nr. 36
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2008
Inleiding
Jaarlijks informeer ik u over de ontwikkeling van de sterkte van de Nederlandse
politie. Dit mede in het kader van de uitbreiding van de politiesterkte met
4000 fte’s ultimo 2010, zoals afgesproken in het Veiligheidsprogramma «Naar
een veiliger samenleving». Met deze brief zal ik u achtereenvolgens
informeren over de ontwikkeling van de politiesterkte in 2007 (paragraaf 1),
de sterktedoelstelling voor 2010 (paragraaf 2), de ontwikkeling van de
sterkte na 2010 (paragraaf 3) en de werkzaamheden van de Taskforce Personeelsvoorziening
(paragraaf 4).
1. Ontwikkeling politiesterkte in 2007
Na dalingen in 2004 en 2005, is de politiesterkte in 2006 en 2007 toegenomen.
De politiesterkte exclusief de functionele inzetbaarheid1 van aspiranten is in 2007 gestegen (met 765 fte’s ten opzichte
van 2006) tot 52 002 fte’s.
Ook het aantal aspiranten in opleiding is in 2007 verder gestegen van
5324 in 2006 tot 6062 personen in 2007. De totale functionele inzetbaarheid
van aspiranten is hiermee in 2007 evenredig toegenomen, waardoor de feitelijke
sterkte, ten opzichte van eind 2006, met 1097 fte’s is gestegen. Eind
2007 bedraagt de sterkte inclusief de functionele inzetbaarheid van aspiranten
54 658 fte’s. In de Kerngegevens Nederlandse Politie 2007, horend
bij het Jaarverslag Nederlandse politie 2007 (Kamerstuk 2008–2009, 29 628,
nr. 90), treft u de sterktegegevens over 2007 per korps aan.
In de grafiek op de volgende pagina is de ontwikkeling van de politiesterkte
vanaf eind 2001 weer gegeven.

2. De sterktedoelstelling 2010
In 2004 zijn meerjarenafspraken gemaakt met de korpsbeheerders over de
hoogte van de ICT-kosten en de te bereiken politiesterkte op basis van de
beschikbare budgetten. Met alle korpsen is toen, uitgaande van ongewijzigd
beleid, voor 2010 een sterktedoelstelling in fte’s exclusief functionele
inzetbaarheid (FI) van aspiranten afgesproken. De sterkte exclusief de functionele
inzetbaarheid van aspiranten moet eind 2010 ongeveer 52 500 fte’s1 bedragen. Gezien de stijging van de sterkte in 2007,
de groei van het aantal aspiranten en het eindigen van de Tijdelijke Ouderen
Regeling (TOR) per 15 maart 2008, waardoor in 2008 en 2009 aanzienlijk
minder executieve medewerkers zullen uitstromen door natuurlijk verloop, zal
de politiesterkte de komende jaren verder toegroeien naar de sterktedoelstelling
voor eind 2010.
Zoals ik u eerder in mijn brief van 29 juni 2007 (Kamerstuk 2006–2007,
28 824, nr. 33) heb gemeld vind ik de prestaties van de politie
belangrijker dan de focus op exacte aantallen fte’s. Daarom heb ik met
de korpsen een bandbreedte van -/+ 2,5% afgesproken die de korpsen
meer flexibiliteit geeft om eigen keuzes te maken. De personele consequenties
van de in het Coalitieakkoord afgesproken efficiency-taakstelling (oplopend
naar € 100 miljoen) zullen binnen deze bandbreedte opgevangen worden
waardoor de meeste korpsen de bandbreedte ook daadwerkelijk gaan benutten.
De bandbreedte is van toepassing op de sterkteafspraken 2010 en de beoogde
streefsterkte 2014 (zie paragraaf 3) en zal na 2010 in overleg met uw
Kamer geëvalueerd worden.
3. De ontwikkeling van de sterkte na 2010
Een aantal ontwikkelingen is van invloed op de politiesterkte na 2010.
De efficiency-taakstelling zal een neerwaarts effect hebben op de politiesterkte,
maar de 500 extra wijkagenten en 500 forensisch assistenten uit het beleidsprogramma
van dit kabinet heeft weer een opwaarts effect op de sterkteontwikkeling.
Op de ontwikkeling van de politiesterkte na 2010 is voorts een aantal
uiteenlopende variabelen van invloed die op dit moment lastig te kwantificeren
zijn voor korpsen. Concreet kan daarbij gedacht worden aan o.a. de toenemende
onzekerheid van de voorzienbare uitstroom vanaf 2011 (door toenemende
onzekerheid over de leeftijd waarop politiepersoneel met pensioen gaat ) en
de toename van de onvoorzienbare uitstroom (onder andere door krapte op de
arbeidsmarkt). De Taskforce Personeelsvoorziening ondersteunt de korpsen bij
de analyse van deze onzekerheden in relatie tot hun personeelsplanning.
4. De Taskforce Personeelsvoorziening
De Taskforce Personeelsvoorziening is een samenwerkingsverband van de
Raad van Hoofdcommissarissen, de Politieacademie en mijn ministerie. De Taskforce
is gestart als een tijdelijk project dat tot doel had en heeft om landelijke
trends, ontwikkelingen en regionale personeelsbewegingen te monitoren. Met
de inzichten van de Taskforce kunnen op landelijk niveau tijdig nieuwe ontwikkelingen
gesignaleerd worden, zodat daarover geadviseerd kan worden om zo een evenwichtige
personele samenstelling te kunnen borgen. Hierbij gaat het om zowel aspecten
van kwantiteit als kwaliteit.
Bij brief van 7 november 2007 heb ik u de eindrapportage «Sterke
Sterkte» van de Taskforce Personeelsvoorziening Politie aangeboden (Kamerstuk
2007–2008, 29 628, nr. 63). Het werk van de Taskforce is daarmee
niet beëindigd. In het voorjaar 2008 hebben met alle korpsen bijeenkomsten
plaats gevonden waarbij is ingaan op de eerder door de Taskforce inzichtelijk
gemaakte strategische thema’s (zowel kwantitatief als kwalitatief) die
van belang zijn voor het vraagstuk van een toekomstbestendige personeelsvoorziening.
In de zomer van dit jaar zal de Taskforce aan mij advies uitbrengen over het
aantal initieel op te leiden aspiranten dat jaarlijks nodig is om de beoogde
streefsterkte 2010 te kunnen handhaven en een verdere groei naar 2014 te kunnen
bewerkstelligen (zie ook paragraaf 3).
De Raad van Hoofdcommissarissen, de Politieacademie en mijn ministerie
hebben bij aanvang van de Taskforce aangegeven dat de resultaten en de producten
belegd zullen worden binnen de staande organisatie. In de samenwerkingsafspraken
met de korpsen is afgesproken dat er eind 2008 – als vervolg op de Taskforce
Personeelsvoorziening – een kenniscentrum wordt ingericht waar kwantitatieve
en kwalitatieve gegevens ten aanzien van de in-, door- en uitstroom en de
personeelsbezetting verzameld worden ten behoeve van beleidsvorming op dit
terrein. Hiermee wordt geborgd dat ook in de toekomst de politiekorpsen ondersteund
worden bij hun strategische personeelsplanning.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst