de bedrijfsvoering van de rechtspraak. Wel heeft de minister nog een verantwoordelijkheid als toezichthouder. Een van de wijzigingen die bij het nieuwe systeem hoort is dat het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak een verklaring omtrent getrouwheid en de rechtmatigheid bevat, die is afgegeven door een door de Raad voor de rechtspraak aangewezen accountant.

c) Relatie rijksbijdrage en batenlastendiensten

Het Ministerie van Justitie betaalt aan de diverse baten-lastendiensten (DJI, IND, CJIB, SR) een jaarlijkse bijdrage. Omdat deze diensten vaak beschikken over meerdere inkomstenbronnen en zij onder andere hun uitgaven ten laste kunnen brengen van meerdere jaren is het niveau van de gerealiseerde uitgaven ten laste van het ministerie (de rijksbijdrage) meestal niet gelijk aan de kosten van de baten-lastendienst in het betreffende kalenderjaar. In de Justitiebegroting en verantwoording zijn de (gerealiseerde) rijksbijdragen op de betreffende operationele doelstellingen vermeld. Voor een juist beeld van de kosten en het exploitatieresultaat van de baten-lastendiensten wordt verwezen naar de specifieke verantwoording van de baten-lastendiensten (zie hoofdstuk 10).

HOOFDSTUK 1 BELEIDSPRIORITEITEN

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag in welke mate de beleidsvoornemens, genoemd in de beleidsagenda uit de begroting 2002 (blz. 8 t/m 22), zijn gerealiseerd. Er is gestreefd naar een integrale weergave van gerealiseerde beleidsprioriteiten. Bij de diverse onderwerpen is ook ingegaan op de (nieuwe) beleidsprioriteiten waartoe het kabinet in de loop van het jaar 2002 heeft besloten. Voor een nadere toelichting voor wat betreft de budgettaire effecten van het gevoerde beleid zij verwezen naar de toelichting per beleidsartikel en operationele doelstelling. Daar zijn ook gegevens vermeld over eventuele evaluatieonderzoeken en beleidseffecten.

Wet- en regelgeving

In de samenleving doen zich voortdurend ontwikkelingen voor die noodzaken tot aanpassing van wet- en regelgeving. Het ministerie van Justitie is verantwoordelijk voor tijdige aanpassing van bestaande en het opstellen van nieuwe wet- en regelgeving zodat burgers, bedrijven en overheidsorganen een bij de tijd passend wettelijk kader voor hun handelen wordt geboden.

Civiel recht

Op het terrein van het civiel recht zijn een aantal vernieuwingen tot stand gekomen. Zo is het erfrecht per 1 januari 2003 in werking getreden. Het nieuwe huurrecht is wet geworden en zal inwerkingtreden na aanneming van de novelle huurrecht. Daarnaast zijn de wetsvoorstellen tot vaststelling van de nieuwe verzekeringstitel, wijziging van de structuurregeling voor grote ondernemingen en personenvennootschap gereed voor afhandeling door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel tot uitvoering van de richtlijn elektronische handel en het wetsvoorstel de richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij zijn in behandeling bij de Tweede Kamer. Verder is het wetsvoorstel inzake de vergoedbaarheid van schade wegens overlijden en ernstig letsel van verwanten aan de ministerraad toegezonden en is het wetsvoorstel tot collectieve afwikkeling van grote schades in voorbereiding.

Straf- en strafprocesrecht

Op het terrein van het strafrecht en strafprocesrecht zijn de invloeden van technologische ontwikkelingen op het formele en materiele strafrecht van belang. Het gaat hierbij om het wetsvoorstel virtuele kinderporno. Op 1 oktober 2002 is de wet van 13 juli 2002, Stb. 388 en 470, waarin onder andere een strafbaarstelling van virtuele kinderporno is opgenomen, in werking getreden. Ook is op 1 oktober 2002 het wetsvoorstel (TK, 28 072), dat de mogelijkheid biedt in het kader van strafvordering voor DNA-onderzoek naar uiterlijk zichtbare kenmerken van een onbekende verdachte, door de Tweede Kamer aanvaard. Op 22 november 2002 is bij de Tweede Kamer ingediend het wetsvoorstel DNA-onderzoek bij veroordeelden (TK, 28 685).

Met betrekking tot de strafrechtelijke en strafvorderlijke aspecten van de informatiemaatschappij is op 1 mei 2002 aan de Tweede Kamer aangeboden het kabinetsstandpunt inzake het rapport over strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij (TK, 28 366, nr. 1).

Op 7 januari 2002 zijn de wetsvoorstellen tot goedkeuring van het protocol bij de EU-rechtshulpovereenkomst inzake informatieplichten van financiële instellingen en tot uitvoering van dit protocol, voor advies aan de Raad van State aangeboden. Het wetsvoorstel is op 26 april 2002 ingediend bij de Tweede Kamer (TK, 28 352 en 28 353). De uitvoeringswet is inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard, de goedkeuringswetgeving nog niet gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer ligt het wetsvoorstel vorderen gegevens telecomsector (TK, 28 059).

In het kader van de herziening wetgeving privacy in relatie tot opsporing is een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet justitiële gegevens en het Wetboek van Strafvordering, in verband met de verstrekking van strafrechtelijke persoonsgegevens aan een derde door het OM, voor advies aan de Raad van State aangeboden. De werkgroep gegevensuitwisseling en terrorismebestrijding heeft haar werkzaamheden afgerond. Het rapport is aan de Tweede Kamer aangeboden, voorzien van een standpunt.

De volgende wijzigingen van wetboek van strafvordering zijn in 2002 tot wet verheven:

– Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en Gratiewet (TK, 27 798);

– Openstelling van beroep in cassatie tegen vrijspraken (TK, 28 204);

– Herziening van vonnissen en arresten op grond van een uitspraak van het EHRM (TK, 27 726).

Laatstgenoemde twee wetten zijn op 1 januari 2003 in werking getreden. Het eerstgenoemde wetsvoorstel treedt voorjaar 2003 in werking. Daarnaast liggen voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer de wetten tot aanpassing ontnemingswetgeving (TK, 28 079) en invoering raadsheer-commissaris (TK, 28 477).

De komst van het internationaal strafhof heeft geleid tot de uitvoeringswet Internationaal Strafhof en de daarbij behorende aanpassingswetgeving. Deze zijn op 1 juli 2002 respectievelijk 8 augustus 2002 in werking getreden. Darnaast is de Wet internationale misdrijven op 19 april 2002 bij de Tweede Kamer ingediend (TK, 28 337). Het wetsvoorstel is op 19 december 2002 door de Tweede Kamer aanvaard.

Straf- en sanctierecht

Uit het Plan van aanpak drugssmokkel dat op 18 januari 2002 aan de Tweede Kamer is aangeboden vloeiden een aantal wetgevende maatregelen voort, die alle in 2002 zijn gerealiseerd. Het betreft:

– Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers (Stb. 2002, 124), in werking getreden op 8 maart 2002. Deze wet heeft een werkingsduur van 1 jaar. Intussen is een wetsvoorstel tot verlenging van deze wet met een duur van maximaal 2 jaar door de Tweede Kamer op 19 december 2002 aanvaard;

– Verruiming van de bevoegdheid van de enkelvoudige rechter in strafzaken (Stb. 2002, 355). Deze wet is op 11 juli 2002 in werking getreden onder de aan de Eerste Kamer gedane toezegging dat de wet slechts zou worden toegepast ten aanzien van drugskoeriers. Ter voldoening aan een toezegging aan de Eerste Kamer is vervolgens een wetsvoorstel tot beperking van de bevoegdheid van de enkelvoudige rechter in strafzaken voorbereid en voor advies aan de Raad van State gezonden. Aan de Eerste Kamer is in december 2002 bericht dat overwogen wordt de beperking ten aanzien van het toepassingsbereik van de wet niet langer te continueren.

Staats- en bestuursrecht

Op het terrein van het staats- en bestuursrecht zijn de voorstellen als gevolg van de modernisering rechterlijke organisatie van belang. Het wetsvoorstel extern klachtrecht verkeert in een vergevorderd stadium van voorbereiding; indiening bij de tweede Kamer wordt voorzien in najaar 2003. Het wetsvoorstel rechtsbescherming en tuchtrecht verkeert in het stadium van overleg. Toezending van het wetsvoorstel aan de ministerraad wordt voorzien najaar 2003. Het rapport over de herziening van het loon- en functiegebouw zal naar verwachting medio 2003 gereed zijn. Op basis van de uitkomsten in het rapport zal de voorbereiding van de nodige wetgeving ter hand worden genomen.

Het wetsvoorstel tot invoering van een tweede feitelijke instantie in belastingzaken is vertraagd. Na ontvangst van het advies van de Raad van State zal het kabinet, mede in het licht van de financiering ervan, besluiten of het wetsvoorstel wordt ingediend. De beoogde datum van inwerkingtreding (1 april 2004) is hierdoor niet meer haalbaar.

Ter vereenvoudiging van het bestuursrecht zal het wetsvoorstel aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure naar verwachting medio 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend. Afhankelijk van het verloop van de parlementaire behandeling zal de wet op 1 januari 2004 in werking kunnen treden. Daarna gaat het wetsvoorstel rechtstreeks beroep op mondelinge behandeling voor behandeling naar Tweede Kamer. De wet kan naar verwachting op 1 januari 2004 in werking treden. Het wetsvoorstel elektronisch bestuurlijk verkeer inclusief de aanpassingswetgeving is gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer. Naar verwachting zal de wet op 1 januari 2004 in werking kunnen treden. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Awb m.b.t. de onderdelen bestuurlijke boeten en geldschulden (vierde tranche), het wetsvoorstel tweede evaluatiewet Awb en het wetsvoorstel inzake het beroep bij niet tijdig beslissen zullen naar verwachting najaar 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Awb (samenhangende besluiten) zal naar verwachting eind 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend.

De stand van zaken ten aanzien van de wijzigingsoperatie Politiewet 1993 is als volgt: het voorstel m.b.t. de Rijksrecherche is in voorbereiding; het klachtrecht is gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer; het voorstel m.b.t. de gemeenschappelijke regeling is nog voorwerp van nader overleg tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en Justitie inzake de uitwerking; het wetsvoorstel inzake de LSOP-wet is eind januari wet geworden en zal voorjaar 2003 in werking treden.

Uit het Strategisch Akkoord zijn de volgende wetgevingsvoornemens voortgevloeid:

– Wetsvoorstel wijziging Vreemdelingenwet (afschaffing 10-dagentoets). Dit wetsvoorstel is inmiddels ingediend bij de Tweede Kamer;

– Wijzigingen Vreemdelingenwet met betrekking tot de volgende aspecten: verblijfsvergunning asiel vijf jaar, gezinsvormingbeleid, minimumleeftijd en inkomenseis, ongedocumenteerden, strafbaarstelling illegaal verblijf, afschaffing drie-jarenbeleid;

– Wijziging Wet Inburgering Nieuwkomers (kosten inburgeringprogramma; afronden inburgeringprogramma koppelen aan vot; verplichte inburgering bepaalde categorieën oudkomers);

– Wetsvoorstellen verhoging griffierecht, rechtseenheidkamer bestuursrechtspraak en herverkaveling bestuursrechtspraak;

– Daarnaast is als prioriteit aangemerkt de algehele herziening Wet op de rechtsbijstand.

Rechtspleging

Per 1 januari 2002 zijn de wetten «Raad voor de rechtspraak» en «Organisatie en Bestuur Gerechten» in werking getreden. Met de invoering van de beide wetten is de verhouding tussen de rechtsprekende macht en de uitvoerende macht ingrijpend gewijzigd. In de nieuwe verhouding tussen de minister van Justitie en de rechtsprekende macht ligt de verantwoordelijkheid van de minister vooral bij het in stand houden van een adequaat wettelijk kader, het verstrekken van de middelen die nodig zijn om goede rechtspraak te kunnen realiseren en het verkrijgen van inzicht in het functioneren van de rechtspraak in termen van de effecten van de inzet van de verstrekte middelen. De wijze waarop de algemene doelstellingen op het terrein van de rechtspraak – zoals goede kwaliteit, vlotte afhandeling van zaken en goede toegankelijkheid voor de burger – worden bereikt, is echter uitdrukkelijk een zaak van de rechterlijke macht zelf. De Raad voor de rechtspraak zal op deze punten (w.o. de doorlooptijden) uitdrukkelijk zelf gaan rapporteren, zowel in hun jaarplan als in het jaarverslag.

De Raad voor de rechtspraak is nu verantwoordelijk voor het adequaat functioneren van de rechtspraak. Concreet betekent dit, dat de Raad centrale taken toebedeeld heeft gekregen op het gebied van de bedrijfsvoering (personeelsbeleid, ICT, beveiliging en huisvesting), de toedeling van de middelen aan de gerechten en het bevorderen van de bestuurlijk organisatorische kwaliteit. Op het niveau van de gerechten zijn er eveneens veranderingen aangebracht. Met name door de invoering van het principe van integraal management zijn gerechtsbesturen integraal verantwoordelijk geworden voor zowel het functioneren van het rechtsgeleerd personeel, alsmede het niet-rechtsgeleerd personeel.

Tegelijkertijd met de oprichting van de Raad voor de rechtspraak is op het ministerie van Justitie de Directie Rechtspleging omgevormd tot een kleine strategische beleidsdirectie (Directie Strategie Rechtspleging). Deze directie ondersteunt de minister in zijn taak om voorwaarden te scheppen voor het optimaal functioneren van het stelsel van de rechtspraak. Daarnaast is de directie beheersverantwoordelijk voor vijf organisaties; de Hoge Raad, de Commissie Gelijke Behandeling, het College Bescherming Persoonsgegevens, de Centrale Justitiële Documentatiedienst en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak.

Bij begrotingsvoorbereiding 2002 zijn aanvullende middelen verkregen ten behoeve van de uitbreiding van de capaciteit van de gerechten, Hoge Raad en College Bescherming Persoonsgegevens, ten behoeve van investeringen in de ICT en ten behoeve van de uitbreiding van de Vreemdelingenkamers. In de loop van het jaar zijn vervolgens nog aanvullende middelen beschikbaar gesteld, waaronder € 9 miljoen voor de verdere uitbreiding van de vreemdelingenkamers van 15 naar 19 en € 9,6 miljoen voor overige capaciteitsuitbreidingen, waaronder t.b.v. de drugsproblematiek Schiphol en terrorisme bestrijding. Deze, met name voor capaciteitsuitbreidingen ingezette, middelen hebben voor een belangrijk deel in 2002 al geleid tot aanzienlijke productieverhogingen. In absolute zin kan worden geconstateerd dat ten opzichte van 2001 door de gerechten circa 14% meer productie is geleverd, een belangrijk deel hiervan kan worden toegerekend aan de Vreemdelingenkamers. In het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak, dat ook aan de Tweede en Eerste Kamer zal worden aangeboden, zal meer inzicht worden geboden in de besteding van deze middelen en de realisatie over 2002 van de gerechten.

Zorg voor juridische dienstverlening

Vanuit de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie voor het stelsel van juridische dienstverlening door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders zijn in 2002 een aantal stappen gezet ter waarborging van de toegankelijkheid en kwaliteit.

Bij de gefinancierde rechtsbijstand is in maart 2002 met de Nederlandse Orde van Advocaten een convenant afgesloten waarin de kwaliteitsborging van de rechtsbijstandverlening door advocaten is vastgelegd. Voorts zijn voorstellen aan de Tweede Kamer gezonden tot structurele verhoging van het vergoedingenniveau in de gefinancierde rechtsbijstand. Die verhoging, in combinatie met het convenant, moet bijdragen aan de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde advocaten voor minderdraagkrachtige burgers die zich met een juridisch probleem tot de rechter willen wenden.

Monitor volgsysteem «rechtsverzorging» voor alle juridische vrije beroepen

Om de ontwikkelingen op het gebied van de juridische dienstverlening nauwgezet te kunnen volgen is in 2002 verder gewerkt aan de opzet van trendrapportages. De trendrapportages zullen informatie moeten opleveren over ontwikkelingen in de vraag naar juridische dienstverlening en in het aanbod door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Drie aspecten zullen daarbij met name aan bod komen: de toegankelijkheid van de juridische diensten (aantal dienstverleners, spreiding, omvang, specialisatie, prijs etc.), de kwaliteit van de dienstverlening en de integriteit (op beide laatstgenoemde terreinen is primair een wettelijke taak weggelegd voor de beroepsorganisaties, de organen voor toezicht en tuchtrecht). Met de trendrapportages wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de werking van de markt van juridische dienstverlening en de waarborging van de juridische kernfuncties van advocatuur, notariaat en gerechtsdeurwaarders op die markt. De beroepsorganisaties zijn bij de opzet van de rapportages betrokken.

Mediation

Met betrekking tot scheidings- en omgangsproblematiek in den brede wordt gestreefd naar een structurele, landelijke voorziening voor doorverwijzing naar mediation op dit terrein. Voorwaarde is daarbij dat hieraan voor Justitie geen extra kosten zijn verbonden en de kwaliteit en het aanbod van mediators voldoende kunnen worden gewaarborgd. Deze twee vraagstukken dienen in het kader van de bredere discussie over de plaats van mediation in ons rechtsbestel te worden uitgewerkt.

De mediationprojecten rechterlijke macht en gefinancierde rechtsbijstand liepen tot en met 31 december 2002. De projecten worden geëvalueerd, wat in de loop van 2003 moet resulteren in een toekomstvisie. Voorshands wordt de voorziening bij de gerechten en de gefinancierde rechtshulp in 2003 voortgezet.

Eind 2002 is een concept-regeringsreactie aan de Tweede Kamer gezonden op het door de Europese Commissie ingediende Groenboek betreffende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting in het burgerlijk en handelsrecht en de daarin opgeworpen vragen.

Kort gezegd stelt de Commissie zich middels de indiening van het Groenboek tot doel na te gaan welk optreden de kwaliteit van Alternative Dispute Resolution (ADR) op Europees niveau – uit oogpunt van toegankelijkheid, doeltreffendheid en waarborging van een goede rechtsbedeling – het meest ten goede zou komen. Daarbij wordt een aantal specifieke vragen gesteld met betrekking tot de mogelijke juridische problemen die bij de toepassing van ADR bij grensoverschrijdende conflicten aan de orde kunnen komen.

Opsporing en Vervolging

Van Nota «Criminaliteitsbeheersing: investeren in een zichtbare overheid» naar het Veiligheidsprogramma «Naar een veiliger samenleving»

De uitvoering van de nota «Criminaliteitsbeheersing» is door het Veiligheidsprogramma «Naar een veiliger samenleving» van 16 oktober 2002 ingehaald. Dit programma geeft de doelstellingen op het gebied van veiligheid voor 2006 weer en de wijze waarop deze kunnen worden bereikt. Samenwerking met de korpsen, de medeoverheden en andere betrokken partijen is daarbij van groot belang. Inmiddels is een Landelijk Kader Nederlandse Politie 2003–2006 met de korpsbeheerders overeengekomen, dat landelijke resultaatafspraken voor de politie bevat. De afspraken zijn gemaakt op prestatieniveau (output). Dit zijn afspraken over prestaties die de politie zelf kan beïnvloeden. Er zijn prestatieafspraken met concrete streefwaardes vastgelegd. Op het terrein van opsporing is bijvoorbeeld in lijn met de nota Criminaliteitsbeheersing de resultaatafspraak geformuleerd dat het aantal verdachten waarvan een proces-verbaal aan het OM wordt aangeboden (rechtbankzaken) over 2006 is gestegen met 40 000 ten opzichte van het aantal in 2002.

Het landelijke kader zal voor de zomer van 2003 worden uitgewerkt in regionale convenanten die resultaatsafspraken tussen de ministers en de korpsen bevat. In deze regionale convenanten wordt vastgelegd in welke mate elk korps gaat bijdragen aan de doelstellingen uit het landelijk kader. De regionale afspraken bevatten dezelfde prestatie-indicatoren als het landelijk kader, maar dan met regionale basis- en streefwaardes, die bepaald zijn op basis van de regionale situatie. De doelstellingen van alle korpsen gezamenlijk dienen minimaal te leiden tot het realiseren van de landelijke doelstellingen.

De evaluatie kernteams is verwerkt in de nota Landelijke en bovenregionale recherche die in februari 2002 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Verder is de evaluatie gebruikt in het Veiligheidsprogramma, waar het de organisatie van de nationale en bovenregionale recherche betreft.

Plan van aanpak drugssmokkel Schiphol

In januari 2002 heeft het Kabinet het plan van aanpak drugssmokkel Schiphol aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 2001–2002, 28 192, nr. 1). In dit plan van aanpak was een pakket aan maatregelen opgenomen ten behoeve van de aanpak van de smokkel van drugs door koeriers via Schiphol. Naast maatregelen van wetgevende aard, bevatte het plan maatregelen ter uitbreiding van: de dententiecapaciteit, van het Schipholteam, de douane, het Openbaar Ministerie te Haarlem, de rechtbank te Haarlem en het gerechtshof te Amsterdam. Ook moest voor deze diensten, met uitzondering van het hof te Amsterdam, werkruimte op Schiphol worden gerealiseerd en moest worden voorzien in een cellencomplex aldaar. Daarnaast waren er maatregelen die toezagen op samenwerking tussen het Schipholteam en de KLM en op de samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk.

Doel van al deze maatregelen was enerzijds de problematiek van de drugskoeriers bij de bron aan te pakken en anderzijds intensivering van de controle-activiteiten op de luchthaven Schiphol teneinde daarvan een zodanig ontmoedigende werking uit te laten gaan richting de drugskoeriers en de organisaties daarachter dat de omvang van de problematiek tot beheersbare proporties zou worden teruggebracht. Daarnaast mochten aangehouden drugskoeriers niet wegens gebrek aan detentiecapaciteit worden heengezonden.

Lopende het jaar bleek al snel dat het hier om uiterst weerbarstige materie ging, die niet op zeer korte termijn beheersbaar bleek. Het aantal aangehouden drugskoeriers nam niet af. De koeriers en met name de organisaties daarachter reageerden erg alert op de getroffen maatregelen. Aan het eind van het jaar 2002 moest dan ook worden geconstateerd dat, ondanks alle getroffen maatregelen, de doelstelling van het plan van aanpak nog niet was gerealiseerd, behoudens het feit dat vanaf het moment van indiening van het plan van aanpak geen enkele aangehouden drugskoerier wegens capaciteitsgebrek is heengezonden.

In het kader van het project implementatie Plan van aanpak bestrijding drugssmokkel Schiphol zijn in 2002 voorts de volgende resultaten bereikt. Per 31 december 2002 zijn 783 plaatsen in noodvoorzieningen gecreëerd, waaronder 138 plaatsen in een eerste lijn medische noodvoorziening te Bloemendaal, alwaar aangehouden bolletjesslikker onder medisch toezicht en begeleiding schoon kunnen worden. Voorts zijn in Roermond 191 plaatsen gecreëerd en in Kamp van Zeist en Noorderzand 394 respectievelijk 60 plaatsen. Om deze noodvoorzieningen mogelijk te maken, is een tijdelijke wet ingediend en in werking getreden.

Zowel het Schipholteam als de douane, het Openbaar Ministerie te Haarlem, de rechtbank te Haarlem en het hof te Amsterdam zijn uitgebreid. Voor deze diensten, met uitzondering van het hof te Amsterdam, zijn op Schiphol-Oost een gerechtsgebouw en andere gebouwelijke voorzieningen gerealiseerd en in gebruik genomen. Verder is een cellencomplex gerealiseerd met een capaciteit van 106 cellen (58 politiecellen en 48 noodvoorziening) en 24 passantenverblijven. In verband met het aanbrengen van extra voorzieningen ten behoeve van de brandveiligheid, zal dit complex eind maart 2003 in gebruik worden genomen.

Dankzij de capaciteitsuitbreiding van de betrokken organisaties en de realisatie van de noodvoorzieningen konden de controles op Schiphol worden geïntensiveerd. In het jaar 2002 zijn in totaal 2165 drugskoeriers aangehouden, waarvan 867 bolletjesslikkers. Daarbij is 6343 kg. drugs in beslag genomen.

Om al deze aangehouden drugskoeriers in de gehele justitiële keten te kunnen verwerken, is aanvullende wet- en regelgeving tot stand gebracht (wet inzake verruiming van bevoegdheden van de politierechter in eerste aanleg en van de enkelvoudige rechter in hoger beroep, wet inzake tenuitvoerlegging van de bewaring in politiecellen en de algemene maatregel van bestuur inzake de overdracht van strafzaken van de rechtbank Haarlem en het hof Amsterdam aan andere rechtbanken c.q. hoven) en is het requireerbeleid van het Openbaar Ministerie te Haarlem aangepast. In het kader van de samenwerking binnen het Koninkrijk is een protocol gesloten, dat na de verkiezingen in de landen van het Koninkrijk op 25 september 2002 een vervolg heeft gekregen in nieuwe afspraken tussen de landen. Ter uitvoering van de gemaakte afspraken is door Nederland scanapparatuur, apparatuur, personeel, honden, trainingen e.d. aan de Nederlandse Antillen en Aruba verstrekt.

Als laatste is de publiek-private samenwerking tussen het Schipholteam en de KLM gerealiseerd. Vanaf 15 april 2002 worden op Schiphol pre-flight controles gehouden.

In aanvulling op het plan van aanpak zijn, gegeven de niet afnemende stroom van drugskoeriers, eind 2002 aanvullende maatregelen getroffen. Zo is er een speciaal rechercheteam in het leven geroepen, een criminaliteitsbeeldanalyse opgesteld en een «sturingsbureau» in het leven geroepen, waarin het Openbaar Ministerie, de Koninklijke Marechaussee, de Douane en de Dienst Justitiële Inrichtingen nauw samenwerken. In het verlengde daarvan zijn maatregelen getroffen ter regulering van de instroom van de drugskoeriers.

Voor het realiseren van alle maatregelen was in het plan van aanpak een voorlopige inschatting gemaakt van de daarmee gepaard gaande kosten. Bij Voorjaarsnota is het geraamde bedrag van € 50 miljoen verhoogd tot een bedrag van € 79,9 miljoen. De uitvoering van alle hiervoor genoemde maatregelen is binnen dit beschikbare budget gebleven.

Kwaliteit opsporing

Behalve de kwantitatieve uitbreiding is ook geinvesteerd in verdere kwaliteitsverhoging van de recherchefunctie. In dat kader is de regeling Buitengewoon Opsporingsambtenaren in 2002 geëvalueerd. Het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar beoogt de veiligheid in de samenleving te garanderen door het toekennen van opsporingsbevoegdheden aan betrouwbare en bekwame buitengewoon opsporingsambtenaren. In mei 2002 is er een nieuwe functielijst gepubliceerd, waarin het aantal boa-functies is teruggebracht van 400 naar 15. Door deze nieuwe lijst zijn de bevoegdheden van de boa's uitgebreid, waardoor zij flexibeler inzetbaar zijn en op meer taken kunnen handhaven.

In 2002 is ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van de opsporing door het ABRIO-programmabureau in samenwerking met het Openbaar Ministerie en de korpsen een aantal concrete producten opgeleverd. Deze producten concretiseren een aantal processtappen van het Referentiekader Werkprocessen Opsporing en Vervolging (RWOV) en verhogen daarmee de standaardisering van de werkprocessen binnen de opsporing en vervolging. Met de doorontwikkeling en de daadwerkelijke implementatie van het RWOV zijn in 2002 in totaal 13 korpsen/parketten van start gegaan. De ervaringen die in deze korpsen/parketten worden opgedaan met de implementatie van een zo'n ingrijpend procesmodel, zullen worden gebruikt ten behoeve van de implementatie van het RWOV bij de andere korpsen/parketten.

Daarnaast is in juli 2002 het advies uitgebracht door de stuurgroep Particuliere recherche naar de Tweede Kamer gezonden. Inmiddels is begonnen met de implementatie van de voorstellen uit het advies. Doelstellingen van het implementatietraject zijn onder meer: het verder gestalte geven aan de normering van de werkzaamheden van de particuliere recherchebureaus; het uitbreiden van de werkingssfeer van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) en het verbeteren van (de kwaliteit van) het toezicht.

Verder is in 2002 het Functioneel OM opgebouwd, zodat het vanaf 1 januari 2003 operationeel is.

Vanaf die datum is het Functioneel OM aanspreekbaar voor ketenpartners, en in samenwerking met de BOD-en, verantwoordelijk voor opsporing en vervolging van zaken op het gebied van milieu, economie en fraude. De kerntaak van het Functioneel OM komt voort uit deze gedachte en omvat het gericht en doelmatig leiding geven aan de strafrechtelijke handhaving gerelateerd aan de bijzondere opsporingsdiensten.

In 2002 is gewerkt aan het vormgeven van de organisatie. Vanaf 1 januari 2003 worden de eerste zaken gedaan.

Specifieke vormen van criminaliteit

In de Europese Unie hebben besprekingen plaatsgevonden om te komen tot oprichting van een 24 uur/7dagen per week operationeel netwerk van meldpunten ter bestrijding van Cybercrime. Voor de verdere opleiding van de contactpersonen en de verbetering van logistieke aspecten van de meldpunten zal medefinanciering te Brussel worden besproken. Ook de voorbereiding en de implementatie van het Cybercrime-verdrag zullen de nodige middelen vergen.

Het beleid om het prostitutiebeleid landelijk te monitoren is in 2002 voortgezet. Op 8 oktober 2002 is het evaluatierapport over de effecten van de opheffing van het bordeelverbod aan de Tweede Kamer aangeboden. In februari 2003 is de kabinetsreactie naar aanleiding van dit rapport naar de Tweede Kamer gezonden.

In 2002 is een aanvang gemaakt met het opzetten van een landelijk dekkend netwerk van professioneel werkende antidiscriminatiebureaus. Hiertoe is via de «Stimuleringsregeling professionalisering antidiscriminatiebureaus» subsidie verstrekt aan verschillende antidiscriminatiebureaus in Nederland.

Ook het afgelopen jaar heeft Nederland een actieve bijdrage geleverd aan de voortgaande discussies in Europa over de bestrijding van misbruik van en fraude tegen de financiële belangen van de EG. Zo heeft de regering in juni 2002 een uitvoerige reactie aan de Europese Commissie aangeboden over het Groenboek betreffende de instelling van een Europees aanklager voor de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de EG (TK, 22 112, nr. 237) Ook de operationele samenwerking tussen het Openbaar Ministerie en de fraudebestrijdingsdienst van de Europese Commissie (OLAF) verloopt goed.

In 2002 is de implementatie van de gewijzigde EU-richtlijn «witwassen» afgerond en is een onderzoeksvoorstel geformuleerd voor de evaluatie van de meldketen ongebruikelijke transacties. Het evaluatieonderzoek is in januari 2003 ter hand genomen.

Gerechtskosten

Ondanks het feit dat het budget in 2002 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting enkele malen is opgehoogd, is op het gerechtskostenbudget een aanzienlijke overschrijding gerealiseerd. De ontwikkelingen op de telecommunicatiemarkt, de toename van het aantal complexe, grootschalige strafzaken, de extra opsporingsinspanningen na 11 september 2001 en 6 mei 2002 en de extra kosten als gevolg van het kwaliteitstraject voor de tolken en vertalers zijn hieraan met name debet. In 2002 is een traject in gang gezet dat tot doel heeft te komen tot een betere beheersing van de gerechtskosten en dat in 2003 tot uitvoering van concrete maatregelen op dat vlak moet leiden.

Samenwerking

In alle arrondissementen zijn arrondissementale justitiële beraden van start gegaan, waarin de justitiële organisaties op strategisch niveau de (gezamenlijke) bijdrage aan het lokaal en regionaal veiligheidsbeleid afstemmen. Ook de politie, en in sommige gevallen het bestuur, nemen aan de beraden deel.

Uit de eerste tussenrapportages is gebleken dat de beraden steeds duidelijker vorm en inhoud hebben gekregen, waardoor het gecoördineerde justitieoptreden beter mogelijk wordt gemaakt.

Het Veiligheidsprogramma, waarin is bepaald dat de beraden in 2005 bindende afspraken moeten hebben gemaakt over de inzet van de samenwerkende organisaties voor effectief justitieel optreden, geeft hieraan nog een extra impuls.

Ten aanzien van de intensivering van de samenwerking in internationale verband is de komst van Eurojust van belang. Met de publicatie van het Raadsbesluit betreffende de oprichting van Eurojust op 6 maart 2002, is Eurojust in zijn definitieve vorm van start gegaan. Conform de besluitvorming van de Europese Raad van Laken, waarbij Eurojust voorlopig werd toegewezen aan Nederland, is de organisatie in december 2002 in Den Haag operationeel geworden.

Een andere middel waarmee de internationale strafrechtelijke samenwerking wordt bevorderd is de inzet van gemeenschappelijke onderzoeksteams. Het EU rechtshulpverdrag biedt een formeel juridische basis voor de vorming van «joint teams» met de opsporings- en vervolgingsdiensten uit de verdragslanden. Hiermee wordt het instrumentarium voor de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit verder uitgebreid.

Vooruitlopend op het inwerkingtreden van het EU rechtshulpverdrag heeft Nederland tezamen met Frankrijk binnen de huidige wettelijke en verdragsrechtelijke mogelijkheden een viertal gemeenschappelijke onderzoeken afgerond. Hoewel een meer uitvoerige evaluatie zal volgen, wordt reeds nu aangegeven dat er zich bij de gezamenlijke onderzoeken geen grote knelpunten hebben voorgedaan. Wel zal in algemene zin de voorlichting aan betrokken ketenpartners worden geïntensiveerd.

Sancties

Sanctiecapaciteit

De prognoses voor de behoefte aan sanctiecapaciteit van 2002 hebben de stijgende capaciteitsbehoefte nogmaals bevestigd. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brieven van 17 juni 2002 en 2 juli 2002. Hierin waren vervat de WODC-prognoses, een doorrekening van de capaciteitsbehoefte – voor wat betreft het strafrechtelijke deel van het gevangeniswezen – bij voortzetting van het beleid van het voorafgaande jaar (op verzoek van de Kamer), en de adviezen over het prognosemodel van justitie.

De nijpende actuele capaciteitstekorten in het Gevangeniswezen kwamen in 2002 onder meer tot uiting in onwenselijk grote aantallen Incidenteel Versneld Ontslag uit detentie, Strafonderbrekingen, en vroegtijdige beëindiging van de vreemdelingenbewaring. Tegen deze achtergrond zijn in de loop van 2002 reeds capaciteitsuitbreidingen gestart.

Sanctiestelsel

De beleidsvoornemens in het Strategisch Akkoord 2002 op het terrein van de criminaliteitsbestrijding en de aanpak van illegale vreemdelingen, hebben de capaciteitsbehoefte met name in het gevangeniswezen (inclusief vreemdelingenbewaring) nog eens extra vergroot. Het Veiligheidsprogramma van het kabinet kwam daarbij in de plaats van en vormde een intensivering ten opzichte van de nota Criminaliteitsbeheersing.

De minister van Justitie heeft bij brief van 16 oktober 2002 de Tweede Kamer een veelvoud van maatregelen in het vooruitzicht gesteld, om per 2008 zo'n 5000 sanctieplaatsen te realiseren, waarvan een deel door middel van vraagvermindering.

Deze maatregelen worden sinds eind 2002 uitgewerkt in het project Modernisering Sanctietoepassing. De financiering vindt plaats uit de Veiligheidsenveloppe. De maatregelen variëren van capaciteitsuitbreiding, via meerpersoonscelgebruik en ruimere toepassing van Elektronisch Toezicht onder meer in combinatie met taakstraffen, tot aanpassingen in het sanctiestelsel zoals meer afdoeningsmogelijkheden voor het OM en de nieuwe regeling van de Voorwaardelijke Invrijheidsstelling.

De realisatie van de tbs-capaciteit is in 2002 ten opzicht van de begroting met 23 plaatsen achtergebleven waarvan 2 plaatsen in de Rijkssector en 21 in de particuliere sector. De voornaamste oorzaak is het nog niet gereed zijn van nieuw te bouwen capaciteit. Deze capaciteit zal overigens in 2003 wel beschikbaar zijn.

Ondanks dit gegeven is de taakstelling om 95,5 % van de gemiddelde formele capaciteit in gebruik te hebben behaald.

Forensische zorg

In 2002 is het programma forensische zorg opgestart. Hoofddoel van het programma is het vergroten van de maatschappelijke veiligheid door het verminderen van de recidive van justitiabelen met psychische stoornissen. Onder recidive wordt herhaling van het delict verstaan in dezelfde mate van ernst of ernstiger dan het delict waarvoor de veroordeling plaatsvond.

Het programma betreft een ieder die een straf of maatregel opgelegd heeft gekregen of in een huis van bewaring op een rechterlijke uitspraak wacht. De problematiek van de delinquenten staat daarbij centraal, niet de justitiële titel. Het is deze problematiek, bestaande uit psychische stoornissen die onder omstandigheden kunnen leiden tot het plegen van criminaliteit, die moet worden aangepakt. In het programma wordt het onderscheid tussen gedetineerden en tbs-gestelden daarom alleen gemaakt indien de institutionele context een voor hen verschillende benadering vraagt.

Een belangrijk doel is om te komen tot een niet-vrijblijvende samenwerking tussen Justitie en instellingen van de geestelijke gezondheidszorg. Dit om de door- en uitstroom te bevorderen. Justitie en de geestelijke gezondheidszorg zijn immers in deze gemeenschappelijk verantwoordelijk voor de behandeling van forensische patiënten.

Thans worden veel activiteiten opgezet die in samenhang tot elkaar staan. De belangrijkste daarvan zijn onder meer het creëren van voorzieningen voor onbehandelbare tbs-gestelden (longstay) en het oprichten van een expertisecentrum voor de forensische psychiatrie, dat gecoördineerd onderzoek kan uitvoeren naar onder meer de effectiviteit van de behandeling in tbs-inrichtingen. Een ander belangrijk onderdeel van het programma is het verbeteren van de toezichts-, sturings- en verantwoordelijkheidsrelatie tussen de minister van Justitie en de inrichtingen waarin de tbs-maatregel ten uitvoer wordt gelegd.

Binnen het gevangeniswezen is het uitvoeren van voorbeeldprojecten aan de orde waarin de zorg in detentie wordt uitgebreid met een behandelaanbod. Dit aanbod wordt gerealiseerd door forensische poliklinieken en ambulante instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. De behandeling is met name gericht op het verminderen van psychische problemen van gedetineerden en het beperken van het recidivegevaar bij voornamelijk de plegers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.

Effectiviteit

Om de recidive na detentie te reduceren is in 2002 een gericht beleidsprogramma Terugdringing Recidive gestart. In het kader van dat programma, wordt onder andere een screeningsinstrument ontwikkeld om te bepalen welke gedetineerden voor een intensief reïntegratietraject in aanmerking komen. Op basis van die screening wordt een reïntegratieplan opgesteld waarin effectieve gedragsinterventies zijn voorzien. In 2002 is een begin gemaakt met het doorlichten van bestaande interventies in Nederland. Tevens hebben verkenningen plaatsgevonden van veelbelovende interventies in het buitenland. Verder is een model uitgewerkt voor een betere samenwerking tussen het gevangeniswezen en de reclassering in het kader van de reïntegratie van gedetineerden. Tenslotte heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de knelpunten in de aansluiting van justitiële reïntegratietrajecten op maatschappelijke nazorgvoorzieningen.

Het beleid dat betrekking heeft op het terugdringen van recidive zal met voorrang worden ingezet bij gedetineerde veelplegers. Inmiddels is wetswijziging in voorbereiding genomen om een langere detentie mogelijk te maken.

Uitbreiding capaciteit Justitiële Jeugdinrichtingen

De realisatie van de gemiddelde formele capaciteit justitiële jeugdinrichtingen komt in 2002 voor het totaal van opvang en behandeling overeen met de begroting. Bezien naar opvang en behandeling afzonderlijk is er sprake van verschillen in die zin dat opvangcapaciteit hoger uitkomt en de behandelcapaciteit lager. In nominale aantallen is de jeugdcapaciteit in 2002 toegenomen met 216 plaatsen. De uitbreiding is vooral toe te schrijven aan de nieuwbouw in Den Helder en de inkoopplaatsen van Glen Mills. Vanwege vooral de personele problematiek kon een deel van de capaciteit niet gebruikt worden.

Verbetering effectiviteit Jeugdsancties

In 2002 is gewerkt aan het opstellen van een actieprogramma «Jeugd Terecht» dat beoogt de jeugdcriminaliteit in de periode 2003–2006 terug te dringen. Een van de deelprogramma's richt zich op de jeugdsancties. In dit deelprogramma worden activiteiten en projecten gebundeld, die enerzijds in het teken staan van het totstandbrengen van een transparant, eenduidig en evenwichtig jeugdsanctiestelsel en anderzijds van het in kaart brengen en verbeteren van de effectiviteit van sanctiemodaliteiten.

Jeugdcriminaliteit

Vernieuwing beleid jeugdcriminaliteit

Het vorige kabinet heeft in het voorjaar met de nota «Vasthoudend en effectief» haar visie gegeven op de aanpak van jeugdcriminaliteit. Daarmee werd beoogd een nieuwe impuls te geven aan een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit. In het Strategisch Akkoord heeft dit kabinet de bijzondere aandacht voor het verschijnsel van de toenemende jeugdcriminaliteit benadrukt. Het kabinet heeft daarbij voor de aanpak van jeugdcriminaliteit eigen accenten gezet die het belang van snel optreden, heropvoeding en een gerichte aanpak van jeugdige veelplegers betreffen. Jeugd is ook speerpunt in het veiligheidsprogramma «Naar een veiliger samenleving» dat op 16 oktober 2002 aan de Tweede Kamer is aangeboden. De daarin geschetste contouren zijn uitgewerkt in het actieprogramma aanpak jeugdcriminaliteit «Jeugd Terecht», waarbij aansluiting is gezocht bij de voorstellen uit de nota «Vasthoudend en effectief». Het actieprogramma is op 16 december 2002 aangeboden aan de Tweede Kamer en is inmiddels in uitvoering genomen. De aanpak van jeugdcriminaliteit in dit programma richt zich op het voorkomen van eerste delicten en het terugdringen van recidive. De aanpak is concreet en gedifferentieerd naar dadercategorie met bijzondere aandacht voor het stevig aanpakken van jeugdige veelplegers, het voorkomen dat jongeren een criminele loopbaan ontwikkelen, het verkleinen van het aandeel criminele jongeren uit etnische minderheidsgroepen en het aanpakken van jeugdcriminaliteit in groepsverband.

De acties, zoals opgenomen en het programma, worden in samenhang voorbereid en geïmplementeerd. Belangrijk uitgangspunt voor het beleid daarbij is dat de acties in nauwe samenwerking met de betrokken ketenorganisaties in gang worden gezet en dat daarbij afspraken worden gemaakt over de te behalen resultaten.

Preventie en repressie

Alle arondissementen hebben inmiddels een aanbod van de Individuele Traject Begeleiding (ITB) voor harde kernjongeren. Voor licht criminele jongeren die tot etnische minderheden behoren bestaat een afzonderlijke ITB-variant, de zogeheten ITB-Criem. Deze variant van ITB kan vooralsnog slechts worden toegepast in de 25 grote steden (G25), aangevuld met gemeenten behorend tot de G17. Op basis van een onderzoek van naar de oorzaken van de tegenvallende instroom in deze trajecten, is een plan ter verbetering in het actieprogramma aanpak jeugdcriminaliteit «Jeugd Terecht» gepresenteerd.

Verkorting doorlooptijden jeugdstrafrechtketen

Het verkorten van de doorlooptijden heeft inmiddels bij alle ketenpartners prioriteit. Belangrijke resultaten zijn de ontwikkeling van een landelijk overdrachtsformulier jeugd, het justitieel casusoverleg-jeugd, vaststelling van de inrichting en functioneren van het platform jeugdcriminaliteit, ontwikkeling van een landelijke periodieke rapportage en vaststelling normtijden voor hoger beroep. Het doel van het project doorlooptijden is ervoor zorg te dragen dat in 2003 de gestelde normtijden voor de afhandeling van jeugdtaken worden gerealiseerd. De verdere monitoring en voortgang van de activiteiten zullen vervolgens worden ondergebracht in een van de deelprogramma's van het actieprogramma «Jeugd Terecht».

In onderstaande tabel zijn de tot dusverre behaalde resultaten weergegeven. Omdat op dit moment wordt gewerkt aan het consolideren van de gegevens over het gehele jaar 2002 is het alleen mogelijk om op basis van de meest recente gegevens over 2002 en de gegevens over 2001 en 2000 (zie onderstaande tabel) enkele conclusies te trekken over de resultaten van het project «Verkorting Doorlooptijden Jeugdstrafrechtsketen».

Tabel landelijke realisatie aantal jeugdzaken op de gestelde normtijden in het jaar 2000, 2001 en de eerste maanden van 2002
Norm200020012002
Haltverwijzing door politie binnen 5 dagenXX29,1%
Start Halt werkzaamheden binnen 2 maanden na eerste verhoorXX52,8%
Inzending pv door politie binnen 1 maand na eerste verhoor42,6%43,6%45,6%
Beoordeling OM binnen 3 maanden na eerste verhoor33,1%37,9%47,7%
Uitvoer basisonderzoek binnen 40 dagen na ontvangst melding27,0%27,0%35,0%
Rechtbankzaken die binnen 6 maanden na eerste verhoor een eindvonnis kennen37,7%35,5%39,4%
Taakstraf uitgevoerd binnen 160 dagen na melding bij raad67,0%66,0%72,0%
Normen binnen de organisatie200020012002
Beoordeling OM binnen 2 maanden na instroom proces-verbaal59,0%63,0%71,6%
Start Halt werkzaamheden binnen 55 dagen na ontvangst Halt-verwijzingXX73%

Voor politie, OM en rechtbankzaken hebben de gegevens betrekking op de eerste 10 maanden van 2002 en voor de Raad van de Kinderbescherming en Halt op de eerste 8 maanden van 2002. Om de voortgang binnen Halt en het OM te kunnen volgen worden de meetmomenten inzake «Normen binnen de organisatie» aanvullend weergegeven.

Uit de tabel blijkt dat historisch gezien een versnelling plaatsvindt. Meer zaken zijn binnen de normtijden afgedaan. (X= geen gegevens). Naar verwachting is de versnelling in laatste maanden van 2002 doorgezet.

Jeugdzorg

Efficiencyverbetering gezinsvoogdij

In 2002 is de analyse van de knelpunten in de kinderbescherming afgerond. Dit heeft geresulteerd in het besluit de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en de kinderbeschermingswetgeving zodanig aan te passen dat het accent meer komt te liggen bij het belang van het kind. Voorts zullen condities worden gecreëerd voor een regelmatige toetsing van de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen op het niveau van de casuïstiek en de kwaliteit, en van de effectiviteit van de jeugdbescherming. Tenslotte is besloten de rechtspositie van jeugdigen, ouders en belanghebbenden te verduidelijken. Bij de uitvoering van deze voornemens wordt rekening gehouden met de veranderingen als gevolg van de Wet op de jeugdzorg en de resultaten van het zogeheten Deltaplan Gezinsvoogdij op het gebied van de kwaliteitsverbetering van de gezinsvoogdij. Dit besluit betekent dat er geen nieuwe maatregelen voor kinderbescherming aan het bestaande stelsel worden toegevoegd.

In 2002 is de uitvoering van het Deltaplan gezinsvoogdij van start gegaan. Het plan voorziet in een strakkere methodische aanpak, waarbij duidelijke kindgerichte doelen worden gesteld.

Deze aanpak wordt in vier pilots beproefd, waarbij de caseload van de aan de pilots deelnemende gezinsvoogden is verlaagd ten opzichte van de landelijke normen. Om de effectiviteit van deze werkwijze te kunnen beoordelen worden de pilots wetenschappelijk geëvalueerd. Voorts is voorzien in een kostprijsonderzoek. Op basis van de resultaten van de pilots, die in de loop van 2004 beschikbaar zullen komen, zal worden bezien of de nieuwe methodiek landelijk kan worden ingevoerd.

Capaciteitsvergroting gezinsvoogdij-instellingen

Naar aanleiding van de motie De Graaf (TK 2000–2001, 27 400 VI, nr. 25) en vervolgens het amendement Kalsbeek (TK, 2000–2001, 27 400 VI, nr. 13) is in totaliteit een bedrag van € 17,2 miljoen (€ 3,6 miljoen en € 13,6 miljoen) toegevoegd aan operationele doelstelling 3.4.2. (jeugdbescherming). Deze middelen zijn (en worden) ingezet om, door middel van de geleidelijke uitbreiding (2001–2003) van de contacttijd gezinsvoogden, de kwaliteit van de uitvoering van de gezinsvoogdij te vergroten. In 2002 is een bedrag van € 11,8 miljoen aan de instellingen ter beschikking gesteld, waarmee zij in staat werden gesteld extra gezinsvoogden aan te stellen.

Implementatieprogramma Wet op de jeugdzorg

Beoogd was de Wet op de jeugdzorg (Wjz) per 1 januari 2003 in te voeren. Voor de planning van de activiteiten wordt nu uitgegaan van de invoeringsdatum van 1 januari 2004. De kern van het wetsvoorstel is de invoering van de bureaus jeugdzorg. In alle provincies komt één onafhankelijke stichting met regionale vestigingen. Bij de invoering moeten de bureaus wat de inrichting en de werkuitvoering betreft voldoen aan de wettelijke eisen. Van groot belang daarbij is dat het indicatieproces aan minimale kwaliteitseisen voldoet. Het aantreden van het nieuwe kabinet is aanleiding geweest om nog eens te bezien of aanpassingen in het wetsvoorstel nodig zijn. Dit heeft geleid tot een aanscherping van de taken van het bureau jeugdzorg waaronder de positionering van de jeugdreclassering. Dit heeft haar neerslag gekregen in een Nota van wijziging die eind 2002 aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Criminaliteitspreventie

Naast de preventieve maatregelen gericht op jeugdigen was de aandacht in 2002 geconcentreerd op de onderwerpen bedrijfsleven en geweld.

Bedrijfsleven

Om beter zicht te krijgen op aard en omvang van de criminaliteit tegen het bedrijfsleven is in 2002 de Monitor Bedrijven en Instellingen ontwikkeld en uitgevoerd. Het Keurmerk Veilig Ondernemen – een middel om op het niveau van bedrijventerreinen en winkelcentra meer veiligheid te creëren – is via een stimuleringsregeling onder de aandacht van de doelgroep gebracht. Naast deze initiatieven die zich richten op de preventie van commune criminaliteit is ook aandacht besteed aan de preventie van georganiseerde vormen van criminaliteit.

Op 18 juni 2002 is de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (BIBOB) door de Eerste Kamer aanvaard. Op 1 september 2002 is het Bureau BIBOB ingesteld. Op 1 juni 2003 zal de wet BIBOB volledig in werking treden en kunnen bestuursorganen van het instrument gebruik maken.

Geweld

Zowel ten aanzien van geweld op straat als van huiselijk geweld hebben in 2002 activiteiten plaatsgevonden. In de maanden juli en augustus 2002 is via het circuit van Postbus 51 voor de tweede keer een massamediale campagne gevoerd tegen geweld op straat. In april 2002 is de nota Privé Geweld – Publieke Zaak aan de Tweede Kamer gepresenteerd (TK 2001–2002, 28 345) over de aanpak van huiselijk geweld. Eind 2002 werd de Tweede Kamer geïnformeerd over een onderzoek naar huiselijk geweld in allochtone kring.

Wijkprogramma's Jeugd

De ontwikkeling van wijkprogramma's «Communities that Care» (CtC) en «Opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering» (O&O) is in 2002 voortgezet door de ministeries van Justitie en Volksgezondheid Welzijn en Sport. Deze strategieën richten zich op het signaleren en aanpakken van opvoedingsproblemen om later probleemgedrag te voorkomen. In april 2002 heeft de commissie Opstelten geadviseerd de eerste strategie, CtC, geleidelijk uit te breiden naar 25 à 50 probleemwijken in tien jaar. Nadere besluitvorming over uitbreiding zal worden genomen in het kader van de operatie JONG.

Vreemdelingenbeleid

De gemiddelde doorlooptijd van de verzoeken die na de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 zijn ingediend is veel lager dan de wettelijke termijn van 6 maanden. Over 2002 is 60% tot 70% van de aanvragen binnen deze wettelijke termijn afgehandeld. In 20% is de termijn langer, onder meer als gevolg van een besluitmoratorium of een onderzoek door derden. De betere procedure komt tot uitdrukking in het lagere aandeel van de beschikkingen dat in 2002 is vernietigd door de rechter, 16% waar 25% was begroot.

Het capaciteitsbeslag in de opvang daalde gedurende 2002 van 87 210 naar 72 346 en komt daarmee – door een tegenvallende uitstroom uit de opvang – 7891 hoger uit dan begroot.

Bij het opstellen van de begroting 2002 zijn aan DJI middelen beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van de vreemdelingencapaciteit in de Randstad. Het gaat hier om 116 plaatsen welke per 1 maart 2002 gefaseerd in gebruik zijn genomen. Voor deze capaciteitsuitbreiding is voor 2001 en 2002 sprake van tijdelijke financiering.

Door de stijgende instroom regulier heeft in 2001 een structurele uitbreiding van de capaciteit van de IND plaatsgevonden. In 2002 is de(ze) IND capaciteit enerzijds aangewend om de reguliere aanvragen tot toelating te kunnen behandelen en anderzijds om de voorraden bezwaar terug te dringen. De instroom regulier is in 2002 aanzienlijk gestegen (MVV en VVR: totale instroom van 80 000) ten opzichte van de raming 2002 (totaal 59 500).

Voor het wegwerken van de voorraden bezwaar asiel is het noodzakelijk dat de IND gebruik maakt van tolken. Hiervoor zijn voor 2002 extra middelen toegekend. De beginvoorraad 2002 asiel bezwaar bedroeg 34 661. Naast een instroom van 7 388 bezwaren is in 2002 een productie gerealiseerd van 34 991. Hierdoor is de voorraad bezwaar aan het eind van 2002 op 7 058 uitgekomen. Dit is conform de raming voor 2002.

Uitvoering vreemdelingenwet 2000

In 2002 zijn de behandelkantoren in Den Bosch, Rijswijk en Zwolle in gebruik genomen. De IND is verantwoordelijk voor de huisvesting van zowel haar eigen organisatie als de ketenpartners. Voor 2002 en volgende jaren zijn daarvoor aanvullende middelen aan de IND ter beschikking gesteld (€ 9,6 miljoen voor de komende jaren). Ook hier staan besparingen in de opvang tegenover. De aanpassing leidt tot een verdere verkorting van de doorlooptijden, omdat de tijd tussen aanmelding in het AC en het nader gehoor in het behandelkantoor wordt teruggebracht.

In de loop van 2001 is het vierde aanmeldcentrum in Ter Apel operationeel geworden. Vanaf 2001 zijn hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld. Ondanks de lage instroom blijven alle vier de AC's operationeel, enerzijds om voorbereid te zijn op een plotselinge stijging van de instroom, anderzijds kan hierdoor een hoger AC afdoeningspercentage worden gerealiseerd dan geraamd. Dit leidt tot besparingen op de kosten van opvang. Daarnaast worden door het personeel van de AC's in de zogenaamde daluren andere dan AC zaken afgehandeld. De doelstelling voor 2002 was het verhogen van het afdoeningspercentage in de AC-procedure naar 20%. Uiteindelijk is een percentage van gemiddeld 45% gerealiseerd in 2002. Tegenover de extra kosten van aanmeldcentra staan besparingen in de opvang.

De IND voldoet voor haar deel aan de doelstellingen die zijn geformuleerd in het kader van de verkorting van de MVV procedure. Om dit te bereiken heeft de IND in 2002 een pilot afgerond met betrekking tot de introductie en uitbreiding van elektronisch berichtenverkeer tussen de IND en de diplomatieke vertegenwoordigingen. Zowel de MVV aanvraag als de ingewilligde dan wel negatieve beschikking worden elektronisch verstuurd. Daarnaast is een nieuwe gestandaardiseerde procedure ingevoerd in 2002. Als laatste is in 2002 een start gemaakt met de voorbereiding van de verschillende toelatingstaken van de Vreemdelingendiensten (VD) aan de IND. Deze maatregel zal ertoe leiden dat de totale doelstelling om de MVV aanvragen binnen 3 maanden af te handelen kan worden gerealiseerd.

Een groot deel van de aanvragen is binnen de wettelijke termijn afgehandeld en veel voorraden zijn in omvang afgenomen. Daarnaast is in 2002 een aantal ontwikkelingen in gang gezet of zijn besluiten genomen die moeten leiden tot efficiënter werken in de gehele vreemdelingenketen, zoals de overname van administratieve taken van de Vreemdelingendienst.

Effecten beleid: Vertrek en Terugkeer

De Vreemdelingenwet 2000 biedt de mogelijkheid het terugkeerbeleid helder en effectief uit te voeren. De bestaande dossiers waarop de oude vreemdelingenwet van toepassing is zorgen voor een minder doorzichtige en tragere uitvoering. In dat kader en ten behoeve van de intensivering van de terugkeer van asielzoekers is op 10 juli 2002 het ketenbrede sturingsproject «Terugkeerbeleid oude vreemdelingenwet voor asielzoekers» van start gegaan. In dit project worden de – naar schatting 5500 – dossiers van asielzoekers op wie de oude vreemdelingenwet van toepassing is en die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning projectmatig behandeld. Dit vraagt een gezamenlijk en afgestemd handelen van het COA, de IND en de VD, die allen daarvoor capaciteit hebben vrijgemaakt.

Vanaf eind augustus 2002 zijn tot deze categorieën behorende asielzoekers door de VD gevorderd voor een terugkeergesprek met de IND. Het COA vraagt vervolgens aan de hand van de terugkeerdossiers via een civiele procedure toestemming voor ontruiming. Tot medio december 2002 zijn circa 900 terugkeergesprekken gevoerd. Het «niet-meewerken» is daarbij in circa 850 gevallen vastgesteld. Inmiddels zijn 303 personen daadwerkelijk vertrokken.

In totaal zijn over 2002 21 255 asielzoekers verwijderd, waarvan circa 16 100 verwijderingen onder de Vreemdelingenwet 2000 (circa 5 100 onder de oude vreemdelingenwet).

Er zijn maatregelen genomen om de informatievoorziening rond het terugkeertraject te verbeteren. De informatievoorziening is thans op orde, zodat vanaf 2003 het terugkeertraject en de verschillende stappen daarin beter gemonitord kunnen worden.

Implementatie ama-beleid en effecten nieuw beleid

Ten aanzien van de uitvoering van het ama-beleid zoals neergelegd in de brief aan de Tweede Kamer van 1 mei 2001 zijn in 2002 belangrijke stappen gezet (TK, 27 062, nr. 14). Er is een op terugkeer gerichte pilot ama-campus ingericht. De pilotperiode beslaat een jaar. De doelstelling van de ama-campus is ama's te motiveren tot daadwerkelijke terugkeer naar het land van herkomst. Daarnaast zijn de achterstanden op het gebied van leeftijdsonderzoek en de behandeling van de aanvragen om een vergunning zijn weggewerkt, worden ook kinderen onder de 12 jaar thans gehoord en zijn met enkele landen van herkomst belangrijke afspraken gemaakt over adequate opvang na terugkeer van minderjarigen. Gevolg van dit alles was dat de instroom van ama's zowel relatief als absoluut gezien, na een stijging aan het begin van het jaar, in 2002 is teruggelopen en gelijke tred heeft gehouden met de afname van de asielinstroom. In 2002 heeft een instroom van 3 232 ama's plaatsgevonden tegenover 5 951 ama's in 2001.

Capaciteitsgroei IND

De afdeling procesvertegenwoordiging van de IND voert verweer namens de minister voor Vreemdelingenzaken bij zaken die voor de rechter komen. In 2002 is de afdeling procesvertegenwoordiging van de IND uitgebreid (€ 5 miljoen) in verband met de uitbreiding van de Vreemdelingenkamer (VK). De uitbreiding van de VK komt voort uit het wegwerken van de oude werkvoorraden bij deze organisatie. Naar verwachting is deze achterstand bij de VK in 2005 weggewerkt. De capaciteit van de IND is zodanig uitgebreid dat deze gelijke tred heeft gehouden met de groei van de productie van de Vreemdelingenkamers. In 2002 is bij de IND een productie gerealiseerd van 48 943 zaken. In totaal waren 43 360 zaken gepland (inclusief geplande stijging in de aanbod vanuit VK in 2002 van ruim 12 000 zaken ten opzichte van 2001).

Terrorismebestrijding (1F-) unit

In het kader van de bestrijding van terrorisme zijn een aantal maatregelen genomen op het terrein van het vreemdelingenbeleid. Deze maatregelen zijn neergelegd in het actieplan terrorisme bestrijding en veiligheid. De maatregelen zien op het versterken van de buitengrenscontroles en het versterken van het mobiel toezicht vreemdelingen, intensivering van het aantal zogenaamde 1F-onderzoeken en geharmoniseerde uitvoering van het visumbeleid.

Voor 2002 en volgende jaren zijn aan de IND extra middelen toegekend voor de intensivering van het aantal zogenaamde 1F-onderzoeken. Hierbij gaat het om specialistisch, arbeidsintensief en vaak tijdrovend werk om asielaanvragen te beoordelen op mogelijke relatie met oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid, conform artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. In 2002 is een tweede unit opgezet en operationeel.

In Europees verband is in april 2002 een verordening aangenomen die toeziet op de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen. Het invoeren van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen zorgt voor een eenduidige controle. In de praktijk betekent dit dat de huidige 15 lidstaten van ongeveer 250 afzonderlijke modellen voor verblijf terug gaan naar één geharmoniseerd model verblijfstitel voor onderdanen van derde landen, die in een viertal uitvoeringsvarianten kan worden ingevoerd. De verordening maakt het gebruik van biometrische kenmerken in verblijfsdocumenten mogelijk. Het gebruik van biometrische kenmerken is echter beperkt tot gezichtsherkenning (pasfoto). Nederland heeft voorgesteld om de verordening aan te passen zodat van andere biometrische kenmerken in verblijfstitels gebruik kan worden gemaakt. Het voorstel wordt thans door de Commissie en de Lidstaten bestudeerd.

Door de toepassing van gezichtsherkenning in visa wordt een verband gelegd tussen de houder van het paspoort waar het visum in aan is gebracht en het visumsticker zelf. In de toekomst zou een gedigitaliseerde versie van de foto bij alle grensovergangen beschikbaar moeten zijn. De Raad heeft de Commissie gevraagd een haalbaarheidsstudie te doen naar een visadatabank. Een visadatabank maakt het mogelijk om alle visumaanvragen in een centraal systeem op te nemen.

Informatiehuishouding

Verbetering informatiehuishouding

De naar aanleiding van de Dover-zaak voorgenomen verbetering van de informatiehuishouding is in 2002 verder ter hand genomen. Dit heeft voor de Verwijs Index Personen (VIP) geresulteerd in verbeteringen in de randvoorwaardelijke sfeer, zoals het vergroten van de controleerbaarheid van de autorisaties voor de toegang tot de persoonsverwijzingen en maatregelen om de kwaliteit van de persoonsverwijzingen te waarborgen. Anderzijds heeft het geresulteerd in daadwerkelijke verbeteringen in de informatie-uitwisseling tussen de actoren in de strafrechtketen. Concrete voorbeelden hiervan zijn de gegevensuitwisseling met het NFI via de VIP en de opname van het vreemdelingennummer in de VIP, de eerste stap in de elektronische gegevensuitwisseling tussen de strafrechtketen en de vreemdelingenketen. Daarnaast was in 2002 een aantal aansluitingen in voorbereiding die in 2003 pas geëffectueerd kunnen worden. Verder is voor een aantal actoren in de strafrechtketen een vooronderzoek gestart om vast te stellen hoe op een zinvolle wijze een aansluiting van de systemen van de actoren op de VIP kan worden gerealiseerd. Het operationeel en tactisch beheer is adequaat ingebed bij het CJIB.

In het kader van de versterking van de executie is een aanvang gemaakt met een drietal deelprojecten: Versterken internationale executie, Executie expertisecentrum en Executiedocumentatie. Alle projecten richten zich op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen, waarbij het executie expertisecentrum zich meer zal richten op het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit binnen het proces van executie zelf. Doel is om know how op het gebied van executie te bundelen en betrouwbare informatievoorziening te verzorgen.

In 2002 hebben is er goede voortgang geboekt bij het invoeren van de informatie-beveiligingsmaatregelen. Het VIR is bij de diensten, agentschappen en ZBO's grotendeels ingevoerd. Bij enkele onderdelen lopen de laatste werkzaamheden door tot in 2003. Bij door Justitie gesubsidieerde stichtingen bestaan nog achterstanden. Hier zijn inmiddels projecten gestart om de informatiebeveiliging eind 2003 op het vereiste niveau te brengen.

Door het Openbaar Ministerie en ook op centraal niveau hebben pilots plaatsgevonden met PKI (Public Key Infrastructure). Daaruit is gebleken dat deze technologie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het mogelijk maken van elektronische gegevensuitwisseling in gevallen dat hoge eisen worden gesteld aan de waarborging van authenticiteit en exclusiviteit hiervan. Ook is duidelijk geworden dat grootschalige implementatie complex en duur is. Op grond van deze ervaringen is gekozen voor een stapsgewijze verdere introductie.

Internationaal beleid

De uitbreiding van de EU en de intensivering van de samenwerking met die landen heeft gevolgen voor ons rechtsysteem. Dit is vooral merkbaar op drie terreinen namelijk: het vreemdelingenbeleid, het strafrecht en het drugsbeleid.

Verdrag van Amsterdam

Op basis van het Verdrag van Amsterdam is politiek akkoord bereikt over de richtlijn inzake de opvang van asielzoekers en de herziening van de Overeenkomst van Dublin. Onderhandelingen omtrent de richtlijn inzake de vluchtelingendefinitie en aanvullende bescherming zijn in (ver)gevorderd stadium. In 2002 hebben ook intensieve onderhandelingen plaatsgevonden over richtlijnen inzake minimumnormen voor de asielprocedure, gezinshereniging, langdurig verblijf derdelanders, toegang en verblijf met het oog op arbeid en vrij verkeer van personen. Harmonisatie op deze terreinen heeft tot doel de beleidsconcurrentie tussen de lidstaten te verminderen.

Een begin is gemaakt met de beleidsontwikkeling omtrent de versterking van opvang in de regio, mede naar aanleiding van het Strategisch Akkoord. Hiertoe heeft het ministerie van Justitie, gezamenlijk met het ministerie van Buitenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties onder andere contact gehad met UNHCR.

Strafrecht

Eurojust is op basis van het Kaderbesluit van de EU per 6 maart 2002 formeel opgericht. Voor de vestiging van Eurojust in Nederland is een apart project binnen het ministerie van Justitie ingericht met als doelstelling om aan de verantwoordelijkheid van Nederland als gastland invulling te geven. In het project is tot en met mei 2002 gezocht naar geschikte en beschikbare huisvesting voor Eurojust en is besluitvorming voorbereid over een aanbod van de Nederlandse regering voor de huisvesting.

Drugsbeleid

Op het terrein van de synthetische drugs werd het plan «Samenspannen tegen XTC» (mei 2001) de Kamer aangeboden. Het plan voorziet in een brede en samenhangende aanpak gericht op terugdringing van de productie, handel en distributie van synthetische drugs. In de tweede helft van 2001 is met alle betrokken departementen en uitvoeringsorganisaties gewerkt aan het operationaliseren van de voornemens uit dit plan.

Voorts is in 2002 bijgedragen aan de organisatie van een jaarlijks XTC-congres (in nauwe samenwerking met de Unit Synthetische Drugs en het OM). Verder is er sprake van de detachering van een medewerker van het KLPD bij het project synthetische drugs dat wordt uitgevoerd door Interpol. Voorts is er gewerkt aan het opzetten van een landelijke faciliteit voor de ontmanteling van laboratoria. De formatie van de parketten waar de 5 XTC-teams van politie onder ressorteren is uitgebreid. De onderzoeks- en laboratoriumcapaciteit van het NFI is uitgebreid. Daarnaast levert het NFI een bijdrage aan de opleiding van de XTC-teams van de politie, het ontmantelen van laboratoria, bij opsporingsonderzoeken en andere concrete zaken. Daarnaast is de onderzoekscapaciteit op het gebeid van synthetische drugs in 2002 uitgebreid.

Door Nederland is in EU-verband actief bijgedragen aan de totstandkoming aan het ontwerp Kaderbesluit illegale drugshandel (o.m. in de vorm van deelname aan raadswerkgroepvergaderingen en het opstellen van zittingsdocumenten en instructies). Dit Kaderbesluit is voorwerp van bespreking geweest van de Raad onder zowel Spaans als Deens Voorzitterschap. Overeenstemming in de Raad kon nog niet worden bereikt.

Toekomstgerichtheid

In 2002 is de strategische dialoog waarmee in 2000 een aanvang werd gemaakt, voortgezet. De in de beleidsagenda aangekondigde nadere menings- en besluitvorming over vier thema's (de internationale rechtsontwikkeling, afnemende acceptatie van individuele risico's, effectiviteit en legitimiteit van de overheid en het speerpuntenprogramma criminaliteitsbeheersing) is in gang gezet. Ten aanzien van twee thema's heeft dat inmiddels tot concrete resultaten geleid. De door de na de verkiezingen van mei 2002 aangetreden kabinet gewenste terugdringing van de regelzucht kon mede door het voorbereidende werk t.a.v. het thema «effectiviteit en legitimiteit» snel worden geoperationaliseerd in het programma «Beter bestuur voor burger en bedrijf». De nadere menings- en besluitvorming over het thema «speerpuntenprogramma veiligheidsbeleid» heeft bijgedragen aan de vlotte totstandkoming van het programma «naar een veiliger samenleving».

Nadere verkenningen hebben plaatsgevonden over een aantal onderwerpen die nog niet voldoende rijp waren voor besluitvorming. Daarbij ging het onder andere om de toenemende diversiteit van de samenleving, het structurele element in de toestroom van vreemdelingen, de cumulatie van invloeden op de rechtsstaat, auteursrecht in de informatiemaatschappij en de ontwikkelingen op het gebied van ICT en biotechnologie. Uiteraard is, waar dat aan de orde was, ook het aspect van terrorisme in deze verkenningen betrokken.

In 2002 zijn geen nieuwe onderwerpen op de strategische agenda of de daaraan ten grondslag liggende groslijst geplaatst.

HOOFDSTUK 2 – BELEIDSARTIKELEN

1- Strategie

Beleidsartikel 1.1 Strategie

Beleidsdoelstelling 1.1

Optimaliseren van de bijdrage van Justitie aan een rechtvaardige en veilige samenleving in een veranderende wereld.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 1.1     
      
uitgaven11 40011 29212 55512 591– 36
      
ontvangsten28523753291441
      
verplichtingen11 10311 07916 02711 9104 117

Operationele doelstelling 1.1.1

Het tot stand brengen van een op geldige omgevingskennis gebaseerde strategische visie ten behoeve van de totstandkoming van Justitiebeleid.

Resultaten

In de begroting voor 2001 is reeds aangekondigd dat het ministerie van Justitie zal gaan werken met een strategische agenda. Het ministerie doet dit om beter te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Onder een strategische agenda wordt een politiek goedgekeurde lijst verstaan van thema's die naar verwachting in de toekomst cruciale vragen voor Justitie oproepen, en waarbij per thema wordt aangegeven op welke wijze menings- en besluitvorming in gang zal worden gezet. Het gaat hierbij dus om strategische vraagstukken waarvan de beantwoording vooraf gaat aan beleidsontwikkeling. Op het moment dat beleid is ontwikkeld en daarover besluitvorming heeft plaatsgevonden, zal een vraagstuk doorgaans van de strategische agenda afgevoerd kunnen worden.

Uit een lijst van zeven justitiebrede strategische vragen en 21 vragen per rechtsgebied zijn drie justitiebrede onderwerpen geselecteerd voor de strategische agenda 2001 – 2002:

– Afnemende acceptatie van individuele risico's;

– Effectiviteit en legitimiteit van de overheid;

– Internationale rechtsontwikkeling.

Naar deze onderwerpen hebben in 2002 nadere verkenningen plaatsgevonden. Met uitzondering van de bijdrage die vanuit de nadere verkenning van het onderwerp «Effectiviteit en legitimiteit van de overheid» is geleverd aan het tot stand komen van het programma «Beter bestuur voor burger en bedrijf» heeft dit nog niet tot concrete resultaten geleid.

Aan de strategische agenda kunnen onderwerpen worden toegevoegd. Ook kunnen op termijn thema's worden afgevoerd, bijvoorbeeld omdat deze onderdeel van de beleidsagenda zijn geworden. Toevoeging gebeurt in principe na analyse en globale uitwerking van de thematiek. Onderwerpen die in aanmerking komen voor de strategische agenda en die in 2002 nader verkend en uitgewerkt werden, zijn:

– Toenemende diversiteit van de samenleving: is het nodig en mogelijk om «nieuwe samenhang» te bevorderen en, zo ja, heeft Justitie daarbij een rol? Met de overkomst van het beleidsterrein «Integratiebeleid» naar het ministerie van Justitie heeft deze vraag deels een nieuwe inhoud gekregen. Om deze reden is besloten dit onderwerp niet al in 2002 op de strategische agenda te plaatsen;

– Structurele toestroom van vreemdelingen: is een op de lange termijn gerichte strategische heroriëntatie noodzakelijk? Gelet op de fase waarin het beleid op dit terrein zich bevindt (implementatie Vreemdelingenwet, ontwikkeling Europees beleid, politieke besluitvorming) is besloten dit onderwerp niet al in 2002 op de strategische agenda te plaatsen;

– Cumulatie van invloeden op de rechtsstaat: vergt behoud van kwaliteit het zoeken naar een nieuw evenwicht? Nadere verkenning van dit onderwerp is gemitigeerd in afwachting van en weer opgepakt naar aanleiding van het rapport van de WRR. Een aanvang is gemaakt met een verkenning van de bedreiging voor de rechtsstaat die uitgaat van fundamentalisme. Het onderwerp is nog onvoldoende uitgekristalliseerd om het op de strategische agenda te plaatsen;

– De aparte ICT- en technologieverkenningen (de laatste in het bijzonder op het gebied van de biotechnologie) die uitgevoerd zijn en nog worden, hebben nog geen resultaten opgeleverd die plaatsing op de strategische agenda vergen.

Onderwerpen die nog niet nader verkend werden maar op de groslijst zijn blijven staan, zijn:

– Toenemende kwaliteitseisen aan Justitie: hoe hieraan tegemoet te komen?

– Hoe kan Justitie het draagvlak van recht en rechtspleging bevorderen? Zou Justitie meer moeten doen aan communicatie en draagvlakmanagement? Kan juridische educatie een bijdrage leveren?

Volumegegevens

 begroting 2002 realisatie 2002
Strategische documenten (o.a. geactualiseerde strategische agenda, visiedocumenten en strategische verkenningen)1313
Verspreiding van resultaten van wetenschappelijk onderzoek (verslagen, congressen)6468
Antwoorden op geregistreerde interne en externe informatievragen1 500800

Toelichting

Strategische documenten

Het betreft hier o.a. 9 afleveringen van het tijdschrift «Justitiële Verkenningen». In 2002 is om eerder vermelde redenen geen geactualiseerde versie van de strategische agenda uitgebracht.

Verspreiding van resultaten van wetenschappelijk onderzoek

Dit betreft vooral rapporten van, door of in opdracht van het WODC uitgevoerd onderzoek. Er is door of middels het WODC onderzoek verricht op de volgende terreinen: rechtshandhaving, criminaliteitspreventie, slachtofferzorg, jeugdbescherming, sanctietoepassing, asiel, migratie, integratie, drugs, regelgeving, rechtspleging en rechtsbijstand.

Antwoorden op informatievragen

Het aantal antwoorden op geregistreerde informatievragen (WODC-infodesk) bedraagt 700 minder dan voorzien. Dit wordt veroorzaakt doordat het WODC in 2002 haar websites aanzienlijk heeft verbeterd, een proces dat het komende jaar zal worden voortgezet. Zo zijn inmiddels, naast alle interne WODC-rapporten (zoals Criminaliteit en Rechtshandhaving), ook veel van de externe rapporten full text beschikbaar gekomen via de WODC-website. Aan veel informatieverzoeken die voorheen nog bij de infodesk terechtkwamen, wordt nu voldaan doordat de verzoekers zelf de benodigde informatie op de websites kunnen vinden. Slechts de wat complexere vragen komen nog rechtstreeks bij de infodesk terecht. In 2002 werd de WODC-website aanmerkelijk vaker bezocht dan in 2001 (130 000 hits versus 100 000 in 2001). Gestreefd wordt naar een verdere digitalisering van de infodesk functie. In 2002 is tevens gewerkt aan de totstandkoming van een voor alle betrokkenen toegankelijke onderzoeksdatabase die informatie bevat over afgeronde, lopende en voorgenomen onderzoeken. Deze zal in februari 2003 operationeel zijn.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 1.1.1     
      
uitgaven11 40011 29212 55512 591– 36
      
apparaatsuitgaven11 40011 29212 55512 591– 36
      
ontvangsten28523753291441
      
verplichtingen11 10311 07916 02711 9104 117

2 – Regelgeving

Beleidsartikel 2.1 Wetgeving

Beleidsdoelstelling 2.1

In stand houden van een goed functionerend rechtssysteem.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 2.1     
      
uitgaven7 2019 6788 1137 878235
      
ontvangsten004560456
      
verplichtingen8 68611 0647 1177 878– 761

Operationele doelstellingen 2.1.1

Tot stand brengen van regelgeving ter uitvoering van de grondwettelijke opdracht het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken en algemene regels van bestuursrecht bij wet vast te leggen; en het tot stand brengen van regelgeving ter realisering van beleidsdoelen van Justitie.

Resultaten

Privaatrecht

Burgerlijk procesrecht

– Op 1 januari 2002 zijn de wet herziening procesrecht en de aanpassingswet herziening procesrecht in werking getreden;

– De uitvoeringswet verordening EEX ligt sinds juni 2002 gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer;

– De Beschikking civielrechtelijk netwerk is uitgevoerd;

– De uitvoeringswet verordening bewijsrecht is in voorbereiding;

– De uitvoeringswet verordening rechtsmacht in echtscheiding is op 1 januari 2002 in werking getreden.

Aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht

– Het wetsvoorstel van de nieuwe verzekeringstitel (titel 7.17) en de aanpassingswet titel 7.17 zijn gereed voor afhandeling door de Tweede Kamer;

– De uitvoeringswet 4e Wam-richtlijn is gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer;

– Het wetsvoorstel aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen ligt bij de Eerste Kamer in afwachting van mondelinge behandeling.

Aanpassing van de wet aan technologische ontwikkelingen

– De uitvoeringswet richtlijn elektronische handtekening en richtlijn e-commerce zijn thans in behandeling bij de Tweede Kamer;

– De wet reprorecht is op 1 februari 2003 in werking getreden;

– Het wetsvoorstel college van toezicht collectieve beheersorganisaties ligt sinds februari 2002 gereed voor mondelinge behandeling bij de Tweede Kamer;

– De parlementaire behandeling wijziging Auteurswet in verband met Wet openbaarheid van bestuur is in 2002 gestart;

– De parlementaire behandeling uitvoeringswet richtlijn auteursrecht in de informatiemaatschappij is gevorderd in behandeling bij de Tweede Kamer (gevorderd tot: nota naar aanleiding van verslag).

Corporate governance

– Het wetsvoorstel beschermingsconstructies ligt bij de Tweede Kamer;

– Op 23 april 2002 inwerkingtreding schrapping 72-jaarsgrens in werking getreden;

– Het wetsvoorstel documentatie vennootschappen ligt sinds september 2002 bij de Tweede Kamer in afwachting van parlementaire behandeling;

– Het wetsvoorstel toepassing IAS-normen ligt sedert september 2002 bij de Tweede Kamer in afwachting van parlementaire behandeling;

– De wet Friese statuten van verenigingen en stichtingen is op 1 februari 2002 in werking getreden;

– Het wetsvoorstel wijziging structuurregeling is sinds september 2002 gereed voor parlementaire behandeling door de Tweede Kamer;

– Het wetsvoorstel nieuwe titel 7.13 (personenvennootschap) en de aanpassingswet zijn in behandeling bij de Tweede Kamer;

– De uitvoeringswet wijziging 4e richtlijn jaarrekeningrecht is in voorbereiding.

Wetgeving over de positie van natuurlijke personen

– Het wetsvoorstel Wet op de Jeugdzorg is gereed voor parlementaire behandeling;

– Parlementaire behandeling wetsvoorstel vermissing van personen is op 1 augustus 2002 in werking getreden;

– Op 1 september 2002 is de wet verrekenbeding in werking getreden;

– Het wetsvoorstel aanpassing huwelijksgoederenregime is bij de Tweede Kamer in behandeling;

– Het wetsvoorstel inzake de instelling van adviesen meldpunten kindermishandeling is aanvaard door de Eerste Kamer;

– Op 1 januari 2003 is de regelgeving inzake het herziene erfrecht in werking getreden. Dit betreft de volgende regelingen: invoeringswet erfrecht, bezemwet erfrecht, aanpassingswet erfrecht, overgangswet erfrecht, schenking, amvb-boedelregister, amvb-verklaring van erfrecht en amvb-noodtestamenten;

– Het tweede gedeelte van de Rijkswet op het Nederlanderschap zal op 1 april 2003 in werking treden, tezamen met de rijksamvb's-Naturalisatie;

– Het wetsvoorstel opheffing anonimiteit spermadonoren is op 23 april 2002 aanvaard door de Eerste Kamer;

– Op 1 november 2002 is de wet foetaal weefsel in werking getreden, de embryowet op 1 september van dat jaar.

Huur, koop en arbeid

– Het nieuwe huurrecht (wet inzake nieuwe titel 7.4 (huurovereenkomst), aanpassingswet titel 7.4, wet huur bedrijfsruimte, wet tot wijziging van huurprijzenwet) zijn aanvaard door de Eerste Kamer en treden inwerking na aanvaarding van de novelle huurrecht;

– De wetsvoorstellen koop onroerende zaken en huurkoop onroerende zaken zijn aanvaard door de Tweede Kamer;

– Op 1 december 2002 zijn de wet arbeid en zorg en de invoeringswet arbeid en zorg in werking getreden;

– Het wetsvoorstel wijziging opzegtermijn bij ziekte is in behandeling bij de Tweede Kamer (gevorderd tot: nota naar aanleiding van het verslag);

– De uitvoeringswet richtlijn arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is op 22 november 2002 in werking getreden;

– De ambtelijke voorbereiding van de uitvoeringwet kaderrichtlijn gelijke behandeling is nagenoeg afgerond;

– Het wetsvoorstel concurrentiebeding ligt sinds juni 2002 bij de Tweede Kamer in afwachting van parlementaire behandeling.

Internationale onderwerpen

– Op 12 april 2002 is de wet ter uitvoering van de richtlijn vergelijkende reclame in werking getreden;

– De wet ter uitvoering van uitvoering richtlijn garanties bij koop is gereed voor behandeling door bij de Eerste Kamer;

– De wet ter uitvoering richtlijn te late betaling bij handelstransacties is op 1 december 2002 in werking getreden;

– De wet havengelden zal op 1 maart 2003 in werking treden;

– Het wetsvoorstel publiekrechtelijke registratie zeeschepen is in behandeling bij de Tweede Kamer (gevorderd tot: nota naar aanleiding van het verslag);

– De uitvoeringswet binnenvaartverdrag is in voorbereiding;

– Het wetsvoorstel luchtvervoer is in voorbereiding;

– De Wet wetsvoorstel conflictenrecht afstamming zal op 1 april 2003 in werking treden;

– Het wetsvoorstel conflictenrecht adoptie is in behandeling bij de Tweede Kamer;

– Parlementaire behandeling wetsvoorstel conflictenrecht geregistreerd partnerschap is in voorbereiding;

– Het voorstel tot ratificatie van het NGO-verdrag is gereed voor parlementaire behandeling.

Faillissementsrecht

– Het wetsvoorstel wijziging faillissementswet in verband met surséance en het wetsvoorstel vereenvoudigde afwikkeling faillissementen zijn in behandeling bij de Tweede Kamer;

– De uitvoeringswet Faillissementsverordening is in behandeling bij de Tweede Kamer (gevorderd tot: verslag).

Staats- en bestuursrecht

Rechterlijke organisatie

– Het wetsvoorstel tot invoering van een tweede feitelijke instantie in belastingzaken is vertraagd doordat lange tijd gezocht moest worden naar de financiële dekking voor het wetsvoorstel. Het voorstel zal in januari 2003 naar de ministerraad gezonden worden. De beoogde datum van inwerkingtreding (1 april 2004) is hierdoor niet meer haalbaar. Afhankelijk van de duur van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel zal het wetsvoorstel op 1 januari 2005 in werking treden;

– Het wetsvoorstel extern klachtrecht verkeert in een vergevorderd stadium van voorbereiding. De indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt voorzien najaar 2003;

– Het wetsvoorstel rechtsbescherming en tuchtrecht verkeert in het stadium van overleg. Toezending van het wetsvoorstel aan de ministerraad wordt voorzien najaar 2003;

– Het rapport over de herziening van het loon- en functiegebouw zal naar verwachting medio 2003 gereed zijn. Op basis van de uitkomsten in het rapport zal de voorbereiding van de nodige wetgeving ter hand worden genomen.

Bestuursrecht

– Het wetsvoorstel aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure zal naar verwachting medio 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend. Afhankelijk van het verloop van de parlementaire behandeling zal de wet op 1 januari 2004 in werking kunnen treden;

– Het wetsvoorstel rechtstreeks beroep wacht op mondelinge behandeling door de Tweede Kamer. De wet kan naar verwachting op 1 januari 2004 in werking treden;

– Het wetsvoorstel elektronisch bestuurlijk verkeer inclusief de aanpassingswetgeving is gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer. Naar verwachting zal de wet op 1 januari 2004 in werking kunnen treden;

– Het wetsvoorstel tot wijziging van de Awb m.b.t. de onderdelen bestuurlijke boeten en geldschulden (vierde tranche) zal naar verwachting najaar 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend;

– Het wetsvoorstel tweede evaluatiewet Awb zal naar verwachting in najaar 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend;

– Het wetsvoorstel tot wijziging van de Awb (samenhangende besluiten) zal naar verwachting eind 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend;

– Het wetsvoorstel inzake het beroep bij niet tijdig beslissen zal naar verwachting najaar 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend.

Immigratie en veiligheid

– Het wetsvoorstel Wet op de bijzondere opsporingsdiensten is door het noodzakelijke overleg met de vele betrokkenen vertraagd. Nu wordt voorzien in indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer najaar 2003. Het tijdstip van inwerkingtreding zal afhangen van het verloop van de parlementaire behandeling;

– Het aanvankelijk voorziene wetsvoorstel tot wijziging van de Wet wapens en munitie i.v.m. het ruimen van explosieven is komen te vervallen. Het wijzigingsvoorstel van de Wet wapens en munitie m.b.t. internationale onderzoeksteams is in voorbereiding en zal naar verwachting najaar 2003 bij de Tweede Kamer kunnen worden ingediend;

– De stand van zaken m.b.t. de partiële voorstellen tot wijziging van de Politiewet is als volgt. Het voorstel m.b.t. de Rijksrecherche is in voorbereiding; dat m.b.t. het klachtrecht is gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer; het voorstel m.b.t. de gemeenschappelijke regeling is nog voorwerp van nader overleg tussen de ministeries van BZK en Justitie inzake de uitwerking;

– Het wetsvoorstel inzake de LSOP-wet is eind januari wet geworden en zal voorjaar 2003 in werking treden;

– Het wetsvoorstel tot implementatie van de EU richtlijn minimumnormen is voor advies naar de Raad van State gezonden. Het zal naar verwachting voorjaar 2003 bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Rechtsbijstand en juridische beroepen

– Het wetsvoorstel tot wijziging van de Notariswet (Veegwet) zal in februari 2003 naar de Ministerraad worden gezonden;

– Het wetsvoorstel tot wijziging van de wet op het notarisambt (herziening benoemingsvereisten) verkeert nog in het stadium van voorbereiding;

– Het rapport van de Werkgroep notaris in loondienst zal naar verwachting voorjaar 2003 worden uitgebracht. Daarna zal besluitvorming plaatsvinden over mogelijke wetgeving ter uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport;

– Het wetsvoorstel tot herziening van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie is gereed voor mondelinge behandeling door de Tweede Kamer;

– Het wetsvoorstel m.b.t. de algehele herziening van de Onteigeningswet verkeert nog in het stadium van voorbereiding;

– Het wetsvoorstel tot algehele herziening van de Wet op de kansspelen verkeert nog in het stadium van voorbereiding; hetzelfde geldt ten aanzien van de wijziging van de wet op de kansspelen i.v.m. de problematiek inzake internet.

Straf- en sanctierecht

Algemeen straf- en sanctierecht

Invloed van technologische ontwikkelingen op het formele en materiële strafrecht

– Virtuele kinderporno: Op 1 oktober 2002 is de wet van 13 juli 2002, Stb. 388 en 470, in werking getreden waarin onder andere een strafbaarstelling van virtuele kinderporno is opgenomen;

– DNA-onderzoek uiterlijk waarneembare kenmerken: Op 1 oktober 2002 is het wetsvoorstel (TK, 28 072) dat de mogelijkheid biedt in het kader van strafvordering voor DNA-onderzoek naar uiterlijk zichtbare kenmerken van een onbekende verdachte door de Tweede Kamer aanvaard;

– Op 22 november 2002 is bij de Tweede Kamer ingediend het wetsvoorstel DNA-onderzoek bij veroordeelden (TK, 28 685).

Strafrechtelijke en strafvorderlijke aspecten van de informatiemaatschappij

– Op 1 mei 2002 is aan de Tweede Kamer aangeboden het kabinetsstandpunt inzake het rapport over strafvorderlijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij (TK, 28 366, nr. 1). Op basis van dit standpunt wordt thans een wetsvoorstel voorbereid;

– Op 7 januari 2002 zijn de wetsvoorstellen tot goedkeuring van het protocol bij de EU-rechtshulpovereenkomst inzake informatieplichten van financiële instellingen en tot uitvoering van dit protocol voor advies aan de Raad van State aangeboden. Het wetsvoorstel is op 26 april 2002 ingediend bij de Tweede Kamer (TK, 28 352 en 28 353). De uitvoeringswet is inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard, de goedkeuringswetgeving nog niet;

– Gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer ligt het wetsvoorstel vorderen gegevens telecomsector (TK, 28 059).

Herziening wetgeving privacy in relatie tot opsporing

– Een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet justitiële gegevens en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verstrekking van strafrechtelijke persoonsgegevens aan een derde door het OM is voor advies aan de Raad van State aangeboden;

– De werkgroep gegevensuitwisseling en terrorismebestrijding heeft haar werkzaamheden afgerond. Het rapport is aan de Tweede Kamer aangeboden, voorzien van een standpunt.

Wijzigingen van wetboek van strafvordering

In 2002 zijn tot wet verheven:

– Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en Gratiewet (TK, 27 798);

– Openstelling van beroep in cassatie tegen vrijspraken (TK, 28 204);

– Herziening van vonnissen en arresten op grond van een uitspraak van het EHRM (kamerstukken 27 726)Laatstgenoemde twee wetten zijn op 1 januari 2003 in werking getreden. Het eerstgenoemde wetsvoorstel treedt voorjaar 2003 in werking.

Gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer liggen:

– Aanpassing ontnemingswetgeving (TK, 28 079);

– Invoering raadsheer-commissaris (TK, 28 477).

Gevolgen van de komst van het internationaal strafhof

– De uitvoeringswet Internationaal Strafhof en de daarbij behorende aanpassingswetgeving zijn op 1 juli 2002 respectievelijk 8 augustus 2002 in werking getreden (Stb. 314 en 315);

– De Wet internationale misdrijven is op 19 april 2002 bij de Tweede Kamer ingediend (TK, 28 337). Het wetsvoorstel is op 19 december 2002 door de Tweede Kamer aanvaard.

Materieel strafrecht

– De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel computercriminaliteit II heeft niet plaatsgevonden. Ten gevolge van capaciteitsproblemen is het verslag nog niet beantwoord. Bij dit wetsvoorstel zal een nota van wijziging ter uitvoering van het Verdrag Crime in cyberspace worden voorbereid;

– De parlementaire behandeling van de partiële wijziging van de zedelijkheidswetgeving is in 2002 afgerond. De wet is op 1 oktober 2002 in werking getreden;

– Het wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 139f en 441b Sr. (heimelijk cameratoezicht) is door de Tweede Kamer aanvaard (TK, 27 732). Het wetsvoorstel is nu aanhangig bij de Eerste Kamer;

– Het wetsvoorstel tot verhoging van de strafmaat voor structurele discriminatie ligt sinds 30 januari 2002 gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer.

Strafprocesrecht

– De aanpassingen van de ontnemingswetgeving (kamerstukken 28 079) liggen sinds 11 september 2002 gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer;

– De invoering van de mogelijkheid van herziening van vonnissen en arresten op grond van een uitspraak van het Europees Hof te Straatsburg is tot wet verheven en op 1 januari 2003 in werking getreden;

– De schrapping van het verbod van cassatie tegen een vrijspraak (art. 430 Sv.) is tot wet verheven en op 1 januari 2003 in werking getreden;

– De wijziging van de Gratiewet en het Wetboek van Strafvordering is tot wet verheven en treedt voorjaar 2003 in werking;

– Het wetsvoorstel DNA-onderzoek uiterlijk waarneembare kenmerken (TK, 28 072) is door de Tweede Kamer aanvaard. Op 18 december 2002 heeft de Eerste Kamer een voorlopig verslag vastgesteld;

– Het wetsvoorstel inzake DNA-onderzoek veroordeelden is op 22 november 2002 bij de Tweede Kamer ingediend (TK, 28 685);

– Het wetsvoorstel strafvorderlijke gegevensvergaring telecomsector (TK, 28 059) ligt sinds 11 september 2002 gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer;

– Het wetsvoorstel verstrekking strafrechtelijke persoonsgegevens aan een derde door het OM is voor advies aan de Raad van State aangeboden.

Penitentiair en sanctierecht

– Het wetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met het penitentiair programma en het elektronisch toezicht (TK, 28 420) ligt gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer;

– Een wetsvoorstel tot herziening van de regeling van de vervroegde invrijheidstelling is nog niet voorbereid, omdat eerst het advies van de commissie inzake de straf van vrijheidsbeperking wordt ingewonnen. Deze commissie rapporteert begin 2003;

– Een wetsvoorstel inzake de aanpassingen van het jeugdstrafrecht, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden en de Penitentiaire beginselenwet is voor advies aan de Raad van State aangeboden;

– Het wetsvoorstel tot verlenging van de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs is ingediend bij de Tweede Kamer (TK, 28 238). De Tweede Kamer heeft daarover verslag uitgebracht.

Internationaal straf- en strafprocesrecht

– De goedkeurings en uitvoeringswetgeving ter zake van de EU-rechtshulpovereenkomst ligt gereed voor mondelinge behandeling in de Tweede Kamer (TK, 28 350 en 28 351);

– De goedkeurings- en uitvoeringswetgeving van het VN-verdrag inzake transnationale georganiseerde criminaliteit en de bijbehorende protocollen inzake mensenhandel en mensensmokkel is vertraagd in verband met nieuwe beleidsprioriteiten, in het bijzonder de uitvoering van een aantal actiepunten uit het actieplan terrorismebestrijding en het Veiligheidsprogramma. Het wetsvoorstel tot implementatie van de protocollen inzake mensenhandel en mensensmokkel is voor advies aan een aantal juridische organisaties aangeboden;

– De goedkeurings- en uitvoeringswetgeving inzake de VN-verdragen inzake bomterrorisme en financiering van terrorisme is tot wet verheven en voorjaar 2002 in werking getreden.

Supranationaal straf- en strafprocesrecht

– De uitvoeringswetgeving inzake het Statuut van het Internationaal Strafhof is tot wet verheven en in werking getreden;

– De Wet internationale misdrijven is op 19 december 2002 door de Tweede Kamer aanvaard (TK, 28 337).

Evaluatieonderzoek

In 2002 is het tweede evaluatieonderzoek Awb afgerond. Het onderzoek had betrekking op deelterreinen hoger beroep, mandaat en delegatie, beleidsregels en subsidies én op de ervaringen van de burger met de Awb. Het kabinetsstandpunt inzake de resultaten van dit onderzoek is thans in voorbereiding.

Eveneens afgerond is de evaluatie van de Wet op het binnentreden van woningen. Het onderzoeksrapport is in november 2002 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Daarnaast is het evaluatieonderzoek naar de betekenis van het op 1 januari 1998 inwerking getreden herziene naamrecht afgerond. Onderzocht is onder meer in hoeverre de sindsdien geboden mogelijkheid aan ouders om de geslachtsnaam van het (eerste) kind te kiezen, aansluit bij de huidige opvattingen van de Nederlandse bevolking hieromtrent. Het kabinetsstandpunt over de in het rapport gedane aanbevelingen wordt thans voorbereid.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.1.1     
      
uitgaven7 2019 6788 1137 878235
apparaatsuitgaven7 2019 6788 1137 878235
      
ontvangsten004560456
      
verplichtingen8 68611 0647 1177 878– 761

Beleidsartikel 2.2 Wetgevingskwaliteitsbeleid

Beleidsdoelstelling 2.2

Bevorderen van de kwaliteit van wetgeving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 2.2     
      
uitgaven3 7465 0206 4204 2442 176
      
ontvangsten001330133
      
verplichtingen4 5205 73810 7664 2446 522

Operationele doelstelling 2.2.1

Bijdragen aan de rechtstatelijke en bestuurlijke kwaliteit van de regelgeving door toetsing van alle voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur voorafgaande aan behandeling in de ministerraad, alsmede voor nota's van wijziging met inhoudelijke betekenis, voorafgaand aan indiening bij de Tweede Kamer.

Resultaten

Wetsontwerpen, ontwerp-amvb's en nota's van wijziging moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria van de Nota wetgevingskwaliteitsbeleid. Blijkens de toetsingsverslagen, opgenomen in de toetsingsdatabank zijn de voorgelegde ontwerpen getoetst op de relevante criteria. Dat heeft in de overgrote meerderheid van de dossiers geleid tot teksten die zodanig tegemoetkomen aan de kwaliteitseisen dat daarover reeds op ambtelijk niveau overeenstemming is bereikt; in een twintigtal gevallen is op politiek niveau overeenstemming bereikt.

Blijkens de toetsingsdatabank zijn in 2002 451 wetsvoorstellen en ontwerp-amvb's getoetst. Het is circa vijfmaal voorgekomen, dat een voorstel zonder voltooide wetgevingstoets aan de ministerraad is voorgelegd. In 90% van de gevallen leidde het overleg in dit verband tot aanpassing van het voorstel.

Er zijn geen nota's van wijziging ter toetsing aangeboden. Er zijn geen kosten-batenanalyses (KBA's) of quick scans uitgevoerd.

Wel is de procedure voor toetsing van ontwerpregelgeving op gevolgen voor bedrijfsleven, milieu en uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (respectievelijk de bedrijfseffectentoets, de mileueffectentoets, de uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets) zodanig aangepast, dat de quick scan daarin een vaste plaats zal krijgen, als methode voor instrumentkeuzeverantwoording bij het uitwerken van beleidsvoornemens die door regelgeving zullen worden gerealiseerd.

Aan het instrumentarium voor toetsing van ontwerp-regelgeving op de genoemde effecten is de KBA toegevoegd om maatschappelijke kosten en baten van de voorgenomen regelgeving in kaart te brengen. Vanaf 1 maart 2003 wordt volgens de nieuwe procedure voor effecttoetsing gewerkt.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.1     
      
uitgaven9297348031 052– 249
apparaatsuitgaven9297348031 052– 249
      
ontvangsten0040040
      
verplichtingen1 1218397791 052– 273

Operationele doelstelling 2.2.2

Doorlichten van wetgevingscomplexen op belasting door regels voor burgers en bedrijfsleven.

Resultaten

Beoogd doel is wetgeving in overeenstemming brengen met maatschappelijke behoeften en daarbij laten voldoen aan algemene kwaliteitscriteria. Het accent ligt op geringe belasting door regelgeving, effectiviteit, handhaafbaarheid, gebruik financiële prikkels, bevordering eerlijke en effectieve concurrentie.

De MDW-projecten nemen alle meer dan een jaar in beslag. Zij bestaan steeds uit een fase waarin projectgewijs een nieuwe aanpak wordt bedacht en een kabinetsstandpunt geformuleerd, en een fase waarin de nieuwe aanpak wordt geïmplementeerd. Soms zijn de projecten gericht op het bereiken van directe maatschappelijke effecten, in andere gevallen worden door het aanbrengen van vereenvoudigingen en het vergroten van helderheid en consistentie effecten pas op langere termijn zichtbaar en in weer andere gevallen gaat het om kaderstelling, waarbij de effecten eerst worden bereikt door toepassing van de kaders in daarvoor in aanmerking komende wetgevingscomplexen. De operatie werd geregisseerd door de ministers van Economische Zaken en Justitie. De onderwerpen van de projecten bewegen zich op vele beleidsterreinen.

In 2002 zijn geheel geïmplementeerd de projecten:

– Harmonisatie van het ondernemers- en zelfstandige begrip in de sociale zekerheidswetgeving en de belastingwetgeving. Daardoor zijn procedures verkort en de lasten beperkt, alsmede de consistentie in de aanpak van de desbetreffende uitvoeringsorganisaties vergroot;

– Toetsingsinstrumentarium decentrale regelgeving. De decentrale overheden hebben hiermee instrumentarium verkregen om hun regelgeving op kwaliteit en effecten te kunnen toetsen;

– Kader voor vouchers en persoonsgebonden budgetten (PGB's). De gevallen waarin en de voorwaarden waaronder deze beleidsinstrumenten kunnen worden toegepast zijn daarmee in kaart gebracht;

– AWBZ. Een bijdrage is geleverd aan de modernisering van de AWBZ, met name om daarin de keuzemogelijkheden voor de burger en de efficiency te vergroten;

– Binnenstadsdistributie. Een aantal mogelijkheden zijn in kaart gebracht en een aantal maatregelen in uitvoering genomen om de distributie van goederen naar de detailhandel in de binnensteden te verbeteren;

– Ketengarantiestelsels. De voorwaarden waaronder kwaliteitsgaranties voor goederen in produktie- en distributieketens op basis van zelfregulering kunnen worden gehandhaafd zijn in kaart gebracht, waardoor de toepassingsmogelijkheden zijn vergroot. Voor perifere en grootschalige detailhandelsvoorzieningen is het vestigingsbeleid herzien, waardoor belemmeringen zijn beperkt;

– Het stelsel van subsidieregelingen e.d. inzake de scholingsmarkt is doorgelicht en een aantal aanbevelingen is gedaan om de effectiviteit te vergroten. Inzake Verhandelbare rechten zijn kaders vastgesteld, waardoor de toepassingsmogelijkheden van dit instrumentarium zijn vergroot;

– Inzake voortijdige schoolverlaters zijn een aantal voorstellen ontwikkeld en in uitvoering genomen om de kans op schooluitval te verkleinen en de doorstroming naar de arbeidsmarkt te verbeteren;

– Inzake Woningbouwcorporaties zijn voorstellen ontwikkeld en in uitvoering genomen om eerlijke mededinging in de woningbouwmarkt te bevorderen.

De implementatie van enkele andere projecten is nog gaande, betreffende:

– Concessies en aanbestedingen;

– Geneesmiddelen;

– Harmonisatie planprocedures (o.l.v. Justitie);

– Medische beroepen;

– Toezicht op het bedrijfsleven;

– Zaaizaad en plantgoedwet;

– Faillissementswet (o.l.v. Justitie);

– Onteigeningswet (o.l.v. Justitie);

– Kansspelen (o.l.v. Justitie);

– Openbare inrichtingen (o.l.v. Justitie).

Het voornemen was om tussen de vijf en tien projecten uit te voeren, uitmondend in een rapport waarbij een kabinetsstandpunt wordt bepaald en een implementatietraject wordt vastgesteld. In 2002 zijn de volgende projecten afgerond, in die zin, dat een rapport is uitgebracht en met een kabinetsstandpunt naar de Tweede Kamer is gezonden, waarna de implementatie een aanvang kan nemen:

– Intensief ruimtegebruik van bedrijfsterreinen (naar de Tweede Kamer verzonden op 6 mei 2002);

– Veilen (op 6 mei naar de Tweede Kamer gezonden);

– Overstapkosten (op 19 juni 2002 naar de Tweede Kamer gezonden);

– Benchmark gemeentelijke dienstverlening (naar de Tweede Kamer gezonden op 19 juni).

Daarnaast kan worden vermeld, dat de projecten Persoonlijke dienstverlening en Koper op de woningmarkt worden vervolgd met projecten waarin een aantal deelproblemen worden behandeld.

Evaluatieonderzoek

De Tweede Kamer is reeds over de voortgang van alle projecten geïnformeerd (TK, 24 036, nr. 258).

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.2     
      
uitgaven448734644508136
apparaatsuitgaven448734644508136
      
ontvangsten0040040
      
verplichtingen541839620508112

Operationele doelstelling 2.2.3

Vergemakkelijken en verbeteren van de voorbereiding van regelgeving.

Resultaten

Kenniscentrum Wetgeving (KCW)

Het KCW beoogt de voorbereiding van regelgeving te vergemakkelijken. Door het uitbrengen van een aanpassing van de Aanwijzingen voor de regelgeving in verband met de inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet is aan wetgevingsjuristen de nodige duidelijkheid geboden bij de toepassing van die wet. Deze wijziging is onder de aandacht gebracht met een mail aan alle bij het KCW bekende wetgevingsjuristen; datzelfde middel is gebruikt om hen op de hoogte stellen van de procedureregels van het kabinet in de (eerste) demissionaire periode.

Uit de tellingen blijkt dat 65 tot 70% van de wetgevingsjuristen de site van het KCW bezoekt; een kwart daarvan komt maandelijks terug. Met name de instrumenten voor wetgevingsjuristen worden veelvuldig geraadpleegd.

De in het kader van het KCW uitgevoerde projecten hebben opgeleverd:

– een checklist voor evaluatievragen;

– een overzicht van toezichtselementen;

– twee onderzoeksrapporten over de operationalisering van de wetgevingskwaliteitseisen;

– vier kenniskringen;

– een jaarboek met de namen en deskundigheden van de wetgevingsjuristen bij de rijksoverheid, de Raad van State en de Academie voor Wetgeving;

– een overzicht van de wensen van de gebruikers/«leden» van het KCW.

Het voornemen was om het beoogde doel te bereiken door onderhoud en uitbouw website, uitvoering van een aantal projecten, ontwikkelen van instrumenten voor wetgevingsjuristen.

Overeenkomstig het door de Programmaraad van het KCW vastgestelde werkprogramma zijn de volgende activiteiten verricht: de bovengenoemde projecten; voortdurende uitbouw en verbetering van de site naar vorm en inhoud; de organisatie van «De Dag van de Wetgeving» in januari 2003.

Academie voor Wetgeving

Het beoogde doel: a) het streven om door gezamenlijke werving, selectie en opleiding van startende wetgevingsjuristen bij te dragen aan de vermindering van het arbeidsmarkttekort aan wetgevingsjuristen; b) de kwaliteit van wetgeving te verbeteren en het vak van wetgevingsjurist aantrekkelijker te maken door te voorzien in extra opleidingsmogelijkheden voor reeds zittende wetgevingsjuristen.

De beoogde bijdrage is geleverd, doordat in 2002 de opleiding van 19 startende wetgevingsjuristen (lichting 2001) is gecontinueerd en ook een nieuwe lichting van de door de departementen gewenste 20 nieuwe startende wetgevingsjuristen is geselecteerd en in opleiding genomen. Voorts is in 2002 gestart met het verzorgen van opleidingsmodules aan reeds zittende wetgevingsjuristen.

Aangaande het opleidingstraject voor de startende wetgevingsjuristen is over 2002 door het ministerie van Justitie aan de Academie een subsidietoegekend van € 2,73 miljoen. Deze subsidieverstrekking heeft plaatsgevonden op basis van de door de Academie ingediende en door de minister van Justitie goedgekeurde begroting. Het toegekende bedrag is door de Academie aangewend voor de werving, selectie en opleiding van startende wetgevingsjuristen. Ten behoeve van de zittende wetgevingsjuristen heeft Justitie in 2002 van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de bekostiging hiervan een subsidie ontvangen van € 0,63 miljoen. Hiervan is een bedrag van € 0,81 miljoen gebruikt voor de ontwikkeling van de opleiding. Het resterende bedrag van € 0,55 miljoen is door het ministerie van Justitie aan de Academie toegekend in de vorm van een subsidie. Dit bedrag is door de Academie aangewend voor het voorzien in opleidingen aan reeds zittende wetgevingsjuristen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.3     
      
uitgaven1 6442 9354 6491 8642 785
apparaatsuitgaven1 6442 9354 6491 8642 785
      
ontvangsten0040040
      
verplichtingen1 9853 3558 5221 8646 658

Operationele doelstelling 2.2.4

Bijdragen aan de inzet van Nederland als lidstaat aan de verbetering van de kwaliteit van Europese regelgeving en aan een juridisch juiste doorwerking van het Europese recht in de Nederlandse rechtsorde.

Resultaten

ICER-activiteiten

Beoogd doel: bijdragen te leveren aan de kwaliteitsverbetering van Europese regelgeving en juiste doorwerking van Europees recht in Nederland.

De bijdrage aan de kwaliteit van de Europese regelgeving is met name geleverd in de vorm van een commentaar ten behoeve van de regeringsvertegenwoordiger op het eindrapport van een Conventie werkgroep die zich bezighoudt met vereenvoudiging van de EU regelgevingssystematiek. Daarnaast wordt deelgenomen aan de beraadslaging over het vervolg dat de Europese Commissie geeft aan het rapport Mandelkern over de kwaliteit EU-regelgeving. Als leidraad voor Nederlandse deelnemers aan de onderhandelingen over Europese regelgeving wordt een uitgave ontwikkeld waarin het gedachtegoed van een groot aantal eerdere adviezen en rapporten op handzame wijze is neergelegd.

Voor een juiste doorwerking van het Europees recht is een verbetering van de structuur van de interdepartementale samenwerking doorgevoerd op grond van de bevindingen uit de evaluatie van de ICER; de nieuwe structuur is dit jaar operationeel geworden. Dit zal naar verwachting leiden tot een verbetering van de tijdige en planmatige aanpak van de implementatie van richtlijnen en de bewaking van de voortgang hiervan. Naast deze procesmatige kant worden met de implementatie samenhangende ook juridisch-inhoudelijke knelpunten aangepakt.

In het verband van de Interdepartementale commissie Europees recht (met subcommissies) zijn 9 werkgroeprapporten voorzien van advisering aan de betrokken ministers tot stand gebracht. De rechtspraak (jaarlijks ruim 230 uitspraken) van het Hof van Justitie is geanalyseerd; dit leidde tot omstreeks 40 fiches met advies aan de betrokken bewindslieden over de implicaties op het beleidsterrein van hun verantwoordelijkheid

Evaluatieonderzoeken

Een belangrijk instrument ter vergemakkelijking en verbetering van de voorbereiding van regelgeving is het Kenniscentrum Wetgeving. Dit richt zich op alle wetgevingsjuristen die werken bij de rijksoverheid en de Raad van State. Onder de doelgroep wordt jaarlijks een klantenonderzoek gehouden naar hun tevredenheid over de activiteiten en hun eventuele wensen voor toekomstige activiteiten. Uit het klantenonderzoek 2002 blijkt tevredenheid te bestaan over het aanbod van het Kenniscentrum. Zo wordt de internetsite www.kc-wetgeving.nl gemiddeld gewaardeerd met een zeven. Vooral praktische onderdelen als de toegang tot SDU-databanken, links naar rechtsbronnen, een overzicht van toetsen en checklists en de «Wie Weet Wat»-databank zijn populair. Alleen het interactieve instrument «mailinglijst» kwam nog niet goed van de grond. Men is ook enthousiast over de georganiseerde bijeenkomsten (o.a. over de Raad van State, kwaliteitseisen en onderhandelend wetgeven). Het enthousiasme om in 2003 deel te nemen aan activiteiten van het Kenniscentrum Wetgeving is groot.

Onderwijsactiviteiten zijn voornamelijk ondergebracht bij de Academie voor Wetgeving, waar sinds september 2002 een start is gemaakt met een onderwijsprogramma voor zittende wetgevingsjuristen. Door het Kenniscentrum Wetgeving zijn in 2003 enkele zgn. «kenniskringen» georganiseerd, met als doel over een bepaald onderwerp te kunnen leren van collega-wetgevingsjuristen door middel van het uitwisselen van ervaringen. Deze kenniskringen zijn in het klantenonderzoek positief beoordeeld. Het Kenniscentrum Wetgeving zal daarom in 2003 de frequentie van de kenniskringen opvoeren naar zes keer per jaar.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.4     
      
uitgaven724617324820– 496
apparaatsuitgaven724617324820– 496
      
ontvangsten0013013
      
verplichtingen87370584582025

3 – Preventie en Rechtshandhaving

Beleidsartikel 3.1 Criminaliteitspreventie

Beleidsdoelstelling 3.1

Bijdragen aan de beheersing van de criminaliteit ten behoeve van een veilige Nederlandse samenleving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.1     
      
uitgaven27 03830 87420 48529 925– 9 440
      
ontvangsten9 5559 2519 0231 3 852– 4 829
      
verplichtingen30 35433 12818 72529 925– 11 200
waarvan:     
– garanties2274 652135227– 92

Operationele doelstelling 3.1.1

Zorgdragen voor een doelmatige samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven.

Resultaten

De publiek private samenwerking via het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) is in 2002 voortgezet. Er is door het NPC een stimuleringsregeling getroffen waarop samenwerkingsverbanden die een Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing willen oprichten een beroep kunnen doen. Om de invoering te stimuleren van de Keurmerken Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO) en Winkelcentra is een subsidieregeling getroffen.

Het onderzoeksrapport Monitor Bedrijven en Instellingen brengt het slachtofferschap ter zake van criminaliteit van bedrijven en instellingen in kaart en is aan de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport is integraal geplaatst op de website van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing. Uit het rapport blijkt dat 51% van de bevraagde (5000) vestigingen het slachtoffer is geweest van een of meerdere vormen van criminaliteit gedurende het laatste jaar. Het percentage slachtoffers per branche varieert van 33% tot 67%. Diefstal en vernieling zijn de meest voorkomende vormen van criminaliteit. Detailhandel, horeca, openbaar bestuur, gezondheids- en welzijnszorg, en vervoer kampen met een onaanvaardbaar hoge criminaliteit. De kabinetsnota Naar een veiliger samenleving doet voorstellen voor de aanpak van criminaliteit. Deze kunnen worden toegepast op de meest getroffen sectoren. Begin 2003 zijn in dat verband afspraken gemaakt met de detailhandel.

In het kader van de doorlichting van de cannabissector is een pilotonderzoek naar de coffee-, grow- en smartshops gehouden. Er ligt een plan van aanpak voor verbreding van de doorlichting naar andere steden. De preventieve doorlichtingen van de gezondheidszorg en het betaald voetbal zijn uitgesteld in verband met de tijdelijke verplichtingenstop die Justitie in augustus heeft ingesteld om de budgettaire gevolgen van het Strategisch Akkoord te kunnen opvangen. Begin 2003 zijn beide projecten alsnog van start gegaan. De doorlichting van de bedrijfstak afvalverwerking staat in de begroting 2002 abusievelijk onder deze operationele doelstelling vermeld.

In 2002 zijn voorbereidingen getroffen voor het opzetten van het Centrum voor Preventie en Veiligheid. Dit kenniscentrum, dat naar verwachting oktober 2003 operationeel zal worden, zal het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing ondersteunen, de implementatie van preventieconcepten actief bevorderen en een aantal uitvoerende taken op het terrein van criminaliteitspreventie op zich nemen. Het centrum kon niet in 2002 gerealiseerd worden, omdat de besluitvorming over het programma Naar een veiliger samenleving afgewacht diende te worden. Die besluitvorming is in december 2002 afgerond.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.1     
      
uitgaven1 7202 1399221 904– 982
programma-uitgaven1 3201 9533941 461– 1 067
waarvan:     
– subsidies1 3201 9532161 461– 1 245
apparaatsuitgaven40018652844286
      
ontvangsten0023023
      
verplichtingen1 9312 2751 2971 904– 607

Operationele doelstelling 3.1.2

Adequaat uitvoeren van (wettelijke) taken met betrekking tot integriteit van (bijzondere) rechtsstelsels.

Resultaten

In aansluiting op de nota Criminaliteitsbeheersing (TK, 27 834. nrs. 1 en 2) wordt prioriteit gegeven aan het verbeteren van de bestuurlijke preventie van (georganiseerde) criminaliteit door het bevorderen van integriteit bij burgers, bedrijfsleven en overheid. Om dit te kunnen realiseren worden hiervoor nieuwe wettelijke instrumenten ontworpen en bestaande wetten verbeterd. Het wetsvoorstel bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) is op 18 juni 2002 aangenomen door de Eerste Kamer. Met de gedeeltelijke inwerkingtreding van de wet op 1 september 2002 is het Bureau BIBOB ingesteld. Er is een evaluatiekader opgesteld. De regelgeving BIBOB is complex en legt een zware verantwoordelijkheid bij een veelheid van bestuurlijke actoren. Daarom is besloten het BIBOB-instrumentarium, in het belang van zorgvuldig handelen van de overheid zowel in de hoedanigheid van opdrachtgever als in de hoedanigheid van beoordelaar van de integriteit van haar partners, pas definitief te introduceren nadat is vastgesteld dat het instrumentarium optimaal functioneert en dat voldaan wordt aan de hoge eisen die de verantwoordelijke departementen daaraan stellen. In verband hiermee zal de wet op 1 juni 2003 volledig in werking treden.

Het wetsvoorstel justitiële gegevens (Staatsblad 2002, 7-11-2003, 552), dat de centrale afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) regelt, is op 5 november 2002 aangenomen door de Eerste Kamer (TK, 24 797). Gestreefd wordt naar inwerkingtreding van de VOG regeling medio 2003. De uitvoeringswetgeving is in voorbereiding. Het centraal orgaan voor de afgifte van VOG's zal naar verwachting in 2003 operationeel zijn. Het project integriteit bedrijfsleven Rotterdam-Rijnmond is afgerond. Op basis van de uitkomsten van het project wordt een beleidskader ontwikkeld voor de VOG rechtspersonen. Dit zal bij de inwerkingtreding van de Wet Justitiële Gegevens gereed zijn.

Ten behoeve van de uitvoering van haar taken en de informatievoorziening aan instanties op het gebied van de rechtshandhaving, onderhoudt het ministerie van Justitie een aantal centrale (geautomatiseerde) registers op het gebied van de preventie van criminaliteit. Deze centrale registers zijn:

– Vennootschappenregister;

– Centraal testamentenregister;

– Centraal insolventieregister (in ontwikkeling).

In 2002 is het centraal insolventieregister nog niet operationeel geworden.

Naast het uitvoeren van deze taken was de verwachting dat Justitie een tweetal nieuwe taken zou gaan uitvoeren in 2002. Ten eerste is dat het Bureau BIBOB (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar bestuur). Dit bureau toetst ten behoeve van bestuursorganen de integriteit van betrokken partijen bij subsidies, vergunningen en aanbestedingen. De inwerkingtreding is uitgesteld tot 1 juni 2003.

Ten tweede gaat het om de thans door de burgemeesters afgegeven verklaring omtrent gedrag van natuurlijke personen, waarvoor een centraal orgaan voor afgifte wordt ingericht. Ook zal een dergelijke verklaring voor rechtspersonen worden ontwikkeld. Dit centraal orgaan zal naar verwachting in 2003 operationeel zijn.

Prijs- en volumegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Verklaringen van geen bezwaar vennootschappen    
Ingediende aanvragen75 53072 48368 50070 359
Afgegeven verklaringen73 85771 67268 50067 735
Geweigerde/niet-ontvankelijke verklaringen0,3%0,5%0,7%0,3%
– tarief (x € 1,–)91919191
– toegelicht begrotingsbedrag (x € 1000)5 7986 0356 2176 075
     
Inschrijvingen in het CTR    
– tarief (x € 1,–)8888
– volume (prod.)273 400269 000300 000256 843
– toegelicht begrotingsbedrag (x € 1000)2 2331 8482 4502 280
     
Garantstelling curatoren    
Nieuwe verzoeken om garantstelling595710058
Beslissingen op nieuwe verzoeken59578033
     
Verzoeken tot geslachtsnaamwijziging    
Ingediende verzoeken3 8603 3503 0003 108
Afgegeven verklaringen3 4273 3503 0002 417
– tarief (x € 1,–)91919191
– toegelicht begrotingsbedrag (x € 1000)350452272417
     
Bevragingen van het CIR    
– tarief (x € 1,–)  60
– volume (prod.)  50 0000
– toegelicht begrotingsbedrag (x € 1000)  2840
     
Aanvragen VOG    
– tarief (x € 1,–)  230
– volume (prod.)  186 0000
– toegelicht begrotingsbedrag (x € 1000)  4 2200
     
Aanvragen BIBOB    
– tarief (x € 1,–)  7260
– volume (prod.)  5000
– toegelicht begrotingsbedrag (x € 1000)  3630

Toelichting

In 2002 zijn de prijs- en volumegegevens bij de screening en beoordeling van personen die een rechtspersoon willen oprichten en, het bij gunstig resultaat afgeven van een Verklaring van Geen Bezwaar (VvGB), nagenoeg volgens prognose gerealiseerd. Het aantal geweigerde verklaringen is achtergebleven bij de prognose als gevolg van uitspraken van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, waar personen tegen een weigering van de Verklaring in beroep kunnen gaan. In verband daarmee moest in 2002 de motivering van de afwijzingen worden aangepast. Het aantal verzoeken ten aanzien van de garantstellingregeling curatoren, die dient ter voorkoming van misbruik van rechtspersonen, past in de (gelijkblijvende) meerjarentrend. Het verschil in het aantal nieuwe verzoeken (60) en bijbehorende beslissingen (33) komt voort uit tijdelijke verminderde personele capaciteit, die begin 2003 is hersteld. Naast de in de tabel opgenomen beslissingen op verzoeken om garantstelling is er in 2002 ook beslist op 240 verzoeken om verlenging, 14 voor verhoging en 10 voor betaalbaarstellingen. Het aantal verzoeken naamswijziging benadert de raming maar de daaraan gekoppelde ontvangsten zijn hoger. De reden hiervoor is dat verhoudingsgewijs meer aanvragen onder het standaardtarief vallen ten opzichte van het gereduceerd tarief dan geraamd.

Groeiparagraaf

In de begroting 2002 hebben de prestatiegegevens uitsluitend betrekking op het volume van de bij deze operationele doelstelling benoemde producten. In de begroting 2003 zijn deze volumegegevens aangevuld met doorlooptijden en – voor een aantal producten – met het percentage afwijzingen/weigeringen. Voor de begroting 2004 vindt een verdere uitwerking van deze prestatiegegevens plaats.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.2     
      
uitgaven7 6968 2369 0308 518512
programma-uitgaven7 6968 2369 0308 518512
      
ontvangsten9 5239 2518 83713 806– 4 969
      
verplichtingen8 6409 3608 4248 518– 94
waarvan:     
– garanties2274 652135227– 92

Operationele doelstelling 3.1.3

Voortdurend vergroten van kennis over beheersing van de criminaliteit bij de relevante partners.

Resultaten

In 2002 zijn zes nummers verschenen van SEC, Tijdschrift over Samenleving en Criminaliteitspreventie. Het januarinummer was een «special» over criminaliteit in het bedrijfsleven, dat ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing werd uitgebracht. Perspectief, het informatie- en opinieblad voor de jeugdbescherming, heeft in 2002 acht nummers uitgebracht.

De jaarlijkse prijsuitreiking voor het beste preventieproject in Nederland vond op 28 oktober 2002 plaats. Winnaar was het project «Helden rond de Velden» van voetbalclub Cambuur, dat tot stand kwam in samenwerking met de gemeente Leeuwarden, de politie Midden Friesland en het Buro Halt.

Evaluatieonderzoek

In voorgaande jaren zag een groot aantal rapporten het licht. In de loop van 2002 is besloten de afdeling op te heffen die de productie van rapporten verzorgde. Om die reden is het in de begroting aangekondigde tevredenheidsonderzoek naar publicaties niet uitgevoerd.

Wel is in het voorjaar een lezersonderzoek naar «Perspectief» (informatie- en opinieblad voor de jeugdbescherming) gehouden, waarin de lezers de kwaliteit van het blad met gemiddeld 7,6 waarderen. Dat is hoger dan bij een vergelijkend onderzoek in 1997 en ook hoger dan dag- en nieuwsbladen plegen te scoren bij dergelijke onderzoeken.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.3     
      
uitgaven1 5932 0411 5611 763– 202
      
programma-uitgaven9381 6146931 038– 345
waarvan:     
– subsidies9381 614311 038– 1 007
apparaatsuitgaven655427868725143
      
ontvangsten0038038
      
verplichtingen1 7882 2121 5171 763– 246

Operationele doelstelling 3.1.4

Versterken van de afstemming en samenwerking tussen justitiële organisaties door het tot stand brengen van arrondissementaal justitieoverleg op strategisch niveau.

Resultaten

In alle arrondissementen zijn arrondissementale justitiële beraden, bestaande uit de hoogste leidinggevenden van politie, openbaar bestuur, zittende magistratuur en de andere partners in de strafrechtketen, actief. Het ministerie van Justitie heeft de beraden op grond van de bijdrageregeling regionale samenwerking voor de jaren 2001 tot en met 2003 een bijdrage toegekend om de beoogde samenwerking te faciliteren. Als belangrijkste knelpunt ervaren de beraden de planning & control cyclus, die niet is ingericht op een eenduidige ketensturing. Op basis van de begin 2003 uit te brengen rapportages van de departementale werkgroepen «inventarisatie knelpunten sturingsrelaties» en «vernieuwing besturingsconcept» zal verder invulling worden gegeven aan de inrichting van gemeenschappelijke beleidskaders voor de organisaties in de strafrechtketen. Dat moet volgens het Veiligheidsprogramma in 2005 leiden tot bindende afspraken over de inzet van de samenwerkende organisaties voor effectief justitieel optreden.

Evaluatieonderzoek

Omdat met de inrichting van de arrondissementale beraden later is gestart dan aanvankelijk werd voorzien, is het aangekondigde evaluatieonderzoek uitgesteld tot begin 2003.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.4     
      
uitgaven2 2192 650992 455– 2 356
      
programma-uitgaven2 1452 42032 375– 2 372
waarvan:     
– subsidies2 1452 42002 375– 2 375
apparaatsuitgaven73230968115
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen2 4902 756962 455– 2 359

Operationele doelstelling 3.1.5

Op lokaal niveau implementeren van kleinschalige, integrale Justitievoorzieningen om – in relatie tot rechtshandhaving – de subjectieve en objectieve veiligheid te vergroten.

Resultaten

De ontwikkeling van wijkprogramma's «Communities that Care» (CtC) en «Opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering» (O&O) is in 2002 voortgezet door de ministeries van Justitie en VWS. Deze strategieën richten zich op het signaleren en aanpakken van opvoedingsproblemen om later probleemgedrag te voorkomen.

Prestatiegegevens

 200020012002
Aantal geopende JIB bureaus4611
Totaal JIB bureaus121829

Evaluatieonderzoek

In augustus 2002 is het landelijk evaluatieonderzoek naar Justitie in de Buurt (JIB) afgerond. Naar aanleiding van de uitkomsten uit dit onderzoek heeft in oktober 2002 een strategische conferentie plaatsgevonden over de toekomst van het JIB-beleid. Een samenvatting van de onderzoeksresultaten en de grote lijnen van het toekomstig JIB-beleid zijn verwoord in een brief van de minister aan de Tweede Kamer van 30 oktober 2002.

Sinds 1999 lopen in een aantal gemeenten pilotprojecten van de strategieën Communities that Care (CtC) en Opvoedingsondersteuning en Ontwikkeling (O&O). In april 2002 heeft de commissie Opstelten geadviseerd de eerste strategie, CtC, geleidelijk uit te breiden naar 25 à 50 probleemwijken in tien jaar. Nadere besluitvorming over uitbreiding zal worden genomen in het kader van de operatie JONG. De pilots CtC zijn tot die tijd verlengd zodat meer gegevens beschikbaar zijn voor een verantwoorde effectmeting. De pilots en eindproducten van de tweede strategie, O&O, zijn inmiddels afgerond. De methodiek O&O staat nu voor gemeenten ter beschikking. De commissie Opstelten zal eind 2003 haar eindrapport over CtC en O&O uitbrengen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.5     
      
uitgaven7 3658 6123 1638 151– 4 988
      
programma-uitgaven7 2927 8643 0688 070– 5 002
waarvan:     
– bijdragen7 2927 8642 7508 070– 5 320
apparaatsuitgaven73748958114
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen8 2688 9312 0868 151– 6 065

Operationele doelstelling 3.1.6

Mede vormgeven aan Europese strategie voor criminaliteitspreventie.

Resultaten

Op uiteenlopende deelterreinen van het drugsbeleid wordt ook bijgedragen aan het vormgeven van een Europese strategie voor criminaliteitspreventie. De Europese drugsstrategie en het daarvan afgeleide EU-actieplan inzake drugs (2000–2004) zijn de centrale kaders. Ten behoeve van de tussentijdse evaluatie van het EU Actieplan Drugs 2000–2004 heeft Nederland een bijdrage geleverd. In onder meer dit EU Actieplan Drugs zijn voornemens vastgelegd om bepalingen uit het Verdrag van Amsterdam uit te werken inzake het streven naar minimumvoorschriften bestanddelen en straffen voor illegale handel in drugs. In mei 2001 diende de Commissie hiertoe het ontwerp Kaderbesluit Illegale Drugshandel in. De Raadswerkgroep Materieel Strafrecht was het gremium waar dit ontwerp Kaderbesluit behandeld werd. Het ontwerp Kaderbesluit is herhaaldelijk onderwerp van bespreking geweest in de Raad onder zowel Spaans als Deens voorzitterschap. Tot op heden is hier geen overeenstemming over bereikt. Nederland heeft in de vorm van deelname aan de raadswerkgroepvergaderingen en het opstellen van zittingsdocumenten en instructies een bijdrage aan de onderhandelingen over dit ontwerp Kaderbesluit geleverd.

In de EU-werkgroep drugshandel is een initiatief van Zweden besproken om tot een EU-brede analyse van monsters van amfetamine en overige synthetische drugs te komen. Doel is opsporingsonderzoeken in dit soort zaken effectiever te kunnen doen zijn. Nederland heeft het beginsel ondersteund. Er waren wel de nodige aandachtspunten van technische aard. Mede daarom is er voor geopteerd om eerst met een beperkte pilot te beginnen (naar verwachting in 2002). Deze pilot is in 2002 van start gegaan. De Unit Synthetische Drugs en het NFI treden daarbij op als nationaal contactpunt voor het project. Het pilotproject kent een looptijd van 5 jaar. In een tussentijdse evaluatie, voorzien in 2004 zullen wetenschappelijke aspecten, opbrengst en kosten worden beoordeeld.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.6     
      
uitgaven512953265566– 301
      
programma-uitgaven887049– 5
apparaatsuitgaven50483261557– 296
      
ontvangsten00707
      
verplichtingen5741 089274566– 292

Operationele doelstelling 3.1.7

Ontwikkelen en evalueren van instrumenten of methoden gericht op de daders, slachtoffers of de omgeving ter beheersing van de criminaliteit.

Evaluatieonderzoek

Het onderzoek naar huiselijk geweld in allochtone kring is afgerond en op 4 december 2002 aan de Tweede Kamer gezonden. Van de ondervraagden zegt 24% ooit in zijn of haar leven het slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld; fysiek geweld komt daarbij het meeste voor (20%); 9% zegt het slachtoffer te zijn van huiselijk geweld dat wekelijks of dagelijks voorkomt. De cijfers zijn verontrustend, maar relatief laag in vergelijking met het onderzoek onder autochtone Nederlanders, dat in 1997 is uitgevoerd. Over de uitkomsten van het onderzoek zal overleg worden gevoerd met de allochtonen organisaties, op basis waarvan wordt bezien welke vervolgstappen zijn aangewezen. In 2002 is een onderzoek afgerond naar bestaande en potentiële nieuwe reisbestemmingen voor kindersekstoerisme, dat in opdracht van het ministerie van Justitie is uitgevoerd. Het onderzoek vloeit voort uit het bredere Actieplan Aanpak Seksueel misbruik van kinderen (NAPS). Het rapport Kindersekstoerisme (vanuit Nederland): onderzoek naar bestaande en (mogelijk) nieuwe reisbestemmingen is in november 2002 aan de Tweede Kamer aangeboden. De evaluatie Taakspel is in 2002 opgeleverd. Met het Taakspel kan een zinvolle en effectieve invulling gegeven worden aan het creëren van een veilig en structurerend pedagogisch klimaat en het bevorderen van de deskundigheid van teamleden in het onderwijs. Het programma Taakspel is inmiddels opgenomen binnen de richtlijnen van Communities that Care (NIZW).

Eind oktober 2002 heeft de staatssecretaris van VWS het evaluatierapport over het Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Middelen (NICAM) aan de Tweede Kamer gezonden. Het instrument dat door het NICAM is ontwikkeld betreffende de classificatie van audiovisuele producten is bekend onder de naam «Kijkwijzer». Kijkwijzer is bedoeld om ouders, andere opvoeders en ook jeugdigen zelf te waarschuwen voor mogelijke schadelijke invloeden op kinderen en jongeren van tv programma's, video's, bioscoopfilms en dvd's. Kijkwijzer houdt in dat aanbieders hun producten voorzien van leeftijdsaanduidingen en pictogrammen. In het onderzoek wordt onder meer ingegaan op de bekendheid van Kijkwijzer bij het publiek, of de producenten en distributeurs van audiovisuele producten zich aan de afspraken houden en op de klachten die bij het NICAM zijn binnengekomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.7     
      
uitgaven4 1814 1453 5754 628– 1 053
      
programma-uitgaven3 5713 2792 7673 952– 1 185
waarvan:     
– subsidies3 5713 2792 0753 952– 1 877
apparaatsuitgaven610867808676132
      
ontvangsten0056056
      
verplichtingen4 6944 3853 5074 628– 1 121

Operationele doelstelling 3.1.8

Bevorderen van het gebruik en de implementatie van instrumenten/methoden gericht op daders/slachtoffers door relevante organisaties.

Evaluatieonderzoek

De evaluatie van de uitvoering van de stimuleringsmaatregel criminaliteitspreventie is wegens onvoldoende menskracht vertraagd. Er wordt naar gestreefd om in 2003 de subsidieverstrekking per onderwerp, waar de subsidieregeling betrekking op heeft, te evalueren.

Wat het pilotproject vroegtijdige signalering van probleem- en crimineel gedrag bij kinderen betreft blijkt in twee van de drie projectplaatsen namelijk Arnhem en Alkmaar de outreachende wijze van hulpverlenen bij de doelgroep effect te hebben. Er valt een vermindering van de totale problematiek te constateren. In Almere is het project qua organisatie niet goed van de grond gekomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.8     
      
uitgaven1 3211 6327281 462– 734
      
programma-uitgaven1 0661 2913921 180– 788
waarvan:     
– subsidies1 0661 2913761 180– 804
apparaatsuitgaven25534133628254
      
ontvangsten0024024
      
verplichtingen1 4831 7283361 462– 1 126

Operationele doelstelling 3.1.9

Zorgdragen voor een goed gereguleerd kansspelaanbod.

Resultaten

De doelstelling van het kansspelbeleid is gebaseerd op de Wet op de kansspelen, de kabinetsstandpunten kansspelen (TK, 24 036, nrs. 180 en 228) en het Strategisch Akkoord. De doelstelling wordt naast de reguliere uitvoering van het huidige kansspelbeleid gerealiseerd door het implementeren van de voorgenomen beleidswijzigingen en krijgt beslag in een herziene Wet op de kansspelen.

In 2002 zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:

– Oplevering van het onderzoeksrapport «Een spel met grenzen: het Nederlandse casino». Het rapport wordt met de tweede voortgangsrapportage kansspelen aan de Tweede Kamer gezonden;

– Start onderzoek naar de behoefte aan uitbreiding van het aantal loterijvergunningen. De resultaten worden voorjaar 2003 verwacht;

– Voorbereiding van het wetsvoorstel «Kansspelen op internet» ten behoeve van de internet proef;

– Voorbereiding van de wijziging van het Kansspelbesluit ten behoeve van aanpassing van de afdrachtpercentages;

– Ontwerp certificaat voor beneficianten;

– Start commissie die model verdeelsysteem ontwerpt. Het model verdeelsysteem wordt in de loop van 2003 verwacht;

– Periodiek overleg handhaving, aanpak van illegale casino's en internet gokzuilen;

– Start onderzoek KLPD naar aard en omvang illegaal kansspelaanbod op internet. De resultaten van het onderzoek worden in de tweede helft van 2003 opgeleverd;

– Start onderzoek naar toezichtmodellen. Het eindrapport wordt voorjaar 2003 opgeleverd.

Een aantal onderzoeken (onderzoek toezichtmodellen en onderzoek loterijbehoefte) en de advisering over internet regelgeving hebben als gevolg van de bezuinigingen en de verplichtingenstop van het huidige demissionaire kabinet vertraging opgelopen. Een deel van de kosten dat met deze onderzoeken gemoeid is, is hierdoor verschoven naar 2003.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.9     
      
uitgaven4324661 142478664
      
programma-uitgaven432466476478– 2
waarvan:     
– bijdragen432466150478– 328
apparaatsuitgaven006660666
      
ontvangsten3103045– 15
      
verplichtingen4853921 188478710

Beleidsartikel 3.2 Slachtofferzorg

Beleidsdoelstelling 3.2

Bijdragen aan een goede bejegening van slachtoffers van strafbare feiten ter bevordering van het rechtvaardigheidsgevoel in Nederland.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.2     
      
uitgaven9 51810 45821 36514 2957 070
      
ontvangsten0088088
      
verplichtingen10 2171 72823 26314 2958 968

Operationele doelstelling 3.2.1

Zorgen dat slachtoffers van misdrijven een voorziening hebben die laagdrempelige eerste praktische en emotionele hulp biedt.

Resultaten

Een goede slachtofferbejegening begint met laagdrempelige eerste praktische en emotionele hulp. De minister van Justitie draagt daaraan bij door de instandhouding van de stichting Slachtofferhulp Nederland.

In 2002 zijn de voorbereidingen getroffen voor de grote reorganisatie per 1 januari 2003, met een landelijke stichting en 13 regiobureaus. De efficiency en effectiviteit van de organisatie is daardoor vergroot. Door deze reorganisatie is de invoering van outputfinanciering naar achteren verschoven.

Volumegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie (voorlopig) 2002
Aantal geholpen slachtoffers92 47493 00096 20089 611
Aantal zaken (per zaak kunnen meerdere slachtoffers betrokken zijn)81 2298200081 14081 511

Toelichting

Het streefcijfer met betrekking tot het aantal geholpen slachtoffers lag op 96 200. In juni 2003 zal het jaarverslag van Slachtofferhulp Nederland vastgesteld worden waarin de definitieve cijfers opgenomen zullen zijn.

Groeiparagraaf

Door de eerder genoemde reorganisatie is een belangrijke stap gezet naar betrouwbaardere prestatiegegevens. In plaats van een groot aantal verschillende systemen is er thans een centraal automatiseringssysteem waarop alle 13 regio's zijn aangesloten. Daarmee is aan een belangrijke voorwaarde om te kunnen komen tot betrouwbare prestatiegegevens voldaan. De wijze waarop in de diverse regio's geregistreerd wordt vraagt nog nadere aandacht evenals de wijze waarop productiegegevens gegenereerd worden.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.2.1     
      
uitgaven4 4307 2049 0646 6532 411
      
programma-uitgaven4 3557 0748 9006 5402 360
waarvan:     
– subsidies4 3557 0748 8756 5402 335
apparaatsuitgaven7513016411351
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen4 7567 47711 2676 6534 614

Operationele doelstelling 3.2.2

Bevorderen dat slachtoffers van strafbare feiten goed worden bejegend vanaf het eerste contact met de politie tot en met de inning van de schade en dat er een voorziening is voor schadeverhaal op de dader.

Resultaten

In 2002 is doorgegaan met de implementatie van de actiepunten die voortvloeien uit de eindevaluatie slachtofferzorg, die zijn weergegeven in de brief van 29 juni 2001 van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer (TK, 27 213, nr. 2):

– Besloten is dat aan de hand van de uitkomsten van evaluatieonderzoek gekomen zal worden tot invoering van eenduidige kengetallen bij het OM;

– Het College van Procureurs-generaal heeft gevolg gegeven aan het verzoek de landelijke coördinatie van de slachtofferzorg bij het OM tot en met 2002 (en ook daarna) te handhaven;

– Het ideaaltypisch slachtofferloket bij de parketten is door het OM beschreven, en aan de hand daarvan wordt dit loket verder ontwikkeld;

– Het OM heeft door het maken van goede afspraken omtrent het casusoverleg in jeugdstrafzaken de eisen van snelrecht en een zorgvuldige behandeling van slachtoffers zoveel mogelijk met elkaar verenigd;

– De Raad voor de rechtspraak heeft door middel van de inrichting van een speciale receptie voor slachtoffers, de begeleiding van slachtoffers, aparte wachtruimten voor slachtoffers, e.d. op een structurele wijze aandacht gegeven aan het slachtoffer;

– De executie van de schadevergoedingsmaatregel door het Centraal Justitieel Incasso Bureau verloopt goed (er kan in slechts in 1% van de gevallen niet worden geïnd ten behoeve van het slachtoffer), waarbij het in die 1% zaken meestal gaat om daders die onvoldoende financiële draagkracht hebben.

In 2002 zijn er in totaal tien projecten, die gerelateerd zijn aan de brede definitie van slachtofferzorg, gestart en afgerond. Het betreft de volgende projecten:

– Opzetten registratiesysteem Regas (SHN);

– Onderzoek Slachtofferhulp en culturele diversiteit;

– Project presentatie Slachtofferzorg;

– Handboek Slachtofferzorg;

– Onderzoek experiment JOS (Juridische opvang slachtoffers seksueel geweld);

– Subsidie herstelbemiddeling Den Bosch;

– Subsidie herstelbemiddeling Den Haag;

– Subsidie coördinerende functie inzake Herstelbemiddeling;

– Evaluatie schriftelijke slachtofferverklaring;

– Evaluatie herstelbemiddeling.

Evaluatieonderzoek

In 2002 is de verdere monitoring van slachtofferzorg gestart met de meetmethode slachtofferzorg en een (periodiek) evaluatieonderzoek onder slachtoffers van misdrijven die met het OM in aanraking komen. Het OM heeft dit evaluatieonderzoek in 2002 aanbesteed. Over de uitkomst van dit onderzoek wordt in 2003 gerapporteerd. Er zijn diverse pilot projecten bemiddeling in strafzaken gesubsidieerd, waarover in 2003 aan de Tweede Kamer zal worden gerapporteerd.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.2.2     
      
uitgaven27947343841820
      
programma-uitgaven203298276305– 29
waarvan:     
– subsidies203298256305– 49
apparaatsuitgaven7517516211349
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen299505131418– 287

Operationele doelstelling 3.2.3

Zorgen dat slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven een voorziening hebben die een tegemoetkoming in de schade verstrekt aan die slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven die hun schade niet elders kunnen verhalen.

Resultaten

Het aantal verzoeken die bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) werden ingediend is de afgelopen jaren fors gestegen. In 2002 is het SGM gestart met het verbeteren van de eigen organisatie om deze groei efficient te kunnen afhandelen.

Lopende het jaar werden trajecten gestart ter verbetering van de inrichting van de primaire processen en wijziging van de werkwijzen en bevoegdheidsverhoudingen tussen de Commissie en het ondersteunend apparaat. Een en ander moet in samenhang in 2003 leiden tot efficiëntere werkwijzen en kortere doorlooptijden die mede rekening houden met de termijnen in de Algemene wet bestuursrecht. In dat verband is ook besloten tot een onderzoek naar herijking van de kostprijzen, te starten in 2003.

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Beslissingen op verzoeken tot tegemoetkoming (aantallen)3 5804 1184 1185 492
Advies aan de Commissie   3 175
Aangemerkt als ingetrokken   2 317
Bezwaarschriften n.a.v. Beslissing Commissie7,5%7,5%7,5%8,9%

Toelichting

De positieve afwijking van de gerealiseerde productie ten opzichte van de begrote productie is toe te schrijven aan een beleid dat werd gericht op groei. In 2002 werden 5101 verzoeken ontvangen. Daarnaast konden in de verslagperiode oude dossiers worden afgesloten. Het bureau bracht 3175 adviezen aan de Commissie uit en merkte 2317 verzoeken als ingetrokken aan. De totale realisatie bedraagt 5492 beslissingen. Het percentage ingediende bezwaarschriften heeft betrekking op de subcategorie beslissingen van de Commissie. In 2003 zal worden nagegaan welke oorzaken ten grondslag liggen aan de stijging van dit percentage.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.2.3     
      
uitgaven4 8102 78111 8637 2234 640
      
programma-uitgaven4 7992 77611 8407 2084 632
apparaatsuitgaven10523158
      
ontvangsten0080080
      
verplichtingen5 1632 76611 8657 2234 642

Beleidsartikel 3.3 Rechtshandhaving

Beleidsdoelstelling 3.3

Bijdragen aan de handhaving van wet- en regelgeving ten behoeve van een veilige Nederlandse samenleving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.3     
      
uitgaven364 082428 989654 719453 322201 397
      
ontvangsten67 28972 45176 23458 67417 560
      
verplichtingen369 783426 605686 123453 322232 801

Operationele doelstelling 3.3.1

Het verzorgen van tijdige en adequate strafrechtelijke reactie op daders van strafbare feiten, rekening houdend met de slachtoffers van die feiten.

Resultaten

Ten behoeve van de slachtoffers van misdrijven is een éénloketsfunctie geïnstalleerd. Slachtoffers kunnen informatie over hun zaak voortaan op één punt verkrijgen, waardoor ze niet meer bij verschillende instanties hoeven te informeren. In alle 19 arrondissementen is het loket in de afgelopen periode geïnstalleerd.

Functioneel Parket

Met de komst van de vier Bijzondere Opsporingsdiensten (BOD'n) nieuwe stijl heeft de Tweede Kamer nadrukkelijk aan de minister van Justitie gevraagd hoe het gezag over deze diensten kon worden versterkt. Daartoe is in 2002 een landelijke organisatorische eenheid binnen het Openbaar Ministerie (OM) opgericht, die zich concentreert op de handhavingsterreinen waarop de BOD-en werkzaam zijn en waarin kennis op het gebied van de bijzondere handhaving is gebundeld: het Functioneel Parket. Het Functioneel Parket heeft de opdracht samen met haar partners de maatschappij te beschermen tegen inbreuken op belangen als betrouwbaar financieel verkeer, voedselveiligheid, een schoon milieu en goede sociale voorzieningen. De kerntaak van het Functioneel Parket komt voort uit deze gedachte en omvat het gericht en doelmatig leiding geven aan de strafrechtelijke handhaving gerelateerd aan de bijzondere opsporingsdiensten.

In 2002 is het Functioneel Parket opgebouwd, zodat het vanaf 1 januari 2003 volledig operationeel is. Vanaf die datum is het FP aanspreekbaar voor ketenpartners, en in samenwerking met de BOD-en, verantwoordelijk voor opsporing en vervolging van zaken op het gebied van milieu, economie en fraude.

In 2002 is de organisatie ingericht, zijn afspraken gemaakt binnen de keten en is expertise verzameld. Daarbij zijn arrangementen geconstrueerd waarin de relatie tussen het Functioneel Parket en de BOD'n is geregeld. Voorts is in het najaar van 2002 het eerste fenomeenonderzoek gehouden van de afdeling expertise van het FP. Bij het fenomeenonderzoek staat het bijhouden van criminaliteitsbeelden centraal.

Vanaf 1 januari 2003 worden de eerste zaken gedaan. In 2002 is louter sprake geweest van een constructiejaar, 2003 is een jaar waarin zaken strafrechtelijk moeten worden afgedaan. De bouwactiviteiten zullen in 2003 afnemen ten faveure van de staande, zichzelf ontwikkelende, organisatie.

Geïntegreerd Proces Systeem

De aan het OM toegekende gelden in het kader van de verbetering van de ICT zijn vooral geïnvesteerd in de nieuwbouw van het systeem Compas en de daaraan gerelateerde vervanging van de infrastructuur. De nieuwbouw van dit systeem, dat het Geïntegreerd Proces Systeem (GPS) gaat heten, moet leiden tot verkorting van doorlooptijden en verbetering van de productiviteit. In 2002 is het eerste increment (artikel 8 Wegenverkeerswet) van het GPS ontwikkeld en zijn de accaptatietesten hiervoor uitgevoerd. Dit increment zal begin 2003 in pilot worden genomen. Tevens is in 2002 het tweede increment van het GPS (de executiemodule) ontworpen (deze is in januari 2003 goedgekeurd). Ook is de informatieanalyse van het eerste deel van intake/beoordeling/zittingsvoorbereiding (increment 3) uitgevoerd in 2002.

De arrondissementen van het Openbaar Ministerie zijn hun voorbereiding gestart voor de implementatie van artikel 8 WVW.

De uitvoering van de opdracht tot de ontwikkeling van increment 2 (de executiemodule) is sterk vertraagd ten gevolge van logistieke problemen. Bij ongewijzigde voortzetting van dit traject zal pas begin 2004 dit deelsysteem opgeleverd worden. De omvang en complexiteit van de te ontwikkelen producten zijn aanzienlijk groter zijn dan oorspronkelijk aangenomen. Daarnaast laat de bouw van increment 2 geen kortere doorlooptijd toe dan circa 13 maanden. Op basis van deze inzichten is ook gekeken naar de consequenties voor de realisatie van de overige incrementen. De doorwerking van deze feiten in de planning van het GPS project is aanzienlijk. Rekening houdend met de technische afhankelijkheden en de gebruikelijke beperkingen bij de inzet van mensen en middelen is operationele oplevering van GPS in 2004, in de huidige opzet, niet realiseerbaar. Eerder moet gedacht worden aan oplevering in de periode 2005–2006.

De projectactiviteiten zullen in eerste instantie gericht zijn op de implementatie van Increment 1 Artikel 8 WvW) en het bijstellen van de gewenste GPS functionaliteit, in relatie tot de onderliggende bedrijfsprocessen. Dat betekent dat (nieuwe) bouwtrajecten (zoals de bouw van de executiemodule) worden opgeschort tot het moment dat de discussie over de gewenste functionaliteit van het GPS als geheel is afgerond.

De projectorganisatie zal aangepast worden aan deze nieuwe aanpak.

Ten gevolge van het niet honoreren van de GPS claim is in 2002 een tekort ontstaan van € 3,0 miljoen op het ICT budget. Teneinde deze tegenvaller in 2002 op te vangen, heeft binnen het OM in 2002 een ingrijpende efficiency-operatie plaatsgevonden, met als oogmerkt binnen het beschikbare budget te blijven. Het GPS project zal in overeenstemming met het projectplan (en het totale meerjarenkader) een deel van de kosten van de ontwikkeling van increment 2 overhevelen naar 2003.

Verkeershandhaving

In bijna alle politieregio's zijn nu handhavingsteams operationeel die werken op basis van regionale plannen verkeershandhaving. De prestatienormen (neergelegd in het convenant) worden, als het gaat om de arbeidsintensieve controles als snelheid-mobiel en bromfietshelmen, in het algemeen niet gehaald. Dit geldt voor de ureninzet. De verwachte opbrengst in processen-verbaal (ook neergelegd in het convenant) blijft landelijk op alle speerpunten achter.

De handhavingsteams hebben vaak te maken met een langdurig hoog ziekteverzuim, een grote mobiliteit van medewerkers en langdurige opleidingstrajecten. Bij het speerpunt snelheid-mobiel wordt in toenemende mate de lasergun ingezet. Deze handhavingsstrategie leidt tot meer staandehoudingen.

Het invoeren van de automatische kentekenuitlezers bij de handhavingsteams verliep problematisch, technische problemen met de randapparatuur vormden hiervoor de oorzaak.

Het uitleveren van videovoertuigen is in het derde trimester, gefaseerd gestart. De opleiding van gekwalificeerd personeel (één afkomstig uit het handhavingsteam, één afkomstig uit de staande organisatie) ging hieraan vooraf.

Reparaties van vaste handhavingsmiddelen worden steeds adequater uitgevoerd, echter leveringen van nieuwe vaste installaties lopen nog te vaak vertragingen op (aansluitingen energie, verkeersregelinstallaties).

Een aantal regiokorpsen leveren de processen-verbaal nog steeds niet consequent aan met de exclusieve projectcode voor het handhavingsteam. Hierdoor worden processen-verbaal verkeerd bijgeschreven.

Arrondissementsparketten pakken steeds meer de regierol op als het gaat om de projectuitvoering, het benoemen van inzetcriteria van handhavingsmiddelen, de ontwikkeling van integrale verkeershandhavingsplannen. Deze ontwikkeling beperkt zich niet allen tot die regio's waarbij het project na vier jaar afloopt. Een zorgpunt is het tijdspad dat nodig blijkt te zijn voor een kwalitatief verantwoorde «doorstart».

Op het gebied van communicatie werken de handhavingsteams steeds vaker en intensiever samen. Zij doen dat onderling (provinciaal niveau) en met derden.

In 2002 is de continuïteit van de grote landelijke monitoringonderzoeken gewaarborgd. Tevens zijn voor de uitvoering van de handhavingprojecten door de regionale handhavingteams verschillende «inzetprofielen» opgesteld.

Op het budget Regioplannen bleek halverwege 2002, dat de geplande bestedingen niet zouden worden gehaald. Oorzaak was o.a. dat nog veel geleverd werd uit eigen voorraden ten behoeve van de nieuwe regio's. Verder werden sommige nieuwe regio's later dan verwacht operationeel.

Gerechtskosten

In de afgelopen jaren is de uitputting op het gerechtskostenbudget explosief gegroeid. Ondanks het feit dat het budget verschillende malen werd opgehoogd, is steeds een aanzienlijke overschrijding gerealiseerd. Ook in 2002 is het budget diverse keren opgehoogd. Uiteindelijk is in 2002 een overschrijding van € 2,3 miljoen gerealiseerd.

Aan de stijging van de gerechtskosten ligt een aantal oorzaken ten grondslag:

– uitbreiding telecommarkt

Waar vragen op het gebied van de telecommunicatie in het kader van het strafrechtelijk onderzoek vroeger aan één partij (KPN) konden worden gesteld, is inmiddels een groep providers actief in de markt (Ben, O2, Vodafone, Dutchtone, etc.). Informatievragen dienen veelal aan al deze providers gesteld te worden, omdat een telefoonnummer geen vaste codering bevat die gerelateerd is aan één van de betrokken providers. Alle bevraagde providers mogen vervolgens hun inzet declareren. Na volledige operationalisering van het CIOT zal deze kostenpost afnemen.

– toename megazaken

De stijging van het aantal megazaken brengt een toename met zich mee van de betrokken gerechtskosten, bijvoorbeeld door het inhuren van extra tolken. Het gaat hierbij primair om een volumeverschil.

– opbouw samenleving in relatie tot de inzet van tolken en vertalers

De multiculturele opbouw van onze samenleving leidt tot stijging van de kosten van tolken en vertalers. In toenemde mate dienen documenten en gesprekken te worden vertaald in het kader van het gerechtelijk onderzoek. De stijging van de gerechtskosten is voor een groot deel toe te schrijven aan deze ontwikkeling.

– technologische ontwikkelingen telecommunicatie

De variabele kosten van het telefoontappen en het reconstrueren van telefonische communicatie zijn fors toegenomen. Waar het monitoren van telefoonverkeer vroeger met één vast net relatief gemakkelijk was, heeft de (massale) introductie van de mobiele telefonie en de daaraan gepaarde techniek de nodige consequenties voor (de kosten van) het opsporingsonderzoek.

Bovendien is sinds 11 september 2001 de realisatie op het gerechtskostenbudget extra toegenomen. Met name de kosten van afluisteren, NAW-bevragingen etc. zijn sindsdien fors gestegen. Daarnaast kan in algemene zin worden vastgesteld dat het gebruik van mobiele telefonie een lage drempel kent. Verdachten beschikken veelal over meerdere mobiele telefoons, waardoor het strafrechtelijk onderzoek tot hoge kosten leidt.

Ook in 2002 zijn justitie-brede initiatieven ontplooid om tot beheersing van de gerechtskosten te komen. Toch sorteren deze (nog) niet het gewenste effect. Ten gevolge van de oprichting van het CIOT zullen de kosten van NAW-bevragingen in de toekomst afnemen, maar door de gefaseerde invoering is dit nog niet zichtbaar in de realisatiecijfers. Het totaalniveau van de gerechtskosten blijft zorgen baren. Aan de ene kant worden diverse maatregelen genomen die de kosten zullen verminderen, zoals de operationalisering van het CIOT en een efficiëntere wijze van tappen in het vaste net. Aan de andere kant is sprake van een aantal ontwikkelingen die de druk op het budget verhogen, zoals het toenemende tappen van internet, verplichte HIV-tests en de veranderende bevolkingssamenstelling.

In de nabije toekomst zal gewerkt worden aan een meer fundamentele oplossing, zoals het ontvlechten van het gerechtskostenbudget. Eén van de kwetsbare elementen van het huidige systeem is nl. dat budgethouder en opdrachtgever nu niet altijd dezelfde zijn.

Volumegegevens

Hieronder staan de klassieke produktie- en prestatiegevens van het OM. In de toekomst zullen deze worden aangevuld met stuurvariabelen op basis van de VBTB-systematiek. Deze variabelen zullen betrekking hebben op onderwerpen als selectiviteit, sanctiesnelheid, sanctiezekerheid en sanctietoepasselijkheid. Vooralsnog wordt geëxperimenteerd met kengetallen inzake de doorloopsnelheid van zaken en het percentage sepots. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende eenheden: snelheid binnen arrondissementsparketten en ressortsparketten, afdoening van rechtbankzaken en kantonzaken en sepotpercentages bij jeugdcriminaliteit en geweldscriminaliteit.

Openbaar Ministerie bedragen x € 1 000
   realisatiebegroting
 2000200120022002
Arrondissementsparketten    
     
INSTROOM    
Rechtbankzaken238,9238,1251,8240,0
wv. minderjarigen27,427,728,527,5
wv. geweld37,338,942,637,5
Kantonzaken191,8181,1219,3160,0
Mulderberoepen257,5291,7327,9300,0
AFDOENINGEN    
Rechtbankzaken242,9239,8267,1240,0
Overdracht4,74,75,1 
Onvoorwaardelijk sepot33,328,127,924,0
Transactie en voorwaardelijk sepot64,667,374,9 
Naar de rechter140,3139,7159,2 
Voegen (ter berechting en/of ad info)15,513,514,7 
Dagv. meervoudige kamer13,114,01615,0
Dagv. politierechter102,4103,3117,2112,0
Dagv. kinderrechter9,38,911,311,0
Kantonzaken219,6184,0217,0160,0
Overdracht3,33,13,1 
Onvoorwaardelijk sepot37,639,530 
Transactie en voorwaardelijksepot84,135,837,6 
Naar de rechter94,7105,6146,3 
Voegen12,411,616,1 
Dagv. kantonrechter82,294,0130,2 
Mulderberoepen    
Uitstroom OM261,0276,1321,0300,0
     
Ressortsparketten    
INSTROOM    
Strafzaken (inclusief militaire kamer)13,312,114,313,5
wv.jeugdzaken0,40,40,5 
Klachten art. 12 Sv. 1,11,21,5 
AFDOENINGEN    
Strafzaken (inclusief militaire kamer)12,611,613,113,5
wv. eindarresten10,69,810,8 
HOGER BEROEP Mulderzaken (alleen Leeuwarden)    
Instroom0,50,71,40,7
Uitstroom0,20,61,10,6

Toelichting

Arrondissementsparketten

De instroom van rechtbankzaken in eerste aanleg is ook de afgelopen periode weer toegenomen. De verhoogde instroom was in overwegende mate afkomstig van de regiopolitiekorpsen en was merkbaar bij alle parketten. De toename van zaken doet zich voor bij vrijwel alle categorieën van zaken. Het afgelopen jaar is uitsluitend sprake van een lichte daling van het aantal zaken terzake van de wet wapens en munitie. De ontwikkelingen in de instroom worden blijvend gevolgd, mede met het oog op de (te maken) afspraken met de politie in het kader van het veiligheidsprogramma.

In 2002 werden ruim 250 000 zaken door het OM ingeschreven. Ook de «ernst» van de zaken neemt toe, er stroomden in 2002 namelijk ruim 3400 zaken meer [dan in 2001] in waarin voorlopige hechtenis werd toegepast. Het aandeel van minderjarigen zaken daalde licht. Het aandeel van geweldszaken steeg enigszins. De toename van de instroom zal zich voortzetten gelet op de investeringen die worden gedaan om de veiligheid in de samenleving te vergroten. Daar komt nog bij het voornemen van het kabinet om tot 2006 40 000 extra rechtbankzaken te laten instromen.

De uitstroom van zaken bij het OM steeg naar 267 000 zaken. Het interventiepercentage bleef nagenoeg ongewijzigd. Naar verwachting zal het definitieve interventiepercentage voor 2002 uitkomen op 88%.

Een meerderheid van de zaken, ongeveer 54%, werd aan de rechter voorgelegd [gedagvaard]. Het onvoorwaardelijk sepotpercentage bleef ongewijzigd, namelijk 10,4%. Het aantal transacties «geldsom» en overige «taakstraf OM» nam verder toe, mede door de nieuwe wet op de taakstraffen. Dankzij de verhoogde uitstroom liep de doorlooptijd niet op, er was zelfs sprake van een verkorting van de doorlooptijd.

De instroom van kantongerechtszaken is verder toegenomen. In 2002 werden ongeveer 219 000 overtredingen in COMPAS geregistreerd. De toename had met name betrekking op zogenaamde WAM-overtredingen, APV-overtredingen en overtredingen van de Wet personenvervoer. De kwaliteit van de ingestuurde zaken nam ook toe gelet op het dalende onvoorwaardelijk sepotpercentage. Het aantal zaken dat werd gedagvaard voor de kantonrechter liep verder op [60% in 2002]. Het interventiepercentage is gestegen tot 80%. Het is twijfelachtig of in 2003 dit niveau gehandhaafd kan worden. De doorlooptijden zullen mogelijk gaan stijgen gelet op de voorraadvorming.

Het aantal beroepen inzake de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften neemt nog steeds toe. De toename is het gevolg van de voortdurende intensieve controles door de politie (o.a. gebiedsgebonden- en regioprojecten) alsmede door het aantal «internet»-beroepen. De instroom van het aantal Mulderberoepen steeg tot boven de 327 000 in 2002.

Ressortsparketten

De toename van de instroom bij de ressortsparketten zet zich, na de aanvakelijke daling in 2001, verder door. In 2002 stroomden ruim 14 300 zaken in. De instroom van het aantal klachten ex art. 12 Sv. vertoont, eveneens na een aanvankelijke daling, weer een toename. De uitstroom bij de ressortsparketten neemt weer toe. In overleg met de ressortsparketten wordt voor 2003 een nieuw rapportagemodel ontwikkeld. Naar verwachting is het mogelijk om medio 2003 meer kwantitatieve informatie te verschaffen m.b.t. afdoening van zaken bij de «tweede lijn». Ook het project restylen IPAS-hoven zal daar positief aan bijdragen.

Groeiparagraaf

De ontwikkeling van een set kengetallen en prestatiegegevens is gerelateerd aan de invoering van het baten-lastenstelsel binnen het OM. In 2002 is besloten de invoeringsdatum te fixeren op 1 januari 2005 (was: 1 januari 2004). Tot de nieuwe prestatie-indicatoren geïmplementeerd zullen zijn, zal verantwoording worden afgelegd aan de hand van de klassieke productiegegevens. De grondslagen die gelden voor deze productiecijfers zijn voortdurend in ontwikkeling. Dat is niet alleen het gevolg van de veranderingen in het primair proces, maar hangt ook samen met de gebruikte systemen en technieken. Dat betekent dat de in de verantwoording 2002 gebruikte variabelen niet altijd consistent zijn met de in de Begroting 2002 gebruikte uitgangspunten. Na de implementatie van het nieuwe sturingsinstrumentarium zal hier geen sprake meer van zijn.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.1     
      
uitgaven246 804288 397424 587307 299117 288
      
programma-uitgaven246 804288 397424 587307 299117 288
waarvan:     
bijdrage/projecten SR005 55605 556
      
ontvangsten7 44212 78119 2596 48912 770
      
verplichtingen250 670285 586434 122307 299126 823

Operationele doelstelling 3.3.2

Het uitvoering geven aan de taken van het ministerie van Justitie bij de opsporing van strafbare feiten en het uitvoeren van onderzoek op technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk gebied ten behoeve van waarheidsvinding.

Resultaten

Bestrijding Drugssmokkel Schiphol

In de loop van 2002 is het beleid ten aanzien van de bestrijding van drugssmokkel extra geïntensiveerd. In het kader van het project implementatie Plan van aanpak bestrijding drugssmokkel Schiphol zijn in 2002 de volgende resultaten bereikt.

Per 31 december 2002 zijn 783 plaatsen in noodvoorzieningen gecreëerd, waaronder 138 plaatsen in een eerste lijn medische noodvoorziening te Bloemendaal, alwaar aangehouden bolletjesslikker onder medisch toezicht en begeleiding «schoon» kunnen worden. Voorts zijn in Roermond 191 plaatsen gecreëerd en in Kamp van Zeist en Noorderzand 394 respectievelijk 60 plaatsen. Om deze noodvoorzieningen mogelijk te maken, is een tijdelijke wet ingediend en in werking getreden. Zowel het Schipholteam als de douane, het Openbaar Ministerie te Haarlem, de rechtbank te Haarlem en het hof te Amsterdam zijn uitgebreid. Voor deze diensten, met uitzondering van het hof te Amsterdam, zijn op Schiphol-Oost een gerechtsgebouw en andere gebouwelijke voorzieningen gerealiseerd en in gebruik genomen. Verder is een cellencomplex gerealiseerd met een capaciteit van 106 cellen (58 politiecellen en 48 noodvoorziening) en 24 passantenverblijven. In verband met het aanbrengen van extra voorzieningen ten behoeve van de brandveiligheid, zal dit complex eind maart 2003 in gebruik worden genomen.

Dankzij de capaciteitsuitbreiding van de betrokken organisaties en de realisatie van de noodvoorzieningen konden de controles op Schiphol worden geïntensiveerd. In het jaar 2002 zijn in totaal 2165 drugskoeriers aangehouden, waarvan 867 bolletjesslikkers. Daarbij is 6343 kg. drugs in beslag genomen. Om al deze aangehouden drugskoeriers in de gehele justitiële keten te kunnen verwerken, is aanvullende wet- en regelgeving tot stand gebracht (wet inzake verruiming van bevoegdheden van de politierechter in eerste aanleg en van de enkelvoudige rechter in hoger beroep, wet inzake tenuitvoerlegging van de bewaring in politiecellen en de algemene maatregel van bestuur inzake de overdracht van strafzaken van de rechtbank Haarlem en het hof Amsterdam aan andere rechtbanken c.q. hoven) en is het requireerbeleid van het Openbaar Ministerie te Haarlem aangepast. In het kader van de samenwerking binnen het Koninkrijk is een protocol gesloten, dat na de verkiezingen in de landen van het Koninkrijk op 25 september 2002 een vervolg heeft gekregen in nieuwe afspraken tussen de landen. Ter uitvoering van de gemaakte afspraken is door Nederland scanapparatuur, apparatuur, personeel, honden, trainingen e.d. aan de Nederlandse Antillen en Aruba verstrekt.

Als laatste is de publiek-private samenwerking tussen het Schipholteam en de KLM gerealiseerd. Vanaf 15 april 2002 worden op Schiphol pre flight controles gehouden, waarbij ruim 1500 negatieve reisadviezen door het Schipholteam aan de KLM zijn verstrekt. Het aantal niet verschijnende passagiers lag vanaf 15 april 2002 ver boven het gemiddelde (ongeveer 8000 ten opzichte van het normale gemiddelde van ongeveer 3000).

In aanvulling op het plan van aanpak zijn, gegeven de niet afnemende stroom van drugskoeriers, eind 2002 aanvullende maatregelen getroffen. Zo is er een speciaal rechercheteam in het leven geroepen, een criminaliteitsbeeldanalyse opgesteld en een «sturingsbureau» in het leven geroepen, waarin het Openbaar Ministerie, de Koninklijke marechaussee, de douane en de dienst justitiële inrichtingen nauw samenwerken. In het verlengde daarvan zijn maatregelen getroffen ter regulering van de instroom van de drugskoeriers.

Tot slot heeft in 2002 een evaluatie plaatsgevonden van de toepassing van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers.

Voor het realiseren van alle maatregelen was in het plan van aanpak een voorlopige inschatting gemaakt van de daarmee gepaard gaande kosten. Bij Voorjaarsnota is het geraamde bedrag van € 50 miljoen verhoogd tot een bedrag van € 80,1 miljoen. Bij de uitvoering van alle hiervoor genoemde maatregelen is binnen dit beschikbare budget gebleven.

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) voert onderzoek uit op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk gebied op verzoek van de Zittende Magistratuur (ZM), OM, politie en overige opsporingsinstanties. In de loop van het begrotingsjaar 2002 zijn aan het NFI extra additionele middelen toegekend voor onder andere QRT (Quick Response Team), Biometrie en NAP (Nationaal Actieplan digitaal rechercheren) en is het budget van het NFI wegens andere factoren (onder andere loonbijstelling, justitiebrede kortingen) bijgesteld. Het totaal budgettair kader bedraagt voor 2002 na de hiervoor genoemde bijstellingen € 28,5 miljoen. De feitelijke overschrijding op de programma-uitgaven 2002 bedraagt € 0,7 miljoen. Hiervan heeft € 0,6 miljoen betrekking op uitgaven ten behoeve van PIDS, welke uitgaven bij Slotwet dienen te worden gedesaldeerd.

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op bijdragen in het kader van kinderopvang, pc-privé, DNA-onderzoeken, alcoholonderzoeken, bijdragen van rechtbanken in door het NFI uitbestede onderzoeken en bijdragen in door het NFI uitgevoerde projecten (o.a. Drugfire).

Prestatiegegevens

Aantallen
 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Medisch-biologisch onderzoek7 1167 61625 00024 155
waarvan DNA-analyses (zie toelichting)1 4084 00020 00018 097
waarvan alcoholonderzoeken3 5033 4573 5003 743
     
Chemisch-onderzoek5 1085 8905 8006 655
waarvan verdovende middelenonderzoeken3 8654 1774 0004 996
     
Fysisch-elektronisch onderzoek1 9962 59120002 607

Toelichting

Bij medisch-biologisch onderzoek wijken de gerealiseerde aantallen af ten opzichte van de begroting doordat minder aanvragen voor DNA-onderzoeken door de politieregio's zijn ingediend.

In bovenstaande tabel is voor alle onderdelen uitgegaan van het aantal onderzoeksaanvragen, met uitzondering van DNA. Bij DNA is uitgegaan van het aantal analyses In 2002 heeft het NFI 18 097 analyses uitgevoerd, waarvan 2 125 HVC (High Volume Crime).

Het aantal DNA-analyses komt overeen met 3 755 onderzoeksaanvragen, doordat een DNA-onderzoeksaanvraag in veel gevallen bestaat uit twee of meer analyses.

Met 3 755 aanvragen voor DNA-onderzoek, 3 743 voor alcoholonderzoek en 2 315 aanvragen overige medisch-biologisch onderzoek, 2 607 voor fysisch-electronisch onderzoek en 6 655 voor chemisch onderzoek heeft het NFI in 2002 in totaal 19 075 onderzoeksaanvragen behandeld met een gemiddelde kostprijs van € 1 461.

Levertijden

Aantal dagen
  Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Levertijden (excl. DNA en alcohol)    
Medisch-biologisch onderzoek 868788
Chemisch onderzoek 505243
Fysisch-elektronisch onderzoek 846977
NFI-breed 686566

Toelichting

Over het jaar 2000 zijn geen gegevens met betrekking tot levertijden bekend. Dit was destijds ook niet als indicator in de Rijksbegroting opgenomen.

Specifieke levertijden uit medisch-biologisch onderzoek zijn op het gebied van:

DNA-High Volume Crime: een gemiddelde levertijd van 28 dagen per aanvraag

Alcoholonderzoeken: de gemiddelde levertijd bedraagt 4 dagen per aanvraag

Specifieke levertijd uit Chemisch onderzoek is op het gebied van:

Verdovende middelen: de gemiddelde levertijd bedraagt 29 dagen per aanvraag.

Binnen deze operationele doelstelling voert het ministerie van Justitie vergunningverlening uit met betrekking tot wapens en munitie, particuliere beveiligingsorganisaties (PBO's) en buitengewone opsporingsambtenaren (BOA).

In het kader van het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar wordt beoogd de veiligheid in de samenleving te garanderen door het toekennen van opsporingsbevoegdheden aan betrouwbare en bekwame buitengewoon opsporingsambtenaren. In mei 2002 is er een nieuwe functielijst gepubliceerd, waarin het aantal BOA-functies is teruggebracht van 400 naar 15. Door deze nieuwe lijst zijn de bevoegdheden van de BOA's uitgebreid, waardoor zij flexibeler inzetbaar zijn en op meer taken kunnen handhaven.

Volumegegevens

 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Prognose 2002Realisatie 2002
Particuliere beveiliging (PBO)     
aantal verzoeken PBO550800800800934
percentage toewijzingen verzoek PBO9595959593
aantal verzoeken ontheffing opleidingseis1850505032
percentage toewijzingen verzoek ontheffing opleidingseis9595959592
      
Bijzondere opsporings ambtenaren     
aantal verzoeken BOA3 9534 6995 5007 0008 011
percentage toewijzingen verzoek BOA9898989899
      
Wet wapens en munitie/jachtwet     
aantal administratieve beroepen109951009582
percentage toewijzingen administratieve beroepen 2929303039
aantal verzoeken om ontheffing105688080105
percentage toewijzingen ontheffing 9594959595

Het BOA-bestand telt zo'n 22000 BOA's met een opsporingsbevoegdheid die vijf jaar geldig is. Naast deze jaarlijkse standaardbeschikkingen moest in 2002 incidenteel een aanwas van nog eens 4450 aanvragen worden behandeld.

In 1997 zijn tegelijk 3700 bevoegdheden voor douane-BOA's afgegeven. Dat betekende dat zij vóór november 2002 verlengd moesten worden. In 2001 zijn daarvan al 1100 afgedaan, zodat voor 2002 nog 2600 verlengingen moesten worden afgegeven.

In januari 2002 zijn twee nieuwe opsporingsdiensten ingesteld, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) en de VROM-Inlichtingen- en Opsporingsdienst (VROM-IOD). Dat heeft geleid tot nieuwe aanvragen en tot wijziging van opsporingsbevoegdheden van de aan SIOD en VROM-IOD gelieerde uitvoeringsdiensten.

Evaluatieonderzoek

In 2002 heeft een evaluatie plaatsgevonden van de toepassing van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers. De evaluatie vloeide voort uit de toezegging van de minister van Justitie, gedaan tijdens de behandeling van de Tijdelijke wet op 7 februari 2002 in de Tweede Kamer. De resultaten van dit onderzoek zijn op 16 december 2002 in de rapportage bekend gemaakt. Deze rapportage is op 23 december 2002 zowel aan de Tweede Kamer als de Eerste Kamer aangeboden.

Doel van het onderzoek was het, met het oog op een eventuele verlenging van de Tijdelijke wet, in kaart brengen hoe de Tijdelijke wet in de praktijk wordt toegepast, waarbij als belangrijke aandachtspunten waren genoemd het functioneren van de noodvoorzieningen en de gevolgens van deze tijdelijke wet voor bewakers en gedetineerden. De belangrijkste conclusies uit de evaluatie betreffen cijfers met betrekking tot de populatie van de noodvoorzieningen (aantallen mannen en vrouwen, herkomst, preventief gehechten en veroordeelden, aantallen slikkers en overige drugskoeriers etc.), de criteria voor plaatsing in een noodvoorziening, de beleving van de gedetineerden (waar mogelijk gekoppeld aan het aantal dat in één verblijfsruimte verbleef), de bouwkundige voorzieningen, de dagprogramma's en personele aangelegenheden.

Nu het onderzoek plaatsvond in een periode dat de noodvoorzieningen in opbouw waren, wordt de evaluatie gezien als een «nulmeting». Al tijdens de loop van het onderzoek als daarna zijn de nodige kwantitatieve en kwalitatieve verbeteringen tot stand gebracht, waaronder registratie van de gedetineerden, beperking van de verblijfsduur via aangepast beleid, differentiatie (daar waar mogelijk) ten aanzien van preventief gehechten en veroordeelden, verbetering van de hulpverlening, verruiming van het dagprogramma, uitbreiding van de faciliteiten en geen gebruik meer van uitzendkrachten.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.2     
      
uitgaven35 40743 312123 30644 08579 221
      
programma-uitgaven35 12642 997122 89643 73679 160
apparaatsuitgaven28031541034961
      
ontvangsten001 34201 342
      
verplichtingen35 96142 879135 30444 08591 219

Operationele doelstelling 3.3.3

Ontwikkelen van beleids- en uitvoeringskaders ten behoeve van opsporing van strafbaar gedrag en de bevordering van de naleving van het recht en het nemen van initiatieven op het terrein van ordenings- en strafrecht ter bevordering van de naleving van wetten en regelgeving.

Resultaten

Op 17 oktober 2002 is het Veiligheidsprogramma «Naar een veiliger samenleving» gepresenteerd. Dit programma geeft de doelstellingen op het gebied van veiligheid voor 2006 weer en de wijze waarop deze kunnen worden bereikt. Samenwerking met de korpsen, de medeoverheden en andere betrokken partijen is daarbij van groot belang. Voor wat betreft de politie is aangekondigd dat er een landelijk convenant/kader zal worden opgesteld dat landelijke resultaatafspraken voor de politie bevat. De afspraken worden gemaakt op prestatieniveau (output). Dit zijn afspraken over prestaties die de politie zelf kan beïnvloeden. Er worden prestatieafspraken met concrete streefwaardes vastgelegd. Op het terrein van opsporing is bijvoorbeeld in lijn met de nota Criminaliteitsbeheersing de resultaatafspraak geformuleerd dat het aantal verdachten waarvan een proces-verbaal aan het OM wordt aangeboden («rechtbankzaken») over 2006 is gestegen met 40 000 ten opzichte van het aantal in 2002.

Het landelijke kader zal worden uitgewerkt in regionale convenanten die resultaatafspraken tussen de ministers en de korpsen bevat. In deze regionale convenanten wordt vastgelegd in welke mate elk korps gaat bijdragen aan de doelstellingen uit het landelijk kader. De regionale afspraken bevatten dezelfde prestatie-indicatoren als het landelijk kader, maar dan met regionale basis- en streefwaardes, die bepaald zijn op basis van de regionale situatie. De doelstellingen van alle korpsen gezamenlijk dienen minimaal te leiden tot het realiseren van de landelijke doelstellingen.

Inmiddels heeft het korpsbeheerdersberaad ingestemd met deze aanpak. De voorbereidingen voor zowel het landelijke kader zijn vrijwel afgerond en er is begin gemaakt met de voorbereidingen van de regionale convenanten. Het landelijk kader is in februari 2003 vastgesteld; de regionale convenanten worden medio 2003 vastgesteld. Deze nieuwe aanpak zal worden verwerkt in de beleids- en beheerscyclus politie.

De evaluatie kernteams is verwerkt in de nota Landelijke en bovenregionale recherche die in februari 2002 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Later is de evaluatie gebruikt in het Veiligheidsprogramma, waar het de organisatie van de nationale en bovenregionale recherche betreft.

In 2002 is ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van de opsporing door het ABRIO-programmabureau in samenwerking met het OM en de korpsen een aantal concrete producten opgeleverd. Deze producten concretiseren een aantal processtappen van het Referentiekader Werkprocessen Opsporing en Vervolging (RWOV) en verhogen daarmee de standaardisering van de werkprocessen binnen de opsporing en vervolging. Met de doorontwikkeling en de daadwerkelijke implementatie van het RWOV zijn in 2002 in totaal 13 korpsen/parketten van start gegaan. De ervaringen die in deze korpsen/parketten worden opgedaan met de implementatie van een zo'n ingrijpend procesmodel, zullen worden gebruikt ten behoeve van de implementatie van het RWOV bij de andere korpsen/parketten.

In juli 2001 is gestart met de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Digitaal rechercheren. Onder verantwoordelijkheid van de Raad van Hoofdcommissarissen is een project Digitaal rechercheren ingericht. De eerste fase van dit project is uitgevoerd in de periode juli 2001 – juli 2002. Eind 2002 is besloten het project Digitaal rechercheren te vervolgen voor een periode van 2 tot 4 jaar.

Bij de uitvoering van het Nationaal Actieplan Seksueel misbruik (NAPS) heeft de aandacht zich in eerste instantie gericht op het verder professionaliseren van de zedenzorg bij politie en het OM. Daarnaast zijn er maatregelen genomen die een zo geleidelijk mogelijke terugkeer van gestrafte zedendelinquenten in de maatschappij helpen bevorderen. In de afgelopen periode was de aandacht vooral gericht op het verbeteren van de hulpvoorziening aan het slachtoffer en het verder verspreiden van kennis en vaardigheden op het terrein van de aanpak van seksueel misbruik. Op 11 november 2002 is, mede namens de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de eindrapportage van het Nationaal Actieplan aanpak seksueel misbruik van kinderen (NAPS) aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 26 690, nr. 12). Deze eindrapportage geeft de belangrijkste resultaten weer op het gebied van preventie, repressie en hulpverlening. Deze rapportage is besproken in een AO op 5 december 2002.

In juli 2002 heeft de minister van Justitie het advies dat hem was uitgebracht door de stuurgroep Particuliere recherche naar de Tweede Kamer gezonden (TK, 28 000, nr 69). Inmiddels is begonnen met de implementatie van de voorstellen uit het advies. Doelstellingen van het implementatietraject zijn onder meer: het verder gestalte geven aan de normering van de werkzaamheden van de particuliere recherchebureaus, het uitbreiden van de werkingssfeer van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr), en het verbeteren van (de kwaliteit van) het toezicht.

Op 19 april 2002 heeft de minister van Justitie namens het toenmalige kabinet een notitie aan de Tweede Kamer gezonden (TK, 17 050, nr. 234) over de speerpunten bij de bestrijding van fraude en financieel-economische criminaliteit in de periode 2002–2006. Naast versterking van de bestrijding van (zwarte) fraude in diverse overheidssectoren pleit de nota voor versterking van de aanpak van fraude ten koste van het bedrijfsleven en de financiële sector. Als nieuw speerpunt wordt ingezet op een brede aanpak van identiteitsfraude. Bij regeerakkoord 2002 zijn de voorgenomen intensiveringen op de terreinen van sociale zekerheid en fiscaliteit overgenomen; de mate waarin de andere voorstellen op het terrein van de overige betrokken departementen en het OM kunnen worden geïmplementeerd is op dit moment afhankelijk van de vraag of daarvoor extra middelen kunnen worden gegenereerd.

Een preventie-experiment is gericht op het onderzoeken van mogelijkheden tot een uitstel van gebruik van cannabis door minderjarigen. In het kader van het project Handhaving op Niveau (HON) wordt onderzocht in welke mate zij cannabis gebruiken en in welke gelegenheden zij cannabis aanschaffen. De invulling van het thema «Coffeeshops» is in de loop van het jaar heroverwogen. Medio 2003 zal een nadere keuze worden gemaakt op welke wijze en langs welke lijnen «Handhaven op Niveau» aandacht zal besteden aan coffeeshops.

Evaluatieonderzoek

In het najaar 2002 is een quick scan gereed gekomen die inzicht geeft in de mate van cannabisgebruik onder jongeren tussen de 16–18 jaar en de soorten verkooppunten waar deze groep cannabis koopt. Bedoelde quick scan is samen met het WODC geproduceerd en de TK aangeboden (TK, 24 077, nr. 111). Voorts werd het door de minister besproken in het kader van het Nationaal Jeugddebat. Voorts is in dit kader gewerkt aan het ontwikkelen van pilots gericht op het uitstellen van de leeftijd van eerste gebruik van cannabis. De pilots maken deel uit van het preventiebeleid van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Op 8 oktober 2002 is het evaluatierapport over de effecten van de opheffing van het bordeelverbod aan de Tweede Kamer aangeboden. In februari 2003 is de kabinetsreactie naar aanleiding van dit rapport naar de Tweede Kamer gezonden (TK, 25 437, nr. 30).

Voorts is de Regeling Buitengewoon opsporingsambtenaar in 2002 geëvalueerd. Aanbevelingen uit deze evaluatie hebben onder andere geleid tot het terugbrengen van het aantal BOA-functies van meer dan 400 tot 15.

In 2002 is de implementatie van de gewijzigde EU-richtlijn afgerond en is een onderzoeksvoorstel geformuleerd voor de evaluatie van de meldketen ongebruikelijke transacties. Het evaluatieonderzoek is in januari 2003 ter hand genomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.3     
      
uitgaven72 08886 81791 8208 9 7572 063
      
programma-uitgaven67 92683 08782 40784 576– 2 169
apparaatsuitgaven4 1623 7309 4135 1824 231
      
ontvangsten59 84759 67054 57452 1852 389
      
verplichtingen73 21787 690100 67589 75710 918

Operationele doelstelling 3.3.4

Het verzorgen van aansluiting van Nederlands beleid en regelgeving waar het de rechtshandhaving betreft op de internationale ontwikkelingen, het beïnvloeden van deze ontwikkelingen en het terugvertalen van deze ontwikkelingen naar nationaal beleid en regelgeving.

Resultaten

Eurojust is op basis van het Kaderbesluit van de EU per 6 maart 2002 formeel opgericht. Voor de vestiging van Eurojust in Nederland is een apart project binnen het ministerie van Justitie ingericht met als doelstelling om aan de verantwoordelijkheid van Nederland als gastland invulling te geven. In het project is tot en met mei 2002 gezocht naar geschikte en beschikbare huisvesting voor Eurojust en is besluitvorming voorbereid over een aanbod van de Nederlandse regering voor de huisvesting.

Om de samenwerking tussen Eurojust en het Europees Justitieel Netwerk enerzijds en het Nederlandse OM anderzijds te stimuleren, is een folder opgesteld waarin de taken, bevoegdheden en de Nederlandse aanspreekpunten van Eurojust en het Europees Justitieel Netwerk staan beschreven. Inmiddels heeft het College van procureurs generaal een Nederlandse vertegenwoordiger in Eurojust aangewezen.

Ook het afgelopen jaar heeft Nederland een actieve bijdrage geleverd aan de voortgaande discussies in Europa over de bestrijding van misbruik van en fraude tegen de financiële belangen van de EU. Zo heeft de regering in juni 2002 een uitvoerige reactie aan de Europese Commissie aangeboden over het Groenboek betreffende de instelling van een Europees aanklager voor de strafrechtelijke bescherming van de financiële belangen van de EU (TK, 22 112, nr. 237). Ook de operationele samenwerking tussen het OM en de fraudebestrijdingsdienst van de Europese Commissie, OLAF, verloopt goed.

Naar verwachting zal het EU rechtshulpverdrag in 2002 (gedeeltelijk) in werking treden waarmee een formeel juridische basis is gelegd voor de vorming van «joint teams» met de opsporings- en vervolgingsdiensten uit de verdragslanden. Hiermee wordt het instrumentarium voor de bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit verder uitgebreid.

Vooruitlopend op het inwerkingtreden van het EU rechtshulpverdrag heeft Nederland tezamen met Frankrijk binnen de huidige wettelijke en verdragsrechtelijke mogelijkheden een viertal gemeenschappelijke onderzoeken afgerond.

Hoewel een meer uitvoerige evaluatie zal volgen, wordt reeds nu aangegeven dat er zich bij de gezamenlijke onderzoeken geen grote knelpunten hebben voorgedaan. Wel zal in algemene zin de voorlichting aan betrokken ketenpartners worden geïntensiveerd. Ook zullen eventuele kleinere knelpunten in kaart worden gebracht.

De landelijke implementatie van Luris II (Landelijke Uniform Registratiesysteem van internationale rechtshulpverzoeken) heeft per 1 oktober 2002 plaatsgevonden. Inmiddels werken alle IRC's (voorheen ICC's; Internationale Coördinatie Centra) behoudens het landelijk IRC (KLPD) met LURIS II. Een gebruikersraad was reeds onder LURIS I ingesteld. De eerste resultaten zijn bevredigend. Alle IRC's zijn inmiddels operationeel. Het parket Den Bosch is nog niet aangesloten aan het IRC Breda. Aard en omvang van de inzet en output is gelet op de uitbreiding per 1 oktober 2002 nog wisselend. De termijnen genoemd in de Circulaire Uitleveringen van 1 november 2001 worden in zijn algemeenheid gehaald. Bijzondere aandacht hebben daarbij zaken met gedetineerden.

Het NCIPS heeft samen met de betrokken opsporingsdiensten een knelpuntenanalyse opgesteld over samenwerking met Duitsland in de grensstreek. De ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zullen in 2003 de door het NCIPS gesignaleerde knelpunten in de samenwerking langs de grensstreek bezien en hiervoor, in samenwerking met de Duitse collega's, oplossingen aan te dragen.

Ter bestrijding van de zware georganiseerde drugscriminaliteit zullen Spanje en Nederland nauwer dienen af te stemmen. In dat verband is in 2002 een eerste aanzet van een programma gemaakt n.a.v. het mede op verzoek van Justitie aan Spanje gebrachte bezoek door de Raad van Hoofdcommissarissen begin 2002. Het NCIPS zal in 2003 in nauw overleg met Justitie zorg dragen voor de vaststelling en implementatie van dit programma.

In Benelux-verband is door Justitie samen met de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2002 drie maal over drugsbeleid overleg gevoerd. In deze overleggen is informatie uitgewisseld en zijn onderwerpen van gemeenschappelijk belang besproken. Voorts zijn afspraken gemaakt over het opstellen van een werkprogramma voor 2003.

Het Frans/Nederlandse project Polen 1999 is inmiddels afgerond en alle betrokkenen zijn tevreden over de behaalde resultaten. Het Nederlands/Britse project Polen 2000 wordt over een half jaar afgerond. Vooralsnog hebben zich geen problemen voorgedaan.

In november 2002 is een tweejarig twinningproject in Tsjechië van start gegaan dat volledig door Nederland wordt uitgevoerd.

De ontwikkeling van het Schengen Informatiesysteem tweede generatie (SIS II) is in 2002 in EU-verband ter hand genomen worden. In dat verband is er een Projectorganisatie tot stand gekomen en is gestart met de ontwikkeling op hoofdlijnen van de systeemarchitectuur.

De ontwikkeling en de bouw van SIS II worden gefinancierd door de Commissie, die ook het technisch overleg hierover leidt via de SIS II comitologiegroep. De financiering van het Nederlandse aandeel in het huidige SIS vindt plaats door het ministerie van Justitie. SIS II zal op zijn vroegst in 2006 gereed zijn.

Uitvoering XTC-nota

Op het terrein van de synthetische drugs werd het plan «Samenspannen tegen XTC» (mei 2001) de Tweede Kamer aangeboden (TK, 23 760 nr. 14). Het plan voorziet in een brede en samenhangende aanpak gericht op terugdringing van de productie, handel en distributie van synthetische drugs. In de tweede helft van 2001 is met alle betrokken departementen en uitvoeringsorganisaties gewerkt aan het operationaliseren van de voornemens uit dit plan. De volgende punten zijn in 2002 uitgevoerd.

– Een startmeting, uitgevoerd in opdracht van het WODC, wordt in mei 2003 opgeleverd. Onder begeleiding van het WODC zullen de resultaten van de XTC-nota worden gemeten aan de hand van prestatie-indicatoren die zijn opgesteld in overleg met alle betrokken diensten en departementen;

– Er zijn sinds juli 2002 vijf XTC-teams van politie operationeel (betreft begroting van het ministerie van BZK);

– De formatie van de Unit Synthetische Drugs (USD) is in het kader van de XTC-nota in 2002 versterkt met 15 fte. Door samenvoeging van het Kernteam Zuid-Nederland met de USD en het inrichten van geïntegreerde bureaus voor o.a. projectvoorbereiding, kennis en expertise, internationale samenwerking en onderzoek is de organisatie van de werkzaamheden verbeterd;

– In 2002 zijn er 43 produktieplaatsen voor de vervaardiging van synthetische drugs ontmanteld. In 2001 waren dit er 35.

Drugs en Internet

Een voor de drugshandhaving relevant terrein betreft internet. In 2002 is een quick scan uitgevoerd naar de affichering en het te koop aanbieden van drugs. De Tweede Kamer is bij brief d.d. 28 oktober 2002 geïnformeerd over de resultaten (TK, 24 077, nr. 111). In 2003 zal het aanbieden van drugs via internet onderwerp van nadere studie vormen. Daarbij wordt zoveel mogelijk in VN-verband samengewerkt met diensten uit andere landen. Voorts werd het door de minister besproken in het kader van het Nationaal Jeugddebat.

Drugsoverlast Venlo

Aan de gemeente Venlo is een subsidie van € 1,36 miljoen per jaar voor een periode van vier jaar toegekend ten behoeve van een speciaal drugshandhavingsproject ter terugdringing van sterk opgelopen overlast. De resultaten van dit project zullen worden onderzocht door middel van een nulmeting van het WODC en een eindevaluatie. Via een beperkte rapportage wordt de jaarlijkse voortgang gevolgd. De Tweede Kamer is via een brief (niet-dossierstuk, just 020537, 2001–2002) op de hoogte gesteld van de in juni 2002 gereed gekomen nulmeting.

Doping

In 2001 werden nieuwe bepalingen van kracht met het oog op een effectievere aanpak van met name productie, handel en het in voorraad hebben van dopingproducten (wijzigingen in de Wet op Geneesmiddelenvoorziening en de Wet Economische Delicten). Ter voorbereiding op een gerichte inzet van de handhaving op dit terrein is in 2002 een studie uitgevoerd naar aard en omvang van bedoelde gedragingen; dit als een vervolg op de studie uit 1998. Het rapport «Doping en handel» is in het voorjaar van 2002 afgerond. De Tweede Kamer is via een brief (TK, 27 841, nr. 11) geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.4     
uitgaven9 78310 46315 00612 1812 825
      
programma-uitgaven9 7369 73213 17712 1231 054
apparaatsuitgaven477311 829581 771
      
ontvangsten001 05901 059
      
verplichtingen9 93610 45016 02212 1813 841

Beleidsartikel 3.4 Jeugdbescherming

Beleidsdoelstelling 3.4

Het waarborgen van de rechten van het kind bij een (dreigende) schending van de ontwikkeling van het kind.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.4     
      
uitgaven362 413387 063370 782504 402– 133 620
      
ontvangsten114 78774 5907 8625 0982 764
      
verplichtingen390 644399 403367 793504 398– 136 605

Operationele doelstelling 3.4.1

Rekwestreren van maatregelen van kinderbescherming en het adviseren van justitiële autoriteiten inzake beslissingen over kinderen.

Resultaten

Bescherming van minderjarigen tegen schadelijke invloeden in hun omgeving vindt in belangrijke mate plaats via maatregelen van kinderbescherming. Deze worden opgelegd door de rechter, op vordering van het ministerie van Justitie, in het bijzonder de Raad voor de Kinderbescherming. Bij andere beslissingen van justitiële autoriteiten, met name aangaande gezagsvoorzieningen en omgangsregeling bij scheiding, draagt het ministerie van Justitie bij aan de waarborging van de Rechten van het kind door die autoriteiten te adviseren. Ten behoeve van deze twee taken verricht het ministerie van Justitie onderzoek in situaties waarin het recht van kinderen op een gezonde en evenwichtige ontwikkeling ernstig dreigt te worden geschonden.

Prestatiegegevens

In de onderstaande tabel wordt per hoofdproduct inzicht gegeven in de productie. Gegevens over percentage gegrond verklaarde klachten en klanttevredenheid kunnen pas na juni 2003 opgeleverd worden.

Beschermingszaken 200020012002
Wachttijden (in dagen)gemiddeld172223
Doorlooptijden (in dagen)gemiddeld115120130
Werkvoorraad 599685627
aantal afgedane zaken 8 3858 0028 661
percentage behaalde termijnen (norm 55%) 57%49%50%
     
Scheiding en Omgangszaken    
Wachttijden (in dagen)gemiddeld284046
Doorlooptijden (in dagen)gemiddeld145152167
Werkvoorraad 460631464
aantal afgedane zaken 3 6763 3744 009
percentage behaalde termijnen (norm 45%) 53%50%48%
     
Overig civiele zaken    
Wachttijden (in dagen)gemiddeld303037
Doorlooptijden (in dagen)gemiddeld100106103
Werkvoorraad 292373373
aantal afgedane zaken 2 4002 8072 836
percentage behaalde termijnen (norm 60%) 63%57%62%

Toelichting

Doorlooptijden

Tussen de Raad en het departement zijn afspraken gemaakt over het aantal zaken dat binnen de gestelde normen moet worden gerealiseerd in het desbetreffende jaar. Dit is gedaan omdat het verschil tussen de wenselijke norm en de gerealiseerde norm groot is. Er is afgesproken om ieder jaar een stijging in het percentage toe te passen, met als uiteindelijk doel de 75% norm in 2005 voor wat betreft civiele zaken en 80% in mei 2003 voor wat betreft de strafzaken te realiseren.

In de tabel wordt op basis van de gemaakte afspraken inzicht gegeven in het percentage zaken dat binnen de norm is afgehandeld. Een vergelijking wordt gemaakt met 2001. Het streefpercentage geldt voor alle civiele zaken afgerond in 2002. Voor strafzaken geldt het streefpercentage over de laatste drie maanden van het jaar 2002. Hiervoor is gekozen omdat de Raad in mei 2003 voor wat betreft de strafzaken de gestelde norm moet hebben behaald en de tijd om dit te bereiken zeer kort is.

Uit deze tabel blijkt, dat de Raad voor bijna alle hoofdproducten de norm heeft gerealiseerd. Aandachtspunt blijft de beschermingsonderzoeken. Bij dit hoofdproduct blijft het aantal onderzoeken wat binnen de norm van 55% voor 2002 had moeten worden afgerond 5% achter. Een verbetering is nog te bereiken in het verkorten van de onderzoekstijd. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor 2003. Ook de wachttijd bij scheiding en omgangszaken en bij overig civiele zaken, waarbij in het bijzonder BKA zaken en geslachtsnaamwijziging, vraagt de nodige aandacht. Bij de strafzaken zijn alle doelen gerealiseerd. De vooruitgang bij strafzaken is zelfs 11% ten opzicht van het jaar 2001.

Werkvoorraden

De werkvoorraden zijn in vergelijking met 2001 behoorlijk gedaald. Bij beschermingsonderzoeken, scheiding en omgangsonderzoeken en basisonderzoeken is grote vooruitgang geboekt. Deze resultaten hebben geleid tot het terugdringen van de wachttijd. Dit alles is gerealiseerd bij een toename van de instroom. Het feit dat de Raad in 2002 op volle sterkte was en het aantal raadsonderzoekers dat volledig inzetbaar was, heeft hier een belangrijke rol gespeeld. Ook de extra aandacht voor de doorlooptijden heeft geleid tot het terugdringen van de werkvoorraden. Wat betreft het aanbieden van kwaliteit aan de cliënt is er sprake van een verbetering. Het is echter noodzakelijk om in 2003 na te gaan wat een evenwichtige werkvoorraad is om zowel de kwaliteit van korte wachttijden aan de cliënt te kunnen bieden als wel een efficiënte bedrijfsvoering te kunnen blijven garanderen.

In de onderstaande tabel wordt per hoofdproduct inzicht gegeven in de instroom.

Prestatiegegevens

HoofdproductenBegroting 2002InstroomPercentage
bescherming8 1007 73295%
scheiding en omgang4 1003 72191%
overig civiel2 4002 687112%

Er is duidelijk sprake van een trendbreuk. In 2001 was er sprake van een afname van de instroom met 2%. Vooral was er toen sprake van een teruggang bij de instroom van beschermingszaken en scheiding- en omgangszaken. De groei van de instroom heeft consequenties voor de raming 2003 en verder.

Evaluatieonderzoek

In 2000 is een instrument ontwikkeld voor het meten van de tevredenheid van ouders en kinderen die te maken hebben gehad met de Raad voor de Kinderbescherming. Met dit instrument is het mogelijk om in eigen beheer klanttevredenheidsonderzoek op te zetten en uit te voeren. Dit kan zowel schriftelijk als via een enquete door de klanten worden ingevuld en opgestuurd. Het is echter ook mogelijk dit telefonisch door een enqueteur te laten afnemen. De gegevens worden in de computer ingevoerd. De resultaten komen direct na afronding van de data-entry beschikbaar. De Raad is in 2002 gestart met het gebruik van het instrument bij enkele vestigingen. Op deze wijze kan de Raad ervaring opdoen met het instrument en kan ervaring worden opgedaan voor verdere implementatie.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.1     
      
uitgaven44 85165 92366 34462 4223 922
      
programma-uitgaven44 72365 72566 13362 2453 888
apparaatsuitgaven12819821117833
      
ontvangsten18 38903 0008172 183
      
verplichtingen48 34466 39265 82962 4223 407

Operationele doelstelling 3.4.2

Zorgdragen voor de uitvoering van de opgelegde maatregelen van jeugdbescherming en het faciliteren van de rechten en de zorg voor kinderen.

Resultaten

Beoogd was de Wet op de jeugdzorg (Wjz) per 1 januari 2003 in te voeren. De invoering van de Wjz is mede vertraagd, doordat het wetsvoorstel niet voor de verkiezingen in de Tweede Kamer kon worden behandeld. Voor de planning van de activiteiten wordt nu uitgegaan van de invoeringsdatum van 1 januari 2004. Op hoofdlijnen is de planning voor de voorbereiding van de invoering van de wet gehandhaafd gebleven. De langere periode die er nu is om de invoering voor te bereiden, geeft de mogelijkheid om de condities voor invoering verder te verbeteren. Het aantreden van het nieuwe kabinet in 2002 is aanleiding geweest om nog eens te bezien of aanpassingen in het wetsvoorstel nodig waren. Dit heeft geleid tot een aanscherping van de taken van het bureau jeugdzorg waaronder de positionering van de jeugdreclassering. Dit heeft zijn neerslag gekregen in een Nota van wijziging die eind 2002 aan de Tweede Kamer is aangeboden.

In 2002 is de analyse van de knelpunten in de kinderbescherming afgerond. Dit heeft geresulteerd in het besluit de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en de kinderbeschermingswetgeving zodanig aan te passen dat het accent meer komt te liggen bij het belang van het kind. Voorts zullen condities worden gecreëerd voor een regelmatige toetsing van de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen op het niveau van de casuïstiek en de kwaliteit, en van de effectiviteit van de jeugdbescherming. Tenslotte is besloten de rechtspositie van jeugdigen, ouders en belanghebbenden te verduidelijken. Bij de uitvoering van deze voornemens wordt rekening gehouden met de veranderingen als gevolg van de Wet op de jeugdzorg en de resultaten van het zogeheten Deltaplan Gezinsvoogdij op het gebied van de kwaliteitsverbetering van de gezinsvoogdij. Dit besluit betekent dat er geen nieuwe maatregelen voor kinderbescherming aan het bestaande stelsel worden toegevoegd. In 2002 is een bedrag van € 11,8 miljoen aan de gezinsvoogdij-instellingen ter beschikking gesteld met als doel om, door middel van de geleidelijke uitbreiding (2001–2003) van de contacttijd gezinsvoogden, de kwaliteit van de uitvoering van de ondertoezichtstelling te vergroten. In het kader van een verdere kwaliteitsontwikkeling is voorts de uitvoering van het Deltaplan gezinsvoogdij van start gegaan. Het plan voorziet in een strakkere methodische aanpak, waarbij duidelijke kindgerichte doelen worden gesteld.

Deze aanpak wordt in vier pilots beproefd, waarbij de caseload van de aan de pilots deelnemende gezinsvoogden is verlaagd ten opzichte van de landelijke normen. Om de effectiviteit van deze werkwijze te kunnen beoordelen worden de pilots wetenschappelijk geëvalueerd. Voorts is voorzien in een kostprijsonderzoek. Op basis van de resultaten van de pilots, die in de loop van 2004 beschikbaar zullen komen, zal worden bezien of de nieuwe methodiek landelijk kan worden ingevoerd.

In de begroting 2002 stond vermeld dat Justitie de volgende prestatiegegevens zou leveren: «aanvragen opvoedingsondersteuning» en «ouders op cursus opvoedingsondersteuning». Om verwarring te voorkomen en meer recht te doen aan de feitelijke werkzaamheden wordt vanaf nu gesproken over video interactiebegeleiding in plaats van opvoedingsondersteuning.

Prestatiegegevens

Onder de prestatiegegevens zijn in de begroting 2002 met betrekking tot de (voorlopige) voogdij, de ondertoezichtstelling en de pleegzorg (ramings)gegevens opgenomen ter zake van instroom, doorstroom en uitstroom van onder een maatregel gestelde jeugdigen. Ten tijde van het opstellen van de begroting werd verwacht dat het nieuwe geautomatiseerde systeem van de voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen per 1 januari 2002 volledig operationeel zou zijn. Dat was evenwel eerst halverwege 2002 het geval. Mede in het kader van de beëindiging per 1 januari 2003 van de pupillenadministratie van het ministerie van Justitie zijn in 2002 voorzieningen getroffen om met ingang van 2003 de informatieverstrekking (waaronder gegevens t.b.v. de Justitieverantwoording) vanuit de organisaties te kunnen verzekeren. In een circulaire is vastgelegd welke informatie met welke periodiciteit aan het ministerie moet worden verstrekt. Voorts is het controleprotocol voor de gesubsidieerde instellingen aangescherpt: de controlerend accountant moet de betrouwbaarheid van de gegevens bij zijn controle betrekken en over de uitkomsten rapporteren in zijn mededeling over het naleven van de subsidievoorwaarden.

Gelet op het bovenstaande is de in de begroting 2002 opgenomen tabel vervangen door onderstaande tabellen, waarin voor de verschillende jeugdbeschermingsmaatregelen de aantallen zijn opgenomen, die worden gehanteerd als grondslag voor de subsidieverlening aan de instellingen.

1 oktober19992000200120021
Ondertoezichtstelling    
– Korter dan 1 jaar5 4975 5974 8255 293
– Langer dan 1 jaar15 09115 54216 13315 622
Totaal20 58821 13920 95820 915
Voorlopige voogdij6376114118
Voogdij4 7824 8304 7954 853
Landelijke pleegzorg1 5571 5911 6491 649

1 De subsidieverlening vindt plaats op basis van de stand per 1 oktober van elk voorafgaande jaar (peildatum voor de subsidieverlening) en worden jaarlijks ter verificatie aan de instellingen voorgelegd. De verificatie van de stand per 1 oktober 2002 is nog niet afgerond. Deze dragen derhalve een voorlopig karakter.

AdoptieBegroot 2002Realisatie 2002
Aanvragen om voorlichting door adoptieouders (aantal)2 5002 285
Voorgelichte adoptieouders (aantal)9601 002
Gemiddelde wachttijd2 (maanden)1823
Aanvragen om video interactiebegeleiding (aantal)120135
Afgeronde video interactiebegeleidingen (aantal)8272

1 Deze wachttijd betreft nu de periode van aanvraag tot afgifte van een beginseltoestemming.

Toelichting

Doordat het aantal voor interlandelijke adoptie beschikbare buitenlandse kinderen structureel lager is dan het aantal Nederlandse personen dat graag een kind wenst te adopteren, groeit de procedure van aanvraag tot afgifte van een beginseltoestemming gestaag. In 2003 is het beleid erop gericht deze proceduretijd te verkorten tot 12 maanden. Bezien wordt of een wachtlijst voor de aanvraag van een beginseltoestemming kan worden ingevoerd om een lange wachttijd na de verlening van een beginseltoestemming te voorkomen.

Evaluatieonderzoek

In 2002 is onderzocht of de afhandelingsketen rond de adoptieprocedure efficiënter kan worden georganiseerd en welke afhandelingscapaciteit benodigd is in de fase van het adoptieproces die leidt tot de verkrijging van een beginseltoestemming. Dit onderzoek heeft geleid tot het rapport Versnelling van de afhandeling van aanvragen tot verkrijging van beginseltoestemming (KPMG Consulting, juli 2002). Hierin wordt een aantal aanbevelingen gedaan voor wijziging van de afhandelingsketen en -capaciteit.

Het onderzoek dat op verzoek van de Tweede Kamer is ingesteld naar de voorlichting zoals deze door de stichting Adoptievoorzieningen wordt verstrekt aan aspirant-adoptiefouders, is in november 2002 afgerond. In de loop van maart 2003 zal de Tweede Kamer ingelicht worden over de resultaten van dit onderzoek.

Derdeninformatie

De adoptiegegevens zijn verstrekt door de stichting Adoptievoorzieningen.

In 2003 zal een controleprotocol voor de Stichting adoptievoorzieningen (SAV) worden opgesteld, waarbij expliciet van de accountant zal worden gevraagd de betrouwbaarheid van de gegevens vast te stellen. Gelet op de opzet van de AO/IC bij de SAV is de betrouwbaarheid van de bovengenoemde gegevens vooralsnog voldoende geborgd.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.2     
      
uitgaven141 256196 734150 745196 599– 45 854
      
programma-uitgaven140 335194 869149 194195 317– 46 123
waarvan:     
– subsidies140 335194 869145 938195 317– 49 379
apparaatsuitgaven9211 8651 5511 282269
      
ontvangsten16 70112 9261 126742384
      
verplichtingen152 258204 131165 354196 596– 31 242

Operationele doelstelling 3.4.3

(Gedwongen) innen van wettelijke onderhoudsbijdragen tegen zo laag mogelijke kosten.

Resultaten

In 2002 is belangrijke voortgang geboekt met de in 2002 ingang gezette reorganisatie van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Die reorganisatie, die in het 1e halfjaar van 2003 zal zijn voltooid is, heeft als doel zowel de kwaliteit als de doelmatigheid van de uitvoering te vergroten.

Prijs- en volumegegevens

 20002001Begroot 2002Realisatie 2002
Kinderalimentatie    
Geïnd bedrag ten opzichte van lopende vordering (%)69,573,770,066,4
Kosten per geïnde euro (x € 1)0,150,210,210,19
Verzoeken dat tot inning leidt (%)36,9 40,038,0
Ouderbijdragen    
Geïnd bedrag ten opzichte van lopende vordering (%)54,559,355,060,8
Kosten per geïnde euro (x € 1)0,090,180,190,14

Toelichting

In de begroting 2002 zijn, vanwege een omrekenfout van guldens naar euro's, verkeerde cijfers opgenomen met betrekking tot de begrote kosten per geïnde euro. Hiervoor zijn de juiste begrote cijfers opgenomen. De positieve ontwikkelingen, zoals zichtbaar zijn in bovenstaande kerngegevens, kunnen in hoge mate worden toegeschreven worden aan de effecten van de reorganisatie van het LBIO, die in de afgelopen twee jaar heeft plaatsgevonden.

Prestatiegegevens

 2001Begroot 2002Realisatie 2002
Kinderalimentatie   
Mate van klanttevredenheid (%)60,0075,00
Ouderbijdragen   
Mate van klanttevredenheid (%)78,0075,00

Toelichting

Het klanttevredenheidonderzoek heeft in 2002 in verband met de reorganisatie van het LBIO niet plaats gevonden.

Derdengegevens

De gegevens kinderalimentatie en ouderbijdragen zijn verstrekt door het LBIO. Begin 2003 is een nieuw controleprotocol voor het LBIO vastgesteld, waarbij expliciet van de accountant wordt gevraagd de betrouwbaarheid van de gegevens vast te stellen. Gelet op de opzet van de AO/IC bij het LBIO is de betrouwbaarheid van de bovengenoemde gegevens vooralsnog voldoende geborgd.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.3     
      
uitgaven2 1323 0093 1402 967173
      
programma-uitgaven2 0912 9413 0752 911164
apparaatsuitgaven406865569
      
ontvangsten79 69761 6643 7253 539186
      
verplichtingen2 2983 1251882 967– 2 779

Operationele doelstelling 3.4.4

Zorgdragen voor de uitvoering van de voogdijmaatregel en de opvang ten behoeve van alleenstaande minderjarige asielzoekers.

Resultaten

In het kader van een zichtbare scheiding in de opvangmodaliteit (de zgn. terugkeervariant en integratievariant), heeft het COA in 2002 het deelproject voogdij en opvang in de terugkeervariant uitgewerkt, resulterend in het opzetten van een tweetal pilots, waarvan de pilot van de zogenaamde ama-campus te Vught op 11 november 2002 van start is gegaan. In dit verband wordt verwezen naar het gestelde bij operationele doelstelling 6.1.1.

In het kader van deze pilot is gewerkt aan een samenwerkingsprotocol waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden geregeld tussen de begeleiders van het COA en de voogden van de voogdij-instelling Nidos. Tevens zijn met alle ketenpartners afspraken gemaakt om de werking van de pilots te monitoren, waarin naast het perspectief van het kind dat gericht is op terugkeer, ook aandacht wordt besteed aan de «veiligheid», de «beheersbaarheid» en de «ontwikkeling van de minderjarige». De Tweede Kamer heeft in een Algemeen Overleg op 27 november 2002 met de start van de pilots ingestemd.

Evaluatieonderzoek

In de begroting was aangekondigd een evaluatieonderzoek «Trajecten van alleenstaande minderjarige asielzoekers». Dit instroomonderzoek, dat onder de verantwoordelijkheid van het WODC wordt uitgevoerd. heeft vertraging opgelopen, vanwege de complexiteit van het onderzoek. De resultaten worden het tweede kwartaal van 2003 verwacht.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.4     
      
uitgaven174 174121 397150 553242 413– 91 860
      
programma-uitgaven174 023121 223150 302242 204– 91 902
waarvan:  0  
– subsidies174 023121 223150 302242 204– 91 902
apparaatsuitgaven15117425121041
      
ontvangsten0011011
      
verplichtingen187 743125 755136 422242 413– 105 991

4 – Rechtspleging en rechtsbijstand

Beleidsartikel 4.1 Rechtspleging

Beleidsdoelstelling 4.1

Het scheppen van voorwaarden voor het optimaal functioneren van het stelsel van rechtspraak.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.1     
      
uitgaven621 683733 447696 642710 734– 14 092
      
ontvangsten11 340126 078135 127110 01925 108
      
verplichtingen630 847726 2881 352 889710 734642 155

Operationele doelstelling 4.1.1

Het zorgen voor voldoende financiële middelen, een toereikend wettelijk kader en een adequaat inzicht in het functioneren van de rechtsprekende organisatie onder verantwoordelijkheid van de Raad voor de rechtspraak.

Resultaten

Met ingang van 1 januari 2002 is de Raad voor de rechtspraak opgericht. In verband met de instelling van de Raad voor de rechtspraak is tevens de Wet op de Rechtelijke Organisatie (RO) gewijzigd. Wezenlijk daarbij is dat in de wet Rechtelijke Organisatie de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering wordt geattribueerd aan de gerechten en de Raad voor de rechtspraak. Daarmee heeft de minister van Justitie geen directe verantwoordelijkheid meer voor de bedrijfsvoering van de rechtspraak. Wel heeft de minister nog een verantwoordelijkheid als toezichthouder. Een van de wijzigingen die bij het nieuwe systeem hoort is dat het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak een verklaring omtrent getrouwheid en de rechtmatigheid bevat, die is afgegeven door een door de Raad voor de rechtspraak aangewezen accountant. Ten tijde dat de wet op de Rechtelijke Organisatie op bovengenoemd onderdeel is gewijzigd was de begrotingswet over 2002 reeds gereed. Om uitvoering te geven aan hetgeen beoogd volgens de wet op de Rechtelijke Organisatie wordt in dit jaarverslag verantwoord zoals hierboven aangegeven.

Volumegegevens

Zaaksaantallen Gerechten (aantallen)
 199819992000*2001begroot 2002realisatie 2002
Instroom      
– gerechtshoven42 00034 40045 43946 44051 56560 454
– rechtbanken384 000392 000718 906708 196660 601753 822
– kantongerechten591 000599 000614 653674 653592 112776 260
Totaal1 017 0001 025 4001 378 9981 429 2891 304 2781 590 536
       
Uitstroom      
– gerechtshoven38 50036 60044 14145 14849 87354 532
– rechtbanken410 000399 000668 963682 939655 267733 468
– kantongerechten594 000590 000587 348658 344591 209786 270
Totaal1 042 5001 025 6001 300 4521 386 4311 296 3491 574 270

* Vanaf 2000 wordt er een ander meetsysteem gehanteerd, waardoor er geen directe vergelijking met 1999 en eerdere jaren mogelijk is.

Toelichting

In de begroting is ingegaan op de aanpak van de wijze van registratie van de in- en uitstroomgegevens bij de gerechten. Geconcludeerd kan worden dat een verbeterde toepassing van voorschriften heeft geleid tot een meer betrouwbaar beeld van de zaaksproductie over 2002 ten opzichte van voorgaande jaren en de begroting 2002. De in de begroting 2002 opgenomen cijfers waren gebaseerd op de verwachting voor 2001. Een deel van het verschil tussen begroting en realisatie 2002 is te verklaren door deze verbeteringen in de registratie en de reeds in 2001 toegenomen productie.

De instroom handelszaken en strafzaken als gevolg van de kantonappèllen en de toename van het aantal belastingzaken (WOZ) kon niet opgevangen worden met de beschikbare zittingscapaciteit bij de gerechtshoven. Het gevolg was een toename van de voorraden op deze rechtsgebieden. Een uitstroomtoename is bij de rechtbanken (exclusief de kantonsectoren) in alle rechtsgebieden waarneembaar. De meest opvallende stijgingen zijn te zien in de bestuurs- en vreemdelingenzaken en in de strafzaken. De arbeidszaken, overtredingen en Mulderzaken, kunnen genoemd worden als bijdrage aan de productietoename bij de kantonsectoren.

Groeiparagraaf

Kwaliteitszorg

In het verlengde van het PVRO-project kwaliteit zijn vanaf 1 januari 2002 verschillende activiteiten op het gebied van de kwaliteitszorg rechtsprekende macht ondernomen. Zo zijn er twee pilots op het gebied van het meten van de kwaliteit van het rechterlijk functioneren gestart (rechtbank Maastricht en de sector strafrecht van de rechtbank Amsterdam). Binnen beide pilots is getracht, net als binnen de rechtbank Roermond (deze was pilot in 2001), aan de hand van verschillende meetgebieden (onafhankelijkheid en integriteit, snelheid en tijdigheid, eenheid, bejegening en deskundigheid) en met gebruikmaking van tal van meetinstrumenten (registratie, audit, klantwaarderingsonderzoeken) de kwaliteit van het rechterlijk functioneren op een systematische wijze in kaart te brengen. Naast de uitvoering van de projecten met betrekking tot het meetsysteem rechterlijk functioneren, is in 2002 door de Raad het project overkoepelend en integraal kwaliteitssysteem Zittende Magistratuur in uitvoering genomen. Binnen dit project zijn de contouren geschetst van een gemeenschappelijk kwaliteitssysteem. Deze contouren zijn gebaseerd op het INK-model. Het rapport van het projectteam (rechtspraaQ) is door de presidentenvergadering (december 2002) aanvaard en zal gebruikt worden voor onder meer het opstellen van (richtlijnen voor) kwaliteitstatuten op sectorniveau en op gerechtsniveau en de creatie van een kwaliteitsbureau i.o. bij de Raad voor de rechtspraak.

Bekostiging + ontwikkelingen

Het Besluit Financiering Rechtspraak bevat de regeling voor de financiering van de rechtspraak. Het is in werking getreden op 30 augustus 2002. De begroting was – daarop vooruitlopend – al wel zoveel mogelijk gebaseerd op de beginselen ervan.

Aangezien de rechterlijke organisatie sterk in ontwikkeling is, het een nieuw bekostigingsmodel betreft waarmee ervaring moet worden opgedaan en de intentie er is om op termijn het baten-lastenstelsel in te voeren, heeft deze AmvB een voorlopig karakter. Om vroegtijdig inzicht te hebben in de uiteindelijke contouren van het bekostigingsmodel is er medio 2002 gestart met een ontwikkelingsgericht onderzoek. Het doel van dit onderzoek is om de risico's en mogelijke verbeteringen cq vereenvoudiging van het huidige bekostigingsmodel inzichtelijk te maken. Het onderzoek is door een extern bureau uitgevoerd in nauwe samenspraak met het ministerie van Justitie en de Raad voor de rechtspraak. Het onderzoek is eind december 2002 afgerond. Medio februari 2003 is de eindrapportage opgeleverd. Naar aanleiding van de conclusie en de aanbevelingen van het eindrapport zullen nadere acties zowel door de Raad voor de rechtspraak als het ministerie van Justitie genomen worden. De Tweede Kamer zal worden geïnformeerd zodra de standpuntbepaling naar aanleiding van het onderzoek gereed is.

Evaluatieonderzoek

Een belangrijk onderdeel van het evaluatieprogramma «Rechtspraak 21ste eeuw» was gericht op de ontwikkeling van meetinstrumenten teneinde de effecten van de moderniseringsoperatie in kaart te brengen. Zo is in het kader van het evaluatieprogramma onderzoek verricht naar de eenheid van rechtspraak, de doorlooptijden en het imago van de rechtspraak (het laatstgenoemde geschiedde met behulp van de Justitie Issue Monitor). Binnen het PVRO-project kwaliteit zijn eveneens in de afgelopen jaren instrumenten ontwikkeld, waarmee het functioneren van de rechtspraak (vertaald naar kwaliteit) in beeld kan worden gebracht. Zoals eerder in de verantwoording is aangegeven zijn in 2002 twee pilots in uitvoering genomen, met betrekking tot de toepassing van het meetsysteem rechterlijk functioneren. Na afronding van deze pilots zal in de komende jaren gewerkt gaan worden aan een verdere implementatie van dit systeem bij de verschillende gerechten. Hiermee zal het in de toekomst mogelijk worden om de prestaties van de rechtspraak niet alleen in kwantitatieve zin, maar ook in kwalitatieve zin te visualiseren.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.1     
      
uitgaven601 679714 107664 381687 864– 23 483
      
programma-uitgaven596 553706 362649 761682004– 32 243
waarvan:     
– bijdrage Raad voor de rechtspraak00649 7600– 649 760
waarvan:     
bijdrage/projecten SR0013 975013 975
– subsidies1 792002 048– 2 048
apparaatsuitgaven5 1267 74514 6205 8608 760
      
ontvangsten11 340126 078132 527110 01922 508
      
verplichtingen610 548707 0531 320 651687 864632 787

Toelichting

Ten tijde dat de wet op de Rechtelijke Organisatie op bovengenoemd onderdeel is gewijzigd was de begrotingswet over 2002 reeds gereed. Om uitvoering te geven aan hetgeen beoogd volgens de wet op de Rechtelijke Organisatie worden bij Slotwet 2002 op operationele doelstelling 4.1.1 de uitgaven voor een bedrag van € 649,8 miljoen en de ontvangsten voor een bedrag van € 13.3 miljoen opgenomen als een bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak.

Operationele doelstelling 4.1.2

Het scheppen van voorwaarden voor het optimaal functioneren van de cassatierechtspraak, waarbij de Hoge Raad, naast het bevorderen van de rechtsbescherming en het leiding geven aan de rechtsvorming, de rechtseenheid in het civiele recht en het strafrecht in Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba bewaakt, alsmede in Nederland de rechtseenheid in het belastingrecht.

Resultaten

Om de uitvoering van de taken van de Hoge Raad op een kwalitatief hoogwaardig niveau te kunnen garanderen is er in 2002 geïnvesteerd in de formatieve uitbreiding van de Hoge Raad. Zoals in de begroting werd vermeld zijn ten behoeve van de formatieve uitbreiding aanvullende middelen aan de Hoge Raad toegevoegd. Met deze beschikbaar gestelde middelen is de formatie in 2002 verhoogd naar circa 210 fte.

Volumegegevens

Overzicht instroom en uitstroom zaken Hoge Raad (aantallen)
 199920002001begroot 2002realisatie 2002
Instroom     
– civiele zaken594522505620440
– strafzaken4 3564 0852 4653 3752 824
– belastingzaken8579751 1779501 076
Totaal5 8075 5824 1474 9454 340
      
Uitstroom     
– civiele zaken498530542595516
– strafzaken4 2744 3463 2303 4023 369
– belastingzaken1 0899669311 128971
Totaal5 8615 8424 7035 1254 856

Toelichting

Het verschil tussen de begrote instroom van zaken voor 2002 en de werkelijke realisatie van de instroom heeft te maken met het feit dat deze prognose al in het voorjaar 2001 moest worden afgegeven op basis van de gegevens van 2000. Met name in 2001 is de instroom van zaken fors afgenomen, vooral op het terrein van het strafrecht door de invoering van nieuwe regelgeving. Het gevolg van deze regelgeving was dat de relatief eenvoudige zaken (hoger beroep in Mulderzaken) bij het gerechtshof Leeuwarden zijn ondergebracht waardoor het relatieve zaaksgewicht bij de Hoge Raad is toegenomen. De voor 2002 ingeschatte uitstroom van zaken is met name op het gebied van civiele zaken en belastingzaken hoger geweest dan daadwerkelijk is gerealiseerd. Op het gebied van strafzaken is wel ongeveer het aantal zaken uitgestroomd dan eerder geprognosticeerd. De uitstroom van zaken in 2002 t.o.v. 2001 kent een toename van 153 zaken naar in totaal 4856 zaken, een stijging van 3,2%. Deze toename is bijna geheel toe te wijzen aan een stijging van de strafzaken (139 zaken). De civiele zaken vertonen een beperkte afname. De uitstroom van belastingzaken stijgt met 40 zaken. De in 2002 gedane investering in capaciteit en de daaraan gekoppelde uitbreidingen zullen zich naar verwachting in 2003 vertalen in hogere zaaksproductie bij de Hoge Raad.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.2     
      
uitgaven11 32012 30817 48912 9414 548
      
programma-uitgaven11 23212 27217 23412 8404 394
apparaatsuitgaven8836255101154
      
ontvangsten003760376
      
verplichtingen11 48712 18417 46812 9414 527

Operationele doelstelling 4.1.3

Het scheppen van voorwaarden voor een doelmatige inzet van middelen in de Registratiekamer en de Commissie gelijke behandeling, met inachtneming van de eisen die gesteld worden aan de professionele kwaliteit.

Resultaten

In de oorspronkelijke begroting waren op dit artikel slechts de uitgaven van de Commissie Gelijke Behandeling en het College Bescherming persoonsgegevens geraamd, later in het jaar zijn hier nog de uitgaven van de Centrale Justitiële Documentatiedienst en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak aan toegevoegd.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.3     
      
uitgaven7 5225 12314 5538 5995 954
      
programma-uitgaven7 4855 11914 4488 5575 891
apparaatsuitgaven3741054263
      
ontvangsten002 21902 219
      
verplichtingen7 6335 07114 5468 5995 947

Operationele doelstelling 4.1.4

Het faciliteren van ontwikkelingen op het gebied van internationalisering en rechtspraak.

Resultaten

Na de totstandkoming van de noodzakelijke wetgeving ten behoeve van de samenwerking tussen het Internationaal Strafhof (ISH) en de Nederlandse opsporings- en vervolgingsautoriteiten is een voorlichtingstraject in gang gezet om alle relevante autoriteiten in Nederland te informeren over de procedures en modaliteiten voor samenwerking met het ISH. Het Internationaal Strafhof is gevestigd in Den Haag. Het Statuut van Rome, dat de oprichting van het Internationaal Strafhof voorziet, is op 1 juli 2002 in werking getreden. De Uitvoeringswet van het Internationaal Strafhof is eveneens op 1 juli 2002 in werking getreden (Stb. 314, 20 juni 2002). Naast de werkzaamheden op het gebied van regelgeving, zal de vestiging te Den Haag aandacht vragen van Nederland, in het bijzonder van Justitie. De samenwerking zal zo veel mogelijk op de samenwerking met de internationale tribunalen aansluiten (TK, 28 098, nr. 3), met dien verstande dat ervoor gekozen is om Justitie als postbus voor de samenwerking aan te wijzen (Art. 3 Uitvoeringswet ISH). Ten aanzien van de huidige doelen, betreft het de praktische oprichting van een «justitieloket» ten behoeve van het Strafhof. Dit «justitieloket» ten behoeve van de rechtshulp aan het Internationaal Strafhof zal vooral facilitair van aard zijn. Volgens de uitvoeringswet van het ISH (artikel 3) wordt Justitie doorgeefluik voor strafrechtelijke verzoeken die betrekking hebben op het Internationaal Strafhof (zowel verzoeken van het Strafhof aan de Nederlandse justitiële autoriteiten als verzoeken van de Nederlandse justitiële autoriteiten aan het internationaal Strafhof). Bovendien geldt er een overlegverplichting met het Strafhof als een verzoek om enigerlei reden niet uitgevoerd kan worden (Artikel 97 van het Statuut van Rome en artikel 7 Uitvoeringswet). Hieraan wordt nu gewerkt.

Het Europees Justitieel Netwerk (EJN) heeft haar toegevoegde waarde bij het realiseren van een betere strafrechtelijke samenwerking tussen justitiële autoriteiten binnen de EU reeds bewezen. Deze toegevoegde waarde komt vooral ter uiting in de praktische uitwisseling van gegevens en de oprichting van een website. Deze website is ontwikkeld met praktische gegevens over contactpersonen in de aangesloten landen en formulieren voor de aanvraag van rechtshulp om direct te versturen aan de landen. Deze rol zal verder moeten worden uitgebreid. Internationaal zal het komend jaar duidelijk moeten worden hoe het functioneren van het EJN zich gaat verhouden tot Eurojust. Nationaal zullen procedures moeten worden ontwikkeld om de relatie tussen het EJN en de Internationale Rechtshulp Centra (IRC) inzake rechtshulpverlening in Nederland verder gestalte te geven.

De enige bekende procedure tussen het EJN en het Internationaal Strafhof is in ontwikkeling in het concept Raadsbesluit inzake de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven waarvoor in de JBZ-Raad van 14 en 15 oktober 2002 een politiek akkoord werd bereikt (doc. 13 082/02 CRIMORG 91; zie de brief van de minister d.d. 10 februari 2003 (TK, 23 490, nr. 259). In artikel 5 van het concept Raadsbesluit wordt een link gelegd tussen het EJN en het Internationaal Strafhof (zie ook EU-Raadsdocument 6044/03 CRIMORG 8, van 13 februari 2003).

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.4     
      
uitgaven1 1631 9092191 330– 1 111
      
programma-uitgaven917001 048– 1 048
apparaatsuitgaven2461 909219281– 62
      
ontvangsten00505
      
verplichtingen1 1801 9802241 330– 1 106

Beleidsartikel 4.2 Rechtsbijstand

Beleidsdoelstelling 4.2

Waarborgen van de toegang tot het recht voor rechtzoekenden die niet over voldoende financiële middelen beschikken en die deskundige juridische bijstand nodig hebben.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.2     
      
uitgaven235 414277 840330 662309 08421 578
      
ontvangsten5 57404 8024 129673
      
verplichtingen268 180310 402353 773309 08444 689

Operationele doelstelling 4.2.1

Het onderhouden van een adequaat en toegankelijk stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.

Resultaten

De instandhouding van een toegankelijk stelsel van rechtsbijstand, óók voor minderdraagkrachtigen, is een wezenskenmerk van een moderne rechtsstaat. Het Nederlandse rechtsbijstandstelsel heeft een aantal sterke eigenschappen. De instandhouding van dit stelsel is echter geen vanzelfsprekendheid maar vergt actualisering en investeringen op het gebied van structuur, kwaliteit, kwantiteit en in verband daarmee de vergoeding voor gesubsidieerde rechtsbijstand. De afgelopen jaren zijn gaandeweg steeds meer knelpunten in het bestaande stelsel zichtbaar geworden. De in 1998 uitgevoerde evaluatie van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) gaf aanleiding tot bijzondere aandacht voor enerzijds het doelbereik van de wet en anderzijds het aanbod van rechtsbijstandverleners. Een in 1999 uitgevoerd onderzoek naar het aanbod heeft duidelijk gemaakt dat bij ongewijzigd beleid een leemte kan ontstaan in het aanbod van gesubsidieerde rechtsbijstand. Dit zal met name het geval zijn als de groep ervaren advocaten het stelsel verlaat, bijvoorbeeld vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Het is de vraag of de te verwachten instroom de uitstroom van ervaren advocaten voldoende kan compenseren. Daarnaast zijn in de loop van de tijd spanningen opgetreden in het concept van de Bureaus Rechtshulp, waar bij een deel van de bureaus in toenemende mate de behoefte ontstond aan het verlenen van rechtsbijstand in procedures, in sommige gevallen zelfs óók voor draagkrachtige cliënten (betalende zaken), waardoor een vervaging optrad van de grens tussen de publieke en private taken. Mede als gevolg hiervan bleek de aandacht voor de publieksfunctie en het spreekuur te verminderen, wat de toegang voor de rechtzoekende verslechterde. Tegelijkertijd bleek de advocatuur zich gaandeweg terug te trekken uit bepaalde rechtsgebieden, waardoor segmentatie ontstond en het aanbod van private rechtsbijstandverleners onder druk kwam te staan.

In februari 2002 heeft de commissie Toekomstige inrichting stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand, ingesteld onder voorzitterschap van de heer drs. H.G. Ouwerkerk, advies uitgebracht. Deze commissie had als taak een analyse te maken van de voor- en nadelen van een herpositionering van de Bureaus Rechtshulp en de instelling van een juridisch loket, rekening houdend met de toegankelijkheid, de continuïteit en de betaalbaarheid van de rechtshulpvoorziening en het belang van de rechtzoekende. De commissie adviseerde onder meer een duidelijke scheiding aan te brengen tussen publieke en private taken. Dit heeft een aanpassing van het wettelijk takenpakket van de stichtingen rechtsbijstand tot gevolg. Voorts adviseerde de commissie vervanging van het verlengde spreekuur door toevoegingen waarvoor de advocatuur zich inzet en committeert. Daarnaast adviseerde de commissie meer prijsprikkels in te bouwen. Over het advies is de Tweede Kamer bij brief van 10 april 2002 een principestandpunt toegezonden (TK, 28 000, nr. 63). Op 16 december 2002 is een nadere uitwerking van het principebesluit toegezonden aan de Tweede Kamer.

In mei 2002 heeft het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Rechtsbijstand geresulteerd in een rapportage met aanbevelingen om prikkels aan vraag- en aanbodzijde in te voeren, alsmede het basisuurtarief te verhogen tot een niveau van € 94. In het vervolg van het verslagjaar zijn deze aanbevelingen nader uitgewerkt. Wat betreft de uurvergoeding heeft dit geresulteerd in een voorstel tot verhoging tot bijna € 95 per uur. De Tweede Kamer is hierover bij brief van 16 december 2002 geïnformeerd (TK, 28 600, nr. 118). De voor de verhoging en de dekking daarvan noodzakelijke (wijzigings)besluiten zijn ter voorhang aan de Tweede Kamer gezonden. Met de voor de verhoging van de uurvergoeding noodzakelijke dekkingsmaatregelen wordt tevens invulling gegeven aan in het IBO-rapport aanbevolen prikkels.

Het VIValt-project, dat dient ter vereenvoudiging van de toevoegprocedure, heeft in het verslagjaar grote vorderingen gemaakt. Onder meer is een aantal door de Tweede Kamer gestelde vragen over het project beantwoord. Naar verwachting zal het project in 2004 leiden tot vervanging van het belastbaar inkomen door het fiscale inkomensbegrip, waardoor de nu nog noodzakelijke verklaring omtrent inkomen en vermogen in de toevoegprocedure achterwege kan blijven.

In maart 2002 is het «Convenant kwaliteitsborging advocatuur» afgesloten met de raden voor rechtsbijstand en de Orde. In het convenant is vastgelegd dat een samenhangend systeem van kwaliteitszorg voor de gesubsidieerde rechtsbijstand wordt vastgelegd. In het convenant is tevens vastgelegd dat vanaf 1 januari 2004 uitsluitend advocaten in aanmerking komen voor inschrijving bij de raden indien zij een auditverklaring kunnen overleggen. Kantoren die hieraan voldoen ontvangen sinds 1 januari 2002 een kwaliteitstoeslag van € 7 per uur. In het convenant zijn vervolgstappen tot 2006 overeengekomen in het kader waarvan ook een zogenaamde meta-toetsing van het kwaliteitszorgsysteem door de raden voor rechtsbijstand is voorzien waardoor de effectiviteit en de kwaliteit van het ontwikkelde stelsel worden getoetst. Het is overigens de bedoeling om op termijn de toepassing van het kwaliteitszorgsysteem te verbreden naar de gehele advocatuur, opdat geen onderscheid zal bestaan tussen de kwaliteit van gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde advocaten.

Volume- en prijsgegevens

Met de onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in de omvang van de aanspraak op de gesubsidieerde rechtsbijstand. Het betreffen de verplichtingen die door de raden voor rechtsbijstand zijn aangegaan.

 Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Uitvoeringslasten   
Apparaatsuitgaven raden voor rechtsbijstand   
– variabele prijs (x € 1) 39,7 30,8 39,7
– volume (afgegeven toevoegingen en produkten stichtingen)321 936349 471353 514
– variabele kosten raden (x € 1) 12 773 10 768 14 033
– vaste kosten raden (inclusief automatisering) (x € 1) 7 951 6 924 8 272
    
Programmauitgaven   
strafzaken (totaal)   
– prijs (x € 1) 722 760 800
– volume (aantal afgegeven toevoegingen)102 20195 315116 856
    
civiel-/bestuursrechtelijke zaken (excl. asiel)   
– prijs (x € 1) 664 621 685
– volume (aantal afgegeven toevoegingen)147 443153 841159 289
    
Inverzekeringstellingen   
– prijs (x € 1) 183 186 205
– volume (aantal piketten)69 56866 39574 858
    
Stichtingen rechtsbijstand   
– prijs rechtsbijstandfunctie (x € 1) 109 105 115
– volume (aantal afgehandelde zaken rechtsbijstandfunctie)212 326217 065214 607
    
Rechtsbijstand aan asielzoekers   
– prijs (x € 1) 2 313 1 169 4 017
– volume (aantal asielzoekers)32 57950 00017 033

Toelichting kengetallen

Algemeen

Vanwege de doorlooptijden van de toevoegingen wordt in het kengetallenoverzicht het begrotingsbeslag van de in 2002 afgegeven toevoegingen gepresenteerd. Daarbij is rekening gehouden met de toevoegingen, die niet tot betaling komen. De afwijking tussen gerealiseerde en begrote kostprijzen kan in belangrijke mate worden verklaard door de kosten van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling (kostprijs raden en stichtingen) en de daaraan gerelateerde indexering van de toevoegingsvergoeding. Daarnaast is de doorwerking van de per 1 januari 2002 ingevoerde kwaliteitstoeslag zichtbaar.

Specifiek kan daaraan het volgende worden toegevoegd.

Toevoegingsaanvragen raden voor rechtsbijstand

Het verschil tussen de geraamde en gerealiseerde variabele kostprijs per produkt is, naast de hierboven genoemde loonbijstelling, het gevolg van extra kosten in verband met een aantal bij de raden opgestarte (automatiserings)projecten. Na afronding van deze projecten, o.a. Vivalt, zal de gemiddelde prijs per product in de komende jaren weer afnemen. Om te voldoen aan de gestelde richtlijnen ten aanzien van de informatiebeveiliging zijn incidenteel extra middelen aan de raden voor rechtsbijstand verstrekt. Daarnaast zijn de kosten toegenomen in verband met de toename van het volume.

Toevoegingen in strafzaken/inverzekeringstelling

De groei van het aantal ambtshalve straftoevoegingen en inverzekeringstellingen als gevolg van intensiveringen in de strafrechtketen heeft zich evenals voorgaande jaren ook in 2002 verder doorgezet. De grootste stijging heeft zich voorgedaan bij toevoegingen die zijn afgegeven in het kader van vreemdelingenbewaring. Doordat de tijdsbesteding in dit soort zaken lager ligt dan de gemiddelde strafzaak daalt de gemiddelde vergoeding. Daartegenover staat de eerder vermelde toename van het gemiddelde tarief in verband met de bijstelling van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling.

Toevoegingen in civiele en bestuursrechtelijke zaken

Het aantal civiele en bestuursrechtelijke zaken is in 2002 toegenomen. De toename is voornamelijk zichtbaar bij die rechtsterreinen die gevoelig zijn voor conjuncturele ontwikkelingen (arbeidsrecht en sociale zekerheid).

Zaken stichtingen rechtsbijstand

De toename van de gemiddelde prijs wordt veroorzaakt door de bijstelling in verband met de arbeidsvoorwaardenontwikkeling.

Rechtsbijstand in asielzaken

In de tabel wordt de gemiddelde prijs uitgedrukt in een prijs per asielzoeker. De instroom van het aantal asielzoekers is echter sterk gedaald. De gevolgen voor de rechtsbijstand van deze daling zijn echter pas na enige tijd waarneembaar.

Door het wegwerken van achterstanden door de ketenpartners was er in de rechtsbijstand een toename zichtbaar van de afgeven toevoegingen voor bezwaar (voorraad oude vreemdelingenwet) en beroep. Daarnaast is het aantal asielzoekers dat door de AC-procedure wordt geleidt zeer sterk gestegen, met als gevolg een zwaardere last voor de rechtsbijstand. Deze laatste ontwikkeling zal pas in de toekomst leiden tot minder vervolgprocedures.

Evaluatieonderzoek

In het verslagjaar is tevens een begin gemaakt met de opbouw van een monitor van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand met als doel tijdig verschuivingen in trends en ontwikkelingen in de vraag naar rechtsbijstand op de verschillende deelterreinen te kunnen signaleren en daarop te kunnen inspelen. Medio 2003 worden de eerste resultaten van deze monitor verwacht.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.2.1     
      
uitgaven235 414277 840330 662309 08421 578
      
programma-uitgaven234 879277 035329 873308 38421 489
waarvan:     
– subsidies234 879277 035327 623308 38419 239
apparaatsuitgaven53580578970089
      
ontvangsten5 57404 8024 129673
      
verplichtingen268 180310 402353 773309 08444 689

Beleidsartikel 4.3 Schuldsanering natuurlijke personen

Beleidsdoelstelling 4.3

Aanbieden van wettelijke mogelijkheden om schulden te saneren van burgers in een problematische schuldensituatie die minnelijk niet oplosbaar is.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.3     
      
uitgaven8 28510 39110 60510 367238
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen18 06010 84111 26410 367897

Operationele doelstelling 4.3.1

Het onderhouden van een adequaat stelsel van wettelijke schuldsanering.

Resultaten

Op 27 februari 2002 is het Kabinetsstandpunt over de evaluatie van de Wet schuldsanering natuurlijke personen aan de Tweede Kamer voorgelegd (TK, 28 258, nr. 1). Hierin wordt een aantal verbeteringen voorgesteld in zowel het minnelijke als het wettelijke schuldhulpverleningstraject. Op 3 juli 2002 heeft de Tweede Kamer zich positief over de voorgenomen maatregelen uitgesproken, in vervolg waarop onder meer wijziging van wet- en regelgeving wordt voorbereid.

Het aantal bewindvoeringszaken dat door de rechter onder de Wsnp is gebracht was in 2002 iets hoger dan in 2001. Deze toename wordt veroorzaakt door een toename bij particuliere Wsnp-zaken. Het aantal (ex-) ondernemerszaken is stabiel.

Volumegegevens

Met de onderstaande tabel wordt beoogd inzicht te geven in de omvang van de aanspraak op de wettelijke schuldhulpverlening. Het betreffen de verplichtingen die door de raden voor rechtsbijstand zijn aangegaan.

Overzicht zaken wettelijke schuldhulpverlening
 Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
uitvoeringslasten   
apparaatsuitgaven raden voor rechtsbijstand   
– variabele prijs (x € 1)273943
– volume (produkten)7 1457 5007 849
    
Programmauitgaven   
Schuldsaneringszaken   
– prijs (x € 1)1 2101 2641 235
– volume (aantal afgegeven toevoegingen)7 1307 500 7 849

De afwijking tussen gerealiseerde en begrote kostprijzen kan in belangrijke mate worden verklaard door de kosten van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling (kostprijs raden) en de daaraan gerelateerde indexering van de vergoeding van bewindvoerders. De daling van de gemiddelde (zaaks) prijs is het gevolg van de gewijzigde samenstelling van de zaakssoorten. Het aantal relatief goedkopere particulierenzaken is hoger dan in de begroting was opgenomen waardoor de gemiddelde prijs iets is gedaald.

Evaluatie-onderzoek

In het verslagjaar is begonnen met het meer systematisch verzamelen van informatie over het functioneren van het stelstel. In 2002 is tevens de tweede bewindvoerdersmonitor opgeleverd. Deze is uitgevoerd om een beeld te verkrijgen van de bewindvoerderspraktijk en de dekking van de vergoeding daarvoor. In het verslagjaar is begonnen met de voorbereiding van een standpunt daarover, dat medio 2003 zal worden kenbaar gemaakt.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.3.1     
      
uitgaven8 28510 39110 60510 367238
      
programma-uitgaven8 10910 17910 41910 147272
waarvan:     
– subsidies8 10910 17910 41910 147272
apparaatsuitgaven176212186220– 34
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen18 06010 84111 26410 367897

Beleidsartikel 4.4 Juridische dienstverlening

Beleidsdoelstelling 4.4

Waarborgen van adequate juridische dienstverlening van de gereglementeerde vrije juridische beroepen alsmede het bevorderen, waar dat adequaat is gebleken, van alternatieve vormen van geschillenbeslechting binnen het rechtssysteem.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.4     
      
uitgaven6 5947 8895 3178 277– 2 960
      
ontvangsten00505
      
verplichtingen7 5748 8587 7228 277– 555

Operationele doelstelling 4.4.1

Onderhouden van een adequaat stelsel van vrije juridische beroepen.

Resultaten

Bij het opereren van de juridische beroepsbeoefenaren in de markt van juridische dienstverlening dient Justitie te waarborgen dat de kernfuncties van de advocatuur, het notariaat en de gerechtsdeurwaarders goed worden uitgeoefend. De beschikbaarheid, de kwaliteit en de integriteit van deze functies dienen daarbij te worden gegarandeerd. Steeds zal een evenwicht moeten worden gevonden tussen regulering in verband met het publieke karakter van de juridische dienstverlening door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders, en de ordening van de markt waarop zij individueel opereren.

Dit evenwicht vereist in concrete omstandigheden ten aanzien van de verschillende juridische beroepsgroepen steeds opnieuw een afweging. Deze was onder meer aan de orde bij de beoordeling van de toepassing van no cure no pay bij de advocatuur. Na de uitspraak van de Nederlandse Mededingsautoriteit (Nma) in februari 2002 en de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in diezelfde maand werd door de Nederlandse Orde van Advocaten een nieuwe verordening vastgesteld. Deze verordening beoogt de belangen van burgers te beschermen met betrekking tot de integriteit, het declaratiegedrag en de onafhankelijkheid van de advocaat. De verordening, waarbij het verlenen van diensten op basis van no cure no pay niet worden toegelaten, biedt daarvoor een adequate oplossing.

Met inwerkingtreding van een wijziging van de Advocatenwet betreffende het enqueterecht, uitvaardiging van de richtlijn tot bevordering van de deelname aan de klacht- en geschillenregeling, de evaluatie van de verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking en de implementatie van de EU-richtlijn met betrekking tot vestiging van buitenlandse advocaten in Nederland is het beleid tot waarborging van de kernfunctie van de advocaat verder vorm gegeven.

In het notariaat werd de derde en laatste rapportage van de Monitorcommissie, die rapporteert over de gevolgen van de invoering van de nieuwe Wet op het notarisambt, vertraagd. De rapportage heeft inmiddels plaatsgevonden. Daarop volgend zal het verslag van de evaluatie als bedoeld in artikel 127 van de Wet op het notarisambt aan de Tweede Kamer worden gezonden. De verhouding tussen de publieke taken van de notaris en zijn positionering op de markt zal daarbij opnieuw aan de orde komen.

Voor de gerechtsdeurwaarders stond 2002 vooral in het teken van de verdere implementatie van de medio 2001 ingevoerde nieuwe Gerechtsdeurwaarderswet. Deze verloopt volgens verwachting.

Groeiparagraaf

In 2002 is de voorbereiding van de trendrapportages voor de juridische beroepsgroepen verder ter hand genomen. Hierin moet, in samenwerking met de beroepsorganisaties, informatie worden gebundeld over ontwikkelingen in de dienstverlening. Doordat afstemming met de omgeving meer tijd vergt dan was voorzien was het niet mogelijk om reeds in 2002 een model voor een trendrapportage op te leveren. Als gevolg daarvan konden ook nog geen nulmetingen worden verricht. Naar verwachting zal in 2003 het model gereed komen en eerste metingen kunnen plaatsvinden.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.4.1     
      
uitgaven2 5963 0613 6443 259385
      
programma-uitgaven2 1222 5083 0682 664404
waarvan:     
– subsidies2 1222 5082 8012 664137
apparaatsuitgaven474553576594– 18
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen2 9823 4455 9953 2592 736

Operationele doelstelling 4.4.2

Binnen de rechterlijke macht, de gesubsidieerde rechtsbijstand (en «overige overheden») worden projecten met mediation ontwikkeld en uitgevoerd en daarmee samenhangende investeringen in de justitiële infrastructuur gedaan.

Resultaten

De voor begin 2002 toegezegde standpuntbepaling op de uitkomsten van de experimenten met scheidings- en omgangsbemiddeling is met aanzienlijke vertraging in december aan de Tweede Kamer gezonden (TK, 28 600, nr. 105). Naar aanleiding van het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer in november over scheidings- en omgangsproblematiek in den brede heeft de minister een brief aan de Tweede Kamer gezonden, waarin hij aangeeft te willen streven naar een structurele, landelijke voorziening voor doorverwijzing naar mediation op dit terrein. Voorwaarde is daarbij dat hieraan voor Justitie geen extra kosten zijn verbonden en de kwaliteit en het aanbod van mediators voldoende kunnen worden gewaarborgd. Deze twee vraagstukken dienen in het kader van de bredere discussie over de plaats van mediation in ons rechtsbestel te worden uitgewerkt.

In maart 2002 heeft de toenmalige staatssecretaris een brief aan de Tweede Kamer gezonden waarin is aangegeven dat vragen met betrekking tot de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de mediator zullen worden betrokken bij het onderzoek naar de praktijk van mediation binnen de justitiële infrastructuur in ons omringende, vergelijkbare rechtsstelsels (TK, 26 352 nr. 60). Vooralsnog wordt de toekenning van een wettelijke geheimhoudingsplicht (en een daarop eventueel te baseren verschoningsrecht) aan mediators niet wenselijk geacht.

Eind 2002 is een concept-regeringsreactie aan de Tweede Kamer gezonden op het door de Europese Commissie ingediende Groenboek betreffende alternatieve wijzen van geschillenbeslechting in het burgerlijk en handelsrecht en de daarin opgeworpen vragen. Kort gezegd stelt de Commissie zich middels de indiening van het Groenboek tot doel na te gaan welk optreden de kwaliteit van ADR op Europees niveau – uit oogpunt van toegankelijkheid, doeltreffendheid en waarborging van een goede rechtsbedeling – het meest ten goede zou komen. Daarbij wordt een aantal specifieke vragen gesteld met betrekking tot de mogelijke juridische problemen die bij de toepassing van ADR bij grensoverschrijdende conflicten aan de orde kunnen komen.

Met ingang van januari 2002 is door de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC) een start gemaakt met de oprichting van de Stichting Centraal Informatie Punt (SCIP). Hiermee wordt voldaan aan de EU richtlijn van 25 mei 2000 waarin de lidstaten van de Europese Unie worden verzocht een centraal informatiepunt in te stellen of aan te wijzen voor het verstrekken van informatie, advies, praktische steun en praktische bijstand om consumenten, met name bij grensoverschrijdende conflicten, gemakkelijker toegang te doen verkrijgen tot een buitengerechtelijke geschilbeslechtende instantie op nationaal niveau dan wel in het land van de leverancier. In overleg met Justitie is afgesproken dat sprake zal zijn van een gefaseerde opzet. Aan de hand van die gefaseerde opzet zal door Justitie worden bijgedragen in de kosten van de opstart van het SCIP.

Evaluatieonderzoek

De mediationprojecten rechterlijke macht en gefinancierde rechtsbijstand liepen tot en met 31 december 2002. De projecten worden geëvalueerd, wat in de loop van 2003 moet resulteren in een toekomstvisie. Voorshands wordt de voorziening bij de gerechten en de gefinancierde rechtshulp in 2003 voortgezet.

Het onderzoek naar het functioneren van de geschillencommissies onder de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC) is in 2002 uitgevoerd. De (concept)rapportage is begin 2003 ontvangen en zal in het voorjaar 2003 leiden tot een standpuntbepaling ten aanzien van het toekomstige beleid van de SGC.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.4.2     
      
uitgaven3 9984 8281 6735 019– 3 346
      
programma-uitgaven3 8884 7021 4794 881– 3 402
waarvan:     
– subsidies3 8884 7021 4794 881– 3 402
apparaatsuitgaven11012619413856
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen4 5935 4131 7275 019– 3 292

5 – Sanctietoepassing

Beleidsartikel 5.1 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Beleidsdoelstelling 5.1

Bijdragen aan de veiligheid van de maatschappij en aan het rechtsgevoel van burgers door een effectieve tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen, in aansluiting op de karakteristieken van de onderscheiden categorieën justitiabelen en van de hen opgelegde sancties, mede met het oog op hun reïntegratie.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 5.1     
      
uitgaven1 165 9931 294 6621 367 1351 265 904101 232
      
ontvangsten002 04402 044
      
verplichtingen1 182 1661 236 5421 385 1541 265 904119 250

Operationele doelstelling 5.1.1

Ontwikkelen van een bij de behoeften van de samenleving aansluitend effectief en efficiënt stelsel van straffen en maatregelen.

Resultaten

Als uitvloeisel van de nota «Sancties in perspectief» heeft in mei 2002 een breed samengestelde commissie Herziening vervroegde invrijheidstelling onder voorzitterschap van prof. mr. P.C. Vegter een rapport uitgebracht met een voorstel voor de (her)invoering van voorwaardelijke invrijheidstelling. Vanwege de samenhang en mogelijke samenloop met de voorwaardelijke veroordeling is besloten de standpuntbepaling over het rapport aan te houden en aan de commissie Straf van vrijheidsbeperking onder voorzitterschap van Prof. Mr. M. Otte te vragen het rapport in de afwegingen te betrekken. Eerder al was de commissie gevraagd ook te adviseren over de voorwaardelijke veroordeling met alleen de algemene voorwaarde van geen nieuwe delicten. Mede door de bijkomende vragen is het de commissie Straf van vrijheidsbeperking niet gelukt nog in 2002 te rapporteren. De commissie zal in het eerste kwartaal van 2003 haar werkzaamheden afronden.

Bij brief van 17 juni 2002 (TK, 24 587, nr. 78) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de prognose ten aanzien van ontwikkeling van de capaciteitsbehoefte op basis van onderzoek van het WODC. Desgevraagd is de Tweede Kamer bij brief van 2 juli 2002 (TK, 24 587, nr. 79) geïnformeerd over de verwachte effecten op de capaciteitsbehoefte van het reeds vastgestelde beleid.

Op basis van onderzoek van het WODC en rekening houdend met de capacitaire effecten van nieuwe beleidsvoornemens, is in 2001 de behoefte aan sanctiecapaciteit bepaald. In 2002 zijn de geactualiseerde WODC prognoses aan de Tweede Kamer (TK, 24 587, nr. 78) aangeboden. Met betrekking tot het gevangeniswezen is per brief d.d. 2 juli 2002 (TK, 24 587, nr. 79) de ontwikkeling van de capaciteitsbehoefte kenbaar gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de effecten van het vastgestelde beleid.

Evaluatieonderzoek

Van de in de begroting voorziene meta-evaluatie van de effectiviteit sancties is bij nader inzien afgezien. De in 2001 afgesloten literatuurstudies hadden voldoende materiaal opgeleverd voor verdere beleidsontwikkeling. Voorrang is gegeven aan specifieke evaluaties, zoals naar de opvang van drugskoeriers.

Voorts zijn de volgende onderzoeken ter hand genomen c.q. afgerond:

– Evaluatie van het experiment Strafrechtelijke Opvang Verslaafden. Deze is in volle gang. Over de procesevaluatie zal in 2003 worden gerapporteerd en in 2005 over de evaluatie van de effecten;

– Het evaluatieonderzoek EBI onderging vertraging door verbouwingswerkzaamheden in de penitentiaire inrichting in Vugt. Dit werd gemeld aan de Tweede Kamer bij brief van 7 mei 2001 (24 587, nr. 62.) De verwachting is thans dat het onderzoek medio 2003 kan worden afgerond;

– Gok- en alcoholverslaving en criminaliteit. Er zijn voorbereidingen getroffen voor een meerjarig onderzoek naar gokverslaving en criminaliteit, te starten in 2003. Het onderzoek naar alcoholverslaving en criminaliteit is geplaatst op de onderzoeksagenda van 2004;

– Herijking effectiviteit bestaande leerstraffen (minderjarigen).

Tijdens de voorbereiding van het voorgenomen evaluatieonderzoek is gebleken dat voorafgaand aan een dergelijk onderzoek eerst programma-evaluatie dient plaats te vinden. Deze evaluatie zal moeten uitwijzen of de programma's dusdanig zijn opgebouwd dat zij in principe effectvol kunnen zijn. Een dergelijk evaluatieonderzoek start in 2003;

– Evaluatie jeugdreclassering: In december 2002 is onderzoek afgerond en is er een WODC-rapport gepresenteerd;

– Uitbouw recidivemonitor WODC: In het najaar van 2002 is besloten tot de volgende onderzoeken die informatie opleveren over terugdringing recidive. Naar verwachting worden deze onderzoeken in het voorjaar 2003 afgerond:

– Overzicht Recidive na Sancties;

– Beschrijving Strafrechtelijke Carrière Veelplegers;

– Beschrijving Strafrechtelijke Carrière Geweld/Zedendelinquenten;

– Recidive onder ex-gedetineerden.

– Evaluatie Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers

De Tweede Kamer werd bij brief van 3 december 2002 geïnformeerd over de tussentijdse rapportage (TK, 28 627 nr. 6). De toezending van de eindrapportage vond plaats op 13 januari 2003 (TK, 28 201, nr. 24).

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.1     
uitgaven2 4331 1241 225898327
      
programma-uitgaven76900284– 284
apparaatsuitgaven1 6641 1241 225614611
      
ontvangsten0031031
      
verplichtingen2 4661 2851 226898328

Operationele doelstelling 5.1.2

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen binnen het gevangeniswezen, mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie van (ex)justitiabelen.

Resultaten

Het ministerie van Justitie verzorgt de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen betreffende volwassenen en jong volwassenen. Onderscheiden worden plaatsen in huizen van bewaring (regulier en sober), in gesloten gevangenissen en in beperkt beveiligde gevangenissen. Voorts worden bijzonder beveiligde plaatsen en bijzondere opvangplaatsen in gesloten inrichtingen onderscheiden. In 2002 is de instroom van gedetineerden, die zijn geplaatst in de in 2001 gereedgekomen capaciteit voor Stafrechtelijke Opvang van Verslaafden (SOV)-dwangvariant in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, verder op gang gekomen. Tot de niet reguliere sanctiecapaciteit worden de in 2002 terbeschikking gestelde VN-cellen gerekend, de capaciteit op politiebureaus en de penitentiaire programma's.

Eind 2001 is het experiment met elektronische detentiehuizen (EDH) van start gegaan. Gedurende 2002 zijn alle plaatsen van de twee EDH locaties (te Breda en Veenhuizen) bezet geweest. Het experiment wordt in 2003 voorgezet, waarbij nog nader onderzoek zal plaatsvinden naar kosten, selectie criteria en samenhang met andere programma's zoals penitentiaire programma's (PP's).

De in 2001 verwachte lichte daling van de behoefte aan capaciteit heeft zich in 2002 niet gemanifesteerd. Dit is onder andere te wijten aan de sterke stijging van het aantal in te sluiten preventieven en het grote aantal aangehouden drugskoeriers die, ondanks opvang in de tijdelijke detentiecentra, ook moesten worden geplaatst in het reguliere gevangeniswezen.

Er is sprake van een groei in het aantal PP's. Deze worden voor een deel uitgevoerd in combinatie met de toepassing van Electronisch Toezicht (ET). De consultatieronde over het concept-wetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire Beginselenwet in verband met het Penitentiair Programma en Elektronisch Toezicht is in 2001 afgesloten. Met de voorgestelde wijzigingen wordt het ET wettelijk verankerd. Daarnaast wordt het mogelijk gemaakt een grotere groep gedetineerden in aanmerking te laten komen voor deelname aan een PP, onder andere door de minimaal opgelegde gevangenisstraf te verlagen van 12 naar 6 maanden. Voorts is per 1 juni 2002 een verruiming van de maximale duur van een PP doorgevoerd van 6 maanden naar 12 maanden. De aan de penitentiaire inrichtingen opgelegde streefgetallen voor deelnemers aan een PP zijn hierbij opwaarts bijgesteld. De stijging van de gemiddelde bezetting PP is in 2002 ten opzichte van 2000 en 2001 gerealiseerd. Het uiteindelijke effect wordt betrokken bij de nieuwe prognoses voor de behoefte aan sanctiecapaciteit begin 2003.

Preklinische interventies

In het jaar 2002 is een start gemaakt met de implementatie van preklinische interventie. Hiervoor is in de begroting 2002 € 1,0 miljoen beschikbaar gesteld voor het gevangeniswezen. Voorts is € 0,7 miljoen toegevoegd aan de sector TBS, zie hiervoor 5.1.4.

In de startfase is vanuit de tbs-klinieken in een aantal penitentiaire inrichtingen preklinische interventie aan tbs-passanten geboden. De kosten die in dit kader door het gevangeniswezen zijn gemaakt bedragen circa € 0,2 miljoen. Niet alle passanten in de penitentiaire inrichtingen zijn nog bereikt. Vier tbs-klinieken zijn bezig met de voorbereidingen en de overige klinieken zijn nog in een oriënterende fase.

Behandeling in gevangenissen

De in 2001 gestarte pilotprojecten Behandeling in detentie zijn in 2002 voortgezet. Aan het einde van de zomer zijn deze projecten, mede aan de hand van monitorgegevens, door de commissie «Behandeling in detentie» geëvalueerd. De commissie concludeerde aan de hand van deelname en het geboden behandelaanbod dat alle pilots levensvatbaar zijn. In de begroting 2002 is € 1,4 miljoen beschikbaar gesteld voor behandeling in detentie. De realisatie in 2002 op dit onderdeel kwam uit op € 0,4 miljoen. Belangrijke oorzaak van het achterblijven vormt het feit, dat het vertalen van de opbrengsten van de pilots in een beleidskader voor DJI, om tot brede implementatie van de behandeling in detentie te komen, meer tijd in beslag nam dan voorzien. De samenwerking met externe behandelaren is goed van de grond gekomen.

Aan de hand van het rond de jaarwisseling van 2002 op 2003 gereed gekomen beleidskader «Behandeling in detentie» zal zowel gewerkt kunnen worden aan kwaliteitsverbetering van genoemde pilots als aan uitbreiding van het aantal behandelinitiatieven. Alle projecten zijn dan ook verlengd tot ten minste eind 2003.

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Formele gemiddelde capaciteit (aantal)    
– gesloten10 33410 41110 45910 616
– (half)open1 1411 1251 0741 089
– Totaal11 47511 53611 53311 705
     
Bruikbare gemiddelde capaciteit (%)    
– gesloten98,097,298,098,6
– (half)open96,696,398,099,4
     
Bezettingsgraad (%)    
– gesloten95,097,396,297,1
– (half)open89,596,396,296,8
     
Gemiddelde bezetting PP184187197208

Eén van de belangrijkste instrumenten voor een tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen binnen het gevangeniswezen is de beschikbaarheid van voldoende celcapaciteit. In de justitiebegroting voor 2002 werd aanvankelijk nog uitgegaan van de toereikendheid van gemiddeld 11 533 plaatsen voor de afdoening van de strafrechtelijke bewaring. Al vrij snel bleek deze capaciteit niet toereikend. De Tweede Kamer is tussentijds schriftelijk geïnformeerd over de aard en de omvang van de problematiek en de maatregelen die zijn getroffen om in elk geval de insluiting van verdachten van ernstige delicten in de huizen van bewaring te kunnen blijven garanderen.

Eén van de genomen maatregelen is de uitbreiding van capaciteit. Het betreft hier de uitvoering van de beslissing van de voormalige minister van Justitie om ten opzichte van de Justitiebegroting in 2003 ruim 1000 plaatsen extra in te zetten voor strafrechtelijke en vreemdelingenbewaring. In 2002 is met de uitbreiding een aanvang gemaakt. Gedeeltelijk door handhaving van bestaande capaciteit in plaats van sluiting en door de capaciteit uit te breiden. De minister maakte dit besluit kenbaar aan de Tweede Kamer bij brieven van 17 juni en 2 juli 2002 (TK, vergaderjaar 2001–2002, 24 587, nrs 78 en 79). Aan het begin van het verslagjaar bedroeg de capaciteit voor strafrechtelijke bewaring 11 764 plaatsen. Dit aantal is in de loop van 2002 uitgebreid tot 12 034 plaatsen per 31 december. Dat wil zeggen een absolute toename van 270 plaatsen ten opzichte van de beginsituatie. Gemiddeld is de capaciteit voor strafrechtelijke bewaring ten opzichte van de begroting 2002 toegenomen met ruim 170 plaatsen (11 705 versus 11 533). In 2003 zal de capaciteit verder uitbreiden tot in totaal ultimo 13 955 plaatsen inclusief vreemdelingen. Hiervan zijn 12 547 plaatsen specifiek bestemd voor strafrechtelijke bewaring.

Om heenzendingen van preventieven (personen die verdacht worden van een strafbaar feit en waarvan de rechter-commissaris de vordering tot bewaring heeft toegewezen) «aan de voordeur» te voorkomen, zijn als maatregelen toegepast het versneld met ontslag sturen van gedetineerden (IVO's) uit penitentiaire inrichtingen en het verlenen van ambtshalve strafonderbreking aan arrestanten (SOB's). In totaal zijn 4 837 gedetineerden versneld met ontslag gegaan en is aan 4 211 gedetineerden strafonderbreking verleend. Door deze maatregelen is het aantal heenzendingen «aan de voordeur» beperkt gebleven. De Tweede Kamer is meerdere malen tijdens het verslagjaar over deze maatregelen en de effecten hiervan geïnformeerd (o.a. TK, 24 587, nr. 82, 83, 85 en 87).

In het verslagjaar is in verband met de capaciteitsproblematiek opnieuw een terughoudend beleid gevoerd ten aanzien van de buitengebruikstelling van capaciteit. De bruikbare gemiddelde capaciteit tijdens het verslagjaar bedroeg dankzij dit beleid 98,7% (doelstelling 98%). Ook de gemiddelde bezettingsgraad van 97,1% mag hoog genoemd worden (doelstelling 96,2%). Daarbij moet bedacht worden dat capaciteitsuitbreidingen na bouwkundige oplevering pas na 4 tot 6 weken feitelijk in gebruik kunnen worden genomen in verband met proefdraaien. Aansluitend volgt een instroomperiode. Met andere woorden de capaciteit is gedurende die periode niet bruikbaar en de bezetting nihil. Ondanks de gerealiseerde uitbreiding in 2002 zijn deze doelstellingen in het verslagjaar gehaald.

In de begroting 2002 is voorzien in het gebruik van gemiddeld 50 politiecellen voor arrestanten. Vanwege capaciteitsdruk op het gevangeniswezen is het werkelijk gebruik uitgekomen op gemiddeld 352 plaatsen. Deze aantallen zijn inclusief 57 plaatsen vreemdelingenbewaring.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.2     
      
uitgaven665 068748 165811 931717 36594 566
      
programma-uitgaven665 039747 960811 885717 33394 552
waarvan:     
– bijdragen665 039747 960811 885717 33394 552
apparaatsuitgaven29205463214
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen674 293748 193811 952717 36594 587

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 5.1.3

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen binnen de justitiële jeugdinrichtingen, mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie van jeugdige (ex)justitiabelen. Het borgen van voldoende opvangcapaciteit in justitiële jeugdinrichtingen ten behoeve van de uitvoering van civielrechtelijke maatregelen.

Resultaten

Capaciteitsuitbreiding

Uitgedrukt in ultimostanden is de capaciteit van de justitiële jeugdinrichtingen in 2002 toegenomen met 216 plaatsen. Dit betreft een aantal inrichtingen, waarbij de belangrijkste zijn: de nieuwbouw in Den Helder (in totaal 136 plaatsen) en de uitbreiding bij Glen Mills (in 2002 63 plaatsen). Tegenover deze en andere uitbreidingen staat de terugkeer naar het gevangeniswezen van plaatsen die enkele jaren zijn gebruikt om in de behoefte van de sector JJI te voorzien.

In algemene zin kan worden vastgesteld dat in 2002 voldoende capaciteit voorhanden was om in de behoefte te voorzien. Dit blijkt ook uit de bezettingsgegevens over dat jaar. Dat neemt niet weg dat, onderscheiden naar product, een meer genuanceerd beeld bestaat. In het bijzonder kan worden genoemd de crisisopvang voor meisjes waar wachtlijsten zijn voorgekomen. In de toenemende behoefte is voorzien door middel van nieuwe capaciteit en door herbestemming van jongens- tot meisjescapaciteit. In de loop van 2002 omvatte de wachtlijst voor crisismeisjes op enig moment meer dan 70 meisjes. Door de genoemde maatregelen kon deze druk sterk worden verminderd. Over de maand januari 2003 beliep de wachtlijst gemiddeld 16 pupillen (jongens en meisjes).

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Formele gemiddelde capaciteit (aantal)    
– gesloten opvang6878889621 040
– gesloten en open behandeling1 0831 1291 3431 260
– Totaal1 7702 0172 3052 300
     
Bruikbare gemiddelde capaciteit (%)    
– gesloten opvang96,193,797,594,3
– gesloten en open behandeling98,898,197,594,6
     
Bezettingsgraad (%)    
– gesloten opvang93,192,295,086,7
– gesloten en open behandeling92,891,995,088,9
     
STP en proefverlof (substitutie effect)  5125

Toelichting

De realisatie van de gemiddelde formele capaciteit in 2002 komt voor het totaal van opvang en behandeling nagenoeg overeen met de begroting.Bezien naar opvang en behandeling afzonderlijk is er sprake van verschillen in die zin dat de opvangcapaciteit hoger uitkomt en de behandelingscapaciteit lager.

De gemiddelde bruikbare capaciteit blijft achter bij de doelstelling, nl. gemiddeld 94,5 versus 97,5. Dit wordt veroorzaakt door de in 2002 onttrokken plaatsen. Plaatsen kunnen aan de formele capaciteit worden onttrokken op uiteenlopende gronden; deze kunnen van personele aard zijn, van bouwkundige of van organisatorische aard. Het aantal onttrokken plaatsen was met name vanwege de personele problematiek in 2002 groter dan voorzien en vaak over een langere periode dan kon worden verwacht. Dit werkt door in de bezettingsgraad. Deze wordt uitgedrukt in een percentage van de formele capaciteit. Naarmate een groter aantal plaatsen aan de formele capaciteit is onttrokken, leidt dit tot een lager bezettingspercentage. Daarnaast wordt de bezetting beïnvloed door enkele specifieke problemen. De groei in het aantal opvangplaatsen viel voor een belangrijk deel in de tweede helft van het jaar, een periode die jaarlijks wordt gekenmerkt door een teruglopend aanbod in de opvang. Voorts bleef (bij de behandeling) de instroom bij Glen Mills achter bij de groei van de formele capaciteit bij deze inrichting. Door problemen bij de start van de STP/proefverlof-modaliteit is de doelstelling van 51 substitutieplaatsen niet gehaald. Bij een gedurende het jaar toenemend aantal werden 80 stp/proefverloven gerealiseerd, hetgeen resulteerde in substitutie van 25 plaatsen.

In de begroting 2002 is € 20 miljoen opgenomen voor capaciteitsuitbreidingen, beginnend in 2002 met 78 extra plaatsen en oplopend tot 193 plaatsen structureel. Hiervoor zijn in 2002 door inkoop en uitbreiding 78 plaatsen gerealiseerd.

Voor de uitbreiding van de structurele capaciteit zijn naast de inkoop bij Glen Mills (75 plaatsen) diverse projecten in gang gezet waarmee de overige 118 plaatsen kunnen worden gerealiseerd.

In 2002 is aan deze operationele doelstelling € 3,6 miljoen toegevoegd voor de bekostiging van scholings- en trainingsprogramma's (STP's). Door opstartproblemen rond deze modaliteit zijn er aanzienlijk minder STP/proefverloven uitgevoerd. De STP's kennen een – afhankelijk van de activiteit – wisselende prijs. Het overschot op dit budget maakt deel uit van het uitvoeringsresultaat 2002.

Daarnaast zijn aan DJI middelen toegevoegd tot structureel € 3,2 miljoen, voor de voorbereiding van de bouw van 500 extra plaatsen voor de justitiële jeugdsector. Voor 2002 betreft het € 0,5 miljoen. Deze middelen zijn o.a. bestemd voor een eventuele grondaankoop en voorbereidend onderzoek. De RGD is namens DJI inmiddels met de voorbereidingen gestart.

Effectiviteit van jeugdsancties

In 2002 is meegewerkt aan de voorbereiding van het opstellen van een actieprogramma Jeugd Terecht dat beoogt de jeugdcriminaliteit in de periode 2003–2006 terug te dringen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.3     
      
uitgaven231 763234 745259 474255 2344 240
      
programma-uitgaven231 716234 512259 405255 1824 223
waarvan:     
– bijdragen231 716234 512259 405255 1824 223
apparaatsuitgaven48233695217
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen234 978234 808259 474255 2344 240

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 5.1.4

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van de TBS-maatregel, mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie van (ex)TBS-justitiabelen.

Resultaten

Om de TBS-maatregel uit te voeren beschikt het ministerie van Justitie over drie Rijks TBS-inrichtingen en zijn langdurige verpleegovereenkomsten gesloten met vijf particuliere justitiële TBS-inrichtingen. Daarnaast zijn er overeenkomsten gesloten met vier niet-justitiële TBS-inrichtingen, waaronder GGz instellingen.

Voor de klinische pro-justitia rapportages stond het Pieter Baan Centrum ter beschikking.

In 2002 is een aanvang gemaakt met de voorbereiding van de samenvoeging van het Pieter Baan Centrum en de Forensische Psychiatrische Dienst.

Om de maatregel goed uit te kunnen voeren is voldoende capaciteit nodig. De behoefteprognoses 2001, waarop de gegevens in de begroting 2002 zijn gebaseerd, gaven al aan dat er een tekort aan plaatsen is. Actualisering van de prognoses in 2002 (TK, 24 587, nr. 78) geeft aan dat het tekort verder oploopt tot 140 plaatsen in 2006. De bestrijding van dit tekort wordt betrokken bij de begin 2003 op te stellen capaciteitsbehoefte op basis van de prognoses.

Preklinische interventies

In het verslagjaar is begonnen met de invoer van preklinische interventie, waarbij TBS-passanten in een penitentiaire inrichting worden voorbereid op hun behandeling in een TBS-kliniek. Hiervoor is in de begroting 2002 € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 0,7 miljoen voor de sector TBS en € 1,0 miljoen voor de sector Gevangeniswezen.

De sector TBS heeft de extra bijdragen voor preklinische interventie besteed aan het creëren van randvoorwaarden voor implementatie in de inrichtingen. In 2002 is € 0,4 miljoen van de hiervoor beschikbare € 0,7 miljoen besteed. Eind 2002 zijn er vijf TBS-klinieken die in een penitentiaire inrichting pre-klinische interventie aan passanten hebben aangeboden. Vier TBS-klinieken zijn bezig met de voorbereiding en de overige klinieken zijn nog in een oriënterende fase.

Tot 2006 is de invoer preklinische interventie nog een pilot. Een begeleidend wetenschappelijk onderzoek moet aantonen of deze nieuwe interventie daadwerkelijk een bijdrage levert aan de verkorting van de behandelduur, alvorens besloten wordt of dit een structurele aanvulling wordt op de interventies.

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Formele capaciteit (aantal excl. niet-justitiële inrichtingen)1 0461 0641 1371 114
Bruikbare capaciteit (%)92,994,395,595.8
Bezettingsgraad (%)92,092,595,395.3
Aantal passanten14013652153

De realisatie van de capaciteit is in 2002 ten opzicht van de begroting met 23 plaatsen achtergebleven. Het betreft 2 plaatsen in de rijkssector en 21 in de particuliere sector. De voornaamste oorzaak is het nog niet gereed zijn van uit te breiden capaciteit als gevolg van bouwtechnische redenen. Deze capaciteit zal grotendeels begin 2003 wel beschikbaar zijn. De taakstelling om 95,5 % van de gemiddelde formele capaciteit in gebruik te hebben is gehaald.

Passanten

In de begroting 2002 werd een aantal van 52 passanten voorzien. De realisatie van het aantal passanten is in 2002 echter fors hoger dan aanvankelijk geraamd. Ultimo 2002 waren er 153 passanten. Een deel van de toename van het aantal passanten is te verklaren door de hierboven toegelichte lagere formele capaciteit van de justitiële TBS-inrichtingen (23 plaatsen gemiddeld in 2002).

Een belangrijk deel van het verschil is voorts te verklaren door de relatief lage bezettingsgraad bij de niet-justitiële TBS-inrichtingen. Doordat bij een aantal van deze inrichtingen niet beschikt kon worden over voldoende gespecialiseerd personeel kon een aanzienlijk deel (gemiddeld 47 plaatsen) van de formeel beschikbare capaciteit (199 GGz-plaatsen) niet worden gebruikt. Bovendien was het aantal TBS-opleggingen in 2002 hoger dan geraamd.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.4     
      
uitgaven78 29786 77867 80383 800– 15 997
      
programma-uitgaven78 26786 49367 75783 768– 16 011
waarvan:     
– bijdragen78 26786 49367 75783 768– 16 011
apparaatsuitgaven29285463214
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen79 38386 80967 80383 800– 15 997

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 5.1.5

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van extramurale sancties ten aanzien van strafrechtelijk meerderjarigen mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie vanuit reclasseringsoptiek.

Resultaten

In opdracht van het ministerie van Justitie levert de Stichting Reclassering Nederland (SRN) een bijdrage aan de herinpassing van de justitiabele in de samenleving. Daarmee wordt tegelijk beoogd herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen.

De sanctieprognose van het WODC liet zien dat er een groeiende behoefte aan taakstraffen voor meerderjarigen is. In 2001 is de wetgeving rondom taakstraffen gewijzigd. Met deze wetgeving werd het mogelijk voor het OM een «taakstraf» ook in het kader van transactie toe te passen. Van deze mogelijkheid werd in eerste instantie minder gebruik gemaakt dan gedacht. De planproductie voor werkstraffen werd mede daarom naar beneden bijgesteld.

Gedurende 2002 steeg de vraag naar werkstraffen echter fors als gevolg van het vaker opleggen van een werkstraf door de rechter en de eerder genoemde transactiemogelijkheid door het OM. Uiteindelijk zijn er 21 000 werkstraffen gerealiseerd, een toename van bijna 4 000 ten opzichte van 2001. Bovendien steeg de voorraad werkstraffen tot circa 10 000 (5 000 hoger dan de reguliere werkvoorraad). In 2003 zijn maatregelen genomen zodat een groot deel van deze voorraad kan worden weggewerkt.

In 2002 is daarnaast de vraag naar de producten voorlichtingsrapporten en toezicht toegenomen. De vraag naar voorlichtingsrapporten is de afgelopen jaren redelijk constant geweest. Door de toename van het aantal strafzaken en de meer trajectmatige wijze van werken van de reclassering is de vraag naar advisering in het kader van de strafrechtspleging toegenomen. Toezicht betreft een in 2002 nieuw ingevoerd product, dat in de behoefte voorziet van OM en ZM om in het vonnis van veroordeelden een Toezicht (verplicht reclasseringscontact) op te nemen. De vraag naar reclasseringsinzet in verplicht kader neemt de laatste jaren gestaag toe. Dit blijkt uit stijging van het aantal vonnissen met een verplicht reclasseringscontact en daarmee de stijgende productie van het aantal toezichten bij de SRN.

Het in 2001 afgeronde project «Outputsturing», dat in 2002 is geïmplementeerd, geeft een model waarin de afspraken rond de financiering van de SRN zijn vastgelegd en is mede gericht op het inzichtelijk maken van de kernactiviteiten van de reclassering. In de tweede helft van 2002 en de eerste maanden van 2003 wordt de invoering van outputfinanciering geëvalueerd Uit het eerste deel van de evaluatie die eind 2002 gereed was blijkt dat de implementatie van outputsturing een zodanig niveau heeft bereikt dat de SRN in staat wordt gesteld beter intern te sturen.

In de afgelopen jaren is door de Tweede Kamer regelmatig gevraagd om de nazorg-activiteiten na detentie te intensiveren met het oog op de vermindering van de recidive. In 2002 is daartoe het programma «Terugdringen Recidive» van start gegaan. In het kader van dat programma wordt onder andere een screeningsinstrument ontwikkeld om te bepalen welke gedetineerden voor een intensief reïntegratietraject in aanmerking komen. Een dergelijk traject start vroegtijdig in de detentie en kent een naadloze overgang naar de fase van toezicht en nazorg door de reclassering. Tijdens het traject vinden gedragsinterventies plaats. In 2002 is een begin gemaakt met het doorlichten van bestaande interventies in Nederland. Tevens hebben verkenningen plaatsgevonden van veelbelovende interventies in het buitenland. De verbetering van de samenwerking tussen het gevangeniswezen en de reclassering bij de realisatie van reïntegratietrajecten voor gedetineerden krijgt bijzondere aandacht.

Tenslotte heeft een inventarisatie plaatsgevonden van de knelpunten in de aansluiting van justitiële reïntegratietrajecten op maatschappelijke nazorgvoorzieningen. Deze inventarisatie leidt tot de oplevering van een «Verbeterplan Aansluiting Nazorg» in mei 2003. Daarnaast wordt de effectiviteit van de aanpak wordt geëvalueerd door het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie. Dit centrum maakt daarbij gebruik van de zgn. recidivemonitor, waarmee al in 2002 de eerste recidivemetingen hebben plaatsgevonden. De effectevaluatie start in 2003 en loopt de komende jaren door.

Prestatiegegevens

InstrumentenBegroting 2002Realisatie 2002
Vroeghulpbezoek15 35016 370
Vroeghulpinterventie1 9001 834
Voorlichtingsrapport17 50017 890
Adviesrapport9 55010 729
Maatregelrapport385397
Reïntegratieprogramma's4 4004 106
Trajectbegeleiding48 15046 087
Toeleiding zorg2 9002 800
Toezicht6 7008 754
Werkstraf20 60020 372
Leerstraf830692

n.b. het betreft voorlopige cijfers.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.5     
      
uitgaven110 057128 993129 248120 9118 337
      
programma-uitgaven109 910128 606129 017120 7508 267
waarvan:     
– subsidies109 910128 606128 450120 7507 700
apparaatsuitgaven14738723116269
      
ontvangsten00505
      
verplichtingen111 584103 071143 376120 91122 465

Operationele doelstelling 5.1.6

Waarborgen dat bij de strafrechtelijke bejegening van minderjarigen de pedagogische invalshoek wordt gerealiseerd door het adviseren van justitiële instanties, het coördineren van taakstraffen en het uitvoeren van casusregie.

Resultaten

Het jaar 2002 heeft voor een belangrijke mate in het teken gestaan van het verkorten van de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen. Doel hiervan is dat de Raad voor de Kinderbescherming uiteindelijk zijn onderzoeks- en adviestaak binnen de drie maanden die tussen het eerste verhoor door de politie en de afdoening door het OM liggen, dient uit te voeren. In het kader van het project Verkorting Doorlooptijden werkt de Raad voor de Kinderbescherming aan de verkorting van de doorlooptijden van haar onderzoeks- en adviestaak. De eerste resultaten hiervan zijn ook bij de Raad zichtbaar (TK, 28 600, nr. 121): De Raad heeft 8% meer basisonderzoeken binnen 40 dagen uitgevoerd en 6% meer taakstraffen binnen de 160 dagen.

Casusregie door de Raad, wordt vooralsnog als project gefinancierd. In 2002 kreeg de uitvoering van casusregie een landelijke basis door het opstellen van een procesbeschrijving. In de nota Jeugd Terecht is de plek van casusregie in de ketensturing nader uitgewerkt, met name in relatie tot de rol van het OM.

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Basisonderzoek    
Aantal afgedane zaken18 44419 4222200021 287
Wachttijd PV (dagen)26*36523
Wachttijd IVS (dagen)26*352
Doorlooptijd PV (dagen)64*784059
Doorlooptijd IVS (dagen)64*234020
Percentage behaalde termijnen PV (norm 40%)2727nvt39 (50 in de laatste drie maanden)
Percentage behaalde termijnen IVS (norm 75%)8485nvt88 (90 in de laatste drie maanden)
Vervolgonderzoek    
Aantal afgedane zaken3 0222 9543 7002 965
Wachttijd (dagen)42491539
Doorlooptijd (dagen)108121115117
Percentage behaalde termijnen (norm 40%)6156nvt56 (59 in de laatste drie maanden)
Taakstraffen    
aantal afgedane zaken11 76413 38815 30015 431
Wachttijden (dagen)5353028
Doorlooptijd (dagen)135135160123
Percentage behaalde termijnen (norm 40%)6766nvt72

* In 2000 werd er nog geen onderscheid gemaakt tussen basisonderzoeken in geval van in verzekeringstelling (IVS) en na proces verbaal (PV).

Toelichting

Het kader taakstraffen minderjarigen voor 2002 was 15 300. De realisatie ligt daar 1% boven met 15 431 afgedane zaken. De instroom was in 2002 daarentegen veel hoger (16%) met een aantal van 17 759. Dit betekent dat er in 2003 nog een groot aantal in 2002 ingestroomde taakstraffen moet worden gerealiseerd, waardoor de verwachting is dat de realisatiecijfers in 2003 een stuk hoger zullen uitkomen. Deze stijging is het gevolg van een verhoogde aandacht voor een strengere aanpak van jeugdcriminaliteit in het kader van het Grote Stedenbeleid en de gemeentelijke veiligheid.

In de volgende tabel wordt per hoofdproduct inzicht gegeven in de instroom.

Prestatiegegevens

HoofdproductenBegroting 2002InstroomPercentage
Basisonderzoeken22 00022 012100%
vervolgonderzoeken3 7002 80576%
taakstraffen15 30017 759116%

Toelichting

De sterke toename van de taakstraffen verdient bijzondere aandacht. Deze verhoogde instroom heeft consequenties voor de capaciteit van de werkplekken en uitgezette leerstraffen. De instroom van taakstraffen waar een leerproject wordt opgelegd groeit namelijk veel sterker dan de taakstraffen waarin een werkstraf is opgelegd. Om aan de vraag van het OM te kunnen voldoen en de daarbij gestelde doorlooptijden te realiseren, zijn extra middelen noodzakelijk om meer leerprojecten te bekostigen.

De teruggang in instroom van vervolgonderzoeken is de oorzaak van het hanteren van nieuwe registratieregels. In de praktijk is echter de huidige instroom voldoende voor de huidige bezetting. Als ook het aantal zaken waarin voorlopige maatregelen moeten worden geadviseerd worden bijgeteld bij de instroom, dan is de instroom van zaken meer dan 100%.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.6     
      
uitgaven42 62449 84257 56348 4999 064
      
programma-uitgaven42 46749 54357 35548 3219 034
apparaatsuitgaven15629920817731
      
ontvangsten001 46401 464
      
verplichtingen43 21514 89556 99848 4998 499

Operationele doelstelling 5.1.7

Bieden van voldoende gedifferentieerde capaciteit t.b.v. een tijdige, pedagogisch verantwoorde tenuitvoerlegging van ambulante straffen voor minderjarigen en leveren van een bijdrage aan het verminderen van recidive.

Resultaten

Medio 2002 is het onderwerp scholings- en trainingsprogramma's als nieuwe vorm van begeleiding toegevoegd aan reeds bestaande vormen van begeleiding door de jeugdreclassering. Deze programma's worden uitgevoerd door de gezinsvoogdij-instellingen, als uitvoerders van de jeugdreclassering, en de SRN (Stichting Reclassering Nederland) die de reclasseringmaatregel uitvoert voor jongeren op de grens naar de meerderjarigheid.

De aanbevelingen uit het door het WODC uitgevoerde onderzoek Jeugdreclassering (zie evaluatieonderzoek) hebben aanleiding gegeven tot het opstellen van een nieuw plan van aanpak ITB (zowel voor Harde Kern als ITB Criem). De uitvoering van dat plan is ondergebracht in het «Actieprogramma Aanpak Jeugdcriminaliteit».

Prestatiegegevens

In afwijking tot wat in de begroting 2002 is gesteld wordt op de volgende pagina de stand van het aantal jeugdreclasseringmaatregelen op 1 oktober weergegeven. Voor een toelichting op deze afwijking wordt verwezen naar het gestelde onder operationele doelstelling 3.4.2

Per 1 oktober19992000200120021
Maatregelen jeugdreclassering4 0864 5354 9905 279

1 De subsidieverlening vindt plaats op basis van de stand per 1 oktober van elk voorafgaande jaar (peildatum voor de subsidieverlening) en worden jaarlijks ter verificatie aan de instellingen voorgelegd. De verificatie van de stand per 1 oktober 2002 is nog niet afgerond. Deze dragen derhalve een voorlopig karakter.

Toelichting

De gestage groei van het aantal jeugdreclasseringzaken houdt verband met de in voorgaande jaren ingang gezette intensivering van de aanpak van jeugdcriminaliteit.

Evaluatieonderzoek

Het door het WODC uitgevoerde onderzoek Jeugdreclassering in de praktijk is in 2002 uitgebracht. Het blijkt dat slechts tweederde van de bereikte doelgroep ook werkelijk behoort tot de beoogde doelgroep. De reclasseringsmedewerkers blijken een veelheid aan uitgangspunten en attitudes te hanteren; methodieken verschillen per instelling. Volgens de onderzoekers is hier een verbeteringsslag gewenst.

Als gevolg van een tegenvallende instroom zag het WODC zich genoodzaakt het evaluatie-onderzoek intensieve trajectbegeleiding (ITB) uit te stellen. Intussen is aan KPMG opdracht gegeven om na te gaan welke knelpunten bij de uitvoering van ITB de oorzaak zijn van het achterblijven van de instroom en welke concrete activiteiten moeten worden ontplooid om stagnatie in de uitvoering van ITB te verhelpen. De doorstart van het wetenschappelijk onderzoek zal daar deel van uitmaken.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.7     
      
uitgaven22 03426 11526 00224 1571 845
      
programma-uitgaven21 87225 92725 79123 9801 811
waarvan:     
– subsidies21 87225 92725 52023 9801 540
apparaatsuitgaven16218821117734
      
ontvangsten00909
      
verplichtingen22 34027 07029 41424 1575 257

Operationele doelstelling 5.1.8

Vormgeven en permanent evalueren van wettelijke- en beleidskaders waarbinnen de Halt-afdoeningen landelijk eenduidig kunnen worden uitgevoerd, een bijdrage leveren aan samenwerking tussen de partners en een adequate doorverwijzing van minderjarigen naar andere (hulpverlenings)instanties en het bijbrengen van verantwoordelijkheidsbesef bij de dader t.a.v. aangerichte schade.

Resultaten

In 2001 is een onderzoek uitgevoerd naar Halt-afdoeningen bij strafbare feiten die niet zijn opgenomen in het Besluit aanwijzing Halt-feiten. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de voormalige Staatssecretaris van Justitie een voorlopig standpunt bepaald. Dit is vervolgens ter advisering voorgelegd aan het College van Procureurs-generaal, Korpsbeheerdersberaad, Raad van Hoofdcommissarissen Stichting Halt Nederland en Raad voor de Kinderbescherming. Daarna is een definitief standpunt bepaald. Daarin is opgenomen dat het «Besluit aanwijzing Halt-feiten» slechts op een beperkt aantal onderdelen wordt gewijzigd. Over dit standpunt is de TK geïnformeerd. Eind 2002 is een concept-wijzigingbesluit naar de Raad van State gestuurd.

De wijze waarop de subsidiëring van Halt-afdoeningen en Stop-reacties dient te geschieden en de bevoegdheden van de ondersteunende rechtspersoon (stichting Halt Nederland) zijn opgenomen in de Wet Justitie-subsidies. In deze wet is bovendien aangegeven dat bij ministeriële regeling nadere eisen kunnen worden gesteld aan de Halt-subsidiering en aan het aanwijzen van een Halt-bureau. Op basis hiervan zijn 2002 de ministeriële regeling Halt en het aanwijzingsbesluit Halt-bureaus opgesteld. Deze regelingen treden samen met het onderdeel Halt van de Wet Justitie-subsidies per 1 januari 2003 in werking. Hiermee is weer een belangrijke stap gezet in de verdere professionalisering van de Halt-sector.

Eind 2002 is ook het kwaliteitsplan Halt gereed gekomen. Dit plan heeft een looptijd van 2 jaar (2003–2004).

Tenslotte is in 2002 ook gewerkt aan de voorbereiding van het evaluatieonderzoek Halt. Dit onderzoek zal in 2003 starten. Hierdoor komt er niet alleen meer inzicht in de recidive na een Halt-afdoening maar ook op de effecten op de jongeren.

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Verwijzingen naar Halt23 22624 98026 91021 715
Doorlooptijd (verwijzing/afronding Halt-afdoening) in dagen84848468
Gerealiseerde Halt-afdoeningen (aantal)22 12019 63025 60018 749
– waarvan stop reactie  1 5001 416
Mislukte Halt-afdoeningen (max. %)5554,4
Niet in behandeling genomen verwijzingen (max %)5555,7

Toelichting

De begroting van Halt is gebaseerd op de prognoses van het WODC. Bij consolidatie van de subsidieaanvragen van de afzonderlijke Halt-bureaus is gebleken dat de verwachting van het aantal in 2002 en 2003 uit te voeren Halt-afdoeningen en Stop-reacties niet in overeenstemming is met de WODC-prognoses. Dit heeft geleid tot een onderuitputting op de begroting. Op basis van de bevindingen zijn nadere afspraken gemaakt met het WODC over de systematiek van de prognoses.

De realisatie 2002 is lager ten opzichte van het jaar 2001. Dit wordt veroorzaakt doordat de vuurwerkafdoeningen in 2002 beduidend lager zijn uitgevallen. De reden hiervan is dat in de eerste periode van 2002 minder vuurwerkverwijzingen zijn gerealiseerd door een andere prioriteitsstelling van de politie in verband met de invoering van de euro.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.8     
      
uitgaven9 62011 2649 92010 547– 627
      
programma-uitgaven9 53911 0819 80410 459– 655
waarvan:     
– subsidies9 53911 0819 80410 459– 655
apparaatsuitgaven811831168828
      
ontvangsten004420442
      
verplichtingen9 75411 68311 48810 547941

Operationele doelstelling 5.1.9

Instandhouden en faciliteren van (een) orga(a)n(en) belast met wettelijk opgedragen onafhankelijke advies-, toezichten rechtspraaktaken op terrein van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.

Resultaten

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming vormt een onafhankelijk college dat de minister van Justitie desgevraagd of uit eigen beweging adviseert over de toepassing van beleid en regelgeving op de terreinen van strafrechtstoepassing en jeugdbescherming. Naast advisering houdt de Raad algemeen toezicht op de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen, vrijheidsbeperkende straffen, vrijheidsbenemende maatregelen en vrijheidsbeperkende maatregelen door inrichtingen en instellingen die onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie een taak uitoefenen in het kader van die tenuitvoerlegging.

De Raad slaat daarbij in het bijzonder acht op de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde omtrent de rechtspositie van personen aan wie een dergelijke straf of maatregel is opgelegd. Verder is de Raad belast met beroepsrechtspraak in het kader van bij wet geregelde beklag- en beroepsprocedures voor ingeslotenen in de justitiële inrichtingen.

De in de instellingswet neergelegde onafhankelijke positie van de Raad heeft als gevolg dat de minister enkel verantwoordelijk is voor de instelling, inrichting en facilitering van de Raad. De onafhankelijke positie komt ook tot uitdrukking in de prestatiegegevens, die slechts ingaan op de geprognosticeerde productiegegevens verbonden met de drie wettelijke taken van de Raad.

Prestatiegegevens

Aantallen 2002Begroting 2002Realisatie 2002
Adviezen3018
Toezichtbezoeken6564
Beroepen2 5502 195
Behandeling algemene klachtbrieven750440

Toelichting

Het aantal uitgebrachte adviezen sluit aan op van het ministerie ontvangen adviesaanvragen (9) en de door de Raad zelf gevoelde noodzaak tot het uitbrengen van ambtshalve advies. De prognoses m.b.t. adviezen zijn een inschatting; op het daadwerkelijke aantal is geen invloed uit te oefenen. De toezichtbezoeken zijn volgens plan uitgevoerd. De introductie sedert 1998 van een aantal nieuwe beginselenwetten, leidend tot een uitbreiding van de inhoud van de rechtspraaktaak van de Raad, heeft sedertdien t.a.v. de instroom van (beroeps)zaken een onregelmatig verloop laten zien. Nadat de instroom geheel volgens verwachting het eerste jaar na de introductie van de eerste beginselenwet een sterke stijging laat zien, zwakt deze stijging in 2000 af om na een terugloop in 2001 weer aan te trekken in 2002. Derhalve valt er niet direct een verklaring te geven voor de afwijking tussen begroting en realisatie van de beroepen en klachtbrieven.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.9     
      
uitgaven2 5623 6202 7182 809– 91
apparaatsuitgaven2 5623 6202 7182 809– 91
      
ontvangsten0080080
      
verplichtingen2 5974 1382 7202 809– 89

Operationele doelstelling 5.1.10

Het uitvoeren van het gratiebeleid.

Resultaten

Justitie stelt zich ten doel het aantal gratieverzoeken te verlagen en de behandeling ervan snel en goed te laten verlopen met gebruikmaking van relevante informatie.

Volumegegevens

 Realisatie 1999Realisatie 2000Realisatie 2001Prognose 2002Realisatie 2002
aantal gratie verzoeken5 5674 8023 9984 0003 823
aantal voorwaardelijke verleningen1 0891 2481 5641 7001 105
aantal onvoorwaardelijke verleningen839567268300333
aantal afwijzingen3 2662 6092 0552 1002 787*

* In het jaar 2002 zijn de verzoeken die buiten behandeling werden gelaten ivm niet ontvankelijkheid of andere redenen apart gecategoriseerd. In deze tabel zijn de gegevens verwerkt in de kolom afgewezen verzoeken.

Wijzigingen in wet- en regelgeving moeten leiden tot verlaging van het aantal gratieverzoeken. Om dit proces te stroomlijnen is het project redesign gratie gestart: knel- en verbeterpunten zijn opgesteld en met ketenpartners zijn werkafspraken over doorlooptijden en resultaat gemaakt. Dit heeft tot een nieuw ingericht proces geleid.

De voorbereidende fase om te komen tot een volledig ingericht Bureau Gratie heeft geheel 2002 in beslag genomen. Behandeling van gratieverzoeken conform de nieuwe werkwijze is zoveel mogelijk in pilots uitgetest. De resultaten zijn bemoedigend. Met name de effecten van het aanhouden van een positieve gratiebeslissing tot aan het moment dat betrokkene aan de gratievoorwaarden heeft voldaan, zijn zeer positief.

Door de late behandeling van de Gratiewet in de Eerste Kamer is de inwerkingtreding vertraagd en is nog geen ervaring opgedaan met het nieuwe gratieformulier.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.10     
      
uitgaven1 5354 0161 2511 683– 432
      
programma-uitgaven1 5283 8751 2391 675– 436
apparaatsuitgaven71411284
      
ontvangsten0010010
      
verplichtingen1 5564 5907031 683– 980

Beleidsartikel 5.2 Ontvangsten uit Boeten en Transacties

Beleidsdoelstelling 5.2

Innen van opgelegde of toegepaste financiële sancties, geldboetes en geaccepteerde transacties naar aanleiding van een wetsovertreding.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 5.2     
      
uitgaven41 15349 87359 94151 1398 802
      
ontvangsten419 686498 217511 667476 91434 753
      
verplichtingen42 67048 36359 94151 1398 802

Operationele doelstellingen 5.2.1

Een adequate uitvoering van de inning.

Resultaten

Ter verbetering van de kwaliteit van de informatievoorziening in de strafrechtketen is in 2002 veel aandacht besteed aan het stabiliseren van de Verwijs Index Personen (VIP). Het operationeel en tactisch beheer is adequaat ingebed bij het CJIB. Daarnaast is er veel tijd besteed aan het doorontwikkelen van de VIP door het aansluiten van nieuwe partners en het ontsluiten van informatie t.b.v. de ketenpartners, zoals het NFI.

Nadat het CJIB in de afgelopen jaren een sterke groei heeft doorgemaakt qua omvang en veelheid van taken en, in samenhang daarmee, qua omvang van de organisatie en grootte van het personeelsbestand, constateerde de Algemene Rekenkamer in 2002 een aantal tekortkomingen in de bedrijfsvoering van het CJIB. In reactie daarop is in mei van dat jaar een programma «Verbetering bedrijfsvoering» opgesteld waarin een aantal projecten is samengebracht die tot doel hebben de gesignaleerde tekortkomingen op te heffen.

De meest risicovolle knelpunten zijn in 2002 reeds opgelost. Een aantal projecten heeft een looptijd tot in 2003 of 2004. De projecten worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een speciaal daartoe bij het CJIB ingerichte projectorganisatie en worden begeleid vanuit het bestuursdepartement.

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroot 2002Realisatie 2002Verschil
WAHV-sancties     
– percentage geïnde zaken binnen 1 jaar95,194,894,094,9+ 0,9
Boeten     
– percentage afgedane OM-zaken binnen 1 jaar63,663,465,060,7– 4,3
Transacties     
– percentage geïnde zaken, aangeboden door OM/Politie, binnen 1 jaarn.v.t.66,770,071,0+ 1,0

Toelichting

Het CJIB heeft voor de producten WAHV-sancties en Transacties de doelstellingen gehaald.

Voor Boeten is de doelstelling niet gehaald. Als mogelijke oorzaak kan worden genoemd dat er in meer gevallen wordt getransigeerd. Dit leidt er weer toe dat boeten worden opgelegd in relatief steeds zwaardere gevallen. In die zwaardere gevallen is de betalingsbereidheid over het algemeen lager en leidt het inningsproces daarom minder snel tot succes.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.2.1     
      
uitgaven41 15349 87359 94151 1398 802
      
programma-uitgaven41 15349 87359 94151 1398 802
waarvan:     
– bijdragen41 15349 87359 94151 1398 802
      
ontvangsten419 686498 217511 667476 91434 753
      
verplichtingen42 67048 36359 94151 1398 802

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap CJIB een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op operationele doelstellingen 5.2.1. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

6 – Asiel en migratie

Beleidsartikel 6.1 Toelating asiel en regulier

Beleidsdoelstelling 6.1

Het zorgdragen voor een gereguleerde toelating van vreemdelingen tot Nederland, op een maatschappelijk verantwoorde wijze, die mede recht doet aan de belangen van vreemdelingen die hier tijdelijk of definitief willen verblijven.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 6.1     
      
uitgaven252 147279 077270 863262 8578 006
      
ontvangsten002150215
      
verplichtingen253 883279 976269 867262 8577 010

Operationele doelstelling 6.1.1

Het binnen de gestelde termijn(en) verstrekken of onthouden van verblijfsvergunningen of het nemen van een besluit inzake naturalisatie of het verstrekken van visa binnen de wettelijke kaders en internationale verplichtingen, op basis van een geraamd aantal te behandelen aanvragen.

Resultaten

Het grootste deel van het totaal aantal aanvragen Asiel, Regulier & Naturalisatie is binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Daarnaast is in 2002 een aantal ontwikkelingen in gang gezet of zijn er besluiten genomen die moeten leiden tot efficiënter werken in de gehele vreemdelingenketen. Zo is in de zomer van 2002 besloten dat de IND administratieve taken overneemt van de Vreemdelingendiensten op het gebied van reguliere toelatingsprocedures.

Aanmeldcentra

De asielinstroom is in 2002 gedaald met 45% ten opzichte van 2001. In 2002 heeft een instroom plaatsgevonden van ca. 17 000 vreemdelingen die naar Nederland kwamen en aangaven een asielaanvraag te willen indienen (oorspronkelijke raming van de instroom was 38 000 vreemdelingen). In 2001 was de instroom ca. 31 000 vreemdelingen. Hierbij is duidelijk sprake van een effect van de Vreemdelingenwet 2000 en van het beëindigen van categoraal beschermingsbeleid voor een aantal landen van herkomst. Deze lagere instroom maakte het mogelijk een groter deel van de asielaanvragen af te handelen in de vier aanmeldcentra (AC's), te weten 45%, beduidend meer dan het streefpercentage van 18% en ook absoluut gezien hoger. In 2002 heeft een afdoening plaatsgevonden van 7 451 vreemdelingen dat zich, na het maken van een afspraak, gemeld heeft op het aanmeldcentrum. In 2001 lag dit aantal op 6 400 vreemdelingen. De capaciteit van de AC's is in 2002 verder ingezet om assistentie te verlenen aan de behandelkantoren.

Behandelkantoren

In 2002 zijn behandelkantoren in Den Bosch, Rijswijk en Zwolle in gebruik genomen. Binnen het behandelkantoor werken de IND, de Stichting Rechtsbijstand Asiel (SRA), Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) samen. Hierdoor zijn onder andere nader gehoren en gehoren in het kader van een bezwaarprocedure doelmatiger te plannen. Overigens is onder meer als gevolg van de dalende asiel-instroom in 2002 een proces binnen de IND in gang gezet dat leidt tot concentratie van werksoorten op een beperkt aantal locaties en grotere mate van sturing op de diverse processen.

Ama's

Ten aanzien van de uitvoering van het ama-beleid zoals neergelegd in de brief aan de Tweede Kamer van 1 mei 2001 zijn in 2002 belangrijke stappen gezet (TK, 27 062, nr. 14). Er is een op terugkeer gerichte pilot ama-campus ingericht, de achterstanden op het gebied van leeftijdsonderzoek en de behandeling van de aanvragen om een vergunning zijn weggewerkt, worden ook kinderen onder de 12 jaar thans gehoord en zijn met enkele landen van herkomst belangrijke afspraken gemaakt over adequate opvang na terugkeer van minderjarigen. Gevolg van dit alles was dat de instroom van ama's zowel relatief als absoluut (in 2002 een instroom van 3232 ama's tegenover 5951 ama's in 2001) gezien, na een stijging aan het begin van het jaar, in 2002 is teruggelopen en gelijke tred heeft gehouden met de afname van de asielinstroom.

Prestatiegegevens

AsielRealisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Doorlooptijd asiel gehoor12 weken11 weken6 weken*
Doorlooptijd asiel beslis21 weken21 weken10 weken*
Doorlooptijd asiel 1e aanleg (vanaf datum opvoer)24 weken32 weken24 weken28 weken
Doorlooptijd asiel bezwaar39 weken
Aantal beslissingen 1a58 01139 29437 55035 296
Aantal beslissingen bezwaar23 35433 54937 00034 991
Statusverleningen asiel9 72610 53810 0009 909
Beslissingen niet leidend tot een status71 63962 30559 55060 381

* De doorlooptijden asiel gehoor en asiel beslis worden niet meer als aparte prestatie-indicatoren gehanteerd. Asiel gehoor is een onderdeel van de totale Asiel beslis procedure.

Op het gebied van asiel zijn minder beslissingen genomen dan was voorzien in de begroting 2002. Dit werd vooral veroorzaakt door de dalende instroom van asielzoekers. De doelstellingen ten aanzien van de gemiddelde doorlooptijd zijn nagenoeg gerealiseerd. Hier kan nog aan worden toegevoegd dat relatief veel oudere zaken zijn weggewerkt, hetgeen de gemiddelde doorlooptijd heeft doen toenemen. De gemiddelde doorlooptijd van verzoeken die na invoering van Vreemdelingenwet 2000 zijn ingediend is veel lager. Over 2002 is zo'n 60% tot 70% van de aanvragen binnen de wettelijke termijn van 6 maanden afgehandeld. Een groot deel van deze aanvragen is in de AC fase afgehandeld, dus binnen 48 procesuren na indiening van de aanvraag. In circa 20% van de gevallen is de wettelijke behandeltermijn langer dan 6 maanden, bijvoorbeeld als gevolg van een besluitmoratorium of een onderzoek door derden. In de loop van 2002 nam het percentage «afgehandeld binnen 6 maanden» toe, onder meer als gevolg van de stijging van het percentage zaken dat reeds in de AC fase wordt afgehandeld. Het aantal inwilligende beslissingen is met ruim 9 900 iets lager uitgevallen dan in de begroting was opgenomen. Dit wordt zowel veroorzaakt door de iets lagere productie als door het gewijzigde landenbeleid; in de loop van 2002 is het beleid ten aanzien van een aantal landen (Afghanistan, Sierra Leone) zodanig gewijzigd dat aan asielzoekers afkomstig uit die landen nauwelijks meer statussen worden verleend.

MVVRealisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Doorlooptijd (vanaf aanvraagdatum) 1e aanleg19 weken20 weken23 weken
Doorlooptijd bezwaar (v.a. aanvraagdatum)34 weken45 weken30 weken45 weken
Aantal beslissingen MVV48 63748 64445 50060 801
Aantal beslissingen MVV bezwaar4 6425 3717 0007 690
Positieve beslissing van de IND36 20138 47636 00040 971
adviezen niet leidende tot een inwilliging (incl. niet inhoudelijke beslissingen)17 07815 53816 50027 521

Toelichting

Het aantal genomen beslissingen op MVV aanvragen is veel groter dan verwacht door toename van het aantal geregistreerde aanvragen. Hier is enerzijds sprake van een autonome groei, anderzijds is er sprake van een inhaalslag. De Vreemdelingendienst legde namelijk veel aanvragen aan de IND voor ter opschoning van voorraden, dit ter voorbereiding van de overdracht van taken van de VD aan de IND.

De groei van het aantal aanvragen om een machtiging voor voorlopig verblijf heeft zich uitgestrekt over alle soorten aanvragen en alle verblijfsgronden; gezinshereniging of -vorming, studie of arbeid. Deze toename leidde tot een hoger aantal ingewilligde beslissingen. Procentueel gezien is het aantal inwilligende beslissingen echter gedaald van 71% in 2001 tot 60% in 2002.

Met de Tweede Kamer is afgesproken dat er naar gestreefd wordt om MVV aanvragen binnen 3 maanden af te handelen. In verband met het inlopen van achterstanden is deze gemiddelde behandeltijd nog niet haalbaar. De gemiddelde doorlooptijd van beslissingen in eerste aanleg is in 2002 met 23 weken vanaf de datum van de aanvraag iets hoger uitgekomen dan de voor 2002 verwachtte 20 weken. Dit kan verklaard worden door het wegwerken van achterstanden door Vreemdelingendiensten in het kader van de versnelling van de afhandeling van de MVV aanvragen. De aanvragen die door de Vreemdelingendiensten aan de IND werden voorgelegd waren in de regel al enige maanden oud, met als gevolg dat de gemiddelde doorlooptijd, die gemeten wordt vanaf de datum van de aanvraag door belanghebbende, hoger uitkwam dan verwacht. De IND zelf handelde in 2002 circa 80 % van de nieuwe aanvragen af binnen 2 maanden na afloop van de maand waarin de aanvraag door de IND werd geregistreerd. Daarmee voldoet de IND voor haar deel aan de doelstellingen die zijn geformuleerd in het kader van de verkorting van de doorlooptijden van MVV aanvragen. Ook voor de behandelde bezwaarzaken kwam de behandelduur in 2002 hoger uit dan geraamd. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat in 2002 een project gestart is om de oude voorraad reguliere bezwaarzaken (zowel MVV als VVR) weg te werken, waarbij prioriteit werd verleend aan de oudste zaken. De inzet op oudere zaken is ten koste gegaan van de behandeling van nieuwe bezwaarschriften met als gevolg dat de gemiddelde doorlooptijd van de afgehandelde zaken hoger is dan verwacht.

VVR (vergunning tot verblijf regulier)Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Doorlooptijd (vanaf aanvraagdatum) 1e aanleg51 weken40 weken56 weken
Doorlooptijd bezwaar (v.a. aanvraagdatum64 weken40 weken66 weken
Aantal beslissingen VVR20 21811 37914 00016 087
Aantal beslissingen VVR bezwaar16 21613 57421 00016 532
Inwilligingen3 1274 7103 0003 866
Afwijzingen en niet inhoudelijke beslissingen33 30720 2433200028 753

Toelichting

De doorlooptijd van aanvragen om een reguliere verblijfsvergunning (VVR, voorheen VTV) is met gemiddeld 56 weken veel hoger uitgekomen dan verwacht. De wettelijke behandeltijd bedraagt 6 maanden, dus 26 weken. Deze termijn zal pas gerealiseerd kunnen worden als de werkvoorraden in voldoende mate zijn teruggebracht. Het hoge aanbod MVV-aanvragen heeft het inlopen van achterstanden onmogelijk gemaakt. Daarnaast geldt ook voor de VVR-aanvragen dat deze vaak reeds geruime tijd bij de VD in behandeling zijn voordat ze de IND bereiken. Tussen de 60% en 70% van de aanvragen is door de IND afgehandeld binnen de intern gehanteerde streeftermijn van 4 maanden na afloop van de maand waarop de aanvragen bij de IND zijn binnengekomen.

VisumRealisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Doorlooptijd vanaf datum registratie door IND7 weken7 weken7 weken7 weken
Aantal behandelde aanvragen (excl. bezwaar)30 35323 23329 00023 618
Verleende visa (incl. bezwaar)16 84815 82917 00013 851

Het aantal behandelde visumaanvragen was in 2002 14% lager dan de verwachting. Voornaamste oorzaak hiervan is de lagere aantal aanvragen dat bij de IND binnenkwam, onder meer omdat steeds meer ambassades bevoegd zijn zelfstandig visumaanvragen te behandelen. De totale voorraad visumaanvragen bij de IND is ongeveer gelijk aan het aantal dat in een maand kan worden afgehandeld.

Overigens geeft het aantal verleende visa geen inzicht in het aantal vreemdelingen dat voor een kort verblijf tot Nederland worden toegelaten; onderdanen van een groot aantal landen zijn niet visumplichtig en ambassades van Nederland in het buitenland zijn in veel gevallen zelfstandig bevoegd visumaanvragen af te handelen.

NaturalisatieRealisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Doorlooptijd vanaf datum registratie door IND17 weken19 weken20 weken16 weken
Aantal behandelde aanvragen (excl bezwaar)36 44933 64335 00031 795
Positieve beslissingen in 1e aanleg33 83331 32430 00029 288

Het aantal genomen beslissingen op naturalisatieverzoeken is 9% lager uitgekomen dan verwacht. De gemiddelde behandelduur bij de IND tot en met de afgifte van het Koninklijke Besluit is verder afgenomen.

Beroep bij de rechtbank kan leiden tot vernietiging van de beschikking van de IND.

Vernietigingspercentage beroepRealisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Asiel25282516
Regulier23282523

In de periode van 2002 tot en met 2005 zullen de oude voorraden van beroepszaken en van voorlopige voorzieningen asiel en regulier door de vreemdelingenkamers worden weggewerkt. Deze voorraden zijn ontstaan door de hogere instroom in voorgaande jaren. Ten behoeve van de procesvertegenwoordiging door de IND is de capaciteit van de IND uitgebreid. De kosten van de IND voor 2002 hiervoor bedragen € 5 miljoen.

In het kader van de terrorismebestrijding heeft in 2002 bij de IND een uitbreiding plaatsgevonden naar een tweede 1F Unit om asielaanvragen te beoordelen op een mogelijke relatie met oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 1,4 miljoen.

Evaluatieonderzoek

In 2002 is heeft de evaluatie plaatsgevonden van de agentschapstructuur van de IND en het rapport is begin 2003, tezamen met de vreemdelingenketen rapportage over de periode september–december 2002 aan de Tweede Kamer verzonden.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.1.1     
      
uitgaven250 690277 158268 212261 3496 863
      
programma-uitgaven250 690277 158268 212261 3496 863
waarvan:     
– bijdragen250 514276 828267 893261 1666 727
– subsidies176330319183136
      
ontvangsten0033033
      
verplichtingen252 426277 272268 370261 3497 021

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.1.2

Het permanent evalueren en zonodig aanpassen van de wettelijke en internationale kaders.

Resultaten

Op basis van het Verdrag van Amsterdam is politiek akkoord bereikt over de richtlijn inzake de opvang van asielzoekers en de herziening van de Overeenkomst van Dublin. Onderhandelingen omtrent de richtlijn inzake de vluchtelingendefinitie en aanvullende bescherming zijn in (ver)gevorderd stadium. In 2002 hebben ook intensieve onderhandelingen plaatsgevonden over richtlijnen inzake minimumnormen voor de asielprocedure, gezinshereniging, langdurig verblijf derdelanders, toegang en verblijf met het oog op arbeid en vrij verkeer van personen. Harmonisatie op deze terreinen heeft tot doel de beleidsconcurrentie tussen de lidstaten te verminderen.

Een begin is gemaakt met de beleidsontwikkeling omtrent de versterking van opvang in de regio, mede naar aanleiding van het Strategisch akkoord. Hiertoe heeft het ministerie van Justitie, gezamenlijk met het ministerie van Buitenlandse Zaken onder andere contact gehad met UNHCR.

In 2002 is de Tweede Kamer op de afgesproken wijze periodiek geïnformeerd over de invoering en uitvoering van de Vreemdelingenwet. In totaal zijn in dat jaar vier rapportages over de vreemdelingenketen verschenen. Op 30 oktober 2002 heeft de Tweede Kamer ingestemd met de beëindiging van het groot project «Voorbereiding op en invoering van de Nieuwe Vreemdelingenwet», waardoor de rapportagefrequentie vanaf 2003 teruggebracht zal worden tot eenmaal per vier maanden. De informatiewaarde van de rapportages zal tenminste dezelfde blijven en op een aantal punten hoger worden.

In de maanden mei en juni 2002 hebben de accountantsdiensten van Justitie en Buitenlandse Zaken de totstandkoming en de kwaliteit van de gegevens in de rapportages onderzocht. De totstandkoming van de gegevens is door de accountantsdienst goedgekeurd. Voor de kwaliteit van de gegevens is een verklaring met beperking gegeven. Deze resultaten zijn in juni 2002 aan de Tweede Kamer aangeboden. Tegelijkertijd heeft de Tweede Kamer een rapport van de Algemene Rekenkamer ontvangen van een onderzoek naar de organisatie en de totstandkoming van de rapportage. Uit dit onderzoek zijn geen tekortkomingen gebleken.

In het kader van het ama-beleid is een maatregel genomen ter realisatie van gescheiden opvangmodaliteiten in een terugkeervariant en in een integratievariant. De terugkeervariant, de zogenaamde ama-campus, kenmerkt zich door een intensief intern georganiseerd dagprogramma, gericht op de voorbereiding van de terugkeer naar de landen van herkomst en vermijding van integratie in de Nederlandse samenleving. «Dubbele boodschappen» worden gedurende de (tijdelijke) periode dat ama's in Nederland blijven, zoveel mogelijk vermeden.

Het pilotproject gericht op de motivering van ama's tot terugkeer is in november 2002 met 360 plaatsen van start gegaan met de ama-campus te Vugt voor de opvang van 15- en 16-jarigen. Gedurende de pilotperiode van 1 jaar zullen de resultaten van de pilots maandelijks worden geëvalueerd en gemonitord.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.1.2     
      
uitgaven1 4571 9192 6511 5081 143
apparaatsuitgaven1 4571 9192 6511 5081 143
      
ontvangsten001820182
      
verplichtingen1 4572 7041 4971 508– 11

Beleidsartikel 6.2 Asielopvang

Beleidsdoelstelling 6.2

Het zorgdragen voor een sobere doch humane opvang van vreemdelingen die daar recht op hebben, rekening houdend met ruimtelijke en maatschappelijke inpasbaarheid en met het in EU-verband gevoerde opvangbeleid.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 6.2     
      
uitgaven964 6671 106 8511 015 529895 326120 203
      
ontvangsten214 840272 215100 228167 917– 67 689
      
verplichtingen996 5111 036 862772 958895 326– 122 368

Operationele doelstelling 6.2.1

Het bieden van voldoende sobere doch humane, immateriële en materiële opvangfaciliteiten aan vreemdelingen die daar recht op hebben, welke zijn afgestemd op de toelatingsprocedures en op basis van een geraamd aantal op te vangen asielzoekers.

Resultaten

Door het COA zijn aan alle asielzoekers die daar recht op hadden materiele en immateriële opvangfaciliteiten geboden. De voor de opvang bestemde middelen zijn onder meer aangewend voor de huisvesting, personele begeleiding en apparaatsuitgaven, verstrekking van leefgelden, medische opvang, onderwijsfaciliteiten en dagstructureringsactiviteiten. Bovendien zijn middelen aangewend voor de uitvoering van de wet- en regelgeving voor de opvang, zoals de betaling van de rijksbijdragen aan gemeenten voor de uitvoering van de ROA en de betaling van de gemeentefondsvervangende uitkeringen aan gemeenten met een opvangcentrum.

De Minister van Justitie heeft de Tweede Kamer op 24 april 2002 het eindrapport aangeboden van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) met aanbevelingen voor een volwaardig resultaatgericht besturingsmodel bij het COA (TK, 28 364, nr. 1). De implementatie van deze aanbevelingen is vanaf medio 2002 in voorbereiding.

 Raming (01-01-02)Raming (01-01-03)Realisatie (01-01-02)Realisatie (01-01-03)
Aantal capaciteitsplaatsen83 95664 47387 21072 364
Gemiddelde bezettingsgraad (%)959588 

Het aantal capaciteitsplaatsen is in 2002 gedaald, maar deze daling is minder groot dan was voorzien. Oorzaak is de aanmerkelijk lagere uitstroom uit de opvang in vergelijking met de ramingen. De instroom was iets lager dan voorzien en per saldo kwam het aantal capaciteitsplaatsen aan het einde van 2002 7 891 hoger uit dan geraamd.

De relatief lage bezettingsgraad van de capaciteit in 2002 hangt samen met de daling in de bezetting. De afstoting van de capaciteit blijft daar bij achter.

In de centrale opvang van asielzoekers zijn gemiddeld 81 218 asielzoekers opgevangen. Dit is 17 461 meer dan begroot. Als gevolg hiervan is een bedrag van € 225,8 miljoen meer uitgegeven. Omdat in 2002 ook besparingen zijn ingevuld en gebruik werd gemaakt van goedkopere vormen van opvang (Centrale opvang Woningen, Zelfzorg Arrangement), is in totaal € 116,5 miljoen minder uitgegeven.

In de tijdelijke noodvoorzieningen zijn in 2002 931 personen, die in afwachting zijn van het in behandeling nemen van hun asielaanvraag, minder opgevangen dan werd geraamd.

In de decentrale opvang van asielzoekers zijn gemiddeld 2 870 asielzoekers opgevangen. Dit is 230 meer dan begroot. Ook de samenstelling van de populatie (gezinnen, alleenstaanden e.d.) is in de loop van de jaren gewijzigd hetgeen de hoogte van de declaraties beïnvloed.

In de begroting was voor de huisvestingsvoorzieningen basisonderwijs een bedrag van € 1,8 miljoen opgenomen. Inmiddels is gebleken dat de gemeenten hierop een groter beroep doen dan aanvankelijk werd voorzien. Daarnaast bestond gaandeweg ook de behoefte en noodzaak om voor de huisvesting van voortgezet onderwijs een dergelijke voorziening op te zetten. In totaal is ten behoeve van de huisvesting van onderwijsvoorzieningen een bedrag van € 7,4 miljoen meer uitgegeven.

In het kader van het vernieuwde ama-beleid is in de vorm van een pilot het ama-campus model opgezet. Aan het COA is in dit kader een bedrag van 3,7 miljoen ter beschikking gesteld. In de pilot is rekening gehouden met een totale opvangcapaciteit van 540 plaatsen. De pilot loopt door tot eind 2004.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.1     
      
uitgaven955 8821 096 7701 004 414887 160117 254
      
programma-uitgaven955 6751 096 3731 004 050886 968117 082
waarvan:     
– bijdragen948 3421 084 867993 513880 152113 361
– subsidies7 33311 50610 5376 8163 721
apparaatsuitgaven207397364192172
      
ontvangsten214 090272 21597 421167 327– 69 906
      
verplichtingen987 4361 027 418762 760887 160– 124 400
waarvan:     
– garanties001920000192000

Operationele doelstelling 6.2.2

Het ondersteunen van activiteiten die verband houden met belangenbehartiging van asielzoekers en andere groepen vreemdelingen (= de opvanggerelateerde subsidies).

Resultaten

Bij de opvang van asielzoekers zijn naast het COA verschillende organisaties betrokken, met name Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VVN) en het Nederlandse Rode Kruis (NRK).

Volumegegevens

Bedragen x € 1 miljoen
Omschrijving2001Begroting 2002 Realisatie 2002
NRK0,50,50,6
VWN445,5

Het bedrag aan het Nederlandse Rode Kruis is besteed ten behoeve van opsporingen van en contactherstel met familieleden. Het aantal inhoudelijke verzoeken tot opsporing van familieleden was 2000 hoger dan geraamd, het aantal Rode-Kruisberichten (b.v. postbezorging bij opgespoorde familieleden in oorlogsgebieden waar de gewone postbezorging niet functioneert) oversteeg de raming met 1 800.

Vluchtelingenwerk Nederland ontving naast de genoemde € 4 miljoen voor de ondersteuning van asielzoekers in de AZC's ook een aanvullende subsidie als jaarlijkse bijdrage van € 1,5 miljoen ten behoeve van de steunfunctie voor vrijwilligers.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.2     
      
uitgaven8 3719 6057 5277 781– 254
      
programma-uitgaven8 1649 3787 3497 589– 240
waarvan:     
– subsidies8 1649 3787 2287 589– 361
apparaatsuitgaven207227178192– 14
      
ontvangsten749023590– 567
      
verplichtingen8 6478 9987 3657 781– 416

Operationele doelstelling 6.2.3

Het evalueren en ontwikkelen van opvangbeleid en daaraan gerelateerde wet- en regelgeving.

Resultaten

Op het terrein van de opvang van asielzoekers is in Europees verband, met politiek voorbehoud, overeenstemming bereikt over de ontwerp-richtlijn inzake minimumnormen voor de opvang van asielzoekers. Deze richtlijn ziet toe op een harmonisatie van de minimumvereisten ten aanzien van de materiele en immateriële opvang van asielzoekers in de EU-lidstaten.

Op nationaal niveau is het opvangbeleid ten aanzien van Dublinclaimanten gewijzigd. Met ingang van 21 november 2002 wordt aan Dublinclaimanten wederom opvang verleend. De regelgeving voor de opvang (Rva 1997) is aan het gewijzigde beleid aangepast.

Door middel van de brief aan de Tweede Kamer van 12 december 2002 (TK, 19 637, nr. 703) zijn de resultaten bekend gemaakt van het overleg tussen de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over de problemen waarvoor gemeenten zich gesteld zien als het gaat om (uitgeprocedeerde) asielzoekers zonder overheidsvoorzieningen. De afspraken zien toe op informatievoorziening over vreemdelingenbeleid aan burgers en gemeenten, de uitzetting van uitgeprocedeerden en een vergoedingsregeling voor de opvang door derden van een bepaalde categorie indieners van een tweede of volgende asielaanvraag.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.3     
      
uitgaven207238179193– 14
      
apparaatsuitgaven207238179193– 14
      
ontvangsten0023023
      
verplichtingen214223179193– 14

Operationele doelstelling 6.2.4

Het zorgvuldig behandelen van projectaanvragen die worden ingediend in het kader van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) en het adequaat beheren van de (voor Nederland) beschikbare EVF-middelen.

Het ministerie van Justitie fungeerde in 2002 als beheers- en controleautoriteit voor nationale projecten in het kader van het Europese Vluchtelingenfonds. Daarnaast is in het belang van de vergroting van de bekendheid van het EVF een website ontwikkeld en is een voorlichtingsbijeenkomst gehouden.

Volumegegevens

Omschrijving200020012002
Aantal ingediende projectaanvragen143138
Aantal goedgekeurde projecten EVF61519

De Europese Unie heeft in 2002 een bedrag van € 4,3 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van projecten voor integratie, vrijwillige terugkeer en opvang. Hiervan is € 3,1 miljoen reeds uitgekeerd. Bij Najaarsnota 2002 is het budget (zowel ontvangsten als uitgaven) aan de Justitiebegroting toegevoegd.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.4     
      
uitgaven2072383 4091923 217
      
programma-uitgaven003 16003 160
apparaatsuitgaven20723824919257
      
ontvangsten002 76102 761
      
verplichtingen2142232 6541922 462

Beleidsartikel 6.3 Toezicht en terugkeer vreemdelingen

Beleidsdoelstelling 6.3

Het tegengaan van illegaal verblijf in Nederland en het bevorderen van terugkeer, teneinde negatieve maatschappelijke en sociale effecten te voorkomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 6.3     
      
uitgaven116 528129 894124 356127 859– 3 503
      
ontvangsten09601330133
      
verplichtingen116 741130 100124 417127 859– 3 442

Operationele doelstelling 6.3.1

Het tegengaan van illegale toegangsverschaffing tot Nederland.

Resultaten

Ter verbetering van de effectiviteit bij het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) heeft overleg plaatsgevonden, in het bijzonder gericht op de effectiviteit binnen de vreemdelingenketen. Daarnaast is met de Koninklijke Marechaussee en de Amsterdam Airport Schipholgroup overleg geweest over knelpunten in het kader van onder meer de uitvoering van de overeenkomst van Schengen.

Vreemdelingen worden in voorkomende gevallen door de IND als niet tot het Schengengebied toe te laten vreemdelingen gesignaleerd in het SIS (Schengen Informatie Systeem) of het OPS (nationaal opsporingsregister). Bij de grootschalige acties van met name de korpsen Haaglanden en Amsterdam Amstelland, gericht op het verwijderen van grote groepen overlast veroorzakende, illegaal verblijvende Oost-Europeanen worden signaleringen als middel ingezet om hernieuwde inreis te voorkomen.

De landelijke werkgroep Vreemdelingen In de Strafrechtketen (VRIS) heeft in 2002 een protocol ontwikkeld dat gericht is op informatie-uitwisseling tussen de strafrechtketen en de vreemdelingenketen. In de landelijke werkgroep is geparticipeerd door vertegenwoordigers van de politie, het OM, het gevangeniswezen en de IND.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.1     
      
uitgaven6725 59371970712
      
programma-uitgaven6725 59371970712
waarvan:     
– bijdragen6725 59371970712
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen6735 59371970712

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.3.2

Het opsporen van vreemdelingen – en in voorkomend geval het in bewaring nemen van vreemdelingen – die illegaal in Nederland verblijven, met als prioriteiten criminele vreemdelingen en vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en overlast veroorzaken (inclusief grenslogies).

Vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

De totale capaciteit is niet toereikend geweest om het aanbod aan in te sluiten vreemdelingen op adequate wijze op te kunnen vangen. De druk op de capaciteit is in 2002 aanhoudend hoog geweest en de bezettingsgraad lag boven de voor 2002 geraamde doelstelling.

Het aantal vreemdelingen dat langer dan vier dagen in een politiecel verbleef in afwachting van plaatsing in een huis van bewaring varieerde gedurende het jaar tussen de 80 en 280.

Van 324 vreemdelingen is de vreemdelingenbewaring voortijdig opgeheven wegens plaatsgebrek.

Door de volledige bezetting bij de vreemdelingenbewaring verplaatst de druk zich naar de «voorkant» van de keten en kennen ook de politiecellen een steeds hogere bezetting. Het capaciteitstekort leidde ertoe dat dat door de politiekorpsen vreemdelingen moesten worden heengezonden. De korpsen hebben verzocht om een handreiking voor het maken van keuzes in opheffingen wegens plaatsgebrek. Een aanwijzing is in voorbereiding, betreffende de te hanteren prioriteiten in het kader van vreemdelingenbewaring.

De politie is verzocht om op reguliere basis gegevens betreffende deze heenzendingen te verschaffen.

De aanhoudende capaciteitsdruk op het reguliere gevangeniswezen, de aanpak van drugskoeriers en de financiële situatie heeft een verdere uitbreiding van het aantal plaatsen voor vreemdelingenbewaring door middel van bijvoorbeeld het herbestemmen van reguliere capaciteit in de weg gestaan. In die wetenschap zijn in 2002 initiatieven genomen voor de uitbreiding van de capaciteit met twee uitzetcentra met 300 plaatsen in 2003.

Ook de in 2002 gestarte overname van administratieve taken op vreemdelingrechtelijk gebied van de politie door de IND, die het mogelijk maakt dat de politie het toezicht op vreemdelingen intensiveert, leidt tot een grotere behoefte aan bewaringscapaciteit.

Grenshospitium (art. 6 Vw)

De bezetting van de artikel 6 Vw capaciteit, bestemd voor de niet tot Nederland toegelaten vreemdeling, kent een identiek beeld. De bezettingsgraad lag boven de voor 2002 geraamde doelstelling.

Verschil is dat het aanbod van deze categorie vreemdelingen spontaan tot stand komt, zonder dat daar specifieke toezichtsmaatregelen van de overheid aan vooraf zijn gegaan. Door de aard van het aanbod zijn de sturingsmogelijkheden beperkt. In 2002 zijn 57 geweigerde vreemdelingen wegens capaciteitsgebrek heengezonden. De opvangcapaciteit voor gezinnen alsmede vreemdelingen waarvan vermoed wordt dat ze minderjarig zijn, is zeer beperkt. In het grenshospitium is ruimte voor gezinsopvang. Er is plaats voor maximaal 16 kinderen (leeftijd 0–16 jaar).

Prestatiegegevens

 Realisatie 2000Realisatie 2001Begroting 2002Realisatie 2002
Vrijheidsbeneming (ex art. 6 Vw)    
Formele gemiddelde capaciteit (aantal)179180196237
Bruikbare gemiddelde capaciteit (%)86,798,098,097,2
Bezettingsgraad (%)72,096,296,296,4
     
Vrijheidsbeneming (ex art. 59 Vw)    
Formele gemiddelde capaciteit (aantal)1 0151 0191 1091 103
Bruikbare gemiddelde capaciteit (%)99,798,098,097,2
Bezettingsgraad (%)96,996,296,296,4

In de begroting 2002 is voor de tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring uitgegaan van tezamen gemiddeld 1 305 plaatsen. Uiteindelijk zijn gemiddeld 1 340 plaatsen gerealiseerd. Daarmee is voldaan aan de doelstelling. Op 31 december 2002 bedroeg de formele capaciteit voor vreemdelingenbewaring 1 384 plaatsen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.2     
      
uitgaven94 98396 38199 125105 170– 6 045
      
programma-uitgaven94 98396 38199 125105 170– 6 045
waarvan:     
– bijdragen94 78796 07198 806104 964– 6 158
– subsidies196310319206113
      
ontvangsten0029029
      
verplichtingen95 15696 34099 186105 170– 5 984

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.3.3

Het bevorderen van (vrijwillig) vertrek van vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en van uitgeprocedeerden.

Resultaten

In 2002 heeft Justitie een rijksbijdrage ter beschikking gesteld aan de Internationale Organisatie voor Migratie in Nederland (IOM) voor de uitvoering van het programma «Return and Emigration of Aliens from the Netherlands» (REAN) en werkt Justitie samen met de IOM en het ministerie van Buitenlandse zaken aan verdere programma's. De IOM heeft in 2002 2 057 vreemdeling geholpen bij vrijwillige terugkeer en 137 vreemdelingen geholpen bij doormigratie naar derde landen. De productieafspraken waren 1 800 respectievelijk 200.

Groeiparagraaf

De ontwikkelde prestatiegegevens geven inzicht in het aantal keren dat het IOM een vreemdeling geholpen heeft bij vrijwillige terugkeer dan wel bij doormigratie naar derde landen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.3     
      
uitgaven13 52216 56014 47214 240232
      
programma-uitgaven13 52216 56014 47214 240232
waarvan:     
– bijdragen13 52216 56014 47214 240232
      
ontvangsten0960000
      
verplichtingen13 54716 51914 47214 240232

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.3.4

aHet verwijderen van vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en van uitgeprocedeerden.

Resultaten

In het kader van de intensivering van de terugkeer van asielzoekers die vallen onder de oude stappenplannen is de capaciteit van de IND in 2002 uitgebreid (voor een bedrag van € 2 miljoen). De totale procedure die moet worden doorlopen, waaronder de rechterlijke toets, is tijdrovend. Naar verwachting zal een groot aantal verwijderingen, die thans in voorbereiding zijn, pas in 2003 tot daadwerkelijk vertrek leiden. Het aantal vertrokken of verwijderde asielzoekers die vallen onder een van de oude stappenplannen bedroeg in 2002 in totaal ruim 5 100, van de in totaal van 21 255 asielverwijderingen. Voor Regulier zijn in 2002 29 126 verwijderingen gerealiseerd. Ter intensivering van het uitzettingsbeleid, naar aanleiding van de Terugkeerbrief, heeft Nederland in 2002 in totaal 25 grootschalige chartervluchten uitgevoerd. Hiermee zijn 1 404 vreemdelingen naar het land van herkomst uitgezet, te weten Bulgarije, Kosovo, Roemenië, Bosnië-Hercegovina, Togo, Kameroen, DR Kongo, Nigeria, Oekraïne, Sri Lanka en Suriname. In drie gevallen had de vlucht een internationaal karakter doordat een ander Europees land daaraan deelnam, in één geval werd vervoer en escortering uitgevoerd door Roemenië.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.4     
      
uitgaven6 78310 5359 2557 1432 112
      
programma-uitgaven6 78310 5359 2557 1432 112
waarvan:     
– bijdragen6 78310 5359 2557 1432 112
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen6 79510 5019 2557 1432 112

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.3.5

Het – op basis van internationale verdragen – ontwikkelen van wet- en regelgeving en het vormgeven van beleidskaders waarbinnen de uitvoeringsorganisaties illegaal verblijf in Nederland kunnen tegengaan en een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een verdergaande harmonisatie van het beleid op het vlak van tegengaan illegaal verblijf.

Resultaten

Internationaal

In het afgelopen jaar is deelgenomen aan de Raadswerkgroep Grenzen van de Europese Unie. In deze werkgroep is wet en regelgeving ontwikkeld op het terrein van grensbewaking. Daarnaast is de mededeling van de Commissie behandeld en uitgewerkt die heeft geleid tot het plan van aanpak voor het beheer van de buitengrenzen. Met het opzetten van gemeenschappelijke acties aan de grenzen wordt belangrijke gemeenschappelijke ervaring opgedaan bij het bewaken van de EU-buitengrens. Daarnaast zijn een risico-analyse, een gemeenschappelijke opleiding voor grensbewakingmedewerkers en onderzoek naar de lastenverdeling op het gebied van grensbewaking in uitvoering.

Verder zijn in het afgelopen jaar in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken met verschillende landen onderhandelingen gevoerd over terug- en overname overeenkomsten, zowel in Benelux verband als in Europees verband. In Benelux verband zijn met Hongarije, Slowakije en de Federale Republiek Joegoslavië terug- en overname-overeenkomsten getekend en ter ratificatie voorgelegd. In EU-verband is door de Commissie, namens de lidstaten, met Hong Kong een terug- en overname-overeenkomst getekend en ter ratificatie voorgelegd.

In EU-verband is aandacht voor wet- en regelgeving op het terrein van terugkeer en verwijderingen. Zo is een actieprogramma voor een communautair terugkeerbeleid aangenomen dat toeziet op de ontwikkeling van Europese wet- en regelgeving en op de ontwikkeling van praktische samenwerking tussen lidstaten en derde landen.

Daarnaast is een Europees terugkeerprogramma voor Afghanistan aangenomen, onder meer ten behoeve van de voorbereiding van een tripartite overeenkomst met Afghanistan en de UNHCR ter facilitering van de terugkeer.

Tenslotte is de focus gericht op zeegrenscontrole, onderlinge gegevensuitwisseling tussen lidstaten, het beheer van migratiestromen, de bestrijding van illegale immigratie en de bevordering van terugkeer.

Nationaal

Om verblijfsrechtelijke consequenties te kunnen verbinden aan (stelselmatige) overtredingen en andere lichte delicten is in juli 2002 het gewijzigde artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit in werking getreden. Als ondergrens wordt een strafbedreiging van twee jaar gehanteerd, voorheen was dit drie jaar. Tevens is de strafmaat verlaagd voor de eerste vijf jaar van het verblijf op grond van een verblijfsvergunning.

In mei 2002 verscheen het advies van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) «Vreemdelingen in bewaring». Advies over vreemdelingenbewaring en verwijdering van criminele illegalen. Onderzocht is wat de mogelijkheden zijn om criminele illegalen, die na het uitzitten van hun gevangenisstraf in vreemdelingenbewaring worden gesteld, in bewaring te houden totdat hun uitzetting daadwerkelijk gerealiseerd kan worden. De ACVZ heeft geconcludeerd dat zowel de Nederlandse wet- en regelgeving als verdragsrechtelijke verplichtingen het onmogelijk maken om de bewaring van vreemdelingen of enige andersoortige detentie ter fine van uitzetting ongelimiteerd te laten voortduren totdat de uitzetting daadwerkelijk kan worden gerealiseerd. Het kabinet heeft deze conclusie overgenomen.

Bezien in het licht van deze conclusie heeft de ACVZ zich voorts gebogen over de mogelijkheden om het daadwerkelijk vertrek uit Nederland van criminele illegalen aansluitend op het uitzitten van hun straf te bevorderen. Op dit punt is het advies van de ACVZ uitgemond in een aantal aanbevelingen op verschillende terreinen welke deels door het kabinet zijn overgenomen. De Tweede Kamer is hier op 16 december 2002 over geïnformeerd (TK, 19 637, nr. 704).

In verband met de wijziging van het stelsel van de rechterlijke toetsing van vrijheidsontnemende maatregelen is een voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 voorbereid (TK, 28 749, nr. 3). Ten behoeve van het verwijderen van vreemdelingen uit Nederland die zich verzetten bij hun uitzetting is wet- en regelgeving ontwikkeld die het de bevoegde instanties mogelijk maakt hulpmiddelen te gebruiken. De mogelijkheid deze middelen te gebruiken komt zowel ten goede aan de veiligheid van vreemdelingen als aan die van medewerkers belast met de verwijdering. Het wetgevingstraject bevindt zich thans in een afrondende fase en zal in de loop van 2003 gereed zijn.

Evaluatieonderzoeken

In de Terugkeernotitie van juni 1999 is een evaluatie van het beleid aangekondigd. Hiermee wordt beoogd inzicht te verkrijgen in de (kwantitatieve) effecten van de beleidsintensiveringen en organisatorische maatregelen. Uitvoering van dit onderzoek is uitbesteed aan een externe partij. In 2002 is gestart met een vooronderzoek naar (on)mogelijkheden van een dergelijk onderzoek en naar de beschikbaarheid en kwaliteit van relevante gegevens. Een definitieve rapportage wordt eerst in de 2e helft van 2003 verwacht.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.5     
      
uitgaven569825785599186
apparaatsuitgaven569825785599186
      
ontvangsten001040104
      
verplichtingen5701 147785599186

HOOFDSTUK 3 – NIET-BELEIDSARTIKELEN

Niet-beleidsartikel 7.1 Algemeen

Zorgdragen voor een effectieve organisatie van het bestuursdepartement.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 7.1.1     
      
uitgaven118 711153 978178 683139 44639 237
      
programma-uitgaven6 56927 01710 53714 598– 4 061
waarvan:     
– subsidies6 5698 76910 51014 598– 4 088
apparaatsuitgaven112 142126 961168 146124 84843 298
      
ontvangsten15 63016 93617 0162 66114 355
      
verplichtingen138 522175 129160 451137 31423 137

Niet-beleidsartikel 7.2 Nominaal en onvoorzien

– Loonbijstelling

– Prijsbijstelling

– Onvoorzien

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 7.2.1     
      
uitgaven00000
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen00000

Niet-beleidsartikel 7.3 Geheime uitgaven

Geheime uitgaven.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 7.3.1     
      
uitgaven1 6441 8919791 954– 975
      
programma-uitgaven1 5951 8358951 895– 1 000
waarvan:     
– bijdragen1 5951 8358951 895– 1 000
apparaatsuitgaven4956845826
      
ontvangsten018000
      
verplichtingen1 6551 9011 0071 954– 947

HOOFDSTUK 4 – MEDEDELING OVER DE BEDRIJFSVOERING

Ministerie van JustitieVerslagjaar 2002

De minister van Justitie verklaart hierbij als volgt.

In het verslagjaar is, uitgaande van ondermeer de Baseline financieel en materieel beheer1, op een gestructureerde wijze aandacht besteed aan het financieel beheer, het materieel beheer en de daartoe bijgehouden administraties bij het ministerie van Justitie.

Op basis van een risicoanalyse is een systematische afweging gemaakt inzake de in te zetten instrumenten van sturing en beheersing. Dit omvat mede het vaststellen van het van toepassing zijnde normenkader en de uitgangspunten voor opname van de relevante aandachtspunten in deze verklaring.

Naast het voorgeschreven normenkader inzake het financieel en materieel beheer is hieraan toegevoegd de basisvoorziening informatiebeveiliging2.

Een en ander heeft in het verslagjaar geresulteerd in beheerste bedrijfsprocessen. Daarbij is een aantal punten van aandacht naar voren gekomen ten aanzien waarvan de volgende verbeteracties zijn (worden) gestart.

– het realiseren van een aansluiting tussen het primaire- en financiële systeem en het verbeteren van procedures rondom het beheer van het strafrechtelijk- en conservatoir beslag;

– het waarborgen van de rechtmatigheid en vergroten van de doelmatigheid met betrekking tot beheersing van de gerechtskosten;

– het verbeteren van de kwaliteit ten aanzien van de ICT-processen bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau;

– het beter afbakenen van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen alle betrokkenen rondom de personele processen alsmede het oplossen van knelpunten die te maken hebben met het PeRCC-systeem;

– het verbeteren van het financieel beheer m.b.t. de verplichtingenadministratie;

– risicomanagement verbeteren en inbedden in het sturingsmodel van Justitie.

De bovengenoemde punten verdienen de aandacht maar zijn niet zodanig dat deze een bedreiging vormen voor de goede uitvoering van justitietaken. Ik heb er alle vertrouwen in de getroffen maatregelen effect sorteren. De bedrijfsvoering van Justitie voldoet, met inachtneming van bovenstaande punten, aan de daaraan te stellen eisen.

De minister van Justitie,

Toelichting

Algemeen

Dit is het eerste jaar dat een «mededeling over de bedrijfsvoering» wordt afgegeven bij de financiële verantwoording over 2002, onderdeel uitmakend van het departementale jaarverslag.

In deze mededeling over de bedrijfsvoering wordt aangegeven of het van toepassing zijnde rijksbrede normenkader is nageleefd en de hiermee samenhangende risico's zijn onderkend en waar mogelijk afgedekt. Het is dus een uitspraak over de kwaliteit van de bedrijfsvoering, waarbij alleen wordt ingegaan op de uitzonderingen.

Reikwijdte

De mededeling over het begrotingsjaar 2002 heeft betrekking op het financieel en materieel beheer en de daarvoor bijgehouden administraties, alsmede de informatiebeveiliging. Hierbij moet voldaan worden aan de eisen zoals gesteld in het Normenkader Financieel beheer1 en de Basisvoorziening Informatiebeveiliging2. De komende jaren wordt de reikwijdte van de mededeling uitgebreid met de overige bedrijfsvoeringaspecten op het terrein van personeel, organisatie, informatievoorziening, beleidsvorming e.d.

Over het begrotingsjaar 2004 zal een integrale mededeling worden afgegeven die de gehele bedrijfsvoering omvat.

Totstandkoming

De mededeling over de bedrijfsvoering is tot stand gekomen op basis van de diverse deelverklaringen op directeursniveau die via de hiërarchische lijn DG-SG zijn geaggregeerd tot aan de minister van Justitie.

Dit houdt onder meer in dat een directeur bij zijn/haar deelverklaring aangeeft in welke mate hij voldoet aan het vigerende normenkader en welke risico's of tekortkomingen er zijn in relatie tot de bedrijfsvoering en de strekking van de accountantsverklaring.

De betrouwbaarheid van de deelverklaringen is gewaarborgd doordat deelverklaringen zijn getoetst aan de bevindingen van de eigen accountantsdienst en de Algemene Rekenkamer.

HOOFDSTUK 5 – TOEZICHTSRELATIES

ZBO's en RWT's

In de negentiger jaren ontstond in toenemende mate aandacht voor verzelfstandiging van de uitvoering van overheidstaken. Er werd bij Justitie een nieuwe besturingsconstructie ingevoerd die in grove trekken inhoudt, dat uitvoeringsorganisaties op afstand worden geplaatst, onder de uitgangspunten van sturing op hoofdlijnen en integraal management. Teneinde voldoende greep te houden op de bedrijfsvoering werd een planning- en controlcyclus ingericht.

In dezelfde periode groeide rijksbreed, maar ook binnen Justitie, aandacht voor de kwaliteit van de aansturing van de uitvoeringsorganisaties door de kerndepartementen. Dit kreeg ondermeer uitdrukking in de zogenaamde Government Governance-projecten, die tot doel hadden de kwaliteit van de besturing in beeld te brengen en waar blinde vlekken werden aangetroffen, hierin via maatregelen te voorzien.

Uit het onderzoek bij Justitie kwam naar voren dat Justitie heel sterk op de planning- en controlcyclus steunt en dat in het bijzonder toezicht versterking behoeft.

Naar aanleiding van dit resultaat besloot de Bestuursraad de component toezicht nader te laten onderzoeken, meer in het bijzonder een analyse te maken van de organisatie van het toezicht. Daarbij werd aangesloten bij het kabinetsbeleid inzake de evaluatie van het toezicht («Kaderstellende visie op toezicht», kabinetsnota van 20 juni 2001, TK, 27 831, nr. 1).

Conform dat kabinetsbeleid wordt de toezichtfunctie beperkt tot de organisatiedelen die niet in een hiërarchische verhouding staan tot het departement, in casu alle zelfstandige bestuursorganen en rechtspersonen met een wettelijke taak (ZBO en RWT). Aandachtspunten van het onderzoek waren daarmee in lijn, in het bijzonder transparantie, functiescheiding en openbaarheid.

Begin 2002 werd door een werkgroep vastgesteld dat bij Justitie in de praktijk sturing en beheersing van bedrijfsprocessen enerzijds en toezicht op uitvoering anderzijds veelal verweven zijn. Dit in afwijking van de kabinetsnota, waarin als eis aan het toezicht wordt gesteld dat de toezichthoudende functie gescheiden is van de beleids- en sturingsfunctie. De kabinetsnota stelt in dit verband dat functiescheiding het best tot uitdrukking komt, wanneer deze op een zo hoog mogelijk niveau zichtbaar wordt; de positionering is echter mede afhankelijk van de aard en de omvang van de toezichtstaak, aldus het kabinet.

De Bestuursraad besloot daarop medio april de toezichthoudende functie te versterken. Het besluit houdt in dat per directoraat-generaal de daar binnen bestaande toezichtarrangementen worden doorgelicht en dat op basis hiervan voorstellen worden gedaan waar en op welke wijze versterking nodig is. Per directoraat-generaal wordt vervolgens een plan van aanpak opgesteld voor de versterking van het toezicht.

Relatie met het BZK-project

Inmiddels is voor wat betreft de toezichtactiviteiten binnen de directoraten-generaal ook aansluiting gezocht bij het project «kaderstellende visie op toezicht», dat in opdracht van het ministerie van Algemene Zaken onder aanvoering van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) wordt uitgevoerd.

BZK heeft voor dit doel een instrument ontwikkeld, waarmee toezichtarrangementen volledig en relevant kunnen worden doorgelicht; tevens kan met dit instrument worden vastgesteld welke versterkingsmaatregelen nodig zijn ter realisatie van voldoende en verantwoord toezicht. De Bestuursraad heeft in november 2002 besloten dat voor elk directoraat-generaal een coördinator wordt aangewezen die de doorlichting moet faciliteren. De sectoren waar de doorlichtingen plaatsvinden zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en het resultaat van de doorlichting.

Relatie met de visie van de Algemene Rekenkamer

Op basis van De kaderstellende visie op toezicht (TK, 27 831, nrs. 1–3) dient elk ministerie een toezichtvisie te vormen. Voor het waarmaken van de ministeriële verantwoordelijkheid is een goed toezichtbeleid noodzakelijk. In reactie op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer Verantwoording en toezicht bij rechtspersonen met een wettelijke taak, deel 3 (TK, 28 655, nrs. 1–2) merkten de minister van Justitie en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op dat er tot op moment van publicatie van het onderzoek geen behoefte is gebleken aan een algemeen omvattende toezichtvisie. Zij wijzen de Algemene Rekenkamer daarbij wel op het principebesluit van de Bestuursraad van het ministerie van Justitie van medio april 2002 om het toezicht op RWT's en ZBO's te versterken. Dit besluit wordt enerzijds ingekleurd door de toezichthoudende functie bij de directeuren-generaal te versterken, anderzijds door de beslissing om te bezien of het wenselijk is op centraal niveau een onafhankelijke Inspectie Justitie (onder de secretaris-generaal) op te richten. Ook geven zij aan dat zij de conclusies en aanbevelingen van het rekenkamerrapport zullen gebruiken om te bepalen of aanvullende of andere activiteiten van hun zijde op het terrein van toezicht en verantwoording bij RWT's en ZBO's noodzakelijk zijn.

De Algemene Rekenkamer vertrouwt erop dat bij de versterking van de decentrale toezichtarrangementen aandacht wordt besteed aan de voor haar van belang zijnde elementen van toezicht, waarin sprake is van een sluitende toezichtsketen van informatieverzameling, oordeelsvorming en interventies.

Europese subsidies

Ten aanzien van het toezicht op de Europese subsidies heeft Justitie de Wet Toezicht Europese Subsidies (Wet TES) afgewacht om daar inhoud aan te geven. De Wet TES is op 1 mei 2002 in werking getreden. Daarbij sluit Justitie aan bij de aanpak zoals het ministerie van Financiën deze voorstaat. Het ministerie van Financiën heeft eind 2002 een standaardbrief opgesteld die gebruikt wordt bij de implementatie van de Wet TES.

HOOFDSTUK 6 – VERANTWOORDINGSSTATEN

Hier worden de verantwoordingsstaten van het ministerie van Justitie en de verantwoordingsstaat baten-lastendiensten weergegeven.

6.1 – Verantwoordingsstaat 2002 van het Ministerie van Justitie (VI)

bedragen in € 1 000

 
   (1)(2)(3)=(2)–(1)
ArtikelOmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
   verplich- tingenuitgavenontvang- stenverplich- tingenuitgavenontvang- stenverplich- tingenuitgavenontvang- sten
  TOTAAL4 806 7894 809 605839 3555 629 2575 155 151865 565822 468345 54626 210
            
  Totaal beleidsartikelen4 667 5214 668 205836 6945 467 7994 975 489848 549800 278307 28411 855
1 Strategie         
 1.1.Strategie11 91012 5919116 02712 5555324 117– 36441
2 Regelgeving         
 2.1.Regelgeving7 8787 87807 1178 113456– 761235456
 2.2.Wetgevingskwaliteitsbeleid4 2444 244010 7666 4201336 5222 176133
3 Preventie en rechtshandhaving         
 3.1.Criminaliteitspreventie29 92529 92513 85218 72520 4859 023– 11 200– 9 440– 4 829
 3.2.Slachtofferzorg14 29514 295023 26321 365888 9687 07088
 3.3.Rechtshandhaving453 322453 32258 674686 123654 71976 23 4232 801201 39717 560
 3.4.Jeugdbescherming504 398504 4025 098367 793370 7827 862– 136 605– 133 6202 764
4 Rechtspleging en rechtsbijstand         
 4.1.Rechtspleging710 734710 734110 0191 352 889696 642135 1 27642 155– 14 09225 108
 4.2.Rechtsbijstand309 084309 0844 129353 773330 6624 80244 68921 578673
 4.3.Schuldsanering natuurlijke personen10 36710 367011 26410 60508972380
 4.4.Juridische dienstverlening8 2778 27707 7225 3175– 555– 2 9605
5 Sanctietoepassing         
 5.1.Tenuitvoerlegging strafrechterlijke sancties1 265 9041 265 90401 385 1541 367 1352 044119 250101 2312 044
 5.2.Boeten en transacties51 13951 139476 91459 94159 941511 6678 8028 80234 753
6 Asiel en migratie         
 6.1Toelating asiel en regulier262 857262 8570269 867270 8632157 0108 006215
 6.2.Asielopvang895 326895 326167 917772 9581 015 529100 228– 122 368120 203– 67 689
 6.3.Toezicht en terugkeer vreemdelingen127 859127 8590124 417124 356133– 3 442– 3 503133
7 Totaal niet-beleidsartikelen139 268141 4002 661161 458179 66217 01622 19038 26214 355
 7.1.Algemeen137 314139 4462 661160 451178 68317 01623 13739 23714 355
 7.2.Nominaal en onvoorzien000000000
 7.3.Geheime uitgaven1 9541 95401 0079790– 947– 9750

Vanwege afrondingen is het mogelijk dat sommige optellingen niet sluiten op de (sub)totalen.

Mij bekend,

De Minister van Justitie,

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

6.2 – Samenvattende verantwoordingsstaat 2002 inzake baten-lastendiensten van het Ministerie van Justitie (VI)

bedragen in € 1 000
  (1)(2)(3) = (2)-(1)
ArtikelOmschrijvingOorspronkelijk vast gestelde begroting RealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vast- gestelde begroting  
01Immigratie en Naturalisatiedienst   
 Totale baten317 152328 78511 633
 Totale lasten317 152350 77833 626
 Saldo van baten en lasten0– 21 993– 21 993
     
 Totale kapitaalontvangsten18 15119 4351 284
 Totale kapitaaluitgaven30 02621 422– 8 604
     
02Dienst Justitiële Inrichtingen   
 Totale baten1 298 4621 415 507117 045
 Totale lasten1 298 4621 426 822128 360
 Saldo van baten en lasten0– 11 315– 11 315
     
 Totale kapitaalontvangsten34 0338 436– 25 597
 Totale kapitaaluitgaven65 942111 02145 079
     
03Centraal Justitieel Incassobureau   
 Totale baten51 45660 3648 908
 Totale lasten51 45659 2317 775
 Saldo van baten en lasten01 1331 133
     
 Totale kapitaalontvangsten14 2034 169– 10 034
 Totale kapitaaluitgaven20 0846 842– 13 242
     
04Studiecentrum Rechtspleging   
 Totale baten020 85820 858
 Totale lasten021 43521 435
 Saldo van baten en lasten0– 577– 577
     
 Totale kapitaalontvangsten033
 Totale kapitaaluitgaven0426426

Mij bekend,

De Minister van Justitie,

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

HOOFDSTUK 7 – FINANCIËLE TOELICHTING BELEIDSARTIKELEN

Algemeen

In dit deel van de verantwoording worden de verschillen tussen de realisatie en begroting van een financiële toelichting voorzien. Daarbij is ervan afgezien om kleinere verschillen en verschillen met een technische oorzaak apart toe te lichten (bijvoorbeeld verhogingen in verband met de toevoeging in de loop van het jaar van de prijs- en loonbijstelling). Als ondergrens is een afwijking van € 0,5 miljoen gehanteerd.

Het betreft hier alleen een financiële toelichting. Voor de beleidsmatige toelichting op de realisatie wordt verwezen naar de toelichting op de beleidsartikelen, onderdeel van het Beleidsverslag.

De realisatiecijfers 2000 en 2001, zoals opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid, zijn via verdeelsleutels vertaald naar de VBTB-begrotingsindeling zoals deze met ingang van 2002 wordt gehanteerd.

Naast de financiële toelichting, bevat dit hoofdstuk ook de verdiepingsbijlage op beleidsartikelniveau. In de verdiepingsbijlage wordt in tabelvorm weergegeven wat de stand per beleidsartikel is, na de diverse suppletore wetten.

Hieronder wordt de begrotingsuitvoering van de justitiebegroting in 2002 in grote lijnen weergegeven.

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Justitieverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)4 806 7894 809 605839 355
Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)4 806 7894 809 605839 355
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)239 922237 790– 13 085
Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)239 922237 790– 13 085
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)128 019123 251– 8 268
Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)128 019123 251– 8 268
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet454 529– 15 49447 563
Vast te stellen mutatie Slotwet454 529– 15 49447 563
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002 (1+2+3+4+5)5 629 2575 155 151865 565

Uitgaven

Tot en met de stand 3e suppletore is de begroting van Justitie met ruim € 361 miljoen verhoogd (zie stand 3e suppletore begroting). Uiteindelijk is de realisatie ten opzichte van de door het parlement gevoteerde stand, € 15,5 miljoen lager uitgekomen. Daardoor is de gerealiseerde verhoging in 2002 uitgekomen op € 345,6 miljoen.

Ontvangsten

Voor de ontvangsten hebben in het loop van het jaar neerwaartse mutaties plaatsgevonden. De stand na de 3e suppletore begroting was € 21 miljoen lager dan de vastgestelde begrotingsstand. Ten opzichte van die stand is er een meevaller opgetreden van € 47,6 miljoen. Daarmee is er over heel 2002 gemeten een per saldo meevaller opgetreden bij de ontvangsten van € 26,2 miljoen.

Slotwet

De slotwetmutaties worden in de – separaat verzonden – slotwet nader toegelicht.

Beleidsartikel

Hierna worden per beleidsartikel en per operationele doelstelling de verschillen tussen de oorspronkelijke begrotingsstand en de uiteindelijke realisatie toegelicht. Waar relevant wordt ook stil gestaan bij eerder door het parlement goedgekeurde suppletore begrotingen. Deze toelichting geschiedt per beleidsdoelstelling en per operationele doelstelling.

1 – Strategie

Beleidsartikel 1.1 Strategie

Beleidsdoelstelling 1.1

Optimaliseren van de bijdrage van Justitie aan een rechtvaardige en veilige samenleving in een veranderende wereld.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 1.1     
      
uitgaven11 40011 29212 55512 591– 36
      
ontvangsten28523753291441
      
verplichtingen11 10311 07916 02711 9104 117

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 1.1 Strategieverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)11 91012 59191
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)11 91012 59191
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)5395400
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)5395400
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)4 614– 1510
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)4 614– 1510
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 1 036– 425441
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 1 036– 425441
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)16 02712 555532

Operationele doelstelling 1.1.1

Het tot stand brengen van een op geldige omgevingskennis gebaseerde strategische visie ten behoeve van de totstandkoming van Justitiebeleid.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 1.1.1     
      
uitgaven11 40011 29212 55512 591– 36
      
apparaatsuitgaven11 40011 29212 55512 591– 36
      
ontvangsten28523753291441
      
verplichtingen11 10311 07916 02711 9104 117

2 – Regelgeving

Beleidsartikel 2.1 Wetgeving

Beleidsdoelstelling 2.1

In stand houden van een goed functionerend rechtssysteem.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 2.1     
      
uitgaven7 2019 6788 1137 878235
      
ontvangsten004560456
      
verplichtingen8 68611 0647 1177 878– 761

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 2.1 Regelgevingverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)7 8787 8780
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)7 8787 8780
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)3433430
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)3433430
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)1361360
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)1361360
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 1 240– 244456
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 1 240– 244456
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)7 1178 113456

Operationele doelstellingen 2.1.1

Tot stand brengen van regelgeving ter uitvoering van de grondwettelijke opdracht het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken en algemene regels van bestuursrecht bij wet vast te leggen; en het tot stand brengen van regelgeving ter realisering van beleidsdoelen van Justitie.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.1.1     
      
uitgaven7 2019 6788 1137 878235
apparaatsuitgaven7 2019 6788 1137 878235
      
ontvangsten004560456
      
verplichtingen8 68611 0647 1177 878– 761

Beleidsartikel 2.2 Wetgevingskwaliteitsbeleid

Beleidsdoelstelling 2.2

Bevorderen van de kwaliteit van wetgeving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 2.2     
      
uitgaven3 7465 0206 4204 2442 176
      
ontvangsten001330133
      
verplichtingen4 5205 73810 7664 2446 522

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 2.2 Wetgevingskwaliteitsbeleidverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)4 2444 2440
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)4 2444 2440
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)2 2452 2450
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)2 2452 2450
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)5735730
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)5735730
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet3 704– 642133
5. Vast te stellen mutatie Slotwet3 704– 642133
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)10 7666 420133

Operationele doelstelling 2.2.1

Bijdragen aan de rechtstatelijke en bestuurlijke kwaliteit van de regelgeving door toetsing van alle voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur voorafgaande aan behandeling in de ministerraad, alsmede voor nota's van wijziging met inhoudelijke betekenis, voorafgaand aan indiening bij de Tweede Kamer.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.1     
      
uitgaven9297348031 052– 249
apparaatsuitgaven9297348031 052– 249
      
ontvangsten0040040
      
verplichtingen1 1218397791 052– 273

Operationele doelstelling 2.2.2

Doorlichten van wetgevingscomplexen op belasting door regels voor burgers en bedrijfsleven.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.2     
      
uitgaven448734644508136
apparaatsuitgaven448734644508136
      
ontvangsten0040040
      
verplichtingen541839620508112

Operationele doelstelling 2.2.3

Vergemakkelijken en verbeteren van de voorbereiding van regelgeving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.3     
      
uitgaven1 6442 9354 6491 8642 785
apparaatsuitgaven1 6442 9354 6491 8642 785
      
ontvangsten0040040
      
verplichtingen1 9853 3558 5221 8646 658

Toelichting

Tot en met de 3e suppletore wet was het uitgavenbudget reeds verhoogd tot € 4,6 miljoen in verband met toekenningen van subsidies door het ministerie van BZK ten behoeve van postdoctorale opleidingen voor aspirant-wetgevingsjuristen en ten behoeve van het ontwikkelen en verzorgen van vakopleidingen voor wetgevingsjuristen. De uiteindelijke realisatie wijkt hier nauwelijks van af.

Operationele doelstelling 2.2.4

Bijdragen aan de inzet van Nederland als lidstaat aan de verbetering van de kwaliteit van Europese regelgeving en aan een juridisch juiste doorwerking van het Europese recht in de Nederlandse rechtsorde.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 2.2.4     
      
uitgaven724617324820– 496
apparaatsuitgaven724617324820– 496
      
ontvangsten0013013
      
verplichtingen87370584582025

Toelichting

De onderuitputting vloeit voort uit het feit dat een deel van werkzaamheden ten behoeve van het project «Fundamentele herbezinning burgerlijk procesrecht» verschoven is naar 2003. Reden daarvoor is dat de eerste fase meer tijd heeft gevergd dan aanvankelijk verwacht en pas in de eerste helft van 2003 afgerond zal kunnen worden. Daarnaast zijn in 2002 geen kosten gemaakt ten behoeve van het Kenniscentrum Europees Recht.

3 – Preventie en Rechtshandhaving

Beleidsartikel 3.1 Criminaliteitspreventie

Beleidsdoelstelling 3.1

Bijdragen aan de beheersing van de criminaliteit ten behoeve van een veilige Nederlandse samenleving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.1     
      
uitgaven27 03830 87420 48529 925– 9 440
      
ontvangsten9 5559 2519 02313 852– 4 829
      
verplichtingen30 35433 12818 72529 925– 11 200
waarvan:     
– garanties2274 652135227– 92

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 3.1 Criminaliteitspreventieverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)29 92529 92513 852
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)29 92529 92513 852
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)1 0301 0300
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)1 0301 0300
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)– 5 250– 5 250– 4 900
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)– 5 250– 5 250– 4 900
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 6 980– 5 22071
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 6 980– 5 22071
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)18 72520 4859 023

Operationele doelstelling 3.1.1

Zorgdragen voor een doelmatige samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.1     
      
uitgaven1 7202 1399221 904– 982
programma-uitgaven1 3201 9533941 461– 1 067
waarvan:     
– subsidies1 3201 9532161 461– 1 245
apparaatsuitgaven40018652844286
      
ontvangsten0023023
      
verplichtingen1 9312 2751 2971 904– 607

Toelichting

De verklaring voor de onderuitputting bij de (programma-)uitgaven is gelegen in het feit dat in verband met de taakstelling voortvloeiend uit het regeerakkoord een verplichtingenstop is ingesteld. Als gevolg hiervan zijn een aantal projecten niet uitgevoerd of hebben een aanmerkelijke vertraging opgelopen.

Daarnaast kon, als gevolg van een latere oplevering van de «Monitor Bedrijven en instellingen», een aantal voorgenomen vervolgactiviteiten niet in 2002 in uitvoering worden gebracht.

Operationele doelstelling 3.1.2

Adequaat uitvoeren van (wettelijke) taken met betrekking tot integriteit van (bijzondere) rechtsstelsels.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.2     
      
uitgaven7 6968 2369 0308 518512
programma-uitgaven7 6968 2369 0308 518512
      
ontvangsten9 5239 2518 83713 806– 4 969
      
verplichtingen8 6409 3608 4248 518– 94
waarvan:     
– garanties2274 652135227– 92

Toelichting

Uitgaven

Na de 3e suppletore wet was het uitgavenbudget per saldo verhoogd tot € 10,2 miljoen. Als gevolg van onder andere diverse overboekingen is de realisatie uitgekomen op € 9,0 miljoen.

Ontvangsten

Vanwege de vertraging bij wetgevingstrajecten BIBOB en VOG en vertraging CIR heeft er reeds bij 3e suppletore wet een verlaging van de ontvangsten plaatsgevonden met € 4,9 miljoen naar € 8,9 miljoen. De realisatie wijkt hier nauwelijks van af.

Operationele doelstelling 3.1.3

Voortdurend vergroten van kennis over beheersing van de criminaliteit bij de relevante partners.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.3     
      
uitgaven1 5932 0411 5611 763– 202
      
programma-uitgaven9381 6146931 038– 345
waarvan:     
– subsidies9381 614311 038– 1 007
apparaatsuitgaven655427868725143
      
ontvangsten0038038
      
verplichtingen1 7882 2121 5171 763– 246

Operationele doelstelling 3.1.4

Versterken van de afstemming en samenwerking tussen justitiële organisaties door het tot stand brengen van arrondissementaal justitieoverleg op strategisch niveau.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.4     
      
uitgaven2 2192 650992 455– 2 356
      
programma-uitgaven2 1452 42032 375– 2 372
waarvan:     
– subsidies2 1452 42002 375– 2 375
apparaatsuitgaven73230968115
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen2 4902 756962 455– 2 359

Toelichting

De onderuitputting vindt zijn oorzaak in het feit dat in het kader van de versterking van regionale ketensturing en samenwerking bij de 3e suppletore wet een bedrag van ruim € 2,3 miljoen is overgeheveld naar het Openbaar Ministerie.

Operationele doelstelling 3.1.5

Op lokaal niveau implementeren van kleinschalige, integrale Justitievoorzieningen om -in relatie tot rechtshandhaving – de subjectieve en objectieve veiligheid te vergroten.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.5     
      
uitgaven7 3658 6123 1638 151– 4 988
      
programma-uitgaven7 2927 8643 0688 070– 5 002
waarvan:     
– bijdragen7 2927 8642 7508 070– 5 320
apparaatsuitgaven73748958114
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen8 2688 9312 0868 151– 6 065

Toelichting

Voor het jaar 2002 is het uitgavenniveau al bij suppletore wet met een bedrag van circa € 5 miljoen verlaagd tot € 3,4 miljoen Deze middelen zijn overgeheveld naar het Openbaar Ministerie ten behoeve van activiteiten van het OM voor kantoren Justitie In de Buurt (JIB). De uiteindelijke realisatie wijkt slechts beperkt af van het verlaagde budget.

Operationele doelstelling 3.1.6

Mede vormgeven aan Europese strategie voor criminaliteitspreventie.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.6     
      
uitgaven512953265566– 301
      
programma-uitgaven887049– 5
apparaatsuitgaven50483261557– 296
      
ontvangsten00707
      
verplichtingen5741 089274566– 292

Operationele doelstelling 3.1.7

Ontwikkelen en evalueren van instrumenten of methoden gericht op de daders, slachtoffers of de omgeving ter beheersing van de criminaliteit.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.7     
      
uitgaven4 1814 1453 5754 628– 1 053
      
programma-uitgaven3 5713 2792 7673 952– 1 185
waarvan:     
– subsidies3 5713 2792 0753 952– 1 877
apparaatsuitgaven610867808676132
      
ontvangsten0056056
      
verplichtingen4 6944 3853 5074 628– 1 121

Toelichting

De onderuitputting kan voornamelijk toegeschreven worden aan kasvertragingen in verband met een stringenter beleid ten aanzien van de bevoorschotting van subsidieverleningen en de vertraagde indiening van subsidieverzoeken.

Operationele doelstelling 3.1.8

Bevorderen van het gebruik en de implementatie van instrumenten/methoden gericht op daders/slachtoffers door relevante organisaties.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.8     
      
uitgaven1 3211 6327281 462– 734
      
programma-uitgaven1 0661 2913921 180– 788
waarvan:     
– subsidies1 0661 2913761 180– 804
apparaatsuitgaven25534133628254
      
ontvangsten0024024
      
verplichtingen1 4831 7283361 462– 1 126

Toelichting

De onderuitputting kan deels verklaard worden door een geringer aantal aanvragen ten aanzien van de stimuleringsregeling voor de preventieprojecten keurmerk Veilig ondernemen en Seksueel misbruik. Voorts is, vanwege de tijdelijke verplichtingenstop, een aantal voor 2002 geplande projecten niet of met aanzienlijke vertraging in uitvoering genomen. Het ging daarbij om de projecten Methodiekbeschrijvingen, vroegtijdig signaleren en spijbelen. Ten slotte is ook het stringenter beleid ten aanzien van de bevoorschotting van subsidieverleningen van invloed geweest op de begrotingsuitputting.

Operationele doelstelling 3.1.9

Zorgdragen voor een goed gereguleerd kansspelaanbod.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.1.9     
      
uitgaven4324661 142478664
      
programma-uitgaven432466476478– 2
waarvan:     
– bijdragen432466150478– 328
apparaatsuitgaven006660666
      
ontvangsten3103045– 15
      
verplichtingen4853921 188478710

Toelichting

In de ontwerpbegroting van 2002 was uitsluitend voor het College van toezicht op de kansspelen een financieel kader opgenomen. Bij voorjaarsnota is € 1,25 miljoen voor de uitvoering van het project Kansspelen toegevoegd, gericht op het de realisatie van het Kabinetsstandpunt terzake. Ten opzichte van deze begrotingsstand na de voorjaarsnota is sprake van een onderschrijding van circa € 0,6 miljoen wat te verklaren is uit een vertraging in de uitvoering van het project, vanwege enerzijds de beleidswijzigingen als gevolg van het aantreden van het nieuwe kabinet en anderzijds de ingevoerde verplichtingenstop op inzet van externen.

Beleidsartikel 3.2 Slachtofferzorg

Beleidsdoelstelling 3.2

Bijdragen aan een goede bejegening van slachtoffers van strafbare feiten ter bevordering van het rechtvaardigheidsgevoel in Nederland.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.2     
      
uitgaven9 51810 45821 36514 2957 070
      
ontvangsten0088088
      
verplichtingen10 2171 72823 26314 2958 968

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 3.2 Slachtofferzorgverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)14 29514 2950
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)14 29514 2950
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)5 7925 7920
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)5 7925 7920
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)2 1252 1250
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)2 1252 1250
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet1 051– 84788
5. Vast te stellen mutatie Slotwet1 051– 84788
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)23 26321 36588

Operationele doelstelling 3.2.1

Zorgen dat slachtoffers van misdrijven een voorziening hebben die laagdrempelige eerste praktische en emotionele hulp biedt.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.2.1     
      
uitgaven4 4307 2049 0646 6532 411
      
programma-uitgaven4 3557 0748 9006 5402 360
waarvan:     
– subsidies4 3557 0748 8756 5402 335
apparaatsuitgaven7513016411351
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen4 7567 47711 2676 6534 614

Toelichting

De subsidiebijdrage voor Slachtofferhulp Nederland (SHN) is in de loop van het jaar 2002 verhoogd tot totaal € 8,9 miljoen. De realisatie blijft daar beperkt bij achter. Het subsidiebedrag is opgebouwd uit twee delen. € 2 miljoen is gebruikt om uitvoering te geven aan de volgende twee zaken.

– pilot servicelijnen, een van de pijlers van de nieuwe organisatie, gericht op het snel en goed verwerken van de verwijzingen door de politie van slachtoffers die hulp willen.

– de versterking van het landelijk bureau.

De resterende € 6,7 miljoen is gebruikt om uitvoering te geven aan de reguliere taak van SHN.

Operationele doelstelling 3.2.2

Bevorderen dat slachtoffers van strafbare feiten goed worden bejegend vanaf het eerste contact met de politie tot en met de inning van de schade en dat er een voorziening is voor schadeverhaal op de dader.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.2.2     
      
uitgaven27947343841820
      
programma-uitgaven203298276305– 29
waarvan:     
– subsidies203298256305– 49
apparaatsuitgaven7517516211349
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen299505131418– 287

Operationele doelstelling 3.2.3

Zorgen dat slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven een voorziening hebben die een tegemoetkoming in de schade verstrekt aan die slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven die hun schade niet elders kunnen verhalen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.2.3     
      
uitgaven4 8102 78111 8637 2 234 640
      
programma-uitgaven4 7992 77611 8407 2084 632
apparaatsuitgaven10523158
      
ontvangsten0080080
      
verplichtingen5 1632 76611 8657 2234 642

Toelichting

Bij suppletore wetten is het budget verhoogd met ruim € 5 miljoen tot € 12,7 miljoen, voornamelijk in verband met het schadefonds geweldsmisdrijven. De uiteindelijke realisatie komt iets lager uit.

Beleidsartikel 3.3 Rechtshandhaving

Beleidsdoelstelling 3.3

Bijdragen aan de handhaving van wet- en regelgeving ten behoeve van een veilige Nederlandse samenleving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.3     
      
uitgaven364 082428 989654 719453 322201 397
      
ontvangsten67 28972 45176 23458 67417 560
      
verplichtingen369 783426 605686 123453 322232 801

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 3.3 Rechtshandhavingverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)453 322453 32258 674
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)453 322453 32258 674
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)152 800152 8004 003
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)152 800152 8004 003
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)56 97856 9783 976
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)56 97856 9783 976
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet23 023– 8 3819 581
5. Vast te stellen mutatie Slotwet23 023– 8 3819 581
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)686 123654 71976 234

Operationele doelstelling 3.3.1

Het verzorgen van tijdige en adequate strafrechtelijke reactie op daders van strafbare feiten, rekening houdend met de slachtoffers van die feiten.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.1     
      
uitgaven246 804288 397424 587307 299117 288
      
programma-uitgaven246 804288 397424 587307 299117 288
waarvan:     
bijdrage/projecten SR005 55605 556
      
ontvangsten7 44212 78119 2596 48912 770
      
verplichtingen250 670285 586434 122307 299126 823

Toelichting

Uitgaven

Het budget voor het Openbaar Ministerie is in de loop van het jaar bij suppletore wetten verhoogd tot € 428,8 miljoen. De belangrijkste verhogingen van de uitgaven hebben plaatsgevonden in verband met de ontvlechting van het gemeenschappelijk beheer OM/ZM (€ 73,7 miljoen) en ter compensatie van de toenemende gerechtskosten (€ 18,4 miljoen). Ten opzichte van de stand na de suppletore wetten is er per saldo sprake van een relatief beperkte onderuitputting van circa € 4 miljoen.

In de uitgaven voor het OM is een bedrag van circa € 5,6 miljoen inbegrepen van het tijdelijk agentschap Studiecentrum Rechtspleging (SR).

Ontvangsten

De ontvangstenraming is in 2002 bij diverse suppletore wetten verhoogd tot € 17,5 miljoen. Op jaarbasis is per saldo € 1,7 miljoen meer ontvangen.

Operationele doelstelling 3.3.2

Het uitvoering geven aan de taken van het ministerie van Justitie bij de opsporing van strafbare feiten en het uitvoeren van onderzoek op technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk gebied ten behoeve van waarheidsvinding.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.2     
      
uitgaven35 40743 312123 30644 08579 221
      
programma-uitgaven35 12642 997122 89643 73679 160
apparaatsuitgaven28031541034961
      
ontvangsten001 34201 342
      
verplichtingen35 96142 879135 30444 08591 219

Toelichting

Uitgaven

De verhoging van de uitgaven wordt voor € 71,8 miljoen veroorzaakt door de uitgaven in het kader van het «Project Bestrijding Drugssmokkel Schiphol». Bij het opstellen van de begroting 2002 was met deze post geen rekening gehouden.

Voor beveiligingsmaatregelen is in 2002 € 3,5 miljoen meer uitgegeven dan geraamd. Voorts wordt een verhoging van € 1,9 miljoen voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de uitgaven voor het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.

Op het budget ten behoeve van NFI (raming € 27,9 miljoen) is een verhoging opgetreden van € 1,3 miljoen. Deze verhoging is voor ruim € 0,6 miljoen reeds verwerkt in eerdere suppletore wetten. De resterende overschrijding van € 0,7 miljoen heeft bijna volledig betrekking op PIDS (ca. € 0,6 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op bijdragen in het kader van kinderopvang, pc-privé, DNA-onderzoeken, alcoholonderzoeken, bijdragen van rechtbanken in door het NFI uitbestede onderzoeken en bijdragen in door het NFI uitgevoerde projecten (o.a. Drugfire). Voorts is een desaldering verwerkt in verband met extra ontvangsten Particuliere Beveiliging € 0,1 miljoen. Tot slot is een terugstorting verwerkt van het NPI van het overschot ad € 0,4 miljoen op het «Nationaal Project Euro en Veiligheid».

Operationele doelstelling 3.3.3

Ontwikkelen van beleids- en uitvoeringskaders ten behoeve van opsporing van strafbaar gedrag en de bevordering van de naleving van het recht en het nemen van initiatieven op het terrein van ordenings- en strafrecht ter bevordering van de naleving van wetten en regelgeving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.3     
      
uitgaven72 08886 81791 82089 7572 063
      
programma-uitgaven67 92683 08782 40784 576– 2 169
apparaatsuitgaven4 1623 7309 4135 1824 231
      
ontvangsten59 84759 67054 57452 1852 389
      
verplichtingen73 21787 690100 67589 75710 918

Toelichting

Uitgaven

Het verschil van circa € 2 miljoen is een saldo-post van hogere uitgaven voor de bewakingskosten burgerluchtvaart van € 4,2 miljoen en lagere uitgaven voor diverse projecten onder andere deskundigheidsbevordering, fraudebestrijding en het programma «Handhaven op Niveau».

Ontvangsten

De hogere ontvangsten van bijna € 2,4 miljoen zijn het saldo-effect van lagere en hogere ontvangsten. De belangrijkste afwijking betreft de beveiligingsheffing (€ 4,8 miljoen hogere ontvangsten).

Operationele doelstelling 3.3.4

Het verzorgen van aansluiting van Nederlands beleid en regelgeving waar het de rechtshandhaving betreft op de internationale ontwikkelingen, het beïnvloeden van deze ontwikkelingen en het terugvertalen van deze ontwikkelingen naar nationaal beleid en regelgeving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.3.4     
      
uitgaven9 78310 46315 00612 1812 825
      
programma-uitgaven9 7369 73213 17712 1231 054
apparaatsuitgaven477311 829581 771
      
ontvangsten001 05901 059
      
verplichtingen9 93610 45016 02212 1813 841

Toelichting

De overschrijding van circa € 2,8 miljoen wordt veroorzaakt door de hogere uitgaven voor huisvesting van Europol. Deze uitgaven komen ten laste van het HGIS-budget.

Beleidsartikel 3.4 Jeugdbescherming

Beleidsdoelstelling 3.4

Het waarborgen van de rechten van het kind bij een (dreigende) schending van de ontwikkeling van het kind.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 3.4     
      
uitgaven362 413387 063370 782504 402– 133 620
      
ontvangsten114 78774 5907 8625 0982 764
      
verplichtingen390 644399 403367 793504 398– 136 605

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 3.4 Jeugdbeschermingverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)504 398504 4025 098
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)504 398504 4025 098
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)– 151 317– 151 318230
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)– 151 317– 151 318230
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)17 47017 4670
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)17 47017 4670
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 2 7582312 534
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 2 7582312 534
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)367 793370 7827 862

Operationele doelstelling 3.4.1

Rekwestreren van maatregelen van kinderbescherming en het adviseren van justitiële autoriteiten inzake beslissingen over kinderen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.1     
      
uitgaven44 85165 92366 34462 4223 922
      
programma-uitgaven44 72365 72566 13362 2453 888
apparaatsuitgaven12819821117833
      
ontvangsten18 38903 0008172 183
      
verplichtingen48 34466 39265 82962 4223 407

Toelichting

Uitgaven

De overschrijding van circa € 4 miljoen is het gevolg van diverse ontwikkelingen in de loop van 2002. De voor 2002 opgelegde taakstelling kon niet meer geheel worden gerealiseerd, want de uitstroom van medewerkers uit de organisatie was te laag om de 7% reductie te realiseren. Doordat het zwaartepunt dit jaar sterk lag op het behalen van de productie en het bekorten van de doorlooptijden, was in het begin van het jaar juist gestreefd naar maximale bezetting. De resultaten zijn daardoor dit jaar ook duidelijk verbeterd, zowel qua productie als qua doorlooptijden. Gevolg daarvan was wel een hoog niveau van uitgaven voor personeel.

Extra activiteiten in 2002 zoals het voorbereiden van de verzelfstandiging tot baten-lastendienst leidden ook tot extra uitgaven, nl. voor het beschrijven van werkprocessen en voor informatievoorziening gericht op resultaatsturing. Tenslotte zijn de uitgaven voor de invoering van vestigingsmanagement en teammanagement (sociale kosten bijvoorbeeld voor herplaatsing) hoger geweest dan voorzien.

Ontvangsten

Het overschot op de ontvangsten van € 2,1 miljoen betreft ontvangsten die direct gerelateerd zijn aan de uitgaven voor het personeel. Het betreft hier o.a. inhoudingen van personeel en ontvangsten vanwege interim functievervulling. Het gaat hier voornamelijk om medewerkers van de Raad die elders binnen de Raad zijn gedetacheerd. De overige ontvangsten betreffen ontvangsten van bijdragen in de kinderopvang en USZO-gelden.

Operationele doelstelling 3.4.2

Zorgdragen voor de uitvoering van de opgelegde maatregelen van jeugdbescherming en het faciliteren van de rechten en de zorg voor kinderen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.2     
      
uitgaven141 256196 734150 745> >196 599– 45 854
      
programma-uitgaven140 335194 869149 194195 317– 46 123
waarvan:     
– subsidies140 335194 869145 938195 317– 49 379
apparaatsuitgaven9211 8651 5511 282269
      
ontvangsten16 70112 9261 126742384
      
verplichtingen152 258204 131165 354196 596– 31 242

Toelichting

Door middel van de 1e en 3e suppletore wet is het budget verlaagd tot € 157,5 miljoen. De belangrijkste oorzaak hiervan was de overheveling van taken op het terrein van de regionale pleegzorg naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (€ 53,1 miljoen). Voorts is een bedrag toegevoegd van in totaliteit € 13,2 miljoen in de bekostigingsgrondslag van de instellingen verwerkt in verband met de compensatie van enerzijds de arbeidsvoorwaardenontwikkeling en anderzijds de kosten verbonden aan de herwaardering van functies (de zogeheten Van Rijnmiddelen).

De realisatie is ten opzichte van het verlaagde budget circa € 7 miljoen lager uitgekomen. De oorzaken hiervan zijn: de vertraging bij de invoering «Wet op de Jeugdzorg»: circa € 2,1 miljoen; in verband met het opheffen van pupillenadministratie bij het ministerie en de voorgenomen reorganisatie van de registratie van de adoptieaanvragen is een zeer terughoudend beleid gevoerd met betrekking tot onderhoud en vervanging van de geautomatiseerde systemen (€ 3 miljoen); daarnaast hebben een aantal projecten vertraging opgelopen, waardoor een bedrag van circa € 1,7 miljoen onbesteed is gebleven. In verband met de taakstelling voortvloeiend uit het regeerakkoord is een verplichtingenstop ingesteld. Als gevolg hiervan zijn een aantal projecten niet uitgevoerd of hebben een aanmerkelijke vertraging opgelopen, hetgeen per saldo heeft geleid tot een onderuitputting van € 0,5 miljoen.

Operationele doelstelling 3.4.3

(Gedwongen) innen van wettelijke onderhoudsbijdragen tegen zo laag mogelijke kosten.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.3     
      
uitgaven2 1323 0093 1402 967173
      
programma-uitgaven2 0912 9413 0752 911164
apparaatsuitgaven406865569
      
ontvangsten79 69761 6643 7253 539186
      
verplichtingen2 2983 1251882 967– 2 779

Operationele doelstelling 3.4.4

Zorgdragen voor de uitvoering van de voogdijmaatregel en de opvang ten behoeve van alleenstaande minderjarige asielzoekers.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 3.4.4     
      
uitgaven174 174121 397150 553242 413– 91 860
      
programma-uitgaven174 023121 223150 302242 204– 91 902
waarvan:    0
– subsidies174 023121 223150 302242 204– 91 902
apparaatsuitgaven15117425121041
      
ontvangsten0011011
      
verplichtingen187 743125 755136 422242 413– 105 991

Toelichting

Het uitgavenbudget is in de loop van het jaar bij suppletore wet verlaagd met bijna € 100 miljoen tot € 144,6 miljoen. De mutatie had betrekking op de opvangkosten van AMA's in verband met lagere instroom en met een takenoverheveling naar het COA.

De uiteindelijke overschrijding met circa € 5,9 miljoen wordt veroorzaakt door enerzijds een te hoog berekende daling van de instroom en anderzijds door een verhoging van de gemiddelde kosten per AMA als gevolg van wijzigingen in de CAO Jeugdhulpverlening en de noodzakelijke plaatsing van AMA's in duurdere opvangvoorzieningen in verband met een achterblijvend aanbod pleeggezinnen.

4 – Rechtspleging en rechtsbijstand

Beleidsartikel 4.1 Rechtspleging

Beleidsdoelstelling 4.1

Het scheppen van voorwaarden voor het optimaal functioneren van het stelsel van rechtspraak.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.1     
      
uitgaven621 683733 447696 642710 734– 14 092
      
ontvangsten11 340126 078135 127110 01925 108
      
verplichtingen630 847726 2881 352 889710 734642 155

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 4.1 Rechtsplegingverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)710 734710 734110 019
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)710 734710 734110 019
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)– 49 550– 49 5505 693
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)– 49 550– 49 5505 693
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)16 77916 7793 361
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)16 77916 7793 361
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet674 92618 67916 054
5. Vast te stellen mutatie Slotwet674 92618 67916 054
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)1 352 889696 642135 127

Operationele doelstelling 4.1.1

Het zorgen voor voldoende financiële middelen, een toereikend wettelijk kader en een adequaat inzicht in het functioneren van de rechtsprekende organisatie onder verantwoordelijkheid van de Raad voor de rechtspraak.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.1     
      
uitgaven601 679714 107664 381687 864– 23 483
      
programma-uitgaven596 553706 362649 761682004– 32 243
waarvan:     
– bijdrage Raad voor de rechtspraak00649 7600– 649 760
waarvan:     
bijdrage/projecten SR0013 975013 975
– subsidies1 792002 048– 2 048
apparaatsuitgaven5 1267 74514 6205 8608 760
      
ontvangsten11 340126 078132 527110 01922 508
      
verplichtingen610 548707 0531 320 651687 864632 787

Toelichting

Met ingang van 1 januari 2002 is de Raad voor de rechtspraak opgericht. In verband met de instelling van de Raad voor de rechtspraak is tevens de Wet op de Rechtelijke Organisatie gewijzigd. Wezenlijk daarbij is dat in de wet RO de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering wordt geattribueerd aan de gerechten en de Raad voor de rechtspraak. Daarmee heeft de minister van justitie geen directe verantwoordelijkheid meer voor de bedrijfsvoering van de rechtspraak. Wel heeft de minister nog een verantwoordelijkheid als toezichthouder. Een van de wijzigingen die bij het nieuwe systeem hoort is dat het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak een verklaring omtrent getrouwheid en de rechtmatigheid bevat, die is afgegeven door een door de Raad voor de rechtspraak aangewezen accountant.

Ten tijde dat de wet op de Rechtelijke Organisatie op bovengenoemd onderdeel is gewijzigd was de begrotingswet over 2002 reeds gereed. Om uitvoering te geven aan hetgeen beoogd volgens de wet op de Rechtelijke Organisatie worden bij Slotwet 2002 op operationele doelstelling 4.1.1 de uitgaven voor een bedrag van € 649,8 miljoen en de ontvangsten voor een bedrag van € 13,3 miljoen opgenomen als een bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak.

In het kader van de ontvlechting die in 2002 heeft plaatsgevonden (OM, RvdR en DSR) zijn diverse budgetten geplaatst op de programma/apparaatsuitgaven van de operationele doelstellingen 4.1.1 t/m 4.1.3. Deze herschikking van bestaande budgetten verklaart de verschillen op deze operationele doelstellingen. Per saldo is de afwijking beperkt (ca € 0,7 miljoen). Een deel hiervan (ca. € 0,2 mln.) kan worden verklaard door het uiteindelijk niet betalen van facturen in het kader van HBS.

Uitgaven

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de werkelijke uitgaven bedraagt ruim € 23 miljoen. De uitgaven voor de Raad zijn € 32,2 miljoen lager uitgevallen, terwijl de apparaatsuitgaven € 8,8 miljoen hoger zijn.

In 2002 is de begroting van de Raad voor de rechtspraak bij suppletore wet verlaagd tot € 631 miljoen. Een van de mutaties betrof de ontvlechting van de centrale budgetten, in totaal een afboeking van € 93,4 miljoen welke verdeeld is onder het OM en de diensten ressorterend onder de DSR. Naast deze afboeking zijn er gedurende het jaar bij suppletore wet ook weer budgetten toegevoegd. Bij slotwet wordt nog € 10,8 miljoen aan het budget van de Raad toegevoegd, voornamelijk technische mutaties waarvan de grootste een desaldering betreft (€ 8,4 miljoen). Naast deze budgettaire correcties is er op het budget van de Raad een overschrijding te constateren van circa € 7,6 miljoen. De overschrijding van het budget wordt onder andere veroorzaakt doordat fors geïnvesteerd is in de uitbreiding van het aantal strafkamers voor ca. € 2,5 miljoen. Voorts zijn er tegenvallers in verband met het niet uitkeren van de prijsbijstelling en de betaling voor Microsoft licenties. Tenslotte is in samenwerking met het OM in 2002 een forse budgettaire impuls gegeven door het vervangen van verouderde technische infrastructuur (aandeel rechtspraak € 8 miljoen).

De geraamde subsidies betreft de subsidie aan het Studiecentrum Rechtspleging welke met ingang van 2002 omgevormd is van stichting naar een voorlopige baten-lastendienst. De subsidie is hiermee omgezet naar een bijdrage. In de uitgaven voor de Raad voor de rechtspraak is een bijdrage van circa € 14 miljoen inbegrepen voor het tijdelijke agentschap Studiecentrum Rechtspleging.

Ontvangsten

Bij suppletore wet is de ontvangstenraming met € 7 miljoen verhoogd tot € 117 miljoen. Op de ontvangsten is derhalve in totaal € 15 miljoen meer ontvangen dan oorspronkelijk geraamd was. Belangrijke oorzaak is een hogere ontvangst op de griffierechten van ruim € 12 miljoen, een hogere ontvangst op de post verbeurd verklaarde goederen en gelden van € 3 miljoen en daarnaast tegenvallende ontvangsten op de post « overige ontvangsten». Deze laatste post betreft voor een belangrijk deel ontvangsten waar tevens uitgaven tegenover staan (zoals pc-privé en kinderopvang).

Van de totale ontvangsten op deze operationele doelstelling is € 13,3 mln. toe te rekenen aan de Raad voor de Rechtspraak. Het gaat hier om ontvangsten die direct met uitgaven samenhangen. Deze uitgaven zijn al in de bijdrage verwerkt.

Verplichtingen

In het bedrag van de aangegane verplichtingen 2002 is een bedrag van € 653 miljoen inbegrepen vanwege de budgetbrief 2003.

Operationele doelstelling 4.1.2

Het scheppen van voorwaarden voor het optimaal functioneren van de cassatierechtspraak, waarbij de Hoge Raad, naast het bevorderen van de rechtsbescherming en het leiding geven aan de rechtsvorming, de rechtseenheid in het civiele recht en het strafrecht in Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba bewaakt, alsmede in Nederland de rechtseenheid in het belastingrecht.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.2     
      
uitgaven11 32012 30817 48912 9414 548
      
programma-uitgaven11 23212 27217 23412 8404 394
apparaatsuitgaven8836255101154
      
ontvangsten003760376
      
verplichtingen11 48712 18417 46812 9414 527

Toelichting

Uitgaven

Bij suppletore wet is het budget verhoogd tot € 18,8 miljoen. De verhoging bij suppletore wet wordt met name veroorzaakt door de verdeling van de centrale budgetten (van artikel 4.1.1.), verkregen capaciteitsmiddelen en ontvlechting van de stafdiensten. De uiteindelijke realisatie blijft daar € 1,3 miljoen bij achter.

Operationele doelstelling 4.1.3

Het scheppen van voorwaarden voor een doelmatige inzet van middelen in de Registratiekamer en de Commissie gelijke behandeling, met inachtneming van de eisen die gesteld worden aan de professionele kwaliteit.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.3     
      
uitgaven7 5225 12314 5538 5995 954
      
programma-uitgaven7 4855 11914 4488 5575 891
apparaatsuitgaven3741054263
      
ontvangsten002 21902 219
      
verplichtingen7 6335 07114 5468 5995 947

Toelichting

Uitgaven

Door middel van suppletore wetten is het budget verhoogd tot bijna € 22 miljoen. Belangrijkste redenen voor deze budgettaire verhoging zijn de toevoeging van de Centrale Justitiële Documentatiedienst en de NVvR aan dit artikel. Daarnaast is er op dit artikel tevens sprake van het effect van de ontvlechting van de voormalige centrale budgetten (zoals ICT en huisvesting). De uitgaven in 2002 zijn vooralsnog hoofdzakelijk centraal gedaan in afwachting van verdere decentralisatie naar de afzonderlijke diensten. Rekening houdend met de budgettaire wijzigingen in de loop van het jaar blijft de realisatie circa € 7,5 miljoen achter. De verklaring voor deze lagere realisatie is voor circa € 0,2 miljoen te verklaren door de onderuitputting van de gezamenlijke diensten. In het kader van de ontvlechting die in 2002 heeft plaatsgevonden (OM, RvdR en DSR) zijn diverse budgetten geplaatst op de programma/apparaatsuitgaven van de operationele doelstellingen 4.1.1 t/m 4.1.3. Deze herschikking van bestaande budgetten verklaart de overige verschillen op de programma uitgaven van deze operationele doelstellingen. Per saldo is de afwijking beperkt (circa € 0,7 miljoen).

Ontvangsten

De hier opgenomen ontvangsten betreffen voor een beperkt deel de ontvangsten in het kader van pc-privé en kinderopvang van de DSR diensten. Het belangrijkste deel wordt verklaard door ontvangsten van de CJD voor geleverde diensten, hier staan dan ook uitgaven tegenover. Ten tijde van het opstellen van de begroting was de omvang nog niet bekend, de inschatting bleek gedurende het jaar aan de lage kant te zijn waardoor er door de CJD meer is ontvangen.

Operationele doelstelling 4.1.4

Het faciliteren van ontwikkelingen op het gebied van internationalisering en rechtspraak.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.1.4     
      
uitgaven1 1631 9092191 330– 1 111
      
programma-uitgaven917001 048– 1 048
apparaatsuitgaven2461 909219281– 62
      
ontvangsten00505
      
verplichtingen1 1801 9802241 330– 1 106

Toelichting

Reeds bij suppletore wet is het budget verlaagd met ruim € 1 miljoen in verband met een overheveling naar het budget van de Raad voor de rechtspraak.

Beleidsartikel 4.2 Rechtsbijstand

Beleidsdoelstelling 4.2

Waarborgen van de toegang tot het recht voor rechtzoekenden die niet over voldoende financiële middelen beschikken en die deskundige juridische bijstand nodig hebben.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.2     
      
uitgaven235 414277 840330 662> >309 08421 578
      
ontvangsten5 57404 8024 129673
      
verplichtingen268 180310 402353 773309 08444 689

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 4.2 Rechtsbijstandverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)307 723307 7234 129
Amendement (kamerstuk 28 000, nr 23)1 3611 3610
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)309 084309 0844 129
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)6 3296 3300
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)6 3296 3300
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)15 71715 7160
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)15 71715 7160
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet22 643– 468673
5. Vast te stellen mutatie Slotwet22 643– 468673
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)353 773330 6624 802 d

Operationele doelstelling 4.2.1

Het onderhouden van een adequaat en toegankelijk stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.2.1     
      
uitgaven235 414277 840330 662309 08421 578
      
programma-uitgaven234 879277 035329 873308 38421 489
waarvan:     
– subsidies234 879277 035327 623308 38419 239
apparaatsuitgaven53580578970089
      
ontvangsten5 57404 8024 129673
      
verplichtingen268 180310 402353 773309 08444 689

Toelichting

Uitgaven

Bij de 1e en 3de suppletore begroting is het budget per saldo € 23,4 miljoen verhoogd en gebracht op € 331,1 miljoen. De realisatie wijkt daar nauwelijks van af.

Beleidsartikel 4.3 Schuldsanering natuurlijke personen

Beleidsdoelstelling 4.3

Aanbieden van wettelijke mogelijkheden om schulden te saneren van burgers in een problematische schuldensituatie die minnelijk niet oplosbaar is.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.3     
      
uitgaven8 28510 39110 60510 367238
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen18 06010 84111 26410 367897

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 4.3 Schuldsanering natuurlijke personenverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)10 36710 3670
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)10 36710 3670
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)110
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)110
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)4344340
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)4344340
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet462– 1970
5. Vast te stellen mutatie Slotwet462– 1970
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)11 26410 6050

Operationele doelstelling 4.3.1

Het onderhouden van een adequaat stelsel van wettelijke schuldsanering.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.3.1     
      
uitgaven8 28510 39110 60510  367238
      
programma-uitgaven8 10910 17910 41910 147272
waarvan:     
– subsidies8 10910 17910 41910 147272
apparaatsuitgaven176212186220– 34
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen18 06010 84111 264 ed10 367897

Beleidsartikel 4.4 Juridische dienstverlening

Beleidsdoelstelling 4.4

Waarborgen van adequate juridische dienstverlening van de gereglementeerde vrije juridische beroepen alsmede het bevorderen, waar dat adequaat is gebleken, van alternatieve vormen van geschillenbeslechting binnen het rechtssysteem.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 4.4     
      
uitgaven6 5947 8895 3178 277– 2 960
      
ontvangsten00505
      
verplichtingen7 5748 8587 7228 277– 555

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 4.4 Juridische dienstverleningverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)8 2778 2770
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)8 2778 2770
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)43430
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)43430
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)– 1 913– 1 9130
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)– 1 913– 1 9130
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet1 315– 1 0905
5. Vast te stellen mutatie Slotwet1 315– 1 0905
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)7 7225 3175

Operationele doelstelling 4.4.1

Onderhouden van een adequaat stelsel van vrije juridische beroepen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.4.1     
      
uitgaven2 5963 0613 6443 259385
      
programma-uitgaven2 1222 5083 0682 664404
waarvan:     
– subsidies2 1222 5082 8012 664137
apparaatsuitgaven474553576594– 18
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen2 9823 4455 9953 2592 736

Operationele doelstelling 4.4.2

Binnen de rechterlijke macht, de gesubsidieerde rechtsbijstand (en «overige overheden») worden projecten met mediation ontwikkeld en uitgevoerd en daarmee samenhangende investeringen in de justitiële infrastructuur gedaan.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 4.4.2     
      
uitgaven3 9984 8281 6735 019– 3 346
      
programma-uitgaven3 8884 7021 4794 881– 3 402
waarvan:     
– subsidies3 8884 7021 4794 881– 3 402
apparaatsuitgaven11012619413856
      
ontvangsten00404
      
verplichtingen4 5935 4131 7275 019– 3 292

Toelichting

Van de onderschrijding van € 3,4 miljoen is ruim € 2 miljoen reeds verwerkt in een suppletore wet. De overige onderschrijding heeft betrekking op aanvullende projecten. Van deze aanvullende projecten (naast de projecten bij de rechterlijke macht en de gefinancierde rechtsbijstand) zijn er slechts een beperkt aantal projecten tot stand gekomen.

5 – Sanctietoepassing

Beleidsartikel 5.1 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Beleidsdoelstelling 5.1

Bijdragen aan de veiligheid van de maatschappij en aan het rechtsgevoel van burgers door een effectieve tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen, in aansluiting op de karakteristieken van de onderscheiden categorieën justitiabelen en van de hen opgelegde sancties, mede met het oog op hun reïntegratie.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 5.1     
      
uitgaven1 165 9931 294 6621 367 1351 265 904101 232
      
ontvangsten002 04402 044
      
verplichtingen1 182 1661 236 5421 385 1541 265 904119 250

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 5.1 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sanctiesverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)1 264 2541 264 2540
Amendement (kamerstuk 28 000, nr 11)2502500
Amendement (kamerstuk 28 000, nr 18)1 4001 4000
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)1 265 9041 265 9040
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)36 46336 463172
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)36 46336 463172
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)67 12067 1200
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)67 12067 1200
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet15 667– 2 3521 872
5. Vast te stellen mutatie Slotwet15 667– 2 3521 872
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)1 385 1541 367 1352 044

Operationele doelstelling 5.1.1

Ontwikkelen van een bij de behoeften van de samenleving aansluitend effectief en efficiënt stelsel van straffen en maatregelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.1     
      
uitgaven2 4331 1241 225898327
      
programma-uitgaven76900284– 284
apparaatsuitgaven1 6641 1241 225614611
      
ontvangsten0031031
      
verplichtingen2 4661 2851 226898328

Operationele doelstelling 5.1.2

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen binnen het gevangeniswezen, mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie van (ex)justitiabelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.2     
      
uitgaven665 068748 165811 931> >717 36594 566
      
programma-uitgaven665 039747 960811 885717 33394 552
waarvan:     
– bijdragen665 039747 960811 885717 33394 552
apparaatsuitgaven29205463214
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen674 293748 193811 952717 36594 587

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. In deze financiële verantwoording is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Na de 3e suppletore wet was het budget verhoogd met bijna € 100 miljoen tot bijna € 817 miljoen. De realisatie wijkt daar beperkt van af.

De verhoging van € 100 miljoen is veroorzaakt door:

– (mede)financiering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ). Hiervoor is bij de 1e suppletore wet de bijdrage met € 20 miljoen verhoogd;

– het acute en op basis van de prognose-uitkomsten 2002 geprognosticeerde structurele tekort aan capaciteit bij het Gevangeniswezen. Hiervoor is € 28 miljoen aan de bijdrage toegevoegd om capaciteitsuitbreidingen voor te bereiden en te starten;

– de uitvoering van de CAO-afspraken en ter financiering van de incidentele loonontwikkeling 2002. Hiervoor is het budget met € 15,3 miljoen verhoogd;

– de verhoogde rijksbijdrage aan DJI in verband met de geplande capaciteit en gecalculeerde prijzen slaat voor € 41,1 miljoen neer op deze operationele doelstelling.

Operationele doelstelling 5.1.3

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen binnen de justitiële jeugdinrichtingen, mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie van jeugdige (ex)justitiabelen. Het borgen van voldoende opvangcapaciteit in justitiële jeugdinrichtingen ten behoeve van de uitvoering van civielrechtelijke maatregelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.3     
      
uitgaven231 763234 745259 474255 2344 240
      
programma-uitgaven231 716234 512259 405255 1824 223
waarvan:     
– bijdragen231 716234 512259 405255 1824 223
apparaatsuitgaven48233695217
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen234 978234 808259 474255 2344 240

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. In deze financiële verantwoording is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Bij suppletore wet is het budget verhoogd met € 5,6 miljoen tot 259,5 miljoen. De realisatie is hieraan nagenoeg gelijk.

De per saldo verhoging bestaat voornamelijk uit:

– (mede)financiering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ), waarvoor de bijdrage structureel is verhoogd met € 6,2 miljoen;

– voort is in 2002 het budget verhoogd ter uitvoering van de CAO-afspraken, ter financiering van de incidentele loonontwikkeling 2002 en de Overheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkeling (OVA) ten behoeve van de particuliere sector (te samen € 9,7 mln);

– de rijksbijdrage aan DJI is voor deze doelstelling gecorrigeerd met een neerwaartse raming van € 12,2 miljoen.

Operationele doelstelling 5.1.4

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van de TBS-maatregel, mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie van (ex)TBS-justitiabelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.4     
      
uitgaven78 29786 77867 80383 800– 15 997
      
programma-uitgaven78 26786 49367 75783 768– 16 011
waarvan:     
– bijdragen78 26786 49367 75783 768– 16 011
apparaatsuitgaven29285463214
      
ontvangsten00101
      
verplichtingen79 38386 80967 80383 800– 15 997

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. In deze financiële verantwoording is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Tijdens het uitvoeringsjaar 2002 is het budgettaire kader met per saldo € 16,0 miljoen verlaagd tot € 67,8 miljoen. De realisatie wijkt hier niet van af. Dit saldo van € 16,0 miljoen is medeveroorzaakt door:

– (mede)financiering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ), waardoor de bijdrage structureel verhoogd is met ruim € 1,6 miljoen;

– het budget is verhoogd met € 2,7 miljoen ter uitvoering van de CAO-afspraken, de financiering van de incidentele loonontwikkeling 2002 en de loonontwikkeling in de particuliere sector (te samen € 2,7 miljoen);

– de rijksbijdrage aan DJI is in 2002 voor deze operationele doelstelling neerwaarts gecorrigeerd met € 19,2 miljoen.

Operationele doelstelling 5.1.5

Zorgdragen voor de tijdige, volledige en ongestoorde tenuitvoerlegging van extramurale sancties ten aanzien van strafrechtelijk meerderjarigen mede ter bevordering van de maatschappelijke integratie vanuit reclasseringsoptiek.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.5     
      
uitgaven110 057128 993129 248120 9118 337
      
programma-uitgaven109 910128 606129 017120  7508 267
waarvan:     
– subsidies109 910128 606128 450120 7507 700
apparaatsuitgaven14738723116269
      
ontvangsten00505
      
verplichtingen111 584103 071143 376120 91122 465

Toelichting

De stand van het uitgavenbudget na de 3e suppletore wet bedroeg € 132,3 miljoen. De onderuitputting van € 3 miljoen vloeit deels voort uit de vertraagde uitvoering van het programma Terugdringen Recidive als gevolg van het afstemmen van het programma op het actieprogramma «Veiligheid van het nieuwe kabinet».

Operationele doelstelling 5.1.6

Waarborgen dat bij de strafrechtelijke bejegening van minderjarigen de pedagogische invalshoek wordt gerealiseerd door het adviseren van justitiële instanties, het coördineren van taakstraffen en het uitvoeren van casusregie.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 Realisatie BegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.6     
      
uitgaven42 62449 84257 56348 4999 064
      
programma-uitgaven42 46749 54357 35548 3219 034
apparaatsuitgaven15629920817731
      
ontvangsten001 46401 464
      
verplichtingen43 21514 89556 99848 4998 499

Toelichting

Uitgaven

Het budget na de 3e suppletore wet bedroeg € 51,8 miljoen. Uiteindelijk is de realisatie uitgekomen op € 57,6 miljoen.

De overschrijding op deze operationele doelstelling bedraagt derhalve circa € 5,8 miljoen en heeft de volgende oorzaken:

– het niet kunnen realiseren van de taakstelling personeel uit het Strategisch Akkoord door te lage uitstroom (€ 1 miljoen);

– de stijging van het aantal taakstraffen minderjarigen (circa € 1,5 miljoen);

– uitgaven voor forensische diagnostiek (circa € 1,3 miljoen);

– diverse extra uitgaven voor projecten, onder andere de voorbereiding van het baten-lasten stelsel, de invoering van vestigingsmanagement (gezamenlijk € 2 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangsten vallen € 1,5 miljoen hoger uit dan geraamd. Tegenover de ontvangsten staan ook uitgaven. Het betreft hier o.a. inhoudingen van personeel en ontvangsten interim vervulling. Het gaat hier voornamelijk medewerkers van de Raad die elders binnen de Raad zijn gedetacheerd. De overige ontvangsten betreffen bijdrage in de kinderopvang en USZO-gelden.

Operationele doelstelling 5.1.7

Bieden van voldoende gedifferentieerde capaciteit t.b.v. een tijdige, pedagogisch verantwoorde tenuitvoerlegging van ambulante straffen voor minderjarigen en leveren van een bijdrage aan het verminderen van recidive.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.7     
      
uitgaven22 03426 11526 00224 1571 845
      
programma-uitgaven21 87225 92725 79123 9801 811
waarvan:     
– subsidies21 87225 92725 52023 9801 540
apparaatsuitgaven16218821117734
      
ontvangsten00909
      
verplichtingen22 34027 07029 41424 1575 257

Toelichting

De belangrijkste oorzaak van de overschrijding is dat als gevolg van de in voorgaande jaren ingang gezette beleidsintensivering op het terrein van de aanpak jeugdcriminaliteit het aantal jeugdreclasseringzaken is toegenomen. Deze toename heeft als gevolg dat de uitgaven 2002 per saldo circa € 1,8 miljoen hoger zijn uitgevallen dan geraamd.

Operationele doelstelling 5.1.8

Vormgeven en permanent evalueren van wettelijke- en beleidskaders waarbinnen de Halt-afdoeningen landelijk eenduidig kunnen worden uitgevoerd, een bijdrage leveren aan samenwerking tussen de partners en een adequate doorverwijzing van minderjarigen naar andere (hulpverlenings)instanties en het bijbrengen van verantwoordelijkheidsbesef bij de dader t.a.v. aangerichte schade.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.8     
      
uitgaven9 62011 2649 92010 547– 627
      
programma-uitgaven9 53911 0819 80410 459– 655
waarvan:     
– subsidies9 53911 0819 80410 459– 655
apparaatsuitgaven811831168828
      
ontvangsten004420442
      
verplichtingen9 75411 68311 48810 547941

Toelichting

De onderuitputting heeft betrekking op het budget bedoeld voor de Halt-afdoeningen en Stop-reacties. De begroting is gebaseerd op de oude prognoses van het WODC van het aantal Halt-afdoeningen en Stop-reacties. Deze zijn te ruim gebleken.

Operationele doelstelling 5.1.9

Instandhouden en faciliteren van (een) orga(a)n(en) belast met wettelijk opgedragen onafhankelijke advies-, toezichten rechtspraaktaken op terrein van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.9     
      
uitgaven2 5623 6202 7182 809– 91
apparaatsuitgaven2 5623 6202 7182 809– 91
      
ontvangsten0080080
      
verplichtingen2 5974 1382 7202 809– 89

Operationele doelstelling 5.1.10

Het uitvoeren van het gratiebeleid.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.1.10     
      
uitgaven1 5354 0161 2511 683– 432
      
programma-uitgaven1 5283 8751 2391 675– 436
apparaatsuitgaven71411284
      
ontvangsten0010010
      
verplichtingen1 5564 5907031 683– 980

Beleidsartikel 5.2 Ontvangsten uit Boeten en Transacties

Beleidsdoelstelling 5.2

Innen van opgelegde of toegepaste financiële sancties, geldboetes en geaccepteerde transacties naar aanleiding van een wetsovertreding.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 5.2     
      
uitgaven41 15349 87359 94151 1398 802
      
ontvangsten419 686498 217511 667476 91434 753
      
verplichtingen42 67048 36359 94151 1398 802

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 5.2 Boeten en transactiesverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)51 13951 139476 914
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)51 13951 139476 914
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)7 2887 28840 000
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)7 2887 28840 000
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)2 0822 0820
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)2 0822 0820
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 568– 568– 5 247
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 568– 568– 5 247
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)59 94159 941511 667 d

Operationele doelstellingen 5.2.1

Een adequate uitvoering van de inning.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 5.2.1     
      
uitgaven41 15349 87359 94151 1398 802
      
programma-uitgaven41 15349 87359 94151 1398 802
waarvan:     
– bijdragen41 15349 87359 94151 1398 802
      
ontvangsten419 686498 217511 667476 91434 753
      
verplichtingen42 67048 36359 94151 1398 802

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap CJIB een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op operationele doelstellingen 5.2.1. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Uitgaven

De programma-uitgaven wijken € 8,8 miljoen af van de begroting doordat er als gevolg van toename van de instroom van met name de WAHV-sancties extra middelen aan het kader van het CJIB zijn toegevoegd. Daarnaast zijn er extra middelen toegewezen om de informatievoorziening te verbeteren.

Ontvangsten

De gerealiseerde ontvangsten zijn € 34,7 miljoen hoger dan de begroting (circa € 5 miljoen lager dan stand 3e suppletore wet) doordat er, als gevolg van de toename van de instroom, meer zaken (met name WAHV-sancties en transacties) zijn geïnd dan oorspronkelijk begroot.

6 – Asiel en migratie

Beleidsartikel 6.1 Toelating asiel en regulier

Beleidsdoelstelling 6.1

Het zorgdragen voor een gereguleerde toelating van vreemdelingen tot Nederland, op een maatschappelijk verantwoorde wijze, die mede recht doet aan de belangen van vreemdelingen die hier tijdelijk of definitief willen verblijven.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 6.1     
      
uitgaven252 147279 077270 863> >262 8578 006
      
ontvangsten002150215
      
verplichtingen253 883279 976269 867262 8577 010

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 6.1 Toelating asiel en regulierverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)262 857262 8570
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)262 857262 8570
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)9 3999 3990
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)9 3999 3990
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)4 2614 2610
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)4 2614 2610
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 6 650– 5 654215
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 6 650– 5 654215
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)269 867270 863215

Operationele doelstelling 6.1.1

Het binnen de gestelde termijn(en) verstrekken of onthouden van verblijfsvergunningen of het nemen van een besluit inzake naturalisatie of het verstrekken van visa binnen de wettelijke kaders en internationale verplichtingen, op basis van een geraamd aantal te behandelen aanvragen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.1.1     
      
uitgaven250 690277 158268 212261 3496 863
      
programma-uitgaven250 690277 158268 212261 3496 863
waarvan:     
– bijdragen250 514276 828267 893261 1666 727
– subsidies176330319183136
      
ontvangsten0033033
      
verplichtingen252 426277 272268 370261 3497 021

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Bij suppletore wetten is het budget op deze operationele doelstelling verhoogd met circa € 12,5 miljoen tot € 273,9 miljoen. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door uitbreiding van de Vreemdelingenkamers met € 5 miljoen, het aandeel in het budget Terrorismebestrijding en het aandeel in het Tolken-budget. De realisatie ten opzichte van de stand bij de 3e suppletore wet blijft daar met bijna € 6 miljoen bij achter. Dit is met name het gevolg van vertraging in het Biometrie-project.

Operationele doelstelling 6.1.2

Het permanent evalueren en zonodig aanpassen van de wettelijke en internationale kaders.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.1.2     
      
uitgaven1 4571 9192 6511 5081 143
      
apparaatsuitgaven1 4571 9192 6511 5081 143
      
ontvangsten001820182
      
verplichtingen1 4572 7041 4971 508– 11

Toelichting

Uitgaven

Het verschil van € 1,1 miljoen wordt veroorzaakt door hogere uitgaven ten behoeve van het aanpassen van de Gemeentelijke Basis Administratie. Het realiseren van de aanpassing was gepland in 2001. Door een gewijzigde prioriteitenstelling heeft de uitvoering in 2002 zijn plaats gevonden. Een en ander is reeds bij suppletore wet geformaliseerd.

Beleidsartikel 6.2 Asielopvang

Beleidsdoelstelling 6.2

Het zorgdragen voor een sobere doch humane opvang van vreemdelingen die daar recht op hebben, rekening houdend met ruimtelijke en maatschappelijke inpasbaarheid en met het in EU-verband gevoerde opvangbeleid.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 6.2     
      
uitgaven964 6671 106 8511 015 529895 326120 203
      
ontvangsten214 840272 215100 228167 917– 67 689
      
verplichtingen996 5111 036 862772 958895 326– 122 368

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 6.2. Asielopvangverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)896 687896 687167 917
Amendement (kamerstuk 28 000, nr 23)– 1 361– 1 3610
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)895 326895 326167 917
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)50 27650 276– 63 183
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)50 27650 276– 63 183
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)64 04164 041– 12 325
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)64 04164 041– 12 325
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 236 6855 8867 819
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 236 6855 8867 819
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)772 9581 015 529100 228

Operationele doelstelling 6.2.1

Het bieden van voldoende sobere doch humane, immateriële en materiële opvangfaciliteiten aan vreemdelingen die daar recht op hebben, welke zijn afgestemd op de toelatingsprocedures en op basis van een geraamd aantal op te vangen asielzoekers.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.1     
      
uitgaven955 8821 096 7701 004 414887 160117 254
      
programma-uitgaven955 6751 096 3731 004 050886 968117 082
waarvan:     
– bijdragen948 3421 084 867993 513880 152113 361
– subsidies7 33311 50610 5376 8163 721
apparaatsuitgaven207397364192172
      
ontvangsten214 090272 21597 421167 327– 69 906
      
verplichtingen987 4361 027 418762 760887 160– 124 400
waarvan:     
– garanties001920000192000

Toelichting

Uitgaven

De uitgaven betreffen subsidietoekenningen aan het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers. Reeds bij de suppletore wetten is in de loop van het jaar het budget met circa € 110 miljoen verhoogd tot € 997 miljoen. De uiteindelijke realisatie is € 7 miljoen hoger uitgekomen. De totale toevoeging komt aldus uit op € 117 miljoen.

De belangrijkste oorzaak is dat in de centrale opvang van asielzoekers gemiddeld 81 218 asielzoekers zijn opgevangen. Dit is 17 461 meer dan begroot. Als gevolg hiervan is een bedrag van € 225,8 miljoen meer uitgegeven. Omdat in 2002 ook besparingen zijn ingevuld, gebruik werd gemaakt door goedkopere vormen van opvang (Centrale opvang Woningen, Zelfzorg Arrangement) is in totaal € 116,5 miljoen minder uitgegeven.

Voorts is aan tijdelijke noodvoorzieningen vreemdelingen per saldo € 7,7 miljoen minder uitgegeven, voornamelijk vanwege een lagere bezetting. Aan huisvestingsvoorzieningen voor basis en voorgezet onderwijs is ruim € 7 miljoen meer uitgegeven. Ten slotte zijn er uitgaven van de decentrale opvang van asielzoekers (€ 0,7 miljoen) en het AMA-campus project (€ 3,7 miljoen).

Ontvangsten

De ontvangsten-raming is vanwege de lagere instroom van asielzoekers bij suppletore wet verlaagd tot € 89,1 miljoen. De uiteindelijke realisatie wijkt hier circa € 8,3 miljoen vanaf. Dit verschil bestaat grotendeels uit hogere renteontvangsten door het COA van € 7,6 miljoen.

Operationele doelstelling 6.2.2

Het ondersteunen van activiteiten die verband houden met belangenbehartiging van asielzoekers en andere groepen vreemdelingen (= de opvanggerelateerde subsidies).

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.2     
      
uitgaven8 3719 6057 5277 781– 254
      
programma-uitgaven8 1649 3787 3497 589– 240
waarvan:     
– subsidies8 1649 3787 2287 589– 361
apparaatsuitgaven207227178192– 14
      
ontvangsten749023590– 567
      
verplichtingen8 6478 9987 3657 781– 416

Operationele doelstelling 6.2.3

Het evalueren en ontwikkelen van opvangbeleid en daaraan gerelateerde wet- en regelgeving.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.3     
      
uitgaven207238179193– 14
      
apparaatsuitgaven207238179193– 14
      
ontvangsten0023023
      
verplichtingen214223179193– 14

Operationele doelstelling 6.2.4

Het zorgvuldig behandelen van projectaanvragen die worden ingediend in het kader van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) en het adequaat beheren van de (voor Nederland) beschikbare EVF-middelen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.2.4     
      
uitgaven2072383 4091923 217
      
programma-uitgaven003 16003 160
apparaatsuitgaven20723824919257
      
ontvangsten002 76102 761
      
verplichtingen2142232 6541922 462

Toelichting

Uitgaven

In 2002 is het projectsecretariaat EVF uitgevoerd door het ministerie van Justitie. Dit ministerie is aangewezen als beheer- en controleautoriteit van het EVF in Nederland. De Europese Unie heeft in 2002 een bedrag van € 4,3 miljoen beschikbaar gesteld. Om praktische reden is er voor gekozen om het budget van EVF binnen de begroting te brengen. Als gevolg hiervan zijn bij Najaarsnota 2002 aan de begroting EVF-budgetten toegevoegd.

Ontvangsten

Betreft ontvangsten uit hoofde van bovengenoemde toezeggingen van Brussel in het kader van het EVF.

Beleidsartikel 6.3 Toezicht en terugkeer vreemdelingen

Beleidsdoelstelling 6.3

Het tegengaan van illegaal verblijf in Nederland en het bevorderen van terugkeer, teneinde negatieve maatschappelijke en sociale effecten te voorkomen.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Beleidsdoelstelling 6.3     
      
uitgaven116 528129 894124 356> >127 859– 3 503
      
ontvangsten09601330133
      
verplichtingen116 741130 100124 417127 859– 3 442

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Beleidsartikel 6.3. Toezicht en terugkeer vreemdelingenverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)127 859127 8590
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)127 859127 8590
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)4 6884 6880
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)4 6884 6880
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)– 8 400– 8 4000
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)– 8 400– 8 4000
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet270209133
5. Vast te stellen mutatie Slotwet270209133
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)124 417124 356133

Operationele doelstelling 6.3.1

Het tegengaan van illegale toegangsverschaffing tot Nederland.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.1     
      
uitgaven6725 59371970712
      
programma-uitgaven6725 59371970712
waarvan:     
– bijdragen6725 59371970712
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen6735 59371970712

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.3.2

Het opsporen van vreemdelingen – en in voorkomend geval het in bewaring nemen van vreemdelingen – die illegaal in Nederland verblijven, met als prioriteiten criminele vreemdelingen en vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en overlast veroorzaken (inclusief grenslogies).

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.2     
      
uitgaven94 98396 38199 125105 170– 6 045
      
programma-uitgaven94 98396 38199 125105 170– 6 045
waarvan:     
– bijdragen94 78796 07198 806104 964– 6 158
– subsidies196310319206113
      
ontvangsten0029029
      
verplichtingen95 15696 34099 186105 170– 5 984

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap DJI een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 4 operationele doelstellingen, nl. 5.1.2, 5.1.3, 5.1.4 en 6.3.2. Het ministerie van Justitie betaalt tevens aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Tijdens het uitvoeringsjaar 2002 is het budget bij suppletore wet met € 6,4 miljoen verlaagd tot € 99,1 miljoen. De realisatie komt overeen met het beschikbare budget.

De per saldo verlaging is voornamelijk veroorzaakt door:

– (mede)financiering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ) is de bijdrage structureel verhoogd met ruim € 2,2 miljoen;

– de rijksbijdrage aan DJI is in 2002 voor deze operationele doelstelling neerwaarts gecorrigeerd met € 9,7 miljoen.

Operationele doelstelling 6.3.3

Het bevorderen van (vrijwillig) vertrek van vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en van uitgeprocedeerden.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.3     
      
uitgaven13 52216 56014 47214 240232
      
programma-uitgaven13 52216 56014 47214 240232
waarvan:     
– bijdragen13 52216 56014 47214 240232
      
ontvangsten0960000
      
verplichtingen13 54716 51914 47214 240232

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

Operationele doelstelling 6.3.4

Het verwijderen van vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven en van uitgeprocedeerden.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.4     
      
uitgaven6 78310 5359 2557 1 432 112
      
programma-uitgaven6 78310 5359 2557 1432 112
waarvan:     
– bijdragen6 78310 5359 2557 1432 112
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen6 79510 5019 2557 1432 112

Toelichting

Het ministerie van Justitie betaalt aan het agentschap IND een jaarlijkse rijksbijdrage. Deze kasuitgave is verantwoord op 5 operationele doelstellingen, nl. 6.1.1, 6.3.1, 6.3.2, 6.3.3 en 6.3.4. In deze beleidsmatige toelichting is de feitelijke kasbetaling van de rijksbijdrage opgenomen. In de beleidsmatige toelichting zijn de prestatie- en volumegegevens vermeld. De feitelijke kosten daarvan komen naar voren in de agentschapsverantwoording.

In het kader van de intensivering van terugkeer asielzoekers uit de oude stappenplannen is de capaciteit van de IND in de loop van 2002 bij suppletore wet uitgebreid met € 2 miljoen en het budget is daardoor gebracht op € 9,2 miljoen. De realisatie is gelijk aan dit verhoogde budget.

Operationele doelstelling 6.3.5

Het – op basis van internationale verdragen – ontwikkelen van wet- en regelgeving en het vormgeven van beleidskaders waarbinnen de uitvoeringsorganisaties illegaal verblijf in Nederland kunnen tegengaan en een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een verdergaande harmonisatie van het beleid op het vlak van tegengaan illegaal verblijf.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 6.3.5     
      
uitgaven569825785599186
apparaatsuitgaven569825785599186
      
ontvangsten001040104
      
verplichtingen5701 147785599186

HOOFDSTUK 8 – FINANCIËLE TOELICHTING NIET-BELEIDSARTIKELEN

Niet-beleidsartikel 7.1 Algemeen

Zorgdragen voor een effectieve organisatie van het bestuursdepartement.

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 7.1.1     
      
uitgaven118 711153 978178 683139 44639 237
      
programma-uitgaven6 56927 01710 53714 598– 4 061
waarvan:     
– subsidies6 5698 76910 51014 598– 4 088
apparaatsuitgaven112 142126 961168 146124 84843 298
      
ontvangsten15 63016 93617 0162 66114 355
      
verplichtingen138 522175 129160 451137 31423 137

Toelichting

Uitgaven

Tijdens de begrotingsuitvoering zijn er diverse budgetten toegevoegd aan dit budget. Vaak betroffen dat budgetten die in een latere fase aan het juiste beleidsartikel zijn toebedeeld. De stand na de 3e suppletore wet bedroeg bijna € 175 miljoen. De realisatie wijkt daar met circa € 178 miljoen slechts beperkt van af.

Ontvangsten

In de loop van het jaar is de ontvangstenraming bij suppletore wet verhoogd tot € 4,3 miljoen. De realisatie is substantieel hoger uitgekomen (€ 17,0 miljoen). De hogere ontvangsten van € 12,7 miljoen hebben de volgende oorzaken: er is ca € 6 miljoen meer ontvangen aan restituties van onder meer AAF, USZO en ABP. Daarnaast is bijna € 4 miljoen extra ontvangen wegens doorberekening van diensten en ca. € 2,5 miljoen wegens verrekende personeelsuitgaven, voornamelijk contracten voor interimfuncties.

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Niet-beleidsartikel 7.1. Algemeenverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)138 964141 0962 661
Amendement (kamerstuk 28 000, nr 11)– 250– 2500
Amendement (kamerstuk 28 000, nr 18)– 1 400– 1 4000
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)137 314139 4462 661
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)163 554161 4210
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)163 554161 4210
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)– 126 119– 126 1181 620
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)– 126 119– 126 1181 620
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 14 2983 93412 735
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 14 2983 93412 735
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)160 451178 68317 016

Niet-beleidsartikel 7.2 Nominaal en onvoorzien

– Loonbijstelling

– Prijsbijstelling

– Onvoorzien

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 7.2.1     
      
uitgaven00000
      
ontvangsten00000
      
verplichtingen00000

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Niet-beleidsartikel 7.2. Nominaal en onvoorzienverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)000
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)000
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)000
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)000
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)17 30717 3070
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)17 30717 3070
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 17 307– 17 3070
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 17 307– 17 3070
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)000

Niet-beleidsartikel 7.3 Geheime uitgaven

Geheime uitgaven

Budgettaire gevolgen van het beleid bedragen x € 1 000
 RealisatieBegrotingVerschil
 2000200120022002 
Operationele doelstelling 7.3.1     
      
uitgaven1 6441 8919791 954– 975
      
programma-uitgaven1 5951 8358951 895– 1 000
waarvan:     
– bijdragen1 5951 8358951 895– 1 000
apparaatsuitgaven4956845826
      
ontvangsten018000
      
verplichtingen1 6551 9011 0071 954– 947

Verdiepingsbijlage: budgettaire geschiedenis 2002

bedragen x € 1 000
Niet-beleidsartikel 7.3. Geheime uitgavenverplichtingenuitgavenontvangsten
Ontwerp-begroting 2002 (kamerstuk 28 000-VI, nr 1)1 9541 9540
1. Vastgestelde begroting 2002 (Stb. 2002, nr 154)1 9541 9540
    
Mutaties 1e suppletore begroting (Voorjaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 300, nr 1)– 1– 10
2. Vastgestelde mutatie 1e suppletore 2002 (Stb. 2002, nr 351)– 1– 10
    
Mutaties 2e suppletore begroting   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 451, nr 1)000
3. Vastgestelde mutatie 2e suppletore 2002000
    
Mutaties 3e suppletore begroting (Najaarsnota)   
Ontwerp-suppletore begroting (kamerstuk 28 700, nr 1 en 4)64640
4. Vastgestelde mutatie 3e suppletore 2002 (Stb. 2003, nr 43)64640
    
Mutaties Slotwet   
Ontwerp-Slotwet– 1 010– 1 0380
5. Vast te stellen mutatie Slotwet– 1 010– 1 0380
    
Totaal geraamd tevens realisatie 2002(1+2+3+4+5)1 0079790

HOOFDSTUK 9 – SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2002 van het Ministerie van Justitie bedragen in €
Debetzijde van de saldibalans20022001
Uitgaven ten laste van de begroting5 155 125 609,684 928 204 410,05
Liquide middelen1 586 230,48917 033,08
Uitgaven buiten begrotingsverband7 003 363,107 202 327,82
Openstaande rechten0,000,00
Extra-comptabele vorderingen325 372 370,53316 177 591,94
Tegenrekening extra-comptabele schulden0,000,00
Voorschotten5 251 953 785,503 067 788 116,56
Tegenrekening garantieverplichtingen47 264 800,0048 669 045,00
Tegenrekening openstaande verplichtingen2 191 900 961,291 717 800 108,61
Deelnemingen0,000,00
Totaal12 980 207 120,5810 086 758 633,06
Creditzijde van de balans20022001
Ontvangsten ten gunste van de begroting865 587 381,521 070 954 701,94
Rekening-courant RIC4 164 385 699,333 731 197 135,24
Ontvangsten buiten begrotingsverband133 742 122,41131 987 850,66
Tegenrekening openstaande rechten0,000,00
Tegenrekening extra-comptabele vorderingen325 372 370,53318 174 217,68
Extra-comptabele schulden0,000,00
Tegenrekening voorschotten5 251 953 785,503 067 975 573,93
Garantieverplichtingen47 264 800,0048 669 045,00
Openstaande verplichtingen2 191 900 961,291 717 800 108,61
Tegenrekening deelnemingen0,000,00
Totaal12 980 207 120,5810 086 758 633,06

De Minister van Justitie,

namens de Minister,

de directeur van de Directie Financieel-Enonomische Zaken,

M.C.J. Groothuizen

Toelichting op de saldibalans per 31 december 2002 van het Ministerie van Justitie

Onderstaand wordt een toelichting verstrekt op de posten die zijn opgenomen in de saldibalans per 31 december 2002.

Op 1 januari 2002 is een nieuw rekeningschema in gebruik genomen. Daar waar in het verleden door de decentrale diensten een maandverantwoording werd aangeleverd die op een hoger aggegratieniveau in de centrale financiële administratie werd verwerkt, boeken thans alle decentrale diensten in één financieel systeem, waarbij één rekeningschema wordt gehanteerd. Dit heeft onder andere een (eenmalige) wijziging in de rubricering tot gevolg.

Met ingang van de slotwet 2002 wordt de verantwoording van de Raad voor de Rechtspraak en de gerechten separaat aangeleverd.

Deze separate aanlevering vloeit voort uit de invoering van de Wet op de Rechtelijk Organisatie. De feitelijk splitsing van de arrondissementale financiële administratie in een deel voor de Raad voor de Rechtspraak en een deel voor het Openbaar Ministerie zal per 1 januari 2004 plaatsvinden. Ten behoeve van de departementale financiële verantwoording is ervoor gekozen om per balansrekening het saldo van de rekening op basis van een procentuele verdeling te scheiden.

Debetzijde van de saldibalans

Uitgaven ten laste van de begroting

De post uitgaven ten laste van de begroting geeft per jaar de volgende stand:

 20022001
Uitgaven ten laste van de begroting 20010,004 928 204 410,05
Uitgaven ten laste van de begroting 20025 155 125 609,680,00

De post «uitgaven ten laste van de begroting 2002» geeft het totaal weer van de in het jaar verantwoorde begrotingsuitgaven. Volledigheidshalve wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting van de verantwoording waarin deze uitgaven nader worden toegelicht.

Onder het hoofd «uitgaven ten laste van de begroting 2001» is het totaalbedrag opgenomen van de begrotingsuitgaven over het begrotingsjaar 2001. De afrekening in 2002 heeft plaatsgevonden op initiatief van het ministerie van Financiën nadat de Slotwet over het begrotingsjaar 2001 door de Staten-Generaal was goedgekeurd.

Liquide middelen

De liquide middelen worden als volgt gespecificeerd:

 20022001
Kas146 365,43180 134,44
Postbank1 434 354,98732 764,32
Bank5 510,074 134,32
Saldo liquide middelen1 586 230,48917 033,08

Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

De uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen) worden als volgt gespecificeerd:

 20022001
Vorderingen buiten begrotingsverband3 346 357,902 518 070,60
Door te belasten uitgaven2 041 836,881 220 882,00
Salarisvoorschotten432 079,27740 082,24
Nog te betalen premies29 313,080,00
Tussenrekening liquide middelen0,001 610 484,18
Nog te verantwoorden salarisjournaal1 153 775,971 112 808,80
Saldo uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)7 003 363,107 202 327,82

Vorderingen buiten begrotingsverband Ministerie

De vorderingen ultimo december 2002 hebben voornamelijk betrekking op salarisvorderingen op (ex)personeelsleden.

Door te belasten uitgaven

Het saldo van deze post wordt voornamelijk gevormd door projecten die door het ministerie van Justitie worden uitgevoerd en waarbij de uitgaven en ontvangsten, als gevolg van het kasstelsel, niet binnen hetzelfde jaar worden verantwoord.

Salarisvoorschotten

Op deze rekening worden de salarisvoorschotten verantwoord die door de decentrale diensten zijn verstrekt na goedkeuring van desalarisadministratie. Het verstrekte voorschot wordt vervolgens op het salaris van de medewerker ingehouden.

Nog te betalen premies

Het betreft hier met name het verschil tussen de inhoudingen ZFW op het salaris en de voorschotbetaling aan GAK.

Nog te verantwoorden salarisjournaal

Het betreft hier mutaties uit het salarisjournaal die om diverse uiteenlopende redenen via een balansboeking worden gejournaliseerd.

Na onderzoek door de salarisadministratie vindt verantwoording van de posten plaats.

Extra-comptabele vorderingen

 20022001
Vorderingen binnen begrotingsverband325 372 370,53316 177 591,94
   
Saldo extra-comptabele vorderingen325 372 370,53316 177 591,94
   
Nadere uiteenzetting opbouw openstaande vorderingen  
   
Vorderingen binnen begrotingsverband 325 372 370,53
Vorderingen buiten begrotingsverband 3 346 357,90
   
Totaal 328 718 728,43
   
Een onderscheid naar Justitie-organisatie geeft het volgende beeld:  
   
Justitiebrede salarisvorderingen (buiten begrotingsverband) 3 188 506,38
Bestuursdepartement 8 916 013,67
Jeugdbescherming en Reclassering 231 062,48
Rechtshandhaving 41 397,59
Rechtspleging 1 392 303,61
CJIB 314 949 444,70
   
Naar aard kunnen de vorderingen als volgt worden ingedeeld:  
   
Salarisvorderingen op ex-personeel 3 188 506,38
Ministeries 1 847 734,32
Semi-overheden/gesubsidieerde instellingen 952 340,81
Leges notarissen 1 078 386,39
Voorlopig buiten invordering gestelde vorderingen 975 015,70
Eènmalige debiteuren 737 257,89
Advocaten rechtspraak 253 629,64
Strafrechtelijke boetes (STRABIS) 129 186 100,00
Sancties (wet Mulder) 146 824 684,00
Vorderingen opgelegde ontnemingsmaatregelen 38 938 660,00
Derden 4 736 413,30

Op basis van ervaringscijfers van het CJIB mag worden aangenomen dat het inningspercentage van de strafrechtelijke boetes voor 2003 op 65,0% en voor de Mulder-feiten voor 2003 op 94,0% kan worden gesteld. Het betreft hier het percentage van zaken die binnen één jaar zijn geïnd cq zijn afgedaan.

Opbouw van de vorderingen gerangschikt naar ouderdom is als volgt:

bedragen x € 1 miljoen
Jaar waarin de vordering is ontstaan Bedrag
<1999 4,2
1999 4,7
2000 27,2
2001 74,6
2002 218,0
Totaal 328,7
   
Omzetgegevens debiteuren over het jaar 2002aantalbedrag
Stand per 1 januari 20023 673 210305,3
Bij: opgeboekte vorderingen9 799 976882,8
 13 473 1861 188,1
Af: betaalde vorderingen8 934 653761,8
Af: correcties581 05197,6
Stand per 31 december 20023 957 482328,7

Voorschotten

De post voorschotten wordt als volgt gespecificeerd.

bedragen x €
 20022001
Voorschotten gesubsidieerde instellingen5 062 218 604,792 959 166 972,33
Incidentele reisvoorschotten652 812,00557 114,23
Doorlopende reisvoorschotten22 172,3719 468,13
Kasvoorschothouders36 979,1615 218,77
Voorschotten PC-privé1 500 881,782 814 006,43
Overige voorschotten187 522 335,40105 215 336,67
Saldo voorschotten5 251 953 785,503 067 788 116,56

Het totaalbedrag van de in 2002 afgerekende voorschotten bedraagt € 394,6 miljoen. Een en ander wordt onderstaand gespecificeerd.

bedragen x € 1 miljoen
Voorschotten gesubsidieerde instellingen375,50
Overige voorschotten19,10

Opbouw van de voorschotten (x € 1 miljoen) gerangschikt naar ouderdom is als volgt:

JaarSubsidiesOverige voorschotten
<1999129,91,0
1999152,09,4
2000374,531,4
20011 924,336,6
20022 481,5111,3
Totaal5 062,2189,7

Overeenkomstig de subsidievoorschriften dienen de gesubsidieerde instellingen binnen dertien weken na afloop van het boekjaar een door een registeraccountant gecertificeerde jaarrekening bij het ministerie van Justitie in te dienen. Na controle en accoordbevinding van de stukken wordt de subsidie definitief vastgesteld en vindt de verrekening met de verstrekte voorschotten plaats. Indien in afwijking van de wens van een gesubsidieerde instelling een of meerdere posten uit de jaarrekening niet subsidiabel worden verklaard, vindt overleg met betrokkenen plaats, alvorens tot vaststelling van de exploitatiesubsidie wordt overgegaan. Bij de overige voorschotten bestaat het saldo voornamelijk uit betalingen waarbij de bijbehorende prestatie op het moment van de betaling nog niet is verricht.

Tegenrekening garantieverplichtingen

De tegenrekening garantieverplichtingen geeft de volgende stand

 20022001
Tegenrekening garantieverplichtingen47 264 800,0048 669 045,00

Tegenrekening openstaande verplichtingen

 20022001
Tegenrekening openstaande verplichtingen2 191 900 961,291 717 800 108,61

De tegenrekening openstaande verplichtingen maakt onderdeel uit van de obligoboeking openstaande verplichtingen.

Creditzijde van de saldibalans

Ontvangsten ten gunste van de begroting

De post ontvangsten ten gunste van de begroting geeft per jaar de volgende stand:

 20022001
Ontvangsten ten gunste van de begroting 20010,001 070 954 701,94
Ontvangsten ten gunste van de begroting 2002865 587 381,520,00

De post «ontvangsten ten gunste van de begroting 2002» geeft het totaal weer van de in het jaar verantwoorde begrotingsontvangsten.

Volledigheidshalve wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting van de verantwoording waarin deze ontvangsten nader worden toegelicht.

Rekening-courant RIC

De post rekening-courant Rijksbegrotingsinformatiecentrum gebegint de volgende stand:

 20022001
Rekening-courant RIC4 164 385 699,333 731 197 135,24

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weer. Het saldo sluit aan met het Rekening-Courant overzicht van de Afdeling RijksbegrotingsInformatieCentrum van het Ministerie van Financiën.

Ontvangsten buiten begrotingsverband

De post ontvangsten buiten begrotingsverband wordt als volgt gespecificeerd:

 20022001
RC-kasbeheerders7 826 054,23162 129,95
Vooruit ontvangen bedragen11 471 502,6418 450 610,89
Af te dragen inhoudingen40 466 115,2940 912 711,27
Nog te betalen premies0,0027 702,63
Te verrekenen BTW10 308,0010 057,58
Tussenrekening liquide middelen957 370,820,00
Af te wikkelen proceskosten113 420,241 979 886,64
Af te wikkelen OM24 860 526,0220 433 537,10
Gedeponeerde geldsommen267 987,344 461 334,62
Nog te verantwoorden posten conversie0,00230 867,15
Conservatoir IBG47 768 837,8345 319 012,83
Saldo ontvangsten buiten begrotingsverband(intra-comptabele schulden)133 742 122,41131 987 850,66

RC-kasbeheerders

Met de onder het ministerie ressorterende kasbeheerders wordt een Rekening Courantverhouding aangehouden. Het saldo wordt normaliter veroorzaakt door een tijdsverschil tussen het boeken in de concernadministratie en de decentrale financiële administratie.

Doordat dit jaar door de Raad voor de Rechtspraak een separate verantwoording wordt aangeleverd, zijn de posten die hierop betrekking hebben uit de saldibalans geëlimineerd. Om die reden bedraagt het Rekening Courant saldo met de Raad voor de Rechtspraak ruim € 7,6 miljoen.

Vooruit ontvangen bedragen

Het saldo van deze rekening bestaat voornamelijk uit sociale lasten over de maand december die bij de agentschappen in rekeningis gebracht. Deze bedragen zijn in januari 2002 aan de diverse instanties afgedragen. Daarnaast wordt het creditsaldo opgenomen van de projecten die door het Ministerie van Justitie worden uitgevoerd en waarbij de uitgaven en ontvangsten, als gevolg van het kasstelsel, niet binnen hetzelfde jaar verantwoord worden.

Af te dragen inhoudingen

Op de rekening af te dragen inhoudingen is met name de loonheffing verantwoord, die in de maand december 2002 op de ambtenarensalarissen is ingehouden. In de maand januari 2003 is deze post aan de Belastingdienst afgedragen.

Tussenrekening liquide middelen

Op deze rekening worden met name de ontvangsten, waarbij er op het moment van ontvangst nog geen zekerheid bestaat over de bestemming van het geld.

Af te wikkelen proceskosten

Deze rekening geeft het saldo weer van de proceskosten die nog met partijen moet worden afgerekend. Als gevolg van de gekozen verdeelsleutel bij de eliminatie van de ZM-posten, blijft een gedeelte van het saldo op de saldibalans van het Ministerie staan.

Af te wikkelen OM

Bedragen die in het kader van het «vrijlaten op borgtocht» van een verdachte zijn ontvangen, worden op deze rekening verantwoord.

Daarnaast wordt deze rekening gecrediteerd voor de gelden die inbeslag genomen zijn. De uiteindelijke bestemming van de gelden kan worden bepaald door een uitspraak van de rechter in de desbetreffende zaak of door het Openbaar Ministerie. Een dergelijke beslissing kan leiden tot geheel of gedeeltelijke teruggave of verbeurdverklaring van het inbeslag genomen geld.

Gedeponeerde geldsommen

Op deze rekeningen worden de bij (tussen)vonnis, arrest of beschikking bepaalde depotsommen in niet toegevoegde zaken verantwoord. Als gevolg van de gekozen verdeelsleutel bij de eliminiatie van de ZM-posten, blijft een gedeelte van het saldo op de saldibalans van het Ministerie staan.

Conservatoir In Beslaggenomen Gelden

Het creditsaldo op deze rekening wordt gevormd door de gelden waarop in het kader van ontmeningsmaatregelen conservatoir beslag is gelegd.

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

De post tegenrekening extra-comptabele vorderingen wordt als volgt gespecificeerd:

 20022001
Tegenrekening extra-comptabele vorderingen325 372 370,53318 174 217,68

De tegenrekening extra-comptabele vorderingen maakt onderdeel uit van de obligoboeking van de extra-comptabele vorderingen.

Tegenrekening voorschotten

De tegenrekening voorschotten maakt onderdeel uit van de obligoboeking van de openstaande voorschotten.

 20022001
Tegenrekening voorschotten5 251 953 785,503 067 975 573,93

Garantieverplichtingen

De rekening garantieverplichtingen geeft de volgende stand:

 20022001
Garantieverplichtingen47 264 800,0048 669 045,00

Staat van de garantieverplichtingen per 31 december 2002 (bedragen x € 1 000)

Garanties financiering van gebouwen particuliere inrichtingen 43 400,00
Garanties voor procesrisico's van faillissementscuratoren 3 864,80
Openstaande garantieverplichtingen per 31 december 2002 47 264,80

Garanties financiering van gebouwen particuliere inrichtingen

DJI geeft garanties af voor de financiering van gebouwen van particuliere inrichtingen. Tot en met 2002 bedraagt het bedrag van de afgegeven garanties 43,4 miljoen. Het betreft de garantie voor de aflossings- en renteverplichting op de door de particuliere inrichtingen afgesloten leningen. In voorgaande jaren is deze garantieverplichting opgenomen in de verantwoording van het agentschap DJI. In het jaar 2002 zijn geen nieuwe garantieverplichtingen aangegaan. Het rente percentage voor 2002 bedraagt gemiddeld 6,9%. Het feitelijke risico kan in theorie op 100% worden gesteld.

Garanties voor procesrisico's van faillissementscuratoren

De wettelijke grondslag voor het aangaan van de garantieverplichtingen is opgenomen in de 3e Antimisbruikwet van 16 mei 1986.

Het feitelijk risico op 31 december kan op basis van ervaringscijfers gesteld worden op 6,5% van de verleende garanties.

Het renterisico van de garantieverplichtingen is te verwaarlozen.

Openstaande verplichtingen

De rekening openstaande verplichtingen geeft de volgende stand:

 20022001
Openstaande verplichtingen2 191 900 961,291 717 800 108,61

Staat van de openstaande verplichtingen per 31 december 2002 (bedragen x € 1 000)

Openstaande verplichtingen per 1 januari 2002 1 717 801
Aangegane verplichtingen in het begrotingsjaar 20025 629 225 
Tot betaling gekomen in het begrotingsjaar 2002– 5 155 126 
  474 100
Openstaande verplichtingen per 31 december 2002 2 191 901

Het deel van de aangegane verplichtingen per 31 december 2002 dat nog niet tot uitgaven heeft geleid

Artikelnr.Omschrijvingbedragen x € 1 000
0101Strategie7 631
0201Wetgeving291
0202Wetgevingskwaliteitbeleid4 456
0301Criminaliteitspreventie4 065
0302Slachtofferzorg8 784
0303Rechtshaving39 249
0304Jeugdbescherming290 336
0401Rechtspleging660 825
0402Rechtsbijstand303 876
0403Schuldsanering natuurlijke personen10 807
0404Juridische dienstverlening2 662
0501Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties163 392
0601Toelating asiel en regulier386
0602Asielopvang639 917
0603Toezicht en terugkeer vreemdelingen262
0701Niet-beleidartikel Algemeen54 934
0703Niet-beleidsartikel Geheime uitgaven28
  2 191 901

HOOFDSTUK 10 DE BATEN EN LASTENDIENSTEN

01 IMMIGRATIE- EN NATURALISATIEDIENST

Balans per 31 december 2002

bedragen in € 1 000
OmschrijvingBalans 2002Balans 2001
Activa  
Immateriële activa
Materiële activa34 21838 766
* Grond, gebouwen en verbouwingen5 0904 757
* Installaties en inventarissen10 2069 562
* Overige materiële vaste activa18 92224 447
Voorraden709380
Debiteuren4 5822 459
Nog te ontvangen moederdepartement614934
Nog te ontvangen5 5663 465
Liquide middelen66612 856
Totaal activa46 35558 860
   
Passiva  
Eigen Vermogen– 14 0817 912
* Exploitatiereserve7 91210 208
* Verplichte reserves
* Onverdeeld resultaat– 21 993– 2 296
Lening bij het MvF28 79417 670
Voorzieningen773
Crediteuren10 8054 413
Vooruit ontvangen projectgelden4 437
Nog te betalen20 83723 655
Totaal passiva46 35558 860

Toelichting op de balans

Waarderingsgrondslagen

Algemeen

Voor zover niet anders vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde inclusief BTW. De activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend in Euro tegen de koers per balansdatum.

Alle bedragen zoals opgenomen zijn, tenzij anders vermeld, in € 1 000.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschafwaarde inclusief BTW, verminderd met de lineaire afschrijvingen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat:

1. het actief langer dan 1 jaar wordt gebruikt voor de bedrijfsvoering van de IND;

2. het economisch eigendom ligt bij de IND en;

3. de aanschafwaarde van de individuele goederen gelijk is aan of groter is dan € 500 (inclusief BTW).

De afschrijvingen geschieden overeenkomstig de geschatte economische levensduur en zijn berekend op basis van de aanschafwaarde verminderd met de geschatte restwaarde.

Afschrijvingstermijnen
OmschrijvingTermijn
GrondNiet afschrijven
Gebouwen30 jaar
Verbouwingen5 jaar
Inventarissen/installaties5 jaar
Computer hard- en software4 jaar
Vervoermiddelen4 jaar

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen aanschafwaarde onder aftrek van een voorziening voor incourantheid.

Debiteuren

De debiteuren zijn opgenomen tegen nominale waarde, zijnde de factuurwaarde, verminderd met de noodzakelijke geachte voorzieningen voor oninbaarheid.

Liquide middelen

De post liquide middelen bestaat in belangrijke mate uit de rekening courant met de Rijksbegrotingsinformatiecentrum (RIC) van het ministerie van Financiën en betalingen onderweg.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor specifieke risico's die zijn verbonden aan bepaalde activa en passiva of aan de activiteiten van het agentschap. De risico's moeten op balansdatum bekend zijn en voortvloeien uit gebeurtenissen die voor balansdatum hebben plaatsgevonden. Voor algemene (bedrijfs)risico's wordt geen voorziening gevormd, deze dienen te worden gedekt door de exploitatiereserve.

Crediteuren

De post crediteuren betreft verplichtingen aan leveranciers, die door middel van een factuur in rekening zijn gebracht en verplichtingen aan personeelsleden. De looptijd is korter dan 1 jaar.

Materiële vaste activa

Verloopoverzicht
OmschrijvingGrond, gebouwen en verbouwingenInstallaties en inventarissenOverige materiële vaste activaTotaal
Aanschafwaarde9 14818 09469 64196 883
Cumulatieve afschrijvingen– 4 391– 8 532– 45 194– 58 117
Boekwaarde 1/14 7579 56224 44738 766
     
Mutaties boekjaar:    
     
Investeringen2 1524 0527 88114 085
Afschrijvingen– 1 658– 3 014– 12 997– 17 669
     
Correcties inventarisatie:    
Aanschafwaarde– 1717
Cumulatieve afschrijvingen23– 1310
     
Desinvesteringen:    
Aanschafwaarde– 711– 2 485– 2 635– 5 831
Cumulatieve afschrijvingen5502 0852 2224 857
     
Totaal mutaties333644– 5 526– 4 549
     
Aanschafwaarde10 58919 64474 904105 137
Cumulatieve afschrijvingen– 5 499– 9 438– 55 982– 70 919
Boekwaarde per 31/125 09010 20618 92234 218
     
Afschrijvingspercentage0%/3,3%/20%20%25% 

Debiteuren

De samenstelling van de post debiteuren is als volgt.

Omschrijving31-12-200231-12-2001
Debiteuren5 1662 541
Voorziening dubieuze debiteuren58482
Saldo Debiteuren4 5822 459
Ouderdomsanalyse debiteuren31-12-200231-12-2001
199766
1998156156
1999144144
2000224224
20011 4232 011
20023 213
Totaal5 1662 541

De hoogte van de voorziening dubieuze debiteuren wordt berekend op basis van de VTV-aanvragen waarvan de facturen op balansdatum meer dan 60 dagen openstaan. De debiteurenstand is toegenomen als gevolg van een verhoging van de legestarieven per 1 mei 2002 en de introductie van het heffen van leges op verlengingen en wijzigingen van vergunningen per 1 augustus 2002. De voorziening is als gevolg daarvan ook gestegen. Tevens brengt de introductie van leges verlengingen met zich mee dat de voorziening stijgt, aangezien deze vorderingen vaker dubieus zijn dan eerste aanvragen/wijzigingen, vanwege het feit het initiatief tot het opnemen van de vordering bij de vreemdelingendienst ligt en niet bij de aanvrager. De vordering wordt voorafgaand aan het verstrijken van de termijn van de vergunning opgenomen zonder dat bekend is of de vergunning moet worden verlengd.

Voorziening dubieuze debiteuren
Stand 01-01-200282
Dotatie592
 674
Onttrekking– 90
Stand 31-12-2002584

Nog te ontvangen bijdrage kerndepartement

Omschrijving31-12-200231-12-2001
Loonbijstelling 2002614
Bijdrage in kosten AAF-gelden862
Toevoeging huisvestingsbudget 200172
Totaal614934

Nog te ontvangen

Omschrijving31-12-200231-12-2001
BTW compensatie pand Rijswijk, huurperiode 11 jaar, 15 februari 2002 opgeleverd, initieel bedrag 1 299 mln. 1 196–-
Personele (salaris)voorschotten40558
Lening medewerkers i.h.k.v. PC-privé827882
COA134
Overige vooruitbetaalde bedragen/nog te ontvangen bedragen3 1382 391
Totaal5 5663 465

Liquide middelen

De post liquide middelen bestaat in belangrijke mate uit de rekening courant met het Rijksbegrotingsinformatiecentrum van het ministerie van Financiën.

Per balansdatum is de specificatie als volgt:

Omschrijving31-12-200231-12-2001
Rekening courant ministerie van Financiën3 69012 957
Betalingen onderweg– 3 038– 108
Kas147
Totaal66612 856

Eigen vermogen

OmschrijvingOnverdeeld resultaatExploitatie-reserveTotaal
Stand 01-01-20027 9127 912
Resultaat 2002– 21 993– 21 993
Stand 31-12-2002– 21 9937 912– 14 081

Het eigen vermogen per 31 december 2002 valt binnen de 5% grens van de agentschapregeling Deze regeling houdt in dat het eigen vermogen van het agentschap niet meer mag bedragen dan 5% van de gemiddelde ontvangsten van de afgelopen drie jaar. Als het eigen vermogen hierboven komt zal het meerdere afgeroomd worden en terugvloeien naar het moederdepartement.

Lening ministerie van Financiën

OmschrijvingTotaal
Stand 01-01-200217 670
Nieuw aangegane leningen18 461
Aflossing 2002– 7 337
Stand 31-12-200228 794
Overzicht lopende leningen
Lening aangegaanInitieel bedragLooptijdAflossingResterend 31-12-2002PercentageRente vervaldatum
01-01-200032 3445 jaar7 3371e vier jaar2 995laatste jaar10 3335%31 december
02-12-20028 1754 jaar2 0448 1753,55%31 december
02-12-200210 2865 jaar2 05710 2863,72%31 december
Stand 31-12-2002   28 794  

Voorzieningen

OmschrijvingGroot OnderhoudOmvorming VC naar AC (4E AC Ter Apel)Totaal
Stand 01-01-2002136637773
Dotatie
Onttrekking– 136– 637– 773
Stand 31-12-2002000

Voorziening groot onderhoud

De voorziening groot onderhoud is gevormd voor de verwachte toekomstige onderhoudskosten op een huurpand in Rijsbergen waarvan de IND de verplichting van groot onderhoud heeft. Gezien de hoogte van de voorziening is besloten de voorziening vrij te laten vallen en de kosten direct in het resultaat te verantwoorden van het jaar waarin zij gemaakt worden.

Omvorming VC naar AC (AC Ter Apel)

De voorziening per 31 december 2001 was gevormd voor de nog verwachte initiële kosten voor de omvorming van het VC naar een AC. Het gaat hierbij met name om herstelwerkzaamheden en aanpassingen die in 2002 worden uitgevoerd op het reeds opgeleverde pand. Deze kosten zijn in december 2002 uitgegeven en derhalve is de voorziening nihil per 31december 2002.

Vooruit ontvangen projectgelden

Project31-12-2001Toevoeging in 2002 Onttrekking in 2002 31-12-2002
Biometrie2 269– 2 269
TIV (SKI)1 142– 1 142
VW 20001 026– 1 026
Totaal4 437– 4 437

Biometrie

In 2001 is ca. € 2,2 miljoen bijdrage ontvangen voor Biometrie. Dit bedrag was ten onrechte aan het budget 2001 van de IND toegevoegd. In 2002 is dit bij slotwet aangepast.

TIV/SKI

Deze vooruitontvangen post betreft een budget dat de IND administratief voor PCV beheert. Het budget TIV/SKI is per 14 juni overgeheveld naar PCV.

VW 2000

Aan de begroting 2000 is toegevoegd een bedrag van € 11,9 miljoen voor de implementatie van de nieuwe vreemdelingenwet (VW 2000). Per 31 december 2002 is deze post volledig benut.

Nog te betalen

Omschrijving31-12-200231-12-2001
Nog te ontvangen facturen/declaraties12 89216 598
Vakantiegeld6 1295 481
Interim ziektekosten1 3491 264
Mobiliteitscentrum ZOZ467312
Totaal20 83723 655

De post nog te betalen facturen/declaraties betreffen nog te ontvangen/nog in te boeken facturen en declaraties welke na december 2002 tot uitbetaling zullen komen.

De te betalen post inzake het mobiliteitscentrum Zuid-Oost-Zuid (ZOZ) betreft een rekening courant verhouding tussen het ZOZ en de IND aangezien de IND de kosten feitelijk betaalt en de opbrengst ontvangt voor het ZOZ en deze vervolgens doorbelast aan het ZOZ.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Overeenkomstig het gestelde in de Algemene Beheersregeling agentschappen ministerie van Justitie zijn mogelijke verplichtingen die groter zijn dan 5% van de passiva en waarvan de resterende looptijd minimaal 3 jaar is opgenomen als niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Omschrijving20032004
Huren en vaste lasten21 734135 913
Onderhoud, beheer en exploitatie INDINET12 500
Totaal34 234135 913

Staat van baten en lasten 2002

bedragen in € 1 000
 (1)(2)(3)
 Oorspronkelijk vast-gestelde begroting RealisatieVerschil realisatie enoorspronkelijk vast- gestelde begroting  
Baten   
Opbrengst moederdepartement290 398302 79412 396
Opbrengst overige departementen
Opbrengsten derden26 75525 627– 1 128
Rentebaten364364
Buitengewone baten
Exploitatiebijdrage
Totaal baten317 153328 78511 632
    
Lasten   
Apparaatskosten298 434332 17233 738
* personele kosten140 800172 90532 105
* materiële kosten157 634159 2671 633
Rentelasten1 702937– 765
Afschrijvingskosten16 33617 6691 333
* materieel16 33617 6691 333
* immaterieel
Dotaties voorzieningen
Buitengewone lasten681– 681
Totaal lasten317 153350 77833 625
Saldo baten en lasten0– 21 993– 21 993

Toelichting op de staat van baten en lasten

Waarderingsgrondslagen

Algemeen

Alle kosten en opbrengsten zijn toegerekend aan de periode waarop deze kosten en opbrengsten betrekking hebben.

Alle bedragen zoals opgenomen zijn, tenzij anders vermeld, in €1000.

Toelichting op de afzonderlijke posten in de rekening van baten en lasten

Opbrengst departement

Het bijdrageartikel van de IND wordt door het kerndepartement geadministreerd volgens het kas-verplichtingenstelsel. Toevoegingen aan en afnamen van de IND-bijdrage worden als «opbrengst moederdepartement» gemuteerd.

Hieronder wordt door middel van een overzicht de toename ten opzichte van de ontwerpbegroting nader gespecificeerd:

Mutaties op de oorspronkelijke begroting
OmschrijvingBedrag
Stand ontwerpbegroting 2002290 398
Mutaties 2002: 
1. Uitbreiding Vreemdelingenkamers5 000
2. Terrorismebestrijding (1F unit)1 365
3. Tolken 2002900
4. Loonbijstelling 20025 251
5. Telehoren Vreemdelingenbewaring– 500
6. Overboeking ACV– 1 687
7. TIV/SKI– 1 142
8. Biometrie– 2 269
9. Vertrek en Terugkeer2 000
10. Overige– 476
Stand slotwet298 840
Af: Aan bijdrage 2002 toegevoegd bedrag voor huisvesting 2001, per 31 december 2001 opgenomen als nog te ontvangen bijdrage kerndepartment– 71
Bij: Minder afgeroepen bijdrage 2002 in verband met vooruitontvangen bedrag in 20012 269
Bij: Budget TIV/SKI overgeheveld naar PCV via bijdrage 2002, voor IND resultaat neutraal omdat bedrag als vooruitontvangen bijdrage kerndepartement was opgenomen per 31 december 20011 142
Af: loonbijstelling 2002, wordt in 2003 toegevoegd aan de bijdrage614
Opbrengst moederdepartement vlg de Staat van baten en lasten 2002302 794

Toelichting mutaties

Uitbreiding Vreemdelingenkamers

De afdeling procesvertegenwoordiging van de IND voert verweer namens de minister voor Vreemdelingenzaken die voor de rechter komen. In 2002 is de afdeling procesvertegenwoordiging van de IND fors uitgebreid in verband met de uitbreiding van de Vreemdelingenkamer (VK). De uitbreiding van de VK komt voort uit het wegwerken van de werkvoorraden bij deze organisatie. Voor de uitbreiding van de IND zijn additionele middelen beschikbaar gesteld. Naar verwachting zijn de werkvoorraden bij de VK in 2005 teruggebracht. De capaciteit van de IND is zodanig uitgebreid dat deze gelijke tred heeft gehouden met de groei van de productie van de Vreemdelingenkamers.

Terrorismebestrijding (1F Unit)

Voor 2002 en volgende jaren zijn aan de IND extra middelen toegekend voor de intensivering van het aantal zogenaamde 1F-onderzoeken. Hierbij gaat het om specialistisch werk om asielaanvragen te beoordelen op mogelijke relatie met oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid, conform artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. In 2002 is een tweede unit opgezet en operationeel, die zich met dergelijke arbeidsintensieve en vaak tijdrovende onderzoeken bezig houdt, waardoor meer asielaanvragen op dergelijke aspecten kunnen worden getoetst.

Tolken 2002

Prijsbijstelling van de tolkentarieven in 2002.

Loonbijstelling 2002

Loonbijstelling uit hoofde van de CAO 2001–2002.

Telehoren Vreemdelingenbewaring

Door het telehoren van vreemdelingen in bewaring zijn minder vervoersbewegingen noodzakelijk.

Overboeking ACV

Overboeking van gelden i.v.m. de overgang van ACV naar DGIAV.

TIV/SKI

Overboeking van gelden naar PCV (budget PCV dat voorheen was opgenomen bij de IND). Hierop zijn door de IND geen activiteiten verricht.

Biometrie

Dit betreft een correctie op ten onrechte ontvangen gelden in 2001 i.h.k.v. het actieplan terrorismebestrijding. Deze gelden zijn bestemd voor PCV.

Vertrek en Terugkeer

In het kader van de intensivering van terugkeer asielzoekers die vallen onder de oude terugkeerprocedure is de capaciteit van de IND in 2002 uitgebreid. Binnen de IND is een deelproject ingericht vanuit een ketenbreed project. Een groot aantal dossiers is ter hand genomen en met veel daarvoor in aanmerking komende vreemdelingen is een terugkeergesprek gevoerd. Er zijn maatregelen genomen om de informatievoorziening rond het totale terugkeertraject te verbeteren.

Opbrengst derden
OmschrijvingOntwerpbegroting 2002 Realisatie 2002Verschil 2001
Naturalisatie5 4453 395– 2 050
Leges aanvragen om toelating20 46516 553– 3 912
Diversen8455 6794 834
Totaal26 75525 627– 1 128

Leges aanvragen om naturalisatie (– € 2,0 miljoen)

Bij de ontwerpbegroting is rekening gehouden met een tariefsverhoging leges per 1 januari 2002, de tariefsverhoging is echter pas per 1 juli 2002 doorgevoerd.

Leges aanvragen om toelating (– € 3.9 miljoen)

Bij de ontwerpbegroting is rekening gehouden met een tariefsverhoging leges per 1 januari 2002, de tariefsverhoging is echter pas per 1 mei 2002 (eerste aanvragen), respectievelijk 1 augustus 2002 (verlengingen) doorgevoerd.

Diversen (€ 4,8 miljoen)

Het bedrag van de oorspronkelijke vastgestelde begroting van € 0,8 miljoen heeft voornamelijk betrekking op de geraamde visagelden en de inhoudingen op salarissen personeel (o.a. kinderopvang en PC-privé). De realisatie op dit onderdeel valt € 4 834 hoger uit dan geraamd. Het betreft hier voornamelijk hogere ontvangsten waar tegenover gelijke uitgavenmutaties staan. Deze zogenoemde desalderingsmutaties hebben in hoofdzaak betrekking op verrekening van kosten met andere ministeries en ontvangen WAO-gelden en ziektegelden.

Rentebaten

Dit betreft de ontvangen rente van het ministerie van Financiën inzake de rekening-courant. Deze rentebaten zijn aanzienlijk lager dan geraamd als gevolg van de daling op de rekening courant doordat de werkelijke uitgaven hoger waren dan geraamd en de inkomsten lager waren dan geraamd.

Apparaatskosten

Percentage apparaatskosten
OmschrijvingOntwerpbegroting 2002 Realisatie 2002Realisatie 2001
Personeel47%52%52%
Automatisering7%9%8%
Huisvesting11%12%12%
Tolkwerkzaamheden7%4%5%
Verwijderingen3%5%5%
Procesvertegenwoordiging7%3%3%
Opvang aanmeldcentra3%2%3%
Proceskosten1%1%2%
Overig14%12%10%
Totaal100%100%100%
Specificatie kosten van personele aard
OmschrijvingOntwerpbegroting 2002 Realisatie 2002Realisatie 2001
Ambtelijk personeel   
– Ultimo bezetting (fte's)3 5213 4973 266
– Gemiddeld aantal (fte's)PM3 5373 279
– Gemiddelde loonsom37 06843 73239 479
– begroting (€ 1000)130 518152 934133 962
– aantal niet actief (fte's)PM5757
– begrotingsbeslag (€ 1000)1 1801 8211 687
Overig personeel (€ 1000)   
– niet regulier318373305
– uitzendkrachten4 53813 98013 786
– opleiding en vorming3 5113 1972 947
Post actief personeel   
– begrotingsbeslag (€ 1000)735600707
Totaal140 800172 905153 394

De formatie per 31 december 2002 is 3 765, een bezettingspercentage van 95.

Het percentage ziekteverzuim (exclusief zwangerschap) in 2002 komt uit op 8% (2001 9%).

Rentelasten

De rentelasten ad € 0,9 miljoen betreft de betaalde rente voor het jaar 2002 over leningen bij het ministerie van Financiën.

Overzicht meerjarige vermogensontwikkeling

bedragen in x € 1 000
 Realisatie 1998 Realisatie 1999 Realisatie 2000  Realisatie 2001  Begroting2002  Realisatie 2002  
Eigen vermogen per 01-01-200231 51147 08034 81010 2087 9127 912
       
Saldo van baten en lasten3 010– 10 1227 742– 2 2960– 21 993
       
Directe mutaties in het Eigen vermogen:      
Uitkeringen aan moederdepartement
Bijdrage moederdepartement ter versterking van eigen vermogen12 5596 807
Overige mutaties in eigen vermogen– 8 955– 32 344
Totaal directe mutaties in eigen vermogen12 559– 2 148– 32 344
       
Eigen vermogen per 31-12-200247 08034 81010 2087 9127 912– 14 081

Kasstroomoverzicht voor het jaar 2002

bedragen x € 1 000
 Oorspronkelijk vast-gestelde begroting RealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vast- gestelde begroting
1 Rekening courant RIC 01-01-200212 95712 957
    
2 Totaal operationele kasstroom16 336– 7 280– 23 616
    
3a totaal investeringen– 18 151– 14 0854 066
3b totaal boekwaarden desinvesteringen 974974
3 Totaal investeringskasstroom– 18 151– 13 1115 040
    
4a eenmalige uitkering aan Moederdepartement   
4b eenmalige storting door Moederdepartement   
4c aflossingen op leningen– 11 875– 7 3374 538
4d beroep op leenfaciliteit18 15118 461310
4. Totaal financieringskasstroom6 27611 1244 848
    
5 Rekening courant RIC 31-12-2002 (=1+2+3+4)17 4183 690– 13 728

Toelichting

Rekening Courant RIC

Dit betreft de rekening courant met het Rijksbegrotingsinformatiecentrum.

Totaal operationele kasstroom

Dit saldo komt tot stand op basis van de cijfers zoals opgenomen in de rekening van baten en lasten en de balans.

Totaal investeringskasstroom

Dit betreft het totaal van de door de IND in 2002 gedane (vervangings)investeringen gecorrigeerd voor het bedrag van de desinvesteringsactiviteiten.

Totaal financieringsstroom

Dit betreft de aflossing van de initiële lening ad € 32,3 miljoen

Volume- en prijsindicatoren per activiteit (lasten)

 Realisatie 2001Ontwerpbegroting 2002Realisatie 2002
 Prijs (x € 1)VolumeBeslag (x € 1 mln)Prijs (x € 1)VolumeBeslag (x € 1 mln)Prijs (x € 1)VolumeBeslag (x € 1 mln)
Asiel  202,6  204,7  196,4
– aanmeldcentra1 05129 70831,289737 55033,71 15516 68119,3
– gehoor1 28236 22746,499242 50042,21 40922 72332,0
– beslissing1 48139 29458,283137 55031,21 62835 29657,4
– herziening en bezwaar1 29533 54943,41 11731 00034,61 42334 99149,8
– beroep1 00311 92312,08263200026,41 10220 45622,5
– voorlopige voorziening89712 66611,47753 6002,898614 46514,3
– hoger beroep   70324 00016,97731 2411,0
– voorl.voorz.hoger beroep   70324 00016,97731820,1
– overige kosten         
          
Regulier  72,2  74,1  98,2
– 1e aanleg57360 02334,450159 50029,863076 88848,4
– bezwaar1 11218 94821,197828 00027,41 22224 22229,6
– beroep1 3226 3698,41 2767 2009,21 4537 54311,0
– voorlopige voorzieningen1 1127 5138,41 0247 6007,81 2227 5829,3
– overige kosten         
          
Visa12829 0663,711029 0003,214130 3664,3
Naturalisatie23034 5367,920135 0007,025332 6078,2
Terugkeer41140 92016,835953 00019,145250 38122,8
Conservatoire maatregelen95612 76912,27589 5007,21 05119 73920,7
Overig     1,9  
TOTAAL  315,5  317,1  350,7

De kostprijssystematiek in deze tabel is gebaseerd op een methodiek die in 1997 is vastgesteld. In 2002 heeft de IND de ontwikkeling van een kostprijsmodel verder uitgewerkt. Deloitte & Touche heeft een onderzoek gedaan naar het bestaande kostprijsmodel. Uit dit onderzoek is een aantal aanbevelingen naar voren gekomen. Op basis daarvan is een plan van aanpak opgesteld om dit nader uit te werken. Eind 2002 werd naar aanleiding van de 2e rijksbrede evaluatie van het baten-lastenmodel door het Kabinet besloten dat ook de reeds bestaande agentschappen per 31 december 2004 moeten voldoen aan de huidige instellingsvoorwaarden. Omdat het kostprijsmodel één van die voorwaarden is, en een aantal andere voorwaarden noodzakelijk zijn voor het opzetten van een kostprijsmodel, wordt het plan van aanpak breder van opzet. Doel van het nieuwe plan van aanpak blijft dat de IND zo spoedig mogelijk aan alle zeven waaronder dus de kostprijzen – nieuwe instellingsvoorwaarden voldoet.

02 DIENST JUSTITIËLE INRICHTINGEN

Balans per 31 december 2002

bedragen x € 1 000
OmschrijvingBalans 2002Balans 2001
Activa  
Materiële vaste activa  
* installaties en inventarissen143 416124 273
* Overig materiële vaste activa18 95912 591
* eigenaarszaken RGD2 5894 187
Voorraden4 6404 789
Debiteuren28 7499 352
Nog te ontvangen109 649109 619
Liquide middelen50 349129 726
Totaal activa358 351394 537
   
Passiva  
Eigen vermogen  
* exploitatiereserve61 49857 393
* onverdeeld resultaat– 11 31522 680
Leenfaciliteit Ministerie van Financiën92 096114 021
Voorzieningen54 35566 650
Crediteuren13 2776 101
Nog te betalen148 440127 692
Totaal Passiva358 351394 537

Toelichting op de balans

Waarderingsgrondslagen

Materiële vaste activa

De waardering van de materiële vaste activa geschiedt tegen historische kostprijs inclusief BTW en zonder prijsindexering; dan wel verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs in geval van vervaardiging in eigen beheer. Voor wat betreft de vaste activa die men heeft aangeschaft ten behoeve van de afdeling arbeid geschiedt de waardering tegen historische kostprijs exclusief BTW.

Bij de waardering wordt rekening gehouden met waardevermindering indien deze van duurzame aard is. Dit betekent dat indien de actuele waarde (bijvoorbeeld directe opbrengstwaarde) op een bepaald moment structureel lager is dan de boekwaarde, gewaardeerd wordt tegen de lagere actuele waarde.

Afschrijvingen vinden plaats op lineaire basis, op basis van de geschatte levensduur. Voor de verschillende categorieën zijn de volgende afschrijvingstermijnen (in jaren) van toepassing:

Afschrijvingstermijn
Omschrijving Termijn
Installaties en materieel(Installaties en inventaris)5–10
Automatisering en kantoormachines(Installaties en inventaris)4–5
Inventaris(Installaties en inventaris)5–8
Vervoermiddelen *(Overig)5
Levende have, wapens en toebehoren(Overig)5–10
Overige materiële vaste activa(Overig)5
Eigenaarszaken RGD(Overig)5–10

* Voor speciale voertuigen (b.v. cellenbussen) gelden afwijkende afschrijvingstermijnen.

Eigenaarszaken RGD

De DJI maakt gebruik van objecten welke eigendom zijn van Rijksgebouwendienst (RGD). Jaarlijks wordt hiervoor een gebruiksvergoeding aan de RGD betaald. Investeringen in eigenaarszaken van een object leiden tot een hogere boekwaarde. Omdat de gebruiksvergoeding op de boekwaarde is gebaseerd zal deze worden verhoogd. In sommige gevallen wordt – uit efficiency overwegingen – afgezien van aanpassing van de gebruiksovereenkomst en wordt de investering t.b.v. eigenaarsvoorzieningen a fonds perdu met de RGD afgerekend. Om de kosten aan de juiste perioden te kunnen toerekenen wordt deze a fonds perdu vergoeding geactiveerd en gekoppeld aan de afschrijving, over een periode van 5 tot 10 jaar afgeschreven.

Voorraden

Waardering van voorraden geschiedt tegen verkrijgingsprijs of tegen marktwaarde indien deze op balansdatum lager is. Indien er twijfel bestaat omtrent de verkoopbaarheid van de voorraden wordt een voorziening voor incourantheid gevormd.

De voorraad gereed product en het onderhanden werk worden gewaardeerd tegen de aan productie van deze voorraden toerekenbare kosten.

Debiteuren

Debiteuren worden gewaardeerd op nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor specifieke risico's die zijn verbonden aan bepaalde activa en passiva of aan de activiteiten van het agentschap. De risico's moeten op balansdatum bekend zijn en voortvloeien uit gebeurtenissen die voor balansdatum hebben plaatsgevonden.

Tevens worden voorzieningen gevormd teneinde een betere verdeling van de kosten over de jaren te verkrijgen. Voor algemene (bedrijfs)risico's worden geen voorzieningen gevormd. De algemene risico's worden gedekt door de exploitatiereserve.

Overige

De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief BTW.

Exploitatiereserve

Op grond van de Regeling Vermogensvoorschriften Agentschappen is bepaald dat Agentschappen een exploitatiereserve mogen aanhouden, waarvan het maximum is vastgesteld op 5% van de gerealiseerde gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaren.

Toelichting op specifieke posten in de balans

ACTIVA

Materiële vaste activa

Het verloop van de materiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1 000)Installaties en Inventaris  OverigEigenaarszaken RGD   Totaal
Aanschaffingsprijs287 22345 7224 533337 478
Cumulatieve afschrijvingen– 162 950– 33 130– 346– 196 426
Boekwaarde 01-01-2002124 27312 5924 187141 052
Mutaties boekjaar    
Investeringen58 07812 443070 521
Desinvesteringen– 17 143– 1 016– 919– 19 078
In desinvestering begrepen afschrijving10 239403010 642
Jaarlijkse afschrijving investeringen– 32 031– 5 463– 679– 38 173
     
Totaal mutaties19 1436 367– 1 59823 912
     
Aanschaffingsprijs 31-12-2002328 15857 1493 614388 921
Cumulatieve afschrijvingen– 184 742– 38 190– 1 025– 223 945
Boekwaarde per 31-12-2002143 41618 9592 589164 964
Procentuele afschrijving56 %67 %28%58 %

Voorraden

De voorraden kunnen als volgt worden gespecificeerd.

(bedragen x € 1 000)31-12-200231-12-2001
Magazijnvoorraad grondstoffen, halffabrikaat en gereed product1 8601 914
Onderhanden werk arbeidsbedrijven490479
Voorraad inrichtingsmagazijn2 2902 396
Totaal4 6404 789

De voorraden zijn voorraden handelsgoederen, grondstoffen alsmede voorraden voor huishoudelijk gebruik.

Debiteuren

De debiteuren kunnen als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1 000)31-12-200231-12-2001
Debiteuren30 03310 002
Voorziening dubieuze debiteuren– 1 284– 650
Totaal28 7499 352

Specificatie debiteuren naar leeftijd

(bedragen x € 1 000)31-12-2002
t/m 199735
199814
199966
200073
200116 951
200212 894
Totaal30 033

Specificatie vorderingen groter dan € 50 000

NaamJaarBedragVoorziening dub.deb.
Gebufa2002180 690 
St Rentray200264 770 
Verenigde Naties20021 288 736 
Agentschap SZW2002334 871 
GGZE Drenthe200254 186 
College Zorgverzekeraars (AWBZ)200216 670 750Niet noodzakelijk
Kennemerland Politie2002131 431 
Gelderland Midden Politie200277 579 
IND20021 198 202Gedeeltelijk
Securicor2002204 118 
Ministerie van Justitie20024 022 690 
Totaal 24 228 023 

Het verloop van de voorziening dubieuze debiteuren kan als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1 000)2002
Stand voorziening per 1 januari– 650
Dotatie– 963
Onttrekking+ 329
Stand voorziening 31 december– 1 284

De voorziening dekt de hiervoor in aanmerking komende openstaande vorderingen op debiteuren.

Ook is een voorziening opgenomen met betrekking tot een vordering op de IND.

Nog te ontvangen en vooruitbetaald

De nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen kunnen als volgt worden gespecificeerd.

(bedragen x € 1 000)31-12-200231-12-2001
Vorderingen diverse inrichtingen6 4106 198
AWBZ82 65779 896
Voorschotten7 2305 625
AAF gelden05 049
Vooruitbetaalde kosten diverse inrichtingen7 8657 032
Terug te ontvangen bouwsubsidie5 4875 819
Totaal109 649109 619

Specificatie AWBZ vordering

(bedragen x € 1 000)31-12-2002*31-12-200231-12-2001
Vordering AWBZ 19958300830
Vordering AWBZ 19967010701
Vordering AWBZ 199815 140015 140
Vordering AWBZ 1999018 82116 348
Vordering AWBZ 2000016 71518 502
Vordering AWBZ 2001022 95228 375
Vordering AWBZ 2002024 1690
Totaal16 67182 65779 896

* Vorderingen zijn definitief en opgenomen onder debiteuren.

Liquide middelen

De liquide middelen kunnen als volgt worden gespecificeerd.

(bedragen x € 1 000)31-12-200231-12-2001
Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding48 998128 026
Kas1 3511 700
Totaal50 349129 726

PASSIVA

Exploitatiereserve bedragen x € 1 000
Stand per 1 januari57 393
Toevoeging uit winstbestemming 20014 105
Stand 31 december voor resultaatsverdeling61 498

Onverdeeld resultaat 2002

Ten aanzien van het negatief resultaat 2002 ad € 11,3 miljoen wordt verwezen naar de staat van baten en lasten waarin een nadere analyse wordt gegeven.

Leenfaciliteit ministerie van Financiën

(bedragen x € 1 000)Rente %HoofdsomStand per   31-12-2001Aflossing 2002 Stand per   31-12-2002
Initiële lening (looptijd 6 jaar)5,0092 07461 38415 34646 038
5-jarige lening 20014,6313 15913 1592 63110 528
10-jarige lening 20015,1439 47839 4783 94835 530
Totaal 144 711114 02121 92592 096

De leningen bij het ministerie van Financiën zijn aangegaan ten behoeve van de (gedeeltelijke) financiering van de vaste activa.

Voorzieningen

(bedragen x € 1 000)Stand per  31-12-2001DotatieOnttrekkingStand per   31-12-2002
Productaansprakelijkheid45304530
Functioneel leeftijdsontslag8 1672 733010 900
Afkoop boekwaarde RGD gebouwen46 6005 41018 43633 574
Groot onderhoud5 2472 4657496 963
Reorganisatie6 18303 2652 918
Totaal66 65010 60822 90354 355

Toelichting op Voorzieningen

De voorziening productaansprakelijkheid

De voorziening aansprakelijkheid is in 2002 opgeheven omdat de daadwerkelijke risico's met betrekking tot de productaansprakelijkheid niet concreet zijn becijferd. Het saldo van ruim € 0,4 miljoen is ten gunste van het resultaat 2002 gebracht.

Voorziening functioneel leeftijdsontslag (FLO)

Als gevolg van de leeftijdopbouw en het feit dat ca. 70% van de medewerkers van de DJI werkzaam is op een FLO-functie is een voorziening FLO getroffen. Uitgangspunt is een tijdshorizon van 15 jaar waarbij de kosten over deze periode zijn geëgaliseerd. De dotatie aan deze voorziening heeft in 2002 € 2,7 miljoen bedragen.

Naar verwachting zullen tot en met 2007 dotaties aan de voorziening plaatsvinden en vanaf 2008 zullen jaarlijks bedragen worden onttrokken.

Voorziening afkoop boekwarden RGD gebouwen

DJI heeft ten aanzien van een aantal van de RGD gehuurde panden de beslissing genomen deze binnen een aantal jaren te gaan afstoten. Het afstoten van panden waarvan de contractperiode nog niet is beëindigd resulteert in de verplichting dat het restant van de boekwaarde aan de RGD moet worden vergoed.

Jaarlijks wordt per ultimo van het jaar een herberekening gemaakt van het financiële risico met betrekking tot de in de voorziening opgenomen panden. Hierbij is vastgesteld dat een aantal panden later zal worden afgestoten (waardoor het boekwaarderisico lager wordt), dat boekwaarden inmiddels met de RGD zijn afgerekend en dat ten aanzien van één van de opgenomen panden nieuwe besluitvorming heeft plaatsgevonden, waarbij is vastgesteld dat dit pand niet zal worden afgestoten. De herberekening heeft er toe geleid dat ten aanzien van de reeds in de voorziening opgenomen panden het risico met € 18,4 miljoen neerwaarts is bijgesteld. De dotatie aan de voorziening (€ 5,4 miljoen) heeft betrekking op de boekwaarde van twee panden waarvan in 2002 is vastgesteld dat deze op termijn zullen worden afgestoten.

Voorziening groot onderhoud

Als gevolg van de stelselwijziging rijkshuisvesting is de DJI verantwoordelijk voor het uitvoeren van een deel van het planmatig onderhoud. De voorziening is voor enkele inrichtingen gevormd op basis van een onderhoudsplan met een tijdshorizon van 10 jaar. Doel van de voorziening is de kosten over de jaren te egaliseren.

Voorziening reorganisatie

In 2000 is een voorziening gevormd in verband met de te verwachten personele afbouwkosten ten gevolge van reorganisaties volgend uit de maatregelen in het kader van het Masterplan DJI. In 2002 is in totaal ca. € 2,1 miljoen vrijgevallen ter dekking van personele afbouwkosten. Per ultimo 2002 bedraagt de reorganisatievoorziening Masterplan nog ruim € 1,9 miljoen.

Voorts is er binnen de reorganisatievoorziening een bedrag opgenomen ter dekking van de reorganisatiekosten bij de Van Mesdagkliniek. In 2002 is voor € 1,1 miljoen vrijgevallen ter dekking van reorganisatiekosten in de Mesdagkliniek.

Per ultimo 2002 bedraagt de reorganisatievoorziening ten behoeve van de Van Mesdagkliniek nog ca. € 0,9 miljoen.

Crediteuren

De post crediteuren betreft verplichtingen aan leveranciers, die door middel van een factuur in rekening zijn gebracht. Het saldo van deze post heeft betrekking op de (per balansdatum) nog te betalen facturen.

Nog te betalen

De nog te betalen bedragen kunnen als volgt worden gespecificeerd.

Nog te betalen bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Nog te betalen kosten  
Overlopend vakantiegeld22 58820 317
Overige passiva3 0854 780
Overlopend BTZR6 9286 930
Nog te ontvangen verrekenstukken RGD*7 5207 221
Nog te betalen gratificaties over 200105 445
Overlopend overwerk/tod4 8334 320
Nog te betalen kosten diversen43 53333 095
Raad voor de rechtspraak1100
Schuld aan Moederdepartement03 503
Vooruitontvangen bedragen  
Overlopende Bouwprojecten particuliere sector10 96516 902
Exploitatie VN-cellen02 331
Ontvangen projectgelden6 23814 537
Vooruitontvangen middelen Investeren in Personele Zorg (IPZ)22 4180
Vooruitontvangen projectgelden IPZ20 2228 311
Totaal148 440127 692

* Heeft betrekking op afgeronde projecten 2002 waar nog geen verrekenstuk voor is ontvangen.

Toelichting op nog te betalen

Overlopende bouwprojecten particuliere sector

Van het totaal bedrag heeft ca. € 1,0 miljoen betrekking op de sector TBS en € 9,9 miljoen op de sector Jeugd. In laatstgenoemd bedrag is inbegrepen de in 2002 van het Bestuursdepartement ontvangen specifieke bijdrage (ca. € 5,9 miljoen) voor toekomstige vervanging en renovatie van gebouwen van de particuliere justitiële jeugdinrichtingen.

Vooruitontvangen projectgelden

De vooruitontvangen projectgelden zijn als volgt te specificeren.

Vooruitontvangen projectgelden bedragen x € 1 000
 31-12-2002
Project competentiemanagement958
Programma terugdringen recidive750
Ontvangen projectbijdragen van ministerie van BZK1 373
Projectkosten noodmaatregelen jeugdsector3 157
Totaal6 238

Vooruitontvangen middelen investeren in personele zorg

In april 2002 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het plan van aanpak van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ) en de financiële consequenties van de uitvoering. Hierin is vastgelegd dat DJI binnen de financiële meerjarenraming zal zorgdragen voor de afstemming tussen de jaarlijks beschikbare middelen en jaarlijks benodigde middelen. Om dit te realiseren wordt, conform de berichtgeving aan de Tweede Kamer€ 22,4 miljoen als vooruitontvangen bijdrage in de balans opgenomen ten behoeve van de financiering van de IPZ-maatregelen in de jaren 2003 tot en met 2006.

Vooruitontvangen projectgelden Investeren in Personele Zorg

Door het Bestuursdepartement is het totaal van maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ) gedefinieerd als een vastomlijnd project. Op grond van de uitvoering van de maatregelen in 2002 is bepaald dat een bedrag ca. € 17,9 miljoen in aanmerking komt om als vooruitontvangen projectbijdrage in de balans per ultimo 2002 op te nemen. Voorts zijn in de balans per ultimo 2001 opgenomen post exploitatie VN-cellen (€ 2,3 miljoen) naar de IPZ-projectgelden overgeboekt. In totaal bedraagt de post «vooruitontvangen projectgelden t.b.v. maatregelen IPZ» per ultimo 2002 € 20,2 miljoen.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Niet uit de balans blijkende verplichtingen bedragen x € 1 miljoen
 Verplichting per 01-01 
Omschrijving2003200420052006
Lopende huur- en servicecontracten Rijksgebouwendienst178,1157,7153,8153,8
Feitelijk risico verleende garanties aan Part. Inrichtingen43,443,042,642,1
Totaal221,5200,7196,4195,9

Subsidieverplichting Particuliere Inrichtingen 2003 € 194,5 miljoen.

Verlofuren personeel per ultimo 2002 € 17,5 miljoen.

Staat van baten en lasten

Door de Dienst Justitiële Inrichtingen is het jaar 2002 afgesloten met een negatief resultaat van € 11,3 miljoen. Uit onderstaande verantwoordingsstaat blijkt dat de baten € 1 415,5 miljoen hebben bedragen en dat daar tegenover € 1 426,8 miljoen aan lasten zijn verantwoord.

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2002 bedragen x € 1 000
 Oorspronkelijk vast-gestelde begroting RealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vast- gestelde begroting  
Baten   
Opbrengst Moederdepartement1 152 7041 232 58879 884
Opbrengst overige departementen   
Opbrengsten derden145 758169 03223 274
Rentebaten 727727
Buitengewone baten 13 16013 160
Exploitatiebijdrage  
Totaal baten1 298 4621 415 507117 045
    
Lasten   
Apparaatskosten   
* personele kosten660 644710 31849 674
* materiële kosten593 710662 12668 416
Rentelasten6 8075 597– 1 210
Afschrijvingskosten   
* materieel31 31138 1736 862
* immaterieel   
Dotaties aan voorzieningen5 99010 6084 618
Buitengewone lasten  
Totaal lasten1 298 4621 426 822128 360
Saldo baten en lasten0– 11 315– 11 315

Toelichting op de staat van baten en lasten

Opbrengsten moederdepartement

De DJI-bijdragen maken onderdeel uit van beleidsartikel 5.1 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en 6.3 Toezicht en terugkeer vreemdelingen. Binnen deze artikelen zijn de operationele doelstellingen betreffende DJI geformuleerd onder respectievelijk 5.1.2 t/m 5.1.4 en 6.3.2. De jaarlijkse (kas)bijdragen aan DJI worden door het moederdepartement verstrekt volgens het verplichtingen-kasstelsel. Het grootste deel van de ontvangen bijdragen worden als opbrengst moederdepartement opgenomen in de verantwoordingsstaat van de DJI. Daarnaast wordt een deel van de ontvangen bijdragen in de balans verantwoord als vooruitontvangen bijdrage betreffende specifieke projecten. De aansluiting van de feitelijke begrotingsuitvoering 2002 op de stand van de bijdrage van het moederdepartement aan het Agentschap DJI volgens de Slotwet 2002 blijkt uit onderstaande tabel.

Wijzigingen t.o.v. de oorspronkelijke begroting bedragen x € 1 000
Operationele doelstelling (o.d.)5.1.25.1.35.1.46.3.2Totaal
DJI-deel oorspronkelijk vastgestelde begroting717 333253 78283 76897 8211 152 704
Beleidsmatige mutaties/intensiveringen49 0027 6091 6522 22960 492
Interdepartementale overboekingen3 004749– 3643513 740
Departementale overboekingen– 6 7865– 644– 955– 8 380
Loonbijstelling 200215 3249 7352 6972 04029 796
Taakstelling efficiency/volume– 5 420– 1 281– 410– 729– 7 840
Technische correctie39 427– 11 195– 18 943– 9 2890
Stand Slotwet 2002 bijdrage moederdepartement811 884259 40467 75691 4681 230 512
Mutatieposten vooruitontvangen bijdragen en schuld aan departement   – 14 259
Uit winstbestemming 2001    18 575
Overige mutaties met betrekking tot bijdrage moederdepartement    – 2 240
Stand opbrengst moederdepartement verantwoordingsstaat 2002    1 232 588

Ter toelichting op bovenstaande mutaties geldt het volgende:

Opbrengst moederdepartement

Beleidsmatige mutaties/intensiveringen

Ter (mede)financiering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg» (IPZ) is de bijdrage structureel verhoogd met € 30 miljoen. Deze toevoeging bestaat uit een bijdrage van € 15 miljoen uit de arbeidsvoorwaardenruimte van de sector Rijk ten behoeve van de invoering van functiedifferentiatie en een reallocatie van middelen binnen de Justitiebegroting (€ 15 miljoen).

Ter compensatie van keteneffecten in het kader van terreurbestrijding is de bijdrage verhoogd met € 1,1 miljoen (o.d. 5.1.2). Ten behoeve van het inkopen van 25 extra Glen Millsplaatsen per ultimo 2002 is de bijdrage verhoogd met € 1,4 miljoen (o.d. 5.1.3). Gezien het acute en op basis van de prognose-uitkomsten 2002 geprognosticeerde structurele tekort aan capaciteit bij het Gevangeniswezen is € 28 miljoen aan de bijdrage toegevoegd om capaciteitsuitbreidingen voor te bereiden en te starten. Van dit bedrag is € 12,8 miljoen voortgekomen uit het Strategisch Akkoord en is € 15,2 miljoen gefinancierd uit de in 2002 Justitiebreed opgelegde efficiency- en volumetaakstelling.

Interdepartementale overboekingen

Ten behoeve van diverse personeelsgerelateerde projecten en activiteiten is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties in totaal € 6,3 miljoen overgeboekt naar de DJI. Een deel van deze projecten en activiteiten houdt verband met de uitvoering van bovengenoemde nota IPZ en ziekteverzuimbestrijding.

Ten gevolge van een wijziging van de oorspronkelijk boekwaarden van panden van de Rijksgebouwendienst is de te betalen gebruiksvergoeding verlaagd. Daarnaast heeft een correctie plaatsgevonden ten aanzien van de verkregen gelden voor onderhanden werk. In verband hiermee is per saldo € 2,1 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Naar het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is € 0,5miljoen overgeboekt ten behoeve van het verzorgen van onderwijs in twee rijks justitiële jeugdinrichtingen (JJI's), vooruitlopend op de overdracht van de onderwijsfunctie van alle rijks JJI's in het kader van de vorming van Regionale Expertise Centra.

Departementale overboekingen

In verband met de secretariële ondersteuning van de Commissie van Toezicht is € 2,1 miljoen overgeboekt naar de Raad voor de rechtspraak. Ter financiering van het nieuwe loonfunctiegebouw van de particuliere JJI's is € 2,2 miljoen overgeboekt van de Directie Jeugd en Criminaliteitspreventie. DJI heeft in het voorjaar 2002 ten laste van de operationele doelstellingen 5.1.2 tot en met 5.1.4 en 6.3.2 een bijdrage geleverd aan de oplossing van Justitiebrede problematiek van € 10,2 miljoen en € 4,0 miljoen ontvangen als zijnde een bijdrage in de Justitiebrede oplossing van de DJI-problematiek. Bovendien is het kader van de DJI met € 2,5 miljoen verlaagd in verband met de verwachte opbrengst uit het AAF-fonds in 2002. Uit de eindejaarsmarge 2001 van Justitie is € 0,5 miljoen overgeboekt naar de DJI. De overige departementale overboekingen (< € 0,5 miljoen) hebben gesaldeerd de bijdrage met € 0,3 miljoen verlaagd.

Loonbijstelling 2002

De bijdrage aan de DJI is in 2002 verhoogd ter financiering van de uitvoering van de CAO-afspraken, de incidentele loonontwikkeling 2002 en de Overheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkeling (OVA) ten behoeve van de particuliere jeugd- en TBS-inrichtingen (te samen € 29,8 miljoen).

Taakstelling efficiency/volume

In het najaar 2002 is een integrale taakstelling opgelegd voortvloeiend uit het Strategisch Akkoord. De taakstelling is ingevuld door beperking van de inzet van derden en door een vacaturestop. In dit kader is het onderhavige budget met € 7,8 miljoen gekort.

Technische correctie

Om de standen van de operationele doelstellingen 5.1.2 tot en met 5.1.4 en 6.3.2 te relateren aan de geplande capaciteiten en gecalculeerde prijzen (incl. overhead) is in 2002 een budgettair neutrale correctie doorgevoerd op de in de begroting 2002 opgenomen basisstanden.

Deze mutatie vloeit voort uit de toepassing van de VBTB-systematiek en het streven om te komen tot een juiste toerekening van de bijdrage van het Agentschap DJI aan de operationele doelstellingen, waarover de DJI het budgetbeheer voert.

Mutatie vooruitontvangen bijdrage

De post heeft betrekking op de mutatie van de balansposten vooruitontvangen bijdrage van het moederdepartement. Het gaat hierbij om bijdragen die in een bepaald jaar aan de DJI zijn verstrekt ten behoeve van specifieke projecten. Indien deze projecten nog niet volledig tot uitvoering zijn gekomen wordt de specifieke bijdrage van het moederdepartement niet (volledig) als opbrengst in het betreffende jaar genomen, maar (deels) op de balans opgenomen als vooruitontvangen bijdrage moederdepartement. Wanneer de kosten met betrekking tot deze projecten worden gerealiseerd, zullen in het betreffende jaar de vooruitontvangen bijdragen vrijvallen ten gunste van de exploitatierekening.

Winstbestemming 2001

Met het moederdepartement is overeengekomen dat het deel van de winst uit 2001 dat resteert nadat het maximum van de exploitatiereserve is bereikt, aangemerkt mag worden als bijdrage van het moederdepartement ter medefinanciering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in personele zorg».

Overige mutaties via rekening bijdrage moederdepartement

Het betreft hier onder andere mutaties naar aanleiding van de definitieve afrekening van de inrichtingen en diensten van de DJI over het jaar 2001.

Opbrengsten derden

De opbrengsten derden bedroegen in 2002 circa € 23 miljoen meer dan geraamd. Naar samenstellende delen is het resultaat als volgt uitgesplitst:

Omschrijving (bedragen x € 1 000)Oorspronkelijk vast-gestelde begroting RealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vast- gestelde begroting  
Opbrengsten arbeid18 45119 7471 296
Opbrengsten AWBZ117 747128 43210 685
Diverse opbrengsten9 56020 85311 293
 145 758169 03223 274

Opbrengsten arbeid

De opbrengsten arbeid zijn € 1,3 miljoen hoger uitgekomen dan de raming. De hogere opbrengst is naast de doorwerking van de prijsstijgingen het gevolg van de hogere productie in de sector Gevangeniswezen. Hogere opbrengsten arbeid betekenen overigens ook hogere grondstofkosten e.d.

Opbrengsten AWBZ

De kosten voor de TBS-gestelden worden voor circa 80% verhaald op het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. De kosten van TBS-verpleging mogen eerst gedeclareerd worden vanaf het moment van het in gebruik nemen van een voorziening. Door de directe relatie met de kosten is de realisatie van de AWBZ-opbrengsten evenredig toegenomen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Dit wordt in 2002 met name veroorzaakt door loon- en prijsontwikkelingen.

Diverse opbrengsten

De diverse opbrengsten belopen € 11,3 miljoen meer dan de oorspronkelijke raming. Een specificatie van de gerealiseerde opbrengsten komt in het volgende overzicht naar voren:

Diverse opbrengsten bedragen x € 1 000
 Totaal
Opbrengst exploitatie VN-cellen5 348
Opbrengst ESF-subsidies4 880
Opbrengsten vreemdelingenvervoer4 809
Opbrengsten inzet bijzondere bijstand en ondersteuning3 551
Subsidievaststellingen voorgaande jaren1 815
Diverse opbrengsten450
Totaal diverse opbrengsten20 853

Rentebaten

Rente wordt vergoed over de credit-saldi van de rekening-courant met het ministerie van Financiën. De DJI vraagt maandelijks op basis van de berekende liquiditeitsbehoefte kasgeld aan bij het ministerie van Financiën. In 2002 is een rente-opbrengst gerealiseerd ter grootte van € 0,7 miljoen.

Buitengewone baten

In 2002 heeft nadere besluitvorming plaatsgevonden betreffende het afstoten van een pand waarvan de geraamde afkoop boekwaarde in de door DJI gevormde voorziening is opgenomen (zie hiervoor de toelichting bij de betreffende balanspost). Omdat besloten is het betreffende pand voorlopig nog in gebruik te houden, valt de geraamde afkoopsom ad ca. € 13,1 miljoen als buitengewone bate vrij ten gunste van het exploitatieresultaat 2002.

Lasten

Apparaatskosten inclusief subsidies

De apparaatskosten zijn ca. € 118,1 miljoen hoger uitgekomen dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Het grootste deel van deze stijging is te verklaren door de extra middelen die beschikbaar zijn gesteld voor beleidsintensiveringen. Deze bijstellingen zijn reeds toegelicht bij het overzicht van de wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.

Aangezien een belangrijk deel van de kosten van personele aard zijn, wordt onderstaand een specificatie van deze kosten gegeven.

Specificatie kosten van personele aard bedragen x € 1 000
Omschrijvingrealisatie 2002
Ambtelijk personeel642 900
Overig personeel: 
– niet regulier1 292
– uitzendkrachten24 020
– opleiding en vorming6 948
– post-actief personeel12 412
– niet actief personeel7 672
Reiskosten woon-/standplaats9 851
Overige personeelskosten5 223
Totaal710 318

Met als doel inzicht te geven in de realisatie wordt in onderstaande tabel een specificatie gegeven van de materiële kosten groter dan € 10 miljoen

Specificatie materiële kosten bedragen x € 1 000
Omschrijvingrealisatie 2002
Subsidies particuliere jeugd- en TBS-inrichtingen230 235
Gebruiksvergoedingen RGD180 150
Overige huisvestingskosten41 759
Kosten Justitieel ingeslotenen (rijksinrichtingen)51 247
Kosten deskundigen/adviseurs28 766
Onderhoud en exploitatie apparatuur26 311
Kosten arbeid ingeslotenen20 996
Bureaukosten17 046
Sollicitatiekosten en overige p-gebonden kosten11 993
Kosten arrestanten op politiebureau's10 633
Reis- en verblijfskosten personeel10 574
Overige exploitatiekosten32 416
Totaal662 126

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op de door het ministerie van Financiën verstrekte leningen.

Afschrijvingskosten materieel

De afschrijvingskosten beliepen in 2002 € 6,9 miljoen meer dan geraamd. Dit is onder andere het gevolg van de extra investeringen volgend uit de in 2002 in gang gezette capaciteitsuitbreidingen bij het Gevangeniswezen.

Dotatie aan voorzieningen

De dotaties en onttrekkingen aan de voorzieningen zijn nader toegelicht bij de betreffende post in de balans.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten is negatief en bedraagt € 11,3 miljoen. Dit saldo is ontstaan door consolidatie van de verlies- en winstrekeningen van de onder de DJI ressorterende inrichtingen en diensten.

Het negatieve uitvoeringsresultaat laat zich in hoofdzaak verklaren door:

– extra capaciteitsuitbreidingen die in 2002 in het Gevangeniswezen zijn gerealiseerd. Het gaat om gemiddeld 218 plaatsen boven de productietaakstelling en het gebruik van 302 politiecellen voor arrestanten. Voorts nam de capaciteit voor VN-bewaring met 20 cellen toe. Daarnaast zijn de voorbereidingen in gang gezet voor verdere capaciteitsuitbreidingen. De met de voorbereiding gepaard gaande kosten zoals voorwerving, projectorganisaties en initiële kosten zijn ten laste van de exploitatie 2002 gebracht. De hiervoor beschikbaar gestelde middelen waren onvoldoende om de bedoelde kosten volledig af te dekken;

– voor de financiering van de maatregelen in het kader van de nota «Investeren in Personele Zorg DJI» zijn structureel extra middelen aan de bijdrage van de DJI toegevoegd. Voor het jaar 2002 was het volledige pakket maatregelen hiermee niet financieel afgedekt. Omdat besloten is zoveel mogelijk het volledige pakket aan maatregelen uit te voeren is mede hierdoor een negatief effect op exploitatierekening 2002 ontstaan;

– in 2002 is Rijksbreed de prijsbijstelling voor slechts 25% uitgekeerd. Justitie heeft deze 25% ingezet ter afdekking van Justitiebrede problematiek. Aangezien de DJI een aanzienlijk deel van het gebouwenbestand van de Rijksgebouwendienst (RGD) huurt en de RGD de prijsverhoging onverkort doorbelast aan de afnemers, ontstond met name hierdoor in 2002 een problematiek van circa €10 miljoen, welke slechts ten dele in de uitvoering kon worden afgedekt.

Voorstel resultaatsbestemming

Voorgesteld wordt het exploitatieresultaat 2002 ten laste van de exploitatiereserve te brengen. De ontwikkeling van de exploitatiereserve vanaf de stand van 31-12-2001 is dan als volgt:

bedragen x € 1 miljoen
Stand eigen vermogen per 31-12-2001 (voor winstverdeling)80,073
Uitkering aan Bestuursdepartement (=afroming e.v. tot vastgesteld maximum)– 18,575
Stand exploitatiereserve per 01–01–2002 (na winstverdeling 2001)61,498
Negatief exploitatieresultaat 2002– 11,315
Stand van de exploitatiereserve na resultaatsverdeling 200250,183

Uitvoeringsresultaat 2002 gespecificeerd naar hoeveelheids- en prijsverschillen

Op het niveau van de onderscheiden beleidsterreinen kan het uitvoeringsresultaat nader worden gespecificeerd naar hoeveelheids- en prijsverschillen. Het resultaat is als volgt.

bedragen x € 1 000
OmschrijvingOorspronkelijk   Vastgestelde  Begroting 2002RealisatieVerschilVerschil uitgesplitst in:
    HoeveelheidsverschilPrijsverschil
Totaal inrichtingen en diensten     
– Gevangeniswezen822 845905 79982 95422 55860 396
– Rijks jeugdinrichtingen122 447134 37311 9262 5989 328
– Particuliere jeugdinrichtingen87 99897 3649 366– 3 15612 522
– Inkoopplaatsen jeugdinrichtingen8 3646 889– 1 475– 367– 1 108
– Rijks TBS inrichtingen84 05994 49710 438– 33510 773
– Particuliere TBS-inrichtingen89 76891 7301 962– 2 9594 921
Totaal lasten volgens P x Q1 215 4811 330 652115 17118 33996 832
Opbrengsten derden in P (excl AWBZ)28 01140 60012 589  
Niet toe te reken posten54 97055 570600  
Aansluiting met lasten in staat B&L1 298 4621 426 822128 360  

In bovenstaand overzicht komen de uitvoeringsresultaten van de onderscheiden sectoren naar voren. Deze resultaten zijn vervolgens gesplitst in hoeveelheids- en prijsverschillen.

De hoeveelheidsverschillen

Hoeveelheidsverschillen ontstaan indien de gerealiseerde productie-aantallen afwijken ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. In de paragraaf kengetallen worden de gemiddeld gerealiseerde capaciteiten per sector gepresenteerd en nader toegelicht.

De prijsverschillen

De prijsverschillen worden voornamelijk veroorzaakt door de niet in de oorspronkelijke begroting begrepen loon- en prijsstijgingen gedurende 2002. Daarnaast geldt dat bijvoorbeeld de uitvoering van de nota Investeren in Personele Zorg het DJI-product duurder maakt.

Omdat 14 inkoopplaatsen in de jeugdsector bij landelijke voorzieningen zijn opgenomen in de AWBZ-erkende capaciteit van deze instellingen, worden deze relatief dure plaatsen uit een andere bron (t.w. het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten) gefinancierd. Bovendien is de gemiddeld gerealiseerde prijs gedrukt omdat reeds rekening is gehouden met een onderbezettingskorting bij de Glen Millsschool. Hierdoor ontstaat voor deze categorie een negatieve prijsverschil.

In de niet toe te rekenen posten zijn onder meer inbegrepen de voorbereidingskosten van de nog niet in gebruik genomen capaciteit, alsmede de dotaties aan de voorzieningen

Overzicht meerjarige vermogensontwikkeling

(bedragen x € 1 000) 1998199920002001begroot 2002 realisatie 2002
Eigen vermogen per 01-01-2002161 217149 829169 82965 42557 38580 073
       
Saldo van baten en lasten10 28822 4399 11922 6800– 11 315
       
Directe mutaties      
– uitkeringen aan moederdepartement0– 113 523– 8 032000– 18 575
– bijdrage moederdepartement ter versterking van eigen vermogen000000
       
Overige Mutaties– 21 676– 2 4390000
       
Eigen vermogen per 31-12-2002149 829169 82965 42580 07357 38550 183

Kasstroomoverzicht 2002

bedragen x € 1 000
 Oorspronkelijk vast-gestelde begroting RealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vast- gestelde begroting  
1. Rekening courant RIC 01-01-200250 016128 02678 010
    
2. Totaal operationele kasstroom22 87123 557687
    
3a. Totaal investeringen– 41 748– 70 521– 28 773
3b. Totaal boekwaarde desinv. 8 4368 436
3. Totaal investeringskasstroom– 41 748– 62 085– 20 337
    
4a. Eenmalige uitkering aan Moederdep. – 18 575– 18 575
4b. Eenmalige storting door Moederdep.   
4c. Aflossingen op leningen– 24 194– 21 9252 269
4d. Beroep op leenfaciliteit34 0330– 34 033
4. Totaal financieringskasstroom9 839– 40 500– 50 340
    
Rekening courant RIC 31-12-2002 (=1+2+ 3+4)40 97848 9988 020

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de stand van de rekening-courant per ultimo 2002 € 8 miljoen hoger is dan in de begroting 2002 was geraamd. Het saldo van de rekening-courant was bij aanvang van het jaar aanzienlijk hoger (€ 78 miljoen) dan in de begroting 2002 was voorzien. De investeringskasstroom is € 20 miljoen hoger uitgekomen dan was geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het in gang zetten van de capaciteitsuitbreiding in het Gevangeniswezen, die in de begroting 2002 niet was voorzien. De eenmalige uitkering van het moederdepartement is bij de verantwoordingsstaat reeds toegelicht. In 2002 is geen beroep op de leenfaciliteit gedaan omdat ultimo 2001 sprake was van een financieringsoverschot. Dit houdt in dat het totaal van de leningen en het lang lopende deel van de voorzieningen hoger is dan de waarde van de vaste activa. Door geen nieuwe leningen af te sluiten is er per ultimo 2002 geen financieringsoverschot meer.

Ontwikkelingen gedurende de begrotingsuitvoering 2002

Investeren in Personele Zorg DJI (IPZ)

In de brief aan de Tweede Kamer (TK, 24 587, 15 april 2002) over het plan van aanpak IPZ is o.a. aangegeven hoeveel geld beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de meest urgente maatregelen uit de nota IPZ. In de volgende tabel komt dit terug.

bedragen x € 1 miljoen
Omschrijving200220032004200520062007
Door reallocatie middelen Justitiebegroting15,015,015,015,015,015,0
Arbeidsvoorwaardenruimte functiedifferentiatie15,015,015,015,015,015,0
Van BZK: voor o.a. bestrijding ziekteverzuim14,00,70,40,40,40,4
Van DJI: inzet exploitatiereserve22,7     
Van DJI: batig saldo 200118,6     
Toepassing budgettair neutrale kasschuif binnen DJI– 22,50,913,95,22,5 
Totaal beschikbare gelden40,154,344,335,632,930,4

Door het beschikbaar stellen van extra middelen door het moederdepartement en door interne reallocatie van middelen is het beschikbare budget in de loop van 2002 verruimd tot € 50,8 miljoen. Van dit bedrag is in 2002 uiteindelijk € 32,9 miljoen ingezet ten behoeve van de uitvoering van IPZ-maatregelen. Het resterende bedrag ad € 17,9 miljoen is als vooruitontvangen bijdrage in de balans van DJI verantwoord. In 2003 zal met behulp van deze «overlopende» bedragen herprioritering van de uit te voeren IPZ-maatregelen plaatsvinden. Daarbij zal compensatie van de voor de periode 2003–2005 verwachte hogere kosten voor de uitvoering van een aantal projecten (o.a. competentiemanagement en managementontwikkeling) worden betrokken.

In de volgende tabel wordt de uitvoering 2002 gepresenteerd, geclusterd naar hoofdcategorieën van maatregelen. In deze tabel is ook aangegeven hoe de samenstelling van de balanspost vooruitontvangen bijdrage is en bij welke categorieën overschotten en tekorten optraden.

bedragen x € 1 miljoen
 1234=1–2–35=3+4
Omschrijving actueel budget uitgezet budget  naar 2003 resultaat 2002 totaal naar 2003
1. Stijl van leiding geven3,42,11,5– 0,21,3
2. Professionalisering en ontwikkeling7,64,92,60,12,7
3. Herkenbaarheid werkresultaten1,20,40,90,00,9
4. Werkinhoud7,32,22,92,25,1
5. Werkbelasting13,912,72,1– 0,81,2
6. Veiligheid en weerbaarheid1,10,80,4– 0,20,3
7. Arbeidsverzuim1,60,01,60,01,6
8. Arbeidsvoorwaardenpakket4,54,60,0– 0,1– 0,1
9. Evenwicht werk en privé0,21,00,0– 0,9– 0,9
10. Arbeidsmarkt3,30,72,50,12,6
11. Borging proces implementatie nota0,30,10,3– 0,10,2
Financieringachterstanden, CAO-verschillen6,43,40,03,03,0
Kader en uitputting IPZ50,832,914,83,117,9

De omvang van de post «totaal naar 2003» is mede beïnvloed door de in de 2e helft van 2002 opgelegde stop op vacaturevervulling en het inhuren van derden.

Financiering extra noodmaatregelen Gevangeniswezen

Voor de ontwikkeling van de capaciteit van het Gevangeniswezen geldt dat in 2002 een start is gemaakt met de uitbreiding van ruim 1 000 strafrechtelijke plaatsen. In dit kader werden in 2002 op jaarbasis gemiddeld 218 extra plaatsen in gebruik genomen. Ook gold dat de bezetting van arrestanten op politiebureaus in 2002 circa 300 hoger was dan in de planning voorzien. Het betreft hier de uitvoering van de beslissing van de voormalige minister van Justitie om in 2003 ruim 1 000 plaatsen extra te creëren in het Gevangeniswezen. De minister maakte dit besluit kenbaar bij brieven van 17 juni en 2 juli 2002 (TK 24 587, nrs. 78 en 79) aan de Tweede Kamer. Ter financiering van de capaciteitsuitbreidingen is de begroting van de DJI in 2002 verhoogd met € 28 miljoen. De feitelijke kosten lagen circa € 7 miljoen hoger en vormen onderdeel van het negatieve resultaat van de DJI.

Budgettaire problematiek DJI

DJI kende begin 2002 een forse, nog niet opgeloste budgettaire problematiek. Deze problematiek vloeide voort uit in het verleden opgelegde taakstellingen (zoals DJI-bijdragen ter compensatie van zowel Justitiebrede problematiek en door het ministerie van Financiën opgelegde taakstellingen) en uit taakstellingen die voortvloeien uit het Regeerakkoord 1998–2002 (waaronder de taakstelling van ca. € 52,2 miljoen). Maar tekorten ontstonden ook als gevolg van capaciteitsgerelateerde en personele problematiek (zoals tegenvallende opbrengsten toepassing sober regime, hogere huisvestingskosten en medefinanciering van de nota Investeren in Personele Zorg DJI). Door een pakket van maatregelen en exogene toevoeging van middelen bij het Strategisch Akkoord is het structurele tekort aanzienlijk teruggedrongen, maar nog niet geheel opgelost. Het resterende tekort 2002 komt tot uitdrukking als aandeel in het negatieve uitvoeringsresultaat 2002 van circa € 11,3 miljoen. In 2002 zijn werkgroepen aan de slag gegaan die tot taak hebben voor 2003 e.v. tekortbeperkende maatregelen te ontwikkelen, zodat een sluitende begrotingsuitvoering wordt bevorderd.

Stelselwijziging Rijkshuisvesting 1999

In 2002 heeft de DJI regelmatig afstemmingoverleg over financiële aangelegenheden gevoerd met decoördinator van het regieteam DJI bij de Rijksgebouwendienst (RGD).

In 2002 is een totaalbedrag ad € 180,2 miljoen aan reguliere huisvestingskosten RGD verantwoord. Een deel van dit bedrag komt voort uit recente investeringen in eigenaarsvoorzieningen. Voor deze investeringen dienen, na definitieve vaststelling van de kosten, de boekwaarden van de betreffende panden te worden aangepast. Op grond van de aangepaste boekwaarden dienen nieuwe gebruiksovereenkomsten of allonges op de bestaande overeenkomsten te worden vastgesteld, waarin de (verhoogde) gebruiksvergoedingen zijn vastgelegd. Vooruitlopend op het afsluiten van nieuwe gebruiksovereenkomsten en allonges op bestaande overeenkomsten zijn alvast gebruiksvergoedingen volgend uit deze investeringen in rekening gebracht. Omdat tussen de RGD en de DJI nog geen overeenstemming is bereikt over de exacte omvang van deze gebruiksvergoedingen beschouwt de DJI de betaling van deze gebruiksvergoedingen nadrukkelijk als voorschot. De DJI behoudt zich het recht voor, op basis van de uiteindelijk vastgestelde gebruiksovereenkomst, terug te komen op de in rekening gebrachte gebruiksvergoeding. Het gaat hierbij om een bedrag ter grootte van circa € 23 miljoen Daarnaast is een bedrag ad circa € 7,5 miljoen aan gereed gekomen projecten ten laste van de exploitatierekening 2002 gebracht waarvan op balansdatum het verrekenstuk nog door de DJI dient te worden ontvangen. Het betreft hier de over 2002 nog te betalen gebruiksvergoedingen, advieskosten en afkoop van boekwaarden.

De kengetallen

Onderstaande overzichten geven inzicht in de voor 2002 geraamde en gerealiseerde gemiddelde capaciteit per product(categorie). De bijdrage van het moederdepartement is gebaseerd op de gemiddelde capaciteit die gedurende de verslagperiode aanwezig was.

Overzicht gemiddelde capaciteit – sector Gevangeniswezen
Omschrijving begroting 2002 realisatie 2002 verschil realisatie en begroting
Strafrechtelijke capaciteit11 53311 685152
Vreemdelingen capaciteit1 3051 34035
Sub-totaal reguliere capaciteit12 83813 025187
    
Overige capaciteit   
VN-cellen486820
Arrestanten op politiebureau's50352302
Electronische detentiehuizen (EDH) 2020
Penitentiaire programma's (PP's)19720811
Totaal13 13313 673540

Reguliere capaciteit

De hogere gerealiseerde gemiddelde capaciteit (13 025) bij het Gevangeniswezen ligt 187 plaatsen hoger. Ter bekorting wordt voor een toelichting hierop verwezen naar de hiervoor opgenomen toelichting.

VN-cellen

Ten opzichte van de in het kader opgenomen 48 plaatsen zijn 20 extra bewaringsplaatsen beschikbaar gesteld ten behoeve van het Joegoslavië Tribunaal.

Arrestanten op politiebureaus

Als gevolg van een toenemende vraag naar capaciteit was het oorspronkelijk geraamd aantal (50) onvoldoende. Het verblijf van arrestanten op politiebureaus kwam (rekenkundig bepaald) gemiddeld uit op 352 plaatsen.

Electronische detentiehuizen (EDH)

Het experiment met de EDH, dat eind 2001 is gestart, was nog niet opgenomen in de begroting 2002. De EDH's zijn gevestigd op een tweetal locaties (t.w. 10 plaatsen in Breda en 10 in Veenhuizen).

Gemiddelde capaciteiten sector TBS
Omschrijving begroting 2002 realisatie 2002verschil realisatie en begroting  
Rijksinrichtingen   
Long stay basis8210220
Long stay intensief000
Resocialisatie7255– 17
Behandeling314309– 5
Pieter Baan Centrum32320
 500498– 2
Particuliere inrichtingen   
Long stay basis779720
Long stay intensief000
Resocialisatie125104– 21
Behandeling435415– 20
 637616– 21
Totaal TBS-plaatsen1 1371 114– 23

De gerealiseerde gemiddelde capaciteit is in 2002 per saldo 23 plaatsen lager uitgekomen dan opgenomen in de begroting 2002. Het verschil wordt veroorzaakt door vertraagde oplevering van plaatsen bij twee particuliere inrichtingen. De long-stayplaatsen zijn per ultimo 2002 alsnog aan de formele capaciteit toegevoegd. De ontstane onderproductie in 2002 is ten dele gecompenseerd door het langer in stand houden van tijdelijke plaatsen.

Contractplaatsen GGZ

De contractplaatsen GGZ behoren tot het terrein van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De realisatiecijfers versus de raming komen tot uitdrukking in de volgende tabel.

Omijving begroting 2002 realisatie 2002verschil realisatie en begroting
GGZ-intramuraal*1991990

*Voor een nadere toelichting op de GGZ-voorzieningen betreffende de contractplaatsen TBS wordt verwezen naar het Jaaroverzicht Zorg van het ministerie van VWS.

Gemiddelde capaciteiten sector Jeugd
Omschrijving begroting 2002 realisatie 2002Verschil realisatie en begroting
Rijks justitiële jeugdinrichtingen   
Opvang plaatsen64370461
Behandel-gesloten plaatsen322273– 49
Behandel-open plaatsen12613812
FOBA (V)IC40400
 1 1311 15524
Particuliere justitiële jeugdinrichtingen   
Opvang plaatsen3193256
Behandel-gesloten plaatsen274273– 1
Behandel-open plaatsen467424– 43
Inkoopplaatsen114109– 5
 1 1741 131– 43
Totaal JJI-plaatsen2 3052 286– 19
Scholings- en trainingsprogramma's5125– 26

Als gevolg van vertraagde oplevering van nieuwe capaciteit, zijn ten opzichte van de begroting 2002 per saldo gemiddeld 19 plaatsen minder gerealiseerd. Voorts verbleven gemiddeld (rekenkundig bepaald) 15 jeugdigen op politiebureaus. De kosten hiervan komen ten laste van de sector Jeugd. Naast de gerealiseerde inkoopplaatsen heeft de sector nog de beschikking over 14 contractplaatsen bij landelijke voorzieningen. Deze capaciteit is opgenomen in de AWBZ-erkende capaciteit van deze instellingen.

Het wettelijk kader voor de uitvoering van scholings- en trainingsprogramma's (STP), de Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen, is per 1 september 2001 in werking getreden. Ten gevolge van enige aanloopproblemen voor wat betreft de begeleiding van STP's zijn er in 2002 uiteindelijk voor het equivalent van 25 plaatsen op jaarbasis programma's gerealiseerd. In de tweede helft van 2002 zijn werkafspraken gemaakt met de ketenpartners gezinsvoogdij-instellingen en de Stichting Reclassering Nederland.

De gemiddelde dagprijzen

Algemeen

In de begroting 2002 zijn de gemiddelde voorcalculatorische dagprijzen per sector opgenomen. Tegen deze prijs wordt in het vervolg van deze toelichting de gemiddeld gerealiseerde dagprijs afgezet. De voorcalculatorische prijs is een dagprijs waarin -met uitzondering van de prijzen betreffende arrestanten op politiebureaus's, rekening is gehouden met een opslag voor de toerekening van de kosten van zowel de Landelijke diensten (opleidingen, vervoer, ICT, geestelijke en geneeskundige verzorging, etc.) en het hoofdkantoor DJI, als enkele centraal beheerde kosten.

In het navolgende overzicht worden de realisatiecijfers afgezet tegen de in de begroting 2002 opgenomen gemiddelde dagprijzen per product.

Overzicht gemiddelde dagprijzen bedragen x € 1
Omschrijving begroting 2002 realisatie 2002Verschil realisatie en begroting
Gevangeniswezen:   
– Reguliere capaciteit (incl. vreemdelingenbewaring.)173,50184,8011,30
– VN-cellen222,75383,92161,17
– Arrestanten op politiebureaus80,0980,900,81
– Penitentiaire programma's (PP's)62,6273,7211,10
TBS:   
– Rijksinrichtingen (incl. PBC)460,60519,8759,27
– Particuliere inrichtingen386,09407,9821,89
Jeugd:   
– Rijksinrichtingen296,61318,7422,13
– Particuliere inrichtingen227,44261,0133,57

In het algemeen geldt dat de verschillen tussen de oorspronkelijke begroting en de gerealiseerde dagprijs worden veroorzaakt door loon- en prijsbijstellingen, de wijziging van de productmix, de omvang van de toe te rekenen overhead en de omvang van de verstrekte bovennormatieve toevoegingen. Ten aanzien van de VN-cellen geldt dat in de begrote prijs per abuis een aantal opslagen buiten beschouwing is gelaten. Dit betreft een opslag in verband met hogere kosten voor huisvesting en vervoer. De gerealiseerde hogere dagprijs voor deze categorie wordt voorts veroorzaakt door de toename van het aantal vervoersbewegingen en de aard van het vervoer (het gaat hier m.n. om extra beveiligd vervoer).

In de gemiddelde dagprijs per penitentiair programma zijn niet begrepen de kosten van de reclasseringsbegeleiding, alsmede de kosten van eventuele bijstandsuitkeringen voor huisvesting en levensonderhoud aan de betrokkenen.

De verschillen tussen de gerealiseerde prijzen van de rijks en particuliere Jeugd- en TBS-inrichtingen worden in hoofdzaak verklaard doordat in de dagprijzen van de rijksinrichtingen rekening wordt gehouden met de gebuiksvergoeding voor de panden van de Rijksgebouwendienst. De panden van particuliere inrichtingen zijn daarentegen deels à fonds perdu gefinancierd en deels via externe leningen. Alleen de kapitaalslasten betreffende de leningen maken voor wat betreft de huisvesting onderdeel uit van de gerealiseerde prijzen.

De gemiddelde gerealiseerde prijs van de particuliere jeugdinrichtingen is exclusief de onderwijskosten. Deze worden verantwoord bij het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OC&W). In de rijksinrichtingen zijn de kosten van onderwijs in 2002 nog grotendeels ten laste van de sector jeugd gekomen. In 2003 zullen ook voor de rijks jeugdinrichtingen de onderwijskosten worden verantwoord door OC&W.

Ten aanzien van zowel de gerealiseerde prijzen in de particuliere TBS- als Jeugdsector geldt nog dat de berekening is gebaseerd op de verstrekte subsidievoorschotten voor 2002 en dat het voorlopige karakter vervalt wanneer – na indiening van de jaarrekeningen van de gesubsidieerde inrichtingen over 2002 – de definitieve subsidies worden vastgesteld.

Verschillen tussen gemiddelde dagprijzen en realisatiecijfers

Verschillen prijzen per sector bedragen x € 1
 RijksinrichtingenPart. Inrichtingen
 GevangeniswezenTBSJeugdTBSJeugd
Verschil realisatie en begroting11,3059,2722,1321,8933,57
als gevolg van:     
Doorwerking loon- en prijsbijstellingen4,3819,153,0719,9124,56
IPZ3,7120,079,081,519,69
Huisvesting2,526,9510,74  
Bovennormatieve toeslagen0,8012,87   
Overige uitvoeringsverschillen– 0,110,23– 0,760,47– 0,68
Totaal verklaard11,3059,2722,1321,8933,57

De omschrijving van de meeste posten in het bovenstaand overzicht behoeven geen nadere toelichting, aangezien het hier veelal gaat om de stijging van de gemiddelde dagprijzen op grond van de doorwerking van de loon- en prijsstijgingen. Voor de toename van huisvestingskosten geldt dat deze wordt veroorzaakt door de stijging van de gebruikersvergoedingen, alsmede de in 2002 gepleegde investeringen in de gebouwen. Dit laatste geldt met name voor de rijksjeugdsector. Met betrekking tot de post IPZ geldt dat in de oorspronkelijk geraamde dagprijs hiermee geen rekening is gehouden. De middelen zijn in 2002 additioneel beschikbaar gekomen en hebben een opwaarts effect op de gemiddelde dagprijs.

03 CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU

Balans per 31 december 2002

bedragen in € 1 000
 Balans 2002Balans 2001
Activa  
Immateriële vaste activa00
Materiële vaste activa8 5214 845
* grond en gebouwen00
* installaties en inventarissen4 1881 139
* verbouwingen849965
* overige materiële vaste activa3 4842 741
Voorraden2323
Debiteuren228198
Nog te ontvangen/vooruit betaald8151 686
Liquide middelen10 6875 648
Totaal activa20 27412 400
   
Passiva  
Eigen vermogen1 868735
* exploitatiereserve7352 068
* verplichte reserves00
* saldo exploitatie (onverdeeld resultaat)1 133– 1 333
Leningen bij het ministerie van Financiën (leenfaciliteit)5 8672 720
Voorzieningen00
Crediteuren5 7044 715
Vooruit ontvangen projectgelden8001 262
Nog te betalen/vooruit ontvangen6 0352 968
Totaal passiva20 27412 400

Toelichting op de balans

Waarderingsgrondslagen

Algemeen

Hieronder worden de waarderingsgrondslagen per activumgroep toegelicht.

Voor zover niet anders vermeld, worden de activa en passiva verantwoord tegen de nominale waarde.

– Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs onder aftrek van afschrijvingen, gebaseerd op de economische levensduur van het activum. Afschrijvingen geschieden lineair en tijdsevenredig over het jaar. Hierbij gelden de volgende afschrijvingstermijnen:

– Grond en gebouwen

Niet van toepassing.

– Inventaris

Deze wordt afgeschreven in 7,5 en 10 jaar waarbij geldt dat deze laatste termijn voor het meubilair wordt gehanteerd.

– Verbouwingen

De hieronder opgenomen verbouwingen worden afgeschreven in 10 jaar.

– Computer-hardware

Voor grote computerconfiguraties en platte beeldschermen wordt een afschrijvingstermijn van 5 jaar gehanteerd. Voor de overige hardware wordt een termijn van 3 jaar gehanteerd, zulks in verband met de snelle ontwikkeling op het gebied van kleine systemen.

– Software

Het betreft aangeschafte en zelf ontwikkelde software en wordt afgeschreven in 3 en 8 jaar.

– Apparatuur

Deze wordt afgeschreven in 3 en 5 jaar.

– Per 1 juli 2002 is de activeringsgrens van € 500 per activum verhoogd naar € 2000 per activum. De activeringsgrens is verhoogd om de activeringsprocedure te vereenvoudigen en de activeringsgrens vast te stellen op een meer realistische basis.

– Debiteuren

De debiteuren zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk geachte voorziening voor oninbaarheid.

– Resultaatbepaling

Het CJIB is een baten- en lastendienst. De opbrengst is opgebouwd op basis van voornamelijk outputfinanciering (P*Q) en voor een deel inputfinanciering. De totale kosten zijn te verdelen in apparaatkosten en overige exploitatiekosten. De kosten worden toegerekend aan de periode waarin de opbrengsten worden verantwoord (matchting-principe).

Materiële activa

Onderstaand volgt per post een korte toelichting op het verloop van de materiële activa over 2002:

Materiële vaste activa bedragen x € 1 000
 InventarisVerbouwingenHardwareSoftwareApparatuurTotaal
Aanschafwaarde6001 0802 9908428196 331
Cum. afschrijvingen– 38– 115– 732– 359– 242– 1 486
Boekwaarde 01-01-20025629652 2584835774 845
       
Investeringen3 0282 111220650 6 009
Desinvesteringen– 118– 71   – 189
Afschrijvingen– 244– 116– 1 243– 318– 293– 2 214
Afschijvingen desinvest. 26  44 70
Cum. aanschafwaarde3 5101 0805 0301 0621 46912 151
Cum. afschrijvingen– 256– 231– 1 931– 677– 535– 3 630
Boekwaarde 31-12-20023 2548493 0993859348 521

De investeringen in inventaris hebben met name betrekking op de inrichting van Marnixstate. De aangeschafte flatscreens, telefooncentrale en actieve netwerkcomponenten vormen met name de hardware-investeringen.

In 2002 zijn ter grootte van ca. € 0,2 miljoen versnelde afschrijvingen gepleegd in het kader van bestaande activa (aangeschaft voor 2000) die niet mee over zijn gegaan naar Marnixstate. Deze versnelde afschrijvingen zijn in de specificatie opgenomen onder de afschrijvingen.

Specificatie afschrijvingen:

Reguliere afschrijvingen 2 057 000

Versnelde afschrijvingen 157 000 +

Totaal: 2 214 000

Voorraden

Er wordt een vast bedrag gehanteerd voor de in voorraad zijnde gebruiksgoederen, zoals briefpapier, kopieerpapier en overige bureaubenodigdheden. Met name het grote gebruik van briefpapier en kopieerpapier noodzaakt tot voorraadvorming.

Debiteuren

Het saldo debiteuren betreft courante vorderingen op reguliere debiteuren ca. € 0,2 miljoen. Er is geen voorziening voor oninbaarheid.

Nog te ontvangen/vooruit betaald

bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Vooruit betaalde bedragen    
– diverse leveranciers120 173 
– software0 811 
  120 984
     
Voorschotten personeel21211717
     
Nog te ontvangen bedragen    
– Staffelkorting diverse leveranciers373 498 
– Bestuurlijke boetes0 173 
– overig nog te ontvangen301 14 
  674 685
Saldo 815 1 686

Toelichting:

Diverse leveranciers

Deze vooruitbetaalde bedragen betreffen met name afgesloten service- en onderhoudscontracten op ICT-gebied (€ 68 000) en een depotbedrag in verband met te leveren TPG-diensten (€ 52 000).

Voorschotten personeel

Voorschotten betaald aan personeel kunnen worden onderverdeeld in de componenten salarissen (€ 18 000), reiskosten (€ 2000) en PC-Privé (€ 1000).

Staffelkorting diverse leveranciers

In de mantelovereenkomsten met diverse leveranciers zijn staffelkortingen afgesproken. Bovenstaande post betreft de totaal berekende vordering van staffelkorting op deze leveranciers over 2002.

Overige nog te ontvangen

Overige nog te ontvangen bestaat voornamelijk uit de renteopbrengsten over 2002.

Liquide middelen

bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Kas 1 0
     
Bank    
– BNG496 424 
– Rabobank0 0 
  496 424
Rekening-courant MvF    
– Rekening-courant10 011 5 075 
  10 011 5 075
     
Depositofaciliteit 0 0
     
Fiscon 179 149
Saldo LM 10 687 5 648

Eigen vermogen

In onderstaande tabel wordt het verloop van het Eigen Vermogen voor 2002 weergegeven:

bedragen x € 1 000
 20022001
Eigen vermogen 1-17354 048
   
–/– Vrijval/afroming Onverdeeld resultaat 20011 333– 2 145
   
+ Resultaatbestemming 2001– 1 333129
   
–/– Saldo exploitatie/onverdeeld resultaat 2001 – 1 333
+ Saldo exploitatie/onverdeeld resultaat 20021 133 
   
Eigen vermogen 31-121 868735

Het CJIB zal het resultaat 2002 van ca. € 1,1 miljoen volledig aan de exploitatiereserve toevoegen.

Exploitatiereserve

De maximaal toegestaande exploitatiereserve bedraagt 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie verslagjaren (€ 2,5 miljoen). Het resultaat over het boekjaar 2001 is ten laste van de exploitatiereserve gebracht.

bedragen x € 1 000
 31-12-2002
Exploitatiereserve2 068
  
–/– Afname Exploitatiereserve (resultaat 2001)– 1 333
  
Exploitatiereserve735

Leenfaciliteit

Voor de financiering van de aanschaf van materiële activa kan het CJIB een beroep doen op de leenfaciliteit. Onderstaand het verloop op de leenfaciliteit in 2002:

bedragen x € 1 000
 20022001
Leenfaciliteit per 1-12 7202 828
   
–/– Aflossingen– 833– 1 468
   
+ Beroep op leenfaciliteit3 9801 360
   
Leenfaciliteit 31-125 8672 720

De leenfaciliteit welke gedurende 2002 is aangegaan, is voor de financiering van het meubilair in de Nieuwbouw.

Crediteuren

Het bedrag betreft het saldo schulden aan crediteuren ad € 5,7 miljoen. Voor de vergelijkbaarheid zijn de kosten 2001 op gelijke wijze verantwoord.

Vooruit ontvangen projectgelden

Deze balanspost vermeldt het saldo per 31 december 2002 van de vooruit ontvangen gelden voor projecten. Het saldo vooruit ontvangen projectgelden van € 0,8 miljoen zal gedurende 2003 ingezet worden ter dekking van overlopende activiteiten 2002 ten laste van Dover-middelen (€ 0,7 miljoen) en Programma Verbetering Bedrijfsvoering (€ 0,1 miljoen). Het saldo is als volgt opgebouwd:

bedragen x € 1 000
 20022001
Vooruit ontvangen projectgelden per 1-11 262571
   
+ Vooruitontvangen projectgelden 20025 4782 269
   
–/– Middelen 2001 bestemd voor DBZ– 5810
   
–/– Uitgaven projecten 2002– 4 459– 1 578
   
–/– Schuld aan ministerie van Justitie– 900 
   
Vooruit ontvangen projectgelden per 31–128001 262

Zie voor een meer gedetailleerde specificatie pagina 16 onder «projectkosten».

Nog te betalen/vooruit ontvangen

bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Nog te betalen bedragen    
– gerechtsdeurwaarders1 609 1 036 
– vanuit projectadministratie448 172 
– huur782 210 
– PRIMO540   
– overige nog te betalen721 323 
  4 100 1 741
Vooruit ontvangen bedragen    
– ministerie van Justitie (saldo)1 003 439 
     
  1 003 439
Reserveringen    
– Reservering vakantiegeld; BTZR932 788 
     
  932 788
Saldo 6 035 2 968

Toelichting

Gerechtsdeurwaarders

Dit saldo betreft enerzijds een bedrag van € 1,22 miljoen voor nog te ontvangen declaraties van gerechtsdeurwaarders van zaken die bij hen in behandeling zijn. Hierbij gaat het om de kosten van zaken waarin het de gerechtsdeurwaarder niet lukt om de vordering te incasseren (zogenaamde negatieve zaken).

Anderzijds is een bedrag opgenomen voor deurwaarderszaken uit de periode september 2000 tot en met juli 2001. Gedurende dit tijdvak bestond geen wettelijke titel (uitspraak Hoge Raad) om de incassokosten op de debiteur te verhalen. Deze kosten komen derhalve éénmalig geheel voor rekening van het CJIB. De nog te betalen incassokosten zijn berekend op ca. € 0,389 miljoen en verantwoord in 2002.

Vanuit projectadministratie

In de kosten over 2002 zijn op basis van de urenverantwoording de nog te ontvangen facturen van diverse leveranciers van externe medewerkers opgenomen. In totaal betreft dit ca. € 0,4 miljoen.

Huur

In dit bedrag zitten de huurverplichting en de servicekosten over 2002 voor één pand (Marnixstate) en een huurreservering voor de overige panden in verband met nog te verrekenen huurkosten 2002 met de RGD (ca. € 0,5 miljoen).

Het CJIB heeft naast huurcontracten voor de drie in gebruik zijnde panden ook nog een huurcontract voor een niet gebruikt pand (Amicitia). Het contract voor Amicitia loopt per 30 juni 2005 af.

Vanaf de verhuizing naar de Nieuwbouw, per 1 mei 2002 staat het gebouw Amicitia leeg. Gezien de nog beschikbare ruimte in de overige drie panden ligt het in de verwachting dat het pand Amicitia binnen de contractduur niet in gebruik genomen gaat worden. Het CJIB heeft besloten om het pand Amicitia definitief af te willen stoten. Het CJIB heeft de RGD verzocht de huurverplichting tot en met 30-6-2005 te mogen afkopen. De RGD heeft dit verzoek afgewezen, waardoor het CJIB tot en met 30-6-2005 nog de huur voor Amicitia moet betalen.

Omdat het pand tot die tijd leeg staat, en het dus niet bijdraagt aan de productie van het CJIB en dus geen «opbrengsten genereert», heeft het CJIB nog te betalen huurbedragen tot en met 30-6-2005 ten laste van het resultaat van 2002 gebracht. Het betreft een bedrag van € 278 000.

PRIMO

Gedurende 2001 is voor de pilot van het project PRIMO een investering gedaan in het product Staffware Swipe. Deze is in de jaarrekening 2001 als zijnde «onderhanden werk» verwerkt. De rechtvaardiging van deze activapost is met name te vinden in het feit dat het (vooruitbetaalde) bedrag in de komende jaren zou worden «terugverdiend» in de vorm van een lagere aanschafprijs van de licenties en de lagere bedongen onderhoudskosten op het product Staffware Swipe.

Gedurende 2001/2002 is voor Staffware de additionele functionaliteit ontwikkeld. Deze is medio 2002 opgeleverd en zou binnen het project PRIMO als workflow-management-pakket worden gebruikt. Het CJIB heeft in 2002 besloten om het PRIMO-project stop te zetten en eerst een vitaliteitsonderzoek naar de systemen te laten uitvoeren. Tevens wordt binnen het CJIB gekeken naar de doelstellingen en strategie op lange(re) termijn. Hierdoor bestaan er onzekerheden met betrekking tot de toekomstige platformkeuze. Eind 2001 had het CJIB de intentie om, op korte termijn, productielicenties van Staffware te gaan afnemen indien het project PRIMO zal worden doorgezet. Gezien de huidige status van PRIMO is het CJIB niet voornemens Staffware licenties te gaan afnemen. Omdat het in productie nemen van de additionele functionaliteit onzeker is, worden de gemaakte kosten van de pilotfase PRIMO (ca. € 0,8 miljoen) en de ontwikkeling additionele functionaliteit (voor een nog te betalen bedrag van ca. € 0, 5 miljoen) in 2002 verantwoord.

Overige nog te betalen

Dit saldo betreft de kosten met betrekking tot 2e lijnsbeheer (€ 378 000) (op basis van de urenverantwoording), het resterende saldo betreft fiscon (€ 179 000), overwerk (€ 10 000), Deloitte & Touche (€ 14 000), energiekosten (€ 50 000) en de kosten voor één medewerker waarvoor nog tot 1-4-2004 kosten worden gemaakt, maar welke geen prestaties meer voor het CJIB zal leveren. De totale kosten voor deze medewerker worden ten laste van 2002 gebracht en bedragen € 90 000.

Ministerie van Justitie (saldo)

Dit saldobedrag heeft betrekking op een nog te ontvangen bijdrage van het ministerie (€ 0,784 miljoen) en een nog af te romen bedrag van het resultaat 2000 (€ 0, 887miljoen). Voorts is een vooruit ontvangen bijdrage in het kader van de Dover-middelen 2002 ad € 0,9 miljoen opgenomen. Voor dit bedrag zal uiterlijk maart 2003 door de opdrachtgevers VIP en Versterken Executie worden aangegeven hoe deze middelen in 2003 in dat kader zullen worden aangewend.

Reserveringen

Dit saldo betreft een reservering voor vakantiegeld (ca. € 0,7miljoen) en een reservering voor BTZR (Besluit Tegemoetkoming Ziektekostenregeling) (ca. € 0, 2miljoen).

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Overeenkomstig het gestelde in de algemene beheersregeling agentschappen zijn mogelijke verplichtingen die groter zijn dan 5% van de passiva en waarvan de resterende looptijd minimaal 3 jaar is, opgenomen als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

In totaal is voor een bedrag van € 4,5 miljoen aan verplichtingen aangegaan welke niet uit de balans blijken en betrekking hebben op meerjarig afgesloten contracten. Dit bedrag kan als volgt worden gespecificeerd:

* Huurverplichtingen (drie panden) € 4,4 miljoen per jaar

* Leaseverplichtingen (auto's en kantoor-apparatuur) € 0,1 miljoen per jaar

Vermogensontwikkeling

bedragen x € 1 000
Overzicht vermogensontwikkeling 1998199920002001begroot 2002 realisatie 2002
1 Eigen vermogen per 1-14 1394 2264 6314 083735735
2 Saldo van baten en lasten1 9381 3122 145– 1 33301 133
3a Uitkering aan moederdepartement000– 2 14400
3b Bijdrage door moederdepartement000000
3c Directe mutaties in het eigen vermogen00012900
3d Overige mutaties– 1 851– 907– 2 693000
4 Eigen vermogen per 31-12(=1+2+3)4 2264 6314 0837357351 868

Staat van baten en lasten

bedragen in € 1000
 (1)(2)(3)=(2)–(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vast-gestelde begroting over 2002  Realisatie 31-12-02  Verschil realisatie  2002 en begroting 2002  
Baten   
Opbrengst moederdepartement51 13959 7488 609
Opbrengst derden91276185
Rentebaten227340113
Buitengewone baten000
Totaal baten51 45660 3648 908
    
Lasten   
Apparaatskosten36 40646 53110 125
* personele kosten18 54921 8193 270
* materiële kosten17 85724 7126 855
Gerechtskosten6 5155 772– 743
Rentelasten463255– 208
Afschrijvingskosten3 7462 214– 1 532
Dotaties voorzieningen000
Projectkosten4 3264 459133
Buitengewone lasten000
Totaal lasten51 45659 2317 775
Saldo van baten en lasten01 1331 133

Toelichting op de begroting 2002 en de realisatie 2002

Algemeen

Het resultaat over 2002 bedraagt € 1,1 miljoen positief. Hieronder volgt een korte toelichting op de verschillen tussen de begroting en de realisatie. Het grote verschil tussen de begroting en de realisatie wordt veroorzaakt door kosten en opbrengsten die niet in de begroting zijn opgenomen. Deze houden verband met onder meer de uitbreiding van het aantal WAHV-sancties (regioplannen (sancties opgelegd vanuit alle politiekorpsen in het kader van helm, gordel, rood licht, alcohol en snelheid) en de klimaatnota (op basis van het Kyoto-verdrag waarin KLPD en de Politie Rotterdam-Rijnmond de CO2-uitstoot middels sancties reduceren)) en het programma verbetering bedrijfsvoering.

Opbrengst moederdepartement

Het verschil tussen de begroting en de realisatie wordt veroorzaakt door de verhoging van de kostprijs Transacties en het afdoen van meer WAHV-sancties dan begroot. Daarnaast is een aantal mutaties bij voor- en najaarsnota opgenomen, die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet bekend waren.

Verhoging aantal afgedane WAHV-sancties + € 2,9 miljoen

Correctie opbrengst WAHV-sancties – € 1,8 miljoen

Programmabureau + € 1,8 miljoen

Verhoging kostprijs Transacties + € 1,1 miljoen

Versterken ICT-organisatie + € 3,9 miljoen

Overige mutaties + € 0,7 miljoen

Totaal: € 8,6 miljoen

Rentebaten

De rentebaten zijn hoger dan begroot, oorzaak hiervan is een vrij hoog rekening-courantsaldo gedurende 2002. Daarnaast heeft gedurende 3 maanden een bedrag op deposito gestaan, waarover een hogere rente is ontvangen.

Personele kosten

Het verschil in de personele kosten wordt met name veroorzaakt doordat er in de begroting geen rekening is gehouden met extra personele kosten welke voortvloeien uit de regioplannen en de klimaatnota. Mede als gevolg hiervan zijn uitzendkrachten op formatieplaatsen ingezet, waarvan de kosten aanzienlijk hoger liggen dan de salariskosten van ambtelijk personeel.

 Begroot 2002Realisatie 2002Verschil
Gem. aantal FTE's (ambtelijk personeel)553543 
Gem. salariskosten€    32 060€    35 060 
Totale salariskosten ambtelijk personeel€ 17 729 180€ 19 037 580€ 1 308 400
Kosten uitzendkrachten €  2 172 000€ 2 172 000
Overige personele kosten€   819 820€   609 420– €   210 400
 € 18 549 000€ 21 819 000€ 3 270 000

Per 31 december 2002 waren 43 uitzendkrachten binnen het CJIB werkzaam.

De stijging van de gerealiseerde salariskosten ten opzichte van de begrote salariskosten wordt veroorzaakt door de Transformatie waarbij met name de stafafdelingen zijn versterkt.

Materiële kosten

Kosten die niet in de begroting zijn opgenomen:

Verhoging activeringsgrens, waardoor meer aanschaffingen in de kosten zijn verantwoord;

Kosten Staffware pilotfase en ontwikkeling additionele functionaliteit;

Hogere gebruikersvergoeding door overlap in huur in verband met de Nieuwbouw en aanhouden van tijdelijke panden;

Problematiek Trias-applicatie

Kosten welke gerelateerd zijn aan de Nieuwbouw, waaronder o.a. verhuiskosten;

Productiegerelateerde kosten, zoals Print- en mailservice en GBA/KVK-kosten zijn als gevolg van productiestijging (met name de niet begrote regioplannen en klimaatnota) hoger dan begroot;

Ten laste van het resultaat wordt de huur verantwoord van een niet gebruikt pand (Amicitia) voor de resterende contractperiode;

Ten laste van het resultaat worden incassokosten verantwoord van zaken uit de periode september 2000 tot en met juli 2001 waarvan de deurwaarder de incassokosten niet meer in rekening bij veroordeelde mag brengen.

Rentelasten

Daar gedurende 2002 minder van de leenfaciliteit gebruik is gemaakt dan begroot, zijn de rentelasten lager uitgevallen. Dit is onder meer het gevolg van de verhoging van de activeringsgrens (zie afschrijvingslasten). Daarnaast zijn de inrichtingskosten van de Nieuwbouw, welke een beslag op de investeringen zouden leggen, lager uitgevallen dan geprognosticeerd.

Afschrijvingskosten

Medio 2002 is de activeringsgrens binnen het CJIB verhoogd van € 500 naar € 2000. Hierdoor zijn meer aanschaffingen, die voorheen geactiveerd zouden worden, in de kosten terechtgekomen. Daarnaast zijn de gerealiseerde investeringen lager dan voorzien. Dit heeft geresulteerd in lagere afschrijvingskosten.

Toelichting op de staat van baten en lasten

Baten

Opbrengst moederdepartement

De bijdrage van het moederdepartement is voornamelijk op basis van outputfinanciering (P*Q) opgesteld waarbij de spelregels ten aanzien van de kostprijzen als volgt zijn afgesproken:

Begrote productie X vaste kostprijscomponent en werkelijke productie X variabele kostprijscomponent.

Vooralsnog is een verdeling in de kostprijs overeengekomen van 50% vaste kosten en 50% variabele kosten. Voor de producten Vrijheidsstraffen en Ontnemingmaatregelen is (nog) sprake van inputfinanciering, wat gelijk staat aan de kostprijs X de begrote productie.

bedragen in €
 o.b.v. outputfinancieringo.b.v. inputfinanciering 
 WAHVBoetenTransactiesSchade   vergoe-     dings-    maatregelenVrijheids-straffen Ontnemings-maatregelenTotaal
Kostprijs begroting€ 3,90€ 37,22€ 7,06€ 161,23€ 41,73€ 387,43 
        
Begrote produktie over 2002(inclusief mutaties voorjaarsnota)9 978 928122 634507 5185 90018 000740 
Werkelijke produktie over 20029 267 288125 949526 3868 25518 000740 
        
Uitputting 200237 530 1214 626 1303 649 6811 141 105751 140286 69847 984 875
Bijdragen die niet in de kostprijs zijn opgenomen:       
* Projectgelden      4 459 416
* Loon- en prijsbijstellingen      1 946 263
* Mutaties voorjaarsnota      3 925 000
* 2e Lijnsbeheer      862 182
* Diverse inputfinanciering      570 120
       59 747 856

De projectgelden betreffen EURO, Verbetering Bedrijfsvoering en Dovermiddelen. Hiervoor is € 5,5 miljoen vooruit ontvangen. De uitgaven zijn ruim € 4,4 miljoen.

Opbrengst derden

Dit betreft een vergoeding van € 90 000 voor de inning van de door gemeenten opgelegde naheffingsaanslagen inzake gefiscaliseerde parkeermeter- en parkeerautomaatovertredingen. Daarnaast zijn opbrengsten ter grootte van € 186 000 voor Bestuurlijke Boetes in het resultaat 2002 verwerkt.

Rentebaten

Over het creditsaldo op de rekening-courant met het ministerie van Financiën en de depositofaciliteit is een bedrag van ca. € 0,3 miljoen aan rente berekend.

Lasten

Exploitatieresultaat

Specificatie exploitatieresultaat bedragen x € 1 000
 31-12-2002
Personele kosten    
Salarissen ambtelijk personeel18 057   
Uitzendkrachten in formatie/ext. op form.2 180   
     
Overige personeelskosten1 761   
Doorbelaste P-kosten/vergoeding interim– 179   
     
  21 819  
Materiële kosten    
Huisvestingskosten6 323   
Data B-mail5 762   
Automatiseringsdeskundigen3 045   
2e lijnsbeheer4 062   
Organisatie-adviseurs2 029   
Overige M-kosten3 491   
  24 712  
   – 46 531 
Projectkosten 4 459  
Gerechtskosten 5 772  
Rentekosten 255  
Afschrijvingen 2 214  
   – 12 700 
Totale exploitatiekosten  – 59 231 
     
Opbrengsten    
Opbrengst moederdepartement 59 748  
Opbrengst derden 276  
Rentebaten 340  
Totale exploitatiebijdrage  60 364 
Exploitatieresultaat   1 133
     
Buitengewone lasten  0 
Buitengewone baten  0 
Resultaat buitengewone baten/lasten   0
     
Resultaat CJIB   1 133

Personele kosten

Salaris ambtelijk personeel: de gemiddelde salariskosten voor het ambtelijk personeel over 2002 bedragen € 35 060. Het gemiddeld aantal fte's ambtelijk personeel over 2002 bedroeg 543. Per 31 december 2002 waren 43 uitzendkrachten bij het CJIB werkzaam.

Rentelasten

Dit zijn de rentelasten die betrekking hebben op de leenfaciliteiten die het CJIB is aangegaan met het ministerie van Financiën.

Afschrijvingskosten

In paragraaf 7.2 zijn de afschrijvingkosten voor de diverse materiële activa door middel van een tabel nader uiteengezet.

Projectkosten

In 2002 is een aantal projecten uitgevoerd waarvoor separate financiering is ontvangen. Dit betreffen de projecten Euro, projecten ten laste van de Dover-middelen (doorontwikkelen VIP en Versterken Executie) en het Programma Verbetering Bedrijfsvoering.

ProjectenBijdrage balans 1-1Bijdrage 2002  Totale bijdrageKosten 2002Balans saldo 31-12-2002  
Programma bedrijfsvoering 1 7691 7691 69574
Dovermidelen6813 5854 2662 6401 626
EURO 1241241240
Overige projectenDeze kosten worden gefinancierd t.l.v. de reguliere exploitatie (onderdeel v/d kostprijzen) 
Totaal6815 4786 1594 4591 700

Bovenstaand saldo zal als volgt op de balans worden verantwoord:

Vooruitontvangen projectgelden € 0,8 miljoen

Nog te betalen/vooruitontvangen – Schuld aan departement € 0,9 miljoen

Van de Dover-middelen op de balans is een bedrag van ca. € 0,681 miljoen in 2002 extra aan de middelen doorontwikkelen VIP toegevoegd. Het restant ad € 0,581miljoen is aan DBZ (Directie Bestuurszaken) overgemaakt.

Als gevolg van het tijdelijk niet kunnen inhuren van externen en temporisering van activiteiten op verzoek van ketenpartners resteert er eind 2002 een saldo op de Dover-middelen van € 1,6 miljoen. Hiervan betreft een bedrag van € 0,7 miljoen doorlopende activiteiten van 2002 naar 2003. Dit bedrag wordt verantwoord onder «vooruit ontvangen projectgelden». Het restant ad € 0,9 miljoen zal onder de post nog te betalen/vooruit ontvangen als schuld aan het departement worden opgenomen. Uiterlijk maart 2003 zal door de opdrachtgevers VIP en Versterken Executie worden aangegeven hoe dit bedrag in 2003 zal worden aangewend.

Kasstroomoverzicht in 2002

bedragen x € 1 000
OmschrijvingOorspronkelijk vast-gestelde begroting Realisatie t/m 31-12-02 Verschil realisatie en oorspronkelijk vast- gestelde begroting  
1 Rekening courant RIC 01-015 6055 075– 530
    
2 Totaal operationele kasstroom5 1077 6092 502
    
3a -/- Totaal investeringen– 14 294– 6 0098 285
3b +/+ Totaal boekwaarde desinvesteringen0189189
    
3 Totaal investeringskasstroom– 14 294– 5 8208 474
    
4a -/- Eenmalige uitkering aan moederdepartement– 8620862
4b +/+ Eenmalige storting door moederdepartement000
4c -/- Aflossing op leningen– 4 928– 8334 095
4d +/+ Beroep op leenfaciliteit14 2033 980– 10 223
    
4 Totaal financieringskasstroom8 4133 147– 5 266
    
5 Rekening courant RIC per 31-124 83110 0115 180

Toelichting

Uit de toelichting op de balanspost materiële activa blijken de volgende (des-)investeringen:

bedragen x € 1 000
Inventaris2 911
Verbouwingen0
Hardware2 039
Software221
Apparatuur649
Totaal5 820

Kostprijzen

De vergelijking van de voor- nacalculatorische kostprijzen over 2002 staat in onderstaande tabel weergegeven.

Kostprijzen 2002
  WAHV- sancties Boeten- vonnissen TransactiesSchadever-goedings-maatregelen Vrijheids- straffenOntneming-maatregelen
Voorcalculatorisch (x € 1)3,9037,227,06161,2341,73387,43
Nacalculatorisch (x € 1)4,8539,996,76109,2833,39362,68
       
Absolute afwijking (x € 1)0,952,77– 0,30– 51,95– 8,34– 24,75
Relatieve afwijking24%7%– 4%– 32%– 20%– 6%
       
Begrote productie9 978 928122 634507 5185 90018 000740
Werkelijke productie9 267 288125 949526 3868 25520 703878

Toelichting op de kostprijzen met een afwijking groter dan 10%

WAHV-sancties

Door de herinrichting van het CJIB, als gevolg van de Transformatie en de versteviging van de organisatie, zijn de ondersteunende afdelingen ten behoeve van het primaire proces versterkt. De bezetting is hierdoor toegenomen wat een weerslag heeft op met name de kostprijzen voor WAHV-sancties en Boetevonnissen. Voor de producten Vrijheidsstraffen, Transacties, Ontnemingmaatregelen en Schadevergoedingmaatregelen wordt een andere methodiek van kostprijsberekening gebruikt. Van de component indirecte personeelskosten wordt een vast percentage over de directe personeelskosten ten laste van de kostprijs gebracht. Hierdoor heeft genoemde uitbreiding van de ondersteunende afdelingen geen effect op de hoogte van deze kostprijzen.

Momenteel is het CJIB bezig met het herijken van de kostprijzen, waarbij wordt gestreefd naar het hanteren van één methodiek voor alle producten.

Schadevergoedingsmaatregelen

De nacalculatorische kostprijs ligt lager dan de voorcalculatorische kostprijs. Dit verschil wordt veroorzaakt door het hoger aantal afgedane zaken dan begroot. Over 2002 zijn 2 355 zaken meer afgedaan met een minder dan evenredige personele bezetting wat grote invloed heeft op de nacalculatorische kostprijs. Het afdoen van meer zaken dan begroot heeft geleid tot een hoge werkdruk.

Vrijheidsstraffen

De nacalculatorische kostprijs ligt lager dan de voorcalculatorische kostprijs. Dit verschil wordt veroorzaakt door het hoger aantal afgedane zaken dan begroot. Over 2002 zijn 2 703 zaken meer afgedaan met een minder dan evenredige personele bezetting wat invloed heeft op de nacalculatorische kostprijs.

04 STUDIECENTRUM RECHTSPLEGING

Balans per 31 december 2002

bedragen in € 1 000
 Balans 2002Balans 2001
Activa  
Immateriële activa00
Materiële activa  
* grond en gebouwen00
* installaties en inventarissen901763
* overige materiële vaste activa00
Voorraden1115
Debiteuren179136
Nog te ontvangen84631
Liquide middelen4 4904 248
Totaal activa5 6655 793
   
Passiva  
Eigen Vermogen  
* exploitatiereserve149975
* verplichte reserves00
* onverdeeld resultaat00
Leningen bij het Mv F00
Langlopende schuld2210
Voorzieningen473345
Crediteuren417467
Nog te betalen4 4054 006
Totaal passiva5 6655 793

Waarderingsgrondslagen

Algemeen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde verslaggevingsregels. De jaarrekening is opgesteld in euro's. Activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij een andere waarderingsgrondslag is vermeld.

Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De presentatie van een aantal posten welke ultimo 2001 nog opgenomen waren onder de post «bestemmingsreserve» als onderdeel van het eigen vermogen, zijn ultimo 2002 opgenomen onder de voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden. Als gevolg hiervan is het saldo van de post «bestemmingsreserve» ultimo 2002 nihil. Tevens is in de staat van baten- en lasten 2002 de ontvangen bijdrage voor personeelskosten van de Raad van Opdrachtgevers en de last van bovenstaande personeelskosten ad. € 14,1 miljoen verwerkt. In de jaarrekening 2001 zijn genoemde kosten niet verwerkt in de staat van baten en lasten.

Vreemde valuta

De balansposten die betrekking hebben op activa en passiva in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers per balansdatum, behoudens voor zover het koersrisico is gedekt. In die gevallen vindt waardering plaats tegen de overeengekomen termijnkoersen. De uit de omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de winst- en verliesrekening. Transacties die zijn voltrokken in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers van afwikkeling.

Materiële vaste activa

De bedrijfsmiddelen worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen op basis van de geschatte economische levensduur.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd op inkoopprijs of op lagere marktwaarde, rekening houdend met een voorziening voor mogelijke incourantheid.

Vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd op nominale waarde onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke oninbaarheid.

Voorzieningen

De voorzieningen worden gevormd tegen concrete of specifieke risico's en verplichtingen die op de balansdatum bestaan en waarvan de omvang onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten. De voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde.

Toelichting op de balans

Materiële vaste activa

bedragen x € 1 000
 Kantoor- meubilairKantoor-    apparatuurHard- en  softwareTotaal
 
1 januari 2002    
Verkrijgingsprijzen1702336011 004
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen1523203241
Boekwaarde155210398763
Mutaties 2002    
Investeringen9515316426
Desinvesteringen 33 
Afschrijvingen2045220285
Boekwaarde75– 3093138
31 december 2002    
Verkrijgingsprijzen2652489121 425
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen3568421524
Boekwaarde230180491901
Afschrijvingspercentages10%20%33,3% 

Voorraden

bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Voorraden  
Voorraad dranken en emballage32
Voorraad papier13
Voorraad inbindmateriaal40
Voorraad enveloppen310
 1115
   
Vorderingen  
Debiteuren  
Nominaal187141
Af: voorziening dubieuze debiteuren85
 179136

Onder de debiteuren zijn geen materiële vorderingen opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.

Nog te ontvangen bedragen

bedragen x € 1 000
Vooruitbetaalde bedragen26105
Nog te ontvangen bedragen25450
Overige overlopende activa3376
 84631

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

Liquide middelen

bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Kas21
ING Bank rekening-courant4 382504
Postbank rekening-courant(3)246
SNS bank prominent en eurorekening1003 497
Rekening-courant ministerie van Financiën9 
 4 4904 248

Eigen vermogen

bedragen x € 1 000
Exploitatiereserve20022001
Stand per 1 januari389420
Bijdrage Raad van Opdrachtgevers3370
Resultaat over het boekjaar(577)(31)
Stand per 31 december149389

Ter voorkoming van een zwaar negatieve exploitatiereserve ultimo 2002 is door de Raad van Opdrachtgevers een directe bijdrage gestort in de exploitatiereserve.

Bestemmingsreserves/Verplichte reserves

bedragen x € 1 000
 20022001
Programmakosten cursussen088
Internationaal programma052
RAIO-congres0119
Informatisering en IGW035
Witte vleugel0292
 0586

Alle posten opgenomen in de bestemmingsreserve ultimo 2001 zijn geherrubriceerd naar de post «voorzieningen», «langlopende schulden» en «kortlopende schulden».

Het verloop van de «oude» bestemmingsreserves kan als volgt worden weergegeven:

bedragen x € 1 000
 Programma-kosten cursussen   Internationaal programma RAIO   congresInformatiseringen IGW  Witte VleugelTotaal
1 januari 2002885211935292586
Dotaties Onttrekkingen885211935292586
31 december 200200002210

Langlopende schuld

De langlopende schuld betreft een egalisatiereserve voor toekomstige afschrijvingskosten van de Witte Vleugel. In de jaarrekening 2001 was deze post opgenomen onder de bestemmingsreserves. De onttrekking aan de langlopende schuld wordt in mindering gebracht op de afschrijvingskosten.

Witte Vleugel bedragen x € 1 000
1 januari 20020
Dotaties296
Onttrekkingen75
31 december 2002221

Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

 Zutphens Museum  Hotel   Auteursrechten Raio CongresInformatisering/ IGW  Programma-kosten Totaal
 
1 januari 2002191154000345
Dotaties8701423588352
Onttrekkingen001013588224
31 december 20022781544100473

De voorzieningen hebben een overwegend kortlopend karakter.

Voorziening Zutphens Museum Hotel

Deze voorziening is opgebouwd uit een claim voor prijsbijstelling en een claim voortvloeiend uit de koffie- en theevoorziening voor het personeel van SR. De claims van het ZMH zijn ter beoordeling voorgelegd aan een arbitragecommissie aangezien SR en ZMH contractueel verplicht zijn geschillen voortvloeiend uit hun overeenkomst voor te leggen aan een arbitragecommissie. Momenteel is er nog geen overeenstemming bereikt. Zolang een definitieve overeenstemming achterwege blijft, wordt jaarlijks een bedrag gedoteerd aan deze voorziening.

Voorziening auteursrechten

SR heeft een voorziening voor een mogelijke claim opgenomen in verband met een vergoeding voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken, welke zijn gebruikt in de readers van SR. De DAD heeft naar beoordeling van de jaarrekening vastgesteld dat SR in 2002 niet meer mag doteren voor deze voorziening, aangezien SR moet meelopen in het mantelcontract van het ministerie van Justitie.

Voorziening raio-congres

Een keer per drie jaar vindt er een raio-congres plaats. SR vraagt hiervoor jaarlijks middelen aan via haar begroting. De ontvangen subsidie wordt gereserveerd voor het congres. De raio-congrescommissie werft daarnaast zelfstandige additionele middelen in de vorm van sponsorgelden. Sponsoren storten deze bedragen bij SR, waarna ze door SR op de voorzieningenrekening worden geboekt. Het saldo per 31 december 2002 bestaat uit overgebleven sponsorgelden van het congres dat in mei 2002 heeft plaatsgevonden en de dotatie voor het tweede halfjaar 2002 ten behoeve van het volgende congres.

Nog te betalen (kortlopende schulden)

Lopende projecten bedragen x € 1 000
 Manage-ment oplei-ding   Financieel   rechercheurVreemde- lingenrecht Functie- gericht opleidenPlv/oj B8/B9FO Gerecht secr.  FO rechters
1 januari 2002127465475303000
Dotaties en ontvangsten3481029061 04120859228
Onttrekkingen en overhevelingen3489157063919153928
31 december 200212747681170517530
 Sector star-ters buiten-staanders  Vernieuwde s-opleiding FO Admini-stratie FO Parket secr.   Leergang milieu Internatio-naal  Project  George
1 januari 2002586321000057
Dotaties/ontvangsten6983481515072805222
Onttrekkingen56466983276221079
31 december 200272006823159520
  Project Foom Project Fraude OM A-moduleNieuw Burgerlijk Procesrecht Project PVRO Project EU-recht Totaal
1 januari 20028302101259102 843
Dotaties/ontvangsten5911614442025 808 
Onttrekkingen1428310547911654 931
        
31 december 2002033249820373 720

Voor de projecten is in 2002 in totaal € 2,5 miljoen van de subsidieverstrekkers ontvangen. Na ontvangt op de bankrekening van SR worden deze middelen geboekt op de betreffende projectrekeningen. Periodiek vindt vrijval van de projectgelden plaats, afhankelijk van de hoogte van de gemaakte kosten in een periode. De vrijval dient ter dekking van de in betreffende periode geboekte kosten. Aan het einde van het boekjaar kan de over- of onderuitputting worden vastgesteld. Hierover vindt aansluitend overleg plaats met de subsidieverstrekkers. Met ingang van 2003 zal afstemming met de subsidieverstrekkers periodiek plaatsvinden.

Overige schulden

bedragen x € 1 000
 31-12-200231-12-2001
Waarborgsommen23
 23

Overlopende passiva

bedragen x € 1 000
 31-12- 200231-12- 2001
Vooruit ontvangen subsidies57408
Vooruit ontvangen bedragen (excl. subsidies)621
Vooruit gefactureerde cursussen139242
Rekening courant verhoudingen rechtbanken/parketten97174
Overige overlopende passiva328335
 6831 160

De kortlopende schulden hebben alle een resterende looptijd van korter dan een jaar.

Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen

SR heeft een garantie afgegeven richting het Zutphens Museum Hotel welke een looptijd heeft tot en met 30 juni 2003. De toegezegde omzetgarantie voor 2003 bedraagt € 363 285 (inclusief BTW). SR heeft contracten afgesloten voor huur van koffie- en kopieerapparatuur. De contracten eindigen tussen 2002 tot 2006. De huurverplichting over 2003 bedraagt in totaal € 62 850. SR heeft in juni 2002 een schoonmaakcontract afgesloten met een looptijd van 3 jaar. De kosten daarvan bedragen naar verwachting ca. € 263 328. Omdat de Raad van Opdrachtgevers verlangt dat gebruik wordt gemaakt van door justitie afgesloten mantelovereenkomsten, zal het lopende schoonmaakcontract medio 2003 worden beëindigd.

Staat van baten-lasten 2002

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2002

bedragen in € 1 000
 (1)(2)(3)=(2)–(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
Baten   
Opbrengst moederdepartement015 917– 3 631
Opbrengst overige departementen000
Opbrengst derden04 8994 899
Rentebaten04242
Buitengewone baten000
Exploitatiebijdrage000
Totaal baten020 85820 858
    
Lasten   
Apparaatskosten   
* personele kosten015 07815 078
* materiële kosten05 7055 705
Rentelasten011
Afschrijvingskosten   
* materieel0225225
* immaterieel000
Dotaties voorzieningen08989
Buitengewone lasten 337337
Totaal lasten021 43521 435
    
Saldo van baten en lasten0– 577– 577

*geen oorspronkelijke begroting cijfers, invoeging SR pas bij de 2e suppletore begroting 2002.

Baten

Opbrengst moederdepartement

bedragen x € 1 000
Personeelssubsidie14 062
Exploitatie subsidie1 855
Totaal15 917

Opbrengst derden

In de toelichting wordt de omzet verdeeld naar productgroepen en wordt vermeld welke afnemerscategorieën er zijn.

bedragen x € 1 000
Externe financiering1 377
Onttrekking aan reserves2 736
Doorberekende (overhead)kosten661
Overige opbrengsten125
Totaal4 899

Rentebaten

De rentebaten betreft de ontvangen rente over de bankstanden.

Lasten

bedragen x € 1 000
Personele kosten 
Salariskosten (p-budget)14 062
Personeelskosten t.l.v. projecten0
Inleen van personeel369
Kosten arbodiensten78
Wervingskosten50
Reis- en verblijfskosten91
Opleidingskosten personeel35
Salariskosten detachering242
Vervoersplan (fiets)12
Overige personeelskosten139
 15 078
  
Materiële kosten 
Programmakosten 
Honorarium externen846
Verblijfkosten museumhotel748
Honorarium inleiders1 194
Honorarium coördinerend docent16
Honorarium cursusmaker19
Verblijfkosten overig469
Leermiddelen176
Overige cursuskosten62
Voorbereidingskosten2
Reiskosten inleiders56
Reistijdvergoeding0
Kosten programma brochure55
Overige programmakosten537
 4 180
  
Organisatiekosten 
Wetenschappelijke e.d. adviezen41
Kosten programmaboeken en brochures0
Ontwikkelkosten0
Portikosten97
Kopieerkosten22
Representatiekosten33
Public relations uitgaven0
Uitgaven drukwerk69
Accountantskosten48
Diverse organisatiekosten99
 409
  
Overige Bedrijfskosten 
Huisvestingskosten321
Doorbelaste overheadkosten426
Automatisering en Communicatie148
Overige bedrijfskosten221
 1 116
Totale materiële kosten5 705

Rentelasten

De rentelasten betreft de betaalde rente voor het tijdelijk «rood» staan en de bankkosten.

Afschrijvingskosten ((im)materiële vaste activa)

bedragen x € 1000
Kantoormeubilair (10 jaar)20
Kantoorapparatuur ( 5 jaar) 
Hard- & Software ( 3 jaar)220
Totale afschrijvingskosten285
Onttrekking langlopende schuld(60)
Totaal225

Dotaties aan voorzieningen

De aard van het verwachte risico wordt bij de balanspost vermeld.

bedragen x € 1 000
Zutphens Museum Hotel87
Dubieuze debiteuren2
Totaal89

Buitengewone lasten

bedragen x € 1 000
Afboeking nog te ontvangen bedragen ultimo 2001337

Saldo van baten en lasten

Het negatieve resultaat wordt onttrokken aan de egalisatiereserve.

Kasstroomoverzicht over 2002

bedragen x € 1 000
 20022001
Kasstroom uit operationele activiteiten    
Bedrijfsresultaat (281 524) (219 974)
     
Aanpassing voor:    
– afschrijvingen 284 942145 206 
Mutaties in werkkapitaal en    
voorzieningen:    
– mutatie voorzieningen127 920 (9 712) 
– mutatie langlopende schulden221 033 (0) 
– mutatie voorraden4 701 (15 101) 
– mutatie vorderingen503 723 (428 137) 
– mutatie kortlopende schulden349 196 627 527 
     
  1 206 573 174 577
     
Kasstroom uit bedrijfsoperaties 1 209 991 99 809
     
Interestbaten41 644 190 301 
Interestlasten(774) (1 031) 
Buitengewoon resultaat(337 000) 0 
  (296 130) 189 270
Kasstroom uit operationele activiteiten 913 861 289 079
     
Kasstroom uit investeringsactiviteiten    
Mutatie bestemmingsreserve(586 108) 146 030 
Netto-investeringen in materiële(422 752) (712 030) 
vaste activa (1 008 860) (566 000)
     
Subtotaal (94 999) (276 921)
     
Kasstroom uit financieringsactiviteiten    
Storting door de Raad van Opdrachtgevers 337 000 0
     
Mutatie liquide middelen 242 001 (276 921)

Het model van het kasstroomoverzicht is gehanteerd door de SR, aangezien SR geen gebruik heeft gemaakt van de rekening courant bij de Rijksbegrotingsinformatiecentrum (RIC).

Om toch informatie te kunnen geven over de kasstroom van SR is ter informatie het kasstroomoverzicht uit het jaarverslag van SR opgenomen in dit model.

Overzicht meerjarige vermogensontwikkeling bedragen in € 1 000
 19981999200020012002   begroting2002 realisatie
1. Eigen vermogen per 1 januari13 89947 597539 334859 801698 000975 126
2. Saldo van baten en lasten voorafgaand jaar33 69867 814304 311– 30 7040– 577 654
3a. Uitkering aan moederdepartement000000
3b. Bijdrage moederdepartement ter versterking van eigen vermogen vermogenvermogen00000337 000
3c. Overige mutaties in eigen vermogen0423 92316 156146 0290– 586 108
3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen0423 92316 156146 0290 
4. Eigen vermogen per 31 december(1+2+3)47 597539 334859 801975 126698 000148 364

Toelichting

De mutaties zoals opgenomen onder 3c betreffen mutaties binnen de bestemmingsreserves zoals opgenomen in de jaarrekeningen van Studiecentrum Rechtspleging. In 2002 zijn deze bestemmingsreserves, gezien de overgang naar een tijdelijk agentschap, opgenomen onder de voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden.

BIJLAGE 1

TOEZEGGINGEN AAN DE ALGEMENE REKENKAMER

In deze bijlage wordt ingegaan op de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer bij de financiële verantwoording van 2001 en de maatregelen die zijn getroffen om de geconstateerde tekortkomingen in 2002 en de jaren daarna te voorkomen.

Aandachtspunten/aanbevelingen ARToezeggingen MinisterStand van zaken
Bedrijfsvoering  
   
Informatiebeveiliging  
   
Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR)De implementatie van het VIR blijkt bij de volgende onderdelen niet te zijn gerealiseerd. De invoering loopt achter op de planning bij de sector Rechtspleging en Rechtsbijstand, alle drie baten/lastendiensten, NFI, COA en SR.Implementatie van het VIR eind 2002 bij de meeste genoemde organisatie-onderdelen (in het bijzonder NFI).De implementatie van het VIR baten-lastendiensten, is bij het ministerie van Justitie in 2002 voor het grootste deel afgerond. De invoering bij een aantal diensten, ZBO's en stichtingen is het geheel afgerond. Bij de overige diensten zijn de meest kritieke en belangrijke maatregelen ingevoerd. In het eerste trimester van 2003 zullen de resterende maatregelen worden gerealiseerd om tot een volledige invoering van het VIR te komen. Ten aanzien van ZBO's en RWT's geldt dat, met uitzondering van SR, de invoering van het VIR nagenoeg volledig is ingevoerd. Uiterlijk 30 juni 2003 dient ook SR hieraan te voldoen. Dit wordt via de planning en controlcyclus gemonitord.
De Bedrijfsvoeringsystemen (Berber, Rapsodie en Civiel) vertonen onvolkomenheden op het terrein van de autorisatie en de logische toegangsbeveiliging.Opzetten van verbeterprogramma met alle aanpassingen door ICT-organisatie van de Rechterlijke Organisatie (ICTRO) en RvdR Implementatie in 2002.De uitvoering van de verbeteringen op het gebied van de bedrijfvoeringssystemen valt per 1-1 onder de verantwoordelijkheidvan de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak zal, indien daar aanleiding toe is, hierover rapporteren in zijn jaarverslag.
Toepassen Europese aanbestedingsregels (Ear)  
Werking van de ingevoerde maatregelen laat nog te wensen over bij directie DRp en DJI.De nieuwe directie Inkoop, Huisvesting en Milieu heeft een beleidsmatige en coördinerende taak op het wegnemen van de onvolkomenheden met betrekking tot de inkoop in 2002.Nota verbetervoorstellen gericht op coördinatie, verstrekt toezicht en managementrapportages met als doel zeker te stellen dat de regelgeving mbt EA in 2002 wordt nageleefd.Maatregelen gericht op de gerechten en RvdR om de aanbestedingsregels te verankeren.RvdR ontwikkelt voorstellen met betrekking tot inkoopbeleid. Met betrekking tot DJI instellen van een taskforce die de centrale regie voert over de maatregelen ten behoeve van de decentrale inrichtingen en diensten:het inrichten van een helpdesk EA binnen het hoofdkantoor van de DJI;het uitvoeren van een audit naar de inkoopplannen, contractregister en de dossiervorming en het uitvoeren van extra controle om tijdig mogelijke onrechtmatige uitgaven te signaleren en te stoppen;binnen DJI kritisch analyseren in overleg met Platform Europees aanbesteden van mogelijke aanbestedingen op de noodzaak tot het afsluiten van mantelcontacten voor de totale DJI-organisatie;ontwikkelen van plannen voor een centrale inkoop/Europees aanbestedingsfunctie binnen het hoofdkantoor van de DJI. Overgang naar een baten-lasten stelsel van de gerechten en de Raad voor der Rechtspraak om ervoor te zorgen dat een goede beoordeling van het beheer over 2002 mogelijk zal zijn.Vanaf 2000 is een Justitiebrede verbeteringstraject met betrekking tot het inkoopmanagement ingezet (Verbetertraject inkoopmanagement, instellen pDHIM en tevens aanscherping regels inzake inschakeling Toetsingscommissie Europese Aanbesteding). Dat heeft onder meer geresulteerd in een zodanige vermindering van de omvang van de onrechtmatigheden en onzekerheden dat de uitvoering inzake Ear een goedkeurende strekking van de accountantsverklaring Justitie over 2002 niet in de weg staat.Over de uitvoering van de RvdR inzake de Ear zal de Raad in zijn jaarverslag over 2002 rapporteren.Binnen het hoofdkantoor van de DJI is eind 2002 een helpdesk Europese aanbesteding gerealiseerd. De voorgenomen interne audit op het inkoopproces bij de decentrale inrichtingen en diensten, waarbij inkoopplannen, aanbestedingen, dossiervorming en het contractenregister zijn bezien, is eind november 2002 afgerond. Tevens is bij iedere inrichting en dienst in 2002 een extra controle uitgevoerd om tijdig mogelijk onrechtmatige uitgaven te signaleren en te stoppen.In 2002 zijn ca dertig Europese aanbestedingen binnen DJI gestart of in voorbereiding genomen. Daarnaast is uitgebreid overleg gevoerd met het Platform Europees aanbesteden over diverse casussen m.b.t. de vraag of Europese aanbesteding geindiceerd was.Tenslotte is in december 2002 een organisatie- en formatierapport met betrekking tot een centrale inkoopafdeling voor geheel DJI ter besluitvorming voorgelegd. Begin 2003 is dit rapport door de leiding van de DJI geaccordeerd.
Parkeren van begrotingsgelden  
Vooruitbetalingen voor nog te verrichten prestaties door de directie Rechtspleging, OM en directie PJS.Desbetreffende DG's stellen de kwestie in hun MT's aan de orde en zullen toezien op strikte toepassing van de regelgeving op dit punt.In 2002 is hieraan veel aandacht besteed en zijn maatregelen getroffen om het parkeren van begrotingsgelden tegen te gaan.
M&O-beleid specifieke uitkeringen en overige subsidiestromen  
– Geen uniform departementaal sanctiebeleid, waardoor over het gehele subsidiebeheer van het MvJ sprake is van een ontoereikend M&O-beleid.Ontwikkelen van een uniform en strikter sanctiebeleid voor de subsidieverstrekkingen (uiterlijk 1 juli 2002 gereed) en toevoegen aan subsidievoorwaarden bij verstrekkingen in 2003.Het subsidiebeheer is op een aantal punten aangescherpt in de nota stricter en uniform sanctiebeleid. Met de directies is afgesproken de inhoud als een interne werkinstructie te hanteren en medio 2003 wordt bekeken of deze instructie ook externe werking moet krijgen door deze te publiceren als beleidsregels.
– Achterstand in het afwikkelen van subsidieoverschotten doeluitkering Pleegzorg (inmiddels overgeheveld naar VWS).Afspraken in Audit Committee om een substantieel deel van de voorschotten in 2003 af te wikkelen.In het algemeen geldt dat het M&O-beleid een verantwoordelijkheid is van de desbetreffende directies. Alleen bij de Rechtsbijstand is sprake van M&O problematiek, maar door een wijziging in de bekostigingssystematiek (toevoeging o.b.v belastbaar inkomen) is dit afgedekt. Ten aanzien van de afwikkeling van subsidies Jeugd is in 2002 een plan van aanpak opgesteld dat ertoe moet leiden dat in 2003 alle subsidies tot en met 2001 zijn vastgesteld. De uitvoering van dit plan van aanpak ligt op schema en heeft in 2002 geleid tot een zichtbare reductie van de achterstanden.Voor wat betreft het naleven van de regelgeving omtrent het verstrekken van subsidies zijn de controleprotocollen voor de gesubsidieerde organisaties in lijn gebracht met het financieel-economisch toezichtstatuut Justitie.Vanaf dat moment zullen de wettelijke termijnen m.b.t. de vaststellen van subsidies worden nageleefd.
Baten-lastendiensten  
De bestaande en de kandidaat baten-lastendiensten vertonen op onderdelen van de baseline financieel en materieel beheer onvolkomenheden. Bij CJIB is het oordeel ernstig.– Traject Transformatie CJIB om organisatiestructuur te versterken– Plan van aanpak om geconstateerde knelpunten en tekortkomingen op te lossen– Tekortkomingen bij de overige baten-lastendiensten via de reguliere P&C-cyclus monitoren.Ten aanzien van het CJIB werd in 2001 geconcludeerd dat er sprake was van ernstige tekortkomingen. Concreet ging het om de terreinen financieel beheer en informatie- en communicatietechnologie. Om de tekortkomingen weg te nemen is een plan van aanpak voor de verbetering van de bedrijfsvoering opgesteld. De belangrijkste en meest risicovolle knelpunten zijn nog in 2002 opgelost. De verbeteractiviteiten m.b.t de resterende knelpunten lopen tot in 2003 en 2004 door.Het normenkader «Financieel Beheer Justitie» is in 2002 door DJI per sector getoetst. De bevindingen geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Materieel beheer  
Onvolkomenheden in het beheer bij de activa-administratie van het NFI, DBz, OM en directie Rechtspleging.Door het NFI zijn in 2002 de volgende verbeteracties gestart en doorgevoerd gericht op het wegnemen van de tekortkomingen:– Omvorming van het zakenbeheersysteem in een op de benoemde producten systeem;– Ontwikkeling van een tijdschrijfsysteem om de bestede tijd aan de producten te meten;– Aanpassing van het financiële systeem (SAP/Jurist 2002) naar een systeem geschikt voor het agentschap NFI;– Inventarisatie en implementatie van een in het financieel systeem geïntegreerde activaregistratie (gereed medio 2003).De activiteiten rondom en de verantwoordelijkheid voor de verbetering van het financieel en materieelbeheer bij de gerechten zoals deze in 2001 zijn gestart zijn met ingang van 1-1-2002 overgenomen door de Raad voor de Rechtspraak. In het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak zal over de vorderingen op dit gebied nader worden ingegaan.Bij DBz zijn de problemen opgelost met betrekking tot de activa-administratie.
Financieel beheer bestuursdepartement  
Geen structurele verbetering in de werking van het financieel beheer.Door invoering van een nieuw financieel systeem is zowel de opzet als de werking van het financieel beheer sterk verbeterd. Met betrekking tot het financieel beheer Bestuursdepartement wordt geconstateerd dat het vastleggen van verplichtingen en tijdige betaling van facturen nog voor verbetering vatbaar zijn.In 2002 is binnen het financieel systeem Jurist ook een inkoopmodule geïmplementeerd ter voorkoming van het niet tijdig aanmaken van verplichtingen.Het tijdelijke maatregel VAT is omgevormd tot een permanente Interne Controle functie voor het Bestuursdepartement.
Baselines  
Onvoldoende verankering baselines in de AO en invoering risicoanalyses.De baseline financieel- en materieelbeheer is op verzoek van de diensten verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Vervolgens is hieruit een checklist ontstaan die de diensten de basis vormt voor de risico-analyse. De punten met een hoog risico worden aangevuld met eventuele bevindingen van de DAD en AR. De hieruit komende prioriteiten vormen de basis van de mededeling bedrijfsvoering.
Financieel beheer directie Rechtspleging/OMBinnen het Openbaar Ministerie is op centraal niveau het financieel beheer als onderdeel van de bedrijfsvoering in 2002 aanmerkelijk verbeterd. Echter de naleving van beheersregels op decentraal niveau voldoet nog niet geheel aan het normenkader financieel beheer Justitie. Mede in het kader van de overgang naar een baten-lastenstelsel moet het financieel en materieel beheer eind 2003 op orde zijn. De belangrijkste verbeteringen zijn:– De AO/IC-audit gericht op de beheersing van het primaire proces van het Openbaar Ministerie. In 2003 zullen de parketten alle vereiste interne controle uitvoeren.– Het Openbaar Ministerie zal zich inspannen om in 2003 volledig te voldoen aan het gestelde normenkader voor het financieel en materieel beheer.De activiteiten rondom en de verantwoordelijkheid voor de verbetering van het financieel en materieel beheer bij de gerechten zoals deze in 2001 zijn gestart zijn met ingang van 1-1-2002 overgenomen door de Raad voor de rechtspraak. In het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak zal over de vorderingen op dit gebied nader worden ingegaan.
Beleid  
1) Kengetallen onvolkomenheden  
Dit betreft zowel toelichting als onderbouwing van de prestatiegegevens–- Alle kengetallen die in de begroting staan opnemen en verbeteren van de toelichting en onderbouwing van de prestaties in 2002.De vier genoemde aandachtspunten «beleid» hebben betrekkking op de begroting nieuwe stijl. De zogenaamde begroting VBTB is in 2002 voor het eerst gepresenteerd. Noodzakeljk is daarbij te vermelden dat op vele onderdelen sprake is van een groeipad. De vier aandachtspunten en de reactie daarop moeten in het licht van een ontwikkeltraject gezien worden. In 2002 is bij de opstelling van de ontwerpbegroting 2003 rekening gehouden met de aandachtspunten. Ook tijdens de begrotingsuitvoering 2002 zijn de verbeterpunten geconstateerd. In 2003 zal (o.a. met betrekking tot de ontwerpbegroting 2004) verder inhoud worden gegeven aan de opzet van de VBTB-begroting.
2) Beleidsprioriteiten  
Geen goede aansluiting tussen doelen, prestaties en middelen.– De verantwoording 2002 zal voor het eerst in VBTB-termen zijn geformuleerd waarmee een belangrijke stap wordt gezet in de relatie tussen middelen, prestaties en doelen.– Het verbeteren van het VBTB-gehalte van de begroting en verantwoording door te werken aan het verbeteren van de prestatiegegevens ten behoeve van de begrotings-cyclus van het jaar 2003, waarbij aandacht is voor de programmering van noodzakelijke beleidsevaluaties. 
3) Extra intensiveringen  
Onduidelijke koppeling tussen doelen, prestaties en middelen– Het formuleren van de verantwoording 2002 in VBTB-termen, waarmee een belangrijke stap wordt gezet in de relatie tussen middelen, prestaties en doelen.– In de begroting 2003 zal de onderbouwing van de intensiveringsmiddelen wederom zijn verbeterd. 
4) Beleidsinformatie over rechtspersonen met wettelijke taak– Het van kracht laten worden van de interne Justitieregeling met betrekking tot beleidsinformatie over door Justitie gesubsidieerde RWT's (op 1 januari 2002). 

OVERZICHTSCONSTRUCTIE ASIEL EN MIGRATIE

bedragen x € 1 miljoen
JustitieBegroot 2002Realisatie 2002
IND317,1350,7
Opvang8891 004,4
Ama's242,4150,5
VK's49,360,3
Rechtsbijstand150,168,4
   
Raad van State116,3
   
BZK/Politie65,885,3
   
OCW272,5116,7
   
BZK/DCIM24,124,2
   
Defensie/KMAR87,893,2
Buitenlandse Zaken1011

1In de ontwerpbegroting 2002 is in de overzichtsconstructie Asiel en Migratie, onderdeel rechtsbijstand, per abuis de gelden met betrekking tot subsidie tolken en vertalers niet opgenomen. De realisatie 2002 is inclusief subsidie tolken en vertalers.

2De realisatie 2002 betreft het budget voor onderwijs aan leerplichtige asielzoekers.

Bij begrotingsvoorbereiding 2002 is gerekend op basis van de (historische) aanname dat 18,8 % van de bezetting van het COA en van de ama-bezetting (cf ama-nota) leerplichtig is. Bij realisatie is gerekend op basis van de bij Voorjaarsnota 2002 gehanteerde percentages van 25% resp. 50% voor regulier resp. ama's.

AFKORTINGEN VERANTWOORDING 2002

AAfAlgemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds
ABPAlgemeen Burgerlijk Pensioenfonds
ABRIOAanpak Bedrijfsvoering Recherche, Informatiehuishouding en Opleidingen
ACAanmeldcentrum
ADRAlternative Dispute Resolution
AFBZAlgemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten
AMAAlleenstaande Minderjarige Asielzoeker
AMKAdvies- en Meldpunten Kindermishandeling
AMvBAlgemene Maatregel van Bestuur
AOAdministratieve Organisatie
APVAlgemene Politie Verordening
ARARAlgemene Rijksambtenaren Reglement
AWBAlgemene Wet Bestuursrecht
AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AWWArbeidsongeschiktheidswet
AZCAsielzoekerscentrum
BAROBasisRaadsOnderzoek
BIBOBBevordering integere besluitvorming openbaar bestuur
BIRSBureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken
BCNPBureau Communicatie Nederlandse Politie
B&L-stelselBaten & Lastenstelsel
BFTBureau Financieel Toezicht
BNPBruto Nationaal Product
BOABuitengewone Opsporingsambtenaar
BODBijzondere Opsporingsdiensten
BOOMBureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie
BRTBovenregionaal Recherche Team
BSCBalanced Scorecard
BSGBureau van de Secretaris-generaal
BTWBelasting Toegevoegde Waarde
BUMABureau voor Muziek-auteursrecht
BVOMBureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie
BWBurgerlijk Wetboek
BZKMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
BZBuitenlandse Zaken
CAOCollectieve Arbeidsovereenkomst
CBRCentraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
CBSCentraal Bureau voor de Statistiek
CIDCriminele Informatiedienst
CIECriminele Inlichtingen Eenheid
CIOTCentraal Informatiepunt Onderzoek & Telecommunicatie
CIRCentraal Insolventie Register
CJDCentrale Justitiële Documentatiedienst
CJIBCentraal Justitieel Incasso Bureau
CNDCommittee on Narcotic Drugs
COACentraal Orgaan opvang Asielzoekers
COWCentrale Opvang Woningen
CRICentrale Recherche Informatiedienst
CRIEMCriminaliteit Etnische Minderheden
CTCCommunities that care
CTRCentraal Testamenten Register
CWComptabiliteitswet
DADDepartementale Accountantsdienst
DBZDirectie Bestuurszaken
DCIMDirectie Coördinatie Integratie Minderheden
DFEZDirectie Financieel-Economische Zaken
DG-IAVDirectoraat-generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken
DG-PJSDirectoraat-generaal Preventie, Jeugd en Sancties
DG-RhDirectoraat-generaal Rechtshandhaving
DG-WRRDirectoraat-generaal Wetgeving, Rechtshandhaving en Rechtspleging
DISADDirecte Internationale Strafrechtelijke Aangelegenheden en Drugsbeleid
DJIDienst Justitiële Inrichtingen
DRJBDirectie Rechtsbijstand en Juridische Beroepen
DRpDienst Rechtspleging
DSRDirectie Strategie Rechtspleging
DVDirectie Voorlichting
DVADrugsvrije afdeling
DVBDirectie Vreemdelingenbeleid
EBIExtra Beveiligde Inrichting
ECDEconomische Controledienst
EDEEuropol Drugseenheid
EDUEuropol Drugs Unit
EGEuropese Gemeenschap
EHRMEuropees Hof voor de Rechten van de Mens
EJNEuropees Justitieel Netwerk
EKEerste Kamer
ELROElektronisch Loket Rechterlijke Organisatie
ESFEuropees Sociaal Fonds
ETElektronisch Toezicht
EUEuropese Unie
EVFEuropees Vluchtelingen Fonds
EVRMEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens
ExComExecutive Committee (Verenigde Naties/UNHCR)
EZMinisterie van Economische Zaken
FDROFacilitaire Dienst Rechterlijke Organisatie
FLOFunctioneel Leeftijds Ontslag
FOBAForensische Observatie en Begeleidingsafdeling
FteFulltime equivalent
GBAGemeentelijke Basis Administratie
GBOGemeenschappelijke Beheers Organisatie
GDGerechtelijke diensten
GGZGeestelijke Gezondheidszorg
GISGezinsvoogdij-Informatie Systeem
GLGerechtelijk Laboratorium
GPSGeïntegreerd Proces Systeem
GRIPGedetineerden Registratie en Informatie Punt
GSBGrote Steden Beleid
GSDGemeentelijke Sociale Diensten
GVOGerechtelijk vooronderzoek
HAFIRHandboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid
HALTHet Alternatief
HGISHomogene Groep Internationale Samenwerking
HOIHalf Open Inrichtingen
HONHandhaving op Niveau
HROHerziening Rechterlijke Organisatie
IAVInternationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken (DG)
IBA-afdIndividuele begeleidingsafdeling
IBOInterdepartementaal Beleidsonderzoek
ICInterne controle
ICCInternationaal Coördinatie Centrum
ICCInternational Criminal Court
ICERInterdepartementale Commissie Europees Recht
ICMInterdepartementale Commissie Minderheden
ICTInformatie- en Communicatietechnologie
ILOIncidentele loonontwikkeling
ILOImmigration Liaison Officer
INDImmigratie- en Naturalisatiedienst
INDISImmigratie- en Naturalisatiedienst Informatiesysteem
INKInstituut voor Nederlandse Kwaliteit
IOMInternational Organisation for Migration
IPZInvesteren in Personele Zorg
IRISIntegraal Rechtshulp, Informatiesysteem
ITInformatietechnologie
ITBIndividuele Trajectbegeleiding
IteRInformatietechnologie en Recht
IVOPInformatievoorziening Overheidspersoneel
IVPIntegraal Veiligheidsprogramma
IVRBesluit Informatie Voorziening in de Rijksdienst
IWBInterdepartementaal wetgevingsberaad
JBZ-RaadJustitie Binnenlandse Zaken EU-Raad
JESJustitie Emancipatie Stimulering
JHVJeugdhulpverlening
JIBJustitie In de Buurt
JJIJustitiële Jeugdinrichtingen
JUFARJustitie Financiële Administratie Rekenplichtigen
JWIJeugdwerkinrichting
KBAKosten-baten analyse
KLPDKorps Landelijke Politie Diensten
KMARKoninklijke Marechaussee
LBBLandelijke Bijzondere Bijstandsvoorziening
LBIOLandelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
LBRLandelijk Bureau Racismebestrijding
LBSLandelijk Bureau Slachtofferhulp
LCIDOLandelijk Coördinatie Informatiepunt Documenten
LNVMinisterie van Landbouw, Natuur en Visserij
LOSLandelijke Organisatie Slachtofferhulp
LRTLandelijk Recherche Team
LSOPLandelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie
LurisLandelijk Uniform Registratiesysteem van internationale rechtshulpverzoeken
MBIMonitor Bedrijven en Instellingen
MDManagement Development
MDIMeldpunt Discriminatie Internet
MDWMarktverbetering, Deregulering en Wetgevingskwaliteit
MEZMinisterie in Enge Zin
MOTMeldpunt Ongebruikelijke Transacties
MRMinisterraad
MTManagement Team
MvTMemorie van Toelichting
MVVMachtiging tot Voorlopig Verblijf
NAPSNationaal Actieplan aanpak seksueel misbruik van kinderen
NCIPSNederlands Centrum voor Internationale Politiesamenwerking
NFINederlands Forensisch Instituut
NICAMNederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media
NMANederlandse Mededingingsautoriteit
NMPNationaal Milieubeleidsplan
NoNationale ombudsman
Nojo-teamNederlands Oorlogstribunaal Joegoslavië
NOvANederlandse Orde van Advocaten
NOvo-teamNederlands Opsporingsteam voor Oorlogsmisdrijven
NPCNationaal Platform Criminaliteitsbeheersing
NRKNederlands Rode Kruis
NSCRNederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving
NSISNationale Schengen Informatiesysteem
NTOMNieuwe Toelatings- en Opvangmodel
NVWNieuwe Vreemdelingenwet
ODAOfficial Development Assistance
OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
OCOnderzoek- en opvangcentrum
OESOOrganisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OMOpenbaar Ministerie
OTSOndertoezichtstelling
OVAOverheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkeling
OvJOfficier van Justitie
NVvRNederlandse Vereniging van Rechters
PBCPieter Baan Centrum
PBOParticuliere Beveiligingsorganisatie
PBWPenitentiaire Beginselenwet
P&CPlanning & Control
PGProcureur-generaal
PIPenitentiaire inrichting
PJSPreventie, Jeugd en Sancties (DG)
PPPenitentiair Programma
PPSPubliek-Private samenwerking
PVROProject Versterking Rechtelijke Organisatie
RARegeerakkoord
RGDRijksgebouwendienst
RHBRijks hoofdboekhouding
RMRechterlijke macht
RORechterlijke Organisatie
ROARegeling Opvang Asielzoekers
RRRijksrecherche
RVARegeling Verstrekkingen Asielzoekers
RvSRaad van State
RvdKRaden voor de Kinderbescherming
RvdRRaad voor de rechtspraak
SBOStafafdeling Beleidsontwikkeling IND
SCPSociaal en Cultureel Planbureau
SENAStichting ter exploitatie van de naburige rechten
SERSociaal-economische Raad
SGCStichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken
SGMSchadefonds Geweldsmisdrijven
SHNVereniging Slachtofferhulp Nederland
SISSchengen Informatie Systeem
SIVStafbureau Informatievoorziening
SLAService Level Agreements
SOVStrafrechtelijke opvang van verslaafden
SRAStichting Rechtsbijstand Asiel
SRNStichting Reclassering Nederland
SRStudiecentrum Rechtspleging
StbStaatsblad
StcrtStaatscourant
STPScholings- en Trainingsprogramma's
SZWSociale Zaken en Werkgelegenheid
TBSTerbeschikkingstelling
TEBITijdelijke extra beveiligde inrichting
TGVTherapeutische Gezinsverzorging
TKTweede Kamer
UNHCRHoge Commissaris voor de Vluchtelingen der Verenigde Naties
USDUnit Synthetische Drugs
USZOUitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid Overheid en Onderwijs
VASVreemdelingen Administratie Systeem
VBTBVan Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording
VBAVerslavingsbegeleidingsafdeling
VDSVuurwapendatasysteem
VIPSVerwijs Index Personen Strafrechtshandhaving
VKVreemdelingen Kamer
VKCVaste Kamercommissie
VNVerenigde Naties
VNGVereniging van Nederlandse Gemeenten
VOGVerklaring omtrent gedrag
VROMMinisterie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VSNVereniging Slachtofferhulp Nederland
VTVVergunning tijdelijk verblijf
VvGBVerklaring van Geen Bezwaar
VWVreemdelingenwet
V&WVerkeer en Waterstaat
VWNVluchtelingenwerk Nederland
VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
WAWettelijke Aansprakelijkheid
WAHVWet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften
WESWetgeving voor de Elektronische snelweg
WGWWet goederenvervoer over de weg
WIDWet op de identificatieplicht
WIPOWorld Intellectual Property Organization
WJSWet Justitiesubsidies
WODCWetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum
WORWet op de ondernemingsraden
WOZWet Waardering Onroerende Zaken
WRBWet op de rechtsbijstand
WROMWet rechtsbijstand on- en minvermogenden
WRRWetgeving, Rechtshandhaving en Rechtspleging (DG)
WSNPWet schuldsanering natuurlijke personen
WTOWorld Trade Organisation
WvSRWetboek van Strafrecht
WWMWet Wapens en Munitie
ZBOZelfstandig Bestuursorgaan
ZMZittende Magistratuur

TREFWOORDENREGISTER

ADR 17, 108, 310

Advocatuur 16, 100, 101, 105, 106

Agentschap 10, 30, 114, 117, 119, 131, 136, 137, 144, 146, 147, 148, 181, 190, 201, 202, 203, 209, 211, 218, 219, 220, 232, 233, 236, 239, 241, 247, 250, 252, 258, 260, 281, 302, 306

Alleenstaande minderjarige asielzoeker 91

Alternative Dispute Resolution 17

Ama 133, 309

AMK 310

AO 78, 89, 90, 187, 201, 202, 203, 244, 245, 260, 268, 307, 310

Asielzoekers 28, 31, 101, 102, 133, 134, 137, 139, 140, 141, 142, 147, 148, 186, 213, 214, 220, 244, 309, 310, 313

Auteursrecht 12, 32, 37, 295, 310

Bedrijfsleven 26, 44, 45, 46, 50, 51, 52, 53, 54, 78, 168, 171

Begroting en realisatie 93, 128

Beveiliging 15, 30, 75, 78, 102, 153, 154, 181, 182, 303, 313

Beveiligingsheffing 182

Biometrie 73, 211, 240, 241, 243, 244

Bolletjesslikkers 18, 72

Celcapaciteit 113

CJIB 10, 30, 129, 130, 131, 209, 228, 275, 277, 278, 280, 281, 283, 284, 286, 289, 305, 310

COA 28, 91, 133, 139, 140, 141, 187, 214, 238, 303, 309, 310

Communities that care 310

CRI 98, 310

DAD 295, 307, 310

Dienst Justitiële Inrichtingen 19, 257

Directie Bestuurszaken 287, 311

DJI 10, 27, 112, 114, 116, 117, 119, 146, 201, 202, 203, 218, 219, 233, 250, 255, 256, 258, 259, 260, 261, 262, 264, 265, 267, 268, 269, 272, 304, 305, 311

DNA 12, 40, 42, 73, 74, 75, 182

Elektronisch toezicht 42

ESF 262, 311

ET 111, 112, 151, 221, 241, 311

Europees Sociaal Fonds 311

Gefinancierde rechtsbijstand 16

Georganiseerde criminaliteit 21, 42, 80

Gerechtskosten 20, 68, 69, 153, 181, 282, 286

Geschillenbeslechting 17, 105, 107, 197

Geweld op straat 26

Gezinsvoogdij 25, 26, 86, 87, 123, 271, 311

Gratie 5, 6, 8, 9, 13, 23, 34, 35, 39, 41, 42, 91, 109, 111, 115, 117, 119, 120, 121, 128, 132, 138, 142, 143, 147, 149, 156, 158, 159, 160, 199, 201, 202, 203, 207, 210, 226, 309, 311, 312

Grote Stedenbeleid 122

Halt 25, 54, 125, 126, 206

HALT 311

Harmonisatie 31, 45, 46, 137, 142, 148, 220

Hoge Raad 15, 95, 96, 191, 279

Huiselijk geweld 26, 58

Immigratie- en Naturalisatiedienst 312

IND 10, 27, 28, 29, 132, 133, 134, 135, 136, 137, 144, 145, 146, 147, 148, 211, 218, 219, 220, 235, 240, 241, 242, 243, 244, 247, 248, 252, 253, 309, 312, 313

Jeugdcriminaliteit 23, 24, 69, 116, 122, 124, 205

Jeugdinrichtingen 23, 42, 115, 202, 256, 260, 265, 271, 272, 273, 312

Jeugd 5, 23, 24, 25, 26, 27, 35, 42, 54, 55, 59, 63, 70, 79, 82, 86, 87, 115, 116, 121, 122, 127, 158, 183, 184, 185, 187, 202, 228, 234, 256, 260, 263, 265, 271, 272, 273, 305, 311, 312, 313

Jeugdreclassering 26, 86, 110, 123, 124, 205

Jeugdzorg 25, 26, 37, 86, 186

KLPD 31, 60, 80, 282, 312

Kostprijzen 64, 102, 104, 248, 284, 287, 288, 289

Kwaliteitsverbetering 25, 48, 86, 112

MDW 45, 312

Mededeling over de bedrijfsvoering 154

Mediation 16

Meldpunt Ongebruikelijke Transacties 181

Minderjarigen 29, 70, 78, 83, 110, 121, 122, 123, 125, 133, 204, 205, 206

M&O 305

MOT 312

Nederlands Forensisch Instituut 73

NFI 30, 31, 58, 73, 74, 129, 181, 182, 303, 306, 313

Openbaar Ministerie 17, 18, 19, 20, 30, 66, 72, 73, 173, 181, 226, 232, 307, 310

Opvoedingsondersteuning 27, 56, 87

OTS 313

Particuliere beveiligingsorganisaties 19, 75

Politiewet 14, 39

Privaatrecht 36

Prognoses 21, 110, 112, 117, 126, 127, 206

Publiek-private samenwerking 19, 73

PVRO 93, 94, 296, 313

Raad van State 13, 40, 41, 42, 47, 49, 125, 313

Raad voor de Kinderbescherming 121, 125

Raad voor de rechtspraak 10, 15, 63, 92, 94, 95, 189, 190, 303, 307

Recherche 14, 17, 19, 39, 73, 77, 78, 296, 310, 312, 313

Rechtsbijstand 5, 15, 16, 35, 40, 92, 99, 100, 101, 102, 103, 104, 107, 108, 133, 158, 188, 193, 194, 198, 234, 303, 305, 309, 311, 314

Rechtspleging 5, 15, 34, 35, 92, 158, 160, 188, 190, 228, 234, 303, 304, 306, 307, 311, 314

Recidive 22, 23, 24, 110, 120, 123, 126, 204, 205, 256

Reclassering 23, 119, 120, 124, 203, 228, 271, 272, 314

Sanctiebeleid 305

Sanctiecapaciteit 21, 110, 111, 112

Schadefonds Geweldsmisdrijven 64

Schengen 81, 144, 313, 314

Schuldsanering 5, 103, 104, 158, 195, 196, 234, 315

Seksueel misbruik van kinderen 58

Seksueel misbruik 78, 175

Slachtofferzorg 5, 35, 61, 63, 158, 176, 177, 234

Sober regime 268

Spijbelen 175

SR 10, 72, 95, 119, 120, 124, 133, 155, 180, 181, 189, 190, 192, 295, 296, 297, 298, 301, 303, 311, 314, 315

Strafrechtketen 24, 30, 55, 102, 121, 129, 144

Strafrecht 5, 12, 13, 20, 21, 24, 31, 36, 40, 41, 42, 57, 65, 66, 68, 69, 76, 80, 93, 95, 96, 98, 109, 110, 113, 119, 120, 121, 127, 153, 158, 166, 180, 182, 191, 199, 200, 203, 204, 228, 234, 258, 268, 269, 311, 314, 315

Studiecentrum Rechtspleging 181, 190, 302

Taakstraffen 22, 71, 119, 121, 122, 123, 204, 205

Tbs-inrichtingen 22

TBS-inrichtingen 117, 118, 260, 263, 265, 272

TBS-plaatsen 270

Terugkeerbeleid 28, 149

Vluchtelingenfonds 142, 143, 215

VN-cellen 111, 256, 257, 262, 269, 270, 272

Voogdij 87, 88, 91, 186

Vreemdelingenbeleid 27, 29, 31, 142, 311

Vreemdelingenkamers 15, 16, 29, 136, 211, 243

Vrijwillige terugkeer 143, 147

Wetgeving 5, 13, 14, 25, 36, 37, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 52, 86, 98, 119, 150, 165, 166, 168, 172, 234, 310, 311, 312, 314

Wetgevingskwaliteitsbeleid 5, 43, 44, 158, 166, 167

Wrb 100

Zelfregulering 45


XNoot
1

De Baseline financieel en materieelbeheer is een handleiding van het Ministerie van Financiën, nader specifiek gemaakt in een «Normenkader Financieel beheer Justitie» waarin concreet en meetbaar staat aangegeven de bij het financieel en materieel beheer te hanteren normen.

XNoot
2

Overeenkomstig het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR).

XNoot
1

Het Normenkader Financieel beheer dd. 24 juli 2002, is de justitie specifieke uitwerking van de Baseline financieel en materieel beheer d.d. 29 mei 2001, van de minister van Financiën.

XNoot
2

De Basisvoorziening Informatiebeveiliging d.d. 8 maart 2000, is de Justitie Specifieke uitwerking van het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst (VIR) uit 1994.

Naar boven