Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 februari 2013
Op 24 april 2012 heb ik u geïnformeerd over een onderzoek van het Centraal Veterinair
Instituut (CVI) en het Erasmus Medisch Centrum (EMC) over laag pathogene aviaire influenza
(LPAI, milde variant vogelgriep) infecties op pluimveebedrijven in Nederland (zie
kamerstuk 28 807, nr. 139). Dit onderzoek heeft de toename van het risico op infectie bij vrije uitloop laten
zien. In de brief van 24 april werd ook een werkgroep, de Werkgroep reduceren risico’s,
aangekondigd, die zou kijken naar maatregelen om het risico op insleep van LPAI te
beheersen. In deze brief bericht ik u over de resultaten van deze werkgroep. Ook geef
ik u kennis van een advies van de Groep van Deskundigen Pluimveeziekten die het bovengenoemde
rapport van CVI/EMC heeft besproken.
Achtergrond
Na enkele jaren zonder LPAI-uitbraken in Nederland, hebben sinds 2010 zes uitbraken
van LPAI op commerciële pluimveebedrijven plaats gevonden. Vijf van deze bedrijven
hadden vrije uitloop.
De meest voor de hand liggende verklaring voor insleep van LPAI in de gehouden pluimveepopulatie
is dat er direct of indirect contact is geweest met besmet gehouden pluimvee of met
besmette wilde (water)vogels. Uit het rapport van het CVI en het EMC blijkt dat leghenbedrijven
met vrije uitloop een elf maal zo groot risico hebben op een LPAI-uitbraak als gesloten
leghenbedrijven. Hoe de kippen precies besmet worden, is echter niet bekend.
Werkgroep reduceren risico’s
De Werkgroep reduceren risico’s is meerdere keren bijeen geweest. In de werkgroep
zijn zowel sector als overheid vertegenwoordigd. Mogelijke maatregelen om het risico
op insleep van LPAI te beheersen zijn besproken. De (inrichting van de) vrije uitloop
was een belangrijk onderwerp van discussie.
Onder andere naar aanleiding van dit overleg zijn een aantal acties gestart, die later
in deze brief worden benoemd. Ook is op verzoek van de Werkgroep aan de Groep van
Deskundigen Pluimveeziekten gevraagd het risico van de vrije uitloop nader te bestuderen.
Advies Groep van Deskundigen Pluimveeziekten
Aan de Groep van Deskundigen Pluimveeziekten is gevraagd of zij aanvullingen hadden
bij de conclusies uit het CVI/EMC-rapport en in hoeverre concrete preventiemaatregelen,
zoals een tijdelijke afschermplicht (ophokken in het voorjaar), effect zouden sorteren.
Het verslag is meegestuurd als bijlage bij deze brief.
Heel kort samengevat is de Groep van mening dat er dit moment nog onvoldoende wetenschappelijke
informatie is om verdere conclusies aan de uitkomsten van het CVI/EMC-rapport te verbinden.
De Groep doet ook een aantal suggesties voor verder onderzoek.
Ingezette acties
Naar aanleiding van de Werkgroep reduceren risico’s en het advies van de Groep van
Deskundigen Pluimveeziekten zijn een aantal acties opgestart:
-
• Het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) heeft een folder gemaakt en naar alle pluimveehouders
gestuurd, waarin informatie wordt gegeven over vogelgriep en het belang van (hygiëne)maatregelen
in het voorkomen van LPAI-besmettingen.
-
• Er ligt een voorstel van de sectorpartijen om de monitoring bij bedrijven met vrije
uitloop te intensiveren. Hier vindt nog overleg over plaats.
-
• Er is bij het Ministerie van Economische Zaken extra inzet om door middel van onderhandelingen
met derde landen de gevolgen voor de export bij een uitbraak zo beperkt mogelijk te
houden.
-
• Dit jaar wordt door het CVI (in samenwerking met Livestock Research-WUR en de Gezondheidsdienst
voor Dieren) een onderzoek uitgevoerd naar specifieke risicofactoren van bedrijven
met een vrije uitloop. Gehoopt wordt dat met de resultaten meer specifieke adviezen
om LPAI te voorkomen ontwikkeld kunnen worden.
-
• De pluimveesector heeft eind november 2012 het initiatief genomen om een zogenaamde
Stuurgroep uitloop in te stellen. Deze Stuurgroep moet komen met voorstellen voor
risicobeperkende voor LPAI, waarin alle geledingen deelsectoren van de sector zich
kunnen vinden.
Conclusie
Het voorkomen van uitbraken van LPAI blijkt een lastig en complex probleem te zijn,
waar geen eenvoudige oplossing voor is. Zowel mijn ministerie als de sector hebben
een aantal acties ingezet die moeten helpen deze problematiek onder controle te krijgen.
Ik juich vooral het sectorinitiatief om een Stuurgroep uitloop in het leven te roepen
toe en mijn ministerie zal hier actief in participeren.
Ten slotte ben ik in gesprek met de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) om te bezien
of een zienswijze van de RDA, aanvullend op alle overige adviezen en rapporten, een
bijdrage kan leveren aan de oplossing van dit dilemma.
De staatssecretaris van Economische Zaken,
S.A.M. Dijksma