Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 maart 2017
Met deze brief informeer ik u over de vogelgriepsituatie in Europa, in Nederland,
en over het voortduren van de landelijke maatregelen voor vogelgriep.
De situatie in de Europese Unie blijft erg onrustig. Er worden nog volop besmette
wilde vogels gevonden, bijvoorbeeld ook in het buurland Duitsland. Ook worden daar
nog iedere week besmettingen op pluimveebedrijven vastgesteld. Qua aantallen uitbraken
op pluimveebedrijven meldt Frankrijk op dit moment veruit de meeste. De uitbraken
in Frankrijk concentreren zich in het zuidwesten, in hetzelfde gebied waar ook vorig
jaar vogelgriepuitbraken waren. Maar ook in andere Europese lidstaten worden nog uitbraken
gezien (zie bijlage 1: kaart uitbraken vogelgriep EU week 91). Het verloop van het aantal vogelgriepgevallen bij wilde en gehouden vogels in de
tijd blijft relatief stabiel (zie bijlage 2: verloop uitbraken EU per week2).
De belangrijkste gegevens over de vogelgriepuitbraken in de Europese Unie komen uit
het animal disease notification system (ADNS) (https://ec.europa.eu/food/animals/animal-diseases/not-system_en). De Europese lidstaten melden uitbraken van dierziekten in dit systeem en nationale
overheden hebben toegang tot deze informatie.
De afgelopen maand leek de vogelgriepsituatie in Nederland enigszins tot rust te komen.
Het laatste geval bij gehouden vogels was op 27 januari 2017 en de laatste besmette
dode wilde vogel werd gevonden op 9 februari jl. Helaas zijn op 7 maart jl. twee gevallen
van vogelgriep bevestigd bij kippen van hobbyhouders in de buurt van Purmerend. De
vogels op beide locaties zijn inmiddels geruimd. Deze vondst betekent dat er nog steeds
vogelgriepvirus in de omgeving aanwezig is. Ook heeft de deskundigengroep dierziekten
deze week geconcludeerd dat het vogelgrieprisico ten opzichte van de vorige bijeenkomst
op 22 februari 2017 niet is gewijzigd (zie bijlage 3: verslag deskundigengroep 7 maart
20173). Ik heb daarom besloten de landelijke maatregelen met betrekking tot vogelgriep,
waaronder de ophokplicht, in stand te houden.
De beslissing om de ophokplicht in stand te houden is geen eenvoudige. Vrije-uitloopbedrijven
worden geconfronteerd met dalende prijzen voor de op hun bedrijven geproduceerde eieren.
Maar gezien de beoordeling van de deskundigen acht ik het onverantwoord de kippen
weer naar buiten te doen. De kans op nieuwe vogelgriepuitbraken is te groot.
De deskundigengroep dierziekten (http://www.deskundigengroepdierziekten.nl/) beoordeelt regelmatig het risico met betrekking tot de vogelgriepsituatie in Nederland.
Deze deskundigengroep bestaat uit wetenschappers, en in geval van vogelgriep uit wetenschappers
die uit verschillende invalshoeken expertise hebben op het gebied van vogelgriep:
epidemiologie, virologie, diergeneeskunde, sectorkennis en ornithologie. De groep
adviseert de Staatssecretaris en het secretariaat wordt verzorgd door een ambtenaar
van het Ministerie van Economische Zaken. De deskundigengroep baseert haar conclusies
op de in de groep aanwezige wetenschappelijke expertise en op de meest recente informatie
over uitbraken van vogelgriep in de EU (en elders in de wereld). Deze informatie komt
bijvoorbeeld uit het ADNS-systeem, maar ook andere bronnen worden geraadpleegd, zoals
de resultaten van nationale monitoringprogramma’s, de meest recente informatie over
verdenkingen en bevestigingsonderzoek in Nederland, informatie verkregen door contacten
met wetenschappelijke instellingen wereldwijd, informatie verkregen door contacten
van de Nederlandse Chief Veterinary Officer, etc. Het schatten van het risico op insleep
van vogelgriep is geen rekensom, maar een expertopinie. De deskundigengroep dierziekten
zal de komende tijd iedere twee weken een nieuwe risicoschatting maken.
Zoals ik in mijn brief van 27 januari jl. heb aangegeven (Kamerstuk 28 807, nr. 207), werkt de Europese Commissie aan een structurele oplossing voor de problematiek
van de 12-wekentermijn voor de vrije-uitloopbedrijven. In dat kader zal de Europese
Commissie een expertbijeenkomst beleggen om een wijziging van de bijlage 2 van verordening
2008/589 te bespreken. In deze bijlage wordt de 12-wekentermijn genoemd. Vrije-uitloopkippen
mogen maximaal 12 weken worden opgehokt, daarna verliezen de eieren de vrije-uitloopstatus.
De inzet van Nederland is om de status van vrije-uitloopeieren te behouden bij een
langere duur van de ophokplicht. Als compensatie kunnen extra welzijnsmaatregelen
worden genomen.
Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van relevante ontwikkelingen met betrekking tot
de vogelgriepsituatie in Nederland en Europa.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
M.H.P. van Dam