Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201128844 nr. 53

28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie

32 500 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2011

Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2011

In het spoeddebat met Uw Kamer over het mogelijk inzetten van ambtenaren voor de CDA-campagne op 30 maart jongstleden, heb ik toegezegd na afronding van het interne onderzoek door de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie uw Kamer in algemene zin te informeren over de uitkomst van dit onderzoek. Dat doe ik met deze brief.

Uit onderzoek van de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is naar voren gekomen dat een ambtenaar van dat ministerie betrokken is geweest bij de berichtgeving over het mogelijk inzetten van ambtenaren voor de CDA-campagne. Van de mogelijkheid een melding te doen van een vermoeden van misstand, in de zin van het «Besluit melden vermoeden van misstand Rijk en Politie», heeft betrokkene geen gebruik gemaakt.

Op grond van het Besluit melden vermoeden van misstand Rijk en Politie (Stb. 2009, 572), een klokkenluidersregeling, kan een ambtenaar een vermoeden van een misstand melden. Dit besluit kent een procedure voor het melden van een misstand door een ambtenaar en geeft bescherming tegen eventuele rechtspositionele benadeling en de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van eventuele juridische procedures. In het kort houdt de procedure in dat een ambtenaar die een misstand vermoedt, dit meldt bij zijn leidinggevende, een vertrouwenspersoon integriteit of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij de Commissie integriteit overheid. De identiteit van de melder wordt niet bekend gemaakt zonder de instemming van de meldende ambtenaar. Naar een melding wordt een onderzoek ingesteld en daarna neemt het bevoegd gezag een standpunt in ten aanzien van het vermoeden van misstand.

Een ambtenaar, die te goeder trouw een melding doet van een vermoeden van misstand conform het Besluit melden vermoeden van misstand Rijk en Politie, ondervindt geen nadeel van deze melding. Mocht wel een nadelig rechtspositioneel besluit worden genomen, dan bestaat er – onder voorwaarden – aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van juridische procedures.

In onderhavig geval is een vermoeden van een misstand op andere wijze aan de orde gesteld dan volgens de procedure van de klokkenluidersregeling en is er geen sprake van een melding in de zin van het bovenstaande besluit. Als een vermoeden van een misstand direct in de openbaarheid wordt gebracht en niet op de wijze aan de orde is gesteld zoals hierboven beschreven of anderszins niet intern besproken, is het aannemelijk dat de ambtenaar niet heeft gehandeld zoals een goed ambtenaar betaamt. Mede afhankelijk van de omstandigheden kan ook het vertrouwen in zijn ambtelijke loyaliteit zijn geschaad. Een toekomstige vruchtbare samenwerking binnen de organisatie is dan niet meer goed denkbaar. De rechtspositie voor rijksambtenaren biedt voldoende mogelijkheden om hiervoor een passende oplossing te vinden.

In het onderhavige geval is met wederzijds goed vinden een passende oplossing gevonden. Ter bescherming van de persoonlijke levensfeer van de betrokken ambtenaar ga ik niet in op de concreet gemaakte afspraken.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner