Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200428870 nr. 101

28 870
Vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en bijstand)

nr. 101
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 19 januari 2004

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft op 18 december 2003 overleg gevoerd met staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over:

– de ministeriële regelingen Wet Werk en Bijstand (SOZA-03-712);

– de aanpak van gemeente Loenen in relatie tot de experimenteerregeling Wet Werk en Bijstand (SOZA-03-727);

– rapport onderzoek langdurigheidstoeslag (SOZA-03-689);

– het concept besluit Experimenten SUWI (SOZA-03-732);

– het rapport onderzoek langdurigheidstoeslag 2003 (SOZA-03-744);

– de verzamelbrief aan gemeenten (SOZA-03-743);

– afspraken Agenda voor de Toekomst met gemeente Amsterdam (SOZA-03-795);

– uitvoering Algemene bijstandswet in Den Helder (SOZA-03-768);

– realisatiegegevens inkomensdeel WWB (SOZA-03–864);

– financieel maatregelenbeleid Abw, IOAW, IOAZ en WIW 2003 (28 870, nr. 96);

– rapport onderzoek langdurigheidstoeslag 2003 (SOZA-03-885);

– mantelzorg (28 870, nr. 97);

– verzamelbrief aan gemeenten (SZW-03-891).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) wil haar inbreng volledig besteden aan het urgente probleem van de langdurigheidstoeslag. Zij blijft zeer ontevreden over de wijze waarop de gemeenten hieraan in 2003 tot nu toe uitvoering hebben gegeven, terwijl zij ook de inzet van de staatssecretaris ver beneden de maat vindt. Het kabinet heeft de langdurige minima in november 2002 een aanvullende uitkering in het vooruitzicht gesteld voor 2003. Volgens een persbericht van de minister-president van 28 november 2002 zouden mensen die langdurig van een minimuminkomen moeten rondkomen en geen uitzicht hebben op een baan, in 2003 een aanvulling op hun inkomen krijgen. Dat zou voor gezinnen € 450, voor alleenstaande ouders € 400 en voor alleenstaanden € 320 zijn. Het is duidelijk dat het hier gaat om een extra bedrag in geld, niet een fooi van een paar tientjes en ook niet een pc- of cultuurpasregeling. Uit de vele e-mails die zij heeft ontvangen, blijkt dat een groot aantal gemeenten een veel lager bedrag heeft uitbetaald, terwijl een aantal gemeenten zelfs helemaal niets heeft gedaan. Zij is zeer teleurgesteld over deze gang van zaken. De staatssecretaris dient zich te schamen dat hij zijn belofte van een aanvullende uitkering voor langdurige minima in 2003 niet is nagekomen. Zij vindt dat deze zaak voor het kerstreces goed geregeld dient te zijn. Zij kan zich niet neerleggen bij het feit dat de beloften van de minister-president, de staatssecretaris en de regering niets waard blijken te zijn. Er is in het Najaarsakkoord 2002 afgesproken dat het Rijk 20 mln euro in deze regeling zou steken en dat de gemeenten er zelf ook 20 mln euro in zouden steken. Daarmee zou het mogelijk worden om de genoemde bedragen uit te keren. De gemeenten en de staatssecretaris mogen erop worden aangesproken dat dit niet is gebeurd.

Het rapport onderzoek langdurigheidstoeslag dat de staatssecretaris de Kamer heeft doen toekomen, ziet zij als creatief boekhouden met statistieken. Ook de inhoud van de brief en het persbericht van 13 oktober 2003 dat 93% van de gemeenten een extra uitkering geeft, is niet juist. Uit het onderzoek blijkt dat 82 gemeenten de vragenlijst niet hebben ingevuld. Het is niet onwaarschijnlijk dat 20% van de gemeenten niets heeft gedaan voor de minima. 52% van alle gemeenten voegt tegen de afspraken van het najaarsakkoord in geen eigen middelen toe aan het rijksgeld. Minder dan de helft van de gemeenten heeft aangegeven welk bedrag is uitgekeerd, terwijl 62% van de gemeenten minder dan € 150 uitkeert.

De staatssecretaris heeft hier geen enkele actie op ondernomen. Uit een peiling van GroenLinks onder de eigen raadsleden in juli 2003 bleek dat 63% van de gemeenten nog niets had gedaan aan de lang-laagregeling. Een aantal wethouders en raadsleden van GroenLinks is vervolgens in actie gekomen. Er zijn vragen gesteld, moties en amendementen ingediend en de cliëntenraden zijn ingeschakeld. Bij de gemeenten waar de uitkering volledig wordt uitbetaald, blijkt dit in de helft van de gevallen te danken aan de actie van GroenLinks. Zij geeft de staatssecretaris de volgende opties in overweging om zijn belofte van een extra uitkering in 2003 aan de minima na te komen: een aanschrijving aan gemeenten, een strafkorting op de uitkering van het Gemeentefonds of een wettelijk afgedwongen verdubbeling van de langdurigheidstoeslag in 2004.

De heer Bruls (CDA) heeft waardering voor het feit dat gemeentebesturen, ambtenaren en cliëntenorganisaties hard aan het werk zijn voor de ministeriële regelingen voor invoering van de Wet werk en bijstand. De beste garantie tegen armoede is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen. Hoe beoordeelt de staatssecretaris de vorderingen rond de invoering van de wet en de betrokkenheid van de cliëntenraden?

De staatssecretaris geeft in zijn laatste brief over de invoeringsregeling WWB invulling aan de afspraken die recent over het koopkrachtbeeld 2004 zijn gemaakt. Het is belangrijk dat het extra beschikbare bedrag van 80 mln euro voor bijzondere bijstand ten goede komt aan de sociale minima maar ook aan de ziektekostenregelingen voor de chronisch zieken en gehandicapten. Hij gaat ervan uit dat alle gemeenten deze regeling nu kunnen invoeren en dat medio januari samen met Divosa en de VNG een handreiking voor gemeenten wordt gemaakt. Kan de staatssecretaris ingaan op de vraag of dit consequenties heeft voor artikel 4 van de invoeringsregeling WWB?

Zijn belangrijkste kritiek op de regeling WWB betreft de inzet van het vrije deel in het werkdeel van de gemeente. Als gemeenten 100% budgetverantwoordelijk worden, dienen zij maximale ruimte te krijgen om zelf te bepalen hoe zij met reïntegratiegelden omgaan. Zij moeten kunnen kiezen voor eigen beheer, uitbesteden bij een andere partij, of aanbesteden volgens SUWI-regels. Er is afgesproken dat gemeenten tot € 100 000 vrije ruimte hebben en vervolgens nog eens 30% van het restant van het budget.

De staatssecretaris stelt op grond van artikel 6 twee beperkingen voor. Het uitbesteden van een deel van de vrije ruimte moet per definitie gebeuren conform de aanbestedingsregels van SUWI. Verder zouden op grond van Europese richtlijnen zoals transparantie verdergaande aanbestedingsverplichtingen nodig kunnen zijn. De heer Bruls wijst de eerste beperking ten stelligste af en wil met betrekking tot de tweede beperking graag een toelichting ontvangen over de Europese richtlijnen. Hij vindt dat een gemeente transparantie dient te verschaffen, maar zij moet volledig vrij zijn in haar keuze om in eigen beheer te werken of uit te besteden, waarbij uitbesteding niet per definitie via aanbesteding hoeft te lopen. De grens voor aanbesteding ligt in Europa bij € 200 000.

Hij wil over een aantal artikelen nog enkele vragen stellen.

Artikel 2, het verslag over de uitvoering. Effectiviteit zou op systeemniveau gecontroleerd worden. Welke aanvullende informatie over de effectiviteit van het systeem moet er aan gemeenten gevraagd worden? Wat is de status van het aan de gemeenteraad gevraagde oordeel? Waarom is voor het voorlopig verslag en het verslag over de uitvoering een uitgebreide verantwoording nodig over de vrijstelling van uitbesteding?

Artikel 15, de noodprocedures. Er wordt een aantal normen genoemd om de relatie tot de algemene arbeidsmarktontwikkeling aan te geven. Zijn deze normen bindend of mogen zij als een hulpmiddel beschouwd worden?

Artikel 2, lid 2, de experimenteerregeling. Het CWI moet geheel of gedeeltelijk de taak blijven vervullen om aanvragen voor uitkeringen in te nemen. Wat is ertegen dat een gemeente in overleg met de regionale CWI-directie afspreekt om de uitkeringsintake te doen, terwijl het CWI zich op de arbeidsbemiddeling concentreert?

Hij heeft de regering altijd gesteund in haar duidelijke aanpak van de onverteerbare wijze waarop de gemeente Amsterdam de Bijstandswet uitvoert. De laatste voortgangsrapportages roepen opnieuw twijfels op. Er zijn nieuwe bestuurlijke afspraken gemaakt met Amsterdam. Hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat Amsterdam over het jaar 2003 opnieuw moet terugbetalen. Hij heeft vertrouwen dat Amsterdam na invoering van de WWB betere resultaten zal boeken. Volgens krantenberichten zou door de actie «handhaving aan de poort» in een bepaalde wijk 40% tot 60% van de uitkeringsaanvragen zijn afgewezen, terwijl 20% van de uitkeringen na een heronderzoek is stopgezet. Als dergelijke acties in Amsterdam ingesteld waren vanaf de invoering van de Bijstandswet, zou heel wat belastinggeld bespaard zijn.

Uit de brief over de mantelzorg blijkt dat gemeenten de ruimte hebben om in individuele gevallen een gedeeltelijke ontheffing te geven van de arbeidsverplichting als iemand een paar uur per week mantelzorg verleent. Overigens blijkt dat er door mantelzorgers onvoldoende gebruik wordt gemaakt van alle faciliteiten vanwege de onbekendheid met en de ingewikkeldheid van de wettelijke regelingen. Kan de staatssecretaris zorgen voor een betere informatievoorziening op dit punt?

De heer Bruls wijst erop dat in de afspraken met de gemeenten is aangegeven dat het niet verplicht is om de langdurigheidstoeslag linea recta door te vertalen naar de genoemde bedragen, maar dat het ook mogelijk is om het geld in een mix van bestaand en nieuw beleid te steken. Een aantal gemeenten heeft regelingen voor ondersteuning in categoriale zin of in de zin van individuele bijzondere bijstand en geeft al sinds jaar en dag een bepaalde ondersteuning. De staatssecretaris moet de 7% van de gemeenten die niets hebben gedaan, echter wel stevig aanpakken en erop wijzen dat de langdurigheidstoeslag, die nu nog een uitvloeisel is van de bestuurlijke afspraken tussen de staatssecretaris en de VNG, vanaf 1 januari onderdeel wordt van de wet.

De heer Weekers (VVD) heeft van wethouders sociale zaken en gespecialiseerde ambtenaren zeer veel positieve geluiden over de invoering van de WWB gehoord en vertrouwt erop dat met de nieuwe wet een paar flinke stappen voorwaarts worden gezet om mensen die nu langs de kant staan, te laten participeren in het arbeidsproces.

Hij gaat akkoord met de extra vrijlating van de aanbestedingsplicht van 30% van het budget boven de € 100 000. Hij kan zich echter niet vinden in de formulering dat gemeenten de 30% boven de € 100 000 per definitie in eigen beheer moeten doen. Wel dient er in verband met de Europese transparantieregels een goede verantwoording plaats te vinden van de besteding van de middelen. Kan de staatssecretaris een uitleg geven van het Europees recht op dit vlak?

Er heeft op het amendement Noorman-den Uyl op artikel 58 op het laatste moment een aanpassing plaatsgevonden. Hoewel hij het met de uitleg van het amendement eens was, bleek de uitwerking ervan verder door te grijpen. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de nieuwe wet op dit punt niet meer ruimte biedt dan de vigerende Bijstandswet?

De voorzitter antwoordt dat bij de behandeling van de verzamelwet SZW de bepaling in de wet zodanig is aangepast dat een dergelijk gevolg zich niet meer kan voordoen.

De heer Weekers (VVD) gaat ervan uit dat de staatssecretaris het hiermee eens is.

Wanneer een cliënt de inlichtingenplicht schendt, kan de uitkering worden verlaagd of zelfs gestopt, terwijl een terugvordering kan plaatsvinden over de periode dat verkeerde inlichtingen zijn verstrekt. In de nieuwe wet kunnen echter geen boetes meer worden opgelegd. Voor zover het OM optreedt bij aperte fraude, wordt dit probleem ondervangen via het strafrechtelijke systeem. Het OM gaat echter pas tot maatregelen over bij een bedrag van € 6000. Is de staatssecretaris bereid om met zijn collega van Justitie te overleggen over het naar beneden bijstellen van de richtlijn van het OM?

De gemeenten moeten zich volgens de WWB inspannen om ook de nuggers aan het werk te helpen. Zij hebben echter niet de mogelijkheid om een sanctie op te leggen wanneer de persoon in kwestie voortijdig afhaakt. Ziet de staatssecretaris voor deze groep sanctiemogelijkheden binnen de WWB?

Hoe zit het met de regeling van het vakantiegeld? Is het bedrag aan vakantiegeld over de tweede helft van 2003 dat in het voorjaar van 2004 wordt uitbetaald, in het macrobudget voor 2004 opgenomen?

Artikel 18 geeft de mogelijkheid om in geval van agressie tegen medewerkers van de sociale dienst op te treden. Vallen de medewerkers van het CWI die een belangrijk deel van de intake verzorgen, ook onder dit artikel?

Het CWI dient in het kader van de SUWI-experimenten altijd een deel van de intake bij de klant te verzorgen. Worden wenselijke experimenten hierdoor niet bij voorbaat belemmerd? Is het niet beter om in goed overleg tussen gemeenten en CWI bepaalde afspraken te maken over doelgroepen of dislokaties?

De staatssecretaris heeft de gemeenten in zijn meest recente brief redelijk geïnformeerd over de koopkrachtmaatregelen. Is de staatssecretaris bereid om in de volgende verzamelcirculaire gemeenten nader in te lichten over het structurele karakter van de maatregel om 80 mln euro extra te bestemmen voor de bijzondere bijstand? Er wordt aangegeven dat de ziektekostenverzekering voor het aanvullende pakket collectief geregeld kan worden voor de minima. Dit collectieve pakket zou ook aangeboden kunnen worden aan chronisch zieken en gehandicapten die tussen het minimumniveau en de ziekenfondsgrens zitten, al kan dit niet gefinancierd worden uit de bijzondere bijstand. Wil de staatssecretaris ook hierop de aandacht vestigen?

Ook zijn fractie heeft alle fractievoorzitters in de gemeenten per brief dringend verzocht er alles aan te doen om op lokaal niveau maatwerk in de koopkrachtsfeer voor de meest kwetsbaren te leveren.

De heer Bakker (D66) wijst erop dat het vaak lastig is om landelijk bedoeld beleid zijn doorwerking te laten vinden in de afzonderlijke gemeenten. Een goed voorbeeld is de langdurigheidstoeslag. De nieuwe WWB geeft aan gemeenten een grote beleidsvrijheid. Het kabinet kan een aantal toezeggingen doen, maar de gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij daarmee omgaan. Het is op zich een vreemde constructie om als overheid een afspraak te maken met werkgevers/werknemers over een bijdrage van de gemeenten van 20 mln euro, terwijl de gemeenten niet aan het overleg deelnemen. De regering moet de zaken die zij geregeld wil zien, zelf regelen en niet overlaten aan anderen met wie zij geen directe relatie heeft.

De langdurigheidstoeslag roept een aantal vragen op. Er is in het Najaarsakkoord 2003 afgesproken dat de werkgevers zich zullen beraden over een bijdrage aan de armoedebestrijding. Is er al iets bekend over deze bijdrage? Zo ja, wordt deze bijdrage gestort in het Gemeentefonds? Hoe weten werkgevers dan dat het geld inderdaad wordt bestemd voor armoedebestrijding? Hoe zeker is het dat afspraken van de overheid met de VNG door de individuele gemeenten worden uitgevoerd? In de huidige situatie declareren de gemeenten nog bij het Rijk en hebben zij behoefte aan ondersteuning van de VNG, maar in hoeverre hebben dergelijke afspraken op gemeentelijk niveau nog kans van slagen na het in werking treden van de WWB? Hoe kan ervoor gezorgd worden dat het bedrag van 80 mln extra voor de bijzondere bijstand bestemd wordt voor de chronisch zieken en gehandicapten en de aanvullende ziektekostenverzekering? Overigens vindt hij dat gemeenten die de langdurigheidstoeslag niet verlenen, het recht verspelen om bij het Rijk aan te kloppen om extra geld.

Ondanks deze kritische kanttekeningen is hij blij met de overdracht van vrijheden aan gemeenten. De casus Amsterdam is voor hem reden geweest om te stellen dat de financiële verantwoordelijkheid bij de gemeente hoort te liggen. De vraag is alleen of de bijzondere bijstand een geschikt instrument is om doelstellingen op landelijk niveau – in dit geval 80 mln extra voor chronisch zieken en gehandicapten – te verwezenlijken vanwege de grote beleidsvrijheid van gemeenten. Wat is de visie van de staatssecretaris hierop?

Het is voor een goede uitvoering van de WWB belangrijk dat niet alleen de gemeenteraden maar ook de cliëntenraden nauw betrokken zijn. De kwaliteit van de inbreng van cliëntenparticipatie valt of staat met voldoende informatie en scholing. De staatssecretaris wil hier projectmatig geld voor vrijmaken. Dient er niet evenals bij de ondernemingsraden voor gezorgd te worden dat er structureel scholing beschikbaar is?

Hij sluit zich aan bij de opmerkingen dat bij de SUWI-experimenten flexibiliteit mogelijk moet zijn. Het feit dat het CWI een deel van de intake moet doen compliceert in vele situaties de efficiency en effectiviteit.

Het is voor hem zeer de vraag of Amsterdam 29 mln moet ontvangen van het Rijk. Het is een schande dat achtereenvolgende wethouders en gemeenteraden hebben toegezien hoe de sociale dienst er een zootje van heeft gemaakt.

Er is niets op tegen dat sommige gemeenten de 30% in eigen beheer willen doen. Hij is het echter met de staatssecretaris eens dat een gemeente zich bij uitbesteding dient te houden aan de normale regels van het economisch verkeer, waaronder aanbesteding. Er is nog geen transparante markt op reïntegratiegebied. Een van de middelen om deze transparantie te organiseren, is aanbesteding.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) wil een aantal punten uit de dertien brieven aan de orde stellen.

Ondanks de wetsbehandeling WWB staat de staatssecretaris op het standpunt dat de vrije ruimte van de gemeente geen vrije ruimte is, maar dat bij uitbesteden aanbesteden hoort. De staatssecretaris beroept zich op Europese regelgeving. Uit het Oltmarkarrest blijkt dat de gemeente wel degelijk het recht heeft om ondershands aan te besteden of op te dragen. Het Hof verklaart dat de overheid, mits het om een dienst van openbaar belang gaat, een aantal voorwaarden stelt met betrekking tot de transparantie. Indien de onderneming niet via een openbare aanbesteding wordt gekozen, wordt de vergoeding berekend op basis van kosten die een gemiddelde goed beheerde onderneming in de betreffende sector zou hebben gemaakt. Er zijn dus wel transparantieen verantwoordingseisen, maar er kunnen door de staatssecretaris geen dwingende voorschriften worden opgelegd dat bij het uitbesteden aanbesteed wordt. Kan de staatssecretaris dit bevestigen?

In de nadere regelgeving wordt de relatie tussen CWI en gemeente zo strikt voorgeschreven dat het oogmerk van de SUWI-experimenten om een efficiëntere en doeltreffender manier van werken en een verbetering van de poortwachtersfunctie te bereiken, gefrustreerd wordt. Wanneer CWI en gemeente gezamenlijk overeenkomen dat het CWI de fase 1-mensen zo lang mogelijk in eigen huis houdt, maar de mensen van fase 2, 3 en 4 zo snel mogelijk naar de gemeente overhevelt, moeten dergelijke afspraken niet onmogelijk worden gemaakt. Het gaat erom mensen aan het werk te krijgen.

Zij is het eens met de grondslag van de SUWI-wet dat de melding en de aanvraag voor een uitkering altijd bij het CWI dient te gebeuren. Dit kan echter ook op een andere lokatie gebeuren, zolang dit de CWI-functionaliteit is. Wanneer het effectief is om jongeren geïntegreerd zo snel mogelijk op een plek te bedienen, moet de samenwerkingsrelatie met de gemeente mogelijk worden gemaakt. De minister en de staatssecretaris hebben in de nadere regelgeving niet conform de SUWI-wet gehandeld. De regelgeving in artikel 2 lid 2 is een beperking van de mogelijkheden die de Kamer heeft willen bieden bij de WWB-behandeling. Zij ondersteunt het verzoek van de VNG en DIVOSA om te komen tot een verruiming van de experimenteerregeling. Dit is volgens de wet ook mogelijk.

Zij is het ermee eens dat de minister of de staatssecretaris door een handtekening te zetten onder een convenant gesloten in de STAR, verantwoordelijk is voor de besteding van de middelen die daar onder een afspraak ter beschikking zijn gesteld. Het is een schande dat een aantal gemeenten hieraan geen cent uitgeeft en ook niet voor hetzelfde volume ander beleid voert. Het is ongepast dat de staatssecretaris deze gemeenten niet met naam en toenaam wil noemen. Zij is met het oog op de toekomst ongerust over de geringe mate waarin een aantal gemeenten bereid is via beschikbaar gestelde middelen compensatie te verschaffen aan chronisch zieken, gehandicapten of mensen op het sociaal minimum.

De verzamelbrief van de staatssecretaris over de regeling voor chronisch zieken is in die zin onvoldoende dat gemeenten hier geen richtlijnen aan kunnen ontlenen. Zij nodigt de staatssecretaris uit om gemeenten met een veel uitvoeriger notitie te ondersteunen in hun beleid en op de uitvoering daarvan toe te zien.

In de notitie zouden de volgende zaken naar voren kunnen komen.

De mogelijkheid voor alle chronisch zieken om een forfaitair bedrag te ontvangen, bijvoorbeeld voor mensen met een fysieke handicap.

De mogelijkheid van individuele compensatie op hoge kosten, waarbij de staatssecretaris de gemeente behulpzaam kan zijn met een uiteenzetting van de soorten kosten waaraan de regering denkt, bijvoorbeeld een toch nog hoge eigen bijdrage. De staatssecretaris kan de gemeenten erop wijzen dat zij zelf de draagkracht in het inkomen kunnen vaststellen. De regeling geldt dus niet alleen voor mensen die al een bijstandsuitkering hebben, maar ook voor chronisch zieken met een WAO-uitkering en andere minima. Gemeenten hebben daarbij de vrijheid om de draagkracht vast te stellen op 130% van het minimumloon. Een aantal regeringsfracties heeft aangegeven dat de reparatie van 50% van de korting op de bijzondere bijstand voor een deel benut moet worden voor de schuldhulpverlening, de preventie van schulden en de budgetteringsbegeleiding. Is de regering bereid om in de verzamelbrief voor dit element aandacht te vragen? Zij spreekt op dit onderdeel mede namens de SP.

Het Landelijk orgaan verhaal zal zich bezighouden met de kinderalimentatie maar niet met de partneralimentatie. Betekent dit dat de gemeenten enorme kosten moeten maken om partneralimentatie te verhalen? Of moeten zij het volledige financiële risico van het wegvallen van partneralimentatie zelf dragen? Zou de verdeling van het geld tussen gemeenten in dat geval niet aan herziening toe zijn? Het aantal gescheiden mensen zou een veel zwaardere factor in het verdelingsmodel moeten zijn, als er geen compensatie meer tegenover staat. De onduidelijkheid is voor de gemeente zeer frustrerend.

Kan de staatssecretaris de ICT-kosten en de overige kosten van invoering van de WWB tot eind 2005 monitoren? De aflaat met betrekking tot de financiële maatregelen 2003 en 2004 is onduidelijk. Worden de hercontroles nog gesanctioneerd als zij in 2003 niet op orde zijn?

