Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2011
Op 14 oktober 2010 hebben de Brancheorganisaties Zorg (BoZ) mij per brief hun modelregeling klokkenluiden aangeboden. Naar
aanleiding van deze brief heeft VWS met BoZ gesproken over de modelregeling klokkenluiden. Daarbij is aan de orde geweest
hoe de regeling tot stand is gekomen, op wie deze betrekking heeft en hoe de regeling werkt. Ik heb u met een brief van 29 november
2010 (2010Z17950) toegezegd te informeren over de uitkomst van dit overleg tussen VWS en BoZ. Daarnaast heeft mijn voorganger, na vragen van
het Tweede Kamerlid Leijten, toegezegd de Tweede Kamer in te lichten over de manier waarop een klokkenluidersregeling in het
leven geroepen kan worden voor mensen die in de zorg werken (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2010–2011, nr. 20, blz. 75).
Dat doe ik met deze brief.
Voordat ik in ga op de modelregeling klokkenluiden van BoZ, wil ik het volgende voorop stellen. Ik vind het goed dat de zorgsector
met de klokkenluidersregeling zelf het initiatief heeft genomen om instellingen en hun medewerkers handvatten te geven voor
het omgaan met misstanden. Omdat dit initiatief door de zorgsector zelf is opgezet, kan het op voldoende draagvlak rekenen
van de zorginstellingen. Voldoende draagvlak is van essentieel belang om binnen zorginstellingen een open en veilige cultuur
te bewerkstelligen, waar het management open staat voor feedback van de werkvloer en medewerkers het gevoel hebben dat zij
gehoord worden. In zo’n cultuur zullen mogelijke misstanden sneller worden opgelost, waardoor de zorginstelling goede zorg
kan blijven verlenen. Ik verwacht dat de modelregeling klokkenluiden van BoZ zal bijdragen aan een open cultuur bij instellingen.
Deze vorm van zelfregulering vind ik dan ook een positieve ontwikkeling.
De modelregeling klokkenluiden van BoZ
BoZ vinden een klokkenluidersregeling van belang voor de zorg en hebben daarom een modelregeling opgesteld. De leden van Actiz,
GGZ Nederland, NFU, NVZ en VGN moeten op grond van hun lidmaatschap voldoen aan de Zorgbrede Governancecode en de modelregeling
klokkenluiden die daar onderdeel van uitmaakt. Deze brancheorganisaties beslaan een groot deel van de zorgaanbieders in Nederland.
Zorginstellingen kunnen, mits goed gemotiveerd, afwijken van de Zorgbrede Governancecode. BoZ geven echter wel aan dat een
zorginstelling moeite zal hebben om voldoende te motiveren waarom het in zijn geval beter is om geen klokkenluidersregeling
te hebben.
Individuele zorginstellingen kunnen de modelregeling klokkenluiden wel aanpassen aan hun eigen organisatie. De ondernemingsraad
van een zorginstelling heeft een instemmingsrecht bij de vaststelling van de klokkenluidersregeling. Hierdoor is gewaarborgd
dat het belang van de werknemer voldoende vertegenwoordigd is. Op deze manier kan een gebalanceerde klokkenluidersregeling
tot stand komen, die recht doet aan de verhoudingen binnen de instelling.
In de modelregeling klokkenluiden wordt onderscheid gemaakt tussen intern melden (bij de zorginstelling zelf) en extern melden
(het zogenaamde klokkenluiden). De modelregeling bevat procedures voor wanneer een misstand intern of extern gemeld moet worden.
Deze procedure beschermt in beginsel zowel de melder als de instelling. Onterecht extern melden wordt hierdoor namelijk voorkomen,
evenals de bijkomende negatieve gevolgen voor zowel de melder als de instelling. In principe wordt er eerst intern gemeld,
tenzij er sprake is van een dermate ernstige misstand die direct extern melden rechtvaardigt. Er kan bijvoorbeeld direct extern
gemeld worden wanneer er sprake is van acuut gevaar en een spoedeisend en zwaarwegend publiek belang dat directe externe melding
noodzakelijk maakt. Extern melden kan bijvoorbeeld bij de IGZ of bij het Openbaar Ministerie.
De interne melding wordt gedaan bij de raad van bestuur van de zorginstelling. De melding kan echter ook worden gedaan bij
een vertrouwenspersoon, wanneer de instelling deze heeft. Verder kan de melder zich altijd laten vertegenwoordigen door een
raadsman bij het melden. Wanneer na de interne melding het probleem niet wordt opgelost, is het mogelijk om extern te melden.
De rechtspositie van de medewerker die meldt is expliciet geregeld in de modelregeling klokkenluiden. Hierdoor wordt een medewerker
die op redelijke gronden een misstand meldt, beschermd. Wordt de melder toch in zijn rechtspositie geraakt, dan zal de rechter
moeten beoordelen of dit verband houdt met de melding. Bij de beoordeling zal de rechter meenemen dat de werkgever zich expliciet
heeft verbonden aan de bepalingen over rechtsbescherming in de klokkenluidersregeling. Ook zal de werkgever moeten aantonen
dat het rechtspositionele besluit niets te maken heeft met de melding.
Tot slot
De introductie van een modelregeling klokkenluiden zoals die van BoZ, zal niet direct een open en veilige cultuur creëren
binnen elke zorginstelling. Wel draagt het hebben van een klokkenluidersregeling bij aan het veranderen van de cultuur binnen
een instelling. Zorginstellingen worden zich beter bewust van het nut van een klokkenluidersregeling. Deze bewustwording draagt
bij aan een cultuur waarin melden van misstanden veilig en open gedaan kan worden. Hierdoor komen misstanden sneller aan het
licht en kunnen deze sneller worden opgelost. Zodat de zorginstellingen goede zorg kunnen blijven verlenen. Gezien het draagvlak
waarop deze klokkenluidersregeling kan rekenen en de bijdrage die deze regeling levert aan de cultuurverandering binnen instellingen,
verwacht ik dat deze vorm van zelfregulering, in de instellingen die een klokkenluidersregeling hebben een positief effect
heeft op de kwaliteit van zorg, in de brede zin van het woord.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. I. Schippers