Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 28719 nr. 54 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 28719 nr. 54 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 april 2008
Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW-08-B-030) geef ik een reactie op het rapport van de Stichting van de Arbeid «Praktische conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de rondetafelgesprekken over re-integratie en behoud voor werk van werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn» (hierna te noemen: 35-min groep).
Per 1 januari 2006 is de Wet Werk en Inkomen (WIA) in werking getreden. Sindsdien ligt de verantwoordelijkheid voor de inkomensbescherming voor werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschiktheid en dus niet WGA-gerechtigd zijn bij de sociale partners, meer in het bijzonder bij de werkgever. De 35-min groep bevat werknemers van wie de WIA-aanvraag is afgewezen wegens een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 35 procent.
Verantwoordelijkheidsverdeling
In het sociaal akkoord van het najaar van 2004 is afgesproken dat voor de categorie werknemers met lichte arbeidsbeperkingen op het niveau van de arbeidsorganisatie tot maatwerkoplossingen gekomen moet worden. De primaire verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers op sectoraal niveau is tevens bevestigd tijdens de Werktop 2005 en de Participatietop 2007.
De rol van de overheid is voor de desbetreffende groep daarom beperkt. De overheid zorgt voor een adequaat vangnet als een werknemer toch werkloos wordt. Hij kan dan aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering en zonodig bijbehorende re-integratieondersteuning krijgen.
Ik hecht eraan te vermelden dat het systeem van twee jaar loondoorbetaling en WIA een impuls heeft gegeven aan de aanpak van ziekteverzuim door zowel grote als kleine werkgevers. Dit is gebleken uit de evaluatie van de Wet verbetering poortwachter en uit de evaluatie van het verlengen van de loondoorbetalingsverplichting van één naar twee jaar.
Dit kan geïllustreerd worden met de volgende cijfers. Het aantal aanvragen voor een WAO-uitkering bedroeg circa 150 000 in 2002. Inmiddels bedraagt het aantal WIA-aanvragen nog slechts circa 40 000 in 2007. Ook het aantal aanvragen dat wordt afgewezen vanwege een laag arbeidsongeschiktheidspercentage is in aantal sterk gedaald. In 2002 werden circa 34 000 aanvragen afgewezen vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Het aantal afwijzingen in verband met minder dan 35% arbeidsongeschikt bedroeg 11 500 in 2006 en 7 700 in 20071.
Werkgevers hebben hiermee aanzienlijke besparingen op de kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid kunnen realiseren. De systeemwijziging heeft dus heel duidelijk zijn vruchten afgeworpen.
De sociale partners monitoren de re-integratie van de groep 35-min, zodat een duidelijk beeld ontstaat hoe aan de re-integratie uitvoering wordt gegeven en de resultaten inzichtelijk worden gemaakt. De Stichting van de Arbeid heeft inmiddels twee onderzoeken laten doen naar de arbeidsmarktpositie van de 35-min groep.
Onderzoeken Stichting van de Arbeid: 1e monitor
De eerste is in januari 2007 is gepubliceerd (1e monitor). Hieruit bleek dat 46% van de ondervraagde werknemers uit de 35-min groep werkt en 51% niet (van 3% van de ondervraagden is de situatie onbekend). De partijen vertegenwoordigd in de Stichting van de Arbeid hebben naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek vervolgafspraken gemaakt om de re-integratie van de 35-min groep te verbeteren. In de beleidsconclusies van de Stichting van de Arbeid naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek, geven de sociale partners nogmaals aan verantwoordelijk te zijn voor de werkhervatting van de betreffende groep en deze verantwoordelijkheid zelf te willen invullen.
Onderzoeken Stichting van de Arbeid: 2e monitor
De 2e monitor is verschenen in februari 2008. Het belangrijkste resultaat is dat het aandeel 35-minners dat werkt is toegenomen van 46% in de eerste monitor naar 62% in de tweede monitor. Het onderzoek laat zien dat steeds meer mensen werken die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn. De doelstelling van de WIA, om uit te gaan van wat mensen nog wel kunnen, blijkt bij deze groep steeds beter te verwezenlijken. Werkgevers en werknemers geven steeds beter invulling aan hun verantwoordelijkheid op dit punt.
Reactie op de conclusies van de Stichting van de Arbeid
Het verheugt mij dat de sociale partners nog een vervolgslag willen maken om de positie van de 35-min groep te verbeteren. De Stichting van de Arbeid roept cao-partijen op afspraken te maken gericht op het behoud van werk voor 35-minners. De Stichting van de Arbeid stelt tevens dat de mogelijkheid van re-integratie in een andere functie binnen het eigen bedrijf beter moet worden benut en dat in sommige situaties het van belang is om sneller in te zetten op re-integratie bij een andere werkgever. Om dit te faciliteren kunnen Poortwachtercentra een belangrijke rol spelen. Mede om deze reden heb ik een subsidie van €3 miljoen toegekend ten behoeve van de totstandkoming van Poortwachtercentra.
De Stichting van de Arbeid stelt voor om het mogelijk te maken dat de no-risk polis, met het oog op een snellere re-integratie via het eerste of tweede spoor, ook voor de WIA-beoordeling wordt ingezet. De Stichting van de Arbeid geeft aan dit te zullen aankaarten bij verzekeraars en de overheid. Gezien de verantwoordelijkheidsverdeling in de eerste twee ziektejaren ligt het in de rede dat werkgevers en verzekeraars met elkaar hierover afspraken maken. Zij kunnen hier immers zelf besparingen mee realiseren. Daarbij wijs ik erop dat de no-risk polis bij werkloosheid na 2 jaar ziekte al kan worden ingezet bij de indiensttreding bij een andere werkgever.
Verbetering zorgvuldigheid poortwachtertoets UWV en CWI-procedure
De Stichting van de Arbeid ziet een mogelijke verbetering in het vergroten van de zorgvuldigheid van de poortwachterstoets van UWV en de CWI-procedure. Volgens de Stichting van de Arbeid is de toetsing teveel een papieren aangelegenheid en daardoor niet altijd toereikend. Tevens stelt de Stichting van de Arbeid dat in de ontslagprocedure bij het CWI voorkomen moet worden dat er een ontslagvergunning wordt verleend zonder dat er inzicht is geweest in de re-integratie inspanningen.
In de poortwachtertoets beoordeelt het UWV aan de hand van het re-integratieverslag of werkgever en werknemer voldoende aan de re-integratie hebben gedaan. In beginsel is dit een papieren toetsing. UWV breidt deze papieren toetsing indien daar aanleiding toe is uit met direct contact met de betrokkenen, bijvoorbeeld als het verslag onduidelijk is of vragen oproept. Ik acht deze wijze van toetsing door UWV adequaat. Desalniettemin is mij gebleken dat de toetsing door UWV mogelijk verbeterd kan worden wanneer de werknemer meer inbreng zou hebben in het re-integratieverslag en wanneer het verslag op uniforme wijze zou worden opgesteld. Ik ben bereid de Stuurgroep Poortwachter op deze punten advies te vragen.
Wanneer UWV concludeert dat er te weinig re-integratie inspanningen zijn gepleegd dan worden de loondoorbetalingsperiode en het opzegverbod wegens ziekte verlengd. In principe komen deze gevallen dus niet in de ontslagprocedure bij CWI. Wanneer het wel tot een ontslagaanvraag bij CWI komt dan toetst het CWI onder andere of de arbeidsongeschiktheid aannemelijk is gemaakt. Als daarover onduidelijkheid bestaat vraagt CWI het oordeel van UWV. Dit gebeurt in circa een derde van deze gevallen. Ik acht deze procedure adequaat en zie geen reden voor een extra toets van de re-integratie inspanningen door CWI.
Het aantal ligt waarschijnlijk hoger, omdat een aantal afwijzingen van 3 200 in 2006 en 6 500 in 2007 de reden onbekend had. Het totaal is dan nog steeds aanzienlijk lager dan voorheen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28719-54.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.