Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200428817 nr. 6

28 817
Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de aanscherping van een aantal voorschriften betreffende de bekostiging van het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 30 september 2003

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel B, vervallen in artikel 2.2.2, vijfde lid, de laatste twee volzinnen.

B

1. In artikel II, onderdeel A, komt in artikel 2.6, vierde lid, de eerste volzin als volgt te luiden: Bij de vaststelling van het aantal studenten tellen die studenten mee die zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Studenten die niet zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens tellen alleen mee als zij onderwijs in Nederland volgen en als de instelling na verificatie van de gegevens betreffende naam, adres en woonplaats van de betrokken student die gegevens heeft laten opnemen in het register, bedoeld in artikel 7.52.

2. In artikel II, onderdeel A, vervallen in artikel 2.6, vierde lid, de laatste twee volzinnen.

C

In artikel II, onderdeel E, wordt voor de tekst de aanduiding «1.» geplaatst. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Aan het vierde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende:

De Informatie Beheer Groep levert de aanmeldingsgegevens aan de instelling van eerste voorkeur.

D

Artikel IV komt als volgt te luiden:

ARTIKEL IV

Tot het tijdstip waarop artikel 8.1.1a van de Wet educatie en beroepsonderwijs in werking treedt, geldt voor de toepassing van artikel 2.2.2, eerste lid, onder a, van die wet, dat bij de vaststelling van de instroom van deelnemers en het bepalen van het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma heeft behaald, die deelnemers meetellen waarvan naam, adres en woonplaats bij het bevoegd gezag bekend zijn. Het bevoegd gezag is gehouden ter verificatie van die gegevens van de deelnemer te verlangen dat hij een niet langer dan 6 maanden voor het verzoek om verificatie afgegeven gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van zijn woonplaats overlegt. Verificatie kan achterwege blijven in die gevallen waarin aan de deelnemer een onderwijskaart is verstrekt als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet. Deelnemers die niet zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens tellen alleen mee als zij onderwijs in Nederland volgen en als de instelling de gegevens betreffende naam, adres en woonplaats van de betrokken deelnemer heeft vastgesteld op een wijze vergelijkbaar met hetgeen in de tweede volzin is bepaald.

Toelichting

Het voorstel dat degene die een opleiding volgt aan de instelling waaraan hijzelf is verbonden, niet voor bekostiging in aanmerking komt, wordt in deze nota van wijziging geschrapt. Dit is geregeld in de onderdelen A en B, onder 2.

Verder worden in deze nota van wijziging de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en de onderwijskaart nadrukkelijker in beeld gebracht als informatiebron voor gegevens over studenten. Dit is geregeld in onderdeel B, onder1 en onderdeel D. Ook de wijziging voorgesteld in onderdeel C komt hieruit voort. Deze wijzigingen benadrukken dat de NAW-gegevens mede bepalend zijn voor de bekostiging. De Informatie Beheer Groep (IB-Groep) beschikt over de betreffende gegevens. Overigens sluit hetgeen hier wordt voorgesteld aan bij de bestaande praktijk. De combinatie van al deze wijzigingen leidt tot een vermindering van de administratieve lastendruk voor de instellingen. Zij hoeven de gegevens voor de meeste in te schrijven studenten en deelnemers niet meer zelf te controleren omdat de IB-Groep dat al voor hen heeft gedaan.

Voor die studenten en deelnemers die in het buitenland wonen maar die wel in Nederland onderwijs volgen, geldt dat de instellingen de door de studenten aangeleverde (buitenlandse) NAW-gegevens moeten verifiëren aan de hand van een bewijsmiddel dat door de student wordt overlegd. Hiertoe kan bijvoorbeeld een uittreksel uit het bevolkingsregister dienen. Het gaat hierbij om personen afkomstig uit de grensstreken.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

A. D. S. M. Nijs