nr. 32
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 december 2006
In deze brief informeer ik u nader over de ontwikkeling van de politiesterkte
in relatie tot de sterktedoelstelling 2010 en de actuele stand van zaken op
basis van de peiling per 30 juni 2006. In het licht van een aantal toekomstige
ontwikkelingen wil ik ook vooruit kijken naar de periode na 2010.
Politiesterkte op basis van peiling 30 juni 2006
Op basis van de halfjaarlijkse peiling onder alle korpsen kan worden vastgesteld
dat de politiesterkte na een aantal jaren van daling, in de eerste helft van
2006 is gestegen ten opzichte van de sterkte ultimo 2005:
- feitelijke politiesterkte, dat is de sterkte inclusief functionele inzetbaarheid
(FI) van aspiranten PO2002, is in de eerste helft van 2006 met 255 fte’s
gestegen tot 53 165 fte’s;
- de politiesterkte exclusief FI is in de eerste helft van 2006 toegenomen
met 155 fte’s en gestegen tot 50 974 fte’s
Tabel Sterkteontwikkeling Nederlandse Politie (in fte’s)
| | Sterkte 31-12-2005 (incl 319 fte’s CIP/ISC) | Sterkte 30-6-2006 (incl 319 fte’s CIP/ISC) | Toename sterkte | Streefsterkte 2010 (incl
319 fte’s CIP/ISC) |
|---|
| Feitelijke sterkte (incl FI) | 52 910 | 53 165 | 255 | 54 900 |
| Sterkte (excl FI) | 50 819 | 50 974 | 155 | 52 525 |
Bron: PolBIS
Sterktedoelstelling 2010
Ik heb in de afgelopen periode met alle korpsen afzonderlijk overleg gevoerd
over de ontwikkeling van de personele sterkte in het licht van de sterkteafspraak
voor 2010. Op basis van deze consultatieronde en een hierop uitgevoerde analyse
constateer ik dat de sterktedoelstelling voor 2010 landelijk gerealiseerd
gaat worden. Uit de sterkteontwikkeling per korps blijkt dat de sterkteafspraken
bij 24 van de 26 korpsen gehaald worden. Twee korpsen blijven net onder de
sterktedoelstelling. De zeer geringe omvang waarin deze twee korpsen achterblijven
(circa 10 fte’s) heeft geen gevolgen voor de landelijke sterktedoelstelling.
Recent heb ik met de korpsen die als gevolg van het nieuwe Budgetverdeelsysteem
(BVS) zouden gaan dalen in budget, nadere afspraken gemaakt over compensatie
daarvan, zodat de sterktedoelstelling 2010 ook voor deze korpsen realiseerbaar
is. De landelijke politiesterkte komt daarmee in 2010 uit op 52 525 fte’s
(exclusief functionele inzetbaarheid en inclusief het personeel dat inmiddels
is overgegaan naar CIP/ISC).
Tezamen met de overige in de ontwerpbegroting 2007 van het ministerie
van BZK opgenomen intensiveringen die samenhangen met sterkte-uitbreidingen
(het Programma Verbetering Opsporing en Vervolging (PVOV), de vorming van
de Dienst Speciale Interventies (DSI) en de TBS-unit bij het KLPD en de uitbreiding
van de Zeehavenpolitie bij de politieregio Rotterdam-Rijnmond) zal ik begin
volgend jaar overleg voeren. Het totaal van deze intensiveringen betekent
een budgettaire ruimte voor ruim 1500 extra fte’s politiecapaciteit
die als gevolg van de opleidingsduur uiterlijk in 2014 ten volle wordt gerealiseerd.
In de eerstvolgende rapportage over de politiesterkte zult u daar nader over
geïnformeerd worden.
Uit het aantal aanmeldingen van aspiranten voor de opleiding aan de Politieacademie
kan worden afgeleid dat de in 2006 ingezette stijgende tendens van de politiesterkte
zich voort zet. Voor 2007 is het aantal aangemelde aspiranten voor de politieopleiding
fors hoger (in totaal circa 500 aspiranten) dan de jaarlijks afgesproken 2000.
Mogelijk heeft deze hogere aanvraag voor 2007 een meerjarig karakter. Met
de Politieacademie en de korpsen ben ik in overleg over de bekostiging van
de extra aanvraag voor 2007 en de meerjarige gevolgen voor de capaciteit van
de Politieacademie. De Politieacademie kan de extra aanvraag voor 2007 overigens
opvangen, waardoor alle aanvragen van de korpsen gehonoreerd zullen worden.
Ontwikkeling politiesterkte na 2010
De personeelsvoorziening van de Nederlandse politie vraagt de komende
periode bijzondere aandacht. Het is noodzakelijk om, als Nederlandse politie,
qua personeelssamenstelling voorbereid te zijn op maatschappelijke ontwikkelingen
en de kansen, die deze ontwikkelingen bieden, te benutten.
Het werk van de politie is onmiskenbaar complexer geworden. Voor de bestrijding
van bedreigingen als computercriminaliteit, identiteitsfraude en financiële
fraude zijn hooggekwalificeerde politiemensen nodig. Ook van de agent op straat
wordt steeds meer kundigheid verwacht in zijn contacten met de diverse bevolkingsgroepen,
in het samenspel met ketenpartners en het werken met steeds hoogwaardiger
technologische middelen (o.a. slimme camera’s en informatieanalyse).
Concreet zal dit leiden tot de volgende ontwikkelingen op het personele
vlak, die de komende jaren op de politie af zullen komen:
1. evenals bij andere sectoren, zoals onderwijs en zorg, zal ook de Nederlandse
Politie geconfronteerd worden met een hogere vervangingsvraag de komende 10–15
jaar. In die periode zullen daardoor in totaal ca. 20 000
politiemedewerkers met pensioen of vervroegde uittreding gaan. Specifiek voor
de politie geldt de relatief lange opleidingsduur (gemiddeld 3,5 jaar) vanwege
het duale karakter van de politieopleidingen. Dit vergt een tijdige aanpak.
2. de krapper wordende arbeidsmarkt, die de instroom van nieuw personeel
bemoeilijkt.
3. de steeds complexer wordende samenleving en de daaruit volgende complexere
taakuitvoering.
4. de ontwikkelingen in technologie en de mogelijkheden die dat biedt
voor de taakuitvoering (slimmer werken met nieuwe en bestaande middelen).
In het licht hiervan is meer landelijke regie en sturing op de sterkteontwikkeling,
de kwaliteitsverhoging van het personeel en de opleidingsbehoefte van de politie
noodzakelijk. Dat is voor mij, in samenwerking met de Raad van Hoofdcommissarissen
en de Politieacademie, aanleiding geweest om onder leiding van het ministerie
van BZK de Taskforce Personeelsvoorziening op te richten.
De Taskforce Personeelsvoorziening heeft als taak om meer inzicht in de
landelijke en regionale in-, door- en uitstroom voor de komende 10 tot 15
jaar te verkrijgen en maatregelen voor te stellen waarmee de kwaliteit en
de kwantiteit van de politieorganisatie op peil wordt gehouden. Op basis hiervan
zal ik samen met de Raad van Hoofdcommissarissen en de Politieacademie gerichte
(beleids)keuzes kunnen maken om de professionalisering, diversiteit en kwaliteitsverhoging
van de Nederlandse politie verder vorm te geven.
Ook vragen al deze ontwikkelingen de komende jaren om een andere manier
van sturing. Een sturing waarbij de focus wordt verbreed: naast kwantiteit
telt immers ook kwaliteit.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes