Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2002-200328721 nr. 197

28 721
Wijziging van de artikelen 215 en 244 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (zelfwerkzaamheid aan de buitenzijde van gehuurde woonruimte en onderhuur van een gedeelte van de verhuurde woonruimte)

nr. 197
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET

17 april 2003

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met het oog op de invoering van titel 4 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek de artikelen 215 en 244 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek te wijzigen en enkele misslagen te herstellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

In artikel I van de Wet van 21 november 2002, Stb. 587, tot vaststelling van titel 7.4 (Huur) van het Burgerlijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. In artikel 215 lid 6 wordt de punt aan het slot vervangen door: , tenzij het de buitenzijde van gehuurde woonruimte betreft.

B. In artikel 229 lid 3 wordt een zin toegevoegd, luidende: De eerste zin is niet van toepassing indien de nalatenschap ingevolge artikel 13 van Boek 4 is verdeeld.

C. Artikel 244 komt als volgt te luiden:

Artikel 244

In afwijking van artikel 221 is de huurder van woonruimte niet bevoegd het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. De huurder van een zelfstandige woning die in die woning zijn hoofdverblijf heeft, is echter bevoegd een deel daarvan aan een ander in gebruik te geven.

D. In artikel 274 lid 2, aanhef, wordt na «bedongen» ingevoegd: dat.

ARTIKEL II

In artikel I van de Wet van 21 november 2002, Stb. 588, tot vaststelling van afdeling 7.4.6 van het Burgerlijk Wetboek (huur van bedrijfsruimte) wordt de volgende wijziging aangebracht:

In artikel 300 lid 2 worden de woorden «meer dan tien jaar» vervangen door: tien jaar of langer.

ARTIKEL III

Indien het bij koninklijke boodschap van 25 oktober 2001 ingediende voorstel van wet tot invoering van titel 4 van Boek 7 (Huur) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek en van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Invoeringswet titel 7.4 (Huur) van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) (28 064) tot wet wordt verheven en in werking treedt, worden daarin de volgende wijzigingen aangebracht:

A. In artikel II, onderdeel a, worden de woorden «Bij algemene maatregel van bestuur» vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

B. In artikel IV worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a. Na artikel 206 wordt een nieuw artikel 206a ingevoegd, luidende als volgt:

Artikel 206A

Artikel 215 van Boek 7 is, voor zover het veranderingen en toevoegingen aan de buitenzijde van gehuurde woonruimte betreft, niet van toepassing op huurovereenkomsten die voor het tijdstip van het in werking treden van titel 4 van Boek 7 zijn gesloten.

b. Artikel 208e vervalt.

ARTIKEL IV

Indien het bij koninklijke boodschap van 25 oktober 2001 ingediende voorstel van wet tot invoering van titel 4 van Boek 7 (Huur) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek en van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Invoeringswet titel 7.4 (Huur) van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) (28 064), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Justitie,