Er is in Amsterdam een aantal dingen substantieel verbeterd. Het is interessant dat het afwijzingspercentage van 30 bij aanvragen na selectief huisbezoek vooraf is opgelopen tot 40. Zij prijst het slimme idee van Amsterdam om risicoanalyses te maken.

Het verscherpte toezicht van de IWI houdt op 1 januari op. Gaat de staatssecretaris dit verscherpte toezicht overdragen aan de provincie? Op welke wijze kan de gemeenteraad zicht krijgen op de gedragingen van het college inzake de WWB?

Zij dankt de staatssecretaris voor zijn uitvoerige notitie over bijstand en mantelzorg. Er zijn mensen die in de bijstand zitten of een minimuminkomen hebben, die mantelzorg verlenen aan iemand die ver weg woont. PGB's voorzien niet altijd in de reiskosten. De gemeente kan in dat geval via de bijzondere bijstand bijstandssubsidie geven in de reiskosten. De meerderheid van de gemeenten kent deze mogelijkheid niet. Wil de staatssecretaris de gemeenten informeren over de relatie met de mantelzorg?

Het antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris merkt op dat hij de beantwoording van een groot aantal van de vragen in vier clusters zal bundelen: 1. de invoering van de Wet werk en bijstand, 2. het vrij besteedbaar zijn van een deel van het werkdeel, 3. de langdurigheidstoeslag en 4. het experimenteerartikel. Hij zal vervolgens alle andere thema's behandelen die aan de orde zijn geweest.

1. Invoering van de Wet werk en bijstand. Hij deelt het gevoel dat de invoering van de WWB stevig ter hand wordt genomen en dat er hard wordt gewerkt. Er wordt met name gekeken naar de fase 4-cliënten. 70%-80% van de personen van het gemeentelijke bestand van wie altijd gezegd is dat werk er voor hen niet meer inzit, wordt opnieuw bekeken in het licht van de mogelijkheden van de nieuwe wet. Het gaat erom mensen waar mogelijk opnieuw perspectief te bieden op de arbeidsmarkt of hen een toeslag te verlenen op de uitkering, als er echt geen perspectief is. Het is voor gemeenten een moeilijke opgave om alles voor elkaar te krijgen. Er is een speciaal team van het ministerie dat de implementatie begeleidt. Er is ook een WIM, WWB-implementatiemeter ontworpen, waarvan het eerste resultaat in januari te verwachten is. De knelpunten die hieruit voortkomen, zullen zo snel mogelijk worden opgelost. Het contact met de VNG, Divosa en andere instellingen verloopt zeer plezierig. Er is tot nu toe geen reden voor zorg, wel voor alertheid. Hij wil echter eind februari afwachten alvorens een beeld te schetsen.

2. Het vrij besteedbaar zijn van een deel van het werkdeel. Hij heeft de bedoeling van de Kamer inderdaad ruimer geïnterpreteerd, in die zin dat bovenop de € 100 000 nog 30% van het overige budget van een gemeente vrij besteedbaar was. Hij vindt dat deze 30% van het werkdeel vrij besteedbaar moet zijn behoudens de gebruikelijke Europese regels met betrekking tot de aanbesteding. Er is gevraagd naar de zin van het van toepassing verklaren van de SUWI-aanbestedingsregels, wanneer er onder een bedrag van € 200 000 niet aanbesteed hoeft te worden. Volgens de interpretatie van de Richtlijn diensten laten de Europese aanbestedingsregels gemeenten vrij onder een bedrag van € 200 000, maar het transparantiebeginsel uit het EU-verdrag wordt door het Europese Hof in die zin uitgelegd dat gemeenten ook bij opdrachten onder de € 200 000 een passende mate van openbaarheid moeten betrachten. Zij moeten deze opdrachten vooraf regionaal of landelijk publiceren, afhankelijk van de omvang van de opdracht, om potentiële gegadigden de kans te geven hierop in te schrijven. Gemeenten moeten over een aanbestedingsdocument beschikken, dat door geïnteresseerde bedrijven kan worden opgevraagd.

Hij heeft om deze reden tot nu toe geaarzeld om de SUWI-regels vroegtijdig in te trekken voor de groep € 100 000 plus 30%, omdat daarvan de signaalwerking zou kunnen uitgaan dat gemeenten zich ook niet meer aan de Europese regels hoeven te houden. Hij wil de wens van de Kamer om de SUWI-regels voor de groep € 100 000 plus 30% af te schaffen, graag overnemen. De Europese beginselen van transparantie blijven voor de gemeenten echter van toepassing. Er is door de EC nog geen uitspraak gedaan over de vraag wat «passend» is voor kleine contracten. Hij zal de gemeenten adviseren om kleine reïntegratieopdrachten zoveel mogelijk vooraf bekend te maken uit het oogpunt van de gewenste transparantie. De vigerende Europese regelgeving inclusief de jurisprudentie is dus volledig van toepassing.

Dit heeft ook gevolgen voor de inrichting van de verantwoording en het toezicht op de uit- en aanbesteding van de AWB over 2003. Het is zijn bedoeling om het toezicht over 2003 zo in te richten alsof de WWB toen al in werking was, om gemeenten met een minimum aan administratie op te zadelen.

3. De langdurigheidstoeslag. Er is in 2003 nog geen uitname uit het Gemeentefonds van 70 mln euro als gevolg van het afschaffen van de categoriale bijzondere bijstand, maar wel in 2004. In de wetenschap dat de langdurigheidstoeslag op 40 mln euro begroot was, is in het Najaarsoverleg 2002 afgesproken om 20 mln vanuit het Rijk toe te voegen aan het budget voor de bijzondere bijstand. Aangezien de gemeenten in 2003 nog niet worden geconfronteerd met de bezuiniging van 70 mln, is hen verzocht afspraken te maken over een extra uitkering aan de minima. Hiermee wordt vooruitgelopen op de langdurigheidstoeslag zoals deze in 2004 volgens de WWB gaat gelden. Er zijn over deze extra uitkering na het overleg met sociale partners begin 2003 nadere afspraken gemaakt met de VNG. Het was de bedoeling om de genoemde uitkering een aanvulling te laten zijn op bestaande gemeentelijke regelingen. Als deze gemeentelijke regelingen bij elkaar reeds optellen tot de genoemde bedragen, kon het geld ook worden besteed aan andere zaken.

De VNG heeft er alles aan gedaan om de afspraak succesvol te laten uitvoeren. De staatssecretaris benadrukt nogmaals dat de genoemde bedragen richtbedragen en geen normbedragen zijn en dat deze bedragen bij benadering zijn of worden uitgekeerd door de gemeenten in 2003. Daarbij is de afspraak dus niet dat mensen de genoemde bedragen in handen krijgen. Het gaat om beleid dat een aanvulling is op het bestaande minimabeleid, dat in gemeenten verschillend is.

Het op verzoek van de Kamer verrichte onderzoek is wel degelijk representatief. Het blijkt dat 86% van de gemeenten heeft meegewerkt aan de gevraagde meting. De G4 en de gemeenten boven de 100 000 inwoners hebben alle meegewerkt, evenals 92% van de gemeenten met tussen de 50 000 en 100 000 inwoners, 88% van de gemeenten met tussen de 20 000 en 50 000 inwoners en 82% van de gemeenten met minder dan 20 000 inwoners. Hij heeft de gemeenten beloofd dat hij nooit zou overgaan tot het publiekelijk bekend maken van namen van individuele gemeenten. Overigens zijn de namen hem ook niet bekend, zodat hij gemeenten niet gericht kan aanschrijven.

Uit het onderzoek blijkt dat 93% van de gemeenten iets doet voor de minima, conform de afspraak dat de uitkering een aanvulling op de bestaande regelingen is. Hij vindt dit beeld bevredigend. Hij heeft er grote moeite mee dat 7% van de gemeenten niets doet, maar hij heeft nooit garanties gegeven of kunnen geven dat het geld bij iedereen individueel terecht zou komen. De regeling loopt via de as van de gemeenten en sorteert voor op de wettelijke regeling in 2004.

34% van de gemeenten heeft een nieuwe regeling opgesteld of gaat dit binnenkort doen. 41% van de gemeenten maakt een aanvullende regeling, een ophoging op bestaande categoriale verstrekkingen. 18% van de gemeenten maakt geen aanvullende regeling omdat zij al voorziet in een regeling voor de doelgroep. 7% van de gemeenten heeft geen regeling opgesteld en heeft ook geen bestaand beleid voor de doelgroep. Hij heeft deze gemeenten generiek aangeschreven via de VNG. Ook de oproep van fracties in de gemeenteraden zal hier zijn werk gedaan hebben. Vanaf 1 januari 2004 heeft de langdurigheidstoeslag zijn borging in de wet en het toezicht. De staatssecretaris zal een handreiking maken voor de gemeenten.

4. Het experimenteerartikel. De SUWI-wetgeving geeft de mogelijkheid om te experimenteren op het punt van de intake. Een experiment dat in Amsterdam in voorbereiding was tussen een deel van de sociale dienst en het lokale CWI binnen de kaders van het te ontwikkelen beleid, was in de zomer van 2003 aanleiding om het experimenteerartikel te ontwikkelen. Het is mogelijk om nadere afspraken te maken welk deel van de intake door het CWI en welk deel door de gemeente wordt gedaan. Het CWI kan een sterk verkorte intake doen. Het centrale uitgangspunt van SUWI is echter wel dat de cliënt geconfronteerd wordt met allerlei baanaanbiedingen, voordat hij bij het uitkeringsloket komt. Een gedeelte van de intake moet daarom bij het CWI gedaan worden. De tekst laat de ruimte om een groot deel van de intake van de cliënten in fase 2, 3 en 4 door de GSD te laten doen en een verkorte intake door het CWI. Mochten deze experimenten aanleiding geven tot een verruiming in de experimenteerregeling of een herschikking van de taakverdeling, dan is hij hiertoe graag bereid.

Er is gevraagd of het mogelijk is om in goed overleg tussen het CWI en de gemeente bepaalde afspraken te maken over specifieke doelgroepen of dislokaties. De tekst van de experimenteerregeling luidt als volgt. Wanneer de indieners van een experiment kunnen aantonen dat het de voorkeur verdient om het experiment op een andere lokatie uit te voeren dan een CWI of een bedrijfsverzamelgebouw, dan kan dit onderdeel zijn van een experiment. Hiertoe moeten de GSD en het CWI dan wel samenwerken. De staatssecretaris zal ervoor zorgen dat alle leden vandaag beschikken over de laatste versie van het besluit dat voorhangt en dat de Kamer tot vandaag heeft gestaakt.

De staatssecretaris wil het centrale uitgangspunt in de SUWI-wetgeving dat een deel van de intake altijd via het CWI loopt, overeind houden. Hij wil het in de experimenten maximaal mogelijk maken om te komen tot arrangementen op de intake, waardoor de intake bij het CWI minimaal kan zijn. Het is zaak om iemand die duidelijk beter af is bij de GSD, zo snel mogelijk door te sturen. De kwalificerende intake, de KWINT kan voor deze groep misschien worden weggelaten.

Hij verzoekt de Kamer hem toe te staan om in deze zin binnen grenzen te experimenteren op de intake en de lokatie, de uitkomst van deze experimenten af te wachten en op grond daarvan te discussiëren over een eventuele versoepeling in het SUWI-regime of het SUWI-/WWB-regime.

De voorzitter vraagt de leden of zij zich kunnen vinden in de toelichting op het besluit van de staatssecretaris, zodat de voorhangprocedure kan worden gestaakt.

De heer Bruls (CDA) wil de regering graag tegemoetkomen. Hij vindt het belang om de experimenten per 1 januari te starten veel groter. Hij hoopt dat vanuit de centrale CWI-directie ruimhartig baan wordt gegeven aan experimenten.

De heer Weekers (VVD) is bang voor dubbeling, wanneer er in evidente gevallen altijd een CWI-medewerker aan te pas moet komen, maar hij wil de experimenten afwachten.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) wil graag zodanig experimenteren en interpreteren dat de mensen om wie het gaat, geholpen worden.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) vindt de intentie van de staatssecretaris duidelijk. Er dient alle medewerking aan de experimenten gegeven te worden, ook vanuit de landelijke CWI-organisatie. Een decentrale intake moet mogelijk zijn evenals overheveling van taken van het CWI naar de GSD, waarbij de balans tussen de overheveling niet altijd langs een meetlatje ligt.

De staatssecretaris is blij dat alle fracties hem de ruimte willen geven tot experimenteren en dat de voorhangprocedure gestaakt kan worden. Helaas zal door het feit dat iedere voorbereiding op de experimenten is gestaakt, de datum van 1 januari niet gehaald worden. Hij zal de Raad van State verzoeken optimale snelheid te betrachten bij de experimenteerregeling. Hij hoopt dat de experimenten vanaf 1 maart 2004 of zoveel eerder als mogelijk is, van start gaan.

De staatssecretaris gaat vervolgens over tot de beantwoording van de andere punten. Voor de regeling van categoriale bijstand voor chronisch zieken is geen aanpassing nodig van artikel 4 van de invoeringsregeling, wel aanpassing van artikel 10 van de invoeringswet WWB met terugwerkende kracht. Deze wet is onlangs door de ministerraad bekrachtigd en ligt nu bij de Raad van State voor spoedadvies. Deze wet maakt het mogelijk om, totdat er meer duidelijkheid is over de nieuwe voorzieningen rond het nieuwe ziektekostenstelsel, ook categoriale bijstand mogelijk te maken voor nieuwe gevallen van chronisch zieken en gehandicapten.

Er is aanleiding om te stellen dat er in Amsterdam vooruitgang wordt geboekt, maar er bestaat ook nog steeds zorg op een aantal punten. De wijze waarop hij het toezicht over 2003 vorm wil geven, heeft als consequentie voor Amsterdam dat uit de heronderzoeken in 2003 geen financiële maatregelen meer volgen. Er lopen vanaf 1994 allerlei rechtszaken met Amsterdam over oude strafkortingen. Ook voor de jaren 2000, 2001 en 2002 dreigen strafkortingen. Voor 2003 beperkt het toezicht zich tot de WWB-elementen in de ABW, waardoor Amsterdam aanzienlijk minder risico loopt op strafkorting.

De bestuurlijke afspraken met Amsterdam over de agenda van de toekomst zijn pittig. Amsterdam krijgt geld op basis van de gerealiseerde in- en uitstroom in de trajecten.

Het is in de nieuwe wet niet meer mogelijk om boetes op te leggen, wanneer een cliënt de inlichtingenplicht schendt. De staatssecretaris is in overleg met zijn collega van Justitie over het nemen van maatregelen die dit toch mogelijk maken. De gemeenten zijn hierbij via de organisatie van directeuren sociale diensten Divosa betrokken. Dit overleg lijkt tot bevredigende afspraken te gaan leiden. Hij zal de Kamer hierover zo spoedig mogelijk berichten.

Er is ook gevraagd hoe het staat met het terugvorderen van middelen ingezet voor reïntegratie bij mensen die niet uitkeringsgerechtigd zijn. De gemeente kan een dergelijk traject aanbieden in de vorm van een subsidie. De kosten van het traject kunnen worden teruggevorderd als iemand niet voldoende heeft meegewerkt.

Artikel 18 heeft ook betrekking op de informatieverplichting aan het CWI en de houding tegenover CWI-medewerkers bij de intake. Het CWI kan dergelijke informatie doorgeven aan de GSD in de vorm van een kennisgeving verwijtbaar gedrag.

Artikel 15. De normen genoemd om de relatie tot de algemene arbeidsmarktontwikkeling aan te geven, zijn een hulpmiddel voor de toetsingscommissie om te kunnen beoordelen of het beroep op de aanvullende uitkering terecht is.

Artikel 2, verslag over de uitvoering. Waarom is een aanvullende uitvraag per gemeente rond effectiviteit nodig? De informatie van individuele gemeenten wordt gebundeld, maar er wordt geen oordeel gegeven over de effectiviteit van gemeenten. De gemeenteraad is geen toezichthouder maar controleur. Het college moet verantwoording aan de raad afleggen. De inspectie houdt toezicht op systeemniveau. Het financiële beeld is nodig om vast te stellen of de uitvoering rechtmatig heeft plaatsgevonden en om het budget te evalueren en de verdeling opnieuw vast te leggen. Het oordeel over het systeem zal zoveel mogelijk worden gebaseerd op de bestaande informatiestromen, maar het is niet uit te sluiten dat soms aanvullende informatie nodig is. Op voorhand is niet aan te geven welke en hoeveel. De IWI baseert haar aanvullende informatiebehoefte op een risicoanalyse. Dit betekent dat op risicovolle onderdelen mogelijk extra onderzoek wordt verricht. Dat is in lijn met de brief van de inspecteur-generaal, die is besproken op de hoorzittingen half juli 2003.

De werkgevers hebben zich in het najaarsoverleg 2003 bereid verklaard extra geld beschikbaar te stellen. De staatssecretaris heeft nog niet gehoord om welke bedragen het gaat. Hij kan over de uitwerking van de toezegging geen mededeling doen, omdat dit een zaak is tussen werkgevers en werknemers. De STAR beraadt zich daar momenteel over.

De hercontroles vallen binnen het gedoogbeleid financieel maatregelenbeleid 2003. Termijnoverschrijdingen bij de uitvoering van heronderzoeken worden in 2003 gedoogd voor de ABW, maar niet voor de IOAW en de IOAZ.

Er is nog geen Landelijk orgaan verhaal. In de WWB is geregeld dat het verhaal op ex-partners vervalt bij invoering van het nieuwe stelsel van kinderalimentatie. Bij de behandeling van het wetsvoorstel kinderalimentatie zal de rol van de gemeente uitvoerig aan de orde komen op het punt van bevoegdheden en verplichtingen. Indien door deze maatregel de bijstandsuitgaven oplopen, zal ook het macrobudget conform de WWB worden aangepast. Alle maatregelen van rijksbeleid die doorwerken in de bijstandskosten, zullen in het macrobudget versleuteld worden.

De staatssecretaris is niet van plan op een later tijdstip een nader onderzoek te verrichten naar de omvang van de invoeringskosten WWB. Er is een groot verschil tussen de invoeringskosten bij de ABW in 1996 en deze wet. Bij de discussie over de invoeringskosten wordt vaak vergeten dat de agenda van de toekomst met 500 mln euro doorloopt en in belangrijke mate tot doel had om het casemanagement op te bouwen. De Eerste Kamer heeft inmiddels het budget voor de invoeringskosten verdubbeld van 20 mln naar 40 mln.

Er wordt momenteel overleg gevoerd met VNG, Divosa en gemeenten over de manier om de uitvoering met betrekking tot de bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten bekend te maken. Er wordt gewerkt aan een handreiking met betrekking tot de bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten. Hij zal de in dit verband genoemde onderwerpen graag in de handreiking meenemen.

Hij is verheugd dat de Kamer de brief over de mantelzorg helder vond. De gemeente kan de mantelzorger met een bijstandsuitkering of een minimuminkomen die per auto, bus of trein onderweg is naar iemand die ziek is, faciliteiten ter beschikking stellen. Individuele ontheffing van de arbeidsverplichting is mogelijk als er geen andere voorzieningen zijn. Een gemeente kan alleen een arbeidsverplichting opleggen als voorzien is in de mogelijkheden om arbeid en zorg te combineren. De staatssecretaris zal de gemeenten over deze beide punten informeren.

Het vakantiegeld over de tweede helft van 2003 zit in het budget voor 2004. Het budget is toereikend voor twaalf maanden. Er wordt een extra voorschot gegeven aan de gemeenten in mei.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Van Gent (GroenLinks) blijft het antwoord van de staatssecretaris over de lang-laagregeling om te huilen vinden. De brief van de staatssecretaris over deze kwestie deugt niet. Duizenden mensen hebben niet het bedrag gekregen waar zij volgens de regeringssite recht op hebben. Beloofd is beloofd.

De afspraak van november 2002 is door vele gemeenten niet nagekomen. Ook het herhaalde klemmende beroep dat de staatssecretaris heeft gedaan op de gemeenten heeft voor de mensen niets opgeleverd.

Zij kan geen genoegen nemen met het antwoord van de wettelijke verankering van de langdurigheidstoeslag in de WWB in 2004.

De heer Bruls (CDA) blijft volledig achter invoering van de WWB staan. Ook binnen de cliëntenorganisaties hechten vele mensen grote waarde aan de introductie van de wet, ondanks hun kritiek op de bezuinigingen en de vrees voor verslechtering van de individuele inkomenspositie van delen van hun achterban.

De heer Weekers (VVD) sluit zich aan bij de vorige spreker.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) is blij dat de staatssecretaris de Kamer op het punt van de aanbestedingen op een fatsoenlijke wijze tegemoet is gekomen.

Het is duidelijk uit het antwoord van de staatssecretaris dat er bij de SUWI-experimenten meer ruimte is dan de Kamer dacht.

Zij kijkt met belangstelling uit naar de extra invulling voor de kwestie van de chronisch zieken.

Zij is blij dat vele gemeenten op het gebied van de langdurigheidstoeslag hun best hebben gedaan om het goed te doen. Zij vindt het ernstig dat een klein percentage van de gemeenten het heeft laten afweten, waardoor duizenden mensen niet krijgen waar ze in de ogen van de Kamer en de regering recht op hebben. Zij ziet geen mogelijkheden om dit in 2003 nog recht te zetten. Zij heeft helaas niet de illusie dat alle gemeenten zich voldoende van hun verantwoordelijkheid bewust zijn, omdat de langdurigheidstoeslag in 2003 niet door 100% van de gemeenten is uitgekeerd. Kan de staatssecretaris alles op alles zetten om de gemeenten ervan te doordringen dat het kabinet ervan uitgaat dat alle Nederlandse gemeenten compensatie leveren aan die mensen voor wie het kabinet middelen beschikbaar heeft gesteld?

De staatssecretaris vindt het buitengewoon zuur dat 7% van de gemeenten haar verantwoordelijkheid niet heeft genomen. Los van de schriftelijke communicatie heeft hij in de afgelopen maanden waar mogelijk in het land het thema van de langdurigheidstoeslag aangesneden. Hij vindt het belangrijk dat de gerechtvaardigde verwachting die mensen hadden, wordt vervuld. De gemeenten hebben na 1 januari een grote beleidsvrijheid, waar zij op een verstandige manier mee moeten omgaan. Hij zal bij de invoering van de WWB uitvoerig aandacht besteden aan de langdurigheidstoeslag en er scherp op toezien dat deze door de gemeenten goed wordt uitgevoerd. Hij zal er verder alles aan doen om ervoor te zorgen dat het geld dat bestemd is voor de chronisch zieken op de juiste plaats terechtkomt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Hamer

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Post


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Bibi de Vries (VVD), De Wit (SP), Van Gent (GroenLinks), Verburg (CDA), Hamer (PvdA), voorzitter, Bussemaker (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Smits (PvdA), Örgü (VVD), Weekers (VVD), Rambocus (CDA), De Ruiter (SP), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Bruls (CDA), Varela (LPF), Eski (CDA), Van Loon-Koomen (CDA), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Douma (PvdA), Stuurman (PvdA), Kraneveldt (LPF) en Hirsi Ali (VVD).

Plv. leden: Depla (PvdA), Dittrich (D66), Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), Kant (SP), Halsema (GroenLinks), Smilde (CDA), Verbeet (PvdA), Timmer (PvdA), Tonkens (GroenLinks), Omtzigt (CDA), Adelmund (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Visser (VVD), Algra (CDA), Lazrak (SP), Vietsch (CDA), Hessels (CDA), Hermans (LPF), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van Dijk (CDA), Wilders (VVD), Van Dijken (PvdA), Blom (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Eerdmans (LPF) en Schippers (VVD).