Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 28684 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 28684 nr. C |
Vastgesteld 7 januari 2021
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving2 hebben kennisgenomen van de brief3 van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, d.d. 13 november 2020, over het tijdelijk vuurwerkverbod.
Naar aanleiding hiervan hebben zij de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 30 november 2020 een brief gestuurd.
Op 9 december 2020 is er een uitstelbrief gestuurd aan de Voorzitter van de Eerste Kamer.
Vervolgens is er op 17 december 2020 een rappelbrief gestuurd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Justitie en Veiligheid hebben op 18 december 2020 gereageerd.
De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, De Boer
Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Den Haag, 30 november 2020
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief4 van de Minister van Justitie en Veiligheid en u, d.d. 13 november 2020, over het tijdelijk vuurwerkverbod.
De fractieleden van FVD hebben een aantal vragen naar aanleiding van uw brief en kijken met belangstelling uit naar een spoedige beantwoording.
De leden van de fractie van de PvdA danken u voor uw brief, waarin een tijdelijk vuurwerkverbod wordt aangekondigd voor komende jaarwisseling op basis van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. Deze leden delen de zorg van het kabinet voor de jaarwisseling. Zij lezen dat door nu een besluit te nemen over een tijdelijk vuurwerkverbod, de druk op de zorg en de handhaving tijdens de jaarwisseling niet nog verder oploopt. De PvdA-fractieleden hebben onder meer op dit punt nog enkele vragen.
De leden van de PVV-fractie hebben naar aanleiding van uw brief nog enkele vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
In uw brief staat dat bedrijven een tegemoetkoming in de kosten kunnen krijgen voortkomend uit het tijdelijk vuurwerkverbod, voor veilige opslag en transport van vuurwerk.5 Het baart de FVD-leden zorgen dat het stilleggen van de verkoop van vuurwerk, terwijl de opslagruimtes nu al overvol liggen met vuurwerk, ervoor zal zorgen dat er langdurige opslag van onverkoopbaar vuurwerk nodig zal zijn waar niet op is gerekend, en dat er hierdoor in hun ogen een verhoging van het veiligheidsrisico omtrent vuurwerk zal ontstaan. Kunt u aangeven waaruit de tegemoetkoming in kosten zal bestaan? Is deze tegemoetkoming afdoende voor de langdurige opslag en/of vervoer naar een andere opslagruimte of retourneringen die nodig zullen zijn? Dekt deze tegemoetkoming de volledige kosten of is hier sprake van een gedeeltelijke tegemoetkoming? Uit welk percentage bestaat deze vergoeding? Hoe groot is het resterende financiële risico voor de getroffen ondernemers als het gaat om opslag en vervoer van vuurwerk?
Hoe groot is de totale veilige opslagcapaciteit voor vuurwerk in Nederland en is dit voldoende om de extra opslag van vuurwerk door dit verbod te kunnen faciliteren? Zo nee: hoe denkt u extra veilige opslag te creëren of de druk op de huidige vuurwerkopslag te verminderen? Is het eventueel vernietigen van vuurwerk onderdeel van dit plan en, zo ja, hoe gaat u deze vernietiging vormgeven?
Hoe groot schat u het verhoogde veiligheidsrisico in door de omvangrijke en langdurige opslag van vuurwerk, en is er door dit verhoogde risico een potentieel grotere kans op een vuurwerkramp zoals die zich in Enschede heeft afgespeeld?
Hoe denkt u dit veiligheidsrisico en het ongevalsrisico te mitigeren? Kunt u aangeven hoeveel tijd ervoor nodig is om deze mitigatie te realiseren en is de tijdsduur hiervoor acceptabel met het oog op de opslagloodsen die nu al vol met vuurwerk liggen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdA-fractie
Als voorwaarde voor toepassing van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid dient de op grond van deze wet te nemen maatregel proportioneel te zijn. U schrijft dat afgelopen jaar op 31 december en 1 januari 385 mensen op de eerste hulp (SEH) zijn geweest en ongeveer 900 mensen bij een huisartsenpost (HAP).6 Hoeveel van deze 385 mensen zijn er voor één of meer nachten opgenomen in het ziekenhuis of hebben op andere wijze een langduriger beslag op de zorgcapaciteit gedaan? De SEH’s en ambulanceposten zijn doorgaans extra bemenst met de jaarwisseling. Is dit extra beslag op de zorgcapaciteit voor dit jaar niet nodig of blijven de SEH’s zekerheidshalve evengoed bemenst als tijdens andere jaarwisselingen? Kunt u een inschatting maken van het aantal vuurwerk-, carbid- en brandwondenslachtoffers dat ondanks het vuurwerkverbod een beroep op de zorg zal doen deze jaarwisseling? Klopt het dat in voorgaande jaren 10% van het aantal slachtoffers is veroorzaakt door het carbidschieten? Kunt u een verwachting geven van het aantal ongevallen als het carbidschieten komende jaarwisseling op (veel) grotere schaal, in een stedelijke omgeving door onervaren schieters zal plaatsvinden? Kunt u concreter aangeven, mede naar aanleiding van de antwoorden op bovenstaande vragen, waarom u de maatregel van een algeheel verbod proportioneel acht in relatie tot de verwachte vermindering op het beroep op de zorg en opsporing?
Heeft u de verwachting dat een vuurwerkverbod het aantal fysieke contacten tijdens de jaarwisseling vermindert en ook op die wijze bijdraagt aan het inperken van het aantal besmettingen met het coronavirus? Bevordert u alternatieven voor het vuurwerk afsteken, om de kans op een rustige jaarwisseling te vergroten, bijvoorbeeld in de programmering van de televisie-uitzendingen?
Verwacht u dat de inzet van handhavers, met name politie, dit jaar minder zal zijn? Worden er minder handhavers in dienst of stand-by geroepen dit jaar? Kunt u het voorgaande onderbouwen? Welk beleid zal worden gehanteerd bij handhaving van het vuurwerkverbod? Zal direct worden overgegaan tot beboeting? Wordt aangetroffen vuurwerk direct in beslag genomen? Bestaat hiertoe de bevoegdheid? Heeft de politie/gemeente voldoende geschikte capaciteit om het in beslag genomen vuurwerk veilig op te slaan? Verwacht u extra aantastingen van de openbare orde of juist minder? Kunt u dit toelichten?
Op welke wijze zal de voorlichting over het vuurwerkverbod worden vormgegeven? Wordt het mogelijk voor particulieren om (illegaal) vuurwerk bij de overheid in te leveren (en zo te voorkomen dat het voor langere tijd in particuliere huizen blijft opgeslagen)? Gaat u in overleg met de Belgische autoriteiten om te voorkomen dat op grote schaal in dit land door Nederlandse particulieren vuurwerk wordt aangeschaft? Bent u voornemens dit op andere wijze te voorkomen?
Wat betreft de vuurwerkbranche: is er voldoende capaciteit voor opslag van het reeds bestelde en niet-geannuleerde vuurwerk in Nederland of in een ander buitenland? Op welke wijze gaat u toezien dat partijen vuurwerk daadwerkelijk op de juiste wijze worden opgeslagen? Bestaat er een registratiesysteem op basis waarvan al het geïmporteerde vuurwerk kan worden gevolgd wat betreft de opslag?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
Op bladzijde 1 van uw brief staat de volgende passage:
«Het wijzigen van landelijke regels rond vuurwerk in verband met COVID-19 vergt tijdige aanpassing in bestaande wet- en regelgeving. Door nu een besluit te nemen over een tijdelijk vuurwerkverbod, wil het kabinet eraan bijdragen dat de druk op de zorg en de handhaving tijdens de jaarwisseling niet nog verder oploopt.»7
En op bladzijde 2 van uw brief staat:
«Het kabinet beraadt zich verder op de mogelijkheden om de handhaving van het tijdelijke vuurwerkverbod te versterken.»8
Deelt u de mening met de PVV-fractieleden dat het tijdelijk vuurwerkverbod juist méér druk legt bij handhavers, waardoor andere taken die de veiligheid en leefbaarheid in gemeenten moeten verbeteren, mogelijk niet meer of in mindere mate kunnen worden uitgevoerd? Zo nee, waarom niet? En welke maatregelen worden genomen om te zorgen dat handhavers hun gehele takenpakket kunnen blijven uitvoeren?
Op bladzijde 2 van uw brief staat de volgende passage:
«Zoals hierboven aangegeven vraagt het eenmalige, tijdelijke vuurwerkverbod aanpassing van de regels. Een tijdelijk vuurwerkverbod wordt juridisch geregeld met een grondslag in de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid en vormgegeven in het Vuurwerkbesluit. Door gebruik te maken van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid kan worden afgezien van normaliter verplichte voorpublicatie, voorhang en nahang. Na deze procedure kan het besluit tijdig worden verwerkt in het Vuurwerkbesluit. Dit betekent tevens dat de wijziging een eenmalig karakter heeft en dus niet geldt voor een volgende jaarwisseling.»9
Kunt u aangeven wat er gebeurt met het eenmalige karakter van het tijdelijke vuurwerkverbod als de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid wordt verlengd tot na 1 januari 2022? Graag een gemotiveerd antwoord.
Op bladzijde 2 van uw brief staat ook de volgende passage:
«De maatregel zal bovendien genotificeerd moeten worden bij de Europese Commissie. De notificatierichtlijn kent een spoedprocedure voor de situatie dat een lidstaat vanwege een ernstige en onvoorziene situatie in zeer korte tijd technische voorschriften moet uitwerken om deze onmiddellijk daarop vast te stellen en in werking te doen treden. In zo’n geval geldt de standstill van drie maanden niet, maar moet wel gewacht worden op de bevestiging van de Europese Commissie dat deze ook van mening is dat er sprake is van spoed. Het streven is dat zo spoedig mogelijk contact hierover met de Europese Commissie plaatsvindt.»10
Kunt u alle casussen aangeven waarin het huidige kabinet de Europese Commissie moest inlichten in het licht van de notificatierichtlijn? Graag een gemotiveerd antwoord met zoveel mogelijk details.
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag, gelet op de aard van de materie, uiterlijk 11 december 2020.
De Minister van Justitie en Veiligheid ontvangt een gelijkluidende brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 december 2020
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben op 30 november 2020 nadere vragen gesteld. De vragen gaan over de brief die ik samen met de Minister van Justitie en Veiligheid en mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Medische Zorg en Sport, op 13 november jl. naar uw Kamer heb verzonden over een eenmalig en tijdelijk vuurwerkverbod voor komende jaarwisseling.
De beantwoording van deze vragen vergt extra tijd. Ik zal deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer
Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Den Haag, 17 december 2020
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben aan de Minister van Justitie en Veiligheid en u bij brief van 30 november 202011 vragen gesteld naar aanleiding van uw brief12, d.d. 13 november 2020, over het tijdelijk vuurwerkverbod. Daarbij is verzocht, gelet op de aard van de materie, de beantwoording uiterlijk 11 december 2020 de Kamer te doen toekomen.
Bij brief van 9 december 202013 heeft u de Kamer geïnformeerd dat beantwoording extra tijd vergt en dat de vragen zo spoedig mogelijk beantwoord zullen worden. In uw brief van 11 december 2020 is nogmaals aangekondigd dat de brief van 30 november jl. snel zal worden beantwoord.14
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving verzoeken u vriendelijk doch dringend de beantwoording vóór 31 december 2020 de Kamer te doen toekomen, gelet op aard van de materie.
De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien de beantwoording met belangstelling tegemoet.
De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 december 2020
Op 30 november 2020 heeft u mij per brief met kenmerk 167985.01u vragen gesteld van leden van uw vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, naar aanleiding van de brief van mij en de Minister van Justitie en Veiligheid van 13 november 2020 over het tijdelijk vuurwerkverbod. Hierbij doe ik u de beantwoording toekomen.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer
De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus
De leden van de FVD-fractie vragen naar de tegemoetkoming in kosten voor de branche. De vragen hebben betrekking op de opbouw, opslag, welk percentage wordt gedekt en hoe groot het resterende financiële risico voor getroffen ondernemers is als het gaat om opslag en vervoer.
Individuele ondernemers en verkopers uit de branche kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in omzetdaling aanspraak maken op de algemene steunmaatregelen in het kader van COVID-19: de TVL en de NOW. Deze regelingen zijn generiek beschikbaar voor alle sectoren die geraakt worden door het coronavirus en ademen mee met de mate waarin voor de onderneming sprake is van omzetderving. De regelingen voorzien in een tegemoetkoming van loonkosten (NOW) en vaste lasten (TVL). De sector kan naast de generiek beschikbare regelingen gebruik maken van de kredietmogelijkheden.
Het kabinet komt bovenop het generieke pakket en de kredietmogelijkheden met een tegemoetkoming voor de kosten van de sector die voortkomen uit het vuurwerkverbod, gelet op het specifieke karakter van de sector. De verdere invulling bovenop de bestaande coronaregelingen worden nader uitgewerkt via een specifieke regeling voor de branche. Hierover heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat uw Kamer inmiddels geïnformeerd in een separate brief (kamerstuk 2020Z24767).
De leden van de FVD- en PvdA-fractie vragen naar de opslag van de restantvoorraden vuurwerk en een mogelijk verhoogd veiligheidsrisico hiervan. De vragen hebben betrekking op de totale opslagcapaciteit voor vuurwerk in Nederland, de mogelijke druk hierop en op de juiste manier van het opslaan van partijen vuurwerk door de branche. Daarnaast worden vragen gesteld over een mogelijk verhoogd veiligheidsrisico en of het geïmporteerde vuurwerk kan worden gevolgd door het inzetten van een registratiesysteem. Ook wordt gevraagd of het vernietigen van voorraden vuurwerk onderdeel is van het plan van het veilig opslaan van vuurwerk.
Per saldo is ons beeld dat er voldoende opslagcapaciteit is. Dat vergt wel dat alle partijen in de sector samenwerken om hier optimaal gebruik van te maken. De importeurs hebben aangegeven gezamenlijk te beschikken over een opslagcapaciteit van bijna 13 miljoen kg consumentenvuurwerk. De importeurs hebben aangegeven bereid te zijn om samen te werken om zo optimaal mogelijk de voorraad te verdelen over de huidige opslaglocaties in Nederland. Meerdere importeurs maken ook gebruik van opslagcapaciteit op diverse locaties in Duitsland en zijn bezig met de uitbreiding hiervan. Op basis van deze gegevens is de verwachting dat er voldoende opslagcapaciteit beschikbaar is om de voorraden consumentenvuurwerk voor de eindejaarsverkoop 2020 op te slaan. Eventuele restvoorraden kunnen door de rijksoverheid waar dat nodig blijkt als tijdelijke overbrugging worden opgeslagen op de opslaglocatie Ulicoten15 in de gemeente Baarle Nassau. Voor in beslaggenomen partijen vuurwerk door de politie heeft de politie contracten met ADR-vervoerders die gevaarlijke stoffen mogen vervoeren. Vuurwerk wordt afgevoerd naar een veilige opslag. Voor de veilige opslag en de verdere verwerking van inbeslaggenomen vuurwerk door Domein Roerende Zaken is voldoende capaciteit.
Bij de opslaglocaties wordt steeds gehandeld volgens de geldende regelgeving inzake het veilig opslaan van vuurwerk. De veiligheidsregels voor opslag zijn ongewijzigd. Er is door het tijdelijke vuurwerkverbod daarmee geen sprake van geen verhoogd veiligheidsrisico Het vuurwerk dat wordt opgeslagen in Nederland moet voldoen aan de vereiste wet- en regelgeving van het Vuurwerkbesluit. Het gaat om vergaande eisen zoals eisen aan de constructie, brandwerendheid, brandbeveiligingsinstallatie (sprinklerinstallatie en brandmeldinstallatie) en het aanhouden van veiligheidsafstanden. Hier worden geen concessies opgedaan. Veel vuurwerk ligt al eerder dan november en december in de daarvoor bestemde bunkers/opslaglocaties. Ook het vuurwerk dat voorgaande jaarwisseling niet verkocht is, ligt hier opgeslagen.
Al het vuurwerk dat in Nederland wordt geïmporteerd, doorgevoerd of geëxporteerd, moet via een meldsysteem van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) worden gemeld. Hierin wordt ook de eindbestemming aangegeven, bijvoorbeeld naar welke opslaglocatie. Vuurwerk dat wordt geïmporteerd moet 48 uur voorafgaand aan het binnenbrengen worden gemeld aan de ILT. Binnenlands vervoer van consumentenvuurwerk van importeur naar groothandel wordt wel geregistreerd, het transport naar de winkeliers wordt niet geregistreerd. Dit heeft betrekking op professionele import en export, niet op consumenten die vuurwerk meenemen van of naar het buitenland.
De informatie over de locatie van het consumentenvuurwerk wordt door de ILT gebruikt om controles in te plannen in het kader van het toezicht op productveiligheid, in- en uitvoer of het voorhanden hebben van vuurwerk.
Vernietiging van vuurwerk is geen onderdeel van dit plan om vuurwerk veilig op te slaan. Daar is geen aanleiding voor omdat er voldoende opslagcapaciteit is en omdat het vuurwerkverbod enkel geldt voor komende jaarwisseling. Op 2 januari luidt het Vuurwerkbesluit weer als voor het vuurwerkverbod.
De leden van de PvdA-fractie stellen een vraag over hoe voorlichting over het vuurwerkverbod wordt vormgegeven en of alternatieven voor het afsteken van vuurwerk worden bevorderd, bijvoorbeeld in de programmering van de televisie-uitzendingen
De voorlichting rond het vuurwerkverbod wordt via verschillende kanalen uitgedragen. Het kabinetsbesluit op 13 november heeft voor veel media-aandacht gezorgd. De informatie is ook via rijksoverheid.nl gedeeld. Daarnaast wordt door het rijk via de corona-campagne «Alleen Samen» aandacht gevraagd voor het vuurwerkverbod. Naast boodschappen vanuit de regering worden communicatiemiddelen ontwikkeld ter ondersteuning van lokale communicatie zoals middelen die bijvoorbeeld wijkagenten, gemeenten en jongerenwerkers kunnen gebruiken. In opdracht van IenW heeft VeiligheidNL het lesprogramma 4VuurwerkVeilig voor de hoogste groepen van de basisscholen ontwikkeld en dit jaar aangepast op het tijdelijke vuurwerkverbod.
De NPO en de publieke omroepen zijn onafhankelijke organisaties, en de Minister voor Media heeft niet de bevoegdheid om zich te mengen in de programmering van de NPO. Vrije, onafhankelijke media zijn essentieel in een democratische rechtsstaat en het zou dan ook zeer onwenselijk zijn als de overheid zich zou bemoeien met de programmering van de publieke omroep. Ik neem deze onafhankelijkheid dus zeer serieus. Het staat de NPO en de publieke omroepen natuurlijk vrij om goede programma-ideeën tot zich te nemen.
De leden van de PvdA-fractie stellen enkele vragen over de druk op de zorg tijdens de jaarwisseling. De vragen gaan over een schatting van het aantal te verwachten vuurwerkslachtoffers en brandwondenslachtoffers ondanks het vuurwerkverbod en of de maatregel van een algeheel verbod als proportioneel wordt geacht in relatie tot de verwachte vermindering van het beroep op de zorg en opsporing. Verder wordt gevraagd naar het langdurig beslag van SEH-patiënten16 op de zorg i.r.t. het vuurwerkverbod en of de SEH-posten toch even zwaar bemenst blijven als tijdens andere jaarwisselingen. Ook wordt gevraagd of een vuurwerkverbod zal leiden tot minder fysieke contacten en op die manier bijdraagt aan het inperken van het aantal besmettingen.
Net als ieder jaar wordt ook tijdens de jaarwisseling 2020–2021 ingezet op een verlaging van het letselcijfer. Het doel van het tijdelijk vuurwerk verbod is het ontlasten van de zorg. De verwachting is dan ook dat het letselcijfer door vuurwerk daalt. Het aantal vuurwerkslachtoffers, waaronder brandwondenslachtoffers, dat ondanks het vuurwerkverbod deze jaarwisseling een beroep moet doen op de zorg is afhankelijk van in hoeverre mensen zich aan het verbod houden, naleving dus, en de handhaving van het verbod. Daarmee is het niet geheel voorspelbaar. Daarnaast is het denkbaar dat er – net als in voorgaande jaren – ook sprake kan zijn van (zwaar illegaal) vuurwerk wat ook voor letsel zorgt. Handhaving is van belang en bij de naleving van de regels wordt gerekend op de verantwoordelijkheid en het gezond verstand van de inwoners. Door middel van communicatie vanuit de rijksoverheid zal hierop een beroep worden gedaan. Communicatie wordt ondersteunend ingezet om helder te maken wat verbod inhoudt en welke consequenties gelden wanneer het niet wordt nageleefd.
De inzet van personeel op de SEH-posten voor oud en nieuw blijft grotendeels ongewijzigd, en is dankzij het vuurwerkverbod waarschijnlijk beschikbaar voor andere patiënten dan vuurwerkslachtoffers. Het vuurwerkverbod is belangrijk omdat dit de kans op extreme drukte over de gehele keten kleiner maakt, zowel voor, na als tijdens de jaarwisseling. Elke patiënt die kan worden voorkomen, helpt in het ontlasten van de zorg.
Het tijdelijke vuurwerkverbod wordt als proportioneel geacht in relatie tot de verwachte vermindering op het beroep op de zorg en opsporing. Ook de voorzieningenrechter is tot dit oordeel gekomen, in de uitspraak17 naar aanleiding van het kort geding dat de SVNC had aangespannen.
Op 31 december 2019 en 1 januari 2020 kwamen 358 personen met vuurwerkletsel op de SEH, daarnaast kwamen ook 900 mensen bij een huisartsenpost (HAP – dit is spoedeisende huisartsenzorg buiten kantooruren). Het aantal patiënten dat in de dagen voorafgaand aan de jaarwisseling zich bij huisartsen, huisartsenposten en SEH-posten heeft gemeld wordt niet apart bijgehouden. Ook het aantal mensen dat op 31 december, of op een van de andere verkoopdagen, overdag hun eigen huisarts hebben bezocht in verband met vuurwerkletsel is hierin niet meegenomen. De genoemde aantallen geven dus niet volledig de extra druk op de zorg weer.
In Nederland zijn er 80 SEH-posten met 24/7 beschikbaarheid, plus 3 SEH-posten die overdag en ’s avonds open zijn. Kijkend naar de 358 patiënten die tijdens de vorige jaarwisseling p een SEH zijn beland met vuurwerkletsel, zou dit bij een gelijkmatige spreiding gaan om 4–5 patiënten per SEH. In 2019 waren er tevens 118 huisartsenposten, waardoor er bij gelijkmatige spreiding zich per HAP 7–8 patiënten zouden melden. Uitgaan van gelijkmatige spreiding is echter een illusie. Bijvoorbeeld doordat bij ernstig trauma slechts een beperkt aantal ziekenhuizen deze patiënten kunnen opnemen (traumacentra en STZ-ziekenhuizen) en door regionale verschillen. Dit zorgt automatisch dan ook weer voor regionale ongelijkheid van toegankelijkheid van acute en/of reguliere zorg. In het Tijdelijk beleidskader waarborgen acute zorg wordt juist geprobeerd dit te voorkomen.
Afgelopen jaar werd 11% (het jaar ervoor 13%) van de patiënten met vuurwerkletsel na SEH-behandeling opgenomen in het ziekenhuis. Dat zou dus betekenen dat die 35–40 acute patiënten bijdragen aan de enorme hoeveelheid inhaalzorg die al noodzakelijk is, met mogelijke gezondheidsschade tot gevolg en waar door het zorgpersoneel al tot diep in het voorjaar keihard gewerkt zal moeten om deze achterstand in lopen. De Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) zegt hierover: «Als we kunnen voorkomen dat mensen vuurwerkletsel oplopen waardoor een bezoek aan de SEH noodzakelijk is, scheelt dat capaciteit. Ieder beschikbaar bed is er één en kan een leven redden.» Naast opname na een SEH-behandeling werd afgelopen jaar nog 6 procent doorverwezen naar een ander (specialistisch) ziekenhuis of brandwondencentrum.
De uitspraak in het kort geding dat de SVNC heeft angespannen tegen het vuurwerkverbod heeft de rechter
Het tijdelijk vuurwerkverbod helpt bovendien voorkomen dat het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling ertoe leidt dat mensen massaal naar buiten gaan, waardoor het risico bestaat dat de voorgeschreven onderlinge afstand niet (voldoende) kan worden bewaard.
De leden van de PvdA-fractie stellen enkele vragen over carbidschieten. De vragen hebben betrekking op het mogelijke aantal carbidslachtoffers dat een beroep op de zorg zal doen, welk percentage slachtoffers de afgelopen jaren werd veroorzaakt door carbidschieten en of meer carbidslachtoffers worden verwacht door onervaren schieters in een stedelijke omgeving.
Carbid is geen vuurwerk en dat betekent dat carbid schieten niet valt onder het Vuurwerkbesluit. Gemeenten kunnen hieromtrent lokaal regels stellen in hun algemene plaatselijke verordening (APV). De aanname over een percentage carbidslachtoffers van 10% de afgelopen jaren klopt niet. Tijdens de jaarwisseling 2018–2019 waren er 35 personen met letsel door carbidschieten, blijkt uit de cijfers van huisartsenposten en SEH-posten.18 In 85% van de gevallen ging het om mensen in de leeftijdscategorie 15–29 jaar.
Tijdens de jaarwisseling van 2019–2020 was dit op de Spoedeisende hulp 6% van de ongeveer 400 letselgevallen19. Dit komt neer op ongeveer 24 gevallen. Er is voor die jaarwisseling geen beeld hoeveel letselgevallen bij de huisartsenposten zijn veroorzaakt door carbidschieten.
Uit verschillende media blijkt dat de interesse voor carbidschieten door het vuurwerkverbod is gestegen. Het is niet mogelijk een verwachting te geven van concrete aantallen personen met letsel als gevolg van het mogelijk op grotere schaal plaatsvinden van carbidschieten. Het is denkbaar dat bij een grotere interesse en een daadwerkelijk meer gebruik ook het aantal slachtoffers kan stijgen, mede door onervarenheid van de gebruikers. We zien dat diverse gemeenten daarom ook de stap hebben genomen om carbid tijdens de jaarwisseling te verbieden.
De leden van de PvdA- en PVV-fractie stellen een aantal vragen over openbare orde. De vragen hebben betrekking op handhaving en de inzet daarvan en of er maatregelen worden genomen om te zorgen dat handhavers hun gehele takenpakket kunnen blijven uitvoeren. Daarnaast wordt gevraagd of aangetroffen vuurwerk direct in beslag wordt genomen, of er direct wordt beboet en of hiertoe de bevoegdheid bestaat. Ook wordt de vraag gesteld of er extra aantastingen van de openbare orde worden verwacht of juist niet.
De prioritering op de inzet van de handhaving hangt af van afspraken die daarover worden gemaakt in lokale driehoeken. Het risico op overtredingen van het vuurwerkverbod kan per gemeente verschillen. De richtlijn van het OM voor strafvordering vuurwerkdelicten (2020R001) die onlangs is gepubliceerd, blijft van kracht, ook tijdens de dagen dat normaal gesproken verkoop en afsteken van consumentenvuurwerk zijn toegestaan. De verwachting is dat door het tijdelijk vuurwerkverbod minder kleine incidenten plaatsvinden waardoor meer capaciteit beschikbaar zal zijn voor het optreden tegen misbruik van vuurwerk en verstoringen van de openbare orde. Hoewel het vuurwerkverbod handhavers ontlast, zal vanwege de handhaving van de maatregelen als gevolg het bestrijden de Covid-19 pandemie en vanwege eventuele maatschappelijke onrust de benodigde inzet van handhavers groter zijn dan voorgaande jaren. De politie is dit jaar daarom al vroeg begonnen met de voorbereidingen op de jaarwisseling. Over de inzet worden in de lokale driehoeken nadere afspraken gemaakt.
Het verkoopverbod heeft effect op drie dagen waarop extra gehandhaafd moet worden. Het afsteekverbod zorgt voor eenvoudigere handhaving tussen 31 december 18:00 en 1 januari om 02:00: afgezien van het eenvoudige categorie F1 vuurwerk is afsteken van vuurwerk en het voorhanden hebben van vuurwerk in een voor publiek toegankelijke plaats de komende jaarwisseling verboden. Het tijdelijk vervoersverbod van consumentenvuurwerk zorgt voor betere controlemogelijkheden. De jaarwisseling is doorgaans een van de drukste momenten voor de politie. Doordat er geen vuurwerk (behalve categorie F1) mag worden afgestoken kan de politie zijn werk beter uitvoeren.
Het tijdelijk vervoersverbod van consumentenvuurwerk zorgt voor betere controlemogelijkheden. De jaarwisseling is doorgaans een van de drukste momenten voor de politie. Doordat er geen vuurwerk (behalve categorie F1) mag worden afgestoken kan de politie zijn werk beter uitvoeren.
Vuurwerk dat wordt aangetroffen wordt in beslag genomen. Overeenkomstig de richtlijn strafvordering vuurwerkdelicten wordt iedere geconstateerde overtreding van het tijdelijk vuurwerkverbod bestraft met een boete of een andere in de richtlijn vermelde straf. Hiertoe bestaat de bevoegdheid omdat voor het handhaven van het tijdelijk vuurwerkverbod de bestaande bevoegdheden kunnen worden toegepast.
