nr. 9
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN
EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2008
Hierbij zenden wij u de door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieu (RIVM) opgestelde Zorgbalans.1 De Zorgbalans
is een monitor van de prestaties van het Nederlandse zorgsysteem en is nu
voor de tweede maal verschenen. De Zorgbalans geeft informatie over de curatieve
zorg, langdurige zorg en de preventieve zorg. Met de Zorgbalans krijgt u een
beeld hoe de Nederlandse zorg presteert op het terrein van de kwaliteit, toegankelijkheid
en betaalbaarheid. Met een beperkt aantal kerngegevens wordt een dwarsdoorsnede
gegeven van deze prestaties voor de periode 2006 en 2007. Een periode waarin
veel veranderingen merkbaar werden, zoals de gevolgen die het nieuwe zorgstelsel
met zich meebracht. Door met regelmaat de prestaties in de zorg te monitoren
ontstaat een goed beeld van de sterktes en zwaktes van de Nederlandse gezondheidszorg.
De Zorgbalans kan gezien worden als een aanvulling op de Volksgezondheid
Toekomst Verkenning (VTV) die de staat van de volksgezondheid monitort en
evalueert. Daarnaast zullen de uitkomsten van de Zorgbalans waar mogelijk
worden meegenomen in de Beleidsagenda. Via de site www.gezondheidszorgbalans.nl
kan achterliggende informatie worden verkregen en is er onder andere een overzicht
te vinden met best practices in de zorg.
De Zorgbalans is opgesteld op basis van een raamwerk van prestatie-indicatoren
die door het RIVM zijn ontwikkeld in samenspraak onderzoekers van de OESO,
enkele Nederlandse universiteiten en kennisinstituten. Door middel van verbindende
thema’s is getracht de bevindingen over de kwaliteit, toegankelijkheid
en kosten te verbinden vanuit een bepaald perspectief. Het eerste thema stelt
het oordeel van en de ervaringen van cliënten centraal. Het tweede thema
behandelt de doelmatigheid van de gezondheidszorg waarbij de opbrengst tegen
de ingezette middelen wordt afgezet. Het derde thema gaat in op de eerste
effecten van de stelselwijziging.
Op basis van een evaluatie van de Zorgbalans 2006 zijn ten opzichte van
de eerste Zorgbalans de volgende verbeteringen waar te nemen. Er wordt in
de Zorgbalans 2008 een breder beeld gegeven van de zorg vooral als gevolg
van de uitbreiding van indicatoren die de ervaringen van cliënten in
de zorg weergeven. De vergelijkbaarheid is verbeterd doordat zowel meer trendgegevens,
internationale vergelijkingen en benchmarks opgenomen zijn. Door deze verbeteringen
is het beter mogelijk het beleid hierop te baseren.
Op basis van deze Zorgbalans is de conclusie dat Nederland het op diverse
onderdelen goed doet, maar dat het beter kan. Deze conclusie delen wij. Op
dit moment worden hiertoe een aantal beleidsaanpassingen ontwikkeld en deels
al uitgevoerd met als doel in Nederland een toegankelijke, betaalbare en kwalitatief
hoogstaande gezondheidszorg te kunnen leveren.
De Zorgbalans is een van de basisdocumenten die zal worden gebruikt bij
het opstellen van de begroting en de beleidsagenda 2009. Op een aantal beleidsvoornemens
zullen wij in deze brief al ingaan.
De zorg in Nederland is op veel onderdelen adequaat en de kwaliteit is
de laatste jaren toegenomen. De kwaliteit van de zorg is echter vaak onvoldoende
transparant en speelt bij de zorginkoop door de zorgverzekeraar nog nauwelijks
een rol.
Op vele manieren wordt gewerkt aan verbetering van de transparantie van
de kwaliteit. Zo is de Consumer Quality Index (CQ-index) ontwikkeld. De CQ-index
is een gestandaardiseerde systematiek voor meten, analyseren en rapporteren
van klantervaringen in de zorg. De resultaten van de landelijke metingen van
de CQ-index worden via www.kiesbeter.nl gepubliceerd. Momenteel is met alle
partijen overeenkomst bereikt over een gestandaardiseerde meetmethode in de
verschillende sectoren. Dit jaar worden voor het eerst de resultaten van deze
gestandaardiseerde meetmethode verwacht.
De opdracht voor de gezondheidszorg is om zo snel mogelijk betrouwbare
en vergelijkbare kwaliteitsinformatie en inzicht in klantervaringen beschikbaar
te stellen. Concreet moeten in 2011 de grote zorgsectoren verantwoording kunnen
afleggen over de geleverde kwaliteit.
Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is hiervoor in 2007 het
projectbureau Zorgbrede Transparantie van Kwaliteit (ZbTK) opgericht, dat
de samenwerkingsverbanden van veldpartijen (de stuurgroepen) in iedere sector
inhoudelijk ondersteunt en zorgt voor regie op het proces.
In onze brief aan de Tweede Kamer (TK 28 439, 6 juli 2007) betreffende
de evaluatie Kwaliteitswet zorginstellingen zijn de drie pijlers aangegeven
waarmee veilige zorg op een kwalitatief hoog niveau, klantgericht, met voldoende
keuzemogelijkheden en duidelijke rechten en plichten voor iedereen bereikt
kan worden.
Momenteel worden de mogelijkheden verkend om (in onderlinge samenhang)
de ontwikkeling en implementatie van richtlijnen te stimuleren, het onderhoud
van kwaliteitsindicatoren te verankeren en informatie over kwaliteit voor
het publiek beschikbaar te stellen. Zodra hierover meer duidelijkheid is,
zullen wij de Kamer hierover berichten.
Nederland doet het op het punt van de veiligheid van de zorg internationaal
gezien goed. Wel wordt de zorgvraag steeds complexer en kan de coördinatie
van de zorg beter. Dit kan leiden tot inadequate en minder veilige zorg en
daarmee tot (vermijdbare) schade. Dat is een ongewenste ontwikkeling.
Wij hebben daarom met veldpartijen het veiligheidsprogramma «Voorkom
schade, werk veilig» opgezet met als doel om tussen 2008 en 2011 de
vermijdbare schade in ziekenhuizen met 50% te verminderen.
Het aantal vacatures in de gezondheidszorg is tussen 2004 en 2006 met
42% gestegen. Een kwart daarvan is moeilijk te vervullen. Daarentegen
laat de arbeidsproductiviteit de laatste jaren wél een stijgende lijn
zien. Het aantrekken en behouden van voldoende personeel is in eerste instantie
een verantwoordelijkheid van de zorginstellingen. Desondanks beseffen wij
dat ondanks de grote inzet van deze instellingen niet overal vanzelf voldoende
zorg wordt geboden. Daarom hebben wij het initiatief tot een actieplan (TK
29 282, nr. 46) genomen om samen met werkgevers- en werknemersorganisaties
en andere betrokken partijen het dreigende personeelstekort het hoofd te bieden.
Het actieplan zet in op drie sporen: innovatie van zorgprocessen, investeren
in behoud van personeel en vergroten van de instroom van nieuw personeel.
Deze Zorgbalans geeft meer inzicht in de prestaties van de Nederlandse
zorg op het terrein van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.
Wij hopen dan ook dat dit helpt bij een verder debat over de verschillende
aspecten van de gezondheidszorg.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker