28 676 NAVO

36 045 Situatie in Oekraïne

Nr. 564 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2026

Hierbij ontvangt u het gecombineerde verslag van de NAVO-ministers van Defensie bijeenkomst (DMM) en de Ukraine Defence Contact Group (UDCG), die plaatsvonden in Brussel op 18 juni jl.

Daarnaast informeer ik uw Kamer over de verlenging van de Nederlandse inzet in Litouwen en mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken over de inzet van militaire trainers in Libanon en Jordanië en een verlengde inzet infanteriecompagnie in Bosnië Herzegovina (EUFOR-Althea). Tot slot informeer ik u over de voortgang op de EU verordening over militaire mobiliteit.

Verslag NAVO Defensie Ministeriële bijeenkomst (DMM)

Tijdens de DMM vonden twee sessies plaats, de Noord-Atlantische Raad (NAR) en de Nucleair Planning Group (NPG).

Noord-Atlantische Raad

Tijdens de Noord-Atlantische Raad (NAR) spraken de bondgenoten met de blik op aanstaande NAVO-top in Ankara over de voortgang op de tijdens de NAVO-top in Den Haag gemaakte afspraken over lastenverdeling en defensie-uitgaven. Tijdens een publiek statement direct voorafgaande aan de NAR kondigde de Verenigde Staten aan dat tijdens de NAVO-top in Ankara duidelijk moet worden wat de Europese bondgenoten leveren voor het verwezenlijken van de burden shift. De VS benoemde daarbij dat als de Europese contributies achterblijven, dit kan leiden tot het verder terugschroeven van Amerikaanse militaire bijdragen. Daarbij verwees de VS naar een review die de komende zes maanden zal uitvoeren. Verdere details over de precieze insteek en betekenis van deze review zijn vooralsnog onbekend.

Bondgenoten spraken vervolgens tijdens de NAR over de noodzaak van een betere lastenverdeling, het nader vormgeven van een grotere Europese rol ter versterking van de NAVO-afschrikking en verdediging, de noodzakelijke ontwikkeling van de defensie-industrie en voortzetting van de steun aan Oekraïne. Deze onderwerpen zullen ook hoog op de agenda staan van de NAVO-top op 7 en 8 juli a.s.

Zowel voorafgaand aan als tijdens de NAR heeft SG NAVO onder de aandacht gebracht dat Europa en Canada de defensie-uitgaven met meer dan USD 90 miljard hebben vermeerderd ten opzichte van 2024. Dit vertaalt naar een stijging van ruwweg 20%. Verschillende Europese bondgenoten, waaronder Nederland, benadrukten dat Europa significante stappen zet om concrete invulling te geven aan de in Den Haag gemaakte afspraken, en onderstreepten de noodzaak van een sterker Europa voor een meer gebalanceerd en sterker bondgenootschap. Hierbij benadrukten bondgenoten, waaronder Nederland, tevens de noodzaak voor een gecoördineerde «burden shift», om de NAVO-afschrikking en verdediging intact te houden.

Nederland heeft steun uitgesproken voor lopende initiatieven binnen de NAVO om de afschrikking en verdediging verder te versterken, en heeft deze uitspraken kracht bijgezet door additionele capaciteiten ten behoeve van de invulling van het NATO Force Model (NFM) aan te kondigen. Nederland heeft aangegeven dat ter vervanging van Amerikaanse capaciteiten MQ-9 Reaper drones beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van NAVO verdedigingsplannen. Daarnaast heeft Nederland gewezen op de nieuwe rol van het 1 German/Netherlands Corps (1GNC) als tactisch hoofdkwartier binnen de regionale plannen van de NAVO. 1GNC is een duidelijk voorbeeld van hoe samenwerkende Europese bondgenoten bereid en in staat zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de afschrikking en verdediging van de oostflank van de NAVO.

Bondgenoten spraken verder over het versterken van de industriële basis die noodzakelijk is voor productie van militair materieel. Hierbij werd gesproken over de aanstaande NATO Innovation Scale Up Package waarmee wordt ingezet op verdere investeringen in industrie en technologische ontwikkelingen. Nederland heeft het belang benadrukt van een brede industriële basis aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, met voldoende oog voor innovatief vermogen.

Nederland heeft opnieuw opgeroepen tot onverminderde steun voor Oekraïne van alle bondgenoten. Nederland kondigde een extra financiële bijdrage aan van € 250 miljoen aan het Prioritised Ukraine Requirement List (PURL)-initiatief. Dit bedrag komt bovenop de reeds in 2025 toegezegde € 750 miljoen voor PURL, waarmee de totale Nederlandse bijdrage aan PURL circa € 1 miljard bedraagt.

Nucleair Planning Group

Tijdens de NPG is gesproken over vraagstukken op het gebied van nucleaire afschrikking. De bondgenoten hebben uitgesproken dat de nucleaire capaciteiten een essentieel bestanddeel zijn van de afschrikkingsstrategie van de NAVO. Er is gesproken over modernisering van de nucleaire capaciteiten en verdere ontwikkeling van plannen. De bondgenoten hebben daarbij naar elkaar uitgesproken dat zij gezamenlijk gecommitteerd zijn aan ondersteuning van de nucleaire doelenstellingen van de NAVO. Na afloop van de NPG is er een publiek statement gepubliceerd.1 In verband met de classificatie kan ik over de verdere inhoud van de bijeenkomst geen aanvullend verslag uitbrengen.

Verslag Ukraine Defence Contact Group (UDCG)

Tijdens de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) spraken bondgenoten met de Oekraïense Minister van Defensie Fedorov over de aanhoudende Russische agressie tegen Oekraïne. De bondgenoten spraken waardering uit voor de wijze waarop Oekraïne erin is geslaagd om de Russische opmars te remmen. Zij spraken ook waardering uit voor de wijze waarop Oekraïne met effectieve inzet van luchtverdediging en door middel van strategische aanvallen nieuw momentum heeft gecreëerd. De bondgenoten bevestigden dat zowel de politieke als de materiële steun aan Oekraïne noodzakelijk blijft en zal worden voortgezet. De focus van de bijeenkomst lag op zes thema’s: luchtverdediging, langeafstandsartilleriemunitie, drones geproduceerd in Oekraïne, de Oekraïense behoeften gevat in de Critical Ukraine Requirement List (CURL) en Prioritised Ukraine Requirement List, en de Air Force Capability Coalition (AFCC). Oekraïne spreekt over een window of opportunity om de druk op Rusland te verhogen en de weg naar onderhandelingen te effenen.

Nederland herhaalde de aankondigingen die tijdens het bezoek van de Oekraïense Minister van Defensie Fedorov op 17 juni jl. zijn gedaan: een Letter of Intent (LoI) over innovatiesamenwerking, de eerder in dit verslag aangehaalde aanvullende bijdrage van € 250 miljoen aan PURL en tot slot € 250 miljoen aan in Nederland geproduceerde one-way-attack-drones. Deze middenlaag kruisvluchtwapens met een verlengde dracht stellen Oekraïne in staat om versterkte doelen in de diepte aan te grijpen.

Verlenging Nederlandse inzet in Litouwen

Nederland neemt sinds 2017 onafgebroken deel aan de Multinationale Battlegroup in Litouwen (MNBG LTU), als onderdeel van de Forward Land Forces (FLF) van NAVO in de Baltische Staten en Polen. In de «Voortgangsrapportage Nederlands inzet oostflank NAVO 2025–2026» (Kamerstuk 28 676 nr. 599, 20 mei 2026) informeerde het kabinet uw Kamer voor het laatst over de Nederlandse inspanningen binnen de MNBG LTU.

De aanhoudende dreiging vanuit Rusland maakt het essentieel dat Nederland blijft inzetten op de versterking van afschrikking en verdediging aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. Tegen deze achtergrond heeft het kabinet besloten de Nederlandse bijdrage aan de MNBG in Litouwen te verlengen tot 31 december 2028. Deze inspanningen ondersteunen tevens de transitie waarbij Europese bondgenoten meer verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van Europa.

De activiteiten dienen ter verdediging van het NAVO-bondgenootschap en afschrikking van Rusland. Daarnaast dragen ze bij aan geruststelling van Litouwen en omliggende landen. Deze inzet verhoogt de geoefendheid en interoperabiliteit van de Nederlandse krijgsmacht. De inzet van de MNBG binnen de FLF is onderdeel van het NATO Force Model (NFM), dat 1 januari 2025 geïmplementeerd is. De Nederlandse inzet wordt gefinancierd uit artikel 1 van de defensiebegroting met betrekking tot «Inzet Hoofdtaak 1».

Verlengde inzet infanteriecompagnie binnen EUFOR-Althea

Sinds 1 oktober 2025 draagt Nederland onder meer middels een infanteriecompagnie (maximaal 175 militairen) bij aan de missie EUFOR-Althea, ten behoeve van de stabiliteit en veiligheid in Bosnië-Herzegovina. Met het oog op de verkiezingen in Bosnië-Herzegovina die gepland staan op 4 oktober 2026, is Nederland door de commandant van EUFOR-Althea middels een officiële brief verzocht de inzet van deze infanteriecompagnie met enkele weken te verlengen. Daarbij wordt uitgegaan van vertrek eind oktober 2026 in plaats van op de oorspronkelijk geplande datum van 1 oktober, waarover uw Kamer eerder per brief is geïnformeerd. Uit inventarisatie is gebleken dat onze verlengde aanwezigheid nuttig en zinvol is, en niet gepaard gaat met doorslaggevende negatieve gevolgen voor onze eigen krijgsmacht. Daarom informeer ik u op deze wijze, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, dat het kabinet positief op het verzoek in wenst te gaan.

Inzet militaire trainers in Libanon en Jordanië

Verder maak ik van de gelegenheid gebruik uw Kamer mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken te informeren over de geplande inzet van militaire trainers in Libanon en Jordanië, ten behoeve van de Libanese en Jordaanse strijdkrachten. Trainers van de Koninklijke Marechaussee verzorgen in de periode juli–november 2026 circa vijf kortdurende trainingen aan de Libanese Strijdkrachten op het gebied van document identification en behaviour detection, met als doel bij te dragen aan de verdere professionalisering van de Libanese Strijdkrachten in de uitvoering van hun grensbewakingstaken. Afhankelijk van de veiligheidssituatie vinden de trainingen plaats in Libanon, in Jordanië of op Cyprus. Daarnaast verzorgen trainers in Amman, Jordanië, in 2026 en 2027 in totaal vier kortdurende trainingen van op gebied van civil miltary cooperation (CIMIC) en strategic communications (STRATCOM) aan militairen van zowel de Jordaanse als de Libanese strijdkrachten. Geïntensiveerde CIMIC- en STRATCOM-activiteiten hebben als doel bij te dragen aan het verhogen van de geloofwaardigheid en zichtbaarheid van de strijdkrachten. In Libanon heeft dit als voornaamste doel het opbouwen vertrouwen tussen de bevolking in (Zuid-)Libanon en Lebanese Armed Forces als vertegenwoordiging van de Libanese overheid.

Algemene Oriëntatie EU militaire mobiliteit verordening

Tot slot informeer ik u over voortgang op de EU verordening over militaire mobiliteit. Op 17 juni jl. heeft de Raad van de Europese Unie (EU) hierop een algemene oriëntatie bereikt. Het Europees Parlement zal haar positie waarschijnlijk tevens voor het zomerreces formeel vaststellen. Naar verwachting zullen de triloogonderhandelingen na het zomerreces van start gaan. De Nederlandse onderhandelingsinzet staat geformuleerd in het BNC-fiche.2

De Minister van Defensie, D. Yeşilgöz-Zegerius

Naar boven