Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 mei 2026
Op 20 mei a.s. staat het commissiedebat Integriteit Openbaar Bestuur gepland. Middels
deze brief informeer ik uw Kamer voorafgaand aan dit debat over de eerste stappen
die ik reeds heb gezet om te komen tot een effectief en werkbaar lobbyregister. Daarnaast
wil ik uw Kamer laten weten hoe het proces om te komen tot een nadere invulling en
uitvoering van een lobbyregister er de komende maanden uit zal zien.
Invoeren lobbyregister
Lobbyen is een belangrijk onderdeel van democratische besluitvorming. Het draagt bij
aan de totstandkoming van afgewogen beleid waarin alle belangen zijn meegenomen. Het
is echter wel van belang dat lobbyen transparant plaatsvindt.
Dit kabinet wil het vertrouwen van mensen in de overheid en de politiek vergroten,
door een overheid die zich transparant opstelt. Deze transparantie geldt ook voor
lobbyactiviteiten. Het kabinet wil meer inzicht bieden in de manier waarop wetten,
beleid en besluiten tot stand komen. Daarom is het kabinet voornemens om een lobbyregister
in te voeren, dat de transparantie van besluitvorming vergroot. Het register moet
effectief en werkbaar zijn voor zowel de overheid als voor belangenbehartigers. Als
Minister van BZK ben ik verantwoordelijk voor de invulling en de uitvoering van dit
register.
Voortgang en proces
De afgelopen weken heb ik mij beraden op verschillende opties voor het realiseren
van een lobbyregister. Dit heb ik gedaan aan de hand van verschillende onderzoeksrapporten,
ervaringen van ons omringende landen met een register en een stakeholdertraject dat
mijn ambtsvoorganger heeft afgerond. Op basis hiervan bereid ik momenteel een voorstel
op hoofdlijnen voor om het lobbyregister vorm te geven. Dit voorstel zal in elk geval
een wetgevingstraject bevatten, zoals ik uw Kamer ook heb laten weten in de beleidsbrief
Binnenlandse Zaken.1 Ik verwacht dat ik uw Kamer in het najaar kan informeren over hoe het kabinet het
register voor zich ziet met een contourenbrief.
Betrokkenheid van belanghebbenden bij ontwikkeltraject
Ik kan uw Kamer alvast toezeggen dat ik van plan ben om bij dit traject een brede
groep belanghebbenden en potentiële gebruikers te betrekken. Daarmee wil ik bereiken
dat het lobbyregister in de praktijk werkbaar en bruikbaar is voor belangenbehartigers,
bedrijven, maatschappelijke organisaties, journalisten, ambtenaren, wetenschappers
en burgers. Dit sluit ook aan bij de aanbeveling van Braun en Fraussen (Universiteit
Leiden, 2022) om door middel van een «ontwikkeltraject in consultatie met belanghebbenden»
tot een effectief en gedragen lobbyregister te komen.2
Vanaf het begin van het ontwikkeltraject van het lobbyregister zal ik daarom verschillende
belanghebbenden betrekken en hen laten meedenken over de concrete invulling en uitvoering
van het register. Dit leidt mijns inziens tot een wetsvoorstel voor een lobbyregister
dat zo praktisch en werkbaar mogelijk is voor alle potentiële gebruikers. Welke organisaties
en vertegenwoordigers ik uiteindelijk zal uitnodigen om deel te nemen aan dit traject,
hangt gedeeltelijk af van de reikwijdte die uiteindelijk gekozen zal worden.
Kabinet schept randvoorwaarden ontwikkeltraject
Om dit brede ontwikkeltraject met stakeholderbetrokkenheid succesvol vorm te kunnen
geven, is het belangrijk dat het voorstel van het kabinet voor het realiseren van
het lobbyregister voldoende ruimte laat voor de inbreng van belanghebbenden. Daarom
zal dit voorstel eerder de kaders scheppen voor het ontwikkeltraject om te komen tot
een lobbyregister, dan dat het al in detail schetst hoe het register er precies uit
moet komen te zien. Zo blijft er ruimte voor betekenisvolle betrokkenheid van verschillende
belanghebbenden vanaf de start van het traject.
Op 20 mei a.s. ga ik met uw Kamer verder in gesprek over onder meer dit onderwerp.
Graag hoor ik dan ook van uw Kamer hoe zij kijkt naar de ontwikkeling van het lobbyregister
en welke aandachtspunten u het kabinet zou willen meegeven voor het verder vormgeven
van het ontwikkeltraject.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma