28 879
Doelmatigheid onderwijsaanbod en accreditatiekaders Hoger Onderwijs

nr. 3
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 22 mei 2003

Ten vervolge op mijn brief van 3 april 2003 aan u (OCW03-242) en gelet op het algemeen overleg met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 14 mei jl. informeer ik u over mijn conclusies met betrekking tot de accreditatiekaders hoger onderwijs.

Goedkeuring van de accreditatiekaders wordt verleend binnen 17 weken na ontvangst van de accreditatiekaders, echter niet dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het voornemen tot goedkeuring aan beide Kamers der Staten-Generaal is voorgelegd (art. 5a.8, 5e lid WHW). Voorts is in de WHW bepaald dat goedkeuring slechts kan worden onthouden op grond van strijd met het recht of het algemeen belang.

Zoals ik tijdens het overleg heb geconcludeerd zijn er geen redenen om de goedkeuring te onthouden. De opvattingen die tijdens het AO naar voren kwamen zijn met name van belang voor de wijze waarop de NAO uitvoering zal geven aan de accreditatiekaders en het toetsingskader nieuwe opleidingen. In bovenbedoeld overleg met de vaste commissie heb ik daarom toegezegd de voorzitter van de NAO te zullen informeren over de opvattingen van de Tweede Kamer en vervolgens een brief te zullen sturen aan de Kamer over de consequenties die de NAO daaraan zal verbinden.

Omdat tijdig in werking treden van de accreditatiekaders en het toetsingskader voor nieuwe opleidingen van groot belang is, mede met het oog op de toepassing van de toets op doelmatigheid voor nieuwe opleidingen, heb ik besloten goedkeuring te verlenen aan de accreditatiekaders, zoals blijkt uit bijgevoegde brief aan de NAO1.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

A. D. S. M. Nijs


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven