28 810
Nederlands Voorzitterschap van de Raad van Europa (2003–2004)

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 november 2003

Op 4 maart dit jaar zond ik u een notitie waarin werd vooruitgeblikt op het Nederlandse voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa (TK 28 810). Tevens werd daarin een schets gegeven van de Raad van Europa.

Sedertdien zijn de voorbereiding en uitwerking van het voorzitterschap verder ter hand genomen. Zo is onder meer het voorgenomen thema «Monitoring door het Comité van Ministers» gecombineerd met het thema «Tenuitvoerlegging van mensenrechtennormen». Nieuw zijn de organisatie van een bijeenkomst van het Europese Jeugd Forum en een lezingencyclus betreffende een breed scala van onderwerpen die de Raad van Europa betreft ten tijde van het voorzitterschap. In het Algemeen Overleg van 11 september jl. uitte de Tweede Kamer de wens een duidelijkere focus te willen voor de invulling van het voorzitterschap. Dit heeft ertoe geleid dat de voornemens, waar nodig, zijn geherformuleerd, dan wel anders vormgegeven, zodat deze activiteiten in lijn zijn met de Nederlandse prioriteiten. Tevens is zorggedragen voor een grotere betrokkenheid van de burger/niet-gouvernementele organisaties bij het voorzitterschap.

Mede namens de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties; Justitie; Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, doe ik u hierbij toekomen het definitieve programma van prioriteiten van het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa.1

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. G. de Hoop Scheffer


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centrale Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven