Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201328807 nr. 154

28 807 Vogelpestcrisis (Aviaire influenza)

Nr. 154 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 maart 2013

Op een pluimveebedrijf in Lochem in de provincie Gelderland op 12 maart 2013 een uitbraak van vogelgriep (Aviaire Influenza, AI) H7-variant vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om laag pathogene (milde) variant. Het virus is gevonden in monsters die door de dierenarts van het bedrijf waren ingezonden omdat er in één van de stallen sprake was van een daling van de voederopname en de eierproductie. Ook was er een verhoogde uitval. Het is een legpluimveebedrijf met drie stallen en met vrije uitloop, met in totaal 85.000 legkippen.

In de directe omgeving van het besmette bedrijf bevinden zich drie andere commerciële pluimveebedrijven. Deze drie bedrijven hebben geen vrije uitloop.

Met deze brief informeer ik u over de besmetting en de maatregelen die ik heb getroffen.

Vogelgriep

Vogelgriep is een ziekte bij vogels en pluimvee. Hoog pathogene AI (HPAI) is de meest ernstige vorm en gaat gepaard met grote sterfte onder pluimvee en verspreidt zich zeer snel. HPAI heeft daarom grote gevolgen voor de pluimveesector.

Daarnaast kan HPAI een risico voor de volksgezondheid zijn. HPAI is daarom bestrijdingsplichtig in de EU-regelgeving.

Laag pathogene AI (LPAI) is een mildere vorm met meestal slechts geringe ziekteverschijnselen. Omdat LPAI H5 en LPAI H7 in pluimvee kunnen muteren naar een hoog pathogene variant zijn deze eveneens bestrijdingsplichtig gemaakt.

Monitoring en early warning

In Nederland worden op commerciële pluimveebedrijven met regelmaat monsters genomen die worden onderzocht op vogelgriep (monitoring). Daarnaast bestaat er een systematiek waarbij dierenartsen bij bepaalde ziekteverschijnselen, die kunnen wijzen op vogelgriep, monsters inzenden voor onderzoek (early warning). Voor vogelgriep geldt een meldplicht bij een verdenking. De besmetting op dit bedrijf is gevonden via early warning systematiek. Monsters afkomstig van dit bedrijf bleken positief voor AI.

Officiele monsters genomen door de NVWA van het bedrijf zijn daarna ook onderzocht door het Centraal Veterinair Instituut, dat de besmetting met H7 op 12 maart 2013 heeft bevestigd.

Maatregelen besmette bedrijf, beperkingsgebied en screening op basis van Europese richtlijn 2005/94

AI H7, zowel de milde als hoog pathogene variant, zijn bestrijdingsplichtig. Alle kippen op het bedrijf worden daarom op 12 maart 2013 gedood. Op 13 maart zal worden begonnen met de afvoer van de kadavers.

Het gebied in de omgeving van het besmette bedrijf is een pluimveearm gebied. Daarom wordt een beperkingsgebied met een straal van één kilometer rondom het besmette bedrijf ingesteld. Dit gebied volgt natuurlijke grenzen en wegen en valt daarom groter uit dan de één kilometer cirkel. In dit gebied vallen de drie hierboven genoemde pluimveebedrijven.

Binnen het beperkingsgebied zijn de standaardmaatregelen van kracht, die altijd worden ingesteld bij een besmetting met een LPAI. Vanaf dinsdag 12 maart 2013 om 16.00 uur geldt er in een zone van ruim een kilometer rond het bedrijf in Lochem een vervoersverbod voor pluimvee, eieren, pluimveemest en gebruikt strooisel. Binnen het gebied liggen drie andere pluimveebedrijven. De dieren op deze bedrijven zullen de komende dagen worden gecontroleerd op vogelgriep.

Vervolg

Het beperkingsgebied en de maatregelen op het besmette bedrijf kunnen na afronding van de voorgeschreven reinigings- en ontsmettingsprocedures worden opgeheven. Het beperkingsgebied en de daaraan gekoppelde maatregelen kunnen 21 dagen na de voorlopige ontsmetting worden opgeheven.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma