Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2008-2009 | 28676 nr. 65 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2008-2009 | 28676 nr. 65 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 oktober 2008
Op 18 en 19 september heeft te Londen een korte bijeenkomst plaatsgevonden van de Noord-Atlantische Raad (NAR) in de samenstelling van ministers van Defensie, waarover ik u met referte heb geïnformeerd. De bijeenkomst stond vrijwel volledig in het teken van het Navo transformatieproces. Tevens is gesproken over de situatie in Georgië. Het hoofddoel van de Secretaris Generaal was echter een informele gedachtewisseling over mogelijkheden om het traag verlopende transformatie en force generation proces te versnellen. Er was geen formele agenda vastgesteld en er zijn geen besluiten genomen. Op basis van de discussie in Londen zal voorbereidend werk worden verricht dat via de ministeriële bijeenkomsten te Boedapest (okt ’08) en Krakow (feb ’09) moet leiden tot concrete besluiten van de Top van Straatsburg/Kehl (apr ’09).
De discussies spitsten zich toe op de volgende drie door de Secretaris Generaal gestelde kernvragen:
• Wat kan er worden gedaan om de beschikbaarstelling van de belangrijkste capaciteiten die de Navo nodig heeft voor het uitvoeren van operaties nu en in de toekomst te verbeteren en de kosten daarvan evenrediger te verdelen?;
• Hoe kan de Navo zich, rekening houdend met de haar ter beschikking staande mensen en middelen, verzekeren van de capaciteiten die nodig zijn om het hele spectrum van missies te kunnen uitvoeren dat in de Comprehensive Political Guidance (CPG) is overeengekomen?;
• Hoe kunnen we de bestaande nationale tekorten aan door de Navo benodigde troepen en capaciteiten verminderen en er voor zorgen dat de alliantie daarvan optimaal gebruik kan maken?
De Informele bijeenkomst in Londen ving aan met een werkdiner. De permanente vertegenwoordiger bij de NAVO, ambassadeur Schaper, heeft daaraan deelgenomen in verband met mijn aanwezigheid bij de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer. De discussie tijdens het diner was gewijd aan de consequenties van de Georgië-crisis voor het bondgenootschap, en de bezorgdheid van enkele bondgenoten over de nieuwe dreiging die in hun ogen uitgaat van Rusland.
De Raad was eensgezind in de vaststelling dat de nieuw ontstane situatie geenszins het nut en de noodzaak van transformatie wegneemt. Integendeel, het bondgenootschap moet expeditionair vermogen verder ontwikkelen om zowel operaties buiten het eigen grondgebied, als territoriale verdediging aan te kunnen. Het principe van wederzijdse bijstand (art.5) stond niet ter discussie. Niettemin verwoordde een aantal bondgenoten de behoefte om concrete maatregelen te nemen om de in hun ogen toegenomen Russische dreiging het hoofd te bieden, zoals een hernieuwde dreigingsanalyse, contingency planning en Navo oefeningen op het eigen grondgebied.
De vergadering volgde de Secretaris Generaal in zijn voorstel om de situatie kritisch te bezien en om een nieuwe dreigingsanalyse op te stellen op basis waarvan zo nodig bestaande plannen kunnen worden aangepast of nieuwe plannen kunnen worden ontwikkeld. Algemeen was het gevoel dat de Navo niet in koude oorlog scenario’s terecht dient te komen, en dat de huidige Comprehensive Political Guidance nog steeds relevant is. Intussen moet de Navo de lopende operaties zo goed mogelijk uitvoeren, capaciteiten verder opbouwen, en samenwerking met partners intensiveren. De Secretaris Generaal stelde vast dat, als het om de bestemming van defensiebudgetten ging, het begrijpelijk was dat de zogenaamde border line states meer uitgeven aan territoriale defensie dan de andere bondgenoten.
De tweede dag van de ministeriële was volledig gewijd aan het Navo transformatieproces. De initiële reacties van de lidstaten op de eerder genoemde kernvragen van de Secretaris Generaal maakten duidelijk dat er op het gebied van Navo transformatie nog veel werk te verzetten is, vooral waar het de interne hervormingsagenda betrof. Op voorstel van de VS werd vervolgens besloten om de aandacht te concentreren op drie onderwerpen, nl. de hervormingsagenda, de inzetbaarheidpercentages van troepen voor Navo-operaties en multinationale projecten.
Vrij algemeen was de vergadering van mening dat op de hervormingsagenda een doorbraak noodzakelijk was. Zowel de reorganisatie van het Navo hoofdkwartier, als de herziening van de Navo commando structuur leiden niet tot de gewenste resultaten. Hoewel ik, gesteund door enkele collega’s de suggestie heb gedaan om de bescheiden winst die uit de huidige voorstellen voortvloeit toch maar te incasseren, bleek daar weinig animo voor. Als belangrijkste oorzaak van het gebrek aan voortgang werd gezien het feit dat de partijen (Naties, Navo-staven) voornamelijk bezig zijn met het beschermen van gevestigde belangen. Als oplossing werd gezien om de Secretaris Generaal te vragen eigen voorstellen tot hervormingen te doen. Alleen van de zijde van Turkije en Duitsland werden hierbij twijfels geuit.
De Secretaris Generaal zal bijgevolg met voorstellen komen, onder meer op de volgende deelterreinen:
• Functiebeschrijving voor zijn opvolger, die bekleed zal moeten worden met uitvoerende bevoegdheden, vooral op het gebied van personeelsbeleid en besteding van (door de NAR geaccordeerde) budgetten;
• Verdergaande samenwerking tussen de Internationale Staf en de Internationale Militaire Staf van de Navo, zonder dat overigens van samenvoeging sprake is;
• Aangeven van terreinen en niveaus waar consensusbesluitvorming kan worden losgelaten, evenals waar deadlines voor behandeling op comité niveau kunnen worden gehanteerd;
• Het samensmelten van alle planningsdisciplines tot een nieuw planningsproces;
• Voorstellen om de externe vertegenwoordiging anders te regelen. Het is onwerkbaar om alle vergaderingen (NRC, NUC, NGC, ISAF, ICI, etc.) à 26 te blijven doen. Navo zou een troika-achtig arrangement (zoals de EU) moeten overwegen voor extern ministerieel optreden.
Er was brede overeenstemming over de noodzaak om de inzetbaarheidpercentages van troepen voor Navo operaties te verhogen. Slechts een enkele bondgenoot heeft daar bedenkingen bij. Sommige nieuwe leden deelden mee de norm (nog) niet te kunnen halen. Bovendien waren zij van mening dat uitzendbaarheid niet de enige maatstaf voor een nuttige bijdrage aan het bondgenootschap moet zijn. Ook verhoging van mobiliteit van in place forces zou een bescheiden bijdrage kunnen zijn. De voorzitter van het Militair Comité tekende daarbij terecht aan dat inzetbaarheidpercentages weinig betekenis hebben als de politieke wil ontbreekt om de troepen daadwerkelijk beschikbaar te stellen voor deelname aan Navo operaties.
Ik heb voorgesteld om de verhoging van de streefgetallen voor uitzendbaarheid (deployability) van 40% naar 50% en voortzettingsvermogen (sustainability) van 8% naar 10%, geleidelijk te laten verlopen. Nederland voldoet overigens al jaren ruimschoots aan de gestelde normen (in 2007 58,8% inzetbaar en 10,1% ingezet). Voorts werd vastgesteld dat voor verhoging van inzetbaarheid niet alleen samenstelling van de krijgsmacht aangepast dient te worden, maar dat ook veel meer aandacht aan zogenaamde key enablers (bv. strategisch en tactisch luchttransport) besteed dient te worden. Het VK stelde in dit verband voor een streefbedrag van 50 miljoen euro overeen te komen voor het door hen gestarte Helikopter initiatief waarover ik uw Kamer reeds heb geïnformeerd tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie van buitenlandse zaken op 26 maart jl. (kamerstuk 28 676, nr. 58).
Alom werd waardering uitgesproken voor projecten als C17, AGS en AWACS. Ook waren de deelnemers van mening dat het helikopter initiatief meer steun verdient. De VS stelde voor om dit initiatief uit te breiden tot de logistieke ondersteuning van helikopters. In het algemeen kunnen met multinationale projecten bestedingen worden geoptimaliseerd en de interoperabiliteit verbeterd. Bovendien zijn multinationale projecten een acceptabel alternatief voor lidstaten die van mening zijn dat verruiming van de criteria voor common funding van crisisbeheersingsoperaties er slechts toe leidt dat zij twee keer betalen. Polen stelde voor een institutioneel raamwerk voor multinationale projecten overeen te komen. België bepleitte een betere coördinatie met de EU in het algemeen, maar in het bijzonder in het kader van multinationale projecten.
De vergadering in Londen lijkt een voorzichtige doorbraak te hebben opgeleverd op de interne hervormingsagenda. Ik steun de Secretaris Generaal in zijn streven om met eigen voorstellen veranderingen in de hoofdkwartier-structuur aan te brengen, evenals voorstellen die zijn opvolger meer uitvoerende bevoegdheden op gebied van budget en personeel zullen geven. Dat kan een meer slagvaardige Navo tegen lagerekosten opleveren. Op dezelfde manier moet nog eens naar de Navo commando structuur gekeken worden. Ik verwacht een brief van de Secretaris Generaal voorafgaand aan de ministeriële van Boedapest (9/10 oktober) op basis waarvan wij dan de eerste besluiten zullen nemen. Om het steeds terugkerende probleem van operationele tekorten het hoofd te bieden moeten de landen nu besluiten nemen over alternatieve financieringsvormen en het verhogen van inzetbaarheid van beschikbare eenheden.
Ik steun de Secretaris Generaal van harte in zijn streven om hierover in de komende maanden besluiten te bevorderen. Tenslotte wordt 2009 een beslissend jaar voor de NRF. Wil de Navo dit uiterst belangrijke instrument behouden dan moeten we ernst maken met vulling en inzet van de NRF. Nederland schaart zich volledig achter de initiatieven van de Secretaris Generaal op dit terrein.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28676-65.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.