Het tijdelijk vuurwerkverbod zorgt naar verwachting voor minder consumentenvuurwerk gerelateerde incidenten. Volgens Veiligheid.nl20 veroorzaakt het consumenten vuurwerk 74% van het letsel. Veel mensen hebben begrip voor het tijdelijke verbod om onnodige extra druk op de zorg te voorkomen. Het is niet uit te sluiten dat, mogelijk door verveling onder jongeren en/of onvrede over de Covid-19 maatregelen, het aantal openbare orde verstoringen zal toenemen. Dit geldt te meer nu een aantal maatregelen om openbare orde verstoringen te voorkomen zoals het organiseren van vuurwerkshows of feesten dit jaar niet tot de mogelijkheden zal behoren.
De leden van de PvdA-fractie stellen vragen over illegaal vuurwerk. De vragen hebben betrekking op inlevermogelijkheden voor particulieren, de verkoop van vuurwerk in België en de mogelijkheden te voorkomen dat Nederlandse consumenten daar naartoe uitwijken.
Het verbod op vuurwerk geldt slechts komende jaarwisseling. Er is vanuit dat perspectief geen aanleiding om dit vuurwerk van de hand te doen, bijvoorbeeld als een particulier nog iets heeft liggen van vorig jaar.
Spullen waar een huishouden vanaf wil is huishoudelijk afval. In het geval van vuurwerk KGA. Huishoudelijk afval is een taak van de gemeente en dat is per gemeente georganiseerd. Milieustraten en soms chemocars, zijn lokaal georganiseerd met elk eigen vergunningen, verwerkers, contracten, Omgevingsdiensten, etc. Per 1 december zijn vuurpijlen, knalvuurwerk (inclusief knalstrengen), single shots en F3 vuurwerk verboden, dat gold voor het tijdelijke vuurwerkverbod en blijft ook daarna van kracht. Als particulieren nog iets van dat vuurwerk in bezit hebben en daar vanaf willen, kunnen ze contact opnemen met hun gemeente of milieustraat. Uit de media blijkt dat verschillende gemeenten nadenken om op gemeentelijk niveau een inleveractie te organiseren, van een landelijke inleveractie is geen sprake.
Ik spreek regelmatig met mijn Belgische ambtgenoot. Het Overlegcomité in België heeft op 27 november besloten tot een verbod op het afsteken en verkopen van vuurwerk. Het afsteekverbod is vastgelegd in het ministerieel besluit gepubliceerd op 29 november in het Belgisch staatsblad. De juridische verankering van het verkoopverbod is, naar ik heb begrepen, in voorbereiding.
De politie voert extra controles uit in grensregio’s waar de verwachting is dat vuurwerk het land wordt binnengebracht. Omdat nu ook het vervoeren van consumentenvuurwerk tijdelijk niet wordt toegestaan kan de politie makkelijker in bijvoorbeeld kofferbakken van auto’s controleren en beboeten waar nodig.
De leden van de PVV-fractie stellen een vraag over de notificatierichtlijn. De vraag is of alle casussen kunnen worden aangegeven waarin het huidige kabinet de Europese Commissie moest inlichten in het licht van de notificatierichtlijn.
Het huidige kabinet trad op 26 oktober 2017 aan. In totaal heeft dit kabinet de Europese Commissie 144 keer ingelicht (cijfers van 9 december 2020) in het licht van de notificatierichtlijn. In 2020 was dit tot dusver 58 keer, in 2019 49 keer, in 2018 32 keer en in 2017 (na 26 oktober 2017) 5 keer.
Samenstelling:
Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Nooren (PvdA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Gerbrandy (OSF), Janssen (SP), Kluit (GL), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins-Modderaar (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Van Pareren).
De opslaglocatie Ulicoten is onderdeel van de Dienst Domeinen, waar twintig bunkers beschikbaar zijn voor de opslag van in beslag genomen vuurwerk tot deze wordt vernietigd.
Rapport Type vuurwerk en letsel: vuurwerkongevallen 2018–2019, rapport 772, VeiligheidNL, maart 2019.
Ongevallen met vuurwerk Jaarwisseling 2019 – 2020, rapport 841, VeiligheidNL, januari 2020.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28684-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.