nr. 9
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET AANVULLEND VERSLAG
De leden van de fractie van de VVD hebben een aantal vragen gesteld en
opmerkingen gemaakt naar aanleiding van het onderhavige wetsvoorstel. Graag
zal ik in het onderstaande nader op deze vragen en opmerkingen ingaan.
De leden van de fractie van de VVD vragen of de regering
kan garanderen dat ook na de verhoging van het griffierecht met 15% het recht
tot toegang tot de rechter gewaarborgd blijft, mede gelet op het feit dat
per 1 januari 2003 de griffierechten met 6,35% zijn geïndexeerd
Met de fractie van de VVD deel ik de wens dat het recht op toegang tot
de rechter in de kern gewaarborgd blijft. Het kabinet is van oordeel dat hoewel
de griffierechten met deze verhoging substantieel worden verhoogd, geen sprake
is van een aantasting van het recht op toegankelijke rechtspraak. Een belangrijke
factor bij het behoud van het recht op toegang tot de rechter vormt het stelsel
van griffierechten. Via de differentiatie naar zaakscategorieën en naar
natuurlijke en rechtspersonen blijft de verhoging voor de meest kwetsbare
groepen beperkt. De meest kwetsbare groep bij een verhoging van de griffierechten
wordt gevormd door de minst draagkrachtigen. Het griffierecht voor (ondermeer)
de minst draagkrachtigen komt bijvoorbeeld in het bestuursrecht in zaken met
betrekking tot huursubsidie en sociale zekerheid, krachtens artikel 8:41,
derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, na de verhoging
uit op € 36. Ten opzichte van het griffierecht zoals dit voor de
indexering gold (€ 29) en zoals dit sinds de indexering geldt (€ 31),
komt dit neer op een relatief geringe verhoging. De nota naar aanleiding van
het verslag bevat een vergelijkbaar voorbeeld ten aanzien van een loonvordering
krachtens artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Overigens blijft
het ook na de voorgestelde verhoging voor minder draagkrachtigen in het burgerlijk
procesrecht mogelijk om van de indebetstelling (korting op het griffierecht)
gebruik te maken.
De beslissing om al dan niet een procedure te starten is afhankelijk van
tal van factoren. De hoogte van het griffierecht vormt slechts een van deze
factoren. Daar verscheidene van deze factoren zich binnen de persoonlijke
sfeer van de procespartijen bevinden, kan de regering geen garantie bieden
dat de verhoging, die met het onderhavige wetsvoorstel wordt beoogd, voor
geen enkele rechtzoekende aanleiding zal zijn om van een procedure af te zien.
Op voorhand verwacht ik echter niet dat de voorgestelde verhoging zal leiden
tot een aantasting van het recht op toegang tot de rechter. Het voorgaande
laat onverlet dat ik mij bewust ben van de kwetsbare positie van de minder
draagkrachtigen. Daartoe heb ik in het nader rapport toegezegd het effect
van de verhoging van de griffierechten in relatie tot de verhoging van de
eigen bijdrage te zullen volgen, opdat indien nodig eventuele corrigerende
maatregelen genomen kunnen worden. Ook tijdens het reguliere overleg met de
Raad voor de rechtspraak zal ik alert zijn op dergelijke signalen.
De leden van de VVD-fractie vragen of de regering aanwijzingen
heeft dat de rechtspraak op dit moment onzorgvuldig wordt gebruikt.
Met de opmerking ten aanzien van het zorgvuldig gebruik wordt gedoeld
op het gegeven dat rechtspraak in meer opzichten kostbaar is. Partijen die
overwegen om een kwestie aan de rechter voor te leggen dienen zich bewust
te zijn van de eigen verantwoordelijkheid om een dergelijke kwestie op te
lossen. In de afgelopen jaren heeft in toenemende mate het beeld postgevat
dat de overheid in de gedaante van de rechterlijke macht de eerst aangewezene
is om geschillen te beslechten. Met deze gedachte wordt echter miskend dat
de burgers en bedrijven ook een grote eigen verantwoordelijkheid hebben om
de eigen geschillen en conflicten op te lossen. Thans worden aan de rechterlijke
macht soms zaken voorgelegd waarbij het achteraf de vraag is of betrokkenen
niet op een andere wijze tot een bevredigende oplossing hadden kunnen komen.
Ten slotte vragen de leden van de VVD-fractie wanneer
de resultaten van het onderzoek naar de vereenvoudiging van de structuur van
het stelsel van griffierechten bekend zullen zijn.
Het is de verwachting dat de resultaten van het onderzoek naar de vereenvoudiging
van het stelsel van griffierechten aan het eind van dit kalenderjaar aan uw
Kamer kunnen worden gezonden.
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner