nr. 2
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE MINISTERS
VAN VERKEER EN WATERSTAAT EN VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN
MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 19 november 2003
Onder verwijzing naar artikel 2a, zesde lid en artikel 2b, eerste lid
van de WRO bieden wij U hierbij het standpunt van de Ministerraad (PKB deel
3) inzake de vierde partiële herziening van het Structuurschema Buisleidingen
(SBUI, 1985) ter instemming aan.
Met hun brief van 17 december 2002 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2002–2003,
28 743 nr. 1) berichtten onze ambtsvoorgangers dat zij voornemens waren
het Structuurschema Buisleidingen (hierna: SBUI) ongewijzigd te verlengen
voor een periode van vijf jaren met toepassing van artikel 2b, derde lid van
de Wet op de ruimtelijke ordening (zogenaamde verkorte procedure). In de brief
is neergelegd dat de materie van het SBUI onderdeel gaat uitmaken van het
meeromvattende Nationaal Verkeer en Vervoerplan (hierna: NVVP). De inspraak,
het bestuurlijk overleg en de advisering rond het NVVP heeft ook op het onderdeel
buisleidingen en ondergronds transport plaatsgevonden.
Het NVVP is echter, op andere gronden, niet door de Tweede Kamer aanvaard.
In haar vergadering van 11 februari 2003 heeft de Vaste Commissie voor
Economische Zaken van uw Kamer deze brief, over de noodzakelijke verlenging
van het SBUI, voor kennisgeving aangenomen. Er zijn geen reacties op deze
brief ontvangen van eventuele betrokken bedrijven, instellingen of maatschappelijke
organisaties.
Het Kabinet heeft besloten om de geldigheidsduur van het SBUI voor de
vierde keer te verlengen met een periode van vijf jaren, tot 30 december 2008.
Dit structuurschema vervalt van rechtswege voor het verstrijken van die termijn
op de datum dat nieuw pkb-beleid voor hoofdtransportleidingen van kracht wordt.
De tekst van de vierde partiële herziening komt in de plaats van
uitspraak 6.2 van de PKB en luidt als volgt: «De planperiode van deze
PKB is verlengd tot de datum van inwerkingtreding van het nieuwe pkb-beleid
voor buisleidingen, of tot uiterlijk 30 december 2008.»
Bij dit standpunt heeft het Kabinet de volgende overwegingen gehanteerd:
Omdat het NVVP op andere gronden niet door de Tweede Kamer is aanvaard,
moet er een voorziening worden getroffen om te voorkomen dat – als gevolg
van het aflopen van de werkingsduur van de vigerende PKB SBUI – een
onduidelijke situatie ontstaat omtrent het door het Kabinet te voeren beleid
m.b.t. buisleidingen ofwel de hoofdtransportleidingen voor ondergronds transport.
Op grond van het Hoofdlijnenakkoord van het Kabinet zal er één
geïntegreerd ruimtelijk beleidskader in de Nota Ruimte worden opgenomen.
Dit houdt in dat de relevante beleidsuitgangspunten onderdeel gaan uitmaken
van het nieuwe beleidskader. Over de exacte vormgeving daarvan, de gevolgen
voor het SBUI, de voorziene opname in de Nota Mobiliteit, het geïntegreerde
beleidskader voor alle verkeer en vervoer, en de daarbij behorende tijdplanning
wordt u op een nader tijdstip geïnformeerd.
Een afschrift van deze brief zenden wij aan de Voorzitter van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
C. E. G. van Gennip
De Minister van Verkeer en Waterstaat
K. M. H. Peijs
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker