Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202028807 nr. 224

28 807 Vogelpest (Aviaire influenza)

Nr. 224 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 februari 2020

Ik heb uw Kamer op 23 januari geïnformeerd over de HPAI-situatie in het oosten van Europa en toegezegd u te informeren bij nieuwe ontwikkelingen inzake vogelgriep (Kamerstuk 28 807, nr. 223). Duitsland heeft een besmetting van hoogpathogene vogelgriep (HPAI) H5N8 gemeld op een hobbylocatie in Bretzfeld in Duitsland.

Op basis van een analyse van de deskundigengroep dierziekten heb ik op 23 januari besloten dat het niet nodig was om in Nederland een ophokplicht in te stellen. Ik heb de deskundigengroep gevraagd of deze besmetting in Duitsland de analyse, die zij op 20 januari hebben opgesteld, verandert. Zij hebben deze vraag op 10 februari jl. besproken (zie bijlage voor verslag)1.

De deskundigen melden dat er wat betreft de trek van wilde vogels niet veel is veranderd. Tot nu toe is de winter erg zacht en de huidige weerberichten voorspellen dat dit voorlopig zo blijft. Het moment van de voorjaarstrek richting Noordoost-Europa komt dichterbij. Dit alles maakt het onwaarschijnlijk dat vogels de komende weken naar het westen zullen trekken. Natuurlijk kan deze voorspelling wijzigen, bijvoorbeeld wanneer zich in de komende weken toch een periode met strenge vorst aandient. De besmetting in Bretzfeld, Duitsland laat echter zien dat het HPAI-virus westelijker aanwezig is dan tot nu toe werd aangenomen. Het is daarom mogelijk dat ook in andere delen van West-Europa clusters van het virus in lokale wilde watervogelpopulaties aanwezig zijn. De kans op introductie van HPAI H5N8 vanuit besmette wilde vogels op een Nederlands pluimveebedrijf wordt daarom iets hoger ingeschat dan op 20 januari.

Om het risico op insleep van het HPAI-virus op Nederlandse pluimveebedrijven zoveel mogelijk te verkleinen, heb ik daarom besloten om vanaf vannacht 12 februari 2020 00:00 uur een ophokplicht voor commerciële pluimveebedrijven in te stellen. Onder meer op basis van informatie over uitbraken in onze buurlanden en de resultaten van de monitoring van levende en dode wilde vogels wordt beoordeeld hoe lang het noodzakelijk is de ophokplicht in stand te houden.

Ik zal de deskundigengroep over vier weken hier opnieuw over raadplegen. Als de situatie dan is genormaliseerd, kan de ophokplicht worden ingetrokken.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl