nr. 4
VERSLAG
De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,1 belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel,
heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig en afdoende
zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid.
Algemeen
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van
het wetsvoorstel dat tot doel heeft de goedkeuring van het Verdrag van Aarhus
(in het vervolg: verdrag) en onderschrijven het doel van het Verdrag, namelijk
het vergroten van de betrokkenheid van burgers en milieuorganisaties bij de
bescherming van het milieu. Het Verdrag en de uitvoering daarvan passen in
het algemene streven naar het vergroten van openheid en openbaarheid van informatie
en past in de gedachte van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Ook de leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennis genomen
van het voorliggende wetsvoorstel en onderschrijven het doel van het Verdrag.
De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennis genomen
van de goedkeuring van het te Aarhus totstandgekomen Verdrag en achten de
ratificatie van het Verdrag van belang. De voorgestelde wetswijzigingen (28 835)
zijn een technische uitwerking van het Verdrag en vloeien logischerwijs voort
uit de ondertekening door Nederland vijf jaar geleden. Omdat de voorgestelde
goedkeuring wat deze leden betreft te lang op zich heeft laten wachten en
overwegende dat er slechts bescheiden wettelijke aanpassingen nodig zijn,
stellen deze leden geen aanvullende vragen en dringen aan op snelle ratificatie
van het Verdrag. De leden verzoeken de regering daarom alles in het werk te
stellen om de ratificatie op zo kort mogelijke termijn plaats te laten vinden.
Gevolgen van het Verdrag voor de Europese Unie
Gestart is met de uitwerking van het Verdrag in diverse handleidingen
en protocollen (bijvoorbeeld voor emissieregistratie). De leden van de CDA-fractie
zijn met de regering van mening dat het van belang is om nauw betrokken te
zijn bij de uitwerking van het Verdrag.
Niettemin vinden deze leden dat het advies van de Raad van State ook serieus
gewogen moet worden. De Raad van State verzoekt de regering in overweging
te nemen met ratificatie te wachten tot de Europese richtlijnen tot stand
zijn gekomen. De leden van de CDA-fractie vragen de regering meer zicht te
geven op de termijnen waarbinnen de totstandkoming van de Europese richtlijnen
verwacht mag worden, mede in relatie tot internationale stappen om te komen
tot de uitbouw en ontwikkeling van het Verdrag van Aarhus.
De leden van de VVD-fractie merken op dat alvorens de Europese Unie het
verdrag kan ratificeren, de communautaire regelgeving met het Verdrag van
Aarhus in overeenstemming moet worden gebracht. Dit zal gebeuren aan de hand
van een aantal nieuwe Europese richtlijnen.
De regering heeft ervoor gekozen om de koppeling tussen de goedkeuringsprocedure
van het Verdrag en de implementatie van deze richtlijnen los te laten. In
haar advies merkt de Raad van State op dat het de voorkeur verdient om deze
koppeling in stand te houden aangezien er over twee belangrijke richtlijnen
een gemeenschappelijk standpunt is geformuleerd en deze snel kunnen worden
vastgesteld. De regering acht dit echter van ondergeschikt belang en wil de
voortrekkersrol behouden die Nederland heeft gespeeld bij de totstandkoming
van dit Verdrag. Door het Verdrag snel te ratificeren zal Nederland door het
Verdrag als partij worden aangemerkt en meer invloed kunnen uitoefenen op
de politieke en beleidsmatige keuzes die moeten worden gemaakt bij de verdere
uitbouw van het Verdrag.
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat met het advies van de
Raad van State niet te lichtvaardig dient te worden omgesprongen. Het behoud
van de voortrekkersrol van Nederland is naar de mening van deze leden niet
zonder meer bovengeschikt aan de gevolgen van de ratificatie van dit Verdrag
voor de wet- en regelgeving, burgers, bedrijven en overheden in Nederland.
De leden vragen de regering aan te geven op welk moment wordt verwacht dat
de Europese richtlijnen zullen worden vastgesteld. Tevens verzoeken de leden
de regering een overzicht te geven van alle verwachte besluiten en onderwerpen
die in het kader van de verdere uitbouw van het Verdrag tot dat moment zullen
worden behandeld.
Gevolgen van het Verdrag voor Nederland
Gelijktijdig met het voorstel tot goedkeuring van het Verdrag is een wetsvoorstel
ingediend ter uitvoering van dit Verdrag (28 835). Dit maakt een gelijktijdige
behandeling mogelijk. De leden van de CDA-fractie maken hun oordeel over de
goedkeuring van het Verdrag mede afhankelijk van de consequenties die het
Verdrag heeft voor de Nederlandse wet- en regelgeving. Over deze consequenties
is een aantal kritische vragen gesteld. Afhankelijk van de beantwoording van
die vragen zullen deze leden hun definitieve standpunt met betrekking tot
de goedkeuring van het Verdrag bepalen.
De gelijktijdige behandeling van het voorliggende wetsvoorstel met het
wetsvoorstel tot uitvoering van het Verdrag (28 835) maakt een goede
afweging, tussen enerzijds het belang van het koppelen en anderzijds het belang
van het ontkoppelen van de ratificatie van het Verdrag en de vaststelling
van Europese richtlijnen, mogelijk. De bepaling van het standpunt van de leden
van de VVD-fractie over de ratificatie van het Verdrag zal afhangen
van de antwoorden van de regering op de vragen over de consequenties van dit
Verdrag voor Nederland.
De voorzitter van de commissie,
Buijs
De griffier van de commissie,
Van der Leeden
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik
(CDA), Van Gent (GL), Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Dijsselbloem (PvdA), ondervoorzitter,
Depla (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Van den Brink (LPF),
Van Bochove (CDA), De Ruiter (SP), Duyvendak (GL), Huizinga-Heringa (CU),
Koopmans (CDA), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen
(SP), Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA), Schultz
van Haegen (VVD) en Samsom (PvdA).
Plv. leden: Crone (PvdA), Griffith, MPA (VVD), Mastwijk (CDA), Ormel (CDA),
Van den Brand (GL), Kamp (VVD), Terpstra (VVD), Boelhouwer (PvdA), Dubbelboer
(PvdA), Meijer (CDA), Kraneveldt (LPF), Varela (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer-Mudde
(SP), Vos (GL), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Van Geel (CDA), Vacature
(CDA), Giskes (D66), Gerkens (SP), Verbeet (PvdA), Örgü (VVD), Waalkens
(PvdA), Van Heteren (PvdA), Cornielje (VVD) en Wolfsen (PvdA).