Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200428863 nr. 7

28 863
Aanpassing van enkele onderdelen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met het nieuwe procesrecht

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 22 juli 2004

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

In artikel 450, vierde lid, van Boek 1 wordt «een vordering» telkens vervangen door: een verzoek.

B

Artikel IV komt te luiden:

Artikel IV

Artikel 80, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt na «Tegen een vonnis» ingevoegd: of een beschikking.

b. In onderdeel a wordt na «het vonnis» ingevoegd: of de beschikking.

c. In onderdeel b wordt na «het vonnis» ingevoegd: of, voorzover rechtens vereist, de beschikking.

C

In artikel VII worden na onderdeel C, onder vernummering van onderdeel Ca tot onderdeel Cc, twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Ca

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het vierde lid wordt in de eerste volzin wordt de zinsnede «door een uit haar midden aangewezen rechter-commissaris» vervangen door: door een zoveel als mogelijk uit haar midden aangewezen rechter-commissaris.

b. Na een vierde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

5. De meervoudige kamer kan na het wijzen van een tussenvonnis de zaak verwijzen naar de enkelvoudige kamer voor verdere behandeling. Het tweede lid en het derde lid, tweede volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.

Cb

In artikel 16, vijfde lid, wordt de zinsnede «door een uit haar midden aangewezen rechter-commissaris» vervangen door: door een zoveel als mogelijk uit haar midden aangewezen rechter-commissaris.

D

In artikel VII wordt na onderdeel S een onderdeel toegevoegd, luidende:

Sa

Artikel 285, eerste lid, derde en vierde volzin, vervallen.

E

Na artikel VII, onderdeel V, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Va

In artikel 350, tweede lid, wordt na «Het hoger beroep,» een zinsnede ingevoegd, luidende: ingesteld tegen een tussenvonnis waartegen ingevolge artikel 337, tweede lid, geen hoger beroep openstaat voordat het eindvonnis is gewezen of.

F

Na artikel VII, onderdeel W, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

Wa

In artikel 360 wordt na het tweede lid een artikellid toegevoegd, luidende:

3. Het hoger beroep ingesteld tegen een tussenbeschikking waartegen ingevolge artikel 358, derde lid, geen hoger beroep openstaat, schorst de werking niet.

G

Artikel VII, onderdeel X, komt te luiden:

X

Artikel 407 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt het woord «wijzigingen» vervangen door: leden.

b. Aan het tweede lid wordt een tweede volzin toegevoegd, luidende: Artikel 111, tweede lid, onder i, en derde lid, is niet van toepassing.

H

Artikel VII, onderdeel BB, komt te luiden:

BB

In artikel 418a wordt de zinsnede «de artikelen 111 tot en met 120» vervangen door «de artikelen 111 tot en met 122» en vervalt de zinsnede «artikel 224,».

I

Na artikel VII wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel VIIa

Artikel 13, vierde lid, Wet tarieven in burgerlijke zaken komt te luiden:

4. Voor de geregelde verstrekking van niet-getekende afschriften van of uittreksels uit de rol aan advocaten, procureurs of gemachtigden wordt een recht geheven van € 15,50 per maand.

J

Na artikel X wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel Xa

De Uitvoeringswet EG-bewijsverordening wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 12 wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 12a

Het verzoekende gerecht kan bepalen welke der partijen zorg draagt voor en de kosten betaalt van een door een beëdigd vertaler vervaardigde vertaling van de stukken in een door de lidstaat van het aangezochte gerecht aanvaarde taal.

Toelichting

A

De voorgestelde wijziging betreft een terminologische aanpassing.

B

Naast de in het wetsvoorstel opgenomen wijziging in de aanhef van het eerste lid, bleken ook in de onderdelen a en b nog aanpassingen nodig. Zo zal ook tegen een beschikking cassatieberoep open staan indien de beschikking niet de gronden bevat waarop zij berust.

C

De voorgestelde wijziging onder a. maakt mogelijk dat een rechter respectievelijke een raadsheer-commissaris ook van buiten de eigen kamer wordt benoemd. De wijziging is vooral van praktische aard. Het blijkt soms onmogelijk om voor de bewijslevering een rechter-commissaris uit de eigen kamer te benoemen, bijvoorbeeld omdat geen van de leden van de kamer die het tussenarrest heeft gewezen, nog zitting in die kamer heeft ten tijde van het getuigenverhoor. Voor die gevallen biedt de voorgestelde wijziging een oplossing.

De wijziging onder b. is eveneens van praktische aard. De regeling maakt mogelijk dat een geschil dat vanwege de complexiteit grotendeels door de meervoudige kamer van de rechtbank is afgehandeld, voor de afronding wordt verwezen naar een enkelvoudige kamer. Zo kan bijvoorbeeld het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding enkelvoudig plaatsvinden in een zaak waarin over de aansprakelijkheid door een meervoudige kamer is geoordeeld. Het voorstel biedt hiervoor een wettelijke basis.

D

Onderdeel Sa

Beide volzinnen waren per abuis bij de herziening van het procesrecht toegevoegd. Met de voorgestelde wijziging wordt dit ongedaan gemaakt.

E

Bij de herziening van het procesrecht is een artikel 337, tweede lid, Rv aangepast in die zin dat hoger beroep tegen een tussenvonnis, anders dan tegelijk met het eindvonnis, alleen nog mogelijk is als de rechter dit heeft bepaald. In de praktijk blijkt toch met enige regelmaat hoger beroep tegen een tussenvonnis te worden ingesteld zonder dat de rechter dit heeft bepaald. Om te voorkomen dat in een dergelijk geval de procedure onnodig wordt vertraagd, bepaalt de voorgestelde wijziging dat in die gevallen het hoger beroep geen schorsende werking heeft. De partij die geen hoger beroep heeft ingesteld en er belang bij heeft om terstond in eerste aanleg door te procederen, wordt dan niet benadeeld. Weigert de partij die hoger beroep heeft ingesteld, mee te werken aan de voortzetting van de procedure in eerste aanleg, dan beslist de rechter in eerste aanleg of de procedure desondanks doorgang moet vinden.

F

De voorgestelde wijziging in onderdeel F is dezelfde als de wijziging onder E, maar dan voor beschikkingen.

G

De voorgestelde wijziging onder letter a is van zuiver terminologische aard. De wijziging onder letter b stond reeds in het wetsvoorstel bij onderdeel X.

H

De voorgestelde wijziging is van technische aard. Artikel 224 Rv wordt in artikel 414 reeds onder de daar genoemde voorwaarden in cassatie van toepassing verklaard. Om die reden is de van overeenkomstige toepassing verklaring van artikel 224 in artikel 418a geschrapt.

I

De voorgestelde wijziging brengt mee dat voortaan het bedrag dat in rekening wordt gebracht aan procureurs voor het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit de rol, rechtstreeks in de wet te vinden is. Niet langer wordt verwezen naar een afzonderlijke ministeriële regeling hiervoor. De desbetreffende regeling (artikel 3 van de Regeling tarieven in burgerlijke zaken) komt daarmee te vervallen. De wijziging leidt tot enige vereenvoudiging. Het in artikel 13, vierde lid, genoemde bedrag kan steeds tegelijk met de aanpassing bij AmvB van de andere in de wet genoemde rechten worden aangepast aan het prijsindexcijfer.

J

In de Uitvoeringswet EG-bewijsverordening is voorzien in een regeling voor de vertaling van stukken die door het Nederlandse gerecht als aangezocht gerecht om een handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten van een verzoekend gerecht uit een andere lidstaat worden ontvangen (artikel 5). Het kan echter ook wenselijk worden geacht een vertalingsregeling op te nemen voor de situatie waarin het Nederlandse gerecht het verzoekende gerecht is en stukken naar het aangezochte gerecht in een andere lidstaat dient te versturen in een door die lidstaat aanvaarde taal. Ook de Uitvoeringswet Bewijsverdrag 1970 kent voor het verzenden van een rogatoire commissie aan een andere Staat een regeling voor de vertaling van stukken.

Van de gelegenheid van deze nota van wijziging is gebruik gemaakt om de wet aan te vullen met een artikel betreffende de vertaling van stukken in een vreemde taal.

Evenals in artikel 5 van het wetsvoorstel is in artikel 12a opgenomen dat de vertaling dient te geschieden door een beëdigd vertaler.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner